Skip to main content

Full text of "De Indische Bij"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



DE INDISCHE BQ. 



Sigaii , 



DE 



INDISCHE BU, 



TIJDSCHRIFT 



TKK 



BEVORDERING VAN DE KENNIS DER NEDERLAND8CHE 
VOLKPLANTINGEN EN DER2ELVER BELANGEN, 



DITOBAEVBM 



DOOH 



G. 1. BLIIME. 



KmwtmtPK »■■!<. 






LEYDEN, 
H. W. HAZENBERG en COMP. 



lOAN STACK 



GEDItVKT in J. C. LA LAU. 



J>Sé,a 




TOOIIBBIIIOT. 



mmtt n%U van eenê Utiérhmdige ondememinff uU 
di€y waarvan wij eene eerHe proeve aan het Publiek 
aanbieden^ iê zoo in het oog vallend^ dat wij het 
otmoodiy achten daaf&ver breedvoerig uit te weiden. 
De koloniën , de prije van den moed en den ondeme^ 
mingegeeet onzer voorvaderen^ het koet baar erfgoed^ 
one van hunnen roem overgebleven y zijn tegenwoordig 
fiiet meer alleen eene winetgevende bezitting voor het 
moederland^ zij zijn het plegtanker van Nederland 
geworden j en toch beetaat er nog geen enhel Tijd* 
echrifty dat zich bepaaldelijk met hare aangelegen-' 
heden bezig houdt. 

Dit gemie wordt lange hoe meer gevoeld^ en de 
belangen van het moederlandy zoo wel ale van de ko* 
lonien zelve y lijden daaronder, fFie tochy die eenig^ 
zine nut de laatete bekend i#, moet niet erkennen^ 
dat men hier te lande in het algemeen nog op verre 
na niet die belangetelling voor de koloniën gevoelt y 



144 



II 



welke zij in de ruimste nuUe verdienen? En waar- 
aan anders moei dii toegeschreoen worden^ als aan 
de onvolledige kennis dier verwijderde gewesten en 
van de rijke hulpbronnen ^ welke zij door hunne gun- 
stige ligging en gesteldheid^ zoo tot opbeuring van 
den koophandel^ als in het algemeen tot bevordering 
van den nationalen voorspoed ^ amnbieden? 

Indien wij ons niet geheel bedriegen^ kan de uit- 
gave van een periodiek geschrift ^ dat aan de behan- 
deling der Indische aangelegenheden is toegewyd en 
eene meer populaire , dan wetenschappelij'ke strekking 
heeft y in dit opzigt eene gunstige verandering in de 
denkwij'ze des volks te weeg brengen en een' einde 
maken aan de veelal nog bestaande onverschilligheid. 
Immers in de eeuw van egoiemus^ die wij beleven^ is 
iUgemeene belangstelling in de köUmien ndet.denk- 
b0ar^ zonder eene ^komene overtuiging pan het kVOOt^ 
deel^ dat zij hmnen opleveren» En moet di4 mei 
op élke bladzijde van een Tydsehrift^ deU zid^ 4en 
doel stelt de belangrijkheid dier koloniën te keren 
kennen^ als van zelf in hei oog eprieigen? 

Maar inzonderheid zal de verepreidinf eener m^tr 
grondige kennis vem de aangelegenheden onzer volk- 
plantingen niet zonder vruehten blijmen voor ek ioe^ 
kornet. Indien daardoor ^ gelijk wij vertrouwen ^ eene 
levendige belangstelling voor dezelve hij het Publiek 
wordx opgewekt y zullen wij het oogmerk bereikt heb- 
ben ^ waarmede wij de uitgave der IiuUs«lMe Ay 
hehben ondernomen y en tevens onzen vurigen «cMei 
zien vervuldy dat voortaan moederland en kolomen 
als onafhankelijke leden van Jen en hetzelfde lig- 
chnam mogon beschouwd wordm. Mogt dit It 



lU 



mei verre tnéer verwijderd zyn I Dan xui onze 
Stmmif hoezeer ^k in de laaiête jaren tniekend en 
dêor vrienden en homdgenooten verongelijkt^ in eene 
te voren nooii feiende ontwiAkeiing zijner oolkflan- 
tingen en duetrtnede geiijken tred houdende uiiirei^ 
ding vmk iemdei en zeeoaari een^ wetarhorg vinden 
voor de iovhomei. Dan zal het Nederlandeehe votk, 
klein i maar magtig ale weleer door dien voorepoed^ 
te midden, der beroeringen y die Europa nog aliyd 
(MM den gezigteinder blijven bedreigen^ z^n onafkam^ 
keiijk volkebee4aan ongeeekonden weien ie kandhetoen. 
Ie eenmaal de overltêiging geveeiigd^ dai ven en 
keizel/de belang « maederlaeu! en koloniën verbindi , 
dai beiden me^ elkander eiaan of vallen^ dttn^ooe^ 
zeker znllen w^ , etenzeer ale onze voorvaderen , 
goei en bl oe d veil hebben voor hei beeckermen en fo- 
waren van eene vereefeiging^ wemnmny zioo ai niei one 
beeia a n eUe volh^ aUhane onze, kruoki en onze wel*' 
vaart afkan k olyk zijn, Sven ah ledematen van hei*- 
zelfde ligekaaen^ die elkander wederkeerig cndereekra*- 
gen en onderling tot hoogere levenewerkzaamheid op^ 
wekken y zal men zoo wel hiery ale aan gindeche 
zijde van den Oceaan^ meer en meer de noodzdkelijk-' 
keid ihzien om in eikandere lot te deelen , eikandere 
ioeetand te verbeteren. fFant zoo zeer ale onze volk^ 
plantingen y in de leiding harer aangelegenheden, de 
hulpbronnen en beecherming van het moederland niet 
ontberen kunnen,, zonder haar beetaan zelf op het 
epel te zetten^ zoo onontbeerlijk zijn zij zelve voor 
het moederland tot onderechraging van zijne nijver-- 
heidy van zijnen koophandel , en sedert de laatete jaren 
vooral ook van zijn deerlijk geechokt Staatecrediel. 



IV 



Ofn dêzê redenen durven wij vertrouwen , dat het 
Ntderlandeeh Publiek deze onderneming ^ waarvan 
wif de leiding en redactie ^ alleen met het oogmerk 
om nuttig te zijn^ op one hebben genomeny niet alleen 
billifkeny maar ook krachtdadig ondersteunen zal^ 
opdat eene ruime inteekening den uitgever in etaat 
stelle om haar op eene waardige wijze voort te zetten. 
fVij rekenen daarbij op de hulp en medewerking van 
allen , wier betrekking hen in etaat etelt om den toe^ 
etand der Nederlandeehe koloniën en de werking van 
het bestuur aldaar van nabij te leeren kennen ^ ten 
einde met de vruchten hunner ondervinding en kennie 
van zaken one voordeel te doen. Ook bieden wij gaarne 
one Tijdeehrifi aan tot opneming van alle bijzonder^ 
heden y die tot de aangelegenheden onzer overzeeeehe 
bezittingen in verband etaan en der vergetelheid ver^ 
dienen onttrokken te worden. Elke zoodanige bif droge 
zal door one nut dankbaarheid erkend worden^ ale een 
bewije van ijver voor de belangen van one vaderland ^ 
welke welzijn onze eenige drif/veer uitmaakt. 



d«ii 1 NoTemb«r 1842. 

DB mSDACT». 



f«» 



BQ D RIG S 



tot 



M KENNIS TAN 



IET BINNENIAIVD&GH BESTUUR OP JAVA, 



BOOB 



c. ■*• B. rajunpoRiCAi 



M». ooet-nmiscn BDDTn-AMvnirAjiK met rmor, uuLm 

I OI&BCrEUB OVU Oi CrLTDASS,.KX]>JIB& V. U 



. Het is eene algemeen erkende waarheid» dat het 
Jbestuur van een rolk, om vastheid en duurzaamheid 
te bezitten , in overeenstemming moet zijn met des- 
zel£i oorspronkelijken aard en overoude begrippen, en 
dat elke pc^iog om de zeden en gebruiken, de in- 
rigting van rangen en standen, met een woord, de 
nationaliteit van een volk aan te randen, de schrome- 
lijkste gevolgen voor het oppergezag moet na zich 
slepen. Eene verlichte staatkunde eerbiedigt daarom 
altijd deze grondslagen , waarop het volksbestaan be- 
rust, wel overtuigd, dat zij die niet kan schokken, 
zonder het geheele ^taatsgebouw te doen instorten. 

Wanneer w\| bet gez^de toepassen op het binoen* 
landach . bestuur van Java , kan men ,dit vergelijken 
bij e^- gebouw, d^t wel^ is waar voor een gedeelte 
in puia ligt , maar waarvan de grondslagen , door alle 

1 



omwentelingen 'ha Veh)TèHi%en^ heen , onyerwrikt en 
ongeschonden zijn gebleven. Die grondslagen zijn 
de gehechtheid des volks '^an zijne Hoofiien , en de 
aloude regten dier Hoofden oyer het volk. Hoogst 
geraarlijk is iedere hanÜding te achten , welke die 
regten krenkt » of die gehechtheid op de proef stelt. 
. 'De "i^ijze staatkunde der Yoormalige O. I. Cotkipagi^e 
stelde het zich ten doel om den Javaan het juk van 
den vreemdeling zoo min mogelijk drukkend en zelfi 
voelbaar te maken. Zij trachtte den inlander met 
het denkbeeld gemeenzaam te inakeny dat zijne 
maatscfaappelrfke r^ten docH* het oppergezag van dit 
vreemde handelsligchaam niet alleen niet gekrenkt 
werden 9 maar dat het, de plaats zijner aloude Vor- 
sten innemende , het welzijn zijner onderdanen zel& 
beter dan zij behartigde. Met dit oogmerk; kende 
de O. I. Compagnie aan de zoogenaamde B^enten of 
eerste Hoofden der bevolking ttieerdér aanzien en ge- 
zag en uitgebreider 'regten toe, als' deze immer te 
'Voren onder hunne eigene Vorsten hadden genoten; 
ja, zij Nvist hén al» het \vare in den waan te brengen, 
dat zij in zekeren zin die Vorsten vervingeïi , terwijl 
bet volk zelf, aan het gezag zijner inlandsehe opfpet*- 
'hoofden' gewoon, génoegzaaim geene verandering in 
' zijn' toestand kón' bemerken» Gi^oot toch was, en is 
nog tegenwoordig het gezag dier Regenten. Aan het 
'hoofd der'ttahómedaansche bevolking in hun'lR.^^t- 
sctiap geplaatst, doen' zij over vele :fcaken,'die de 
godsdienst betreffen,' in het laatste' ressort üiüfpraak, 
terwijl hun toézigtover dè priesters, op i»^er bbnóe- 
ming en ontslag zij 'den meesten, ióo al niét éënigen 
iüvloëd Uitoefenen,'^ mét weliiig toebrengt ohi^hnn 



» 



HiOXM» wider d|^ betoUuog te TcigrDOteo. AU<S4ld^^ 
rm buTgeiiyjL bewind of poUcie .^^ma door bpnqe 
b(uidea>en wenoka door bea.m eerste ffis^ntiebeslilfU 
Vo(»been was bua.?eI6 bet fLoaatïëd be^i^er ftai bq^i 
Regeotsefaap opgedragen ea badden xy te dier zake 
een flocigeaaaoid confingeat, in .producten of gdd 
bestaaade, op te brengen , .waaraan de omslag en 
beflEuig Aan hun . yr^ oveigelaten. Zoo )aat bet ^Usfk 
lig^jk begrijpen, .dat de :Bjcgei|ten ?ic(i zéLffi ah 
Ueïne .Vorsten . of . Leenmannen .der Goq^pagnie Jbe- 
flcfaoowden, in dier voege lals de.booge Adel. v^ip^gnr 
van doiKeisers af haakelyk was gewieest. 

(Tecwijl.de Govqpagnie aldus de betr^kkiog tuasc^iea 

de inlandscbe JievoUdng en bare opperbopfiien in 

sUad.liet, warheide JIaar8chalkD4ïsn>aLS, die bierin 

betieerat eenige verandering te weeg bragt, doypr 4e 

Regenten tot ambtenaren te verUaren en ben , dik- 

• wijls c^.jseer losse gronden, te verplaatsen ofte oi|t3)aan. 

iB&Eagelsehenivj(^dentbem bieria na» ea, giogen seUs 

•cene..sohrttde fierder door: de iavoerppig yan biinizpo- 

.geiiaamd Jf(e9e»urrSf/i^e0m of Landelijk stelsel* Een 

en ander, hoeaeer ook. verbloemd. <;^ vei^zoet dopr 

t^&Uertendks oftder. oionims, en. door, uilgif te. ^an 

-gaankn , als ikcogQ^feren onder de» Engeiscben , kjom 

den Aeg^alen niet anders dsA>seer ouaaqgeMavi zijq. 

Na.betiii:beaitj|iemen vanittva, veiwee^dw.Qwi- 
miaiamBeiMSenei^l iftiet . tepog te .«lieten jtofgftn>,9p 
bdgoea geb^ncd ^was ;. maar. ittt JiaiefoTian .b^tib^wg f 
.iiel«dk^;vaor)Ons indenigo^enifflQSt deriAfgg^n 
geiq^ jis» iiebben .zij.bet OMWij0ePfMn)e).4Ji^r}iq^ 
-itfpslea jEooiie^jnogeUjk'Amd^^ ie nemen dppr 

bet «oefasnveatven rumie)biMsotd<([iog aalio{)gm;fa9g9 

1* 



en iozohderheid door de toezc^ng; , dal de oadü» 
óf bekwaamste zonen der Regenten , indien zij mch 
wel gedragen , hunne vaders in het bewind zullen op- 
Tuigen. ' In denzelfden geest is hun , sedert de in- 
voering Tan het stelsel ?an Cultuur , het genot van 
buitengewone en zeer aanzienlijke percenten to€^ge-> 
staan, met oogmerk om hun eigenbelang aan hetzelve 
te verbinden : te meer , dewijl bet niet te ontkenneQ 
is , dat zij door dit stelsel in hunne wel is waar niet 
wettige y maar toch oogluikend toegelatene indirecte 
inkomsten grootelijks zijn benadeeld en hunne wille- 
keurige beschikking over land en volk aanmerkelijk 
bemoeijelijkt is. De bepaling, voorkomende in het 
Koninklijk Besluit van den 23 Augustus N«. 39^ 1832, 
heeft dezelfde strekking om hun dit gemis eenigzios 
te vergoeden : weinigen echter hebben daarvan een 
gepast gebruik gemaakt. 

In weerwil echter van deze gunstige bepahngen » en 
niettegenstaande de aanzienlijke inkomsten , welke zij 
in bet algemeen , zoo aan bezoldiging , als Cultuur- 
percenten , op Java genieten , houd ik mij overtuigd , 
dat de Regenten den vorigen staat van zaken met 
smart blijven terugwenschen , en dat alleen de tijd 
en de denkwijze van een ander geslacht de herinne- 
ring daaraan zal kunnen uitwisschen. Het is nogthaaa 
ons belang om , zoo lang onze magt op Java niet aan- 
zienlijker en onze invloed op éea gemeenen nian niet 
grooter is , idles te vermijden , wat de goede gezind- 
heid der Regenten jegens het Ifederlandseh bestuur 
zou kunnen .verminderen. Ik bedoel hiermede geens- 
zins, dat wH zouden moeten aarzelen, om ben, die al 
te nalatig zgn in faet'vervi:den hunner ambtsbetrek- 



\ing te Ttgt te wijzea en des aoods te straiEen; maar 
wij behooren geene yerdere naging t^ laten blijken 
(Hn de door den tijd gewettigde regten der Reenten , 
raiuder sis personen , dan als Hoofilen van Toorname 
fiunilien, te krenken; wij moeten integendeel onzen 
vasten wil doen blijken om de thans bestaande bepa- 
lingen ten hunnen opzigte zonder afwijking te hand- 
haven en de familien der Reenten, als Hoofden der ia- 
landsche bevolking in hun aangeboren landschap, te 
blijven erkennen, al moet dan misschien het een. of 
ander lid van dezelve om gewigtige redenen van zijn 
gezag worden ontzet. 

Het bovenstaande achtte ik noodzakelijk vooraf te 
zeggen, opdat men zich geene verkeerde denkbeelden 
Tan het Binnenlandsch bestuur op Java zou vormen. 
De invloed der Regenten toch is als het ware de spi), 
waarom hetzelve draait » en tot een juist begrip daar- 
van k bet derhalve volstrekt noodig te weten , hoe- 
danig die invloed te voren was, en alsnog, o&choon 
gewijzigd, blijft voortduren. Tot betere beoordeding 
van de afkomst , vermaagschapping en betrekkingen 
dier inlandsche opperhoofiien, laat ik hierachter eene 
uitvoerige Tabel volgen. 

Het eiland Java is voor het binnenlandsch bestuur 
ipResidentien, Regentschappen eu Districten verdeeld. 
Het is genoegzaam bekend , dat het aantal dier Resi- 
dentien of Provinciën, thans, bdialve de Vorsten-^lan- 
den, zeventien bedraagt, benevens drie op zichzelf 
staande Adsistent-Residentien, Krawang, Builemprg 
en Patjitan geheeten ^). De Gezagvoerders pf Resi- 



1) Zie de namen iev Hesiideatien iit \t bygcvocgrie Tai^ii. 



y 



dëlijk'ótfde^' hetJfeoMbéstMïr te flMsrnai 

1\^t' iedere* Résidefitie, )kèfllv)e i?itUaolnr,« biBhdeoe» 
)f#ee, meeMfll eehW meer A^egentBelnppeiif, dibiéUb 
ih' etett gMkytör' of kleiner a&ntai vdn» ÜMnicMi wrdédd 
a^. fièft bestttüfo^er éttA^'tè aiahtiiilaildidieifoef^ 
dett dpj^tedl^algpeii', aam welke"weder die. der öadereoiMÏH 
dlèhe'Bók*pett of Dtéêé^t^ oDdei^teehiktaafiK^ • 

Db' Ibop vhii' d(er dieoM, dat b de ivjgae, wdbrafl 
dë bé^èleti, dfe vaii deu Resident uitgaan tt aam dé 
Krenten óf 8öhri£beUjk , of, wanneei» zif Tdb oralem 
geschikt belang zijn, mondeliDg wofdéi» neilcge» 
diedd, tot óp het dbrpshooftlf vAofMtt afitaleiiv en 
"tmarop vederkeerig de dieostverrigtiiigekif ^lan deaea 
fef kennis 2ijn^ meerderen woirden gdiitagt, x^n^bij 
het Reglement VoorgeBcbreTen. Intusschen Tiüdeb' et* 
jMei^vntdige afarrfkiiigen -^ten betii^e, 200 ai oiat 
in het treiren dec t^k , dafi foch in- de» yOpm plaat)»; 
ett reirschHlde éefie Residentie, heteeile Rqfentsehap 
Aierkbbiir van: het andere. Dit is Tooraü daér het ge^ 
tiJ, waar dë a)oade kis«dUi«g rav het DesAK-bestuor 
omter geworpen of inr oftbraik g^iraakt is^ Het is dan 
ook deze instelling , , welke Tooral onze opletteodhesol 
▼ordeiK. 

Tooraf edhter zij hel anfj Te#guiri( eene opinerili^B^ 
fe maken, welke een ieder, die 'een twintigtal jarea 
op Java heeft dooi^gd[)ragt , ia het oog moet geralkte 
z^n. Zij betreft de Torderingpen, welke de inlandsche 
Hoofilen over het algemeen iii de kconis der Mx^ge^ 
ïiaamde bareaii-dieiist gemaakt hebben. Op weinige 
uitzonderingen na , wordt t^enwoordig algemeen ge- 
bruik gemaakt van de Maleiscbe taal en deRomeifisdie 



diwMïiA.epsdipeiAifyW w.aanrw gerelde r^l?^, 
gO^diQf^ ^PFd«»f ^at meer iai^4p ioifixx^^ Hg^j^- . 
den. ziJQ liefhi^h^ gewordea xaa bpt mukm. ya^ 
sjU^tea en t^b^eat. ^ wwn^, h(^t a^o bei^, wonjU 
OTeigebfeQ, sullpii zij, aoiptijds al vry onfflgppaafdig, 
^^ aaa huoae nigpf^cteOi diea rarm tracbjtea U^.^, 
1^ Yoor twipAK jfMD?n> ^af dit giehe^ and^ ^. 
g^ijuilite. iffpxi J^ijjg^ ija al^ stuU^ea Jarfimsdxe, kar 
rakter» ea da Javi^^scfae taaL Qit gaf ni^t zelden 
Molftidi^ to)^ ipi#v3ers)^Q4» 4aar sl^bu zeer veinige, 
ambtenareD met deze genoegzaam bekend wan^, eA 
qoaakte ia allen ge?a)lp. d^ correspondentie Yee^ om- 
slachtiger. Tïmm zijn de ^esideate^^ i^ ^ta^t om zicl^», 
waaneer li|^ vereispht ^ordt, zeWie. S9^iftem^ met dj^, 
&ege&ten t& 9^de^bo^den• Het nut bi^an is in bet 
Qifg yalleod, daatT ^il^wijl^ de mee$t gesiphi^te midd^- 
pecsopn oi^eschikt kan zijn yoo^ Y^tr9}xvdjyke me- 
de^eelingen. De jeugd%i^ schrijvei^ yan goede i|f- 
kopEist, Joeraloelüf d. i. boofd yan het scbiijyen 
geheeteny onderscbeiden auch yeelal door bekwaam- 
heid en eene den Jayaan bijzcmd^r eigene beyatte^ 
tijkheid. Op bun st^l i&» ^at duiddijkbeid en be- 
kooptbeid aangaat, geno^zaam niets as^n \e merkenu 
Eea proce^-yerb^al yan de eene of andere gebeur tenii^» ' 
h. T. yan mpord» die&tal of di^elijke, door b|ep 
oi^;emaakt, laat g^^oonlijk; oieta t^ wenschen oyer. 
Uj verroten dan ook meest al het werl^ bij de ^^ 
genten en hqi^if forste plaatsyerya];igj^rs of ^c^itepf , 
bij de districts- en andere ^oofd^^» de in^^^idscbe, 
of Pj4n^iif^ en^. ^dea is bet nopdjg, 
[€g9nt hun weifk naaui^^^aic^ nagaat of door 



8 



d}rï^ Patfeh laat gadeslaan; want daar hunne betrdt- 
king het meeste uitzigt op bevordering aanbiedt en 
hunne eerzucht opwekt , gaan zij met den tijd mede 
en zijti zij dikwijls beter met de bijzonderheden der 
£enstzaken bekend, dan dé Regenten zêlré. ^ Bijin- 
spêctien of andere 'gélegehhedèn laten deze hén ge- 
woonlijk een koi^t ufttreksel vervaardigen rkn de za- 
ken, waarover vermoedelijk geliandeld zaL worden: 
ja, niet zelden gebeurt het, dat de schrijver bis souf- 
fleur dient en, ongemerkt en iii stilte, niét korte be^ 
wooMingen in het Javaansch wordt ondervraagd ett 
antwoord geeft. 

Ik heb het noodzakelijk geacht met een kort woord 
van deze klasse Van ménschen te gewagen, wier aan^ 
deel aan het binnenlandsch bestuur ver van gering 
is. Als den laagsten trap van hetzelve heb ik boven 
bet Dessas- of dorpsbestuur genoemd en met den naant 
van aloud bestempeld. Het is waarschijnlijk een over- 
blijfsel vaii de 'vroegere instellingen der Javanen, voor 
dat zij aan het willekeurig gezag vin despoten, zoo 
als de Mahomcdaansche Sultans zijn, gewoon waren 
geworden: althans de sporen cener vrije keuze van 
hetzelve door de ingezetenen zijn, in weerwil- tah de 
pogingen dier Vorsten om dit gebruik te doen op- 
houden, nog ^lom zigtbaar. Deze toch beschouwden 
het als eenen lastigen hinderpaal voor hun gezag en 
wendden allferlei middelen aan, om het of krachteloos 
te maken , of geheel af te scliafien. Daar dit hun 
niet zoo gemakkelijk gelukte, zochten zij daarvan, 
voor zich zelve of voor hunne af hangelingen , het 
meeste voordeel te trekken. Door het menigvuldig 
afzetten van Dorpshoofden maakten zïj , dat die ver- 



trïkèns moest piaAts hebben, en zij fetix>nd0i 
aan dezelve terens zoo vele gddelijke oitkeeringen ea 
andere drukkende lasten, dat dezelve eer een last 
dan eene weldaad voor den gemeenen man werd, en- 
deze, wanneer hem de keus werd gelaten^ gaarne 
daerirran afzag. Nog tegenwoordig worden de meeste 
knevelarijen , waaraan iich de inlandscbe HooMeit 
maar al te zeer schuldig maken ^ bij die gelegenheid 
gepleegd, en zeHa onze Regenten zien het ongaarne, 
dat de inwoners van hun kiesregt tot het aansteUen 
Tan een Dorpshoofd gebruik maken , omdat hun in** 
vloed natuurlijk minder is op iemand, die door de 
keuze zijner medéinge&etenen daartoe benoemd is^* 
dan wanneer bij door hen, of op hunne voordragt, 
door den Resident ïs aangesteld. 

Deze instelling heeft dan ook, eren als alle medsclic»- 
lijke , hare gebreken. Se gemèene man tracht ,ah\jd 
den minst ijverigen te doen verkiezen j omdat b^. 
hoopt het zoo doende gemakkelijk te hebben :<• en op« 
dit gemak is de Aziaat* voornamelijk gesteld; iKe 
neiging strookt echter evenmin mét onis voordeel, als' 
met de wezenlijke belatigen vandeik inlander zehren. 
Deze toch moet als een kind worden geleid en behoeft 
tot zijn eigen best herhaalde aansporing. Wijssdijk '. 
heeft dan ook het bestuur der Residentie zich het 
regt voorbehouden om de gedane keuze al of niet 
goed te keuren en niemand als Dorpshoofd te beves- 
tigen, van wien het blijkt dat hij voor de hem (^^ 
gedragene betrekking ongeschikt is. 

Er moge dan al eenig ongerijf aan de vrije verkie- 
zing der Dorpshoofden verbonden zijn, zoo als de 
Regenten ninuner nalatw den Resident onder het 



lOi 



doM ioAteUkig tfQ re^ aki eej9,' ^aariKU^. wor^ d^ 1^ 
vredesbeid der urf^od^r». mt^ l9!CsvQhp^?¥C(^.. ^mpfm 
bsx zign de DessaVlioofdea,. op» ^Fteljbe 4^ MiJM^oen^ 
Yfta aUb beridi^u oederjkQiiHri W yaa^de wijjifl». Mfci^iKPi 
zyddi^ve i0ii uitvoer bnengca, Iffingt ^Ues.i^y.a^v^ 
in zAkeo ^aa Policie, al&. d^Q dft C^ltuw la|9tn^%fi,. 
Z^ beboorieQL dan» ook, voor. eeu eo^ ander 19 lyjuQ, i{e^ 
sort T^wntw^rdelijk t<e a^j^t» ea i«^^ dit. Tfgrz^iiqdi 
wondt ootstaat: yervanÏQg en, wMt^t; s^gfl^gfw^tj 

Se JDorpflboofdcmDiQ^teB:, vojgaitf <)^.<M^. pffM 
aloncfe gp^NTuik , woüde», bjjjge^tami 4^r. ai^ ^a4.. 
yaa oudsteiir eot: «lind^^ JQ^fas-bpofdfn, d^r l^t»)^ 
onder den naam van KitmUtWi^ ^n Kftifu^n ^idf^i^^ 
door deai Bocpspnester, Mpffim g^wajcod, ^a io, sQp^ 
mige gnx»te> ea.alerk ))eyolkte JE^essa^'a d^Qf eei;^. kle^Qr 
JfÊaa of /'«/{e i^(iirr<?.. De vpeesfen, l^edj^o^n, zi^ti^ cy^k; 
Ti|n eoa' dier achrijv;^w o€ ^aera^ifAlif,^ Mr^r?4n, y^^ 
boten gcspvokeq^bebbea. £ij %ü^ onde^r verachililendq 
titda bekend, ala Peigi^gi^, Loeray ^^f/, iT^KH^m 
hi| de Madureien op fevai gevestigd , poK Y/el /'f if^ . 
éifoe of PtnnUxm » d. i. hooi^ c^v^r dtiis^^iivd of aver* 
booderd. Hun werkkróig ia ?eer uilgebr^i4 ep bwm^ 
weriuaamhedea zyn y«n z^r ou^e^heid^ awd. 

Eene hunn^ bel%i^r\)kste^ bemo^jiogep^u d^ oni-r 
slag der Landreaten en het vaatstellen, yapi Iji^t aand^ 
yan ieder belastiQgsohukI%eo , wa^bü ^Üj 4ppi* 4^ 
JoeratoélU^ die de Ruiter» tHHidt» eau de /Toia^a^ 
worden bijgealaaa. 9il aandeel K^^t, ^icJt^ ^iet 
altijd naar de lioeyeelbeid d^ akkm,. we^^e de ïplai^ 
der bekoawt, of den oog^t. Walken a^y ppf^aerw. 



m 



mttur iaa^ti^ieh gededtdqk^afe wa onpneeakoautaii^ 
laDshoód£ti]ke flriiUdkingim^ doiide manegtjoa e» ge^ ' 
enz. 9 /waarorer io een; g eveg eld Bessa'sbcstuiiii 
aeBdMbeae&ne 8txm heUioa^ im tebnesagmiy. dieg«^ 
yeab afioto^u Wij< zijn. omr het dgeoNea 
ïwgmmn gni^fSfp in den g^Mslr/vaik dé^anstocralie'd^ 
d<lvpeA' daargeérodgaii , ooii éaarraa eeno ▼olledig^ 
keuDs te bmttoii Wij hdybeaii g^emakshahte d«ir. 
gfeaieefled amiLv zoo ab mea zegt, over ééte kam 
gaekoMO; maar Tolgens he^peeU: db omlemodiiig^ 
raix geleerd beeft., hcHiil ii mj OMrtuigd » dat er ^j| 
da Jaranei» adcera JhaiiJtfin fceitaui (0091 atet eens ttMM 
die- der' Hoofileir te sprelBBn)> wdke meer aaxüuea eA^ 
wanegtea bezitieft,. dan daeterige,. hdzg tk eom 
ge? oig wsn ooraprooiceiijfe laadbcai* of regt ?asi o»tr* 
giaEaiBg, lietzij door andere QBEigtaiidigi»edea> yemritiH 
voa. De Mafaemedattisohe TOisten o£ hiunte ondei> 
gesGhiktea bebbea zïeh aao dese ivgteai veelal veitt^ 
bdoreondi, maar émtom mja iq ia het oog vaa de» 
udaader nog gfasnszina. yevaietigd. Ibtegendeel is hei 
esn eigeiiaardige trdc ia dte^eeUs ToHiskarakter, dat 
hij zich a«L deigeHjke wilkkeurage faeschiUuiigeli in 
rtiliev maar zooreel ia zijn TeraMpgen is, onttodkA^ 
Om deze redea is bij ket Regerings-rqgflemeitfj vy^ 
scMjh bqMald» dat de omslag det Luidrente» h$ 
fMrtdaring. bij vege yan oyereeolmmst met-deiHb()6r 
den en oaditen der Sessa^ za) plaalsi hflbboa^ eii 
ofichooQ dil vel nei^gpens letterlijk ivwdt Ofageifolg^i 
ie het leed» genoegzaam, dat aldns het regt drkead 
wordt^ hetwelk die Hoofden* en oudsten bezitten ^ om 
éeite belasting bij haisboudelgke asUhliingeD te re; 
geien. Dit gesehiedt dan ook met der daad en de 



ia 



OTerdrevebe bemoeizucht onser ambienarea .&i .de 
laatste tijden heeft nog niet kunnen bdetteh / dat 4e 
uitkeering f^Tan betalingen voor geleverde koffij / aui^. 
kerriet of indigo , al was dezelve hoofd voor hooid of 
individueel berekend , , dadelijk na de terugkomst in 
de Dessa's over hoop geworpen en naar geheel andere 
grondslagen geregeld werd , dan die eener denkbeeL- 
dige gelijkheid , van welke op goede gronden inoet 
a%eweken worden. Die gronden echter belioeven 
ons niet eer bekend te worden gemaakt, dan wan- 
neer er geschil ontstaat, of zich klagten over onbillijke 
heid verliefien. Alsdan is hét tijds genoeg. om vaa 
de zaak kennis te nemen. en ouder. aanhooring vaa 
partijen naar billijkheid te beslissen. Tenaanziea 
ran de hier bedoelde uitbetalingen is het mij altijd 
voldoende vooi^ekomen , aan de opgeroepene bewo* 
ners der Dessa'sde.som bekend te maken, welke uit^ 
gekeerd wordt, en hoeveel zulksvoor ieder aanded^ 
wanneer alle huisgezinnen of planters gelijk staan , 
bedragen zou. Dan moeten de Hoofden en oudsten y' 
zoowel als de belanghebbenden zelve , weten , hoe de 
verdeeling verder te regelen. Het zou dwaasheid zijn, 
indien wij zelve aan ieder planter zijn aandeel wilden 
doen toekonien. Dit toch is om de boven opgenoem-^ 
d6 redenen reeds ondoenlijk; en buitendien komen 
zelden alle dorpsbewoners te gclijker tijd op; vde 
blijven 6m ziekte of andere oorzaken afwezig; somr 
tiji$ is oene weduwe met een aandeel in de productie 
voor de regering belast en wOrdt bet werk voor haar 
door een* huuriing verrigt, tot dat zij hertrouwd, of 
haar zoon oud genoeg is om zich daarmede te be^ 
lasten. Zoo zijn er een aantal gevallen, die. niet 



u 



voomea .kaanen worden , .welkte het ^^oot dea Euro- 
pescben ambtenaar hoogst ooomjelijk maken om met 
billykheid te haodelen. Wie zou zich dunren aaa- 
niatigea Toor deze taak opgewassen te zijn en tijd ter 
zijner beschikking te hebben? Wat men hiervan ook 
zeggen moge, eene regtsireekscbe inmenging in de 
hQzondere belangen, der ingezetenen is alleen in de 
Tcrbeélding mogelijk, ja» wat meer is, zij is scha* 
flelijk , geeft aanleiding tot twisten en onregtvaardig- 
beden en onderfn\jnt het Dessa'sbestuur , tot welks 
werkkring zij uit haren aard behoort. 

Om op de bezigheden daarvan terug te komen , de 
ambtspligten der Dorpshoofden zijn, gelijk wij zei- 
den , van grooten amvang. Zij zijn verpligt voor de 
goede orde, de zindel^kheid en policie in hunne 
Deasa's te waken. Zy vatten de op heeter daad be- 
trapte misdadigers en geven de verdachte personen 
aan bet Hoofd van hét district op. Zij zijn verpligt 
de zonder pas reizende vreemdelingen aan te houden, 
de noodige middelen tot vervoer van reizigers en 
goederen te va^trekken, voor het onderhoud en 
bezetten der wachthuizen in hunne woonplaats, zoo- 
wel . als langs de groote wegen zorg te dragen. Zij 
bedissen gezamenlijk met den Dorpspriester kleine 
geschillen. Zij verdeden al het werk , zoowel het- 
geen aan de culturen van. het Gouvernement, als ter 
zake van iieerendiensten , zoo als het aanlfjggen en 
onderhouden van bruggen en wegen, van de Poê-^ 
sungrahanê of binneolaodacbe verblijfplaatsen voor 
reizigers enz. , te verrigfen ia. Voqr een en ander 
zijn 2ij alléén aan^rakeUjk. Voorta zijn zij gebeu* 
den den p.achiera vetn 's Landa middden bescherming 



.14 



te ^iferkènm ^en ^bij >h6t .oMdrifikeD «van ^fipsude de 
>beh4lpzMne -iuHid te<bieda2, en tcrcou ile 'wdceny 
idèt de bewonen hunner BessaV niet door den pachter 

4jt Uedzdfs bedienden wonien gekneveïdi Eivdelijk 
^hlibben'de Dorpshoofden, gedurende de onlusten ;op 
4ava, gewapende diensten moeten Terrigten; dAéb. 

"de aldus gevormde barissans of gewapende ' benden 
'hebben weinig uitgevoerd, en men heeft aich ten 
'IcatMe geneedsaokt gezien om dese uit opzetteliy|k 
^bezt^ldigde personen zamen te steUen. 

De Districtshoofden hebben meestal de gewoonte 

on> de 'Dorpshoofden op een* Tasten dag Tan elke we^ 

bij tzich te laten komen, hen orer dienstzaken te 
'hooren en de van hooger hand ontvangene berden 
'uit te vaardigen. Indien het dorp op een' al ,te 
-gro<ytai' afttand Tan de woonplaats van^ het' Distriet»- 

• faöold verwijderd ligt, komt de/V/ó^V, of weUoan 
'aiideren naam het 'DorpshooM> voeren mag, oék wel 

aUeen om de veertien dagen of eens in de maand op. 
^2iju er intusschen bevelen te geven , die geen' wtstd 
**gedoogen, alsdan gaan de aan het Dktrictsboofd tqe- 

* gevoegde policiedienaren' dezelve* rondbrengen. Eem- 

{!ge mindere Dorpshoofden , * beurtelings bij het > Dn- 

'trie€sboof(| op«wacht , helpen hierin gewoonlijk. Zo^ 

Idra 'dit bevel ontvangen is, wordt de bréng^hrmg^ 

' eene soort ^ van koperen bekken , of in het rijstblók 
geslagen en de bierdoor verzamelde gememte met 

"hetzdve bekend. gemaakt 'Indien er voHl «oetge- 

^levei<d worden, -roepen de Kéha^a$u lUcgenen op, 
wier beurt bet is, geleiden ben ter fdaatse, > waar 
huimei dienat^ wordt vereisdit, en -besturen* het werk. 

,;ls'dit laatste van belang , dan idoet attlk» ^e'P^tmgie 



15 



%èt^^MI% , dét «te <de -èëwoii«»^ ^|tier «Dena is- opf^ 

èf^^téniÊëèr ^j êe- stMléigm^vdeVvfeet pp^tesgeten, 
^ëfWètitrè^rgts^fUtm^Éfmtijdsri^^ herhaald pKgt- 
'¥êftétei Ad4t' d^-4i«&Bt'<«iittlag;efi. iHj vdt* alsdan in 
^de^kléÉ^ (^ [j^me * i^ess^s ' bewoitere teragp , dooh 
Hröitft^dbdi^Ms^'di9ër'2ijnen^i0py^gBr tan alten pcr- 
'üMifiJken' handMérMd t«i«èii0èttd. 

'die,*^der^)è» iïaamt'van>ilf<MlW€# of gecdcmmt^^ 
dto , ' eèn ' ïdcér ^ «0êt%t - hottdenMtyver het ' verk 4)11» de 
inhuur êfn^60mi»%e (andere trerkaaambeden. Zij zijn 
éigerii}k^e^4f«^](^^f'lKi8iatenf»^ BiilfiotBhooJblen 
'^to^iÉoeten ^de -uit^oferiflg -toch weder aan bet Dotps- 
hëdü dVèrUten , ' dièn 'zij • «alleen » 'waar het te pas 
kdflit, ^ttiïti^ téregt helpen. Hem moet men nn- 
mer Toorbijgaan, en waar ^t-plaats beefi:, onittiiat 
dadelijk vèn^^MtHig. Ook 'dit is een gebrek, dat bier 
en dèiary' oficfcoon niet^aigemeai, èeataat emaleeiits 
als ' inisbiiiik aan te 'merken », dat ^namelijk een 
aÉfdèr, gewoonlijk onder^'den naam van ▼olgeKog 
{Magang) van een of ander HooM , Van den&qgent 
af tot iden gerifigsten Manorie toe, toBSohen beiden 
wordt. gesdioten. Zulks moet echter nadrukkelijk 

"worden tëgeiigegaan , omdat akhis! de '^laat, die op 
de bèvcdking drukt,* nég'Yerrwtaafd^v^oidty en we! 

'ten b^oeve^tën péh%onea,' die 'daarop gcene aan- 
spraak' kfi&nen ' maken. 
'Z^D de-iii^é^k^aèQadbeden van de^SovpAoaCdmige- 

'W^ti^^i '¥^éèhntfdig V dé ¥M»idéelen , wikt'Vgf tan^düe 



16 



betrekking genieten, xyn daaraan geenssins geS?en- 
redigd. Oézehe bestaan , behalre bet CQUectelo(m 
Tan 8 percent van den bnito-aansLig der Landrentea 
van hunne Dessa, in vrijstelliog yan.heerendienstea 
Toor bun persoon, meestal oqk voor de met hen in 
betzelfde huis wonende naastbestaanden : de. diensten 
Tan deze of wel ook nog van een paar anderen zon- 
der betaling: de hulp der gezamenlijke dorpsbewo- 
ners tot het opbouwen of onderiiouden hunner wo- 
ning: Toorts eenige kleine voordeden, als vrij gras 
TOOT een paard, zeker aandeel in de culLuur-opbreng- 
sten, ook in de percenten van de koBfij. Somtijds 
genieten zij vrijdom Tan Landrenten Toor den door 
faenzelve of TOor hunne rekening bebouwden grond , 
en hier en daar wordt deze door de gemeenjte hunner 
Dessa kosteloos Toor hen bewerkt. Bij feestelijke ge- 
legenheden zitten zij in de Dessa voor, en wanneer 
er een buffel geslagt wordt, ontvangen zij door- 
gaans den kop van het beest. 

Wanneer men in het OQg houdt , dat de eigenUjke 
inkomsten der Dorpsiioofden , vooral in kleine dorpen, 
bij geringe percenten, veelal nietsbeduidend zijn, zal 
nlen moeien erkennen, dat zij niet opwegen t^n de 
diensten, welke Tan hen gevergd worden. Wanneer 
men daarbij in aanmerking neemt, dat zij als het 
ware de eenigsten zijn, van welke men den geest der 
bevolking door middel der Reenten kan te weten 
komen ; dat wij alleen door hen op dien geest kun- 
nen werken, dat er ons dus aan. hunne goede gezind- 
heid en trouw veel gelden ligt, is het van het uiter- 
ste belang om hen door eene goede behandeling voor 
ons te winnen. Wij zdve zyn door onze sleUjng te- 



I 



17- 



geaover dea inkader en onze geringe kennis van de 
JaYaapsche taal niet in staat om met dien geest on- 
middeliik bekend te worden. 

Se Distnctshoofiden yoeren onderscheidene titels» 
als Demang^ Wedono^ Diviêie^ Kapalla^Tjifëtaky 
Rongo: het laatste is een eeretitel en beteekent ei- 
genlijk Onder-r^ent. Zij hebben , naar gelang van 
pkatsd^ke omstandigheden, grootere of kleinere, 
weinig of sterk berolkte streken yan eenige duizen- 
den, tot uüb dertig doizend en meer zielen, onder 
hun bewind. Uj zijn voor den goeden gang van za- 
ken in het aan hen toebetrouwde District, in aangele- 
genheden Tan Policie , zoo wel ab van Gnltuur , ver- 
antwoorddijk. Zij hebben eene bijzondere instnictie, 
waarbij de grenzen hnnner bemoeijing met regts- en 
Policie-zaken zijn afgebakend. Met de inning^ der 
Landrenten mogen zij ziöh niet regtstreeks inlaten , 
als welke aai^^ een' faijzonderen inlandsdien ambtenaar, 
onder de benaming van Onder^Ilecteur, is opgedra- 
gen; maar zij z^n rerpligt de belastingschuldige 
Dorpshoofden aan de voldoening Tan dezdve te her- 
inneren , en den Ondei^Collectenr bij de inrordèring 
aDen mogelijken bijstand te Tcrleenen. De opname 
Tan den staat ifBn het gewas gesdiiedt docnr ben of 
onder hunne, leiding. Ook zijn' zij Mj het regelen' Tan 
den aandi^ tegenwoordig en geven, des gevraagd 
z^nde, de noodige iiüichtingen. Overigem ontvangen 
zij hunne bevden of rq^tstreeks van den R^ent z^l- 
TeD, of door de tnssohenkomst van zijnen PtUUh: 
Yoor den Resident is bet onberaden zich met de Dis- 
trictsboofilen te veel in te laten of met hen brie^i»- 
sding te houden. Hy venwakt hierdoor het gezag 

2 



18 



Tan den R^ént eh* Bereikt zddeh bét oogttierk , het- 
wdk hij zich daarhij voorstelt. Bij groote nalatigheid 
der Regenten is dit, bij wyze Tan uitzondering e& 
als eenigste bu^middel » misBcbiea hier en daar on- 
Termy delijk ; maar alsdan is bet nog altijd raadzaam 
zich daartoe van de tusschenkomst Tan den Patitk te 
bedienen. 

Deze Distrietshoofden z^n Lands-ambtenarea en 
worden door den GouTerneur-€reneraal , op toordragt 
Tan de Resident^i , ea in oTereenstemming met de Ae^ 
genten , aanges^dd. Zij ontTangen eenebezold^ng Tan 
ƒ 50 tot / 100 's maands en mogen eigenlijk geene 
andere inkomsten genieten. Zij trekken echter hier 
en daar bij oogluiking nog eoiige andere Toordeden , 
zoo als persoonlijke diensten ten hunnen beboere, 
Trij gras voor hunne paarden bij wijze Tan heèren*- 
diensten gelererd, en dei^gdyke meer. Ook hdbfaen 
zij vr\je woning» en deze wordt gewoonl^k op kosten 
der bevolking gebouwd. Eindelijk Toeren i^ eenen 
distinctiTen zonnescherm of paijong » blaauw Tan Tdd 
met twee gouden strepen om den rand. Hnn schrij- 
Ter en eenige Policie-dienaars warden Tan rcgeringB- 
wcge bezddigd; maar deze zgn veeltijds Toor alle 
werkzaamheden niet toereik^d. Alsdan moeten» ge» 
^k vij gez^ hebben, de mindere Dorpshoofiien te 
hulp komen of zijn er andere onbezoldigde personen , 
die in de boq;> op aanstellitig of kldne vooirdeelen, 
gely k vrijstelling Tan heerendiensten enz. , zich daar- 
toe aanbieden» Van deze door de noodzakelijkheid 
gebodene bulpmiddekn wordt dikwijls mkbmik ge^ 
maakt. 

De Districtshoofcten komen gewoonl^k eens in de 



19 

maaad ter .rapport b\} dea R^geat,.<^ warden. doar 
hem» zoo dikwigla als hi] hen veilangt té wfibAeas 
ontbodea. Ook hebben zy somtijds aïtiog ak As* 
seasoren in de.Regtbank ran ommegangen, waarom 
wij later gel^geoheïd zoUea hebben om 'te flpra^en. 
Hun werkkring is dus, aoo als men ligt kan ni^jaan^ 
zeer uitgabreid en m^eijelijk. Dageüjks komen ay 
in aanraking met de Gontroleura der laddelijke'in^ 
komsten en Culturen en aiidere. daarbij moges^iié 
ambtenaren, die zich ter uitYoerin^ vanalIoB^ Jhfet^ 
geen eene.daddijke TOorSsiening yeréischt, tqt Iftea 
moeten wenden. Er is ter beoordéeiing ran detfe 
noodzakelijkheid, en in het algemeen ter yecmbjdiDg 
Tan allen aanstoot, een zekere takt nood%, >en deze 
is in elk ambtenaar, die met den inlander in aanra*- 
king komt , een noodzakelijk vereischte. Deze doet 
dan ook het best, zoo als trouwens ook de iroorsehriS- 
ten ioiden, om steeds in ovo^egp met den Regent te 
handelen.' YooraL moet de Gmtmleuri behoddcns 
ieene goede pligtsb^tr achting; zich niet te yeel ^ djen 
naam laten Yoorstaan ea in elk ge? ai^ méti vannijdi;iig 
fan den 8ch0n vaii/Ténpieden, de contnde* op - eeüe 
Uesche wgr «toefeneii. Beter is bet,' geringe nua- 
bniiken aao den Regent bekend tenppken^ën dé iiit*- 
werkÊDg ^an diekenBisgenng af te wiacbtan , dan dan 
Rcttdent met.eike^ kleiaigheid laftti^ te( Yatten; JBe 
geidbt&te manier om zich getrouw «tèn zijileti. pli^ti te 
kwijteii en tevens alléjaiióodelooaeii 'aanstoot te «ep- 
mijdea is het; ^rooteslnAflUk^fcv'^tarrdór' dé dienst^ 
ijver Tan tden aieb niet ^genoegzaam weet>ia aehtte 
aemen. ■ ••*'••*'-...'. • ♦•'..•/ •• M / 

Ifa hetgeen wij van dewerk^arohcden der Dorpa- 

2* 



20 



en DistrictshooideQ gezegd hebbeo , zou men kunnen 
Terond^^tdlenj dat de Regent zelf weinig te verrig-* 
ten heeft. Dit is echter decbts schijnbaar, en Tooral 
hij goede Regenten geenszins het geral. * Hunne trouw 
en gcn^enheid is voor ons van het hoekte bdaog en 
hunne tussdienkomst in <mze betrdddngen met de 
inlanders allernoodzakelijkst. Immers het is reieds van 
yed vranrde, dat zij door hunne afkomst en betrdt- 
king eenen verbazenden invloed op de tnlandsohe be- 
volking uitoefenen en dien tot bevestiging van ons 
oppergezag en in ons voorded aanwenden. De inlan- 
der, zoo gehcdit aan zijne voorvaderlijke gdbruiken, 
wordt onder hun bestuur, waaraan hij gewoon ia, 
het vreemde juk niet gewaar en gevodt minder den 
fiqrtstreekschen invloed van Europesche ambtenaren. 
Hij weet ten minste, dat hij een' zijner landslieden 
heeft, tot wien hij zidi wenden kan, wanneer h% 
meent verongelijkt te zijn, en die magt geno^ bezk 
om hem regt te laten wedervaren. Haar buitendien 
zijn wij, zoo als reeds boven is opgemerkt, over het 
.algemeen niet in staat om ons door den inlander te 
doen ventaan , met wiens taal wij niet, of niet ge- 
noegzaam bekend zijn. Haar al bezaten wy deze taal- 
kennis, dan nog zou het vde moeijelijkheden en bot- 
aingen te we^ brengen, wanpeer de Europeaan acb 
legtstredis met het bestuur over deh gemeenen man 
wilde inlaten. Onze inborst is te. zeer verschfliende 
van die der Javanen: w\^ zijn te. haastig, te kras; 
er is vobtrdLt een midde^persooa noodig, die.een en 
atnder. weet te verzachten en aan. het vdk smakelijk 
Ie maken. In buitengewone omstandigheden vooral, 
bij onhisteA en deaqgelyke, leert men eerst r^ de 



21 



waarde dier inlanriHche Ri^atea keonea» inzonder- 
heid wanneer zij tot de inui ouds gevestigde familien 
bebooren« Schajyer deses heaft, giedureüde den oof^ 
leg op Jam, gekgenlieid gehad om dien invloed bij 
ondernndijig op te merken/ en denzéLven op boogen 
prifs loeren stdien. De gemeene man deed uit zich 
zdf roor ons niets, indien hij daartoe door zijne 
Hoofden m'et aangespoord werd: en tot zulk eene 
aansporing ontfaredLt het hun, die fan minderen nng 
zijn dan de Regenten, in gevatten als de aangdiaalde 
aan genoegzoBen invloed., tenzij zig zd?e van hooge 
afkomst mogten zgn. Op .wie derhalve kunnen vrij 
ons in deigdijke omstandigheden beter verlaten dan 
op de Regenten , wier belang met het /onze zoo naauw 
verbonden ib, die met ons staan of vallen, naarmate 
de pogmgen van oproermékers al of niet mislukken? 
Wie kan ons beter met den geest der be? olking be- 
kend maken en van raad dienen, of de gemeene man 
door den een' of anderen maatregel der rqgering al 
dan niet bezwaard wordt? Einddgk, vrie kan op 
eene meer gepaste vrijze, daiï deze aansn^üijke in- 
landsche Hoofden, een zeker tegenwigt stdlen, wanr 
neer de Residenten uit te ver gedreven eerzucht al te 
veel vnllen doen? Zelden toch zal een Resident eene 
zaak willen doordrijven, wanneer de Regent zich daar 
sidlig tqfen verklaart en voor zyn gevoelen gegronde 
redenen weet aan te voeren, indien hij overigens een 
man is, die vertrouwen. verdient. 

Men moet de Regenten derhali^ geenszins als ge- 
wone; ambtenajpen beschouwen. ..Neen, zij z\|n meer 
dan dit: zij zijn onze vertrouwde raaddi^en en in 
het bijzonder die van den Resident, en op hunnen 



22 

ittvlóed is een ▼oomaam gcdedtè iran i ons gezag ge-r- 
T^igd.'^ Mq^tAoqt dit echter niet te. jeia trekken^ 
of Taü -hen, iii'^v; Ijü- orfosten,' te yieal %erwadbl«fe^* 
Hei l«>i?èed8 ^itoeg, wannffer dé iqla&^er in hqti^i 
géfmudstt «ös lijdekjk getroaw 'bKjft e^i dp iHoöMan ^ 
öild^rsteund door onee tafoqp|cn> ous'^wèrkdadig^ l^ij* 
^ttfiii betdeiïen. ' . ». • = ivh. -- ., - / * • 

'i'fl^t^ bij "de reglementen ▼oorgeBchrerén , dat de 
B^^^At ' i^'ét Residbntte ^ondèn ^k^n ! beh^^een af 
tit^eiiiaal: «B vbeh» iw^ipm^ikg. aali [hntifleBl^ wbarpp 
d^R^éttt beoiTa» hi^tt»ck)F^c?rfUehe veasl^g doet«i 
öTÉfr'Jilte verdei^ê^ iBEuigdegéh^ gehpocd .wordt. 

Be bedoelde rapport-dag :^brdt alechis: hij^ to daar 
gehööden, en < tóch ibescfeou'w ikidepidTO^ als fceer 
ntrtf%' en wièt 'wijze inztgten Toorjfeachreven. Be 
stirttste, bg dié giaegenheiditen 1»pn i^preid, maakt 
att^d:een' h^zamen indnik op het volk ^r 200 gehecht 
abn iijne oude gebruikeii; en eoo zeer géstdd op 
ttitek^lijkbeden. ïfet boeeem«^>haar tontzag ;TOor de 
regering 'in , ^tinrieer zij èes* ^mimidags h iniorgens 
doör hét bespelen van bet Ganiblan^^fpel opgewekt, 
Tervölgens den Regent, m^ de wor zijnen rmiig be* 
paalde staatsie en getolg, met nifliuire eerbewijaingen 
triet ontvangen en Inj Am^ Resident toegelaten. Dese 
kalsté namelijk geniét de eerbewijzingen, die eenen 
Slolond toekomen; de R^ent daarentegen, die tbh 
lAiitenant^Kolonel of Majoor, naar mate hij. den rang 
van Jdie Pattie of wel van Tommongong bezit. Voor 
Panfferdtiy een' titel in de laatste jaren voor diensten 
gedurende de onlusten op Java verleend , is geen bij- 
zóndere rang bepaald. Bij deze gel^enbeid worden 
klAgteii aangdboord en zaken, die* daarroor vatbtar 



2S 



sijn, dadol^k nSgeÓBm» Z«oo lieefl de gemeeae man 
het bestuar heut voor oog^ ea mdt levem gri^gea-* 
beid om zijne wenachen of bezwatea ia te br^igen* 
Wiuirtoe diebt ook anders de staatsie a«n de R^gpenten 
en andere Hooiden volgens hunnen rang toc^gekend? 
Waartoe de uniform der Eesidenten , Adsistent-Resi- 
denten» Secretanasen en Gontroleois, indien daarran 
geen gebruik wordt geounkt? Inderdaad,. men moet 
sieh vni wachten om den inhmder, wieoa denkbeeld 
den in het allgemeen nog eoo kinderlyk i^, door 
eene al te gniote eenvoudigheid en onvendalligheid 
omtrent uiterly kheden , in het verkeerde denkbeeld 
te breogen, dat ikij niet weten hoe het b(K>rt én 
menachen van minderen atempd zyn dan hunne Yor- 
irten, die zoo gcset zijn <^ uiteciyken pronken praal 
en docHT den Javaan ala wezena van eene hoogere af- 
komat beachouwd worden* De onluaten op Java heb- 
ben onzen zedel\}ken en stoflelijken invloed' reeda 
geno^ gekrenkt. Het is onaoodig dim nog te ver^ 
Éunderen door bet veronachtzaofen van hetgeen tot 
deazelft iaatandhouding bedraagt, zonder dat wij in 
ataat zijn daarvo(^ ieta betera in de^ilaata te ateUea. 
Te v^ gedrevene vrgztnnigbeid ia, vooral op Java 
toegepaat, zeer achadriijk. Een aanzienlijk Hoofd 
in den Ooathoek werd al bi[)zoiuler geprezen , dewy 1 
hij zoo weinig om uiterlijkheden gaf» niet eens met 
gevolg uitging, en eene zoo boitengewone bedrijvig- 
heid aan den dag legde » dat hg aomtyda den pmi/él 
(de apade) van den landbouwer in handen nakn, om 
te tooaen , hioe noen moeat arbeiden. Dit was hem 
trouwens niet vreemd of onbekend, daar hij zelf vèn 
geringe aékomst waa.. Maar wat was het gevolg van 



24 



dil alles? Dat bij zijn' geriageü iiLTld^^ zoo liij 
dien immer bézetenhad^ geheel veiioor, de acfatiog'' 
zijner ondei^^eschikten derfde, eik wegens OTerdrerett 
dienstijver, die tot geweldeóarij OFerstoeg, -moeit 
ontslagen worden* ' 

De Regenten liebben tot hunne hulp nog eeoige 
andere Hoofden,- zoo ais de Kliwanê in de ho^clne* 
gorijen, die voor. eene behoorlijke Terdeeling der 
werkzaamheden in deondeisdbeideae wijken 'otKam^ 
pongê der hoofilj^ts moeten zorgen, ^ o vet dk van 
welke een bijzonder Hoofd, ter keuze van de inwoners 
der Kampong, is aangesteld. Het is hnn p%t om de 
zindelijkheid en goede orde ia den Dalem en op de 
Aloen-Aloen^ dat is in en rondom de woning van 
den Regent ep op het plein in derzelver nabijheid , te 
helpen bewaren , voor de verwisseting van Koelies of 
dragers van transporten, ais anderzins, hetwdk ge- 
wocHilijk op* dat plein of in deszelfs nabijheid ge- 
schiedt, te waken, enz. Zij hebben daari>ij een of 
meer Mantrie Kabaijan*e tot bunnen bijstand. Bui^ 
tendien heefï de R^nt een' schrijver en eenige Man^ 
triee tot zijne heschikking y welke zijne bevden het- 
pen overbrengen of van zijnentw^ het toezigt hou- 
den, dat dezelve ten uitvoer gebragt worden. Bij 
het voorloopig onderzoek van Policie-overtredingen , 
van diefstal en andere misdaden, alvorens dezdve 
aan den Resident worden ingediend , . wordt hjjj door 
den Klem-Jaxa bijgestaan.' Deze beefit een zdker 
aantal Policie-dienaren en den cipier der gevangenis, 
welke in elk Regentschap tot . voorloqpige bewaring 
der beschuldigden dient, met zijne fadpers onder 
zich. Hij heeft ook . zitting in den Regentsrand en 



26 



▼errai^ den Uoofd-Jaway bij ahrezighcid of ziekte, 
ab openbi^ar aanklager bij den Lamdraad. > 

.Bet is hier de jdaats -om met een enkel woord orer 
het r^g^wesen te spreken , in zöo Térre hetzehe tn 
aanraking komt met het binneolandsch bestuur op 
Java. • Oe R^gtbanky die kèhois neemt van aila ci-^ 
nele zaken zonder ondeiacheid i)^ en tevens nitqiraak 
doet over misdaden, waarop de doodstraf ntet toe> 
paaadijk is , is de Landraad* Diezelve houdt hare zit* 
tingen in de hooldplaatsi der Resifkntie, waaiheen 
de gevangenen ten spoedtgste' uit het huis van toot- 
loopige bewaring naar de algemeene gcfrangenis moe^ 
ten worden ofsergebragt. Somtijds echter tiadt de 
Resident, wegens de al te groofe a&tandèn« goed <mi 
ook zittingen van den Landraad in de veracl^ende 
Regentschappen te doen-j^laats hebben. Ook honden 
sommee Adsistent-Residenten Landraad in hUn res^ 
aort. De Renten zelve kunnen niet anders y dan 
met voorkennis van het Gouvememeiit / in regten. wor- 
den betrokken. Be Landraad is zamengfestekL uit den 
Reaidait of Adsiatent-Resident ak* Voorzitter, den 
Regent en nog een paar' andere HooMen als Leden: 
deze worden jaarlijks, op voordragt van ' den» Resi- 
dent, als zoodanig door den Gouvemeor-^ïeneraal 
benoemd. De Hoofd-Jodra of Fkkaal veryult bij den- 
zelven de werkzaamheden ^an het publiek miniaterie. 
De criminele voDiAtissen van i deze Regtbank zijn wit» 
baar voor revisie bij het Hof te Batavia* Zaken waarop 
de straf des doods'zou kunnen volgen, zoo als nioord. 



^} Die welke de som van f 50O te boTen gaan ujn 'vatbaar Toor 
hiKiger Iveróep op ttW dèr Railèii Yita Janitje op de idiie flo0f(^(dutMBi. 



28 



afloop van den kijstoogst geteeld wordt,* het geval is« 
Wie, die met dea aard des inlahden niet geaoègBaam 
bekend b, 'zoo kunnen gelooven, dat het nooiiüake^ 
lijk 18 hem jaarlijks, bij bet iiifalleii der regens, aan 
te sporen om zijne rijstvdden, het hoofilniiddel Tan 
zijn bestaan, te bearbeiden? Dat men telkens bij 
hem aanhouden moet om dé Tereischte boereelheid 
Padie te bewaren , om dcsdve te .bezaaijcn ? En 
toch leert de ondervinding , dat, zonder deze tootw 
zorg, de Telden TeeliA te lagt worden bewerkt of 
8(witijds, uit gebrek aan zaad 9 bmak blijren liggen. 
Het GooTemement heeft getracht om hierin zoo Ted 
mogelijk te Toorzien en 'draagt zoi^g^ dat de inlander 
een gededte Vftn; zijnen rijstoogst afisondere,. om voor 
zaad te bewaren. Er zg i]i. bijzondere Hoofden , onder 
de benaming Tan Manirie^oêloeHfeloe of HooMen der 
bronweilen of wateiiéidingen^ aangesteld, wier uit- 
sluitende bezigheid bet is om Toor de instandhouding 
Tan dammen en leidingen te waken en te' zoi^gen, 
dat het water gelgkmatig en naar bfll^kheid ten 
dienste der rijstTdden of addere plantsoenen Terdedd 
wopde, en die, op wein^ uitzonderingen na, aan 
de Kstkïctshoofden ondeigeBciiikt zijn. Haar door 
dit dies z^n de bemodjingen der ambtenaren, die 
OTer alles het oog moïeten houden, sedert 1830 zeer 
uitgebrdd geworden. Niemand toch zal zich , na het 
gezegde, Tcrwonderen, dat de GouTemeaiettts-cultii- 
ren onophoudelijk door ben moeten worden gadq;e^ 
dagen en zonder dit aanhoudend toezigt- slecht zou^ 
den gdukken. De belooningen bon daarroor, door 
percenten, toegekend worden dan ook ruimschoota 
▼erdiend : o6choon het niet te ontkennen Tdt , dat 



29 



deedve ^mtijds te hoog stijgen en de eerzucht der 
jeugd^e ambtenaren daardoor meer op geLdgewin, 
dan op bevordering wordt gevestigd. Latere bepa-* 
lingen zoeken achter hierin te voorzien* 

Om 2icb een, denkbeeld yan de uitgebreide bo- 
s^pbeden dier ambtenaren te kunnen rormen , moet 
men met den aard der werkzaamheden , welke de 
landbouw daar te lande Yordert » yan nabij • be- 
kend zijn. Wanneer er, bij voorbedd, eene aan 
planting yan soikenïet moet geschieden , is het niet 
genoeg» dat daartoe de geschiktste relden uitgeko* 
zen en de arbeiders uit het yolk (volgens de voor- 
schriften yier man per 500 Q roeden) afgezonderd 
worden: dat terrein moet a%e8token en omheind, 
yoor den afloop yan het water gezoi^, en acht ge- 
geven worden, dat de grond goed en diep genoeg 
wordt omgqploegd en men niet dan goede en gezonde 
loten yoor de aanplanting bezigt en op den behoor- 
lijken a6tand in den grond zet. Deze moeten weder 
naar omstandigheden besproeid» het onkruid gewied, 
de aarde aan de wortels opgehoogd , en het ri^ riet 
tijdig gesneden en aan den molen gebragt worden. 
%t is daarbij de taak der Districtsboofden om aan 
elk Bessa'shoofd zijn bepaald aandeel aan te wijaen , 
dat op een in de suDcertuineh geplaatst bordje staat 
aangeteekend , en hem bovendien yoor al het door 
het yolk zijner Sessa te yerrigten werk verantwoorde- 
lijk te stdQen. Dit Dorpshoofi . dient dan ook nood- 
zakelijk eenige kunde te bezitten van het werk, waazv 
over hij het toezigt heeft» en moet» bij onbekend- 
heid daarmede » den iraad en de inlichtingen der daar- 
yoor gestdde Maniries inroepen. Verzuimt hy dit te 



80 



gestyaft Zi|joe taak ia derbalüe» bij alb n^ne oter%e 
werioaamheden, yerre Yan gwnakkdtijk; want op deD 
^Ter van den gemeenen planter kan mén ssicb ia .den 
regel nimmer Terlaten. Haar het zgn Tooral ook de 
Gontrolettcv, op velke het werk toot bet grootste ge- 
deelte neerkomt. Wanneer men bedenkt ^ dat de 
aanplantingen yan suikerriet in eene Residentie niet 
zelden 8000 bouws yan 600 D roeden beslaan:, zal 
men ligtdijk b^grijpeni dat deze ambtenaren, al nga 
zij met han yieren, zoodat elk bet töezigt pyer on^ 
geyeer 950 bouws moet houden , bij hun ander werk, 
de banden yol geno^ hebben , om zich met alle b^ 
zonderheden* in te laten , waarop het nogthans ^ooiv 
namelijk aankomt. Dit is te meer het geyal, daar 
deze werkzaamheden doorgaans ydoryallen in een' tijdi 
waarin bun nog zoo yde andere ambtabezigheden , ak 
de yoorbereiding yaq den aanslag der Landrenten, de 
taxatie yan het te yeld staande gewas, oi het opzigt 
oyer bfjtzelye, te yenrullen staan. Komt hier nu no^ 
bij, dat zij soms eeq%e duizenden bottws met Indigo* 
plantsoenen moeten gadeslaan en zovgenv dat déze 
yerwstof goed bereid wordt , dan ' waiea-iyk behoeft 
men, zich niet te verwonderen , zoo dj somt^ds in 
het een of ènder . tie kort schieten. Inderdaad zal 
het werk ook op den duur nooit naar eisch kupnen 
yerrigt worden zonder de niedewèAing' yan eeMa 
goeden R^nt en andere HooMen:* maar deze Hoóf^ 
den zelf e zullen spoedig in hunne va*k^amheid yier- 
flaauwed , indien zij daartoe niét door gestadjge ber* 
inneringen worden aangespoord e» opgewekt uit hunne 
onyersöbilligheid , die als het wareeen algenleene ka- 



31 

rftktertrék 4er Ifliwien is» Bij dit^Ue» Iromt iiag^tom- 
tijds de koi^cuItQiir en de inoogstingr tga dat pn^ 
duet. Ook bij den aanl^ der koffij tuinen moet met 
orerl^ en oplettendheid worden te werk gegaêsi: 
want Tan de keuze en de eerste bewerking der gron^ 
den, roornamdijk van het zuiveren Tan dezelve vw 
onkraid, hangt alles af. Ook dit kan niet aan de 
Hoofden alleen, en nog veel minder aan den gemeenen 
man worden OTergelaten. De Controleur doet zdfi 
het best, wanneer hij zich, voor dat er een aanvane 
met planten gemaakt wordt, zelf verzdiert, dat iede# 
boompje zijne wortels ongeschonden heeft behouden 
en hetzelve regtstandig in goede en fijn bewerkte 
aarde wordt geplant: inderdaad, eene taak, die» wan* 
neer de aanplanting van een saisoen eenige honderd- 
duizend stuks bedraagt, geenszins gemakkelijk is! 

De Ck)ntroleurs dienen; derhalve, als het ware hand 
aan hand , met de Agenten en andere Hoofden te 
werk te gaan en het zich somwijlen te getroosten om 
de inzigten vaq deze te volgen, al verdienen zij wel 
is waar de voorkeur niet, indien zij decbts niet lija-» 
r^ met de bestaande voorschriften in strijd «ijri. 
Eerst dan, wanneer de Regent eene zaak blijkbi||ir 
geheel verkeerd inziet en van zijne opgevatte meeding 
niet k af te brengen, is het tijd om den Resïdeal 
daarover te onderhouden en deszelfi bevelen te vri* 
gen. Jonge ambtenaren gaan hiei^in dikwijls uit ver-* 
keerden dienstijver al te haastig te werk en stoten 
aldus de inlandsche Hoofden, die van inborst niet 
zeer voortvarend zijn, onwilldceurig voor het hooftt,' 
eene onbezonn^heid , waartegen men m'et genoeg 
kan waarschuwen. 



32 



Uit al, hetgeen wij gez^ >hehben, laat het zich 
Ugtelijk opg^en; dat eene veraaderiog in dezen staat 
Tan zaken , zonder nog te qpneken yan de groote on- 
kosten , die een meer q[>eciaal beheer zou veroorzaken , 
hoogst ongeraden en bedenkelijk zijn zou. Wanneer 
men in het oog houdt, dat de verdeeling. van het 
werk zelf, zoowel ab het beurtelings ia dienst stellen 
der arbeiders, gdied van de zoi^ van het Doi^pshoofd 
afhangt en moeijelijk beter. aan iemand anders kan 
worden opgedragen , dan aan hem, die door de Trye 
keuze zijner medeingezetenen tot die betrdüdog ge- 
roepen en met de belangen van elk hunner bekend 
is, moet elke yerandering yan dien aard zoo goed als 
onmogelijk schijnen, en eene wijze staatkunde zal 
zel& den schijn daaryan trachten te yermijden. Maar 
ook de personele aanslag, door sommigen yoorgestdd 
als een middel om 's Lands inkomsten te yermeerde- 
i«n, ' behoort tot die hersenschimmen, welke op den 
trap yan beschaving, waarop de inlander zich be» 
yindt, en bij de middelen, welke wij. bezitten, om 
hein te besturen, wat meer is, om ons door hem te 
doen verstaan, voor geene verwezenlijking, vatbaar 
%^é Hen bedenke toch,, d/it Java. ongeveer zeven 
millioenen inwoners telt, en bet getal onzer anibte- 
naren nog niet zoo vele hoüderden bedila^^ : dat onze 
krijgsmagt betrekkelijk gering is, en de kosten vaa 
elke venn^erderiog van dezelve, hoe onbeduidend 
ook, zwaar op 's Lands geldundd^ea zou drukken, 
tomers neant men daartoe EuropisaJden ; dan bdoo- 
pen dezelre .aanzienlyké. sommen, vooral ooki>m,de 
sterfte, die onder onze soldaten pleqgt te heerschen , 
voor dat zij aan het klimaat z\jn gewend. Wapent 



33 



men daarentegen een te groot getal inlanders in ver-* 
houding tot eerstgenoemdeny dan sou dit wd eens 
gevaarlijk kunnen worden. Eindelijk» men nioet zich 
van de diensten van Javaan tegen Javaan niet te veel 
belooven. Buiten zijn eiland is hij. een goed soldaat, 
waarvoor hij , onder anderen, op Geylon hekend stond; 
maar, hdialve dat het slecht vechten is tegen lands* 
lieden, k bij in het land zijner geboorte aan te veel 
verleiding en andere kuiperijen. hlootges^teld, om met 
vrucht als zoodanig gebruikt te kunnen wiurdeJi» 

De voora%aande beschouwii)gen zullen, gelijk ik 
mij vleije, het bewijs opleveren, dat, indien zqo wel 
vroeger de Oost-*Indische C!ompagnie, als naderband 
het Nederiandsch bestuur op Java, bij de middelen, 
waarover zij konden beschikken , en ia de omst^dig* 
heden,* waarin zij geplaatst waren, ;Eeer veel goeds, 
en ondndig minder kwaads , dan andere l^uropesche 
Mogendheden in hunne koloniën, hebben verrigt, 
zulks vooral daaraan is toe te schrijven , dat men veel, 
zeer veel téh, aan het huishoudelijk beleid der Stoof- 
den beeft overgelaten en het midden- weten te houden 
tosschen al te groote bbmoeiwcht aan de eene , eji 
verwaarloozing van de belangen der geringe volksklasse 
aan de andeie zijde. Die bdangen vindep in de l^nd- 
having Tan het voorvaderlijk JDe^'sbestuur den bes- 
ten waaiboig, en ieder, die zioh te beklagen heeft, 
vindt vrijen toegang bij de Renten en den Jlesjd|Bnt. 
Het DoipshooCl weet, dat b\j, bij al te grpote kne- 
velary of onderdrukking der bevolking , ten gevolge 
der tqfen hem ingebragte klagten , gevaar loopt om 
ontslagen te worden. Hij weet ookj dat eene goede 
behandeling zijner ondeiigeschikten , aan y ver in de 

3 



34 



diensl gepaard, hem zijne betrekking niet alleen zal 
doen behouden , maar dat deze ook bij Toorkear op zijn' 
zoon of een' ander zijner naastbestaanden zal OYei^gaan. 
De dorpelingen toch bepalea hunne keuze gaarne bij 
gevestigde femilien, en ziea liever g^oede ingezete* 
nen aan het bestuur, dan dezulke, die van middelen 
van bestaan ontbloot zijn , niet alleen omdat rijkdom 
overal zekeren invloed verschaft, maar ook omdat 
iemand, die daarvan verstoken is, veelal op middelen 
bedacht is om dien te verwerven en een Dessa'shoofid , 
meer dan een ander, gelegenheid heeft om dit op 
eene onwettige vnjze te doen. Volmaaktheid is in 
dit opzigt nergens te vindea. Zelfi in het beschaafde 
Europa 'bestaan maar al te vde misbruiken en zijn 
het de burger en de landman , op wdike de n^eeste 
lasten drukken. l>at dit ook op Java het geval is^ 
zal men uit het bovenstaande gemakkelijk hebben 
kunnen c^maken, en het is buiten aileoi twüfel, 
dat er van den Javaanschen landbouwer veel wordt 
gevergd. Ontneemt men hem nu nog het r^ om 
zijne Hoofden te kiezen, dan is hjj geheel van den 
waarborg verstoken , welken 'die aloude instelKng hem 
Verzekert, en aan de willekeur van bezoldigde die- 
naren of gunstelingen prijs gegeven, wdke met d« 
middelen, die ter onzer beschikking staan, op geene 
-mogdrjke wijze onder b^oorlijk toezigt kunnen g». 
houden worden. 

Haar ook de r^en der Hoofden worden bij de 
bestaande instdlingen geëerbiedigd en gehandhaafd. 
Deze te miskennen of te willen verkorten , zon evea 
onstaatkundig als onregtvaardig wezen. Door het Ter- 
loop van eeuwen zijn de afrtammelii^gen van de tal-- 



36 



rijke Yorstal en Grooten des laads, die tot in het 
oneindige met étkander zijn Termaag8chapi, in de 
Hoefil-Negorijen (cene one^nlijke benaming Yoor Nê^^ 
griê of zetel des bestuurs) en in de dorpen (Dessa's) 
renfkreid. Door deze met land en volk begiftigd, 
heUien zij zekere r^en verkregen, die geenszini 
OYer het hoofil gezien, maar wé, degelijk faij de ver* 
deding of omslag der belastingen en yerpligte werk-* 
zaamheden in het oog gehouden moeten worden* 
Hen bqfrijpt gemakkelijk, dat iemand» die zélf land 
bezit en gewoon was dit door anderen voor zijne re^ 
kemng te laten bearbeiden, niet eensklaps landboo^ 
wer zal willen worden: terwijl een ander, die van 
der jeugd af zich met handenariieid heeft bez% ge* 
boaden, dit gaarne voor dien meer aanzienleken land» 
genoot, tegen zékere belooniDg of TiijsteUuig Tsa 
geldelijke lasten, zal blijven ?err%teD. Dit is de oor» 
tproag ran schikkingen en OTereenkomsten ,• die tot 
nog toe buiten het bereik onzer bemoegingen zyn 
gdileren; en wie onzer zou het aannemen, een plan 
te ontwerpen om hierin Tan regeringswcige te. Toor-» 
zien zonder groote opofieringen, afkoop van regtcn, 
of flchadefergoeding tui een* anderen aard, zoo als, 
oaar r^ en billijkheid, zon moeten gegeven worden? 
Het il derhahe mijne stdlige overtuiging, •— die 
troQvens ook door de Regering zoowel in het Moe* 
derland, als in de Kolonie wordt gedeeld , — « dat w^ 
moeten trachten het beslaande te bewaren » en ons met 
tot velerlei nieuwigheden laten verleideo door schoon* 
schijnende bdofken van meerdere inkomsten onder een 
meer regtstredksch en onmtddelijk beheer, bij een^ 
hoofSdijken ea personelen omslag der belastingen, 

3* 



36 



en wat. dies meer zij. Het zoogenaamd deiaUed nett* 
Ument der Bngelachen, waarbij zij ten oogmerk had-* 
den om de belasting met eiken landbouwer perso<m- 
lijk te regden, moest die strekking hebben, en met 
dit denkbeeld zijn sommige onzer hooMambtenaren 
ingenomen, al ware het alleen om iets nieuws te kun- 
nen tot stand brengen* Voordat zoodanige inrigting 
in werking zou kunnen komen, zouden zij zdre reeds 
lang Yan bet tooneel zijn a%etreden en de wrange 
vruchten van. die verkeerde verbeteringen ten kosten 
van 's Lands wezenUjke belangen door hunne opvol- 
gers laten inoogsten. Laten wij den tijd toch niet 
vooruitloopen ! Het eenigste, dat weUigt tot' verbe- 
tering van het lot van den inlander op Java te doea 
ware, is meer zorg te dragen voor het onderwijs. Dit 
is nu gebed in de handen vsan eenige weimge onbe- 
schaafde priesters, en wanneer deze naar Mecca tiyt 
geweest, komen z\j gewoonlijk als dweqpers tenig. De 
zaak evenwel is uiterst moeijelijk, omdat elke poging 
van onze zijde, tot verbetering der leerscholen aange- 
wend , al ligt wantrouwen zou opwekken , alsof wy als 
hervormers in de Godsdienst wilden -optreden. : Dit zou 
voorzdcer Van eene zeer verkeerde uitwerking zijn, den 
ijver van dweepers tot tegenstand opwekken, en alsdan 
ide schromëlijkste gevolgen kunnen. na zïoh. slepen. 
Gelukkig is de Javaan geen zeer nauiWgezet opvolger 
yan de leer van Mahomed. Meerdere beschavioig zou 
dit misschien ten gevolge kunnen hiebben, tem^ware 
men hem tot het Christendom wist over te halen. Doch 
ook hiertoe zijn de uitzigten niet gunstig. Waar toch 
Vindt men onder de Hahomedanen , die hunne leer als 
het nieuwe licht beschouwen,» vde Proselieten? 



iiPffllNGSEL. 

OTfiR BSN ADBL OP HET EIUND UTA. 



Ik héb yro^^er gez^, dat mj in het algemeen 
uog niet genoegzaam met de aristocratie der dorpen 
op JaTa bekend zijn of in den geest derzelTe zijn 
doorgedrongen. Tot staving Tan dit ges(egde, heb ik 
het niet ongepast geacht, hieronder eene korte schets 
Tan den adel en de aristocratie op JaTa te gcTcn. 
DezelTe kan tevens tot opheldering strekken Tan de 
hieribij geToegde Tabd, waarin ik een zoo Teel mo- 
gelijk Tolledig oTcrzigt Tan de tegenwoordige Regen- 
ten, derzdTer afkomst, rang en titds heb trachten 
te geTen. . 

Deadd op JaTa grondt zich hoofdzakelijk op afstam- 
ming of waardigheden door iemand bekleed. Het 
TerhefEen tot den adelstand, zoo als in Europa, Tond 
geene plaats, en zoo al soms onze Regering aan 
inlanders den rang Tan Raden of Maoê Terleend, of 
in de acten Tan aanstelling tot zekere ambten ten on- 
regte to^pekend mogt hebben, berust dit hoogst 
waarschijnlijk csg een nusrerstand , hetzij door de Ter- 
keerde opgave der belanghebbenden, of uit de onjuiite 
c^ratting Tan de autoriteit, die hen Toorgedragen bad, 



38 



ontstaan* De Javaan toch in het algemeen, en Tooral 
diegenen, welke tot hooge ambtsbetreklungen , zoo 
als die van Regent, geroepen worden, zijn zeer ge- 
neigd om eene hoogere afkomst voor te wenden, dan 
zij werkelijk bezitten: en geen wonder, dat hiervan 
dikwijk misbruik is gemaakt. Ik wil dan ook geens- 
zins instaan voor de wettigheid der titels van Raden 
of Maae van sommige der in meeigemdde Tabel voor- 
komende Regenten; maar ik heb, vermeend van de 
door het Gouvernement in officide stukken erkende 
predikaten niet te mogen afwijken. 

De adel dan, door geboorte verkregen, is verdeeld 
in vijf klassen : 
De eertie of de Vorst wordt Daniêwara genaamd. 
lijae afitammelingen voeren het predikaat van Radm. 

De tweede of de geesteiyke stand is Mameuxtra ge- 
heeten. Het predikaat van zijne afitammelingen is 
Bagoee» 

De derde heet Soemantria of ambtenareo (Pepaiik) 
en bune nakomeüngen Ki^Maae» 

De vierde ^ Braiia genaamd, bevat den minderen 
adel of aristocratie, zoo als onze patriciërs: zij voeren 
het predikaat van Tjelhh of Keniol. 

Eindelijk, de vijfde of laagéte klasse der buiigerij , 
om mij zoo eens uit te drukken en eene veigelijking 
met Europa te maken, wordt Tjendala geheeten, 
waartoe alle bazen en handwerkslieden, zoo ak tim* 
merlieden, metselaars, gzer*-, koper-, goud^ en zil- 
versmeden, enz. behooren. 

Personen , die de regering aanvaarden of in ambts- 
betrekkingen treden, zijn gewoon onderscheidene na* 
men aan te nemen, welke naar gelang van hunne 



39 



afkoDist» of in OTereenstemnuiig met dexehe, mm of 
meer hoogdraTCod zija: b. t. toot de Damiswara: 
fiewa koesoema (hbem der Godheid), Soeria koesoema 
(faeiMlflbloero} « Prawira Adi Niograt (de eersteKng 
Têtk het Heelal}, Soeria Adi Ifiilgrat (de bemelio^^ 
Taü het Heelal), of i9^d, llan^oe di Niograt (de kom 
¥aa bet Heelal)» Haagkoe Boemie (de kom der We- 
rdd)y Pkkoe Negoro (de qpqker van het B^k), Pakoe 
Beeniie (de spijker der Wereld). 

Voor deMtmUwara: Soema'wi I)Soijo, Djoijo Negoro. 

Yoor de S^tnumtriae Bauoe Rodjo^ Niti Re^jö, 
Kerto Bofiso. 

Voor de Jtraiia: Kertie wongso, Kertie Bjoijo, 
Sieogo Troeno» wongBo Tjttro. 

Yoor de Tjmdatas Goeno wi Djoijo , Kertie jGro^ia, 
Rdfiogoeiia» Astro Goena, Brodjo Goeno, ofdeige- 
lijke : alle benamingen y die op het ambt of beroejp, 
door deie kbne nit^;eoefiniri ^ betrdiking beUbeo. 

Ter rerklaring Tan de hierbij gevoede Tabel aal 
bet genoegzaam z^a aan te merken, dat uit de ko- 
lom, die tot opschrift voertt Afrtammmf^ genp^*- 
zaam hlijkt, tot i^rdke klasse êÜL der Regenten be^ 
boort. Orerigens ogH hii— e namen «d Teaard^beden 
in dier Toege gesteld, ak gebruikeiyk is, namelyk 
eent bet predikaat Tan den rang, dien zg door ge- 
boorte bezitten, Terrolgens ds titel hunner ambtabe^ 
trdkkiflg, en eindelgk hanne namen aelve; Zoo.stalA 
ba T. onder Bantam: Bmém jéüfBltti^ Mandêerm 
Radja Djaya Negarm* Radm is bet predUuat Tah 
adebjke geboorte; AdipatU^ de titel Tan Regent, 
dgenlijk Rijksbestuurder jot Hoofd der Pepaities of 
Regenten : Mandoera Radja DjayaNegara zijn namen . 



40 



Reeds hebben wij yro^er aangemerkt , dat de Re- 
geuten onder het Nederkndach bestuur aileên den 
titel Tan Adipatti of Tan Tommongong Toerden. 
Later heeft men sommigen ook , in naT^ging der Vor- 
sten, met den titel van JPanfferan b^fiftigd/ welke 
Teelal door Pritu wordt Tertaald. De ;Eonen tan den 
Vorst bij de eerste Trouw of Ratoe zijn Pangeran: 
andere , Tan bijwiJTen geboren , eriangen dezen titel , 
wanneer zij tot jaren Tan onderscheid gekomen zijo. 

Raden Mtuu is het predikaat Tan den zodn eener 
Prinses of Vorstendochter , die met . een' Regent of 
ander aanzienlijk inlander gehuwd is. 

Kiai is het predikaat Tan eerwaardigheid door ge- 
boorte, ouderdom of amblsbetrekking, dat door de 
Reenten bij ontstentenis Tan dat Tan Raden of Maa^^ 
of ook wel ter onderscheiding Tan hunne zonen, wan- 
neer deze denzelfden naam dragen en ook Regenten 
zijn, geToerd wordt. Het woord beteekent eigenlijk: 
grootrader. 

Het predikaat Aria wordt door de zoodanigen ge* 
dragen, welke Tan Taderszijde Tan Dóniêwara en 
Tan moederszijde Tan ManUwdra a&tammen. Voor 
dat zij den ouderdom Tan zestien jareii hébben be 
rdkt, dragen zij den naam Tan Raden Bagoes. 

EindeLgk Tindt men sommigen^ die het predikaat 
Tan Pandjiê achter dat Tan Raden of Maae Toeren. 
Het zijn de zoodam'gen, welke Toorwenden af te stam- 
men Tan den Teigoodden held Tan dien naam , in de 
JaTaansche geschiedenis bekend. 



t . • •' 



.J / 






TAFEL, 



t' ' 



AARTOOirBlIOI 



Ql TEGENWOORDIGE REGENTEN OP JAVA 



Kif 



DERZELVER AFKOMST. 



» . •: 



• I 



42 



g 

f 
§ 



1 



3 



TAM m UUmKlAP. 



Serang. 



TjiriogiiL 



Lebak. 



N 1 1 M 

▼jjr nv iMurr. 

Raden Adipatti. 

Mandoeim lU^ja Djaija Negum. 

Raden Tommongong. 

Win di Ojaya. 

Raden Tommongong. 

Karta Natu Magum. 



GEBOOBTEPLAATS. 



Buitenzorg. 



Poerwakarta. 



Raden Adipatti. 

Wieim KatU. 



Raden Adipatti. 

Soeria Winatta. 



Buitenzoig 
(Bogor). 



Buitenzoig. 



s 



Tjiandjoer* 



Bandong. 



f'^nl'^tftti 



Raden Tommongong. 

Soeria Natta lUngiaU 



Raden AdipattL 

Wieia Hatta Koewema. 



Raden Tommongong. 

Soena Negara. 






Tjiandjoer. 



Bandong. 



Soemedang. 






43 



^fPSTAlHim. 



Tan de oode Regen- 
wifamUie Tan Bogor. 



TERHilMOUPPIliG. 



AANimULimBN. 



Ymn de oude Begeft- 
rnfa— ■'** ^^wi Bogor. 



^ta 



Xet de Regenten in de 
Freanger Regentsckappen. 



Zo<m Tan den tegenwoor- 
digen Regent Tan Bniteaaoig. 



BeaB ^ Begentoi 
«ervn op Tan de toot* 
aafige Tenten 'fwi bet 



Deae Regenten ijjn onder- 
ling TtnwiigicliiiiA <& b^ben 
-weinig of gecne betieUungen 
op die beooaten de riTier 
Tjifflianoki alt welligt met 



.'OeRMideiili^ Bantam beeft 
eene in Tele opaigten Tan ^Ta 
in bet algemeen Teracbillende 
bevolking , aoowel wat taal als 
iniMüioifeM acfigaat. Jff ia 
een en ander minder bekend , 
en xgn daarom de nerenastaande 
koloBunen oningemld gelaten. 



De landtaal is bet Snndaascb, 
even als in de Pieanger landen. 
Het land maakte een gedeelte 
uit «HÉ bet R^k van Padjajaian. 



Het Snndaascb U bier de 
landtaal» 



* ^ , 



AAftMM 



Bniteniorg en de Prsaftger 
Regentscbappen iqo Tan die 
landstreken op JaTa» welke 
bet eent en in der minn^bg 
Terdrag tot bet Nederlandscb 
Govremement ign orevgegaan , 
na de Termeeatering Tan bet 
Rg^ Tijn .Jakatra, betwelk 
dat Tan Padjadjann onder de 
Mabomedaanscbe Snltana bad 
Tervjn^g«n« De Freanger Re- 
gentscbappen waren alecbts met 
losse banden aan da Torsten 
Tan JaTa gebecbt. De taal 



4» 



GEBOQimPLllTS. 




Tjiandjoer. 



Soekapoera. 



ELiai Adipatti. 

Aria Soen Adi Ningnt. 



Cheriboii(eigen< 
lijk Tjarbon}. 



Raden Adipatti. 

Aria Karta Adi Ningrat. 



Koenifigan. 



Galoe. 



Haas Tommongong, 

Adi Rcdjc. 



Raden Tommoi^Dg. 

Koesoema dl Natta. 



Lasseoi 
(Rembang). 



Koeningan. 



Banagara. 



45 



AfSTAiaiUiG. 



adjadjèfpa Af te stam* 
hetwelk Teel 



len 



TERHAIMGHAPPUIG. 



den Hegf^f, .vtn Q^iot GherÜMMiy 
wiens l^gentKluip aan Soe- 
^larachijn I ijk heid heeifc .1 medang gnoat en alwaar men 

nog Snndaaach ipreekt. 



AiMlIERlUKGEN. 



i r. 



hnnner Itewonen Tenchllt ook 
«er Tan het ei^nlijk Ja- 
Taanadi , agnde genaamd de 
Snnda- of beigtaaL Deze Be- 
genten genieten Tele Toonre^ 
ten boren die Tan /a? a in het 
algemeen. 



I • < 1 1 



Tan ttkeren Sultan 
Moehamadf een gee»- 
lelijk oppeikoofd, en 
ran Aria Baiuakja Tan 
Bantam. 

Tan zekeren Priester, 
Boestaman genaamd, 
▼elke lick bij de 0. 1. 
, Com|»^afdicna^li}khad 
gemaakt tijdens het be- 
leg Tan Samaiang door 
dcD Soesoehoenan (Kei- 
ler Tan XaTa). 

Tan mkeren Pango- 
ran d^-Vattt Awangsa. 

Tan de Toonnalige 

Kegeoten Tan Banagora, 

WnJamien Tan Tjar- 

I W, Preanger Landen. 



Met ondi EageBtfeniunUiën 
te Tjarbon en met den Sultan 



Xet de tegenwoordige Regen- 
ten Tan Pekalongan , den Toor- 
maligen Regent Tan Samarang, 
K^MkVp^ 3oefcvt.a4i Jlea- 
goUo (toeibi^a), .thans ook 
gehuwd met de dochter Tan 
den Regent Tan Tjarbon toot- 
noemd. 

Met de Sultans Tan Tjarbon. 



Met de Regenten in de 
Preanger Landen. 



Troeger was b^ Regent te 
Madja (thans Madja Lengka 
genaamd). Men spreekt in dit 
Regentschap Snndaasck en la- 
Taaosch. 

Hij heeft cijnen schoonTader , 
en deae hem Terrangen, ~ 

' • • ' I • ' I 



Hier spreekt men Snndaasch. 



46 



Raden Tommongoiig. 

PaottUi Ojjotda. 




Raden Adipatti, 

Wirio Adi Negoro. 



Raden Tommongon^* 

Ario lageny Rono. 



47 



jyFSTJJI101l&. 


TEBIIÜAMHAPPINfi. 


AIBMEBKIIIUN. 


Oada S4g|9BtcBf«fflir 


liet de. T«^n «^ Solo; 


.Ter beloiptng Toor dienaten » 


ien te Tëgtd (Jfftas). 


ajoe m^ede» was eene doc&- 


in den oorlog op Jaia bcTre- 




-ter Tan den Pangenn li^ 


■en^ tot Pangeran Teiberen. 


■ 


P^ IM|«)(p^ Nego^» on- 


Il» 4es9 JMtetie ia bet Ja- 






taanach de landtaal t«t om de 






Ooit 9 onder Soeiiba(j«; ook 
Panoeioean Toor een gedeeke. 


* 

' Uem. 


Broeder van den Toonf ge- 
noemden y echter Tan eene an- 
dere moeder (bgi^jf). 


♦ 


Oude Bcf^ieiiluiiilie 


Heeft agnen Tader ala Begent 




te Kimwuig. 


Terrangen. De» waa onder 
den Haanchalk Daendela Tan 
Krawang naar Brebet Ter- 
plaatsty, aeer tegen agn' sn 


■ 


t 


en het gebruik of de gewoonte. 


■ 


Tan den te Toren g<- 


Met den tegenwooidigen 




ooeaden fAMxt Boe- 


Soltan Tan Soemanap en met 




Maoum Tan Sftnnnuig. 


de Begcntco Tan IfiigeUng, 


' m 


1 


TemangoBg» Wonoaobo en met 


» • 9 




den Pangenn Blitar Tan I)joc- 


^ 




jokaita. 


■ 


Tan den Tooniialigen 


Met de Begenten tan Japari , 


Zgn Tader ia gepenaioDeerd , 


BegcBt tin Win-DeMt, 


TVieban en Jawuui. 


iqjiidé Teor dientteni , in de 


onder den Maaxsdialk 


• 


onloiten op JaTa beweasn, 


Ikendeif naar BaUng 


» t 


tot Pangeitn TerboTtti. 


vopknut, en het Be- 


• 


• 


gcntichap ingetrokkea. 


- 


■ 



4d 



■■■ 



■ 



i 



«o 



M 

8 
3 



i 



NAAM 



YAll HKT KKSRTSGHAr. 



Samaraog. 

Demak én 
Grobogan. 

Rendal, 



KagelaDg, 



Temangong. 



Poerwo Redjo. 



Keboemen, 



TAH BUr BIOIRT. 



Raden Tommongong. 
Raden Tonunóngong. 

Ario Adi NegoiD, 

Pangeran. 

Ario Prtwiro di Ning^t. 



Raden Adijyatti. 

Ario Danoe Ningnt. 



Raden Tommongong. 

Ario'Bjógo Kegoto; 



# • 



Raden Adipatti« 

Tjokro Negoro. 

Raden Adipatti. 

Aroikg Binaiig. 



GBBOORTCPLUTS. 



Samarang. 



Kaliewoengoe. 



Demak. 



Djocjokarta. 



Samarang. 



Bagelen. 



Idem. 



49 



imuuam: 



• 



TERMAiQSGI^PnNG. 



' • . t ■ .^ j 



AANMERUAG^. 



fan de Begejiteiifa- 
iele KaliAWoengoc , 
ingctrokkiUi. 

» 

in aloude Refente^ 
ilko te Japum en 
it, ook Tan aektr 
«al|k opptfz&oolil, ' 
genui Megat Saiie 



■ 

Jlet de BflgeDten Tin Te- 
mangong , Jewana en Batai^. 



.Qi^ai^ 'fcmetmd, ia mj 
onbekend gebleven* 



./» 



'X- . Jl . 

Mebdelfegeblail van Tagal, 
Japan en Toeban. 



< «' 1 



i-'i ■ .. 



) . 



TotPangevanveilieten, Toor 
dicniten in den ooricjg op JEara 
bewegen* 



I ^ 



.j|' /• 



+ 



aa fieoiclgikcD «f 



Met des Regents Tan Pel^a" 
loDgaa docbter-giibawd. 



» I. 



m de Xegentenfft- 
t te Samanng. 



KIfinwKm Tan ee$en Toor- 
JBJÜJgBn . Rjjktbeiiticidcr Tsn^ 
Djocjo, Raden Adipetti Danoe 
RedjiK ^^ 'X^* ei^n Teder 
ala Regent opgeTolgd ^ die Toor 
ona in den JeTaanachèn oorlog 
gemeuTeld ia. i 



Met de Regenten Tan Dem^ 
en Kendal. 



I. 



'. ► 






IfawigBna me^ den Pangemn 
I Plrang Wcdono (e Solo. 



.M^idet g^i^ofgnajf bekend. 



Bfi 



]>jocjokarta. 



.1.'; '..1 

Idem. 



i • . i< 



«1. ■■• > 



Poerwo Kerto. 



PróboHiigo. 



Raden Adipatti. 

Tj«kn Negara. 



' I 



f^Uloï^an. 




Raden Tommongong. 

Ario Mangoon Koeaoema.; 



Raden Tommongong. 

. Sawoong Galigg. 



Poerwokerta. 



• » 



Raden Adipatti. 

Merta di Redja. 

Raden Tommongongl 

Dipo Koefoemo. 



Soeko Radja. 



Merden. 



61 




ocjokaiUy mIm aooa | wea, d<ioc»if««ai9 dochter vap 
a PUigenn Monda 
n^nty zoon Tin Sol* 
i Scpoc* 

Kleinzoon .tan den 

« 

pub«tfiiiudef Danoe 
djo te DjcMJokaita. 

Tan geestelgken te 



Door > znne Yronw , eei|e 
dochter van Stdtan Sepoe, 
met den Regent vaiy Kanmjr 
'liijer ' boTengenoemd. 



Tan Be|penten» 



de Raginlan. v«9i,Joerbolin{|o 
liieronder en Bandjar Negait. 
Z^ wqiiy ii|.e*»e fochtér 
▼an Pan^e^w liajpi^ Boemie 
te Solo. 

. . • r.< , . • 

Eehigani.met de Regentoi 
▼an Poerbolingo, Bandjar Ne- 

f ... . , 

Eenigzins met de Pangerana 

mns wvODiwooiVy 'nngvffwii 

4rU ,R^, N«gva, m^ de 
Regenten van Banjóemaat, 
Poerwo Kerto en Pamalang. 



Heelt in de JaTaanache on» 



4* 



62 




49 



AfSTiUDl»; 



.. J. • 



• t 



TERMAiGSCaUFPniG. 



I - y j 



AJÜtWERKUIGBN. 






fan de AegentcBl^ 
ie te Kalifliroeiigoe , 

lagctoMLliimi 

•- . • 

aa aloude Aegente*- 
ilieii te Japaia en 
ie, oo|k tbh aekèr 
tèsgk épptAoM, 
gema Megat Seiie 



Met de Begepten van Te- 
mangong , Jawana en Bata^g. 



HebdeKegaiiÉeit van Tagal , 
Japan en Toeban. 



. . c < •< 



. I. •.»■ 



i 



■** ■■•Ij 



Tot Ptfi^pevatt vcriieven y Yoor 
djeaiten in den oorlog op lava 

IMWe^lf* 



'.f' 1 t 



Gecfteljjken ^ Met dea Begents van Peka- 

loBgan dochter géhawd. 



i< 



in de BttentenAr 
s te Samanng. 



Met de Begentea van Deni|JL 
en Kendal. 



• j 



t i 



KlefawMin Tan eeaen Toor- 
JuUgBtt BjiiubeflCietder Tan 
Djocjo, Baden Adipatti Sluioe 
Be^fOb *-^ '2jjti' eigen rader 
als Begeat opgevolgd | die toot 
ona in den Javaantchèn oorlog 
geneoTeld ia. 



Renignna met den Pangenm 
Plrang Wedono te Solo. 



I , 



Mjiidet g^i^efgaaü bekend. 



H 



iJi.liijJ lu ' '-«J-ui» J * • ." 









■j loil a^:t 'in'r i\'j'i\ 

» 

. > 'til l jif <; '1 »'>''!l 



■-^'.irt -^i 1(1. ifi . ,,i .'1 ij'i^j I 

Raden Tcmunoogong^i 

lio IJoodro Idi RegoRK 




Lamongan 
(Soerabaija), 



Raden Tommon^i^ 

▲rio Tjitro Soemo. 



!• 'H !. il) . »' » ' •*, 



Jawana, 



Raden Tonunong^ong. 

Ario Tjoodro Negoro. 

Maas Tommongong. 

Mangkoe di Pooo. 



•tiM I.* ' 1 *.' «a 



Jawana. 



Rembang. 



Toeban« 



Raden Tommongong^ 
Raden Adipatti. \ 

Tjietro Nogoio. | 



6f 



r i. L / 



• r i. 



« !.'• ■:• 1 1 / / 






ili i(('''' »• 



.r. }'» 



r44iMhi'at#iitea 






. i 



» « • 



ï 



iW 



ilkwfti<lkti%iiie«ft9tlfeiwa|; 
ign broedsr U Begent Tab 



fan oude B^entcnf 
üBe; lijisdeTU# 
sfiiieii mui vaf 
er op looii. 

fan Qiiid« Begcnteii 
luie. 



.HK'J'^ilCi'il. I . 



Toditn , idMxi M oo i i tah dep 
ond-Begeot Ten Batang. | 



Mij idtigtnoegXÊtmMitn^ 
aitgeaondevd dat die Tên Kl2i' 
rie desoon^fan eeiie ^oloiike 
MaiéaVioó'alj het |^«dikaat 
Taa Baden Kaai aandiidt. 



.Mr/lOj;IIC 



57 I 

Pattie , en achoonaoon ?an di^ 

Met Japan, BeaÏNUigy To^ 



o o 



I ''' Irri'l »'/ .;;ti;K 



.V/IB|ki'Hltfer opgevolgd, 
enden U onderden Ibtundialk 
Daendela van Lamengan naar 
Pattie YeiplaatiL 

Znn overleden vader» dien 

r 
hlJ ii opfpevol^, walt w^gena 

dieniten in de oolnsKnbewe- 

aen^totPanseianve^iieTeo. 



c-i 



/>{)\ii:W\ó 



Mi>i\iiLHi^ul ! 



leoh 



IdcB* 



Japa^,,^T<«llmu;r 
M^M^^niiéi^aé^nt 



t 



v«i 



.<•! r.»y[oji^oïf 



.m,'>'/».** 



laptfiu: 



■ W . t «* 



66 




1 1 ! II }\m»^^T7T 

VAM BUr EMUT.* 



Raden Adipatti. 

Djogo Negoro. 



GBKXHmrLUTS. 



Raden Adipatti. 

Tiito Negoro. 



Toeban. 



Blora. 






I 



iRAdenrToiiiaioi]^ng. 



j|/ Jf.";^ II rl 



>. 



«f 



'i I 



.■,11» t. j II,,, fxi'._j «s Ih.'» 

Pangeran. 
RadatAd^pattii' 

Soeio idie Ningiit. 

' . I' ' '• ^ •! 
1 
I 

Kiai Tommöngol^.' 

M angooo DuJjo. _ 

Maas ToihBioi^ng. 

Ijcttdio'^égtm.' 



I 



Soerabaija« 



..■i 



,1. 



I 






'. ' 



Grittée. 



I « 






«. •'. » 



.•^<- 



Raden Pancyi^ 

Netto Kocaoemob. * < ' | 



Sida^oe, 



Lamongan. 



8o6ralNiöa« 



67 



AJF9TAlillI]f&* 



TERHIAOSCHAPPING. 



-^ AilfXEHKIH&BN. 



i>i 



Tj^n . o>|40 ^ggflften^ I , $ch<NW^)ro^dfV|T«ii 4eii <md- 



funilie. 



'.H*.*Jt 



I > 

I..» 'i. L 



Tan 9c£CiitMilaBuli«L 

.'♦I N»\0<* * 



ft 

• 






II ''if' 



^1 



Tan code B«geiilenf 
familie «IdMir. 



4. v-c; j; i'! 



lien. 



Idem. 



Regent tul Pattie an schoon- 
▼ader van dien Tan Koedoea. 






.\\j *ili A i.ji^Jb" 



.; 5.; /! • .i .''•./: 









/ i'*)« 



• I I ' i 1 '* 1 * • . » ^ï^ 

Il >•.' '. t .'.il 1 uf. 

Met die tan l^mangan. i 



* 't 

» 

t 
4 

Zoon Tan den Bajoil ti^ 
Griacc. 

I 

Met die Tan Pattie en KoadMi. 



jU w^^en* go^e diensten in 
den JaTaansdien ooilog Tan 
TomnKn^oi^ tot idi^tti ba- 
▼araera* 



'ji.;J».«' 



i I <•( , ' 1 4 



Zgn Tader^wm Bigent te 
Soetibè^k,^ ^ dins nder waf 
Paltek aldaar b« din Maas 
ToDUuogo^, Begent ^an 800- 
raUjja, wiantalflaaiiMlingen 
mt de Begj^ntj^happeto Saeia- 
bviia/'ên Pr&lib^ngo ^ iQig 
geleden agn TenrgdeiAL 7 



t ^ 



'*\,,\.\>i4 '»jti...! 



Mg niet bekend, j 



.» / 



-» M »« 



>< V» »■* ' .«■ •*- **•"■ 



SS 




69 



1 AFSTAMMING. 


VKKMAAGSGHAPPING. 


AANMEBKINGBN. 


Oode Regentenftiiii- 


Met de Soltaof van Madma 


Hier vindt men veel Madn- 

• 


■ 


en Soemanap ; bmI den Begent 
tan Bangil en Pnboliitto Be* 
aoekie. 


rettn gereitigd* 


Ueai. 


Met de Begenten van Bengil 




i 


en PaMoeroean. 




Uem. 


HfflHi 


Ook in dit Begentjdiap heelt 


1 

t 

■ 
1 




men Madueaen* 


• 

Tan d« Tonten tid 


Zoon van den tegenweoidi- 


In deie twee Begentidiap- 


SoOBttUip. 


gen Begent fan Pioboliago. 


pen ii liet Madueesdi de 
lieendiende landtaal : ket Ja- 






Taanach bepaalt nch tot de 
diitiicten Poeger en Loemadjan; 


UCB. 


Broeden aoon van den te- 


ook onder het dirtiict Djember 




genwooidjgen Svltan van 8oe* 


en eldeis Tindt nen nog en- 


• 


manap. 


kele Javanen » welke door de 


■ 




Madnreaeny meertal Snmanap- 
pen, TerdroDgen i|jn of weiden. 


Tan oodo Begenteo- 






fiuBiüe Tan Baigoewan- 






pn en SoenlMuya. 

1 


• 





; * I' 



• v«« 



iM«B... k* -»9 



* ■« -^•»— 



• ' • ^ / 



• f 



..' *'• i< / i'-'/i» 



>. <.- «lo la*S- ■« tl** lahil 



•cw ■• m- »é. «* «.«rf» .««1 k**^* j« JkK«» » *am « ■ 



»^ 1 fjsr"^ r*^ 



f. 



«• 



' V / V i.\>\ i \ <, ..'ji. '•■►'• I' : 1 ,.t i.:* ■••f .■•» • 

>\i I - ;i»" ••.. j .11 .1, '.. tl iijL . I 

^ I 

. t* .1 I. ' , 



Il , . ' » 4' 1 ' > t\ 



l/l •>!• JjIA 



-K 



.!:.M 



1^ 

5. 


* 1 


.!...>. 


1 -' 1 ■ 


Il 






• 


r 

• 








il 

• 








j. 


i' 


.. .^li' 


',"** 


• ■ 


>i 


1 ".• 


'»• '.t ..;• 



J.t '1 I . il 'i. ' • 



.m »'1 



; '♦x 



• 1 



i. . 






i 



..«: .>l 



n-K* uJ- !' ' •'• • ' 



. jbi: ,»» 






.-.< -j; • •».- i 



< , F 



•3 I 1» '1,./ ■} 



. . n j 



• - 



' I 






I 

V 
r 



J 



« 
t. 



I. 






1 

.{II,//-» .,...il ; . f ,i 



.J ji'iU. > < '■. •( 



4 ' 
f 



;; 



1^ 



s 
t 
»« 



•jfcj 



C 4 ■ «»•■«■ 



s « • ^- 



-. y» ^^*j 



■1 1. 



!« V' ..•••.'... il 



I ( 



\ \, lu.. «• . . • '..' .:• 1 , ^ . :,| ,', 






mmmfkiii^^ mmt mu'K 






> i 



^t ^i%inm4i 



M 




» • 



» • r 



« 



lik een oogOD^ti^lieht ?ertooiid'>;.9l^^ dq;t^genr 
TérwikkeÜjQg^ )met Gbpna.,. uH . den tfk^ 
Of er dieai Opiunt-haiiidel: oatHtiHiJi. ' Dit gescbil ,is Tan 
ulk eenen eriMigen «and geirordw :CQ. achü?^. op 
aüe de betrekkiogeaTfuijji^ OQsteo»]eei|Va;oo.Ofe)rw€s 
geoden iiifloed te slioïUn.iV^^ zich 



f. . 



■ulia de firfiiribg «tcintc T«ni«eid^itn m onc^fi handel i|iet Itkptn eem 
giMtcre^ oitbiuding te gereid, was itedi in liet begin tui 1840 voor den 
Ank gereed. Tim eene geacEté egde echter ▼eilocht xgude, oméa^Ji^ 
«he tMamaab neg geëiie 'pobUdtiit.ïe'ge^) heb/ ik ittH JOMtem 
ndaMp , 4i« geo^ nader htMg nitifdteA , gaanie oodenrorpen. üadat 
er edtter tegenwoordig geene noodfakelijkheid tan gékHmhouding meer 
bestaat , beb ik tot dé plaatsing Vah ^t sttik' besloten '/ aangekiert ' wek 
Hgt ioaiaiige wenkoi; ia bitMh» 'viioikóttttidtv'yoor jde teaksaot Alti 
ONalfr n^t anlkn weim, .■..[• 



62 



inderdaad yerwonderen moet, waarom onze dagbla- 
den het niet reeds lang tot een onderwerp Tan gezette 
orerweging gemaakt hebben: te meer, daar wij bij 
hetzdve in meer dan één opz^t betrokken zijn. Of 
zou mti ê^men ». iii l£/tg^L^ f^ t!i^ iaor, ^bQrt- 
gelijke dreigementen en dwangmiddelen kan doen 
bulÜLen, als waardoor , bij voorbeeld , de ontbinding 
van het voormalig koningrijk der Nederlanden groo- 
tendeels bewerkt is? — Wie zoo denkt» kent de Chi- 
nesche natie ni^t,^deetro&cyti^ bt^ntw^fel, des 
geheelen aardbodems, die daarenboven in zich zdve 
alle middden bezit om van buitenlanders onafhanke- 
lijk te zijn, op welke zij niet slechts met geringschat- 
ting, maar met diq)e vérachling nederziet. Hij toch, 
die dit volk alleen naar die weinige duizenden zou 
willen beoordeden, welke men op de Philippijnsche 
^imm\-\hdeahia^^ enz. 



ihóéieit ; ^oih^ zoö' ^«é >s]^l^eft v : . ^^' lièrfir nitsclipi daar 
ialfijKe/^ttèfiö be6ch<lu^niiK)MMi;v'l^ 
tottkürail^ér zi«h'' M!et\ vkii de(n^Adinr-<^ ésn Mm 
dèlrclite^ ¥éH;(K^titi ^ > Bfi^bogthaa»^ ih' JvterwD vèb 
lli^në^hi^i^Fe cmdeHbitiigheids iflijkt^bok fayihe^ 
de aangeboren nationale trots reeds daaruit, -dat. xij 
den K^aner Mife.h§t)Bamd(Kbe.Bjyk 
ei^ëülijkën Öpbérhèer'hüldigefO! en hem'jaAfttjb'sobat- 
iwg bieAalei;^: . Pet ^ er. jerre ajf, dat ^ij het nauo- 
oakr karakter 'Vlui dit Tolk:80uiiea wiUea vcrdiedigeiix 
waardoor hetV' öriz^ inziens; diéofézakeKpL ^ «iMt 
i» gfiWf^ óflijziojh; tot du^yeiré' Vrijj te Sj^ar^ voör 
^lle^ inw^kiiq^ det^ aibiuige. volken ea 4^ ^Qg veel 
gevaarlijker invloed der Europeanen; eni om- nJAe 



AS 

IgsocagdYj.^'rh^ ak. een- loodel ^oor axider^ Yd]fijQvi 
vp9f (teatdlcafu ; Hpt i&.aUeeo oa^MoeJ^q^fim jw» 
te U^flinfq, da^de ^aigMwiyfi8i(! ?} dcw ï^irgdUtf^ ,wfe 
^[IIM^Jtiet TeralQfffo Yaiijdea Opi^pi^JiaiMlcil eu da. vob- 
wtifpng yaa loflite^t ^% d!uizqp4 ki*t«n mei 
4^;;^ .TerhQ4eaew4ar , te Jaemen » «k dj^i^ ;^ , het : W- 

behooreade , het ¥erxu^len hunner scbeqpsm^^lMtidr 
^ch^iog^.lafDgB de Jkustea en zeik ia het huu^qofatiii^^ 
^ffiToariof yaa dijiffenc^ #n§GhMl4igP hvisgeiwji^ 
^:Weer :4^gelijke g^wi^d^ghpdeii». geheel b^ dMd 
;eu{ba xnüieQ. , Mc^ent ipeii misBchie^:! da^ 
betwdPk alle Surppe^n^ ;vQor lundereq dt^ |iiiiy<eb 
houdlt, tot tof^ven zull^ i^oodzakev^? Xat/^e«de^^ 
zij zullen tot niets anders pjb^keoj>4l^ Otn d^^ 
aaagehw^ hfat v^g^^'jp^^d^U^gw tf^ yenstorlLen 
en de Terhitt^ring t^en; Epgelaodt >dQar )h^ lurei^Mp 
Tan den zuitionalea trots, tén top te ro^rmé ; Sf^^ii^ 
dexiwiÜQg is da^Fi om l^et hewe^dei ti^,$iL^V!^,^ s.Pcrt 
togal, toen het nog y^n die Europe^he yoU^eik de 
grootste raagt in. Azië bezat , Terloqr, tqn g€!iro)geTaft 
de oTerdrevene aanmatigingen der Jezuïtische, factie, 
op eens zyn* wel geve^itigden imlpi^ ia (lapm» ew 
land t dat ia alle opsigtea de ikieeste k)4«reenkoi!iM 
net China bezit , étk za{)f tevens'^ éene dér xdilds^e bron- 
nen van zyn b£\nd^Terk^ Voor altyd ge;?tppt O*. B^t 

■ II I *■ « ^.i 11 I , , ■ - , f ■'•!'* 



»fltit nn twee ea cea half milUMn pmdmSiftrlisgfl éo« tthi&alfh; fh 
»kct jaar 1636, naiat huqnc |odidi0n|i^ ^«te vciMleii , Voerlm z^» 



64 



u War, Edgdbuut he6ft matral ted&wnUl, niet to^ 
Jb&dhtRig; Ta^ ^e hdligste rqg;tëQ der ' ' volkc^ , aan tlei- 
tiere éii" celfi aan 'magtigè' Staten, die dészélfi airnma*^ 
t^ing^éngeöd'duür^iiién tegenstm koadenbiêdési of 
daardoor hun bestaan op het spel jsouden'gécet hd>beii , 
deii gctesel zijner ^zdfinichti^e Stailtldiïnde dóen géroe* . 
len; Maar een geheel lindér ge^ is het met China, 
irelks betöBubg; ab hét wai^, slechts ^ééne ^^roote 
fiinüKe vormt, waar het gebr^.'aan kracht bij den 
^nkdendoÖr de verëénigde zamenwo'king'der niassa 
i^kdËgk veiigOed wordt, waar de njahd Yah éénen 
ook die téxi hei^volk ^ordt, waar de gébeetè natie 
attés zal itupflietteii' otü den siorgrüldïg aangdLwéekten 
Wkft t^ Jiarè voörtréffidijkheid boten andé^ tbtteh 
'Onbetlekt op harë^nakomdiiigeh'oirèr'te brengen, 'én 
die terenë 'de Wacht ^berit óib' dit den Vreemdeling 
nadrukkelijk te döën gèVoelén; ' ; ' 

• Br bestaat slecbl^ één geval' waarin Eflgeland^ 
ton ktrnnen toeden om bij dè2e. gdêgenbeid de oVér- 
^vrtntfing opC3iiiiawt|g té dragen ^ete^é zd beslissen, 
t)f deszéfib ^prd- berekeüdê Staatkunde niet missehien 
reeds hng teVoren bet noodige hiertoe -heeft béraaind'? 
Indien daf^nè,hetwèlk aanleiding tort 'dén oorlog 



: - - 1 ■■'- 1 



). 



» loó ftblg iretiia^t , É3a0 Uiteft iihef 'oit ', tot ^en bedhig van 2\M>ÖQ0 
• tiübila; hetirelkJL* ^teri.: 983^^34 lUttMikt. ÉA ^^^sekèijêêr véo^ 
»den «g jw ^^deiieo ia,, en «u^ ongfmnnt gpQ4 en alvfer.oit vdor «ene 
» waaide van 2,i42Z$6 tahiu, of L. SM- 714,i21|; en in het jaar 
9 1638,,këtieIMe mnmah "ét G&riite^n v«itau>óid en liet Chifutendoni ge- 
»keel uitgeroeid werd, beliep hnn in- en nitrocr nog altgd l,90aoaS 
»t%liib , of L. Sterl, 413,674. Gaw» beKJunt liet bedrag van den Poitn- 
«getcbenJuuDide), bet «ene jaar door ha. andere, op Mg«n «aal boodeid- 
adaiaendpondeo3terli^gi,ofandeibalfaÉillioeandncateii.*' (lguwivu, 
Bütory ^ thê iitéian Arohipelag^ 01. p. 301). • 



65 



geeft 9 tevens een waarborg is Toor desselft uitslag » 
indien bet Ghinesche volk door het gebruik van Opium 
reeds zoo zeer is ontzenuwd en yerbasterd, dat het 
dit bun toegeroerde vergift niet meer onthoeren kan, 
dan behoeft Engdland roor geen' ernstigen tegenstand 
beducht te zijn. Int^endeel mag men alsdan ver- 
wachten , dat de Chinezen hunne onderdrukkers met 
opene armen te gemoet zuDen komen, al was het 
alleen om dien heilloozen prikkel des te gemakkeBjker 
te kunnen erlangen, waarvan de invoer in China toch 
e^;eoli}k de yoomame drijfveer der Engelschen is. Zoo 
men bedenkt, hoe Torbazend het verbruik van Opium 
daar te lande in de laatste twintig jaren is toegeno- 
men , wdk een stelsel van omkooping der ambtenaren 
langs de gdede kust, van de aanzienlijkste tot de 
geringste, door het invoeren van dit bij doodstraf 
verboden artikel tot stand is gebragt,. kan men in- 
d^daad niet ontkennen, dat de vijanden van China 
groote hoop mogoi koesteren op het wel slagen hun- 
ner onderneming tegen dit anders zoo magtig en 
daarbij zoo moeijdijk genaakbaar Rijk. Zij kunnen 
in hetzdTe reeds op eene niet onaanzienlijke partij 
rekenen, die zij voor dezen zoo streng verbodenen en 
nogthans op zulk eene uitgdbreide schad gedrevenen 
handel door allerlei omko(9ingen hdl>ben weten te 
winnen , wier eigeabelaBg het medd>rengt om hunne 
oogmefken te bevorderen, en wier betrekking als Staats- 
ambtenaren hun daartoe des te-beter gelegenheid geeft. 
Sedert langen tijd hebben dan ode de Ministers van 
het Hmidsche Rijk op de noodzakelijkheid van ge-- 
strenge maatregelen tegen den vedbeijdijken Opium- 
bande) , zoo als die door de Engdschen langs, de Chi- 

5 



66 



neadie kusten gedreyen werd» aangedrongeD , daar 
tij bij hen het oogmerk ?eFondente]dea om de ou- 
derdanen door .dit ^eigift te ontseenuwen, ten einde 
hen des te gemakkelijker te ondecwerpen, wanneer 
het hun bdiagen mogt om Ghina aan te tasten en te 
▼efoveren. Zoo leest men b. v. in een Rapport Tan 
den Krygs-commifisaris Heu-^Kew aangaande dese aan- 
gelegenheid : » Terwyl men in hun eigen land geen 
»Opium rookt, doen deze barbaren al het mogdgke 
»om het volk der.bheijende aarde met die y^derfe- 
» lijke droogerij te yergiftigen. Daarom behoort flaeo 
»niet de minste inschikketykhetd met hen te gébrui- 
)»ken. Hebben wij niet nog onlangs hunne. schepeo 
» langs de geheele kust zien kruisen, om onze sterkte 
» en zwakheid te bespieden ?" 

En waarlijk deze Staatsambtenaar had zoo gdied 
geen ongelijk. Het verderf, door Engeland verrpreidy 
knaagt reeds aan den hartader des GhineBchen volks , 
voor dat het nog het masker a%eworpen en den oor» 
log verklaard heeft* Tot nog toe leden alle pogingen 
om vrijen to^ang tot het Öbinesche Rijk te erlangen 
en deszel6 nationale nijveriieid te ondermijnen op 
de verkleefdheid en Tasthouding aan deszd£i eigesH 
dommdijke zeden en gebruiken schipbreuk. Tot nog 
toe werd de vleijende taal, elders met zoo veel vrucht 
gebezigd, hier vruchtdoos yerapSd: .))Wat bdioeft 
»gij, bewoners yan het Hemdsche Rijk, dat yoort- 
» brengsden van allerld aard bijna zonder moeite o|^ 
»vert^ u daarenboven met de bereiding en bewer- 
Dking dier grondstoffen af te sloven? W{j willen ons 
» gaarne uitsbiiteod daarmede bdastop, even als iv\j 
»die taak» uit zuivere menschenliefde» voor bijaa aUe 



67 



«Idere bci^oiiera der aarde op ons genomen hebben," 
Des te minder boiferig moest de Sogdsche Staatkun- 
de, die^ tfaar het defiMest^iog van hrtndehhelangen 
geldtt 'niets ontsiet, aich betoonen, om ter bereiking 
ran hÉre meK^intile bedoelin^n en wel%t ook tot 
rootbeteièing van hÉte fhünea van aanval op dit 
hardnddug volk» een 200 verderftUjk middel als de 
beillooze Opium aan te ^venden, wékê coltuulr voor* 
namriijk in de Engelsebe. Oo8t4ndi8ohe beaittiogen te 
hois behoort en ^waarvan dan ook hel monopolie door 
Knipiland met ij vcrandit wordt gehandhaaid. Ten tijde 
der geaantsehapsrcu van Lord mkcAMTïïtt i« 1703, 
vooral ondernomen om: aan de Engebohe vtaren een 
ruimer vertier in Onna te Tenobüfien ta niet jaarl^ 
zoo aanzienlijke somm^ baar geld voor thee dér«- 
waarts te moeten kenden, was de Opium daar te lande, 
even dU in Europa^ byna^ alleen in de g^eeskutide 
in gébvtnL Maar het kon der sokerpzieade Sc^gdsofae 
Staatkunde ^iet ontgaan^ dat het Gbinescbe volk 
giDote 'overeenkomst bezat met de mdNir^e volkenf, 
bij welke het gebruik vm Opiiiln. reeds diepe wotIoIb 
geMdiolen had. Zi) voorzag, dkt^betde aanhowlendp 
verteiding cm zkh daarmede te bedwelmen bezwaar- 
Irfk 20a ktauken we^erstaan,^ vooral wanneer daartoe 
Oiinezen zelve gebruikt werdefti .Deze' tooh waren 
reeds toen, even ais nog t^enwoordig, in naburige 
lailAën bij- voerkenr de énderpachtèk^ en sli^érs'.Tdh 
Opiom in de bevoorrc^ huizen, waar dit vèi^ft aan 
eeil ' ieder toegediend en ^zid* en. li^haani te gelijk 
verdÖt'^»^ 'wordt. ' Z^'wiren derbiAve met de zaak 
in hktèa geheden- om^in^ grondig bekend, en juist 
daarom Inzender gedchOrt om dit kwaad ook onder 

5^ 



68 



hunne landgenooten te verspreiden , die he^ van hen 
met minder wantrouwen zouden, ofememen , dan van 
Europeanen of andere Treemddingen. De uitslag was, 
reeds Tan den beginne a£aan, niet;meer twijfeladitig. 
En nogtbans heeft bet g&fdg van deaen loozen , 
men mag wel zeggen , duivelschen aanslag de 
sporigste verwachting overtroffen, wanneer men 
gaat, hoe verbazend snel het verbruik van Opium, 
volgens echte bescheiden, in Ghina is toegenomen, 
zoodat het de gehede verbastering van deszdfs tahijke 
bevolking dreigt te weeg te brengen, . In d^ jaren 
1816 en 1817 was de invoer vanBe^gaalsdbenOpiumin 
Cihina reeds tot 3200 kisten ; ter waarde van 8,646600 
Spaansche dollars of ongeveer / 9414000 Holl., ge- 
klommen. Hiennede vei[geii)ke «nen een . artikel in 
den Singapore Chroniele van Mei 1828 , om deszdfr 
belangrijkheid overgenomen in het Handebfalad van 
11 April 1829, waaruit wij den volgenden staat met 
opgave van de waarde tot eep overngt ontLeenen. 
Bezdve is tamelijk naauwkeurigi als zijnde het ge- 
bruik van Opium in *Ghina begroot naar bet bedrig 
in gdd, hetwelk jaarlgks in dit artikd wordt omge- 
zet, ffierby is echter de consnmtie van TuijcsdieR 
Opium niet opg^feven, die attenga van 160 kisten tol 
1800 jaarlijks geklommen was« . 

Kiit«a Wuide in dolkn . 

Van 1821 tot 22 ... . 4628 ..... 8,814600. 
» 1822 » 28 ... . 6316 ..... 7,988930. 

it> 1823 » 24 ... . 7082 8,616100. 

» 1824 » 26 ... . 8666 7,619626. 

» 1826 » 26 ... . 9719 7,769880. 

>> 1826 » 27 ... . 8368 ..... 8,186690; 



69 



In hetielfiie doorwrochte artikel wordt de mee » 
aing geuit, dat het niet te Toorzien was, dat de 
oonsumtie van deze koopwaar bij een Tolk, zoo ge- 
hecht aan zijne ^^ewoonten en hebbdijkheden als de 
Ghinezen, yoor eene snelle en buitexigewone Termeer 
deriiig vatbaar wezen , en het wezenlijk jaarlijkach 
Terbruik wel niet ligt boren 9000 kisten klimmen 
zou* Intusschen hdl>ben wij hier een bewijs, hoe on- 
begrijpdijk snel een kwaad rondom zich tast, wan- 
neer het eenmaal in gunstigen bodem, wortel heeft 
geschoten. Immers Tan dien tijd af is bet Tertier Tan 
Opium met reuzenschreden Tooruit g^an, zoo als 
de katste jaren Toldingend bewijzen. Het bedroeg 

Kisten Waarde in d<dian. 

in 1830 18760 12,900031. 

» 1832 23670 15,338160. 

» 1836 27111 17,904248. 

en was in het jaar 1837 tot de rerbazende hoereel- 
heid Tan 84000 kisten, of ongereer fS 4,080000, aan- 
gegroeid. 

Geen wonder derhalve, dat de Ghinesche regering 
einddijk de OQgen opende Toor de toenemende ver- 
bastering en het algemeene zedenbederf , reeds zoo 
zigtbaar bij hare ambtenaren zoowel in burgerlijke 
als in krijgsdienst. Wij ontkennen hierbij niet , dat 
het Terbazende kapitaal, hetwelk de Opium-handel 
den barbaren deed toevloeijen , red tot deze hare 
bezoigdheid heeft bijgedragen '}. Een' geruimen tijd 



1) Dat bet miiider de lorg voor iiel weixiju dea volks ^ aU andere 
Slaatabelangen waren , weUic . de Chineacbe re^nog bewogen hebben 



70 



iaii^ wendde rij fruchttikm aHe midddeaaan,. om 
da EngeLschen -te UGOdzaken, «ich van died.?erbq4ea 



om den inToer ted Opiom te ver1>iêdeii, blijkt reeds daamit, dat des- 
xeHs tóortbteogin^ reeAr emige Jateii Ung aMt Mdiu goei gctolg ia 
(Sliiu il iQg0vo«ni ^pb JwnA of«r liapd toeqeemt* Zoo man dt beogietty 
itiffnamgniw^^ van de ijjde d^r EngeUchen ingewonnen, gelooren mag, 
levert de Ghineache provincie Jutman alleen reedf ettelijke dniaenden kiiten 
op, en beeft aixoo dé cnltuar xft €biiMi ttit op eém aoo mtgebvaidc 
i^aal fluÊM'f dat caUii oiet «id^Di dm aei b«wiUigiiig tan dicn^ 
de regering kan geichieden, welke allen invoer van buiten strèngrljk 
verbiedt en te keer gaat. Wg den bier weier doidel^k de celfznchtige 
en alle vreemde volken vQandigè Staatkunde der Cbinaaen , welke echter 
de aaekendendf pogingeQ van BngeUid qpn kun dil verboden kandele- 
artikel Ixg .voortduring te willen opdringen | geenarins verontachnldigL 
Maar too groot ia de overmoed, waarmede Engeland alóm cijne aanma- 
tiging doordrjft , dat het neb , t^en alle volkenregt aan , boven de be- 
staande wetten van andere natiën stelt en de overtreding, die het in 
zijne eigene Staten gestrengeljk straft, in zyne besdienning neemt: even 
als bet de met andere volken gesloiene eodngen sledits in mo vtne voor 
verbindend idi|tnl te bonden , als ajpi eigenbelang daarbg is bevoordeeld. 
Nederland vooral beeft alt^d en nog in de laatste jaren dese stmtende 
taktiek vaa b^ Engelscbe Kabinet moeten ondervinden. Wy behoeven 
slechts aan de vereeniging van België met Holland (e herinneren, no 
dnnr' door ons vaderland geko<lht en met den «firtand van Ie Knap de 
Goede Hoop, Ceilon, een aantal bezittingen op den vasten wal van In- 
dostan, een gedeelte onzer West-Indische koloniën, en eene aanaenlgke 
vermeerdering der Staatsscbnlden betaald , zonder dat er immer vraag ge- 
weest is, om ons, nadat Betgle, vooral eok door toedeen van het fti> 
gebche Kabinet^ ab oMifhankelght Staat was gevestigd , de minste scU- 
deloomtelling te verleenen of eene enkele der 'gemelde koloniën tenig te 
geven. Integendeel , wil Engeland de vroegere overeenkomsten betrekke- 
lijk d^ wedetcijdschen handel op de Obst-lndisehe hemttiageir der belde 
volken , die tech op wededteerige hevoonegting agn gegrqi^ , «eer dan 
ooit in s^n voordeel hebben nitgelegd: eene zaak van het nit^ste ge- 
wigt voor ons vaderland, die, al ware het alleen om den bandelsrtand 
gerast te stellen , finaal oit den ireg moegt gexttimd wwlen. Men be> 
hoorde dan bij de onderhandelingen , waartoe deze aangelegenheid na- 
tnnrlgk aanleiding geven zal , vooral ook de teruggave der vroeger in de 
plaats van België afgestane kolomen op nieuw weder ttr sprake te bren- 
gen, inaondciheid van de Kaap de Goede Hoop, die ceht'Héderiaadache 



71 



handd te ODthouden, tot dat haar eiiiddgk» om dit 
schandelijk wiaitbgag gebed te keer te gaan» niets 
anders oferbleef , dan hun de strengheid der betten 
ia hare roüe kracht te hiten gevodeln. 

De dirangmiddden 9 door de Qiinesen genomen, 
hdUben den handdvtand in Engdand een gevoelig 
nadeel toqpebragt, dat door Ket afbreken van alle 
terkeer met deael?e nog drukkender worden en op 
den toestand der Bngdache bezittingen in Bengalen 
terugwerken moet Op aandrang Tan dat ligcha«n , 
heeft de regering tan een land, dat xoo hoog staat 
in besohaTing, neb genoodzaakt gezien om den ocnrlog 
aan GUna te TOrklaren en Toorioopig eeae blokkade 
nm dessdfr havens te gelasten. Het wordt tijd, dat 
ook Nederland , zoo wal om zijn' handel en koloniale 
betrdüdngen met dat Rijki ab wegens de nabijheid 
zijner Oost-Indische bezittangen , eén oog in het zeil 
hoade. Het is waar, wij kunnen ons tegen Eoge>- 
lands aanmatiging niet verzetten. Wij dienen de 
blokkade der Cbinesche havens geduldig aan te zien , 
hoezeer ons eigen handelsverkeer daarbij lyden moge; 
Wij moeten het aan de Noord«Amerikanen overlaten, 
om hunne oude broeders, des noods met nadruk, tot 
het ofheSexk van een' voor andere volken zoo onr^- 
vaard%en maatr^pei te dwingen. Maar wij mpgen 
ons belang niet uit het oog verliezen. Zoo immer, is 



volk|ilantiii|^, welke met wecntn het Jnk Tan Bn^ltad blijft dragen en 
rcikbalmd daét Terloaiag viuiet. Het in iiMuna ontween Tan dat aan- 
sMoIyk aantal Kaapacke ingezetenen , dat ter Terkiygiag der gewenachte 
nnaf hankelijkheid geene zwarigheden heeft ontzien en in den bloedigsten 
itrifd orerwinnaar gebleTen ia, kan wel geenea tw^fel meer OTerlaten 
emtiiat de gesadheid onner TooiaÉlige biMden. 



72 



het nu dè. gunstige gdc^nheid, om van de strem- 
ming van den handel der CShinezen met Japan gebruik 
te maken, ten einde onzen zoo bqperkten handd met 
het laatstgenoemde Rijk op een' beteren voet te bren- 
gen en daaraan eene uitbreiding te geven, grooter 
dan dezelve, zoolang wij op Japan handd dreven, 
immer bezat. Dit land heeft behoefte aan een aantal 
artikelen, zoowd van Eurcq[)eschen, als van Aziatischen 
oorsprong, die het voor een gedeelte alleen van obs, 
maar in nog grootere hoeveelheid van de CSiinezen 
ontvangt. De uitbreiding van het Russische Rijk aan 
den eenen, en de toenemende magt van Kngdand 
aan den anderen kant, maken het Toor Japan wen- 
schelijk en noodzakelijk, zich naauwer aan ons aan te 
sluiten en zich aldus voor alle aanranding van de 
zijde dier met r^t gevreesde naburen vrij te waren. 
Bierbij komt nu het w^blijven der Chinezen en der 
door hen aangevoerde goederen; maar, hetgeen meer 
beteekent, de Japannezen begrijpen zeer goed, welke 
de oorzaak daarvan zij, en dat het aUeen een gevolg 
is van den overmoed van het Britsche Luipaard , dat 
met zijne klaauwen het Oppermagtige Hemelsche Rijk 
bekneld houdt. Men geloove niet, dat het hun aan 
Staatkunde ontbreekt om in te zien, van hoe veel g<&- 
wigt eene engere verbindtenis met ons voor hen we- 
zen zou. Zoo ooit, zullen zij nu althans gezind zijn, 
om ons daarvoor ten minste ruimer vrijheid van ban* 
dd toe te staan: te meer, daar wij hen, even goed 
ab de Chinezen, van koopgoederen kunnen voorzien, 
ja, nog ved beter, daar het grootendeds Engdsche 
manu&cturen zijn, wdke door hen worden aange- 
voerd , en er op deze reeds in China groote winsten 



73 



behaald moeten zgou -Indien onze voorouders zich 
hij de ukoefeninj^ tan hunnen handel in Japan eene 
alaaftche behandding hebben moeten laten vdgeval- 
len, men bedenke wel, dat het eenyoudige ko(q[die- 
den waren. Maar thans is het de r^^ering zdre, die 
de plaats dier kooplieden heeft ingenomen en zich van 
deze omstandigheden behoort te bedioien, om een 
vernederend juk fan zich af te wentelen. Maar om 
dit gewenschte oogmerk te bereiken» moeten wij eene 
onzer regering waardige houding aannemen en eene 
taal Yoeren» die haar ^oegt t^genoTer bet Keizerlijke 
Bof TanJedo. Wy moeten alleen van het beginsd 
uitgaan, dat wij niets anders, dan de uitbreiding van 
eenen eerlijken handel bedoelen , die zoowel voor Ja^ 
pan, als voor ons, voordedig is. Onze voorslagen 
zuUen des te gereder ingang vinden, wanneer w\} 
ons tevens bereid verklaren tot het uitvoeren van alle 
zoodan%e koopgoederen, als nu de CSbinezen van daar 
halen, goederen, die niet alleen in den gebeden In- 
dischen Archipd gewild zijn en ved tot verlevendi- 
ging van den kwijnenden kolonialen handd zouden 
bijdragen, maar die voorzeker ook grootendeds . op 
de Europesche markten gereden aftrek vinden zouden. 
Niet minder waar is het, dat Nederland alle reden 
heeft cm wd op zijne hoede te zyn. Het venneer- 
deren van Kngelands scheepmagt in de Indische zeeën, 
de nog altijd niet opgdievene spanning wagens de 
regten van deszdfi manufiicturen in onze koloniën 
gdieven , de ontevredenhdd over de uitbreiding onzer 
magt op Sumatra, waar het nog kort gdeden de han- 
den vrij had om zonder betaling van eenige regten 
zijne fabrieks-voöptbrengsden en vooral zijn' Bengaal- 



74 



sohea Opium' in te toerea, «^ dk allef itioet ons Ma- 
spotea maiy ter befeOigfai; ooxer ▼<dkpkiitiiigeD ea 
ter beicherining van 0Q2en luK^handel , onse zeemag^ 
in Indie op een' meer geduchten Toet te brengen. 
Hen wane niet , dat zulk eene Termeerdering onzer 
Marine overbodig of nuttdoot s^n zou. Zij wordt 
door de tegenwoordige verwikkeling met CShina drin* 
geod noodzakelijk, al was het alleen om de nabijbeid 
onzer bezittingen. Laat ons niet vaobten, totdat 
het, even ah in vroegere jaren ^ te laat is en het eenig 
plechtanker, dat ons overgdbleven is, ons door Bn- 
gdand ontrukt wordt Wij hebben meer dan ééfi 
waarschuwend voorbeeld, hoe dat figk, in socnrtge- 
lijke omstandigheden en in weerwil onzer onzijcUg- 
beid, met ons gehanddd heeft. Ik behoef sleohti 
Si. EuHaiiHs te noemen, nog in het midden der vo* 
rige eeuw de pard onzer overzeesehe bezittingen, 
voor dat het in Februarij 1781 door de barbaren 
onder aoi^niT gdieel werd verwoest Hét zal mia*- 
schien niet ongepast zijn, het gdbeurde kortdijk te 
herinn^«n« Tan geringen omvang, als nog geen vijf 
mijlen bedragende, en niet mild door de natuur be 
gunstigd, was dit eiland, door den echten handels- 
geest onzer voorvaderen > allengs de stapelplaats der 
naburige Spaansche, Fransche en Engelldie bezittii^ 
gen geworden en, als het ware, in een groot pakhuis 
herschapen, waar jaarlijks meer dan tacht^ sobqpen 
hunne ladingen voor het Üoederland en inzonderiidd 
voor Amsterdam innamen. Hóe belangr^k die handel 
was, blijkt reeds uit de opgave in een verzoekschrift 
van den Amsterdamichen handdsstand aan de Staten 
van Holland, dat gedurende den ooriqg tussohen Sn* 



«s 



gdand ea fjnttOuiyk {nsa 176»^17&9), in één ^mM 
Jaar, onder de nietigite voorwendaek ai in nrwnril 
onzer neatraliteit, v»r eea bedrag taa tmat«g mil» 
lioeaea gulden* êêSk aobepaa en ladiogeti, yan daar 
komende of denwaarts bestemd, door fiagdache har 
pen wa0 prys gewaatii Toen later de cfiataiid der 
NoordUijoauerikaaaaehe Staten tegen figifpeland aklmik 
ea den bandd op Si^ EuHatiuê nog yerlevend%dei 
moesten wig swaar boeten to(Mr de achnld der rege*** 
lifig^ die ook toenmaids niet gecoigd kad roor eene 
toeieikeiide zeemagt om onsen bandd en onze bezit* 
tingen te beschermen. De ijverzucht der Engebche 
natie orer den bloeijenden koophandel van dit eOand 
bereikte wddra die hoogte, dat het Ministerie zich, 
zoo als het heette, niet langer tegen den ▼(rfkswfl kon 
aankanten en boyengenoemdeti aoDinnr met eene sterke 
▼loot tot deazeifi yeroTering a&ond. Hij yolbragt dien 
hst met zijne handlangers, den Generaal yAvooAir en 
den Kolonel gockburv op eene wijze, vilde barbaren 
waardig. In weerwil dat het eiland zich zonder sl^g 
of stoot had oyeig^geren, werd aUes ak goede buit 
beschouwd. Zestig Nederlandsche en bijna eyen zoo 
yde Amerikaansche en Fransche schepen werden ge- 
nomen, de inwoners, yan haye en goed beroofil, uit 
hunne huizen yérjaagd, en alle Amsterdammers, yan 
alles ontbloot en in den deerniswaardigsten toestand, 
als bijgflgeyangenen naar Engdand w^ggeyoerd, waar 
eene algemeene toejuiching de gepleegde gruwelen, 
als ware het eene luisterrgke oyerwinning, begroette. 
Eindeiijk er bestaat nog buitendien eene gewigtige 
reden, die de yermeerdering onzer zeemagt in de 
Indische zeeën thans meer dan te yoren noodzakelyk 



T6 



maakt; Het is om te waken ', dat Engeland, nu het 
gdiede GhineBche Rijk joot den hiToer fan Opium 
uit Bengalen gedoten is, onxe becittingen in den In- 
dischen Archipel niet nog meer met dat heOloos ver- 
gift orerstcoome, als zulks nu reeds het geval is. Moge 
de tijd niet ▼erre af zijn, dat onze regering niet 
alleen het materiële, maar ode het morde wdzijn der 
Indische berolking ter harte neme door het treffen 
yan dodmatige maatregelen om het verderfdijk, of^ 
schoon dan ook beroorregt, vertier van Opium allengs 
te beperken en , zoo mogdijk, gebed uit te rodjen >)• 



1) Het 18 niet roor de eente nual, d«t ik mg gedrongen voelde om 
de beperking en tnpigewgie afichaffing Tm het gebruik van Opium ia 
de Kedfirhadaeke beattingen ter tpmks te braagen. Nog Quf igndo thi 
de civiele geneeikiindige dienit in . Nederlandich Indie, heb ik dienaan- 
gaande meermalen aan den toenmaligen Goatemeor-Geueraal iabov tah 
SU GAnunr , die self van de edelste gevoelena doordrongen was , voor- 
tfeUen gedaan » die ook gedeelteiyk niet aonder gevolg via gebleven en 
■eker nog meer ingang souden gevonden hebben , indien niet deftifds de 
ongnnitige finantiêle toestand der kolonie het afschaffen van de Opinm- 
padit, die alleen voor lava eenige miUioeiien bedraagt, onmogelgk ge- 
madit had« Kog in bet jaar 1899 (sm ^«mmm ffumdelHiad mt 4es 
1 jipril 1890 A*. 26) , toen de Lniteoant-Oeneraal van sta kmgi tot 
6oavemenr>Generaal van Nederlandidi Indie benoemd was, schreef ik 
dienaangaande bet navolgende ; » Bijionder met betrekking tot den Opium , 
willen w^ den nieuwen Goavemenr-Geoeraal ia naam der mewcbbead 
smeken, dat hy ook daarop sqne aandacht moge vestigen om de diep 
ingewortelde kwaal van het gehmik van Opiom , waardoor nel en lig^ 
efaiaam van den daaraan verslaaflea geheel en al verbasterd ea veiwueai 
wolden, om, a^gen wj, deae heillooae (ofschoon geprinlq^eecde) 
consomtie loo naanw ab mogel^k te beperken en langtamerhand in 
onse Indische bezittingen met wortel en tak nit te roeijeo. Dat nik 
een weldadig doel aUenns door gepaste inrigtingen en maatregelen lot 
stand gebnigt htm woiden, ziet men in de Pieanger Regeatschaivpen 
voldingend bewezen , alwaar de boven allen lof veriievene bemocyingen 
van den Resident Jonkheer wOÊoaa vah ma CAraLLU den verkoop van 
dit fampalig vergift geheel en al hebben doen ophouden.*' 



77 



Het zou niet zwaar Ie bewijzen vallen, dat eene ge- 
zonde Staatkunde dit aanraadt , al ware het niet, dat 
er eene zware zeddijke Yerfligting op haar nutte, 
om de door de Voorzienjgfaeid aan hare leiding toe ^ 
vertrouwde volkeren van deze als eene kanker om 
zich ^[Typende en alle menscbengeluk verwoestende 
plaag te bevrijden. 



* * 



GEDACHTEir OHfREIlt DE DOOR DEÜT ItTD NDODZA 

KELIJK OEWORDENE YERBETERIN6EN IN HET 

STELSEL VAN CDLTDDR OP JAVA. 



€• W. ■• PRABTOIUirS» 

lil». ootr-mmcH looni-AMmBAAH hit «mor, L44Tn> 
smcnui om db cdltüus , uoim n, i» 



Nadat de Gommiasaris-Generaal tak dsr bosgh 
t)p Java de grondfilagea had gelegd Tan dat stebd 
Tan Cultuur, hetwelk zuUce schoone Tnichten aan 
het moederland oplerert , was het de taak zijner op- 
Tolgers om die grondslagen te be?estigen en daarop 
eerder Toort te bouwen. De GouTemeur-Generaal 
4»d interim baud zocht de leemten , die hij daarin 
nog bespeurde, aan te Tullen en te Terbeteren. De 
tiouTemeur-Generaal db bibssts Tolgde dit Toorbedd , 
•en de w^ door die opperlandvoogden ingeslagen 
wordt bij Toortduring door hunne tijdelijke opTol- 
gers betreden. 



19 



H^ 19: geeocnm. nijn oogmefk dit ai b|}imdeib&- 
ótSL aan te tooDens zntt» is bet verk yaa d» tof^ 
komatigfiii. cjeaDfatedflchiijwr ▼« het Golluw*«tdbd. 
Hüev zal. het genoeg ea* minohiea oyeribodijf sgn te 
h^MuieraD, dat, ^jk dk nkuw atebel fay de i»- 
rootingi dobiffaaD». iDoègd\jkbedea ondemndtt zoo 
oek düt» heti^ met de huishooddyke iqsteUiiigflti 
der JttmneiL ffedxxfig in aanrefcing komt, l^|,de toe- 
pèwag in de eerste javen net teel ti^gesfwerldagy 
uit ottfciedrefeDhcid, misvenlaiid of onwil voortge- 
sproten, te kampen had en ook, uk den eerd dor 
zaak, botsiflgen yerqorzaakte, waamen- eerst en lio- 
fenal een einde moeat gemaakt irordeB« Bet ^|d- 
rak, aan het: oierwinnen TaA dien t^ge9staiid be- 
steed, kan nur als geskkten beachoawd vorden^ en 
gelijk men ueh ysoeger Yoênd moest beyvereB om 
de gerqgelde weiking van het stdsel en.de behmg- 
steUiqg der beKdUag in . hetielfe tOi yeczekefeflt, 
zal men zieh nn voortaaii meer byzonder mp e%en- 
lijke Teièetenflgen in de productie aelTO kunnen toch 
leggen. Immers hoe rokn de Tiuchtentook z^n mcK 
gen^ door dit stelsel aanYaakriijk veriu'cgBn, ge- 
paste Terbetenngen kuonen éeÈfdre nog oneindig 
Teraieerderen en ons tevens in staat tsldUen em de 
mededinging met andere landen te btijven Tolbouden. 
Kieniand zal ontkennen » . dat zoodanige lerbetem- 
gen bij Toortduriag kannen woeden aangebmgt en 
eigeolgk geene andere grenzen kennen^ dan die baar 
door de lucbtsgesteldheid en andere plaatselijke om- 
standigheden worden Tooigeschre?en. Maar inzon- 
derheid zal hij j die de vorderingen in den land- 
boaw en het febriekwezen van Europa met aandaeht 



80 



gade slaat» met mij mpeten erkenneQ, dat er ia 
dat üfffdgi op Jatfa nog Teel tedoen overUijft. Want 
hoe gdokkig het luobtsgeitel , en hoe groot ook de 
▼ruchtbaarheid van den grond op dat eOand wezen 
moge, zullen nogthans de lessen eener Torstandige 
en op ondervinding gegronde theorie» op hetzdre 
in praktijk gebragt , veel kunnen bijdragen om het 
rawe product beter te doen slagen en de verwer* 
king der grondstoffsn Toordeeliger en doelmatiger 
te. maken. De impuUe ia hiertoe reeds gededte- 
tijk, zoowel door het HiniBtsrie van Kobnien, ak 
door de Indische regering gegeven, en de yerbe- 
teringen onder anderen in het Cslirioeren Tan de 
suiker ingevoerd of nog in te voeren zijn een geToig 
van de zorg door beide besturen aan dien belang- 
rijken tak van nijveriieid te kosten gel^^d &). 

De eigenlijke landbouw, de wijze van bearbei- 
ding van den grond en beplanting Tan denzdven, 
wordt tot nog toe zoo goed als alleen aan den in- 
lander oveiigelaten. Hieraan vooral meen ik de te- 
•teursteUingen te moeten toeschrijven, wdke hier en 
daar ondervonden worden en.wd is waar, dank zy 
der vruchtbaarheid van den bodem en der gduk- 
kige weèrsgestddheid , tot nog toe zeklen of nooit 
een volslagen misgewas hebben veroorzaakt, maar 
toch bdangr\|k genoeg zijn om eene bijzondere op- 
lettendheid te verdienen, daar het te vrezen staat, 
dat dezdve door de uitputting der gronden, in- 



1) 2nlkf Imw^kii de contrtcten met de fabrikuiteii imr, isai>, 
fftvoua, Gebroeden tah vêê non, Hounna m ikkfilt en tv- 
CAMOi fedoten. 



81 



dien men geene maatrtigelen neemt om derzelver 
vruchtbaarheid te bewaren , langs hoe menigyuld%er 
xullea worden. Ook is de productie zdre, onder 
bijkans ! gelijke omstandigheden , te aeer veracfail- 
lende , dan dat men dit onderacbeid aan andere 
oorzaken , dan aan onbedrevenheid in den landbouw 
zou kunnen wyten. Hen is het b. y, nog in bet 
gdieel niet eens oyer de keuze der gronden Yoor 
eike soort Tan suikerriet. De een geeft de yoorkeur 
aan een' kleiachtigen bodem , de ander aan een' die 
meer zanddeden bevat: gene yerkiest het witte Ja* 
para^riet, deze het roode, een ander weder de 
zoogenaamde Otaheitie*rietsoort , die door een' vier- 
den gdieel wordt, yerworpen; en terwijl de een wit 
en rood riet ondereengemeogd wil vermalai, is dit 
Ijynregt str^dig t^en de meening yan d^oi ander. 

Behalve dat de Javaan in de eene Residentie meer 
aan de suiker-, in de andere aan de Indigo-tedt 
gewoon is, heeft zyne kunde in het aankweeken 
dier yoortbrengsden nqg hare zeer bepeirkte grenzeUé 
Onze ambtenaren echter, wier taak het is te zor« 
gen, dat er goed gewerkt, dat is, goed gqdoegd, 
geëgd, geplant en onderhouden worde, missen meest 
aUen de noodige, zoo wel practische als theore- 
tische kennis yan den landbouw. Hen deed dus tot 
nog toe het yerstandigst, dat men^ behoudens eenige 
algemeen aangenomene regelen omtrent den tijd en 
de wijze van aanplanten, zich op de ondervinding 
van ervarene landbouwers onder de inlandeijs yerliet 
en den Europeschen . ambtenaren alleen aanbeval , 
naauwkeurig toe te zien, dat de bestaande yoor- 
schriften door. elk Dessa's hoofd warden ppgeyolgd^ 

G 



82 



Oeze voorechriftm ziJQ hooMxakdgk ontleend aan 
hetgeen de ondervinding op /awa zoo vd aan de»- 
xel& eigenlijke bewoners» de Javanen, ak aan de 
Chinezen geleerd had, ofichoon men meestal de ma- 
nier Tan werken der laatstgenoemden opgegeren en 
zich tot de wijze van pkinten , die in den oosthoek 
in zwang is, bepaald heeft. Het valt in het oog, 
dat die ondervinding niet dan gebrekkig aan het 
oogmerk kan Toldoen , daar zij aan geene algemeene 
theoretisehe gronden is getoetst, welke alleen eeoe 
vaste bans kunnen opleveren. 
' Dit gemis van landboawkand%e kennis is, mijns 
bedunkens, een der hoo£dgdbreken ^ welke, hoe eer 
hoe liever, vocHrziening Tereischen. Onze ervarenste 
ocmtroleors zel6 hebben hunne kundigheden, ai 
werkende, van den inlander opgedaan en zich nog 
maar zeer zelden op het uitbreiden van dezdve door 
eené theoretische beodening van hun Tak toegdcgd , 
terwijl toch alleen deze tot belangrijke verbeterin* 
gen leiden kan. Daar^oboTen heeft men bij dke 
poging tot het inToeren yan dezelve, zoo als 1^ alle 
nieuwigheden , met de Tooroordeden der plaatsdgke 
autoriteiten te worstden, welke in het algemeen 
een' t^^zin hebben in hetgeen zg als eene onze» 
kere proefneming beschouwen. Men hoort hen niet 
zdden z^gen : » Het gaat immers goed 7 Waartoe 
»dle nieuwigheden? De inlander weet zdf het best, 
»hoe en wanneer hij planten moetl" — Inder- 
daad, het gaat in sommige streken Trij goed, bij 
TOorbeeld in den oostbodc, waar losse grond, aoo 
wd als gunstige lucht^estddhdd ten goede zamen- 
weiken. Maar dit neemt in geenen dede weg, dat 



83 



hel er nog ved beier zou kunnea gaan. Want» 
wat de kunde yan den inlander betreft, deze be- 
paalt zich aUeen tot he^^een hij door eene lang<* 
darige practijk heeft kunnea leeren: en wat betee* 
kent deze zonder theorie? Men bedenke slechts, 
weJke vorderingen de sterrekunde heeft gemaakt, 
nadat de theorie Tan inwroir bekend geworden en 
de Telescoop in werking gebragt was. Qf Tindt men 
deze Tei]gel\jking te Ter gezocht , wat was de land^ 
bonw , Toordat men de Terwissding Tan planten op 
den akker tot een stelsel gemaakt en geleerd had, 
dat eene gepaste opvolging Tan gewassen niet alleen 
beter is dan bet braak liggen der vdden, maar ook 
de bemesting zeer in de hand werkt 7 -— Welke Ter* 
beteringen hebben de Engelschen niet tot stand ge* 
bragt in het toemaken Tan weiland, door b. t. op 
de keus Tan het water te letten , dat tot besproeijing 
fan hetzelve gebruikt wordt? Deze tóch komt 
daarbij in bijzondere aanmerking en verscbilt zeer, 
naarmate de grond mager, kleiachtig en koud, of 
zand^ en heet is : want terwijl water , dat kalkdeelen 
bevat, voor den laatsten zeer schadelijk is, werkt 
het daarentegen heilzaam op koude gronden, waarin 
de groeikracht door hetzelve wordt opgewekt. 

Dan om op mijn onderwerp terug te komen, is 
men in het algemeen met den landbouw op Java 
nog zeer ten achteren , niet beter is het met de be- 
werking der grondstoffen gestdd. Bij de suikerbe* 
reiding , bij Toorbeeld , ging men nog zeer onlangs 
alleen op de kennis der Chinezen af. Ieder nu , die 
veet , hoezeer dit Tolk aan oude gebruiken gehecht 
is, zal ligtelijk b^rijpen, dat deze bereiding in Tele 

6* 



84 



opzigten gebrekkig moet zijn. Dit is dan ook ket 
geval , en er zijn nog altijd bij dezelve yde gebr&« 
ken , zoo als het verzuren van bet rietwater door on-- 
geschikte zuivering , het verbranden van vde suiker- 
deden, die tot stroop overgaan , en meer andere 
aanwezig, waardoor de crystallisatie verzwaard of 
soms gehed bdet, en eene geringe hoeveelheid slechte 
suiker gewonnen wordt i). 

Niet ved beter gaat het met de Indigo. Het is , 
wel is waar, minder ongemakkd\jk om goede In- 
digo , dan om goede suiker te maken ; maar het is 
even moèijdijk om deze verfstof te gelijk van goede 
hoedanigheid en in groote hoevedhdd te bereiden, 
en dit rust , tot nog toe , op Java geenszins op vaste 
regelen , gelijk men sedert korten tijd op de suikers- 
bereiding is begonnen toe te passen. Buitendien heeft 
men bij de bewerking der Indigo met een groot 
aantal inlandsche fabrikanten te doen, van wdke 
men geene theoreüscbe kennis kan verwachten ^)« 



1) Indien men st«at mag maken op de gtinsüge terwachtlDgeny 'welkc 
de Hoeren TAir den Baon: van hunne Suikerfabriek koesteren, zon de 
productie Tan suiker door hunne wijze tan werken aanmerkdijk ver- 
meerderd kunnen worden , zoowel door den npceren Toonraad tan mi- 
kerdeelen , welken de maccxatie van het riet boren de gewone wjf 
▼an nitpersen tumchen de cijlinders zou opleveren , als door het vooir- 
komen van de gisting van het rietwater en het verbranden van de 
aoiker in de door hen gebruikte toestellen. Men zal echter naden i«- 
snltaten moeten afwachten, om een bepaald oord^l te kunnen vellen; 
doch in elk geval blijkt hieruit weder de noodzakelijkheid van gedurige 
proefnemingen , zoowel als het nut van natonr- en scheidkundioe kennis 
op de fabrikaadje toegepast. Ook hier is stilstand niets anden daA 
achteruitgang. 

3) Meermalen heb ik de ondoelmatigheid van het overdreven stelsel 
der kleine fabrieken aan de Regering onder het oog gebragt. De be» 
reidin toch van goeden Indigo hangt niet van den planter > maar «1- 



86 



Trouwens mea f indt dezelve eren min bij de Euro- 
pesche opzieners over deze cultuur, wdke meestal 

leen van den fiJbrikant af , en de meeitc kUgten over de hoedanigheid 
en •ortering Ton deze verwstof zijn hoofJzakelijk aan het Termenigrul* 
digen dier lUbrielJef te w^ten, waar?an er b. ▼. in Cheribon alleen 
835 beiUuui , die Hieeatal toot 35 of 35 honwê ajn ingeri^ en niet 
neer dan 13, ja aomt^di slechts 4 oude ponden daags kannen leve- 
ren , soodat er ten minste 8 of O , ja dikwijls 25 kooksels of dagen 
werks Tereisdit worden om deehts eene halve kist met Indigo te vullen. 
Ibar na iete kookiel van het andere venchilt, is de sotterii^ ffonoeg- 
lam onmogelyk. Onder andere door m^ gedane voorstellen tot verbe- 
tering , die door de Indische Regering zijn goedgekeurd , is dat om 
gcene kleinere fabrieken dan voor 100 bonws van 500 Q Roeden op 
te rigten. Svenieer heeft zij baar zegel gehecht aan mynen voovslag 
om aan een* of meer der geschiktste ambtenaren een bijzonder toezigt op 
de geiykniAtige fabrikaadje en sortering op te dragen , en te zorgen , 
dat de prodnctie van eiken dag tot op de inpakking zooveel mogelqk 
afkooderliÜk vrardt gehouden , daar het aan het onmogeiyke grenst 
om de sortering met juistheid in de verzamelplaatsen te doen plaats 
hebben en de honderdduizenden Indigo«koekjes , een voor een , na te 
zien , dat is , er stukjes af te breken en de schakering te vergelijken. 
Te geljjk heh ik vooigefltcid , om , bg wgze van proelneming , het pro- 
duct van meer dan eenen dag, b. v. tot vulling van ecne halve kist, 
op te koken: immers dit zou, wanneer de hoedanigheid der verwstof 
daardoor niet verminderde , de zekerste weg zijn om dezelfde schake- 
ling te veiki^gcn en de sortering overbodig te maken* Hen achgnl 
echter aan den goeden uitslag hiervan te twijfelen, even als van het 
vooniel van den Inspecteur ahint om de Indigo-pap der kleine fabrie- 
ken in verMomêlkookhuijseH verder te bereiden, dat om venchillenèB 
redenen oonitvoeiAaar is geacht. In het algemeen is bet bereiden van 
goeden Indigo niet moeijelijk , maar wel , zoo als ik boven gezegd heb', 
te gelgk goed en in groote hoeveelheid. Ik meende, dat de oprigting 
nn eene of meerdere modêlMriekên daarop gunstig zou kunnen we»> 
ken; maar de Regering heeft deselve als overbodig beschouwd. Twee 
dingen nogthans acht ik ter verbetering der cultuur op Java onyennij- 
delijk noodzakelijk : vooreerst , dat het Indisch Gouvernement in niets 
belemmerd worde , wat strekken kan tot vooruitgang in de wetenschap- 
peljke kennis der fabiikaa^e ; ten tireede , dat men. uit geene ver- 
keerde zuinigheid het personeel der ambtenaren bij de Landeljke In- 
koasten en Cultures beperkc, of hnane belangstelling in het wel slagen 
derzclve doe verllaauwen. 



86 



soogéoaamde inlandiohe kinderea aija> dat is, Eu- 
ropeaoen vaa eeae geringere Idaase, jiiet toegerust 
met de Toorberadende kundigheden , die tot het ne- 
men Tan wetenschappelijke proeven yereischt worden. 

De koffij behoort tot de eenvoudige producten, 
wier grondstof» voor dat zij in den handel kan wor- 
den gebragt» slechts geringe bereiding, drooging en 
stamping behoeft. Zij is dan ook sedert lang op 
Java in het groot aangekweekt, zoodat men met 
r^ kan zeggen , dat deze cultuur tot de gevestigde 
behoort. Echter Uijft de zoi^g voor het opvolgen 
der bestaande voorschriften noodzakelijk , opdat men 
geene ongeschikte gronden tot het planten der boo- 
men bezige en goede blaauwe koffijboonen verkrijge. 

De thee behoort onder de nieuwe en geheel vreemde 
culturen op Java. De inlander heeft daarvan ook 
nog geene de minste kennis, en o&choon de aankwee- 
king zelve van dezen heester juist niet tot de moetje- 
lijkste schijnt te behooren , heeft de noodzakelijkheid 
om dezelve aan de zorg van Gouvernements-ambte- 
naren, door huurlingen bijgestaan, op te dragen tot 
nog toe belet, dat de inlander daarmede bekend is 
geworden. Van de wijze hoe en wanneer de heesters 
gesnoeid en de bladeren geplukt worden , hangt veel 
af ter verkrijging van een aanzienlijk en goed pro- 
duct. Ook is de verwerking en sortering van de thee 
niet gemakkelijk. Een en ander behoorde tot dusverre 
uitsluitend tot de bemodjenis van éénen deskundige i) ; 
het is echter duidelijk, van hoeved belang bet is, dat 
ook anderen zich meer bepaald hierop tod^ggen. 



1) Den Intpecteor jacoisw. 



87 



Onder de nieuwe culturen tek men ook die Tan 
het Geylonsche kaned, waarvan de intoering op aan* 
drang van den fltoogleeraar o. l. wlvmm^ tydens xya 
?erbmf op JwHif met niet minder gQns% ge?dg on- 
dernomen is» dan die van ?oor de Europesche markt 
geschikte tabaksoorten» welke men insgelijkB aan dien 
gefeenle Yerpligt ia. De schifting der hoornen ver* 
eischt red oplettende zoig» en zoo wel hg de keus 
der gronden» als hij het inzamden en .hereiden 
?an het product zdf » komen Tooneker de lenen 
der ondervinding even zeer als hij andere voortbreng* 
aden te nas* 

Hetzel£le kan van de Nopal-cultuur en de Ckiche- 
niU^teeh; gezegd worden. De behandeling van het 
insect» zoo wd ak de hij deze cultuur met vrucht in-^ 
gevoerde bemesting rereischen gestadige oplettendhdd. 

De pq)er-tedt» ofichoon tot de oude culturen he- 
hoorende» heeft op Java geene bijzondere uitbrddiiy 
gekregen en misschien verdient de aankweeking van 
andere voortbrengsden de voorkeur. 

De tabak kan een helangryk handdaartikd worden, 
indien de prijzen zich staande houden» wdke sedert 
eenigen tijd aan de Jfederlandsche markten voor Java* 
tabak zijn betaald. Ook voor deze cultuur mag men 
zich van delessen der ondervinding» aan goede girondr 
Kgden getoetst» ved nut hdooven» daar de berddi^g 
van tabak» die in den Europeschen handd gewild is» 
op Java tot de nieuwijgheden behoort. 

Het de katoenplant is men nog wdnig vooruitge* 
gaan» en ziet de uitkomst van nieuwe pro^nemij^gen 
te gemoet» die door den Heer yab tou voor e^^e 
rd^ning zullen gedaan worden. 



88 



De njde-tedt beantwoordde tot dusverre veiiifg of 
niet aan de daanran gdcoesterde Terwachting. He 
Ad^Resident gouquseqüb isdsnu Toomemens om, toot 
e^n risioo en door een Toorachot van regermgswege 
gdiolpen f een zijde-etablissemént te Rembang op te 
tig^ten. 

De teelt van muscaatnooten begint toe te nemen, 
en wel door particuliere ondernemers en Toor eigene 
rekening. 

Het de teelt der kruidnagelen is men nqg niet yer 
gevorderd. Onder Japara is zeker buurder van vaste 
gronden ijverig bezig om zicb daarop toe te leggen, 
naardien men aldaar aan bet noorder strand eene 
plaats beeft gevonden, waarvan de bodem bijzonder 
geschikt geacht wordt voor den nagelboom , die op 
Jawi elders niet best voortkomt. 

Het zijn deze culturen, tot wdke zicb de regt- 
streeksche bemoeijiogen van 's lands ambtenaren be- 
palen; maar het is niet te ontkennen, dat ook de 
rijstbouw evenzeer de aandacht van het bestuur ver- 
dient. Het is niet genoeg den inlander aan te ^ren 
om in tijds zijne vdden te bearbeiden en met dit 
graan te bezaaijen, hetzelve goed te verzorgen, de 
daarvoor bestaande waterleidingen te onderhouden, en 
wat dies meer zij. Eene grondige kennis van dezen 
tak van landbouw is evenzeer onmisbaar voor dea 
landeigenaar. Veel gaat er bij de inoogsting van dit 
graan verloren door de gebrekkige wijze , waarop z^j 
plaats heeft. Er worden daartoe te veel handen ver- 
eischt en in bijzonder vruchtbare jaren moet dikwijls 
een gededte van den oogst in de Madioen en elders , 
door gebrek aan volk , op het veld worden achtei^ge- 



S9 



kten. Het is waar, dat alles, wat den rijstbouw be« 
treft, op de oreroade gewoonten der inlanders benut 
en alle Terbeteriogen , welke men beproeven mogt , 
Ujnregt t^n hunne begrippen en zeden zouden in* 
loopen. Zoo wordt, bij voorbeeld, bet r^ om te bel- 
pen snijden en inoogsten door ben als eene pligt van 
menscUievendheid beschouwd, die hun inderdaad tot 
eer strekt. E^enlijke verbeteringen zal men dan ook 
vooreerst alleen daar met vrucht kunnen invoeren, 
waar handen ontbreken. Er kan echter veel gedaan 
worden, zonder hunne denkwijze te kwetsen, al 
was het alleen door het aanwenden van doelmatige 
pelmolens, om de rijstkorrels voor breken te behoeden 
en beter geschikt te maken om bewaard te worden. 

Kunstmatige walanden bestaan er op Jawi in het 
g^ed niet, behalve in de nabijheid van Baiavia» 
De behoefte daaraan doet zich echter, bij de voort*^ 
gaande uitbreiding van den landbouw, b. v. in den 
oosthoek, meer en meer gevoelen. De prijs van het 
gras is , door de groote transporten tot afvoer van sui- 
kerriet naar de molens en van koffij , suiker en Indigo 
uit de binnenlanden naar de strandpakbuizen , aan<» 
merkelijk gestegen, daar hierdoor een groot aantal 
lastbeesten op eenmaal op hetzelfde punt vereenigd 
wordt. De stalvoedering zou derhalve zeer wensche- 
lijk zijn , indien men kunstmatige weilanden had om 
hooi te winnen, en buitendien nog andere planten, 
zoo als KeteUa, Jagong en diei^gelijke , tot voeder 
voor paarden, ossen en bu£Eeb aankweekte. Haar van 
dit aÜes bestaat er op Java weinig of niets. Ook 
zien de lastdieren en zel£s de melkbeesten er in het 
algemeen mager uit en heerscht er onder dezdve eene 



80 



groote sterfte. Sr is bieroYer in de laaiste jareo Tcd 
geachie?en, maar slechts weinig gedaan om een' toe- 
stand te doen ophouden, die langs hoe meer beden- 
kdijk wordt. 

Ook het bdieer der bosBchen yereischt een beter 
toesigt Tan deskundigen, dan tot dusverre. Wel is 
waar is bij Besluit van den Gou?emeur-6ener|ud van 
den 10 Ibart 1814 N'. 1 bepaald, dat de bosschea 
in de Residentie Rtmhang onder bet qpeciaal toezigt 
Tan eoa' ambtenaar, met den titel van Adsistent by 
de bossdien, xuUen worden gqilaatst; maar de po- 
gingen om eenen deskundige, die voor dit vak hg- 
zonder opgeleid was, te vinden zijn vruchteloos ge* 
weesL Hiertoe wordt, mijns inziens, iemand ver- 
eiseht, die zich in Duitêehland of Frankrijk op de 
houtvester\j heeft to^gel^, katnis bezit van land- 
meten en wiskunstige berekeningen, en metalgmneene 
theoretische en practische kundigheden omtrent het 
kweeken van hoornen, voor den houtkap gesdiikt, is 
toegerust. Die kundigheden zullen zich waarschijn- 
lijjk tot de Eoropesche houtsoorten bqpalen. Dit doet 
echter niets ter zake, daar derzelver toepassing niet 
moeijelijk kan vaUen, wanneer men met een gezond 
ocxrded de zaken veigelijkt, grond en luchtgestel in 
aanmerking neemt en vooral ook de ondervinding van 
den ïnliinilftr niet verwerpt. 

Bij deze gelegenheid komt het misschien niet te 
onpas aan te mericen, dat in het algemeen de sndle 
bevordering van jeugdige ambtenaren tot betrddun- 
gen, waarin zy minder gelegenheid hebben om hunne 
theoretische en practische kennis van den landbouw 
aan te wenden, tomtgds nadedig werkt, daar hier- 



91 



door juist bua ijver om het gdeerde uit ie breidea 
eo zich Gff een bijzonder vak toe te leggea ?erflaau- 
weo moet. Wie eea' goedea stijl schrgft en vlug 
werkt, wordt op Java el ligt toot kaap gehouden, 
en inderdaad is eene algemeene keonis van de dienst 
een hoofÜTereischte op dat eiland. Maar hieronder 
lijden dikwijls de aficonderlijke vakken en memgmaal 
wordt er eene oppervlakkige veelweterij ten koste van 
degd\jke kunde in dezelve verworven. 

Zoo cds Java onder het stdsd van Cultuur wordt 
bdieerdy is algaoaeene kennis van den landbouw een 
onmisbaar veretschte voor eenen Resident. Daarom 
wordt ook het korps der Controleurs als de kweek- 
school beschouwd voor ambtenaren, die Adsistent- 
Be8ida[it ea later Resident willen worden ; maar men 
wqkt niet zdden van dit beginsel af. Hierbij komt 
de zucht om spoedig fortuin te maken, thans grooter 
op Javat dan immer te voren, omdat de kansen 
daartoe door ondernemingen van hMidbouw zoo veel 
gunstiger zijn geworden. 2^ verlaten de geschiktste 
Controleurs vedal de dienst van den lande en gaat 
hunne kunde voor hetzelve verloren, terwijl hunne 
plaatHen dikwijls door leerlingen in het vak van cul- 
tuur moeten worden aangevuld: hetwelk in een' tijd, 
dat grond^ kennis van dezelve een hoofiivereischte 
is, allernadeeligst moet werken. 

Ofrchoon het vreemd moet voorkomen, is het ech- 
ter niet te minder waar, dat, sedert de invoering van 
het stekel van Cultuur, nog niemand der Inspecteurs 
over dezdve tot Resident is bevorderd , met het doel 
om Tan deszelfi verworvene kunde en ondervinding 
partij te trekken. Of dit aan de personen heeft gc^ 



02 



legen, welke men tot Inspecteurs gekozen had, wil 
ik niet onderzoeken ; maar eene daadzaak als deze is 
voorzeker niet zeer aanmoedigend voor die ambtena- 
ren, onder wdke zich toch verscheidene bevinden, die, 
ter belooning van hunne bij de cultuur bewezene dien- 
sten , allezins aanspraak hadden op deze bevordering. 

Doch om op de zaak zelve terug te komen, men 
behoorde voor elk bijzonder vak , bij voorbeeld , voor 
de houtvesterij , de suikerteelt , het kweeken van In- 
digo , enz. ook bijzondere ambtenaren aan te stdlen 
en hun een zeker vooruitzigt te geven zoo wel op be- 
vordering, als om, buiten hun pensioen, iets voor 
den ouden dag te kunnen besparen. Maar, aan den 
anderen kant, zouden deze ambtenaren nimmer aan- 
spraak moeten kunnen maken om tot Resident be- 
noemd te worden, maar wel om, na langen dienst- 
tijd, met deze in inkomen gelijk te worden gesteld. 
Daarent^en zou het korps Controleurs uitsluitend 
moeten bestaan uit jongelieden , to^erust met de bij 
het Besluit van den 28 November 1839 N*. 4 gevor- 
derde algemeene kundigheden en in den zoogenaam- 
den bureau-stijl ervaren. Deze zouden zich voorna- 
meiijk moeten toeleggen op alles , hetgeen den land- 
bouw in het algemeen en de gevestigde culturen in 
het bijzonder betreft , en uit hen alleen Adsistent- 
Residenten en eindelijk Residenten gekozen worden. 
Hen werpe mij niet tegen , dat men hetgeen een Re- 
sident noodig heeft van de cultuur te weten spoedig 
aanleeren kan. Dit is zoo, wanneer men daaronder 
verstaat hetgeen zijne ondergeschikten weten. Maar 
is dit de weg óm vorderingen te maken? En bui- 
tendien, wdk ecne houding heeft het, wanneer de 



9S 



meerdere yan den minderen keren moet? Heeft de 
Regering ook urel berekend, hoe yeel er, zoo doende^ 
aan leergeld wordt betaald ? Hoe zoo veel beter kon 
gaan, als het werkelijk gaat, en het midukken van 
het een of ander TOortbreDgsel maar al te dikwijls 
aan het weder en andere toeyal%heden wordt gewe- 
ten, terwijl de schuld eigenlijk aan de onkunde of 
bet gebrek aan ijver der ambtenaren ligt? 

Haar misschien zal men mij te gemoet yoeren, in- 
dien het Cultuur-stelsel in zulk een naauw yerband 
staat met de huishoudelijke inrigtingen, zeden en 
gewoonten yan den inlander, als dit ntx^ger ia aan- 
getoond , zal dan niet de gdbechtheid yan dezen aan 
het aloade gebruik een onoyerkomdijke hinderpaal 
zijn t^gen het inyoeren yan alle yerbeteringen? — 
Voorzeker is dezdve bdemmerend, maar toch niet 
yan dien aard, dat zij niet door yoorbedd , aan ge-> 
duld en yasthdd gepaard , zou kunnen oyerwonnen , 
en de inlander , onder den inyloed zijner Hoo£ien , 
tot wezenlijk nuttige yeranderingen bewogen worden. 
Ik beoog geene oyerijliog, yooral niet daar, waar de 
inlander , ab planter, yan de bestaande gewoonte zott 
moeten afwijken, bij yoorbedd; door het bezigen 
yan betere ploeggereedschappen. Maar dat hij dieper 
ploege en den akker fijner bewerke , hangt meestal 
alleen af yan den last , welken hij hiertoe ontyangt. 
Een ieder, die acht gegeven heeft, met wdk eene 
zorg en keurighdd de inlander soms zijn eigen plant- 
soen , b. y . yan tabak , uijen , inlandsch katoen , enz. 
befaanddt, zal het niet in twijfel trekken, dat hij 
beter kan werken , indien men hem daartoe yerpligt 
en het yoorded daarvan doet inzien en gevoden. Men 



94 



trachte hem daarom ?an bet denkbeeld lenige te brea« 
gen f dat zijn arbeid in de zoogenaamde GouTenie- 
ment»4]SuItore8 louter eene gedwoogene taak k, die 
hij boe eerder boe liever, al is bet ook nog zoo dor* 
dig, afwerkt, en oTertuige hem, dat dezdve, bij 
goed werkea , dubbeld beloond wordt Bij de ftbri- 
kaadje zelve bestaat er daarentegen geene enkele 
reden , om niet onverwijld alle die yerbeteringen in 
te voeren, waarvoor zij vatbaar is, en die op goede 
gronden ab wenschelijk beschouwd worden. De in- 
lander toch is hierbij alleen lijdelijk en niet ved meer 
dan een werktuig. Dit is zel& met de Indigo het 
geval; want het is eigenlijk niet de geooeeiie man 
zdf, die deze vervrstof bereidt, maar eenigcfi, die 
ëaartoe opzettelijk uitgekozen en opgeleid zijn. Hoe 
gebrekkig dit echter veebd to^at, en wdke veihcH 
teringen ock in dat opzigt wenschelijk waren, is 
meermalen aan de Regering aangetoond geworden. 
, Men zal misschien verlangen door cijfers te zien 
aangewezen , welke voordeden men van de bedoelde 
maatregelen en verbeteringen zou mogen verwachten, 
ten einde te kunnen beoordeden , oi het geno^zaam 
seker is, dat de meerdere uitgaven, die hierdoor 
-zouden worden veroorzaakt, door de meerdere in<« 
komsten , wdke daaruit zouden voortvlodjen , znllen 
gedekt en veif^oed worden. 

De meeste voorstdlen, wdke ik, op grond van d 
het vroeger gezegde, in overw^ing geve, bedoden 
vedeer eene meer stelsdmatige wijze van cultnur, 
dan tot.nu toe gevolgd is , ak wd eene groote veran- 
dering in het peraoned, of eene buitengewone ver- 
meerdering van het vaste kader der Gontrcdeurs. Be- 



95 



boiidens het oatbiedea uit Europa ?aii eoiige dedam- 
digen ¥Oor het eea of ander bijzonder Tak, Tan isrier 
kennis men gebruik zon moeten maken, om de Go»- 
troleurs in die kundigheden te onderrigten, wdke 
hun ontbreken en waarran hier de rede is , kan aUes 
op den bestaanden Toet bliJTen, mits men aan de 
aangenomene beginselen omtrent de berorderinp, 
vaarop de Controleurs hapesa mogen , getrouw h^e. 
Voorts zullen de uitgaTon toot eenige proeren bij de 
instdüngen Tan landbouw, of elders, b. t. in den»- 
bijheid Tan de directie der Cultures, onder de lading 
Tan eenen kondigen Inspecteur of ander* ambtenaar 
te nemen , geene noemenswaardige geldd^ke opofie* 
ringen Teroorzaken. Wanneer men dan orerweegt , 
dat een enkd artikdi , b. t. de suiker Tan de in 1840 
aangeplante 31989 bouws Tan 600 Q roeden, tegen 
80 pikeb Tan 126 Amsterdamsche ponden, had kun- 
nen opbrengen eene hocTeelheid Tan 969670pikels, 
en dechts heeft qpgdcTerd • . • • • 752667 » , 
bedraagt dit TerschileenehoeTeelheid Tan 207013 o , 
zonder dat men eigenUjk weet , waaraan deze mindere 
opbrengst moet worden toegeschrcTen. Immers /^oj»*- 
roean heeft in hetzelfde jaar 34 pikeb 52 katties per 
bouw opgebragt , JSezoekie 27 pik. 97 katt. , Soera-- 
hmija 25 pik., en toch wijst het Terkregen cijfer 
slechts eene gemiddelde opbrengst Tan 23 pik. 62 
katt. aan. Het Talt dus in bet oog, dat er met do- 
zdfile Toor handen zijnde midddien nog zeer Terachfl- 
lend gewerkt wordt. Sommigen beweren, dat de 
gronden in den oosthodc, dus Soerabaijay Poêot' 
raean en JBezoekiêy beter dan dders Toor de suikerteelt 
gesdukt zijn. Zonder dit geroden geheel en al te 



96 



willen verwerpen , valt hierop echter aan te merken i 
tlat Kedirie met dechte trekmolens 24 pik. en Cheri* 
ion 22 pik. heeft opg^everd: Tagal^ daarentegen, 
slechts 10 pik* 46 katt., Pekalangan 17 pik., Sama^ 
rang 17 pik. 60 katt, Japara 17 pik. 7 katt. eoz» 
Anderen , zoo als b. v. de Gebroeders VAir dkt baoek , 
willen , dat het goed geslaagde riet van Ckeriban en 
.Japara even rijk is, ab dat van Paêoeroean^ maar 
dat de minder voordeelige resultaten van eerstge^ 
noemde Residlentien, in veigelijking met die van deze 
laatste , in het algemeen aan minder goede bewaking 
der gronden te wijten zijn; dat deze te Poêoeroean 
voor het gewas minder schadelijk is, als elders, om- 
dat de gronden aldaar uit humxen aard het overtol- 
:lige water beter doorlaten , dan die van CKerUnm en 
Japara: dat men echter, b\j eene meer zoigvuldige 
bewerking van diezel£le zware gronden , de schitte- 
rendste uitkomsten zou mogen verwachten, zoodat, 
bij eene betere suikerbereiding, de productie zou 
vmlubbden. Indien derhalve de hoedanigheid der 
alzoo gewonnen suiker niets te wenschen overliet, 
zou de jaarlijksche winst op het aangewezen verschil 
van 207013 pikek, tcigen/3 de pikel berekend, al 
zeer ligt zes tonnen gouds kunnen bedragen. Dat deze 
berekening van 30 pikels per bouw nog zeer gematigd 
is, jsl memand, die Java eenigermate kent, in twijfel 
trekken. De gewezen Gomnussaris-Generaal vak dbi 
BOSCH stelde de gemiddelde opbrengst per bouw slechts 
<^ 15 pikeb. Wdke vorderingen zijn er dus niet 
reeds sedert dien tijd gemaakt , en wat kan men bij 
meerdere volharding niet ten goede verwachten? 
Met de Indigo gaat het eren zoo, en daarbij loopen 



97 



de prijzen zeer uit eeo , die voor dezelve ia Europa 
gemaakt i^rorden. Van de ia 1840 met dien heester 
beplante 42833 boaws had men, tegen 60 oude pon- 
den per bouw, kunnen verkrijgen 2,645980 ft: 
men beeft slechts gewonnen . . • 2,121226 », 
hetwelk een verschil uitmaakt van 424754 ». 
En dat men gemiddeld 60 ft per bouw kan verkrij- 
gen , hiervan strekt Banjoema* ten bewijze , alwaar 
men 59^ ft, en over het geheel van zeer goede hoe- 
danigheid , gewonnen heeft Wanneer men nu aan- 
neemt , dat op elk pond Indigo van goede hoedanig- 
heid eene winst kan vallen van / 2 , alsdan bekomt 
men al dadelijk een voordeel van acht tonnen gouds. 
Houdt men daarbij in het oog, hoe veel aanzienlijker 
dit voordeel zou wezen , . indien er in het algemeen 

I 

meer goede Indigo werd voortgébragt , dan zou dit 
cijfer al zeer spoedig tot de aanzienlijke som van een 
millioen guldens kunnen stijgen. 

Ik zou , zoo doende , met nog andere Culturen op 
denzelfden voet kunnen voortgaan en de voordeden 
«antoonen , wdke door betere Cultuur en verwerkiog 
te verkrijgen zijn. Het gezegde zal echter voor ons 
oogmerk voldoende wezen. Deze eenvoudige berebe- 
aingy die ik opzettelijk zeer gematigd heb gesteld, 
toont duiddijk, hoe gemakkelijk een zuiver jaarUjksch 
voorded van 14 tonnen gouds den Lande zou kunnen 
worden aangebragt. Hierbij is nog niet eeos het 
indirecte voordeel in aanmerking genomen , hetwelk 
uit deze verbeteringen voor het bestuur zou voort - 
^ruiten, niet alleen door vermeerdering van welvaart 
onder de fabrikanten, Europeanen zoowel als Inlan- 
ders , en onder de geheele landbouwende bevolking , 

7 



98 



maar ook door de daaruit voortvloeijende ▼erfaoogiog 
van het cijfer der Landrenten , op heti^elk de toenemen* 
de vdyaart zoo wel reg^treeks, ds zijdelings gunstig 
werkt, gelijk de ondervinding van de laatste jaren 1840 
en 1841 voldingend bewezen heeft, in wdke het ee&e 
vermeerdering van zeven tonnen gouds heeft ondei^an* 

Het tegenwo(H*dig personeel bij de Landelijke In- 
komsten en Gultaren komt den Lande op ƒ 268650 
te staan. Deze som, in den aangewezen geest be- 
steed , met eene geringe verfaooging voor proefiiemin* 
gen , zal voldoende zijn voor het oogmerk en , naar 
mijn inzien, 's Lands bdang^i beter bevm^eren, 
dan alle in den laatsten tijd voorgeslagene verande* 
ringen , wdke het bestaande stelsel zonden aantasten. 
Hiervoor acht ik, dat men zich inzonderhdd moet 
wachten. Niets toch is in eene vdkplanting nadedi- 
ger en gevaarlijker , dan onophouddijke veranderin- 
gen. Dikwijls wil de voorsteller daarmede een bewijs 
van zijne bekwaamheid leveren en is het hem meer 
te doen om te schitteren, dan om nuttig te zijn. 
Teelal verzunnt hij vooraf te onderzoeken , of hetgeen 
hij voorstelt ook op Java uitvoerbaar is en 'althans 
met de instellingen van het land strookt. Niet zd* 
den veronderstdt hij eenen trap van beschaving en 
vrijheidszin , waarop de inlands nog niet staat. Hel 
is de pligt van een voorzigtig bestuur de wdvaart van 
het land aan zulke faersenschimmige plannen niet te 
wagen. 

De voorstellen ter verbetering in het bestaande std- 
sd van €ultuor op Java , van welke ik in alle opiig- 
ten eene gunstige uitwerking durf voorspellen , zijn 
kortdijk de volgende: 



99 



1. Voor den landbouw in het algeiiieeii: 

•• Een paar bekwame kwdDeliogen van het een of 
ander landbouwkundig Inadtiiut op billijke Toorwaar- 
den in dienst te nemen, ten einde op Java als het 
ware de kern te yomien Tan eene inrigtii^ tot aon^ 
leerlij ran aOes, wat den landbouw betrèFt, en tot 
bekendmaking van de nieuwste ontdekkingen in den- 
zelven. 

b. Deze ambtenaren , onder de onmidddgke lei* 
ding van de Directie orer de Culturen of van een' 
harer kund^ste Inspecteurs, in de eerste plaats te 
gd>niiken tot het nemen van j^oeven bij de EtaUis^ 
sementea van Landbouw te Krawang^ Baafoewamgie 
of dders. 

e. Tot bestrijding der onkosten eeoe zekere som, 
b. T« ƒ 60000 's jaarSf aan te wijzen ea deze uitgaaf 
te beschouwen ab eene zoodanige, waarran geene 
onmidddlyke Toordeelea worden Terwacbt. 

2. Voor de Suiker-- en /laf^i^bereiding in het 
bijzoi^ter: 

«L Gebruik te maken van h^ aanbod van den Ghe- 
mist WAm i) of anderen, om model-fabrieken van 
Indigo en Suiker op. te rigten. 



A) nit if Iraelfde kundige mtn , tan wiciii TMtrek natr Jè9a ia den 
j«n laaa ik dan taenoMligen Kniiter Lt^JGcnannl TAir vm mmx urn- 
ritd f<Mir den Landa party te ti«kken , em uit Imeiik» dia Jnna-planten 
derwaarts over te kfcngen, van weHce de beste soorten van Kin^-hiM 
afkcMBstig agn , ten einde detehe in onae Oost-Indiache koloniën tot vooiv 
wtrptn Tan Cnltonr te naken. Reeds in 1819 heb ik de Regefing op 
ket gewigt deaer aanselegenheid opmerknam gennuÜLt, daar bet bffna 
gecncn tw^fel lijdt, dat de JTtna-boóm in de berglanden van Javm teer 
goed soQ tieren. 

De Hedaetie, 

7* 



100 



b. Aan alle zoodanige jonge lieden , welke gron- 
dige kennis Tan de Chemie bezitten en zich op de 
Suikerfabricatie hd>ben to^degd» te veigannen op 
Yoordeelige voorwaarden naar Java te yertrekken, 
om betzij ak ambtenaar, of als particulier werkzaam 
te wezen ) onveracbilUg of zij vreemdelingen of in- 
boorlingen zijn, o&choon de laatsten, bij gelijke be- 
kwaamheid, de voorkeur verdienen. 

3. Omtrent de TAee-cultuur zoodanige maatregelen 
te nemen, als laatstelijk door bet Ministerie zijn aan- 
bevolen, opdat derzelver kennis niet uitsluitend in 
het bezit blijve van enkele personen ^). 

4« Voor de iToti^-cuItuur een' bekwamen persoon 
op te sporen , die zich aan eene der Foritehulen in 
Duitschland op het vak der houtvesterij opzettelijk 
heeft to^él^d, om onder de leiding der Directie 
over de Culturen bij de bosschen op Java te worden 
geplaatst , met het doel om van zijne kennis , tocge- 
past op dat eiland, voortdurend gebruik te maken 
tot opleiding van anderen in hetzelfde vak ^). 

5. Wat het perêofêêtl bij de Landelijke Inkomsten 



1) Het oTerlijilen Tan den AmBtenaar GLn»fiT, met wien een contnct 
ter verraaidiging en aorterin|f van Thee stond gf sloten te worden , lal 
dit Yoomemea weder doen nitatellen. Echter kunnen de Heeien scnrp, 
de Adiiatent tan hboert, tah Biomuo&sT nim, thana aoikeriahrikaiit 
te Toêban , Troegper geempbyeerde hg de Ihee , de ibdaiatent *"**^ftpt! , 
«n andeien de middelen daartoe aan de hand geyen* 

3) Een xoodanig pcraoon lal, even als die hg Irt. 1. hedoeU, niet 
«nderf , dan op ToordeeUge Toorwaanlen knunen getonden worden. Zoo 
men hlijrend nat wil stichten, moeten ay goed heaoldigd, maar tevens 
bepaald worden, dat ly niet hy het JJgemeen Bestnor mllen kannen 
of mogen worden aangesteld , als waardoor het doel hunner lending g^ 
heel ion verloren gaan. 



101 



ea Culturea betreft» de bestaande Toonchriften , zon*- 
der afwijking, te doen naleYen, ea niemand daartoe 
te roepen y welke de yoorbereideade kennis mist of 
ong^eschikt is om met den inlander om te gaan 1} : -— 
de Controleurs en sumumeraire ambtenaren uitakii- 
tend bij hun vak te bepalen en hun de yerpligting op 
te leggen om, na zeker tijdverloop, bij een examen, 
van tijd tot tijd door een' deskundige af te nemen, 
blijken te geven van hunne kennis van den land- 
bouw: — dijenen, welke niet aan de verwachting 
beantwoorden, uit het kader te verwijderen, en de 
vlijtigen en kundigen te bdoonen, door hen bij uit- 
sluiting te roepen tot de betrekking van Adsistent- 
Resident en later van Resident, alzoo het Gultuur- 



^) OatÊê ianai» behooien de gronden Tan de Tooibeieidende Torming 
no wel Tan deee, als, in het algemeen, van alle Indiidie ambtenaren 
reeds kier in Nederland gelegd te xgn. Indien wij wel zgn onderrigt, 
is dit vooral ook eene der redenen van de' oprigting der Polytechnische 
sdbool te Oelft , daar aan deieWe niet alleen de Maleiiche , maar ook de 
JaTaansche taal grondig zal worden onderweaen, welke laatste sells op 
Jata Teelal loo Teronaditfluund wordt , dat slechts weinige ambtenaren , 
Soropeancn Tan geboorte , deieWe ventaan. Velke groote nadeelen hier- 
door allcrwegc Toor de dienst ontstaan, valt te zeer in het oog, om nader 
uiteengezet te worden. >^ Dank zg daarroor onzer Regering, die zich 
reeds Tan hiemit be^yert, om eene zoo belangrgke leemte te Tcriielpen. 
Kaar het »a Tan het uiterste gewigt wezen, indien deze nienwe imrigting 
tcTcns de kweekschool werd toot aUen , of althans Toor een groot ge- 
deelte Tan deznlken, die later hetzij bij de Gnltnnr, of als werktnig- 
knndigen , bg den waterstaat , enz. in de koloniën wenschen aangesteld 
te worden. Op die wgze zonden allengs meer met de noodige Toorbe- 
reidende handigheden toegemste, en in het algemeen meer wetenschap- 
pelyk gevormde beambten aan de dienst der koloniën Terbonden worden , 
«en maatregel, die zoo wel TOor deze, als toot het moederland, de heil- 
zaamste gerolgen zon te weeg brengen. 

De Redactie, 



102 



stelsel ook faoofdambtenaren vereiacht , die met het- 
fldye bekend zija« 

6. Eindelijk , alle proefiieiningen en ▼erbeteriiigen 
betrekkelijk de CSultuur onder de inlandtohe berolkii^ 
bekend te maken, zoo wel mondding, als do<Mr hel 
uitreiken aan de inhndsche Hoofiien van vertalingen 
van pqmlaire en bevattelijke instractien. 



TOELICHTINGEN AANGAANDE DE NASPORINGEN 
OP BOMEO VAN G. lÜLLER, 



Moa 



C* %* Mnmt')* 



De nieawere geschiedenis van het beheer der Ne- 
derlandsche bezittingen in Oost-Indie is Yooral rijk 
tan schitterende wapenfeiten , welke in Tele opzigten 
yerdienen met die van het roemrijkst tijdperk der Va^ 
derlandscbe geschiedenis gelijk gesteld en roor het 
nageslacht bewaard te worden. Maar niet minder 
kenschetst zich het Tijdyak , hetwelk door de herle- 
ring onzer koloniale heerschappij wordt geopend , 
door een vroeger in die verwijderde oorden ongekend 



') Dcat toflifhtpn|<o waren oonpronkelyk bestemd om in cle Tertallni^ 
fin Jbet volgende opiUl te worden ingevlocliten. D 'ze ton echter daar- 
4eer eea noo Tcrward en Tseemdjoortig ▼oorkoneo hebben Terkiegen, 
dat wfi bet i««daaai bcbbfn geadit, deaelTc bier %fion4erlijk te Uten 



104 



strcTen naar wetenschappelijke beschaving, dat niet 
alleen gunstig werkt op den zedelijken toestand van 
de bevolking der koloniën, maar waaraan wij ook 
reeds meer dan eene belangrijke bijdrage tot den na- 
tionalen letterkundigen roem te danken hebben. 

Deze hoogere beschaving en verlichting is Ne- 
derlandsch Indie hoofdzakelijk aan den verhevenen 
en waarlijk godsdienstigen ijver verschuldigd, die het 
Hoofd des bestuurs , den edelen Baron tak dbe gapsllev 
voor alles, wat goed en nuttig was, bezielde. Im- 
mers, even als ongodsdienstigheid, verzaking van be- 
ginselen, minachting voor kunsten en wetenschappen 
bij hem, die de teugels van het oppergezag in handen 
houdt, noodwendig den deerniswaardigsten invloed 
op den zedelijken toestand niet alleen, maar ook op 
het welzijn en den voorspoed eener geheele bevolking 
moeten uitoefenen > } : even zoo moest de edelaard%e 



^) Wg waden een aantal Tooibeelden aan èt ehrotnquê êeandalêust 
kanneD ontleenen, doch vergenoegen onj hier op het beatnnr van den 
Haanchalk en Goirremear-Genenal iiisin»u te wijwn, onder wien de 
aedeloQiheid der Eoropesdie bevolking, vooral in den zetel van het be- 
wind, te Batavia f eene nooit te voren bekende hoogte bereikt heeft. 
En geen wonder, daar de Opperlandvoogd lelf aan z^ne ondergeschikten 
het voorbeeld gaf en nek in dit optigt aan de ergerlijkate boiteny>rig- 
heden ff>*pH»g maakte. Veel, zeer veel heelt de Baton tav nu «*wty— 
ingeljki gedaan, om dit kwaad, hetwelk onder zgne voorgangen aoo 
diepe wortelen had geichoten, tegen te gaan* Want waarlyk hel En- 
gelacbe tasMhenbestnar iras niet.Beer geechikt om eene hfifannie vob^ 
ring in de aeden der bevolking te weeg te brengen, wanneer dezelve 
van het Hoofd des beitnan moest uitgaan. Sir nox. ctahpobd nArrus, 
hoe nitstekend ook door bnitengewone begaafdheden en talenten, was 
daartoe vooial de man niet. Immers, het is algemeen bekend, dat hg 
zgne verhefling tot het opperbcwind over het door de Engelsehen ver- 
overde Java en de nabggelegene eilanden hoofdzakelgk aan zgn huwe- 
lijk met de maities van den Opperlandvoogd over Engelich Ifedie, Lord 



105 



denkwijze van genoemden Staatsman en het goede 
voorbeeld, waarmede hij anderen voorging, opeen 
groot gedeelte zijner ondeigeschikte ambtenaren en 
der OYerige bevolking beflzaam werken , te meer daar 
zijn voor de beschaving aldaar zoo z^enrijk bestuar 
▼an vrij langen duur geweest is. Nooit hebben de 
wetenschappen in de kolonie zoo veel aanmoediging 
gevonden , als onder zijn bewiod ; nooit had zich de 
zucht tot bekendmaking van de nasporingen in alle 
vakken van wetenschap sterker geopenbaard. De nit- 
muntende Staatsman toch bevroedde, welk een gun- 
stige invloed daarvan niet alleen op de verstandelijke 
ontvrikkding, maar vooral ook op den stoffielijken 
voorspoed der volkplanting te verwachten was. In- 



■orro, te danken had, eene ofluUndigbeid, die, op xicli ttWe leedi, 
veeleer toC heweÉdpn^^ dan tot wtguaaing der bertaande ledelooakeid 
moeit strekken. Maar even aoo ia ket met andere miibnuken gesteld, 
wanneer een aoo koog geplaatst Staatsbeamkte, ais de Gonvcrneoi^ne* 
xaal, sach deaelve veroorlooft. Zjne kandelWgae vindt dan vooral na< 
volging, ivanoeer b§ de bevrediging van eigenbelang en baatancht ten 
doel beeft. — Het Jkoloniaal beatnnr onder de voonnalige 0. I. Com- 
pagnie beeft daarvan niet zelden de trenngite bewjiaen opgeleverd. Meer 
dan een der voorgangers van den Baron tam mi canuJDi, en Sir noH. 
njjoOÊM KAïiui aelf, bad, ten gevolge van den taag door bem bekleed, 
in bet koopen en veikoopen en, in ket algemeen, in bet beaat van lan- 
dergen op Java een aeker middel gevonden om xicb aelf te venjken. 
Hoeveel gemakkel^ker ma ket bem geweest fijn, bj de ireder in beait- 
neaiing der Kederlandscbe koloniën en gedurende sgn veeljaiig bewind , de 
giootsie aefaatten te verzamelen f Maar even als de grootmoedige man elk 
middel om sicb op eene onwettige irja te verreken met vexonading van 
de band wees en sicb de bescberming van bet eigendom der iogemtenen 
en van weduwen en weezen lumcktdadig aantrok, aoo beschouwde bij 
ook bet bezit van landeigen, op cyne atandplaats, als een onwaaidlg 
nidde] om rgkdom te verwerven, aoo dat ayne regering, ook in dit 
opiigt, als een voorbeeld van belanglooibeid bekend staat. 



106 



zonderheid l^de bg den groaddi^ tot eene betere 
statistieke kennis yan de verBcfafllande deden onzer 
heenehappy , en warden onder zg n bewind de kracht* 
dadigste pogingen aangewend» om zelfii die landen, 
welke geno^aam ontoegankelijk vopr £iir(qieanen 
geblevai waren, te onderzoeken en alzoo den roem 
der Tooroudera in bet uitbreiden der aardrykakonde 
en » in het algemeen, in het onderzoeken van de ge* 
atddheid en de vocH'tbrengadien van weuiig bekende 
gewerten, te handhaven. Jammer deoht^, dat de 
▼nichten der naflfKMringen van ben, die aan het we- 
tenachappeKjk onderzoek dier landea bon leven toe- 
wijdden, met zoo yed moeite en gevaar, met zulke 
aanzieolilke onkosten voor den Lande i) verworven, 



^) Hoe hoog de uitgaTen'zyn, welke de geographiache opneming Ttn 
Bomêo ook nog nadeikand aan de Indiache kaa gekoit heeft, en kee 
▼er men daamede tegen het einde Tan laZi iru gevordeid, hlgkt nit 
het DKTolgend nittiekael nit een' hiief van dan LoiL Kolonel ■bub aan 
den toennuligen Ooavemeni^ C ene m al ëd intmim van NedaiL India, 
d. d. Banfêrmtuêing^ den It Deeemker 1980: 

» Uwe Bscellentie aal met een* oogopelag op de kaait van het ailaiid 
itBomêO ligteiyk kunnen ontwaren, dat, na het reeda door mj «pga- 
» maakte gedeelte van BomM^ê Weetknit, (beataande nit 10 hlndan, 
» door igne Exe. den afgetreden Commimaria-Genemal tah na aaHB naar 
> Boropa medegenomen) en het in den laatiten t^d ten Znidea van dit 
aeiland veirigte , het van groot belang loo ign , hetatha ten Ooalmi te ver- 
akemien, en wel op sijn minat tot aan Mtiteê en dt aldaar in me 
anitloopende en ver nit het hiimeniand komende groote rivier, wnlka, 
avolgena de ingewonnene heiigten, veel ovoRenkemat moet babheA met 
»de rivier PenhcwoA, wat de talrjjke aimen hetnft, vraarin aQ rich 
aveideeh. Bieideor aon ik in ilaat BJjn geetold, om eene kaart e» ito- 
atistieka memorie van da gnoCsIe helft van het eiland Bê rma ap te 
» maken. 

» Bnitendien aon het wenacheljik en noodmbalijk sgn deaen togl Ie 
» doen , devrfjl hat mij , op m^ne laatrte veia naar de binnenlanden mrt 
imogelyk wu'om den loop van hetbclangifkhoofigebeigtt, dat hel ge- 



107 



nog zoo weinig openbaar gemaakt» isi door dea dood 
der r^zigers» die maar al te dikwijb ?oor honnen 



«heele eiland Someo Tan Z. naar N., of ran Z. t. 0. naar N. t« W. 
>do€M«iydt en ia tw«e aeer ongelgka deelan fenieehy tm opdgte fan 
»de«eJA tmèon alnUui^ op de Ooftkait t« a«n oi door de fottiacbie 
» peilingen te bepalen. 

» Een tweede paat , waarom ik het waag dit Toontel aan Uwe Kxc. 
>te doen, if, dat, door het Textrek van den a<«« Luit. Ttti nnSy a^ 
Bmm i^im/600 'aoaanda minder koitbaar tonden a^u. Eehter nl 
» Uwe Excellentie nit de navolgende gespecificecnie berekening yan onkoiten 
«beipemen, dat het mij, bij de beste behartiging Ton het belang der 

• Mhatkiat, niet mogel^k ia, om deie geprojeoteeide nh, welke onge» 
BTeer O maanden tyds al TordfMn, toot minder dan /800 'amattada 
ate doen. 

a Specijicaiie tfon noodMakeUjk$ rnskotten. 

> I Fktbodemd vaartuig voor m^n gebmik , bemand met : 

» 1 loeremocdi i/ 10 per md. / 10. >- 

» 7 Boegen a / 8 pet md » 56.— 

> 1 Fmanw voor S (Mkreadeien en bmme bagaai^e ena. 

al Joennoedt a/lOpermd. ...•• * 10.— 

a7 Boeyea i /S pnr dito. a 66,-- 

• 1 Pmanw voor mijne goederen, proviiien en die tan het 

aadieepsvMK» 

al loeremoedi als boren a 10. — 

»7 Soeöers ab boven » 56.— 

9 Leveumiddelen voor 3 loeiemeedii en SI Hoeöen é 1 Geatg. 
arfal daagt voor 5 man, maakt 5 Gulg. daagt, of 71 
• Kkd per maand A/4 de Hkel. » SO — 

• C^e df oogdevitA i IB KaltÏBt per maand voor eik aan, aaakt 

>» Vikelt 88 Eattiet A / SO de Pikel a 57.- 

•DÉggeMen voor 1 Loit. Kohnel a/ 10 , . » SOO.*» 

aldem voor 8 (Meroffideren é/% • ISO.r- 

aOunwti e ne uitgeven, en tevent toot mallat, tiiri, ttr 

abak, em •....♦.» Oö.*^ 

Totaal / 770. - • 



aUwe SxceUeniie gelieve in aanmerking te nemen, dat het platbo- 
kiemd vaartuig mg aer dienttig it, omdat het kompat dearin, door 
Jidciielft geringere beweging, nuiiger bigft en alioo aan mgne werk- 



108 



ijver met het leven boetten, gebed veretrooid of in 
yei^g^elbeid geraakt zijn. 

Een nieuw bewijs hiervan levert de eerste poging 
om het binnenland van het groote eiland Bomeo na- 
der te leeren kennen van den onvergetdijken oboeo 
MÜLLU , die daarbij , met het grootste gededte van 
zijn gevolg 9 op zulk eene jammerlijke wijs om het le- 
ven kwam. Meer dan vijftien jaren zijn er verloopen 
sedert den moord van dezen ondememenden man, 
bijna aan het einde van zijne tweede reis door dat 
eiland, op welke hij toen van de Oostkust af in de bin- 
nenlanden was doorgedrongen , om ook dat den Euro- 
peanen schier onbekende gedeelte van Bomeo op te 
nemen , vooral ook , om van hier uit in die landstreek 
weder te komen , waar zijne eerste reis van de West- 
kust af geëindigd was , en waar hij hoopte den oor^ 
sprong der groote Poniianah- of Eapoeoê-rinet te 
zullen ontdekken. En naauwlijks is het in Europa 
bekend, dat de Baron vak der CAPSLUBir insgdijks 
de eigenlijke schepper van deze roemrijke onder- 



Bsuunheden meer nMnwkenriglieid tendiAft Daar dit Taaitaig wet 
» ondiep gut, wordt het ]iiog;eljk, ook in de kleinere wateren, welke 

• ■Ü een oodenoek waanlig Toockoaien, door te dringen. Twee Paaa- 
awen voor de beide Onderoffidefen, de bagtadje en lerenaiuddelen tooc 
»oen* 100 langdnrigea togt xgn daarom noodig, dewijl eene grootere 
» Pmanw de leia meer ion Teitfagen en m|j ook dikwijle niet Moa kon- 
» nen volgen , terwjl ig boitendien ook meerdere roegen aon vereiacheB. 

»Wat bot ondeibood en do betaling der roegert betreft, bierover keb 
»ik leeda in mgne vroegere rapporten gebandeld. Ik moet bier alleen 
» nog by voegen, dat de Reiidentie-roegen bier ter plaatae dikwgls fnMmwtAmn 

• lang weriLelooe blgven en tocb deielfde betaling genieten: boo dat bet 
»aeker niet ie veel ia, die ook aan ben toe te alaan, welke gedoiende 
» bonderd en meer dagen verpligt xgn , om van 'smorgena vroeg tot 'i avonds 
»latt tegen de nelite stioomen dei rivieren op te werken.*' 



109 



neming is geweest, %ier strekkiog niet alleea we* 
tenschappdijk^ maar ook zoo blikbaar aan het be^ 
lang der kolome en Tan bet moederland bevorder- 
lijk was: •— eene onderneming, niet alleen ontwor- 
pen om een groot onbekend land te onderzoeken, 
maar ook met bet menscblievende doel om den toe^ 
stand der inlandscbe bevolking, zoo veel mogelijk, te 
verbeteren , baar allengs Tan de kluisters bonner tiran- 
nieke oyerfaeerBcbers, de Maldscbe kustbewoners te 
bevrijden, baar de vrije beschikking over de rijke 
voortbrengselen des lands te waarboigen, en haar 
door het aanwenden der rijke hulpbronnen, wdke 
bet land en deszelfi bebouwing aanbiedt, zoowel 
ab door bet haar aangeboden yrije handelsverkeer, 
uit den onbeschaaiden toestand op te beuren, waarin 
zij sints onheugelijke tijden rerzonken ligt. 

Deze edele bedoeling, welke niet de minste drijft 
veer dier onderneming uitmaakte, rerdient in de ge- 
schiedenis der door Europeanen in andere werelddeden 
gestichte Tolkplantingen te worden opgetedcend, en 
het strekt ons tot genoegen , baar als een' der vele 
edde karaktertrekken, welke bet bestuur van den 
groeten , maar dikwijk verkeerd beoordeelden Staats- 
man kenschetsen , te kuxmen vermelden. Zij levert 
een rerblijdend contrast op met zoo vdle daden yan 
geweld, onderdrukking en wreedheid, tegen de oor- 
spronkelijke bewoners van onderwoip^ie landen ge- 
pleegd, welke de verovering en uitbreiding van magt 
der Europeanen dders maar al te dikwijls brandmer- 
ken. Het is waar, de Indische r^ring verloor hierbij 
geenszins hare belangen uit het oog, om zich door 
het sluiten van verdragen een' duurzamen invloed op 



110 



ée aangdffflafaedea des lands te Fenrerren. fiu ge- 
l)ood eeae voofnigtige Staatkunde. Maar die lutbra- 
-dijog der Mederlaiidache beeraclnppij in dit groote 
•eOand werd alleen langs den weg Tan zaohthekl be- 
proefd en met Eoiig?nldige vennijding ^an alles, wat 
4en geriagiten aeUgn ivan^^eweld zou hebben kunnen 
geven. 

On deee reden was onzen hülubl slechts eene 
geringe militanpe bedddking, niet sterker» dan hi| ?oor 
zijne penqonlgke veiligheid cnTerm^delijk noodza- 
kelijk achtte, toejjevo^d. Men zocht alles te Temij- 
den» wat 4e achterdocht der voUatanuoen in bet 
binnenland had kannen opwekken, te meer, daar 
zijne zending vertrekt net geene fqandige bedodin* 
4gen plaats had , en hij int^endeel als bemiddelaar 
tusschen de eOumder onderling vervdgende en ver* 
nidende stammen optrad, i)it was voond op zijne 
tweede reis, toen bij van de Oostkust in de binnen- 
landen zogt door te dringen, het geval, gdi|k w^ 
in het vervdg nader zien zullen. 

De kst, hem opgedragen, bieU vMinaHmdijk in, 
om aan de diq> ongelukkige en onder de wülekenrige 
t^verheersehing eener vobtrekt zeddooze en bedorvene 
bende van Msfeijers zucbtende bevolking der Daifuk* 
kerê de besclierming der Nederlandsdie r^fering aan 
te bieden en te dien einde met de afzonderlijke Hoof- 
-den derzelve, zoo wd ak met hunne overheersohen 
verdragen te sluiten, welke nader zouden worden be- 
krachtigd 1). Bij moest voor de reeds bekende bin- 



1) Intnnchen heeft de ondeirinding geleerd, dat de edele bedoelingen der 
Kg^ntigon den toestand der binnenUndscke Tolkeren, yoonl door hen lot 



111 



dekartikdea en voor die , wdke eea nader onderaoek 
der binnetilandoi minchieii nm leeren keoimi, de 



koophandel en landbouw aan te sporen en aoo doende achtere «den en fer- 
licbting onder hen voor te bereiden, op bijna onoTerleomelgke hindeipalea 
stuiten , die , naar menschelijke berekening , alleen door den tijd en door jae- 
lea Toihanlag nit den weg gemind knnnen wwden. Dit aMnsdbeniM 
mmA Bogy vmr een greot gedethe, op den laagaten tnp nm btsdbmag, 
die aoe aa aan het éiarl^e f^st, dat men m reintkiag »a konm 
km ab een' oreigang "vaB den Ormng^'O^iamg^ tot ^n aensdi «e b#» 
schoQW«n. En ander beswaar, dat taiet mineer bindei^'k is, b ia de 
daafidie en kmipaide oaderweipt^ g«lflS*>', waarin bet grootste ge. 
fci^ der «anaieB op B9rmo Uffmmn ds llsjeiscbe kBstbewinien veiw 
keert, m welke wg , bij de over eene ytAtmni gvooCe groadviakte dnn 
geaaide bevolking, imhen staat i^n oa te linikea. Maar aoeten wf 
ben daarom aan htm engcliikkig kit ot ei i ateu en Trevder geeas pogagea 
in bat werk rtetlen om kannen toestand te TeriieteRai? Hit ma indsr* 
daad de w«g «90 om ben boe langer boe diepar te doen aiakea en ia 
een' toeita n d te ver^batm, die toot ona scbcepvaait ia de Indische 
aeefti idlefgevam-löbt an woiden. Het is oaftwiflelbar adber, dat wa 
a bet grootste belaag bij hebben, oa in den ladiscbea lidnpd ▼m^o. 
deae bnilenpostea beat te bondea, die niet alleen geea vooideel opfe» 
aren, aaar int^endeel lelb tot beswaar an de Indische ka ventak* 
ben. Want iadiea wg deala ariieten, soa de i»lir»idsche bealkiia 
dadel^, eren ais aa oods, wedn tot a e tAue a aij oveisba en oaten 
koophandel de gcraligste ariieten teebangea. Maar an nog vml gao- 
ter belang is liet aor oa, de fadiscbe beaflang, «n aoal de nog aoa 
eabeschaafdie JMfokkên doa een doelaatig ondeirigl tot achtea as- 
den te baagen a aoo aUengs aw aaeniBa beachariag atbaar te at* 
kea. Want, de gescbiedeais der aenscbbcid leert bet op de ovevtntgendJte 
wqa, die beschaving gat ahyd amt de beraebe|^ang an den eert^ 
woesten en verwanrioosden bodem gepaaid, waaniit nsema bromm tot 
adeveadiging van baadel en ayavbeid ontspragen. Vat aon ma «net 
van een laad als Bomê0 kannen arwacbaen, dat salk een' buitenga* 
wenen r^kdom vaa edele metalen en edelgesteenten, maar, hetgeen in 
oa oog meer beteekent , vooral ralk eenen vracfatbarea grond bait , en 
dat door ia& een aantal rineaea, die alfs dap landvraarts in voa gtoote 
schapen bevaarbaar mja, in alle ngtiagen doorstroomd iroidt! Teer 
iMk eene verfaaande ontwikkeling an pcodnctie is hetala vatbaar, 
en vreike ahstteaade vooidalen belaft deawlfs gunstige gesgaphisehè 



112 



beste wegen van yervoer trachten op te sporen en zich 
te dien einde bepaaldelijk met eene topographische 
opneming van het land en de voornaamste rivieren 
onledig houden. 



ligging alsdan un den kooplundel f Inderdiad, deae iu^^cnheid 
verdient loowel de auidftckt der regering, als van die menschenvnenden 
in ons vaderland, welke aich met het doel om de n M aisch m door de 
uitlneiding van liet Christendom te verbeteren vereenigd hebhen. De 
vernederende slaTem^, waarin het meerendeel der volkoi van het bin* 
nenland door de üale^ers gebonden worden, is een seker bewjs, dat ook 
sg den invloed humer in ventandaontwikkeling meer gevoidnde naburen 
niet hebben kunnen wederstaan. Waren dese Mal c ische gelokxoekers 
mei deselfde welwillende geandheid om sachtere leden te verspRiden 
jegens hnnnen baibeaxachen evenmensch bedeld geweest , als de volkplan- 
ien, die eens van den tasten wal van ludie de leer van haha en 
BOüOOiU naar Jivoa overbragten, dan voonceker aon ook nn reeds de 
i^aiUdU bevolking aich op een' veel hoogeren trap van aedelgke ont- 
Vfikkeling bevinden en zoo wel in karakter, als leden met de beijgbe» 
vroners van JavcL overeenkomen, daar £g , even als die van alle nabnrige 
eilanden, van hetaelfde menschenru afstamt. Maar wie kent de wegen 
der Vooraenigheid? Misschien heeft zg jnist die onderdrakken , wkr 
invloed, gelgk wg aeiden, loo groot is op de Da^akt^kê bevolking, 
er toe bestemd, om haar, onder onae leiding, tot hoogere nedeljkheid 
en besdiaving, en coo eindelgk tot het Christendom te brengen. J^% 
Aoor een doelmatig onderwas voond moeten wg traditen onder het op- 
komend geslacht der Maleijers eene betere sedeLgke vorming, dan die 
bnnner oodeis, tot stand te brengen, en wanneer hierin tevens een aan- 
tal kinderen der i^t^aAAera kon deelen, die nadeihand in hnnne woeiir 
plaatsen temgkeerden, londen, hg standvastige volharding, de gecegende 
vitvreriuelen daarvan niet nitblgven. Veel aon daartoe ook, onder toe* 
Bgt der regering, de vestiging van nieuwe volkplantingen tot ontginning 
van den grond , meer in het binnenland en in de onmiddellgke nabgheid 
der door de Daifakkêrê bewoonde landstreek , knnnen bgdragen , vranneer 
deae wüden het gebruik van den ploeg leerden kennen en tot het aan* 
lenen van natie rgstvelden, waartoe bon land byaraider gesrbikt is, 
vrciden aangespoord. Hierdoor toch aonden zg van aelfs genoopt woiden, 
1^ hunne awervende levenswgse op te geven , en van lieverlede tot het 
boawen van doipen en in eenen nMatschappelijken toestand oveigaan. 



lts 



Ia I^et algemeen stond deze onderneming in een 
naau w verband met eene Toorgenomene organisatie van 
de Tastigheden , welke wij van ouds op de West-- en 
Zuid-Oostkust Tan JBameo bezaten. Se noodzakelijk- 
beid Tan dezelve werd vooral dringend gevoeld door 
de hand over band toenemende aanmatigingen der 
Gbinescbe volkj^anters in de zoogenaamde mijndistru>* 
ten vaa Satnhas en Pantianah, De Heer t* x. tobias 
werd daarmede, als Ciommissaris, reeds in October 1821 
belast , en de Heer müllu in bet daarop volgende 
jaar, ovider den titel van Inspecteur, ter zijner be» 
schikking gesteld. Hoe zeer de uitbreiding van den 
Ifederlandschen koophandel in de Indische zeeën het 
bestuur der volkplanting ter harte ging, blijkt zoo 
wél uit deze zending van eenen Commissaris naar 
Bomeo^ als uit de vro^re van den Majoor vahutb 
in November 1818. Des te onverklaarbaarder is het 
mij , hoe men in de toenmalige omstandigheden het 
gewigt van eene vastigheid in eigenlek Bameo^ aan 
den mond der groote Bomeo^tmesty over het hooftl 
heeft kunnen zien. Immers m den aanvang van 1819 
was door Sir thom. stamvoed eaivlbs, met het blijk- 
baar doel om onzen koophandel in den Indischen 
Archqid te benadeelen , en in strijd met de bestaande 
ferdragen , een Engelsch etablissement op het voor 
den Indischen en Chineschen handel zoo bijzonder 
gunstig gdq^en eiland Sineaporê in de straat van 
Malaeca gevestigd. Waarom toen niet reeds eene 
soortgelijke vast%heul aan den mond dier rivier aan- 
gdcgd, wdke tot voorbij de hoofdstad van denzdf- 
den naam, die daarvan ongeveer 15 Engdsche mglen 
verwijderd ligt, voor schepen van 300 tonnen be- 

8 



114 



TMrbaar is? Oe Yorsi lan dat lijk ^ die de oadeden 
van bet verval dea bandek m aujoe sb^ten zoo zeer 
gevoelde , dat bij bij berhalingp a%ezautesi naar iSm- 
eaparê zond, om de Eogfèbcbea totiüeuwe verbind- 
tenisseii Qit te nood^oa > zou ons toea voorzéker noet 
opene armeo ooitvangto bi9U>en. Boilteadi^it i» geea 
onzer etablisieaieiiteQ aan de Weat- en Zuid*Oostkust 
zoo gunstig voor den koopbandel gekken» ak juist 
dit gedeelte vaa de If oordell^e koat vaa JB^m^^ vaa 
vaar eene aanzienlijke boevedheid pei>er, kamfer, 
was, goudy antimonium, vr^ wat vog^esleiiif scbil- 
pad, paarimoér enz. wordt uitgevoerd, Ihar alle deze 
voortbrengsden , o&choön zij in goede boedanigbeid 
die der Westkust gedeeltel^k verre overtrclSen , ko- 
men naauweiyks in aanmerking bij de voordeelige %- 
ging van dit punt» als stapelplaats voor den Indiscben 
bandel. Het is bijna ids stellig zeker tooruit te. zien, 
dat daarheen daddijk de Chinescbe koopbandel , voor 
een groot gedeelte, en die mét de A$Wtf-eUanden, 
geheel, zon v^l^gd worden: zoo dat, wanneer OAze 
regering te gelijker tijd bet ^ de Westkust in^lijks 
ee^r voordedig, gdegen Banha tot eene vr^haveo 
maakte, bet gebéele jaar 4oor een ona%«brokai ^an* 
delsverkeer met iSsom, Coehinehina en jSinmia^f^, 
alsook met vérselieidene rijke provinciën van Ckhm 
zou plaats grijpen. 

Belangstelling in de welvaart van Nederland, waar- 
van de koopbandel altijd de boofd^der geweest ik, 
heeft ons genoopt, om onbewimpeld onze inzi^^tea 
omtrent deze aangdegenh^d Uoot te. leggen. &I 
gddt bier niet aieen de genezkig van de wonden, 
welke het etaftrlissettvent der Bngdaohen cp Sinempart 



115 



otfsën koophandel heeft toq^ebniig^t , maar in het al^ 
gemeen dedzeifi '^eaöfpmg op hechtere groadalagea 
dan te voren. Wanneer eenmaal de Béderlandsche 
Tlag ' aan, den mond der Borméo-mier op Laabaean 
wappert en onder hare. bescfaerming de rrije hant* 
del mn alle natiën, van aUe bdemmerende icrmaiH 
tciten ontheven, zich ontwikkelt: wanneer Banhm 
op gelijke wi|ze yoor eene mjhayai yerklaard wordt j 
Wanneer eïndel^ het onl dooreeqe handvol Cbinescfae 
leetoovi^ ontrukte Fcrmo9a weder onder Nedcr« 
kiidscti oppeqim^ WH)rdt gebragt, om het eten zeer 
aan den vrijen handel dienstbaar te maken : wanneer 
dexe Mrenadien zich verwezenlijkeii / -^ en laAt ooë 
hefpea , dat het oogenUik niet irer meer verwijderd 
isl -««- dan, voorzeker , zal niet alleen de bijna gehed 
vtmietigde handei onser koloniën lierief en , maar ook 
tfe van het moederiond eene nooit te Toren gdiende 
oitbieiding erkngen en zg/at sobattea in mime mata 
ever bdded mtatortcn* Doek laat ons totden hoafil« 
pttBoen vmn ona verhaal terug koeien! 

Bettb in Het 1822 was de Heer MüiAia^ t^déns 
agtie meergemelde/ zending, door den Gouvememv» 
Generool vxa axE. CAJiLLBf belast , oln het knd JTiB^^ 
Ijè ondersoekfenv' in.hct'«lr<& nog. nooit èèn Enropeaari 
wasi doorgëiiongeii, en dat men alleen uit de übA* 
aaktige ferbalen' der IMeijevsi fteildei Het ligt onih*- 
trent vijftig of zestig uren binnen 's lands aan de 
Noordwestelijke kast van Bameo en ^taat onder de 
heerschappij van onderscheidene 2>ayaA«eA^ Hoofden, 
van welke s'battoe öf akam battoe een der bekendste 
is^ OinhetadvO(leh|U9eiwn»)naejlmendeiritwirX«m- 
Aati^.» ran andevda ook Anjfafi^ gehéeten, binnen 

8» 



116 



loopen. De Vorst yan eigentifk Romeo y wiendece 
kustea toebehoorén , beeft dd^uir bij het dorp Rmi' 
jongy hetwdk eeoige dagreizen van den mond der 
rivier af ligt , eenen Mantrie of gezagproerder met den 
titdi yan Pttingie gqplaatst. Men .moet yefrolgenB 
eene . door zeer nnlde borden van Day akkert be- 
woonde landstreek doortrekken » alvorens men aan 
het gd[>ied van Kaijong komt. GeUjk ik mij nog 
zeer goed herinner, — want ik stelde in dezen togt 
veel belang » en zoo geene gewigtige ambtsbezighedeny 
den Geneeskundigen dienst betreffende, mij juist 
toen aan Java gdduisterd hadden , zou ik daaraan 
hoogst waarschijnlijk zelf een werkzaam aandeel heb- 
ben gttiomen, — was mijn vriaid küllbi. juist door 
de buitengewone moeijelijkheden , welke het (mder- 
zodi van dit gedeelte van Bomeo liet vooruitzien, in 
des te grooter geestdrift voor hetzelve ontstoken* Des 
te grievender was voor hem het langdurig uitstel van 
deze rds , die misschien elk ander , behalve hij , ge» 
heel zou opg^feven hebben. Indien het waar is, dat 
brieven, beter dan het meest gelijkende afbeeldsd, 
het karakter en de denkwijze van den afwezigen 
uitdrukken , zal het den lezer niet onaangenaam zyn, 
hier woordelijk med^gededd te vinden , wat hij mg 
toenmaals schreef* ffij^ zal daaruit vooral den acher- 
pen blik, waarmede hij alles opmerkte, leeroi kennen. 

Eiland Bomeo ^ Sambas den 2 o Jid^ 4829. 
Waarde Vriend blümb! 



«Zdcer hebt gij geen' brief van zoo late dagtadke* 
»ning uit Samhae verwacht, daar gij misschien 



117 



»iiieeiit , dal ik reeds bij da kristalbergen bea aaa» 
Dgékomen^ Dit zou wél mijn Yiirige 'wensch geweest 
ozijiL, te meer daar bet zittende leven, waartoe ik 
Ddoor het terrein word genoodzaakt, mij ziekdijk 
smaakt en ik op geene twee of drie gezonde dagen 
»acbtereen kan rekenen. De reis zou mij des te meer 
»wdkom zijn geweest Den 3^**^ Julij ben ik hier 
» aangekomen en hoopte spoedig verder te gaan; maar 
D tegen mijn' zin en tot mijn innig leedwezen moet 
»dit worden uitgesteld tot de komst van den Gom- 
omissaris, dien men hier op Bcmeo algemeen met 
overlangen te gemoet ziet. Het zou mij zeer aange» 
)»naam zijn, indien gij de goedheid hadt mij spoedig 
» te schriJTen , wat u dienaangaande bekend is , of , in 
wgeraL de Clommissaris a%evaren is, mij de reden te 
» mdden , waarom hij zoo laat van Java is yertrokken. 
»Als uw brief naar Samarang oi Saerabaijd yroxAX 
sTerzonden, zal h\j m\j i^)oedig geworden; want op 
p die twee jdaatsen liggen nog vaartuigen , die binnen 
«kort naar Ponttanak ot Sambas zeilen. Het doet 
» mij zeer leed , dat ik u niets van Sambas kan over- 
A zenden i). Ik kom weinig uit huis, daarbij is er 



') Uc haé. nga' Tfiend Yenodit, om op iqoe leiieti Toorweq;ien Tin 
luitolie en voond planten te ▼enamelen, «n hem duofoor 
naaoiHkcarige aanwtjiin^ raedeg^ven. Op die wijze , meende ik , 
ken fljae aendin^^ in dat meikwaudige land, dat aoo rgk ia aan Toort* 
biengKlen der natnnr, welke ona nog xoo Inttel en too opperrlakkig 
bekend zgn, ook foor de uitbreiding der natnnrknndige wetenachappen 
van BOt aijn. Hieraan Toldeed hg ook gewillig en , ik moet leggen , 
■iet nooder veel moeite. Bg zijne teragkomat te Batavia echter waren 
bijna aUe door hem venamelde roorwerpen door Togtigheid bedorten, 
Jaar hg geene gelegenheid had gehad om deaeWe in goed gealotene blik- 
ken dooaen te bewaren. 



118 



jtof» btft êerreMi: feodooir tiet hlw mikts flë vindeiiMai 
i»het gf*ootBt6.ge^lèeHe idaaniao' met i^ras ea ondi)^ 
)»!of moarasaige bósscheii fgevtid. Ik' leef ia ee&s/aiider 
j^jDifliks faiMs (dte BMd^i 'liA*.amATB)'eD;kÉiiidaitbiii 
ofloiet nalateai dpi da omii;, die de ^eleefilheiil wm^ 
»dert^ aan^ng te idjn» Vooirts heb.ikgmiTtdki 
»geeiie vaartüigea eHz., zonder we^e iiien Ueir vit 
i»2i^:hQia aiet bij-zgn' ban^oian' komen Jbui* Ak 
»ik ecwnael op mijne Terdete rei» jdicen van nt^ 
ï^tfdfen afiiankelijk ben , en hiet meer bdeèfiittidHl»» 
Dof ^vdvioegelijklmddhahe mi}n' tijd onbesteéd moet 
)il||l)ea Yoorbij gfaan , hoop ik jdit tijdferiict ifeder in 
^te hale^. Ik tébd « hierbij iei^Q klem stukje JKn^f^ 
nneêMêeri )), ^n versoek u THendelijk » mjg te wil* 
uien zeggen, wat gr) over desselfii kracfat, in ver- 
vgdijking met andere Tan dezelfde aomt » denkt* 
»Deze steen is niet van Bcmêo^ maar van het- eiland 
» Sianiang. Hen baoddt fe^ méH kleine praaawtjea 
»?an Siantang opSamboêy en voo gij meer ren deiasn 



1) Dit ma^etijch ijzer , hetwelk ^deeltelijk bijna caiver, cq 'TecUI 
ifl groot» maasa'ky op irencheidene eilanden, tjBSitintiMfj BïUtok, Ka- 
rimon^ava en Tele andere in de straat Sunda Toorkomt, Terdient niet 
alleen de aandacht der Geologen , maar ook Tooral Tan de regering , om 
ala artikel tan uitroer , of altkaoa tot YerleTendiging van de koloniale 
indiMtriè iB'.aattBerking Ie kooMB. Beeds CMuge jaren galeden, was 
mjn hooggeachte Tnend, de JLohmei mnm, toenmaalt President der 
ügencene RekenkaiKr tan Nedèrlandsch Indié , nadat hij aidi door pne- 
ten in Dnitschland tan de to oitr e fl eigkheid «n het r^ke gehalte WM 
den ganerts oTortnigd had , Yoomcmens , den nitroer toot eigene refcaniag 
te heproevm. Nadeihand, als deae ondemcnung niet tot sland ww ga* 
komen , heb ik den Kolonel baki , die nch toen met de oprigtiag der 
Gfloftmodtrij te Ledden onledig hield ^ daarop opmeikaam gemaakt , •• 
rijn dien ten gevolge door dewn pogingen hij de Indische icgwiiig 
grwend , waanran de uitslag mg echter onbekend is gebfevMi. 



119 



ji HagneetBtoeDL mogt Terlangeii» tou ik daarran nog 

»wel ofeeer kiumen bekomen. Men zegt, dat men 

nóp Siamamg gtbede rotsen daarvan heeft. Ik denk 

)»dattrbij aan het fiibeltje tan de Mi^eetroUen » die 

nde schepen naar 2ieii toe tndcken. Wat tegt gij ^wd 

if> <laamn7 Sene fabd heeft toch altijd eene kleine 

» traadieid tot grond. De Bead^ vAif obavb zendt 

»lttiet de Brik Pykzigt iran Rotterdam Kapt. sgbaF| 

D waarmede ik desen brief verzand, eene yrouw oyer, 

)>die eene witte huid heeft^ Deze Troaur i of als men 

0haar zoo noemen wil, dit meisje is uit het land 

hKaijang (waar ik naar toe ga); haar vader,, moeder 

Den twee broeders zijn zwwrt, of zoo als alle andere 

» bewoneirs dezer landstreek, van dezelfde In^perkleuri 

»als de bewoners van Java enz. Gij zult haar wd 

»te zien kqjgen; maar als g\| intusschen mijn' brief 

i> ontvangen mogt, voor dat g\j de vrouw ziet» wil 

» ik bier nog aanmerken , dat deze vrouw aan den 

iiPangerang ahuüm, broeder van den Sultan van 

}i^Sambas toebehoorde, welke voorgeeft, dat hij haar 

»van de bewoners van bet knd Kaijong^ die naar de 

»kust afgezakt waren, ten geschenke beeft gekregen. 

i»Hen schat haar ongeveer 18 of 19 jaren oud. Zij 

» is van meer dan middelbare grootte , beeft een dik 

» hoofd, van achteren breed, van voren eenigzins 

»>8pita toeloopend, maar zonder wanstaltigheid, de 

» neus wd geproportioneerd , even ab eene Europeaan* 

j»sche vrouw, de ooren insgelijks, witachtig geel 

«haar, aan de punten noodaohtig ged. Zij heeft een 

»dik gezigt, witte oogbaren eil wenkbrmmwen, kleibe 

»geslotene oogen, altijd met de oogleden bedekt, 

ndaar zij het licht niet verdragep kan. Bij nacht 



120 



» moet zij zeer goed kunnen zien. Handen en ?oefen 
»2ijn wel geërenredigd , behidTe dat zij plat van 
» oppervlakte zijn. Hoe de beenen, en wat zij verder 
n te vertoonen heeft, er uitzien, heb ik niet onderzocht. 
^O&chooQ men haar oktako noemt, was z\j toeh be- 
osehaamd om zich te laten zien, veel ^minder wat 
» onder haar kleedje de nieuw^erigheid mogt op- 
» wekken. Zij spreekt geen Maleisdi. Hare spraak 
»iB eene soort van gduid als dat der Hottentot- 
»ten en andere dieper in Africa wonende volken, 
)»dat veel op het snateren en fbiten van vogeb 
)»gdijkt. Wees zoo goed mij in het vervolg te schrij- 
» ven, of het wel der moeite waard is zulk een ras van 
vmensdien naar Java over te zenden >), en in het 



1) Cken wonder, dat de Iki^akkersj en Toond bet TnmweQk ge- 
iltdit , tlf Tan een flapper en IjnpfaatiMlier geatel , nog «1 dikw^Ia aan 
doDm aekelyken toestand, die op Java tot de leldjeaamheden behooK, 
sgn blootgeateld , daar zg hnn leven in donkere wonden Tenlgten , waarin 
de altyd Togtige dampkring ala opgesloten bl^ft en schaan door winden 
geznireid wordt, ne bier bedoelde woaw bad , ofscboon zij , ten ^olge 
tan baren aanleg tot wateixnda m bet boofd {kjfdroa^uUus) ^ aer 
acbterljk was ia Terstandsontwikkeling , bg bare aankomst te Batavia 
iceds tamcl^ke Torderingen in bet Maleiacb gemaakt. Dit pleit alaoo 
gunstig Toor de tatbaai^beid Tan dat volk, waarren ik aadeibaiid bjj 
anderea nog ercrtnigender bl^ea geiien beb. Ook leyerde a^ mg bet 
«tellige bewgs op, dat de Dayakkers^ eren min als de Jlfo€r9z9n en 
andere oonpronkelipLO bewoners Tan den Indiscben Arcbipel, eenige de 
minste oTereenkomst met de Papoêas of andere n^mssen bebben, 
maar integendeel , efemeer als de JaTaanscbe beigbewoners , tot bet sni- 
fere Haleiscbe of lieTer SuttdoHnÈ bebooren. Wat bet zenden Tan ottn» 
acben uit de binnenlanden van Bomeo naar Java betreft , dit meende ik 
den Heer Kfiixii te moeten afmdea, maar spoelde bem aan om, aoe 
Teel nogelgk , scbetsen Tan de meer in naam , dan inderdaad Terscbilleode 
irolksUmmen der Dayakkers, bnnne kleederdragten , bijeenkomsten, enz. 
te ontwerpen. Hieraan gaf bg dan ook geboor en liet onder zgn opcigt , 
daddgk na zijne tenigkomst^ Toor den GoQTemcar-OcnerBai eeu^e dier 



121 



)»a|geniieen I of de GoaTeraeur Generaal wel «naak 
«heeft in. het aanbrengen op Java van zulke menr 
» acbea uit Terre en onbdiende landen. Voor dat gij 
»dete Trouw ziet of beoordeelt, verzoek ik u een» 
»eeüa bezoek aftdcggen bij Hevrouw huhm, weduwe 
AViiD dep Raad van Indie. Zij woont op Molenyliet, 
Hornet Ter Tan het hotel Payan. Er is daar eene slavin , 
i>die gebed wit is, eren ak de door my bescbrerene 
» Trouw Tan Kaifang, Deze slavin heeft intusscben 
»rood haar, hetgeen eenige OTereenkomst heeft met 
»de Trouw Tan jBameo of Kaijm^g^ die ik in het 
DTerTolg MTAiio zal noemen, en welke wit haar met 
i>Tale of roodachtige punten heeft. Overigens heeft 
i>deze slavin fijner vel en ziet er , ab ik mij wel heiw 
»inner, blanker en beter uit, akoKTAira. Daarom 
Draad ik u aan deze slavin te gaan zien. Ik wenachte 



rawe bewonen Tan Bomeo Van belderiei gesUcht leveni^^root Iioetieiai, 
muunede menigeen, die ze te zien krtegy zich bgconder Tennukte» 
Hei zf de knaitenuur de gelijkenii kanoer gelaattlrekken niet getroieMy 
«f aztt de oar^ieokelgke afbeeldingen getroaw teroggegeren had , ket^ 
wtOb ik niet wil besliMen, deze DaifaMsche poppen althans geleken 
folatrekt niet op eene jonge Dagakkeriny die mijn triend had mede» 
gebngt. De» lum door hare zeer legelmatigc en ladkte gehitürekken 
en haren adioonen ligchaanuform ael£i te Batavia onder het giekienrie 
menacheniBi Toor eene schoonheid doorgaan, waanran z^ zich ook door eene 
bkekere kleor en een üaatiw rood op de wangen Toordeelig onderscheidde. 
ZQ waj de dochter van een voonaam Hoofd , of zoo men wÜ , Tan een* 
Vont der onafhankelgke Da^akker» op de Westkust, en hem door dezen 
tot een teeken Tan Terbroedering ten geschenke gegCTcn. Haar gunstig 
niteilijk was dan ook misMhien alleen daaraan toe te schi^TCn, dat i^ 
nooit iwaien arbeid had moeten Terrigten, zoo als dit met anderen het 
geral is» Toor het oTcrige , kon ik eren min b^ deze Prinses , ak bg 
de borengemelde Albino en een* jongen Dayakker^ dien mjn geeëide 
vnend inswikUT naar Eoiopa medegebragt had , eene buitengewone ver- 
Icagiog Tan het stuitbeen (oê coccygü) opmerken. 



lat 



»vtw iH>téédi wtst deze ¥iMW te weiên^ en hocdwi^ 
D de 9o6rt ven «ekte heeien mn^ , die dése bijzonder^ 
)ft.faakl té weeg- brengt. Be Kjapttein muh» Tttn de 
x>Brik Dtjkzifft heeft ds balladt ongeveer 800 bdken 
»of zware planken ?an 20 wroeten lang en S tot 8 
» duimen dik van hier naar Batên^ta medc^geèoiiieDé 
)»Zijn schip vaart Toor rekening van, en bgeadn»* 
»9eerd aan coiiyills en nrtrnni. Ik wénsditB zeer 
» gaarne te weten , hoe duur het hout bij het atnk of 
» de geheele partij door den Kapitein ia veiiicNAt^' &). 

Hen ziet uit dezen brief ^ hoe zeer HütLnui nel ge« 
hed met -zijne zending waa i^ervuld , en hoe acberp hij 
op alles lette, dat daarmede in eenig verband stonde 
Zijn geduld moest echter nog een* geruimen ti}d op 
de proef gestdd worden, voor dat faij die aan kon 
f ai^fen. De toestand namelijk der GUneache vereem** 
gingen of Kongsie* in de mijndistricten der Westkust 
van Bomeo was toen hoe langer hoe bedenkelijker 
geworden. Zij hadden zich de grofste buitensporighe- 
den en beleedigingen , ook t^gen de Nederlandache 
gezaghebbers, veroorloofd en hun einddijk alle ge- 
hoorzaamheid geweigerd. Het stond te vrezen, dat, 
iadiea deze oproerige geest niet ten spoedigste gedempt 
werd en de schuldigen hunne verdiende straf öntvin^ 
gen, onze belangen zoo wel hier, als in den geheelen 
Indischen Archipel, door het ondermijnen yèn het 
Nederlandsch oppergezag gevoelig zouden gekrenkt 
worden. Om dit te voorkomen, was reeds in de 



^l^^^ft*^kirfMI*^^iMtf^.»^ta^ ^taM^kM««*>-^MM 



1) Het is mij ontgaan, welke prijsen er toenmaals toor dit lioiit te 
Batavia gemaakt zijn, maar zoo veel is zeker, dat deze proef, TOlgeai 
de l>eTigt£n Tan de Heeren cotTiLLt en smtOMt , niet zeer bemoedigeiMi ir 
uitgcTallen. 



a2B 



ffiMiMl f «m vail dtl'jettr eéne nti8tokki]|p -wü 4fte 
^tidierd ÉiaoSaMfnaiMehetroQpeAf omter iméL rm 
4(ki LuiteiuattHKicriDad b..»b smss^ Adjudant Taè 
dea^Bwroa TAV ti^A iiAnunr^ nave de Wc^rtkust yiia 
i8!«^YiM» Tertrokkep^ODi ia Tefeen^ixig iqet 4e tldoar 
4ieiutdoeAdè gtritiigMen Ue orde te h^tdkii^ Bb 
¥M«cWjiii|ig Ttii eene ono Aanaienlijke loriïgsinagrt m» 
aHdeii reedi ipwo^zaaoiy om 4te Oiineaea iü de bi^«- 
diétiiolêii Tin F^mêianai^ tot ondenirarpiiig te Inm* 
gen; siear in 'diQ tiijti iSbmiar ^ing aulksmet ireei 
meer moeite en niet zomeer blo^Tefgietea. JBevst- id 
Jémiat^ 182» begon 46 ituit^KoMq^ jAüTinn;^ igne 
operatien t^gen A^ Gbinezen) Trelke tuaeheii Xmi eb 
Sêemuir en op den nv^ niar Lara^^SmtahiMnt kf»* 
scheidene hmuing^ httM^ opgovvbvpèBL. Zij irieiü 
den daaruit den 20^''* dier maiiad. door geaoemdeU 
Boofdofficier aan do spits onzer 4ikppem krijgsUeden 
Terdreren, waorc^ oomiddeilyjic de oaderw^iping Tan 
liet geheeie dittrict X<ir« i^dè. No^t einddijkoift 
de Kongêit Tan Mmtirëdê tkh in. ,4e maaoad M ei |iad 
onderworpen en het oproer onder de,.Ghineten op 
do Weslkuat aldi^s Tolkomen gieatüd T^at', kreeg :.onM 
sfütLan hoop , dat alano qpoodig ' eenigo TMPtniifen 
TOOr de eq^èditie liaar Kaijamg tar zijner liesehikking 
ttoudon worden gestekl. 

ft dditte het noodKakébfk, hieroyer eenig^iin* bra^fi^ 
Toeriger nit te weiden ^ dewijl h^ dit tijdpi^, bdiaife 
tot het Tolroeren yan eenige zendingen aan inkindaehe 
Vorsten, met het doel om yerdragen met hen te alui* 
ten, inzonderheid tot het verzamelen yan bouwstofien 
voor de geschiedenis yact ^<wi€<f J)esteedde , wdk^ w\i 
den lezer in een volgend nummer zullen aanbieden. 



124 



Dit ^edte ▼» zijn werk erenjircl» oftcbpoo niet xom- 
der hijsonder bdang toot de keonis van dat eiland « 
18 rerreveg het minst gewig^tige. Het hehebt namdijk 
niets aangaande zijne reis naar Kmyang^ noch omtrent 
atte de geograpbische teregtwijzingen, waartoe hem 
de opneming der Koordwestelyke kast Yedyuldige 
aanleiding gaf. Ook zoekt men daarin yei^geefii naar 
het aantal betangTyke statistieke berigten, wdke de 
onyermoeide man aldaar bijeen bragt, en naar het 
verhaal ran de ontelbare moeijdijkheden, die hem 
het teugelloos gedrag van zifn escorte veroorzaakte, 
waardoor het, geligk ik vermoed, meer dan door 
de hinderpalen, welke de gesteldheid des lands.ople- 
verde, ondoenlijk voor hem werd, om van deze zyde 
in het binnenland van KoÊfong door te dringcB. Ze* 
ker zullen z\jne rapporten aan de regering, wanneer 
dezdve niet insgelijks verloren of in verkeerde handen 
geraakt zijn, zoowel bienover, als omtrent zijne ter* 
stond daarop gevolgde poging om langs de groote 
Kapoeaê^miet K^ifonj te bereiken, het best uitsluit* 
ad kunnen geven» Ik zou echter buiten staat zijn 
om juist over dit schitterend tijdperk zijner werk- 
zaamhdd tot uitbreiding der Aardrgkskunde iets 
mede te deden, indien ik daartoe niet, hoe on* 
volledig dan ook, een' leiddraad vond in een%e 
dgenhandig door hem geschrevene , maar zeer korte 
aanteekeningen <), gedane peilingen, en een aantd 



1) DeaelTO x)jn bokendieii dikw|ïlf Mt tIq^ en onlceibtay gVEère- 
tcn, dat men moeite heeft om den zin te nden. Ook z^n de namen 
van menschen , plaateen , rivieren , beigen enz. dikwgla zeer ondnideijk. 
Jfogt ik deilialte in bet volgende iomf gedwaald hebben , dan is dit alleen 
■IpM admln* 



125 



schetsen vaxigezigten tan het land, bij weHte téUkeaa 
de dagteékemngf , vaarop zij Tenraardigd rijn, ge^ 
foegd is. Het een en ander is yan wege de Indi- 
ache regering, door tufischenkomst van mijnen vriend 
wmim, aan zijne imiiUe ter hand gestdd, en door 
dese aan mij ten gebruike toèrertroowd. 

» Nadat ik einde^k," — dus sehreef bij mij in het 
begin van Janij 1823, ^ »de zekerheid heb, om 
» mijne reis naar de zoo veimg bekende Nooi^ielijke 
j»kust Tan dit eiland nog in de^e maand aan te van* 
)»gen, ben ik een gebed ander m^nch geworden. 
»Ik héb evenwel reden om dlles behalve te vrede te 
)9zijn over de behandeling, die ik hier ondervind, 
Den verzoek n dringend, om daarvan aan deü Banm 
»TA9 BBB. GiFCLtKir konnis te willen i^en, opdat hij 
i> wete, dat het mijne schuld niet is, indien deze on- 
»dememing missdiien niet naar wensch mogt uitval- 
»len. Te i$ïimAa#," — dos gaat hij voort, — wheb 
»ik de grootste hinderpalen moeten overwinnen, en 
»het scheelde zeer weinig, of ik had zelf de voor de 
»reis bénoodigde gelden moeten opnemen en alle uit- 
» gaven voorschieten. Desniettegenstaande heb ik toch 
d/IOOO in 's Lands kas te Sambal moeten storten, 
» om voor buitengewone uitgaven op deze reis te die- 
i>nen« Men heeft mij, om zoo te zeggen, alles, wat 
» daartoe noodig was, geweigerd, en ik zou bijna 
» moeten veronderstellen, dat men mijne onderneming 
» vruchtdoos zoekt te makeUé Ik heb niet eens zes man 
» soldaten van Samhoê o£ Pcniianah kunnen mede- 
))kri,^;en, die voor het bewaren van de goede orde 
Den voor onze veiligheid, vooral *s avonds en bij nacht, 
»van de grootste dienst zouden zijn, daar geen Ha- 



tae 



»Ui^i zoa»b de Snllaii m Pofifferm^ bééaa vaq 
»i^€rz^kenl bebbeftf ia ^cut ia om o|p a^* poat be^ 
»bQQrlijk te waken. Haar om niet heuler hierover 
»uil te -w^den^ik'^erUaar u, dat indmi ik itiet vreair 
»>dey dat mea bet aaa gekrek aaA moed en ijsver zou 
«toeschrijven^ ik zeker de; reis oaar j£a|;<wigr niet zou 
»oilderDein^, dew^ ik bijna geaoe kans zie, om de- 
»zeive, ook. met de gröotsteinapeanii}^ m^iier. krach* 
)^t4ii> Hiet een gewenscht gevolg tSe vdbreagen." 

Pe Yaartuïgw, yow deze oademCiining beitcmd, 
moe$iea den 19 lunij gereed zijn om te vevtrekken* 
Het wakren de volgende: 

1. De Kanoüneerbooi N'^. 2, gewepaid met êm me* 
talen achtponder, Pwh ijzeren tweepOndeia, twn me- 
tjalen draaibaren, biiUpoQdera, #i^^ metalen /Nniioraa 
of duwderbusfieb « hebAlfe Uda irapentuig, als ge* 
wtecen, j^^tolen» piekea, esk evea.ala de volgende 
viMirtuigen , met IsvwamiddeLen voor twee maanden 
voorzien. 
SiOHmMidant : Jonker BAwnty 
.3 Europeanen, 

1 Jhivaanacbe matodo^r , 
^OJ avaantebe matrozen. 
25. 
9. £etie Praauw, onder het beiiek van Joerem^tdiê 
«mzlf« Op deze bevond ^ioh de Beer q« «üi'Ln. 
2. Joeremoedies, 
1 Jo<srebattoes, 
.1 Cbineaebe timniermiBi , 
6 d^ mijnwetkepay 
l^.fl taa JWeige» ' 



12.? 

3. Beoe Pra«aM^» cmdisr befd Ttn wniJi igodMMk 
Op deze bcnrond jiék de PmÊgfruKig mmüm^ broeder 
des Sultasis nn Samhêf^ 

28 man Htley^ra* 

4. Eene Praeuv, bebooreode tot de flotille v«9 
deo Ajoor Ao^foA AKB. , onder bevel ^anJ^pK jRadfoi 

iftmaa equipage. 

5. Seiie Praauwy ku^dbybs tot de flotille Yaa dm 
Mi^oor Rafifak axi^ bdioordnde, wiwurcfi deLuitemutf 
Jtadf0h aAip berd voerde. 

16 mam equipage* 
De Heer xüixbh bmigt een treurig, tafereel op ym 
de "wanorde en alecfate lurygstacbl» irdke op dese ii^- 
landsche Taartuigen keerscbte» Inuner», oficbooa fa\j 
de bevelbdiberB van detdf e tocht meer dan veertien 
dagen had gewaanebuwd» om alles voor bet aanataande 
vertrek in gereedheid te hd>ben , bleek bet vrddra» 
dat eenige, qp zijn hoogst , voor eene halve maaud 
vomraad aan hootdy nog in het gebed geen water 
ingenomea, en aan alles gebrek hadden. De wape- 
nen waren buiteBdien in den alechtsten slaat; geen 
kanon, waaièan niét het een of ander ontbrak , B^^jf^ 
patronen ia gereedheid, zel6 geene vuursteenen op 
de geweren: boven het sledits met Parrm Parra van 
NiAaom ^) overddLte buskruid zag men hen sow 
liebt branden; kortom alles kemnerkte den tragon^ 



1) tttx^ii de diUu stekn «au hnlo«f In NmIxmb- oT AMmi^^^I*» 
{OmDQtptrmaAiamêmioêfi u..) in de Bymglkia bcKbreren en op Tab. 8a en 
Tab. 103 afgebeeld. Ook van eenige andere , en vooral Sago-Palmen (Seigut 
iaevis^Saguêf^ênuina^SaguaRvmphiitxa,) dienen de dteleDtot onderscliêl' 
itn hsliMlQk getenik, i« hA bgyoHdtr toêr heiMn^n en haadvltisgen. 



128 



^orgeloozeil inboret Tan bedorvene Maleijers, die oog 
voor korte jarea het handwerk van zeeroofers gedre- 
ven hadden. Even elendig was het met de manschap 
gesteld, die geno^zaam naakt was, en waarover de 
inlandsche officieren niet in staat waren het voor 
de dienst volstrekt noodzakelijk gezag uit te oefenen 
of zich te doen gehoorzamen. Dit mioet echter, zoo 
ak de Heer müllee aanmerkt, niemand verwonderen, 
die eenigermate bekend is met het schraapzuchtig ge- 
drag en de verfbeijelijke knevelarij , waaraan zich zoo 
wel de bevelhebbers , ak allen , die op deze vaartuigen 
met eenig gezag bekleed zijn « oveigeven. De Hajoor 
Radjah akil b. v. ontvangt maanddijks van onze r^ 
gering / 40 voor herstelliogen van dke Praauw, dus 
ƒ 480 voor de twaalf, die hij in dienst heeft Hier* 
van wordt echter niets tot het gemelde einde aan de 
officieren verstrekt, die zich daarvoor schaddoos std-^ 
len , dooi^ vier of vijf man minder , dan op de rol 
staan , in dienst te houden en het geld daarvoor zelf 
op te steken. Wanneer de matrozen hunne aoldi| 
t>ntvangen hebben, gaan zij met hen aan het dobbe- 
len en weten het altijd zoo aan te leggen, dat alleen 
zij de winnende partij blijven. Zij zijn het ook zdve, 
4ie het praauwvolk van opium voorzien, zoodat het 
altijd bij hen in schuld staat, en dit is de eenige, op 
onzedelijkheid rustende band tusschen het scheqtfvolk 
etL deszelfs bevelhebbers. »Hen kan bq;rijpen," •— 
zegt hij, — »dat deze rooverbende, het uitschot van 
«het slechtste volk, dat misschien ergens op deo aard- 
» bodem leeft, mij op deze reis veeleer tot last, dan 
»van eenig nut moest zijn." 
In plaats van den 19 Junij, gel\jk bepaald was, in 



129 



coe te tvekkMi, moest hét vertrek nog; Tencheidene 
dag)ea wordeo uitgestdd, niet allten om de inlaodrp 
flobe! Taaartuigea naar eiscb uit te nisten/die, ak ia 
Laads dienst zijnde, e%enlijk dk oogenblik zeiiree 
bdaóorden te lyn, maar üok dewijl de PangtroÊif 
sijn . fbUc ndjg; Jhyeenbreaij^n moest: .waarschgolqk 
*eefct^, omdat déze bet niet waagde de reis aan te 
vafligehi: zonder Toofeaf zekere bïj|febx)vig!e.Geremonjëft 
iren^l i te hebben. :ilen 23**«P voerrai ;i^ de kiekte 
Smnhmi^fonot tot aan de Lading ?an genoemdeo i^an*- 
gerünfi op,, alwaar bg een' groeten ^om/ara-boom 
allerlei plq;!ligbeden werden Terrigt, en onder ando^ 
ren eene offorfaande aan d^ z^cb in de riTier opbeur 
dende Kaimans gebn^ werd*. Soortgelijke belag» 
ckdgke ceremoniën badden kfeer ook, om den moed 
dier Mahische zcebddenop fe wekken, bg'den Crth' 
ton des Sultans pUats , waaraan deze verlicbte Vont 
setf 'deal nam, ebrdie Toohd strekken moesten otn den 
dnieel en andere booze geesten te verdrijréo. . I^n 
faMftsie mloor onze niteLm xijn geduld en zakte b^ 
den/27*f** Jon^ naar. Psmititiar aan den mond der 
Samboê^mm af, om daar den Pangerang ahk mi af 
te wachten, die daags te voren weder van boord was 
gegaan , om , zoo als bét heette^ n(^ eenig tolk en 
ettelijke meiden, tot zijne verstrooijing op reis, op 
te tangeB. . 

Van den mond der^Samiot^ritier tot aan den Noorde* 
lijk gd^gen* boek van Botgiraj^a^ is bet land omstreeks 
twee Buitocbe myien ver geheel onbewoond. Het 
lage, zandde en ten dede ook uit klei bestaande strand 
der zee, hetwelk bij barden wind gedeeltelijk over- 
stroomd wordt, is op plaatsen, die boven dan boog^ . 

9 



130 



9ten tratentapd verfacmen tijA^nmtMtmbéomênt) fae- 
diekt; iHet liout-?an desenl^böoiQ; .dk»U'geéaQ)ife 
vêd op een' pijiiboom: gdijki, 19 zeerlmr^^ dnorlitte, 
«n: overigens goed ïroor inuafpn yalidfleinie. vaintdgBD. 
9e %ee'laY)gS''di(;. strkid is üeer* ond^iep-yizooAatniM 
6p - eèn' h^lf ' of drie< kwartier otko» i<^a^. naibveli^ 
tan -6' tot 18 ^oete^M^p^teriheèftl oiiéari riQhoeivvl • te 
water itroebel^ is V' fcc^^tiiie^i^^eaiidfa/nittbxidifbqfiteB 
tAè- ieb'bov^ft dea moiid 'dër. riiier.fek^vhe'inoildcr^ 
bmk JÜkiMifsi^t) ^ndt; if6vdtfi«ieU nra sAndéD 
of Uippen fapovèn ^oirdfr'irat^rke ?i«fan^ > Oo|ft kvo^ 
neki Ueine^vaartuig^pizonderi hhidariovér.idjfiliianAiiJifiT 
ten 'heenfzeilenv terorijl givoote. sdbgpén-Op verdeaeQ 
a^taad, waafi'het-xratér held^Mer^egatte iroadaL» 
k>ndep eènig gevaar büflinen - koersi ikanaai vervc%Hkri 
ofeèkooii het raadzkuiiD*ïs<|ou' ehidkovheti liMittluittiia 

' •l)0'bet^AM^^rigb vormt oenea' ui AodL:.Fém^ 
tdfen Kgt eeiicilandjenqi gdijkeiLnéaiB,iva£i«bdi 
tn nog tegeiiwoor^ig.eeae gBvone. aduutplaattJAeé 
aeèroorerSy die tuschen faettelTBcn flen J>eij^;i:waiAr 

• • •*',*" • ^ .!..!» •■: > .11; T-i*!:-' , .»-' 

. 1) Ik Tonnped,. da^ dit de. C'MfcaniN^.fTU^^^^^ <j^ <>ff '^ 
') Groote schepen hlijven niet zelden op deze bank . vastzitteA » . ouuit 
genlketi ligt door bet «itbrehgen van éen ittr^uAifr,* 'it èök'^oitendieD 
alleen door den stroom weder vlot. Dit if Toonil het geval. üi^jlé' 



den^ somtijds eenige dagen. lang zonder \(fxl daarop hlijven zftten|,tfl^ 
dat zij weder* vertrekken; Odk koriiicïi grootè vaaMülgen'wil tiwf tttrt 
dltpuet ^'kklrdMf'din Urièriv;lo«|pM, «ltti(éHilalftdóttlia1(et*gdteè 

men is tusschen ,9 c^ 10 ^ren des morgens.. Iiy het opacoien van d<n 
zeewind 'j ^nneér mm dadcTyk' de'rivier kaii '«ipzeiiên tot 4^óf k ttre^ 



» 



tSSL 

fllMhU e «f d-voet "Warter' i^Uttt, ^fcoowel 'tegéd ^è&k 
wiiid V ^ab teigfdtt vi^mrigiqg sselKür UgtgfÊ». ' * Yioi dtar 
ode de !0a4mr dieittit Boégiii^djéÊt <), béi^ der roo^ 
?ë^, óittttaanij;* - Hèteiiandje is eene rots, rail 200 
tot 260 'voetM höd^ eo ^h bov«n m^t bóoinea' lye^ 
gra^, die ittÉi tlen^tièelüMit, iM«r nien dadelijk 4, 5* 
j^ tM 8 tadetftéi "iraftek* {MSiU^itregexiB have stëOè Waii«» 
de^'öngiteaaUmar k - AAa de biiiiieiizyde echter k 
het stitmd öp 'éeDte' èilkele jdaab zandigp', waar ^'ob 
tuaschen de rotsen een% we^ Wiiier ^ertaittdlt: 9ë 
t€gMOH^^i%gedde be^ Béeginjd öpdèil tastéd'i|?al 
is taAHI glooijeiid, niaair desBJefttemiii vten-Tetré zeer 
kenbaar. . BE} is mét 'bootten bedekt eir'zijti' bodem 
beslat ait giiedef tuioaatde> Aan z^' toet Kgt ené 
tnaugte tofeklonipen tatf bctkétigewokie ^66ltè Ver^ 
spreid/ waan^an sommige ab'door^ lYiCMchehhaWden 
bpéengestapdd schiftien ; é^üiè' de jsteeiósoert hiar» m 
heta^emeén een h>bdadbt{^ 'g^niêi. Toë^hen de^ 
zdve groêijen iii deh -zaÈpdi^eiibèdèfn tële'*Mt^, 0^ 
i'lafui^a-bootnèn , eene soort van ijtéHkMit van Mj^ 
zondere zwaarte. Wanfneet* dé^Motn-'eèi^ 'öodeidom' 
tan IS tot ^ jëreh üie^ktTlièeAv' ^ 'hfj döèfr ziJnë 
eigene zwaarte n^geho^ oihvé^^ hij bBjft éüenwei nog" 
▼oor%h)ajen eii begint ^i^> dféh 'éèrM if^' te £kfe 
toet^nemeil, «O^of OOj&tënio^.Wór^èlide. "De'iltJ 
boot<iii||en nuakéti'^andit fetouts .oMde^célii^ sterkte 
én . <mdÖordril^bëeirbëd »' «eiiypM;^^ Liof èclrdtpbiiikën 
▼001" het gesébïjt tip^ hoanè! ttf^tdgen! ^Degi^laeh^ 

*) ^a«pf .fv^CA-Ute^eiit, ^niy^f fp |ii4fi ^ het i;oik, of p#y 
liet ge&eefi^ rolk. DcMrgtfans ecliter tiecht men daaraan de beteekenis van i 
Kit gHneené vd& öflièt gnatrw. »' ' "' "' :/ '" "- '■•''^' " 

9* 



132 



lige l^loesem Tan dezen boom vei^reidt op €ien' Tier- 
ren a£itand.c«ien zoeie aan^amen.goui'f ook woeden 
de YTucbten , door den .inlander ,l^ arUepy gdlinijkt. 
Men vindt bier ook den zoogepoaamden «St^a-boom » 
di^ r)ed^k groot. is eo £ri^e bfeembrooen draagt* 
By.komt op Jama niet n)or.t wiwrbeen zgn sobors 
aU Jkoopwaar overgdbragt . en lot b^ donker bruin 
verwen- der bekende BoUkht^ efioe naeer of minder 
B^Jd^ «oort van batist-katoenen ?aa eone eigemiardïge 
teekep^ig,. gebruikt wordt ••' .. 

Aan de Zuidzijde^ van dezen, befg ia e^ jiwiert^ 
van zoet , water. Het is echter uit .boofile van den 
lagen wal, den vloeibaren modder en het fijne zand« 
waarin men genoegzaam wegzinkt, n^^elijk» om al- 
daar eene genoegzame hoeveelheid in te aemen. De 
zee is bier ongemeen viachrijk en vol zec%els, zee- 
tt^rren en all<»*lei poljqpient waanran sommige» 1^2 
voeden in diameter, hunne italryke dunnevannen, ter 
lengte van vijf of acht voeten, naar ;alle zyden uit- 
strekken. 'BofeaJSofgirofa is^ de- zee nabij de stran- 
dt dieper en het water ook klaarder. Groote Praau- 
wen kunnen )dan ook digt langf den wal varen, en 
ook voor ,groote schepen is , bet water gebe^ zuiver 
en zonder banken of klippen, l^aar ook bier is de 
landstreek vlak.^Q. ti^espeurt men mylen diep land- 
w<iarts in noch beigen,..aocb heuvels. Het strand is 
zandig, maar viij droQg, zoodat men* ur^n lai^^ bijna 
on&%ebroken laogs hetzelve. kan opwandelen* Ook 
bier ziet men niets als jRooboamen^ maar eenige dui- 
zend passen achteruit is er meer verscheidenhrid van 
'plantengroei en neemt bet landschap in het algemeen 
een «eer bevallig voorkomen aan. Tusschea bet bout- 



lis 



gewaa ontwaart men teer schoon en hoog opgaand 
gdbogpme, waamnder ook zeer ^roote Kan^Mu-hoo^ 
men. Er is OTerrloed van wild en men ontmoet Tooral 
zeer tele wflde zwijnen , herten, qHÏngboIgesy ootk 
£aHe^oe^^aA^ maar daarentegen, behalve Tischre^eni 
en waterrpgeb, zeer weinig gevogelte. Uit gebrek 
aan goed water, is. deze gehede landstreek tot Paloo 
onbewoond en treft men sleohts hier en daar êene in 
den goeden Moesson opgeslagene ViMhérshut of de 
kampementen der zeeróovers, die zich hier dikwijls 
ophouden, aan. Alle zoogenaamde riviertjes, die, 
behalve de S^/KgaUkoerong naauwelijks dien naam 
verdienen, zijn namelijk verre opwaarts met zeewater 
gemld* 

-S^nigeBmtsohe' mijlen Jïootdetijk ren Boegiraja^ 
komt meu aan Tijit^^mg Paijong^ eenen uithof düs 
geheeten imar deBzdfi {^edaante, welke eeni' halven 
cirkel, even ds een^ hA'^eaPaijakg bf zonnéseherin, 
beschrijft Op eemgen aftland uit zee gezien maakt' 
bij eené sierlijke • vertooning. Nog eene halve mijl- 
boven dezen uithoek, kan men in het Zuiden den 
berg Penankatf die zieh aau dra mond der Sémibaê" 
rivier tot eene hoogte Tan 800-900 vioeten yérheft j 
eai eeaSgenog verder verwijderde bergeü ontwaren v 
hetwelk de buitengewoon lage U^ing van deze land- 
streek bewijst. Ook behoudt het zandige strand ver- 
der noordwaarts op geheel hietzelfde voorkomen en 
blgft het vaarwater even goed tot op twee mijlen be** . 
neden Paloo^ waar het strand afwisselend hoog en 
laag is en in uitgestrekte modderbanken uitloopt, zoo 
dat men. wel eene m\)l ver van den wal moe.t houden. 
Daar, waar de oever zich tot eene hoogte van 10 tot 



134 



^tWt ^l^r. op')^i]/9C4cb^4«ne 'botlek ¥^ 



» I •>: • 



t ^ Ml :.. 



Daarent^en viudt moi aan de lage en meer zUndigci 
oeTm\T<^Tul%4tp(Ne:gi^^ i)r^>!J(fMfiTf»tl- 

i^Qc4i}i» vooral 'dQ0r, ^ «Mmpfelps ^ster igieaoQhft^ «09, 
v^.ofli die piidi|)koalv dMirMuir.bfigpekitakl'genu 
vff^ï^it $i$ om-Mit^Ut :Ki^:.d^ate0i^;^aaTfq^e»iy. 
hiimie, .TMrtMJgen m ]>tmteo ; Müecdêft en bet d^! 
dei! J^uait bedcikk^. . ... r .: . < 

.,])e ,op 4€9e! hoogte ligig;Mtl« ^e3and}«é.«- JMoo^S 
^'^ gflw^teo* vctLenog; cqp geeoa kaurttfiMji mnr. 
gcjt^wd* wcrdeo doot*:i«SiAU voa ▼«DseJ^jUmd»» 



,ï I . • • ' 1 



*) Ook van deM' Palm W9r|lt de tfam.dikwüU f p .^ST^nMra UiT uücA 
Toor de hnixen gvbrniJLt , die echter op vcWe na niet Jtoo danrEaj^m ijjn , 
ds >iraa iJfe^lMHit , daï kbéw'tV büdcf walèi', ali Wch ' hct^ln' ' iief ^aah' 
v^sqttws QiideHi««iri|> «ui )i^ 4wiqrg4«k^U tft '.WAnpW déSeene : «dJttH 
der aan den aaderen deugdelijke Wken rvn g^eiji^iu Terkqopf » ^P*P 4^ 
kooper ook niet naar den ouderdom of den sta^tt van liet hput , maar alteen 
Baar de • gaten , welke' èaatiii 'doór^aaiis ' ree4i tfoór 'dtic 'of laéetéete ilrr 



IZ5 



st0i»^pualMk opg^esaoincn y Itot een yao welkeheDEi de oar 

gieibér 4000 'i^ea.Terwijderde.zÉndbai:daiWtf r.ii9^ 

rèng diende. Beide ileie.eüandje^.zijó slechu iweil^iga 

toeteU' b^en'de (^perrlakte der zee fedieYëq ed ine% 

Tiüdt^op'dez^e geéa qppor ran. zoet ^«ter^: Hi^ 

m&b%oa óvê e^geaiijk 9M zandbanliea beschouwd war** 

éesif^ iiraamft ^ dé grootste di^ bëgroeULf. de eüderes 

wMitip floieh hog omérUyiBG^a Viüdt .TaQr(eent yern. 

sekataeiiig ^F jkwMiij%. éert^ doojr de zeenioyeiv iO|h 

gewovpea >' sleehts'^gededtj^lilk slet büpiAea ]>6zet 184 

Langs de stranden dezer eilandjes, alsmede opdezatndi 

beuk xi^j die evie uitgiéstnkthéid herft tan Jbet Tierde 

eaci^lhiilidheiniïjl/ihbadeD'zidh «efe achilpaddenopi 

wter egen»' zeawel door de xeerooTèni, ak door df 

OjBOMen' iriiD ' Paliip . in menigte vordan opgi^^ten^ 

-iiOok'^op' deze jfadogli^ isl he;^ meeijelijk -yooi: /zeeKi^ 

iMMirifi(''eai;-iq^ «tlin'idrtiikhaaii. ^vrater- tie>Tawrzieii« 

Men' nioei tè^dien^èiDdie de bogb van Paiooli e^jd^H 

iJÜ'ibèt titieitjef i£tniéool(é^^ oiieigenUlk ook jPai^ 

0eii0Mié 'W0rdif)iaiideAal£>aui* opaaiso , (of ook meer 

lloordeiyk'd»ibogt>'inlöop«n;en.dan 4e* tivfer /^lU^ 

été i l^"^ ^mibigen' oök J JBómlan i hkei^ / biiiioef}gA«a 

Cehter itl het in^tec«4iier.areral''b^2«|tdeff. ondi^ 

en geduiende^de'diiw 'kinbtnttibij ddreciiptgenoeiiih 
de v.«rhri«f ep' ic6|ie> b#ebdts .'yan.::drie kinuFtier ,üurs 
eeóe ' moddesbaiik te :toanck9n^)iw||a«0Ter men cto- 
atdre ook niet^aKt bet b^finite ;fchittJje kan' btnoettÉ- 
ifarofL! ^ dezen 'diepen /«n, ^wteKen;;jDdd(]eii,T^tigfe«i 
de GhiaeeenVaA'jCfioeeene.'melQag^te 4i0sebeli«rW 
tóe i^'Ziói fbn.'eene/^rit^.nn.grQOlte'.sobildeftJbi^ 
dkiMQ^ ' on •ikiBir4px)iep.dctt /modder béeii tO/kra|- 
pëüw K) hiog * wgtcr 'daaienli9en!:kaji;;cehe p^Wr 



126 



K^'ang9 Praauw of groote docp daarorer bet Jriner^e 
bmnenkomen, ofiKfaoon bet toch >altijd noeydyk 
biyflt om het e%eiüijke vaarwater te oadcrkeanefi» 
éaar het land «aan weerskanten z^ modderigt en 
gedurende den vloed bijna altijd op den afimnd 
Tan \ mijl overstroomd is. Deboomen^ die 400 w^ 
langs deze oevers, als op bovengemelde, eilan^jljes/gfoeih 
jen» behooren tot de geiüeênstex «n sleehlsteclKiut^ 
soorten , zoo als Ktgae jipie (jéviepmim ülba en JliU» 
mentüHijf Kafoê Bdkan {RkM^gfann Mmtgk),tBk 
eenige andere» 

De van Chinezen bewoonde Kamfng^Vifgt l\ wm 
vatens tan den ilnond der rivier en beMaat oit.onr» 
trent zestig buizen met eene Rdmuk^ofigpig ^ eene 
amfioenkeet en eene arakstoker^ Slechts weinige 
door visscbers en cenige ko(^lieden bewoonde faun 
asen staan bij dkander.: de meeste liggen venrthKiid 
in de rijstvdden , die eene groóte ruimte beslaan en 
er goed uitzien. Het getal der inwóneÉs bedrag 
ongeveer 80 mannen boven de 16jèraa| endaaimH 
boven nog 250, vrouwen en kinderen. medegekdiend. 
Boiten de visscherij bestaat hunne hooMzaldemke 
nering in 'ript^ en tuinbouw. ¥ooral heeft 01a 
hier zeer goed onderiboudene moestuinen. 

De eigenlijke iiaam van dit dorp os niet» sooab 
-het dooi^gnans genoedid wordt , Paho^ niwu* LHfiê„ 
Bet oude Paloo lag eeoigè uren meer ten Ifoorden 
nabij den berg Paloo ^ waar ihen vöorhöen ijzer-» 
mijnen bewerkte , als wanneer alleen At Kongèie^ 
Hooiden te Likoe woonacht% waren. • . Daar ter ^plaatse 
liet de Sultan van Sambao, door Ghinfezooi kanooiMi 
en kogds gieten; van welke nog versobeidene sUik^ 



1&7 



im te Samboê aanweag èS^ Duur «diter de mge^ 
werken «Heiigs mtotiierfèn, s^a de mijaea in dca 
hatsten ' tijd , tot qp eene eokde na, geheel tcih 
Yatféa, eó ook Likoe beBÜónd in 1920 nog decbtt 
uit "weai%e nnekenhutten. Maar hij de laatste on- 
lusten met de Cihifiezen te MatUrath,etu.^ beeft 
èe -AÉiltaii td<^ der /van daar rerditeeoe en.rondr 
zwervende . jChifleien derwaarts tcrweken» welke dbh 
tegen wodrd% omstreeka Lihoe aS het tége&wooriige 
Pale^ hébben nedeigezet. WanniQér inen' zich. noD 
Samboê 'bierheen wil begeven, kan inen ook,, deoé 
eenige riiiei>en óp té Taren, tol.opeeabatf.u^af» 
stands van den JTiMfipMjp^l^^ <* 

' De beil^ Paioo ligt todge nren/raa bet doêrp irev» 
wgidiérd €ti is van eene le^ bevallige gedaante /waar* 
door* bet landsob<^ in geen geringe mate wordjl 
T^rlevendigd y dainrf.mèo heé^ kcfer 'ter, zoo wel Imh 
Ten, ab beneden Tanfèng .Daiae .Èaen. kan<. Het 
ijzer, dat ïn'groote boefedhéid uit hem getrokken 
wordt, is '?an mistekende boiedlu^ghcid en wordt 
gedeeltelgk ook door de l^dl^aAiar» Terwerkt* Ad;^ 
ter dezen berg' bezit de Pmngwang T^mmoHgat^. van 
Sambm eéiii^ landerijen, die bein.als erfdeel. sgh 
to^rdlen, öndeir anderen Boetmmtir en een.gèt- 
deelte Tan den beig iTiaoo^, . wdke ook^iooidalbQ 
fde YOgehiestenr hoewel van alecbte hoedaa%Iieid 
oplerert, Sarreng hoerong genoemd wordt en. tot 
aan bet strand der biogt Tan' DiUao Ibopt • 

9e smalle landtong^ wdbe de bogt i'abtf .ten 
Ifóordweslen, begrenst, scfa^t inigelgks. door vanzen 
reiziger' in bare 1^|K"V ^^ «trekking naanwkeiinger 
bepaald te zijn. Zij kan' wel, zoo «ab wg térmoei* 



13« 



LihoBy nBam^k uit Bejnchfïdné door «ain^öeliiig «er- 
emigdc gknd bankeri;> .iAiUhaDg» ofiyhqftp ii)0tjdei|.us(m 
md itrhpnd^i ^ordt o^ ik% st^^wPQrdig* P^pf^.t 
di^i. ëilaaid gbnpebidv^lie weteajJB0m{è#*i^a«#4^ ;yO0k 
tèrdér ^c^^rna^r- dta.kantiyaa:2!aq^((|r»^>:«^^ l^ib^t 
MndonbewooBflL; blijft ihét stsandbiagfi^ii'iw^, eft 
ü faet ) iè|p /?ele jriaatwn «met HMoommi ibegfdoïd^ > /, .^ 
j^;llaaDiittt;;l%t;^Uulten óli& O0|g^erfcitj eith bif^r • (Bena 
volledige besohrijnogoiraiïi dcse'^rieigevi^ti': d^aieor 
bovba ioudeD;de!lMiuxrBto%alobderK<MulJbMeUL,d4^ai^ 
tM op' ^èiré na 'niet toereikend /z^a. <^ Wy^ iV^fti «fdjl^eA 

de Yoornaamste punteBiidM'opM^Beul^Qrj^idoIliliiH^ 
weat^jj^ kuitvanifiofvatf^beQftjafitigftdaapy 1^ ï/ffie 
moord^a'of^fiWf/AidaBihkj eauige ffcatifti^Mibüji^ 
gieiL' Toegen:, iptidjpe:ng^nbani^|)e'^iuiiite0to)i^gi^ 

ge<Jh>kkeD/^^en ?/^^iidijrl»doaddbij'«kb a^ dêaSDodKOr 
tvèïtelijkBlieiii irithoék^Vai^vvfll^ïo ^iiindml d«te Aima 
WA 'Zid^^^ny jipie K}BTaHfomf JSraui ;l^kQidk : Hpid^ 
a op^d0oiebitè,9adë kaartëBimiel^bet metr Koqrd^k 
fjüiégeniTMfyfong jfio^ tpt^D!>hQd<2aimngj3tft)Ukea« 
o&cbooa bij dafi!h|ln*doQ^^ë^^fafiiaaid;>T«Air4ca^ 
dgbel Dbltichè möleii''gesGheifltri)iiaJ 'i^f^db, ep*v«cife 
flif^wej zcdcaarten iiomt • hij ia .bet* jpthedrAkt , f oen i 
pfichion^hiji voor^de z^sUeden 7;aalgiio<it gewigfi IK» 
bin 1 7^' 'Op 1de! «klt^eo). te iTcrvale^ v'^dietitopv d^n 
uithoek !jg;edeelleiijki>l^()9tvdeëls onder'' w^eT/ Mq^ 
gen: weshab^iiet^'Wiadaaaol, id, rdm' .ziob. jojpl MO 
half 'uar'^fstitods van )dèn^/'\^al;te^iiQiideai»; :waar>i|ien 
aaiLiS itoi' S.t^d^^a'ifiiabr pM *%wodsno9Ai.'im.^ 
f',:uar afidands^. lieods'lS T^cnn^ Jieeft,.:niet f)ea 
^leol' vry ' vaar^rtiter «iihnr hddcv r^rocnf. kle^r; I^i^ 



»9 



nL^,het'\!fa6aédm 'tt^ '9dh^''b^ Hét 

v^ hcM^i^baadiVi dèt^ib «éneTumrisliogtMt 2fcmn 

erórdesHléB gdiéèleaB^g^fltgéktheid; o|i Ae iiNfola: plfptH 
8an>2aDaAt''awatri(|^ciiooiiite>^:(ypOiiI ,jfi0«i0mi«r»$*;htMl 
Mti/ >TffÉiieDd ciii^haiiltlrioriiliettgckigp^ oprémfbetffoM 

odtapnagt^v^BetA^^imrife iAft9itVijo4at'>kÜGh,n^nltQeBt 
lAvl weh£ikMBi^(iiV*!fMi^ >^ JTbétnteDMh 

0ié«eriB,iisbèbw6l*jèbijlièt''cmr6rë rimrinitef^ jdt:ooi 
den . ^tBÉuitBadea-iuiitei^Maid^lirJ^^ 
dqie'lioof^ taaiailtr]nwzeed&enn,.'vèojrid kvKaUmy 
ea, ^p ódk'hüitiagmdtetk ifinhrgk.- nlifa>tfcic[^«ir.éQbii 

. l>¥Btt Ii|jèiL.Éiinden;igewi{|^ > lü Wtmfimffi iJOaê^e i vdor. 

ded;aeettasigaw'fitWiJi.failki» d/ihroviaodaii;atok> ëen^ 

zin» /faitaoérigep iüBüÊ^aib^iimAimffew^riBiawA Xm^. 

seliefa.dmlfl^«t9Mrdu]9v tU^ii^ 

tan^rab (tusefaéuodéif 049» loj^» 1349^ \ÈaapÈ$Uii lOft^^ 

genrmatt,, > mtèéBfleeltfa, .óiElB(iT«aHr«ler^^^ldaf9rWaa^ 
zeév origriajiDhtaat} di^te : ''')deiiaridéBipii)'>iberB'> hob^ 
diauii^f hedblvpjm diMijIs '14^12^ >16vü>«>v^» 9imt! 

hetugeiidr^iiiBraar) bijrdi^. onder, dea; wU.;20 .ea 24 
vattemea (^éüdd, ivim deb 9^'0f> ^casU^iAttgii^t; 
tt0V'*<>P'^^^WMri>afttaiidi: «en* Wpslèn-mdi den. t»pr 
nn/ditiivMi^^eli«i|»téj^'kindMbli) a|>Tadèmy'jen^ÜMlb^ 
de^ tO^iopdte^tl'^Tf <>p«>H''afttiiidiiaDitiurBnv 
ta^lft liadé&ieii voor «iiker/ l^f / ijDi^?oor'dsff.|p(>H 



14Q 



hoek ^elTen liggen tenchddene rotaqi >: ionmi^ net. 
den watbnpi^gei gelgk, i andere onder itater;* maar 
reeds 10 minuten Terder heeft men daarfan nnt» 
meer te vreezen ^ terwijl. er vaamhgnlijk indengp^ 
^g Tan Noord ten Westen, Tan Daio9^ naar de ei-> 
landjes Smroêsmi^ neg meer. ondiqiteQ Toorikomen. 
%LX^ BAsa^i .die hem .dit Terhaalde, merikte terens 
aan, 4at men buiten den val^zèerduideli^ hetaf^ 
neimén "«mi het water . hespenreni^ maar er gerat 
OTer heen keilen kon. Vim ^ignMfk Ban^ in ds 
maand, iidfj met 'de Maniora ténig^mméndeyihad. 
deie ^Atahier acht dagen werk om ^Tat^m^ JDaêm^^ 
Toorby te zeilen/ Het was. Uj dieik.ididea hoek, 
waarroor een buitengewoon vteriie stroom loopt, en 
men ook b^het inaolisn Tan defaaai ee^e hepge 
kabbding bespeurt en aan rukwmden h bboljge**' 
steld, dat jêülvol Tan dien 8*^ op de& 9^ lU^ een 
anker Terloor. en een ander zwaar >beBokad%d «neitL 
9g ried dan ook af ,.om :vlak daariro^ te anke*, 
ren, maaclieT^r op. eenigen nfrtand Tan deniidTcni, 
of wel binnen in de baa^, waar men goeden anker-- 
grond aantreft en tempen den. NöordeÉ- en Zoiden- 
wind genoegzaam beiieiligd is. .fiier heeft a^q^dmatig; 
dbbe en Tlóed plaata: de eerste * duurde slechts Tier. 
uren , .waarop feicht mm Tloed Tdgde; Tanfan^ 
Datoê Tormt een hoog, bngwiei|iig TOOtgebergte,* 
Tan eene gébegenè gedaante, met den .inbian naar 
het.Ziuidoosten gekeerd. Het strekt aich .KocmU 
waarts uit >en loopt aan den Zuid westemken kant 
steiler af, dtoa^m dien ten: Zuiden en ^Oosten ,/waar 
eene kteine riTier Toor eenjge grootè lobepen go^ 
nocgzamen Toorraad van wallsr oplerert. Hét beritaat^ 



t4t 



ab het ware, uit twee beif^en: de grootatè» die 
ecDe bogt ' beadmjft , is tosschen 350 en 880 'voe^ 
ten boog, naar maakt eene minder fiiaaije vertoo- 
ning I dan de kleinste aan de uiterste punt van het 
roorgél»ergte; hij is echter roor seevareodeny voord 
die TOD 'het Noordc^ naar hét Zinden koera houden, 
zeep keaneiijk.:: Be rotssoort, waaruit deze- bergen 
botaan, is roodi en geelachtig graniet: ook wilxfit^ 
un eénigé leisteen ddaar^ge^onden. hebben. Daar rij 
gdied» alleen staan , en hét hitd tusschen dezelve en dë 
achter de ^aangTmaende haai oprijzende ' hieuvds en 
bergen tot op een' verren a&tand aeer laag is, wordt 
hetwaarseh^nlijk, dat Tanjong - Daloê eertijd» een 
afKinderlijk eflandje geweest is. 

Dè van hier in eene Zuidoostdijke rigting diep 
kkidwaarts in loc^nde hogt of baai van J>0#o^ ia zeer 
nitgestrel^t en door- versoheidene bergen begrensd* 
Ottder deze munten vooral de Kuaai (op zijnie kaart 
Km^oi) en Ltmio {bij bem Liémda) op den achter^ 
grmid uit,- die heide, ds tot het hooggebeif^ be-* 
hoerende , waarsclüjnlgk met dat in het biilaenland 
zatneiAangèn , oteboon zulks, volgens de berigten 
dér inlanders omtrent den loop der rivieren, niet 
het geval moet zijn. Even als Tanjamg-Daioê , éjpi 
alle belagen, die nsen hier ziet, niettegeostaand;; 
rij , zoo ^ de Kwooé en Lundo^ meestal zeer i^ 
z^, met wedig hoiitgewas begroeid , van h^el)|^ 
verscheidene ^soorten voor den scheepsbouw ei^ ' toi 
mast^ van kleine vaartnigen geMsbikt zijn. > 

Talrijke riviertjes stroomen van dit. gebergte af; 
hetwdk nog al tamelijk door Dayakkeri bewpond 
wordt» die voor eea groot gedeelte onafhankelijk rijn 



143 



en ten dod^ ond^r iSi^mh^ ^Mg^tijjk Jk«vM#t|aa^ 
Qaajreotege» . htbben de Maleljers, .iBfealèl •soeNdbai-* 

kM4;^icb<ocA:.hier in de oabijbeid dier.feïvjariiiqiidfiQ 
0eo«8leld» nuuirdoor zij voktiekt Iti^erter f$a vw 
«Uen t^fegtngl tofi btt liidMiibiidi. . •Sie Ttdramimte 
Tftn.dtze.iiinehHi 2^0. de? >t Sn i io#É eaiSMM|;r« naw 
wdkel.Qok; 'hugaê . yiMiriyhéddtt'*gQiiodid ; vöidcoi ut 
^t . Ziiidoottdqk. gedeelte, der fciaai,) ds diqp.im het 
binnenlabd :«to den boogeli. htoigkelett üPimrimtfiBilii 
Kkiiler sBijb det So^n^rahati («licmltteo Smmm^kfMkt)^ 
itdke zieh tuMbe» deielre^ nab^ eeoeftjiitboAi ia 
de \mx ontiast, ea poneer West^jk.^e.XiMa, /^wim 
zich de Sultan van «Sai?i^ ii^.betJ|aar;181Jf.1^>AM#fir 
£i«iK20|.cphield, lom bg.dooF de. Ki ^jfeteh e n;ttk Snn^ 
W véijaagd WH». I Acbter iS'roii^A <w)}wiaM «001^ . ïgi 
Z90C aflaad we omtr^en m iu c%tan iiieTd: gduddM 
bet ho^ gebeiffte Singié^, dal w^ JMptSQ- <ireii;iMi 
bier y^ir^efd ia ea adc^yk tot dien^boiiy^ beqg!^ 
niff fa^odct, vellie de W^ejijl^Jkelll. TMÜnnHf 
taaliel SbiJded nèar bet IHeoidienjdtxMrlaoptf'itaiin^ 
fBtts bclialne éoaSingif^ de .bei]^«yafti*faiaila>iiidia 
£fra .em 'iSWiaor,' de •S'in^cpaa^.eD /r#miiA»!|^t)Mb 
altakkea of- uidoopende YOOKgebergtea 9^a.\. %>.bnH 
gbn omtlreeka Srawak a^ TaftieoèiB «eer gtotedta 
{fedaantc ba Tentooten. tich émn<ik'iMadL*aUiaQ4cr 
l^bi«*l9ichikte,Aiikeri^iéodaiL .Had ^daanaÉioiNBair 
luki^idafriiijVtfceaivreliali de<£t<'o#i^eff.ZiMidbv><iiidke 
laatstgeooenjde t«ëelij^i»f¥i<iiiaaarbcaatien»<-y«ntndt 
}ctoii9dlte&iii{fr9{MN)ag/ziJQ)t4)u'>':!' ..>;!iv'li ')\i-'.. 



i.4S 



ha^oüej^j' of:zicU>Ttaii'iijd Jtot t^dtuilriMotdeÉ« g^dflelteft 
Tab JUrffaotfijK^ikéèke Yeraaaleleo^I om geioeeosjithQp^ 
IKKjke'raak'tj^'aDakeD^ «podsttDok b§nA;ikteiiifliii}i bet 
t^tfigft^oni Ifaer Im^ahiiat Wb, drig»rfau)j Ifjawdfarheid 
«^ ^^liifét»m!bijgfUgGa(jSfifm0i^ '?ttrtiiid/&>Qrmihr 
^*^ 1^ faima» /plff^ddjaol «Mji^itattdftbatiywuliiigw 
blootgesteld» en zeJfiiidbineea^ilMNigiQnjpiMd^aiè^r 
issme hewo^erardlsri eiland^ '.^cbboQ.teèl'taa bsif te 
lijden. ' Sit *^aat '200 •feir'^ dat ^iÜch ëiadd^gCH 
moodtai&t iteUMH^jfëziea, ointiveo.dec «ifatiiéy^g^ 
b$et te TèrliftenVkib zub dj)j liet: grootste ^4^1, omtneot 
32'^amii Iflhigen tliruren ijroèd is^ snoder. té '2€ftleit 
.Doch 'is^jdaap a^A'aij «netltwiUg iTt)or.cda'.ci(YettQiBH 
pdËngidi^r voö^ora/ ^obdiat^^dlidieii/^ onaid^tini» 
^ekdikigeti* illat taatrelScen \; fte Igdieele l)è?olki^K€eif', 
{rtewifibed' ^iidiargaii{f 'ti^(geHi»u iHiinera^fiog iè 

hetl^tBÜtv^rdSmf^som door Terachaïdederhaofdf 
iiedm 'der vooreti» van/ délNoonlweMkust viia JM^fite 
ojP'bft onveifcrsioiittt^avèrfdlèa^^ InjfliK het«krd^>ded 
der bevoKiog! om^^tieti iéwh')gebr%f leikr >de brand in 
delurixen gAtokni'nlË^t\}dsi*«ieni be^. omdfeü A mi» 

,. ;>.■■; >7/'>.t TjI .» '/•!> r,>' 1'; :!';', 'J. ; j'i n ♦/!• // .« • 

iaiiudie VétscRijhieleh ie ^eWa^en! tok ïkël veeleer' het' Lj>j httt 'strand 
gckgin i Mrgtbeygt* ^Mt dé ■ luIUbttttaiitf > hihoan^ p ien Jikciktii ionittlgB 




TQl^axi^ zijn? . Ik vermoed dit des ^e me^r, uit hoofde ran^é 
EoeTeeihèid'VJ^geteèstefi^'Veacê Üi hxuL M%itÜe\i; éA'L^if&nHé 

heid. waar ui .eene meer .afxonderlüke steUine hebben of door nitce- 



144 



gerekend; mtar miar de soo evea Tcimdde gebearte- 
nteea te oordeden-, moet men het daarvoor iMMMka, 
dat mea zicb vei^er aan dcse eilanden niet g/tiegea 
laat hggeaf ivaar het plasten der Ifederlandache ih^ 
én nu en dan de Yertdonuig yaa eedge kanonnenr- 
booten kogs de kivt Voldoende zouden xiyft.oin niét 
riken aan «deze moordtoone^lai. toot .allijd^ een eiode 
te maken, «maar ook elke kr^aksjDtg têb ons apperg^ 
zèg*4n<deaDei^atereii teivoovkomen.'. •: i > 

' Hiet onbdangrijk zijn de :a«ntedcenifigea omtreat 
de . nijrere heroUüng Tan Saroêjitm. Deael^e .wordt 
op 1200 zielen ^'«waaronder .Tan 800. tot dSO weerbare 
Inannen, geachat, van weike een. Ormff^Ka^a (in 
1818 bekleedde een zekere •»&▲»■ deze;bètrdddng) 
het Hoofiiis. Ae landboèfw bloeit er. bijzfmder .en 
werpt, door de. yniditbaarheid yan den grond be* 
gniiBt^dV rijke . Toordeden a£. Biel . alleen Toondet 
Suffmêou ..deBzelfi naburen i^jk^yk , vau • allerhande 
tiiin vruchten 9 maar. er wordt ook eene groote hoe^ 
veettieid kokosnoten jen olie' ven daar naar iSaiiiihi# 
en /VtUfoniift. uitgevo^ en debandel.ep deaepbatr 
len met'14 of 19 hier te.huid beboennde Piraauwen, 
die 4o£B ilj9^OT^'ladei^ .Df»ze vaaituir 

gen wijken in vorm gdieel van die der bewoners van 
Bomêo^ê "Wciitkust af ,en komen daarentegen ved 
overeen met de gedekte Praauwen, welke in bet Ooa* 
telijk gededte van Java op Madura en Sümanap , 
of van laatstgenoemde plaats op Bezoékie en Proïnn 
iinfé varoL By gunatigen wind bereiken zy in een 
etmaal den mond der rivier Samkü. Als een booM- 
arükd van uitvoer komen vooral die matten in aan- 
merking, van welke men zich in den gebeden In- 



145 



dischen Archipel vrij algemeen in plaats van stoe-* 
len om op te zitten, als taMkleeden, ook wel om 
op te slapen, enz. bedient. Die, welke hier in 
menigte TeiTaardigd worden, onderscheiden zich door 
bijzondere fijnheid en fraaiheid van teekening, zoo 
dat zij OTeral gezocht zijn. Wij kunnen niet on- 
rermeld laten, dat, toen biüllba Tanjong Datoe 
▼oor de eerste maal Yoorbij voer en zich hier (tus- 
schen den 7^»" en 9**" Julij) ophield, hij bij zeer 
hdder weder niets van Sarosiou kon gewaar wor- 
den , en daarentegen op zijne terugreis alle drie deze 
eilanden op een' afitand van zes of ze?en uren zeer 
duidelijk met het bloote oog kon onderscheiden. 
Terwijl deze ten Westen van Tanjong Datoe liggen, 
zijn er ten Zuidoosten nog vijf andere , als Maêêok- 
Lauty Moêêah^Darat y en drie kleinere , Haga^ Ba^ 
din en j^loe^ die waarschijnlijk onbewoond zijn^ 
maar aan de omzwervende zeeroovers tot schuilplaat- 
sen dienen. In deze baai , tot boven Srawak en Sa^ 
niboêy houdt zich eene menigte schilpadden aan het 
strand, waar eenig zand is, op, hetwelk des te meer 
te verwonderen is, daar derzelver eijeren, die bij de 
inlanders voor eene groote lekkernij gehouden wor- 
den, gretig worden opgespoord. Men kan hun ver- 
blijf ligtelijk daaraan herkennen , dat zij in het zand 
twee diepe voren achterlaten , alsof de ploeg des land- 
mans de aarde had opgeworpen. 

Wij kunnen ons niet onthouden van het vermelden 
van eenige der voornaamste punten, die onze reiziger 
op dezen togt of zelf aangedaan, of omtrent dewelke 
hij eenige berigten ingewonnen heeft. Daar dit ge- 
dedte van JBameo juist tot de minst bekende behoort , 

10 



U6 



Icunnen alle bijzonderheden dienaangaande niet 
ders dan welkom zijn. 



of aerm^m Êmimmm 



De Hoofdnegorij ligt aan de rivier van denzelfden 
naam en wordt zoowel door Haleijers als Daijakkerê 
bewoond : het verblijf van deze laatsten h echter door 
de rivier afgescheiden. Het getal der Maleijers is slechts 
gering en zal wel niet meer dan twintig weerbare 
mannen beloopen. De Daijaksohe bevolking, daar^ 
onder b^repen , die in den omtrek nabij de bei^gen 
en langs een aantal riviertakken wonen, wordt op 
acht duizend geschat , maar bedraagt zeker meer. Te 
voren werd het gezag alhier door een' Orang Ka^u 
en twee PompakoU uitgeoefend: t^enwoordig door 
een Opperhoofd uit eigenlijk Bameoy dat den titd 
van Petingie i) voert. Het land vormt ten {foorden 
eenen breeden uithoek, is zeer bergachtig en als be*> 
zaaid met een aantal heuveb, die in het algemeen van 
het Noordwesten naar het Noordoosten loopen. De 
Daijakkerê bouwen tamelijk veel ryst, waarvan een 
gedeelte wordt uitgevoerd: ook worden hier vde 
Tjikare of matten vervaardigd. De hier gevestigde Ma* 
leijers bestaan voornamelijk van den koophandel , dien 
zy op de naburige eilanden, op Samhoê en Pon ti anak 



1) Petingie is de gewone titel der Difltiictshooiden aan de Noocdknity 
▼aa Torfteiyke af Loaut ^jn , olackooa dit geen liooldfCRsschl» ii. 
Wanneer een Petingie Tan iage geboorte is, staat hij in rang gelfk Md 
eenen Orang Kaija ofDatoe bandoor y en wordt alsdan alecht weg Dai^m 
f»f wel Qolee of Niekie geheeten , een naam , dien de Malegezt ook aan 
dra Ormng Kaija te Sambae gcfen , wanneer cy aldaar Jtanen. 



u? 



drijveo. De aldaar ingdcochte goederen verkoopen z^ 
daa weder aan de Daijakhrê. Vreemde Taartuigen 
wagen het niet om bier te komen ; zij verhuren zich 
altoos bij de ingezetenen van ngenlijk Bameo , wdk 
land hier neg het meeste gezag uitoefent 



Bene aanzienlijke Negorij, ongeveer twee uran roei- 
jens heneden den mond der rivier Srawak^ die zich 
in eenige takken verdeelt, en aan derzdver heide oevers 
gelegen. Het getal der Maleijers hedraagt ruim hon* 
derd, meest zeeroovers, die echter ook handel drijven» 
voornamdyk op Riauw, Sineapare en Malaeea, Ook 
heeft de koophandel eenige Chinezen uitgelokt om 
lich hier neder te zetten, door welke drie huizen 
worden bevroond* Veel grooter is het getal der oor- 
spronkelijke inwoners, die zich vooral op den rijst** 
bouw toeleggen. Het land ^ringt, volgens de door 
irtLum ontworpene kaart, hoven den mond der rivier 
in eene lange en smalle landtong vooruit, die zich 
naar het Noorden uitstrekt en in dezelfde rigting met 
eeoe rij heuvds doorsneden is. Ten Westen van 
dezelve liggen verscheidene eilandjes, waarvan het 
grootste en Noordelijkste Sedang bedaar heet. De 
PHingU vMmMf en onder hem iMAXfQ fskbv, twee 
Hoofden uit tigmlijk Bameo ^ oefenden hier, althans 
in achijn, cenig gezag uit. Zij heffsn hier van de 
Dayakkerê eene jaarlij ksche schatting van drie Kai-- 
jonge Pmdiê (dat ia ongqielde rijst, zoo ak zij ge* 
sneden in hossen Toorkomt) en twee PikeU eetbare 
Togelneaten {Kwooi of Sarrong boerang). Van deze 

10* 



148 

laatste schijnen de bei^n in den omtrek en nuascbien 
ook de nabij geleg^ene eQandjes, die daarom waar- 
schijnlijk tot de kalkfbrmatie bdiooren , eene groote 
hoe?eelheid op te leyeren: althans de jaarlijksche uit- 
roer van dit kostbaar product wordt op bijna honderd 
PikeU geschat, en de Pikel van de beste soort met 
driehonderd, en der -slechtere met honderd Realen 
betaald* Men yindt hier ook tin , en het met Srateak 
in Terbinding staande Condaij leyert veel goud op. 

Omtrent drie uren van haren mond, yerdedt de ri» 
nerSadonff zich in twee armen, waar deze groote Ne- 
gorij gelegen is. Niet voor dat men aan de plaats komt, 
vindt men zoet water, terwijl de huizen meest alle 
slechts aan de eene zijde der rivier h'ggen. Ook hier 
oefent een Petingie^ met nog eenige andere Hoofden 
door den Vorst van eigenlijk Bomeo aangesteld, eenen 
zweem van gezag uit. Hoe groot dit is, kan men ech- 
ter daaruit opmaken, dat de zeeroovers, die hier in 
groot getal hun verblijf houden, bij hunne terugkomst 
van een' strooptogt den buit met den Petingie deden. 
Daar dit aandeel evenwel niet vast bepaald is, gebeurt 
het dikwijls, dat hierover twist ontstaat 6n hevige 
v^partijen plaats hebben. De zeeroovers bewonen 
hier omtrent 1 60 huizen , buiten welke de plaats nog 
drie honderd weerbare Maleijers in de wapens kan 
brengen. Zij gaan niet alleen langs de kusten van 
Bomeo op roof uit, maar breiden hunnen werkkring 
zeifi \oi Java uit, waar zij zich vedal nabij het eiland 
Mandelika ophouden. Dit dien hoofde bevindt zich 



149 



faier een aantal geroofde mannen en vrouwen van Java^ 
welke zij te Riouw en Linga verkoopen. O&choon 
deze plaats zeer gunst^ voor den koophandel gelegen 
is, hebben zich hier tot nog toe geene Chinezen met 
der woon nedei^zet , daar niemands eigendom Yei% 
is. De Pangerang sajuu. otoa voerde te voren van 
uit deze plaats een zeker oppei^gezag over de zeeroovers 
van de kust, maar neemt, sedert hij in 1821 naar 
Srawak is verhuisd, geen ded meer aan hunne togten, 
behalve dat hij somwijlen hier komt, om dit werk te 
besturen en zijne rooverpraauwen en manschappen 
in oogenschouw te nemen. Buitendien zijn hier nog 
de volgende rooverhoofdUeden , die /?a<^aA# genoemd 
worden, te weten: Radjah loka, Radjah Dating 
PARJANG, Pangsima aah. Zij kunnen vier groote en 
tien of twaalf kleine vaartuigen in zee brengen , de 
groote dk met eenige zes- of achtponders en 40-80 
man aan boord, de kleinere met 10 tot 15 koppen 
bemand. 

Buitendien wonen hier en vooral in de bergachtige 
omstreken vele Daijakkersj die rijst bouwen, waar- 
van de Peiingie zich een groot gedeelte als schatting 
toeeigent. Yijf of zes uren achter de N^orij verheffen 
zich eenige hoogere bergen, die den zeelieden tot 
herkenning dienen en insgelijks door Daijakkert be- 
woond zijn. 

Mmiie Mmmmw* em JKMIe MdtÊgm» 

De Lupar en Linga zijn takken van dezelfde rivier, 
waaraan deze Negor\ien liggen. Hüllse heeft daar- 
over slechts weinig aangeteekend. De eerstgenoemde 



160 



zal zoo geroot zija ab Mampouwa aan de Westkust 
en woi*dt door yele Daijakkerê en deohu enkele Xa- 
leijers bewoond. Er zijn geene bergen iü de nabij* 
beid, die tot herkenning zouden kunnen dienen. •— 
KalielAnga wordt door hem, wat de grootte betreft, 
met Salakauw vergeleken en telt onder zijne inwoners 
ook slechts weinige Maletjers* Hier kunnen eenige 
kleine heuvels tot herkenning dienen , die aditerwaarts 
van den mond der rivier verwijderd zijn« 



Deze Negorij , waarover een Orang Kaya het be- 
wind voert, Ugt zoo ver van den mond der rivier 
verwijderd , als Samhoê of Ttja^poêêamg-Hiijer, Het 
binnenvaren van de rivier is door geene bergen ge- 
kenmerkt. OÊchoon de Maleijers hier <mitrent vijft^ 
huizen bewonen , hebben zij echter volstrekt niets te 
z^fgen en zijn de Daijakkerê geheel onafhankelijk. 
Zdj gaan dikwijls met Praauwen, die aan hare lengte 
kenbaar zijn, op roof uit. De handel b gering en 
de uitvoer van rijst en LUling of W^askaarsen onbe- 
teekenend. 

JKato««tno« 

Een Pangerang staat aan het hoofd van dit District, 
waartoe verscheidene door Daijakkerê bewoonde Ne-> 
gorijen behooren. De voornaamste is Kalie Maioe^ 
die uit ruim honderd huizen bestaat, een half uur 
van den mond der rivier gelden, aan welke men 
reeds bij het binnenloopen hier en daar buizen aan- 
treft. Het land is zeer zandig, zonder bei^fen, maar 



151 



toch Tiij van OTentroomuig. Rijst wordt niet geteeld, 
maar Tan elders ingekocht: daarent^en heeft men 
hier Teel Sago. Om goed water te krijgen , worden 
er bronnen g^graTcn. De inwoners hebben zich tot 
nog toe niet op de zeerooverij toegel^d en drijven 
met een tiental Praauwen handel op eigenlijk JBomêo. 
Tot dusferre gaan slechts de losse aanteekeningen 
van MüujDiy ^e ik, zoo goed ik kon, tot een ge- 
heel te zamen heb getrokken. Van Kaijong^ het 
eigenlijk doel dezer reis, vind ik door hem met 
geen enkel woord gewag gemaakt, zoodat waar* 
schijnlijk onoverkomelijke hinderpalen het onderzode 
van dit door de onbeschaafdste volkstammen be- 
woonde land onmogelijk hebben, gemaakt. Dit is 
echter niet meer dan eene veronderstelling , en mis» 
schiea ben ik in het vervolg nog zoo gelukkig , om 
zoo wd hierover, als aangaande zijne reis tot diep 
in de binnenlanden van Bameo langs de Kapoeas- 
rivier, waarover ik in het gebed geene aanteeke- 
ningen heb gevonden, iets bepaalds te kunnen me- 
dedeeien. Van deze schoone rivier « die in grootte 
zdfi den Rhyn ver overtreft, was muller voorne- 
mens een volledig berigt te geven , dat met de ver* 
vaardiging eener kaart van het geheeie efland in ver- 
band zou staan. Die van het Westdijk gededte van 
Bameo met de vpma\t opneming der onderschddene 
binneomeren, wdke met de Kapoeaê^nneT gemeen* 
adiap hdbben, ligt voor mij. Hierop hebben te- 
vens een aantal gezigten, vooral van den \oof der 
gebei^gten betrekking , die mij , gdijk ik boven reeds 
aanmerkte , ten minste in staat stellen , om naauw* 
keurig op te geven, wdke punten door hem zyn 



152 



bezocht, en boe diep de ijverige ea oafennoeide 
jnaa ?an den Westkant af in het binnenland is door- 
gedrongen. 

Zoo als gez^d is, bevond hij zich tusscben den 
10*** en 12*«" Augustus weder nabij Tanjong Daioe 
op de terugreis naar Samboê^ waar hij waarschijn- 
lijk eenige dagen later aankwam. Hier en in de om- 
streken bleef hij tot het einde van November , terwijl 
hij niet alleen zijne aanteekeningen over de boven- 
gemelde reis naar de Noordwestelijke kost in orde 
bragt, maar ook hier zijn onderzoek omtrent de 
gesteldheid van het land en deszd& bewoners met 
gelijken ijver Yoortzette. Vooral schijnen de hier 
aanwezige grafsteden der Vorsten yan Sambas zijne 
opmerkzaamheid in hooge mate tot zich getrokken 
te hebben: en inderdaad leveren zulke gedeoktee* 
kenen veelal gewigtige bijdragen tot de geschiedenis 
van landen en volken. 

Op het einde yan November verliet hij Yoor goed 
Samboê^ maar hield zich nog tot den 14^*" Decem* 
ber met de opneming yan den mond der Samhaê- 
rivier en de nabij geiene kusten bezig, yoor dat 
hij zijne yaart naar Poniianak voortzette. Tusscben 
den 15^*" en 16'*'^ December was hij op de hoogte 
yan Tanjong BiUioeHat^ in de nabijheid der eilandjes 
Kapong , Lama Koetan , groot en klein Panatakun^ 
enz., en weinige dagen later te MamfMmwa^ waar 
hij insgelijks de yorstelijke graftomben onderzocht 
en schetsen daarvan maakte. Zijn verblijf aldaar 
was echter kort van duur : want reeds den 22*^^^ De- 
cember was bij te PenitiS en den 27***''^ daaraan- 
volgende bereikte hij Pontianak. Het zij dat hem 



153 



van hier uit eeae staatkundige zeading naar de ten 
Noorden van Poniianah aan de naburige kust ge- 
legene mijndistjicten der Chinezen was opgedragen , 
hetzij dat de topqgraphische opneming yan dezdve 
de reden van zijn bezoek was, het schijnt , dat hij 
zich aldaar eenigen tijd heeft opgehouden, waarvan 
reracheidene schetsen , zoo als yan het Kongsie^nia 
Pagaeróêj yan den berg Tingal^ yan To-Mandoar 
aan den kant yan Snamen , enz. ten bewijze strek- 
ken. Ook zullen de toebereidsden tot het opyaren 
yan de Kapaeas^Tmer hem waanchijolijk eenigen tijd 
in den omtrek yan Pantianah hebbai opgehouden, 
hetwelk hij, naar ik yermoed, den 26*^ Januarij 
1824 yerliet, nadat hij eerst den imond der riyier 
Paniianak naauwkeurig opgenomen en ook hier de 
begraafylaats des Sultans herhaalde malen bezocht, 
de yoomaamste graftomben a%ebeeld en de opschrif- 
ten yan dezdye a%eschreyen had i). 



1) Be yontelijke pvftomben, aoo wel hier, alf te Mimpouwa en 
Snibati ign in den niwen Arabischen stijl gebonwd. De opichriften 
jqn in de Anübiache of Maleiadie Ual. Zie hier de Tertaling Tan slechts 
eenige, die ik aan de welwillendheid Tan den Heer J. oiUBOUm 
Terpligt ben: 

1. »Naar de tijdrekening Tan de Tlngt des Profeten Mahomed, OTer 
> wien Gods heil en zegen zij , 1225, in het jaar O, den 16 der maand 
» Dsnltada , in het middemachtsanr Tan Woensdag , keerde de Ratoe Pa- 
annmbahan NIta Kaaoéma tot de barmhartigheid Gods terog.'* 

2. a In het jaar 1231 , jaar 7, den 6 Hnharram , Donderdag ten O ore 
a *s morgens: op de«n tijd keerde de Seherifa Zaina, dochter des Saltans, 
adte op den troon der regering in de stad Pontianak lit, naar het 
9 verblijf der eeuwigheid oit het Terblijf der Tergankelijkheid temg." 

3. > In het jaar 1218, jaar 1 , den 1 Schaban , Woensdag , ten 1 ure 
ades middags, keerde de Scherif Kadri ben Kasim ben Abdalrahman 
a llkadri nit het TerbUjf der Teigankelgkheid naar het Terblgf der een- 
a wigheid terug.** 



154 



Het 18 mij niet bekend , welke en hoe yde vaar- 
tuig^ hem öp deze reb hebben yergezeld, noch 
ook hoe sterk dezd^e bemand "vraren. Maar zeker 
'i^aren het Terscheidene Ueine taartmgen , Tan wdke 
althans het eeoe , zoo ab ik uit zijne aanteekeningea 
bespeur , met een of meerdere stukken geschut was 
gewapend : althans in een memorieboekje , door hem 
te Pmiianak gehouden, wordt ook van het Ter* 
ruilen Tan kanonkogds gesproken* Kortheidshalte 
zal ik slechts enkele punten, door hem op dezea 
togt aangedaan, Termdden, en wdke betogen of ge* 
bede bergketens hij bij deze gd^genhdd met de 
meeste naauwkeurigheid heeft; opgenomen* Van aUe 
deze bestaan er schetsen , waarop hij telkens de dag* 
teekening, waarop zij gemaakt zijn, eigenhandig 
heeft: bijgeschreven. 

Jan. 27-28. Succalamding aan de /r<]po€a#-riTier. 

» 80. Gezigt op den berg Blongai of Blom^ 

gat en den bei^ Slayang. 

» 31. Poelo Jamhoe j het smalste der drie d* 

landen van eenig aanbelang , die boven 
Succalanding door de armen der Ka* 
poea4 worden gevormd. Het grootste is 
Poeh Limhong; het derde heet Poelo 
Saparo^ 
Febr. 1. Crezigt op den berg Sapaijang. 

D 2-3. Opneming van eenige kleine meren, 

wdke zich door het ri?iertje Djimha» 
dar in de Kapoea* ontlasten. Zij boe- 
ten Dannau Sallatiai^ 27. Saiiay, D. 
Sahbeh , D. Trentang en D. Saubah. 



155 



F«br. 4*6. iiraiMfiofig'ra^'anof7a^afi^,TOoraidoor 

Qiinezen bewoond, met Tencbddene 
gexigtea op de bergen Taijang^ Proehoh^ 
Klambai^ Gromoê of Granuu^ enz. 

» 7. Opneming der kleine meren, Datmau 

Priok^ J). Kaiok en 2>. Singallam 
geheefeen, boven Taijan door riviertjes 
met de iTajNMM in verbond staande. Op 
een' der beigen aan bet DannauPriok 
is een geheugd graf of Crammat van 
eenen Javaan. 

» 8. Mond der rivier Miliau. 

» 10. Gezigt van de bei^keten van Pangae- 

rang ia bet Sangüuwêche gebied. 

» 11. Be goudmijnen Soendoh. 

» 12. De berg Oellah Ringin bij de Kan^ 

pang Kajoê Toefmoeh. 

» » Sangouw aan de Kapoetu. Hier vindt 

men, volgens de teekeningen van on- 
sen reizigor , eenige in steen nitgebou- 
wene figuren , onder anderen een beeld 
met eenen olifantskop, op de burken 
zittende , en eene liggende koe , gebeel 
in den stijl der Braminen. Naar de af- 
teekening te oordeden, zijn deze figu- 
ren even ruw bewerkt, als die, welke 
men bier én daar in de bergachtige 
streken van Westel^k Java of de ei- 
genlijke «Simciii-districten aantreft, waar 
nocb de godsdienst van b&aha, noch 
die van boubd^^, voor de invoering 
van den lêhtm , eene zoodanige hoogte 



156 



had bereikt , ak in het middea of Oos- 
ten van dit eOand. Ik houd het er 
dan ook yoor, dat men uit deze figu- 
ren geenszins tot een vroeger r^t- 
streeksch verkeer met Indosian , of tot 
de werkelijke invoering van de eer- 
dienst der Braminen van den vasten wal 
kan besluiten, 

Febr. 14. Opschrift op eene rots aan den oever 

der rivier Sangouw of Seffaijam, naar 
ik vermoed , in de JTairie-taal. 
19. Gezigt op eene bergketen, waaronder 
de bm-gen Stinkasy Malan^ JBeangy 
Kadoekol^ enz. voorkomen. 
21. Sekadauw aan den mond der rivier vaa 

denzelfden naam. 
23. Gezigt op den berg Segallang. 
» Songai jiijak , aan de rivier van den- 
zelfilen naam. 

Maart 6. Sintang aan de Kapoea* , waar deze de 

Metawie^ eene aanzienlijke rivier, die 
in de bovenlanden van Banjermoêiing 
ontspringt, opneemt >)• 



» 



» 

» 
» 



1) Volgens berigten Tan de inboorlingen ingewonnen, iU«t de riYkr 
Mêiawiê door een Dtamau of bumenmeer in Terbinding met de tivier 
▼an Bai^ermaêiing of Banjfer. Ifglen de Lnit. Kolonel hkrugi, aan 
wien Tan regeringswege de Teidere topognpbische opneming ran BormM 
waa opgedngen, deelt dienaangaande in eenen brief d. d. Banjerma»nt^ 
den 16 Jnlg 1834 aan m^nen booggeacbten vriend , den Kolonel imma, 
Ket volgende mede: >Het gelnk was mg onlangs aoo gnnitig, om m^ 
» eenen Maleijer te doen aantreffen , die Toorbeen in bet binnenland van 
» de Weftknit te Siniang ^oonacbtig njnie , van daar langs de Melawië' 
• rivier bier gekomen is. Hij verklaart , dat by , van Sintang tl dew 



157 

Maart 17. Gezigt op den bei^ Phndi, aaa de 

Kapoeoê beneden SilUu^ en op den 
berg; Liang. 

» 18. De N^ry SilUu^ aan de rivier Tan 

denzdiden naam. 

» 19. Opneming; yan deft bei^ Stoengal bo- 

ven Sillai aan de Kapoeoê. 

i> 20. Mond der rivier Saproeangmet de ber- 

gen Goetjan op den achtergrond. 

» » Mond der rivier Enidbhai met huizen 

van PaSagah. 



• irner (die ik op mgne Troegen reiaoi re«ds 18 dagen Ter opgcrtxen 
>was) Tolgende, in een groot binnenmeer kwam: dat hg betceWe door^ 
» Taiende , eenen giooten waterval aantrof, die na zijnen val de Ban^et^ 

> rivier Tormt. Uit de nagelatene papieren van Kfliui heb ik getien , 
» dat hij imgelijkf van het bestaan van dit binnenmeer kennis droeg en 
3 daarbg de opmerking maakt , dat het gebergte aldaar aeer i^k aan beig- 
» kristal is. Dit komt mij ook niet onwaarschijnlgk voor, daar ik hier 
» aan den mond der ^a»{;er-rivier langs het strand , waar het zandig en 

> toegankel^'k is, onder het doen mgner opmetingen een aantal stukken 
» beigkristal gevonden heb , die door het harde rollen en stoten aeer wan- 
»staltig waren. Komt men daarentegen nader bij Taiijong Siilatamj 

> den Z. W. voomitspringenden hoek van de knst , aoo vindt men , ook 

> verder op , volstrekt geene sporen meer daarvan , maar treft aldaar in- 
» tegendeel die steenkolen aan, waarvan ik boven melding nuakte." — 
Ten aanzien van deze steenkolen (welke ik, naar de aan het Ministerie 
van Koloniën toegezondene proeven te oordeelen , bevonden heb tot de 
bminkoolformatie te behooien) merkt hij in denzelfden brief aan , dat 
sq niet alleen in gemelde landstreek aan het Zniderstiand in menigte ge- 
vonden worden, maar ook in het binnenland in de bedding der zooge* 
naamde Diamantrivier of Karrang intang , aan welke ook eenige gond* 
mgnen liggen. In deze rivier woidt ook veel agaat aangetroffen, maar 
waarvandaan hetzelve wordt afgespoeld, kon de Heer niiBia niet ontdek- 
ken, niettegenstaande hjj de rivier een goed eind weegs tot aan den wa- 
terval Ütom Arinauwa opvoer, aan wier oevers de rotsen, volgens hem, 
nic een Uaanwachtig graniet (?) bestaan. 



tS8 



Maart 21. Gezig^ op dea berg Singiitauw tu»- 

scheo Oellak Lampong en Swait. 

» 22. Gezigt op het bergje Kantjak boven 
Oellak Lampong» 

» 23. Negory Teasang^ ook Swaii en Srtoait 

genaamd, op een half uur afrtands 

' boren de rivier 'Tauang: men ziet de 

hoogten van LatnShn en in het verschiet 

de hoogere bergen ran Sawait. 

» 24. Gezigt op het gebei^te Toeiapy wanneer 
men de rivier Tauang naar de meren 
of Dannauê opvaart. 

» 25. Opneming van het Dannau Penoem^ 

bang en de onüij^ende of in de Térte 
zigtbare bergen. In deze' binnenme* 
ren houden zich vde krokodillen op 
van de eerst voor vemige jaren be- 
schrevene nieuwe soort Croeodiltu SchU^ 
gelii MÜLL. , welke ook in de binnen- 
rivieren van Palemhang op Sutnatra 
moet gevonden worden, zoo als mij 
door mijnen vriend , den Heer pbaeto- 
BIU9 verzdcerd is. 

» D Idem Tan het Dannau Sammar met 

het bergachtige eiland Kennang en het 
lange eilandje JBaeniar^ alsmede pei-* 
ling van de Yoomaamste z^bare beig* 
toppen, 

» 28«S0. Opneming van het Dannau Lauar of 
Sumhahy met de achter hetzelve lig- 
gende of onmiddellijk daaraan gren- 
zende beffen, die, naar hunne ge- 



159 



daante te ooFdedeOt mij foorkomea 
ten deele tot de kalkfbrmatie te be- 
hooren. Van alle deze meren is dit 
het grootste. In hetzelye liggen de 
eflandjes Poeh Malaijo en Poelo Se- 
fandan. 
■aart 31. Opneming Tan het DaniMru iStWarré^, 

ook jiniarrom geheeten, en yan het 
Datmau S^riangm 
April 3-4« NegorytSa/tmAémtr, die aan de Kapoeaê 

en gedeeltelijk aan den mond der ririer 
SaUmbouw %t. 

» » Gezigt op den bei^g Meloean (of Me~ 

loean?) aan welken de rivier Melawie 
hier schijnt te eindigen. 
6. N^ry Piasêa aan de Kapoeas boven 
Salimhauw. 

Gezigt op den berg Snakrak. 
Hond der rivier Mauh bij Jcnhmg. 
N^ry Jonkong^ bo?en de rivier Mauh 
aan de Kapoeat. 

» f. Hond der rivier Amhangan. 

D 8. Peiling van het gebergte Pangellang. 

n n N^ory JBoennoet bij den Songai Boen" 

noei aan de Kapoeas. 

» 9. Woonplaats der Dayakkers van den 

Songai Palin, die zich tegenwoordig 
beneden den Songai Maloo onder het 
o[^)erhoofd xa-lsthiait hebben neder- 
gezet. In de nabijheid woont eenig 
volk onder abahg-oebal, dat zich on-* 
der de Hahomedanen rekent 



D 



» 


» 


» 


D 


» 


» 



160 



April 11. PeiUng van den bei^ Monnaij een dag 

reizens beneden Mantouarie^oeUih. 

» 12. Negory MatUauarie aan de Kapoeoê. 

n » Peiling yan het gebergte , waaruit , vol- 

gens het zeggen der inlanders, de Ais- 
foeoê ontspringt. 

1» 13» Hond der rivier A^fAaUy aan welke eenige 

« grenspalen, te weten ruw in hout uit- 

gesnedene menschelijke gedaanten , die 
4 , Battok genoemd worden, door de 

Daijakkerê van Kaifan Sibau opgerigt 
zijn. Hun opperhoofd heette toenmaals 
siQAU en was aanvoerder der Daijak' 
kers van Sibau ^ Poenan^ Kettan en 
Bohottan t^gen die van Maloo. 

» » Overtogt bij het legger der Datjakkers 

van KaijaUf nabij de rivier üfonfiat, 
welke onder aanvoering van tokoak, 
broeder van het bovengenoemde opper- 
hoofd, op het Koppensndlen >) wa- 
ren uitgcsgaan. 



1) JCoppemnêlien u een afschawelyk en van hnnne Yooinderen ofci^ 
genomep ^braik der Daijakkers en in het algemeen der oonpronkeligke 
bewonen Ttn Terscheidene eilanden loo wel in den Indiichen, als Mo- 
Ivluchen Archipel , om ach menachenhoofden van niet met hen befriende 
nabnrcn te Tenchaireh. Zij worden daartoe door bijgeloovige ToorfjeToe- 
len en bespiegelingen, of door den dood van eene hnnner geliefde be- 
trekkingen aangexet , en doorgaans Tereenigen tich de mannelijke bewimen 
fin heixelfde hnis , |of ook wel van Terscheidene woningen , tot nilk eeoen 
togt. Zelden heeft de aanval openlgk plaats , maar gewoonl^k wordt de 
woonplaati Tan diegenen, welke ty tot alagtoffers hebben uitgekoaen, 
in de diepste stilte omsingeld en orerrallen zg onreihoeds de gerust 
slapende bewoners. De ongelnkkigen worden of dadel^k afgemaakt , of 



161 



Het schijnt , dat zich liier groote hinderpalen te- 
gen het bereiken van het hoofildod dezer ras, te 
weten het nasporen van den oorsprong der Kapoeoi , 
opdeden, die den Heer hüllba noodzaakten naar 
PofUianah terug te keeren , waarschijnlijk ook om 
een^ nieuwen voorraad van levensmiddelen in te 
nemen en zich van eenige vaartuigen te Toorzten, die 
beter geschikt waren om de rivier te bevaren , welke 
hoven de N^ry Bornmoei gedurig ondieper en met 
nrtsbankien bezet iverd. Reeds den 24***» Mei bevond 
hij zich, in het weder opvaren van de Kapoeas^ bo* 
ven Poeh Jamboêj en den 27***^ nam hij in deze 
rivier de ligging der kleine eilandjes van kiêin^ en 
groot-^iramat ^ benevens de omliggende bergen, 
naauwkenrig op. Den 1&^ of \^^ Junij hield hij 
zich, naar ik vermoed, bezig met in de nabijheid 
van Salimbouw een binnenmeer , het Dawnau Baei^ 
toeê te onderzoeken, en den 18^'''' nam hij boven 
Jankang de beifgketen Pangellang nog eens nader 
op. Yan hier vervolgde hij de vaart op de boven* 
Kafoeoê met van dag tot dag toenemende moeije- 
lijkheden , nn eens tegen den sterken stroom wor- 
stdende, dan weder door ondiepten of klippen te* 
gengehonden , waarbij eindelijk nog de onwil zijner 



lettaimk getlagt , en «lloen de gerilde hoofden der Igkcn bewaard en 
in de wooiog der moordenaan ten toon geateld* Ik heb Tan die hoofden 
genen, welke elk a&ondeilijk in een Tan rotting of bamboeariet ge- 
▼lochtcB Bandje lagen, om aui den nlder te worden opgehangen. Oek 
findt men er, die in tin getat, en waerran de oqgholten met achnlpen 
ingelegd iijn. Voor het orerige heeft het tt^ wat moeite io , om zoo- 
danige hoofden nmgtig te worden , die .ala een crfftnk van den rader op 
de ktndetmi evOTgaan. 

11 



162 



dM<M^ be«igal%de iiikilddche fcl^OQMa» kw 
om sidi BO^ terdec inl deiee /woeste oi onbdLende 
berg«ti«len ,: die door de wildste BmycMtePÊ be^ 
woond iM3nden> te vagen >. saodaft hi} alles) ih bet 
wnrk moeel iteUea,. om niet door. ben ferlatËMi te 
wanden. Dèaniefetegiènstaande bewijzeof senunige pei* 
Kogen: vaA her^n^ >dat bij op deee/ t^^cde im jm- 
drir bij bel booge gebèiigte^ dat ziek tittibel Zuidol 
naarbet Noordm u&t»l;rQkl^ eo waanittt zo^W^de 
£qMM*#, ab iü bet algemeen : de Tooniaafiiste nr 
nieten lum dit eiland. onttpiïngeD^ gekooien j»^ dan 
op- zijné éenlie reb ld April vaa hetaeUdo jaa)\ .Hg 
deed jxamdilk de» 28^^*" limij . ebne peüifag yav Jièt 
jGfïof^-gebcrgtev dat boven den Momtm gd^gen 16 
jeii ook de bergen van lAdfoe v^rdt gefaccMl* . fien 
30*i«K JhqJj ^ÏQJ |]^ 2^Qg; esaxepéiiag opgetedüendi "van 

de beigketen Tmmgallomg^ en tot' bedhnt o^ne scbcte 
van hei gebei^gte boven den Sofigmi Mvng^ waat m 
Tflin den !•*•» op den 2^»» Jtdij nad^fe^bl^f Udd én 
eene menige rotsen het opvalen volstitkt onmbgel^ 
maakten. Toen bij zich eenmaal genoodzaakt zag, 
om de verdere reis op té geven» kaastle hy Mh om 
langs deze giroote rivier naar de Wesiktet. ten^ te 
koeren. Zoo was bij dezdve dan ook reedi den 15^^ 
Julij tot Melian aan de beneden-^apoftf# afgezakt, 
waarop hij zich tot in het midden van Augustus te 
Pontianak ophidd, om over Mampouwa en Biouw 
naar Batavia terug te keerep, alwaar hi} in Septem- 
ber aankwam. 

Mijn vriend bragt eenen schat van anerbelangrijkste 
statistieke aanteek^ningen, vooral tot ziyne borenge- 
melde reizen betrekking hebbende, over de geheel on* 



i«d 



bf^LeoAe hiancniaadBii jA B^mito^ em autali 
metmohe opttietiag^ «a adtiotaen yan de door bm 
liczofshtelaQdfltrek^y.de voonMiiiurte b0iige& en bUM* 
Benmérea i), coe. Baar JiofM piede teru^é Dit alkjB 
had arhto*» aqp abiigt te.lMgidjpen k, aog^ fieof 
iiadei« bewérl^Qg iiood%, .iraiutoe brai de tyd tot 
duirerregefced^hadontbroka^ Oogehikkig waé z^M 
a&deni Taste gecondheid op déze tmiea^ door aUe!de 
daanaii noodwend%;Tq^faoiidene vsemuieyei^ 
OBtberingeDytBPW^jl fai|, uriel verve Tka aich > z^eti 
in acht te nemen, zieh door de hem iaikgeborend to|^« 
gewondeobeid {[«heel lietmededcpen^ deealijk Ondeiv 
anjad^ en stond het te vreesen, dat denlye, juilt 
door desen atbeid, nogrenier xba ^ord^i^ terwoesb 
Tracbtelooa bleven^ aHe raadgcyingen van xi|ne yriöa-»* 
den, den Koloiiel wmm en mij, om hij die bewerr 
idog allhans ieepige. rust en nitspanning te nemoob 
Ook de uitnoodiging yan den Gooyernear'^ïeoeraBl 
TAV MBL QAtBixttr, dio Miixu, wegens zijne talenteo 
en yerdiensten /bijzonder hoog acbaftte, om tot tijnfe 
yeretrooijing en uit boofde yan de gezondere hieht* 
een' geroimen tijd te Buitênzmng door te brengen , 
had op yerre na ni^ de gunstige uitwerking, -wdlk^ 
ik mg daanraa ha4 tooigesidd,' otehooniik adf my 



^) Door deie memi, en vooral door een: groot tanül van gedeelteliik 
aecr aaxueienJijlLe mieren, die de Jra/>oeo«'iu 'haren uitgettrekten ' loop 
apneemt, woidt hetveridaailMiar, hoe étm' ikwti\ cm ftcl èlrjcef]|^e 
mht» «p ^9mê9* W welj» ^rtgMiM. «mf(ao4ig|iedmi plaüiTicbbei?, 
mik e^ne ^^roote maiaa watei« kan afvoeren. . Pycrigens. is de oorsDnyig 
der Kapoetu waarschijnlijk aan de Westelijke' helling' van M bovcfig^melde 
hoofdgdwfgte veel Nbotdelijier fe aoeften^ aknSfiitit gêUdrdê té kMH 

11* 



164 



BÜe moeite g«f , om hem dogdyhi ten minste eeaige 
uren laog aan zijne zittende kwiwwijs te onttrekken. 
Want zd6 in die mm van uitspaniung en op de 
vandcUngen , die wij Ujna dken dag.te ?oet oi te 
paard te zamen ond^namen, was zgn: geest da het 
ware uitsluitend met dien arbeid bezig* Daar hij zich 
ook des nachts genoegzaam geene rust gunde, be- 
zijne oreraMuming weldra zulk eeae hoogte. 



dat hij ëindetijk, op aandrang zijner vertrouwde yrien- 
den, de noodzakdijkheid inzag, om. zich voor een 
tijdlMig aan het omd^ebroken toezigt van eenen arts 
te onderwerpen. Ik haal deze bijzonderheden alleen 
daarom aan, dewijl dit^de tenigé reden is, waaröB 
de TOorloop%e geschriften van ]iiu.tn ofer bet. Wes<- 
tebjk gedeelte van Bmrwe^ niet dien trap vn vol- 
maaktheid bereikt hebben, waartoe hy dezdve nader- 
hand hoopte te brengen, terwijl hy toenmaab voor 
zijne overdrefene inspanning door eene des te lang- 
duriger, maar vopr zijn' geest, zoo wel als voor zgn 
'ligchaam even noodzakdijke werkeloosheid boeten 

moest. 

' Intusscfaen naderde de tijd, wabrqp hem, oyereenr 
komstig zijne wenschen, van wege de Indische rege- 
ring vergund was, tot voortzetting van zijnen ailieid 
op nieuw naar Bomeo terug te keeren. Voor dit 
maal was hij voornemens van de Oostkust in het 
binnenland door te dringen, niet alleen om de kusten 
cp te nemen, maar vooral ook om de hooge bei^keten 
nader te bepalen, waarvan hij te voren, zoo wel ge- 
durende zijn verbl\jf aan de IToordkust, als gdied 
op het laatst van beide zijne reizen op de boven- 
Kapoeas^ slechts enkele partijen in het gezigt had 



165 



|rekr^gen: te gelijk hoopte hij akdaa deu ooi'sproug 
dezer riyier te kunnen opsporen. Hoe opgetogen hij 
ook zijn mogt met deze nieuwe onderneming, zoo 
herinner ik mij echter nog, hoe in alle zijne gesprek- 
ken over dezelre een zeker Tooi^vod van zijn nood- 
lott^ uiteinde duidelijk doorstraalde en hij mij meer* 
malen , als ik hem dei^eUjke denkheèlden uit het hoofd 
zodit te praten , ten antwoord gaf: » waarlijk , bang 
»ben ik niet; maar op deze reis heb ik met veel wil- 
»dere stammen der ZT^ayoUerf te doen, dan te voren, 
» die mij , als ik mijn plan wil doorzetten, maar al te 
»waar9dbijnKjk om hét leven zullen brengen.'' 

Reeds in de maand Februarij b^n hij de noodige 
toebereidselen voor deze nieuwe reis te maken» Hij 
rustte zich daartoe beter uit, dan op zijne vroegere 
reiaen, op welke het hem onmogdijk geweest was, 
zich verscheidene zeer noodzakelijke werktuigen te 
▼erschafien. Ik bevond mij in de gdq^enheid om 
hem daarvan gedeeltelijk te voorzien,- onder anderen 
van een* uitmuntenden Chronometer, eenige reisba- 
rometers, enz. Ook bezorgde ik hem alles, wat tot 
bet bijeenbrengen van natuurkundige verzamelingen 
van allerlei aard vereischt wordt i en had ójoe bor 
dienden een' geruimen üjd te BuüeÊÊaarjg in het be* 
reiden en bewaren van dergelijke voorwerpen laten 
onden%ten. Te gelijk ontving hij , in zijne hoeda- 
nigheid van zaakgelastigde der Indische regering, 
onderscheidene geloofisbrieven , om in den geest der 
voor de West- en Zuidoostkust van Bomeo ontwor- 
pene organisatie, ook met andere Vorsten en Hoofden, 
maar inzonderheid met den Sultan van Kottee (ook Kot- 
tij genoemd) aan de Oostkust ^ van waar hij zijne reis 



tec 



naar het btimenkod mi «qnvangea , ?erdrag«en tot 
stsitvd te brengen, ' 

Hij seiiiteinHeï t925 met.Zi. IL roeftaiioDiiidarboot 
K^ 2 , Luït, KotjLBBs , yan ^aertAmya a£ en deed ap 
deze rei$ Teraehieideae «plaatsen aan^» die ^gh)oieDd[ed8 
door 'jSy^ifir^nt' bewoond Sirdfdcb.1 :tei*wyl Idj aieh 
td bet algpemeen Utug • niet de optnomin^f dier Qoilkint 
litBitï ' Barnêo en dér.; aldaar rUgg^eadeieüaiideii tong 
hield, 200 dat bijv tefen^üp-dezeofii mei onguartig 
^»<0def en t^nirindeH wmlelendé, ümt maanden 
onder v^eg indsv Toör dat h^ £#ai€^ bereikte^ Bet 
scheen, dat zijne. onderhandelingen mef den Snlian 
hier eene'zeér' gunstijg^e wending namen, »> béter dan 
)>ik ooit bad kannen dtaken," ^-^n. dus sduieef lifj 
mij, *-« »en l^etTaartüig, waarmede {^j deae TC|gda 
»> ontvangt, brengt aan onze reuring een met den 
D Sultan gesloten Traotaat ter bekrachtigihg óf er, waaN 
i>liij óns qppérgezag oöI< in ^ gedeette van Bwtm 
^> voor ritijd bevestigd wordt.'' 

bit wapen de laatste nar%ten, die ik van hem ont* 
Ving 1)! Want na een verUyf vad omAivnt vcertraa 
dagen te JSTol/ef, ving. hij de nk aan meC v^ Sam^ 
püMg9^ eene soort van groote platte booten/ diie beter 
dan andere vaartuigen tot het bcf airett der veelal zeiar 



JU« 



!•) T« geigker^t^a onittiit^ lolbtel wnffittTtn liem ttvtm bmf, d. d. 
K^Uy den O Aa|r<vtiu 1826 , !wauniit.ik woordeljjk het Tolgende oTei^ 
neem: , »'Mijne oodeniemingen zijn, ^e eoliele plaats Passier nitgetou- 
»dcrd, alle naar wensch geslwlgd. Dan omstandigheden, die Ik niet te 
rbovMi 'komeii khnv iMder m ^ndiid, -enz. hebkni alet eeider du na 
» lonkten , müoe reia naar de bümpolanden te (mdemefflen. Wel ii 
»hct daartoe eenigzins laat geworden, en ik zal zeker eene zware reis 
• hebben; maar boe zwaar en mbcijefijk dezehre ook vrnxsn mag, zi»o 
a Wil fii toeh ifo]eina%te hMgem ik bfetoiifl lieb/» 



167 



ondispe liYierea ia het bioaenlaad geadiikt zijo. Hij 
ivierd vefgezéld door twaalf JaTaansche soldaten en 
mr en twintig^ andere inlanders, insgpelijks meestal 
JafBDea en Toornamelijk Toor de dionst van g^emelde 
vaait^^Q benood^. Het duurde langen trfd , eer 
men iets van hem Temam , waarschijnlijk , omdat het 
faam^ na jsija vertrek Tan Kottee^ oamogdijk geweest 
waa iemand terug te zeQden in een land zonder eenige 
gemeenschap» liitusscfaen Terapreidde zich reeds op 
het einde tan Febiniar\j , of in het hegin ran Maart 
1826; op de Westkust van Bomeo een ^rucht, 
dat M&iuE met biyna zijn geheele gevolg yermoord 
waa, hetgeen spoedig maar al te zeer door de aan^ 
komst te Siniang van een' der Jatanen, die aan de 
dagting/ondmmen was , werd bevestigd. Ik ontleen 
t^t het ger^gtdijk verhoor van dezen Javaan, die 
»ABAsni^ heette, den 8 Junij 1826 door den Ads^ 
Reddent van Paniiunak en Mamjwuwa j. Buinas ge^ 
houden, het navolgende verhaal : 

Omtrent twee maanden lang waren zij de Koiiee^ 
rivier opgevaren , toen zij zich nabij de door Daifak^ 
kers bewoonde N^orij Kaijong^ door anderen ook 
Ledjoe ^) geheeten, die nog tot het grondgebied des 



1) Waandiijnlijk Kaijan Lodjoê (ot Liêjae?), In het algemeen lelujot 
Kmffan m het binnenland , vooral b^ de rnwe bergbewoners van B&meo, 
aoo veel te beteakenen als eene wocnpktaU van tameitfk aanbelang'^ 
•üwböon de«l?e dikwijls alleen oh eenige weinige buitengemeen lange 
holten beitaat, die op palen gebonwd en ran binnen toor de yersdül- 
lende bniagviinnen in vakken Teideeld cyn , zoodat dikwijls meer dan 
bondcrd oieiiKhen daarin wdoen. Van daar de namen Kaijan Sihau , 
Ka^an SoêUnj Kajfan Maün, enz. Evenwel zon Kaijan ook op den 
stam van desa Dojjakkert , welke Kaijan of Kajan beet en , grooten- 
daeb.«anrbaiikelgk, joist over dit gedeelte van Bomêo verstrooid is» 
betrekking kannen hebben. Zy worden voor zeer krijgshaftig gehoiiden* 



168 



Sultans iranKüiiee bdlioort, g^enoodzaakt zagen hunne 
▼aartuigen te verlaten. De engte van bet vaarwater 
en de klippen in de rivier maakten het voortkomen 
onmogelijk, en daarenboven had eai opperhoofii der 
Datjakherê den Heer hüllve verzdcerd, dat hij van 
hier te land de Kapoeaê-miev bereiken kon. Veige» 
zeld door omtrent twee honderd Day akkers f groo- 
tendeek bewoners van Kaijong^^ en onder aanvoering 
van het gemdde opperhoofd, aan wien de vijf aditer- 
blijvende Sampangê beloofd werden , indien hij hen 
veilig tot aan de KapotM geleidde, vingen zij nu de 
reb over land aan. Na eenen zeer bezwaarlijken togt 
door geheel onbewoonde bergachtige streken, die lan- 
ger dan eene maand duurde, kwamen zij ook aan de 
Kapoeoê^ langs welke hüllbe voornemens v^as naar 
SirUanfff waar eene kleine Nederlandsche bezetting 
ligt , af te varen. Spoedig werden er nu te dien einde 
drie nieuwe Sampangê gebouwd en met twee £dtta*s 



Hunne Mnvoeiden dnigm orer liet bofenljf eene aoort nn waadmli oT 
Sêra^oeng^y en op Iwt hoofd eene maU of TingaUok net Tedeita vo^ 
•ieid , beide Tan diereovellen. Hunne ooien njn niet lelden coo wel w 
boTen als van onderen doorboord en door een* bos Tan aan een kooid 
gelegene groote koperen ringen, die tot op de acbonders afbangt, aear 
nitgerekt, terwijl in bet boTenate gat een groote alagtand van een wild 
cwijn , met de kromoM pont naar boren , gestoken wordt Otai de niddel 
dragen sj Terder nicU, als een' amallen gordel Tan katoen of nit boon- 
scbors Terraardigd. Hunne wapenen bestaan uit lange blaasroercn of 
Soempittanj waaraan Tan boTen eene ^'xeren speer Tan bjjna een* foet 
lang is Tastgenaakt, en nit welke ig Tezgiftigde pglen blaaen. Ook 
bedienen xy zicb somwijlen Tan werpspiesen en njn buitendien nog met 
eene soort Tan korte zwaarden of kapmemen lBaêêi0 gebeeten) en met 
booten schilden gewapend. Dur men aan de wapenen dtier wilden, 
die genoegaam geen Terkeer met de koslbewonem bebben, ook koper 
Tindt, is bet mogeljik, dat ook dit metaal in de binnenhnden Tta ^smee 
Toorkoat. 



lee 



(tcM«takk9n Tan ligt kaUber}, wdke adj over laad 
medegeroerd hadden, gewapend, waarbij zij door de 
Daijdkkerê getroDW gdbolpen werden. Ook op den 
Terderen togt geloofde müllie den bijstand Tan deze 
wilden, die h^ door bet Tan tijd tot tijd uitdeden 
▼an kleine gescbenken, uit zout, tabak, DayaJueht 
kleec^jes en andere klein^heden bestaande, in eene 
goede stenuning trachtte te houden, Tooieerst nog 
niet te kunnen missen. De ririer is namelijk op deze 
hoogte zeer ondiep, zoodat de Taartuigen dikwyis 
orer de rotsen moesten gesleept worden , waartoe na* 
tuurlijk Tdé handen Tereischt werden. Waarschijnlijk 
heeft dit Teel tot den moord Tan mijnen Triend en 
zjjn gerolg bijgedragen » dat deze Daijakkerê gehoopt 
hadden, zoodra zij hem tot aan de Kapoeoê zouden 
gddd hébben, naar hunne woonplaatsen terug te kun- 
nen keeren, terwijl zg hem nu nog Torder moesten toI- 
gen, en dat wel door landstreken, met wier inwoners 
zij Tan oudsher in Tijandschap waren. ETcnwel Talt 
het niet te ontkennen, dat de meer dan dubbelzin- 
nige handelwijze Tan den Sultan Tan Kaitee het Ter- 
moeden schijnt te regtvaardigen , dat bij zelf aan d^ 
zen gruwzamen moord niet Treemd is geweest en zich 
Tan de Daijakkerê alleen als blinde werktuigen be- 
diend beeft i). 
Beeds hadden zij, onder gestadig worstelen met 



^) Htt achgnt, dal het door den Sultan iran Kotiêê reedf beknchtigde 
TiMtaat aet onze ngeting daartoe aanleiding keelt gegeren. Mfluja 
MMitnadeiluuid lelf naarXoMee terngkeeren, on toot denalA oitTDering 
te mgen. Mag men de ingeweonene berigten fe rtiwi we n , aladan kad 
de SnHan weldm beraow van dh veidrag gedoten te hekken ea aocht ky 
ack nn van mSmma , dien kjf alt de cenige oenaak daatran keMkonwde, 
lieTer op irreemd grondgvUed, dan op Bjn eigen, te omdoen. Want 



170 



alle> de /belegiiMiriageD fan temp moeijdyka ?Mrt, 

cénea giboten aCrtand qp. de iTi^poeat fl%di^ 

aij plotseiyk yitM^indm taorgexïy terwijl iriiLi.«a 



■ ' .; 



41 Wam «iU.ii ^t M^aérlaodKh ^UMkgtlitfligde otar^^MMr teniggdB««Éi , 

«m, bi , Vaai^chijnlgk toch 4eo do^d ^et ^hebbiNi inimen. ontgun. - Boe 

dit ook sjn iiioge> de SalUo- vaa K(di$e ü niet alleen de door hem 

aangegane TtrbindténiAsen geenszins nagekomen , maar heeft sells sedert 

i^' t^ ytKÈit it^ndigfe g«iuidheid tégêa «urne Iregeiiiig un 'den da^ ^ 

Jf^j. p^idc^.iiiidcMn, hondt h$ ^<nige des lafaamche Mldalea, die 

behalTO de twee, die in het bovengemelde Procct-Terhaal genoemd ajn, 

aan den moord ign ontsnapt , nog tegentfooidig te JCoitêê getangen. Hij 

hbéti lébAi èk*iw9e'Uikt*êta dé wt^ üggfcHÉiimnrttii» , cir te. bet 

iQ^ni^fi; .alles, wat Hflutt hjjf n<sh bi|d , Ao^p^igeqd : «Uen onOaodlg^ 

heden , die het Tennoeden Tan .zgne medepli(|Üghefd ,aan den .moord m^ 

Tersterken. ' En evenwel 'iè die moord , aan een"* Nederlandschen tiakgeladdg- 

èmykÊté^ h%«]«edfA ondèk^^^ii Wfiol^tti {yaUéadieti W aea tiriil^glai 

il<4^rUpds^ .ondar^naa gfpWegd,i nog m^l gewDokea, en.i* -Wp» 

ons ook op andere w^zen door den Soltan YnnKottêê aangedaan, niet 

uitgewischtf Integendeel begunstigt die Torst, tegenwoordig meer dan 

CKi&ti de sMkMtetg op ont^ koateo^ «ii'sgn ^et vooni dedoDt.sifDe 

Widtrdai^ni mtgerastc rooverpnMjnwcn , die tot op d» hiutea xuiVavs 

linjd ep zijd schrik verspreiden en onzen koophandel bij voortdoring de 

gevoeligste verllëien toebrengen. Ik stem gaarne toe, dat hrt bezatten 

Tan Koiib^ «n eienige andtt* hoofdstellingbfi iu ^ea'IbdisUlien'iLtdiipci In 

^fu iMfgione flthaas geen dadeljjk voordeel y. maar w^arKh^alïk . eeiug 

nadeel aan de Oost-Indische geldmiddelen zon berokkenen. Maar mag 

dit, in aanmerking 1( omen bij de zedelijke kracht, tfie onie regeting 

Wdbi iJi'hét 4iog d^ Indiièhe bavolking wUtian lod, iMik<AMf ^ idleen 

juut' V^.<^. niahmikfii Mn tinde kiftt makAaf Kan die geldeljke 

opoffering in vergelijking komen met de onberekenbare nadeelen aan onzen 

handel toeeebrsgt , die op deze wijze zgnen voomaimsten stetin , te We- 

teé redigMid nm eig^ndAm, |niAF «luur iidfs de Yèili^htMl ^an peiw 

tonen loopt, hg het voortduren van dezen toestand onaer Oott-IndiaGbe 

JbezitÜn^in, geen mindtt gevaar. Jaarlijks toch wordt door idete nee- 

aooven een aantal 'bewooeit van de knsisB fan Java weggevoevd en «Is 

^avea miJce<hL iteene na en dan ondcnmttia&e klwUcigtiM ti^^ '4e 

■ aac ree t e l »,. die gewnenljk aan de vervelgia^ w»toi te 4MiliaappeQ «d in 

Iwt dJ^eaeen ibdiU. voor een' t^ woeien a^Mchnkt, nwar kf«A«b- 

iige edep den dnor we rk en d e middelen. alleai ^n an HMt^ tm de 

gedurig wdÜer aanwüwniie keppen dmer HjKlra te verpklteicn. 



171 



bea^ -was '^m^ met 4)n tolk en een gtdealle der 

Z)Hg»ifaf«Mde.Yiaait^ «edeir etdr eene bank te 

wecken y .door de ovet^pBii Merielten eajhqva ettai 

▼emoord ..irardao. Weer. deee Mhrikkcftjke ^ebearr 

temstiilia tooqg^eialjéily mt. de Jaraan EOk^autA «niet 

met «dEerhidd ^. lié;igevêa: im>meeadie^ echter i dat 

ée'i^ta; emtésnt .Mee.iriaandto.EeiQaBS; ieg«n dcia 

fllooom'deriSa;praJ:.\c^(«te^ «erwQdeod 

lag4 sn db .fl^rd tofliiï eiifffl^eer Ivijf Hóaaudea gele- 

dBBi^fllieB'iaiJajiMn|''lft26v geple^^.vas. JBetwAn 

iiéni 'Oft eoDeii andeKo Javaao» die: omnE^ heMte, 

fpelokt, om éaor: ip hst water te' qfiringeii.«ai& dit 

moordtaoBeel te -dertkilmea^ rwaaiop. negéno^ den% 

«eerboÊe. meÉuchen door de iMBrbaieo wareU' e^er 

maakt. !Lij liedden xicb ia . het Jboèch, waarmede 4e 

oerer *digi Jiegfocïd waa, Tcradbphme^ swiecrea deel^ 

na twintig dagen oood^ met alle de vewehrikkingem 

Tan den hongersdood worstelende. Omstreeks dien 

tijd ontmoetten zij eene bende van ongereer dertig 

Dqijakker^f die den Javaan ortiL orerviden, om 

het léren br^igten en zijn lijk naar hunne woonplaats 

(die hier Koijan , maar in bet berigt van den Resident 

Paetion genoemd wordt) medesleepten* Derwaarts 

werd ook zijn reisgenoot gevoerd: waarom deze echter 

een beter lot onderging, is uit het Proces-Yerbaal niet 

op te maken. Twee maanden* later geraakte hij in 

haoden van sdieren Raden soni, van Bêmmoet ^)^ 



1) Hoi Inet bij de fié^ahkirg ook Nimg» ho0tm9ftf mar «ene Uelae 
rivier, wiaiMii Jiel ligti en k rwr dagieiien ^ên Jonktmg^ wprwjjÓMtd» 
Hfiutt keelt ziek tUUer ondenckeidene jnelen opgekooden , onder en* 
dncfe op den 8«t«ni|>iil 1843 en ook later -op qjne Yaart op den boten- 
JTopeüif- 



172 



die TOOT hem aan het OpfeAooSAder Dmifakheré^ 
HASA KOiBAK^ diie Ganiang9 zoat^ drie snoerea kora* 
len en eenige andere kleinigheden Tan minder waarde 
li^alde. Deze Terkoebt hem kort daarna met aan* 
zienlijke winst aan eenen toeyallig aankomenden Ma* 
leischen koopman, door wien hij naar Siniang me* 
degenomen en van daar door den CSrielen en KKtat* 
ren Commandant naar Pontimputk opgezonden werd. 
Ik hd> mij in deze toeüchtiDgen bcfmald tot zoo* 
danige bijzoodeiiieden, uit welke men de wetenschap» 
peKjke Terrigtingen van hölube op Bortu^ eenjgzins 
nader zou kunnen leeren kennen, zonder Tan andere 
diensten, door hem aan den Lande bewezen, te ge* 
wagen. Ik kan hieroTer des te eer het stilzwegen 
bewaren, omdat dezehe zoo algemeen erkend werden, 
dat de regering een genoegzaam onbepaald Tertroo* 
wen in hem stelde i)^ Kn müluol was dan ook juist 



1) HierrtQ is wel het beste bevrijs, dat irttLii in ket jmt 1828 op 
fiieiiw eene lending mar Samboê ontring, waar k^ reeds in 1816 als 
fttngetaid BoiideBt ms geplaatst geweest, ijjnde by later, na bet vil- 
banten der onlosten onder de Chinezen in de mijndistricten , Tan daar 
teruggeroepen. Hen wilde toenmaals hem de schnld Tan die onlusten 
geren , die alleen in de al te swakke militaire bezetting Tan dit etablis- 
«nent moest geiockt worden, welke ia geene de minete tveardÜ^koii 
Mond tot de door nieuwe landTerknizcrs uit Ckina gestadig toenemende 
dunescke bevolking, zoo als dan ook dezelfde toestand zich naderhand, 
loodm de Westkust Tan SomêO te reel ran militaire magt ontbloot was, 
weder venienwd bneft. Bet bMt echter wddm len dnJduttjkim ak 
alle onpartijdige berigten aangaande de gebeurtenissen te SambaSy welke 
bg de Hooge Indische regering inkwamen, hoe ■fiixn ten allen tjde 
all man Tan eer derzelTer belangen aldaar op bet neent bebaitigd, en 
BelA in de neteligste omstandigheden met de Tcreisdite geestkracht ge- 
handeld en nogtana de genegenheid Tan de inboorlingen en hunne Tot- 
sten behouden had. Hg weid, dien ten gcToIge, den toenmaligen Gon- 
irii Tan Bar/teOf den Heer t. i. tobus, als ambtenair toegeiuc g d, 



173 



de man, om zulk een Tertroawea naar eboh te waar- 
derea. Het spoorde hem des te meer aan, om, zelf 
een gdM>rea neemdding^, zioh des te naanwer aan 
zijn nieave raderland te Terbinden en met bart en 
cid toe te wijdm. Tan daar die onbegrensde dieut- 
ijter, welke bij dke gekgenbdd, waar bet 'sLands 
belangen goU, in hem doórblonk. Ik zal bier een 
enkel staalde Tan mededeelen, waaruit men terens 
zijnen ondernemenden goest, in zijn' geheelen om- 
Tang, kan leeren kennen. Bij was in 1820 tot In- 
specteur OTer de notenperken op Banda benoemd, 
maar werd door den reeds iogeTailen Oost-Moesson , 
Tronneer de scbeepTaart op de Ibfaikken gebeel stil 
staat, te Soerubaym terug^ebouden. Yoorzdcer zou 
iedereen in dit geral de beropening der scbeepraart 
op Banda hébben •a%ewacbt, om zich op zijnen post 
te begeren; maar niet zoo onze külueI Hij bad 
rust noch duur: bet was hem onrerdnigelijk, zoo 
lang werkeloos te moeten zijn , terwijl een hem op- 
gedragen ambt zijne tegenwoordigheid Torderde: bij 
rekende het zich althans tot phgt, niets onbeproefd 
te laten, om de plaats te bereiken, waarheen zijne 
ambtsbezigheden hem riqpen. Zijne pogingen bleTen 
echter Tmchteloos om zelfi Toor eenta buitengewoon 
boegen Trachtprijs eene scheepsgdqgenheid te Tinden 
of een geschikt Taartuig te buren. Niemand Tnlde 
zich aan het oogenschijnlijk geraar in dit seizoen 



Ügjriitfe Mu t ii c M wat, oa ter veipden icgeliag dernktBopd* Wcttkoit 
mi èaX «y«id , weder vm Buiafria naar Somhtt^ te verlRUGieB , cb wel 
op nik «fan ^oel, dat h|j getclkt km wandtn lo alk opagten net 
4e Bgademwi der Boileiipoalea gel^k te ftean. 



174 



blootstellen. Ba wat deed nii ome külua? Hij h»- 
gteedde zgn g«èeele verÉioffed em dea 'aètikoop ea 
deuhrastiiig tan eén addp^ dé brik FUriws, nèiq twee 
Eutopésohe stuuiiiédéii in dieiAt, iraerf matroaen «aa 
-éa ^Ide daa|t»pt zdf bet commattdoi op :zieh sok 
mende; den 24^"". 7Ioi#enibér tegiéii wind :enr stiooib 
luiar Bunda af, wtevbij^c^ bet laatst 'i^ai^ Deeember 
of in de eerste di^n iTaalbèt jaar: 18^1 behtaden 
aanlandde^ ' • ' ' 

In een land^ waar men in net algenfeea coo aeer 
aan uiterlijke Tertooninj^ gehecht is^ ab Oostrlndiey 
Jcon hel niet anden, of een man ab xüixia, dia in 
:zijne giebeele levenswijze zoo. bo9g;atoenTOud% was, 
dien. men» wanneer by zijne beaneii kon gebruikea, 
op. djo «dpenbare w^gjen te Sdltama zelden, in eaiie 
leqqipi^; en dlui nog inieen geW4xm htmTrytiiig zi|g, 
dimmen ia de meest faeaacbte gezdbcbapscickds.miste 
ea wiens omgang aich. ütt wetn^. persenen ^Kqwalde, 
4noe8t til de éögta Taa telmyoorreeo' aonderUng door- 
gaan» of zd& alè een vfek besidiOuwd worden, die 
alleen bedaeht was om ziine bem^ te vuUen {)« SMrts 



■vi*i 



^) Eoe on^gtnal^ iii VeniMMdttn mteA» Hpn t!u»n ma , die .^Mr- 
4^9919011 vm 4an^hmrheid voor bet Un4>,4iai vefU dieiut bij lick W 
toegewijd , .allei voor de Tervniling zijner pligten oTec had , blijkt OTcr- 
taigend uit een* veitrouweiyVen brief, door bem den II JSuit 18S6 
«All den KokMl vmmm gttctirtfYén , WASfOit' ik nel 4^ t«tgluialttg 
^ fólgendé'ovQBieeifi: . . i 

»Moigen of overmorgen zal ik van bier vertrekken : dna kan ik hierop 
«geen antwoord meer verwacbten en moet mij intnaschen met de hoop 
•trooften , dat bet geluk my gnnstig moge wexen en behouden door 
»Bomêo wvder by n temg voeira. God gev« ètt at «wImw Mg 
»geaandheid en vocnpoed, wmt ik heb beiden vrr noedig* 0«n 
BtDgt f welken ik endeneeB , moest ik inderdaad eb «weuder beechon- 
•wen , dan de campagne van Rndand geweest ia. Ik'hfh te Saiavia 



176 



a^iietriendea,ea bel getal daarvan h^paMe mk.iw 
>ftnik.vQtt>ifi IMerkndtchlndïëtütlseQrviQiQ^ 
.ook: de ^de Aeihoa TAK ova CAMtLsN^ i^oor wieu het 
niet bedekt Jc^n. Uüt^q^ Wdk een acbal Taa tooi>- 
4l«fieli|ibe hoedan^faedea eakdod^hedeot. onder dat 
jMdengpe voerkotnen ?erlK)vgea lag, waren' ia ;Étaat 
épihan .op.-.dm n^teii: {nij0. te debatten. . Dieef»- 
.^oud%beid tocb> vrij van allé aaoitafitigfaig; oC trolsop 
-dgene rerdientleii^ iwas .nmt' aijii lumkter.zoo .naauw 
'temenigd, dait zel6 2i|ne mienden aaaewelijka iris- 
ten, yték eenen ran^- fa$ te Toren» abioficifir'dér 
Gcn^^ op nog aèo jeugd^gfcn leefiüjd in. AaBoisfni^s 
Iqgpor bekleed bad / die bem cp bet dqprdd leelf met 



-»»» 



•noch «au liet Q^anm^mmVp WKk- ftm «gw iviedUa fk» Imt^ >b 
»swuigkeden willen te kennen geren, welke mg daar wachten, op 
>dat ket niet den ichijn loa hebben , alsof ik mijn* persoon op den Toor- 
«grond stellen, of Toordeelen op dexen togt Toor mg bedingen wilde, 
jiwelken ik alleen onderneem om mgne dienalwilUgheid te toonen en 
«de gen^nheid en beacheiming der Regering te rerdienen. Gij weet 
aket beat , dat ik nimmer eenig bgxonder voordeel daannede bedoeld 
aheb : dit rallen n de nilga?cn , welke ik Toor de» reif gedaan heb , 
aaonder die aan bet GoQTemement in rekeiling te brengen , ten dnide- 
algksle bewgsen. Mgne inatmmenten en andere gereedschappen bedra- 
agen , aoo Ter ik heb kannen berekenen , boven de njfdniiend gulden, 
allgne overige nitnuting voor de reis kost mij daarenboren nog eenige 
admaenden guldens. Op deaelfde wgs heb ik vroeger van 1822—24 op 
•de Westkust gehandeld , omtrent vijAien maanden lang , als ik de on- 
aderscheidene reiien te zamen reken , en heb dos toen wel meer dan 
•tweemaal loo veel als nn nitgegeven. Hetgeen ik daar vergaderd heb , 
•maakt echter mgn* grootsten i^jkdom nit , namelijk mgne papieren. Maar 
•dewgl ik mg desniettegenstaande niet in nood of ongel^nheid bevind, 
•ben ik daarover wel in mgn* schik , en als ik het nog eens doen moest , 
•aon ik even a>o handelen , aonder eenig beronw daarover te hebben." — 
Hen aiet hierait, boeveel belang hg lelf in zgne aanteekeningen over de 
binnenlanden van BomêO stelde. Dobbel te betrearen is het daarom , dat 
joist deae berigten ons ontbreken , welke voor de kennis van dat eiland 
van onadiatbare waarde aonden ign. 



176 



het kruis fan het Le^oea nn Eer venierde, dat hij 
echter, zoo reA ik mij kan herinneren, nook op Javm 
gedragen heeft Wd verre van geld bijeen te Khra-- 
pen, soo ab vden gdoofden, I^gde hij alles aan zijne 
ondernemingen ten koste, of hcsteedde het om nood- 
lijdenden in stilte te ondersteunen. Inzonderheid was 
hij Toor zijne ondei^geschikten een goed en liefder^ 
meester, zoodat zijne inlandscBe bedienden, die ab 
kinderen aan hem gehecht waren, gaarne alle ontbe- 
ringen en lerenagevaren, waarvan een zoo nistieioos 
leren, als het zijne, overvloeide, met hem deelden. 
2Lij deelden dan ook gezamentlyk in zijn droevig lot, 
en nog omringen hunne schedels dien van hunnen 
Heer in de woning hunner moordenaren, waarin zij 
ab roemrijke z^geteekenen zijn ten toon gestdd. 



IIVENSBERIGT 



VAl» 



«Eone 1IIÜI.LEB, 

tJkJJLaukBTiGM Dr orspiCTSDH BEa irsasai. oosr-tioiisGirx BKzrrnironr 

OP BOaXEO K.TZ. 



MOR 



DB. ERÜST MULLER , 

soimiiiinL tuin ch opmaoDTruTEi , iid ui srsniiH-vnoADBUirG m. 



Het Ieren Tan mijn' oudsten broeder gbokg hüllu » 
Tan wiens stoute en Te^dienstdijke ondernemingen zijne 
reizen door de onbekende landen van Bomeo een spre- 
kend bewijs opleTeren, was zoo toI beweging door 
jeugdigen iJTer, zoo rijk aan mannelijke daden, zoo 
beproefd door de gebeurtenissen Tan den grooten we- 
rddstrijd en zoo noodlottig door dêszel6 droeTig ein- 
de, dat bet, gelijk ik mij Tleije, niet ongepast zal 
geacht worden, wanneer ik Toor hetzdTe in de e^- 
ste plaats dednoning en belangstelling tracht op te 
wekken. 

In die Teronderstelling , waag ik het èene korte 
lerensbescbriJTing Tan den ^hriJTer dezer rrizen, als 
eene Terschuldigde hulde Tan broederlijke Itefide, Tooraf 
te laten gaan. Mogt zij niet slechts door de talrijke en 

12 



178 



in alle werekideelen verspreide nïeoden en beken- 
den Tan den overledenen, maar ook door aUe welden- 
kenden, die warm belang stellen in bet lot van echte 
wereldbui^e^, goedgunstig worden opgenomen. 

Mijn broeder georg müllee werd den 8 Junij 1790 
te Meritz geboren. Hij bezocht aldaar de Latijnsche 
scholen en kwam in 1803 op het Gymnasium Xejischaf- 
fenburgy 'waarheen ons huisgezin in dat jaar met der 
woon vertrok. Van den bqginne af, dat hij de school 
bezocht, wedijverde bij hem rustelooze en onver- 
moeide vlijt met den gelukkigen aanl^ van zijnen 
leveadigeo geest, die zijne jaren en ligchaamskrach- 
ten te boven ging en hem overal de eerste plaats onder 
zijne medeleerlingen verzekerde. Met deze schitte- 
rende vorderingen in de klassieke studiën hield echter 
de ontwikkeling van zijn ligchaam geen gelijken tred. 
Hij bespeurde dit , en , misschien reeds met een zeker 
yoorgevgel v^n zigiie tDekoqistige 'l^^plM^n-, wij4de hij 
ook dAaraian meit het go^stiggt gevolg de qdettendste 
^Eoig. Hierbij kwam hem de evenredigheid en leenig- 
jieid vakL zija %cbaam, dat», oftchoon niet sterk, 
«echter gezond en voor. eene krachtige ontwikkding 
.vi^lbaar was , bijzpoder te stadcL Gymnastische oefé» 
jaingen werden zijna uit^aimiog : klejae kunstwerken, 
die bij roet eene zeldzame, bondigheid in de werk- 
tuigkunde t waarvoor h^ bijzonderen aanl^ bad, ver- 
vaardigde, hieldea zijpeti .rusteloQzea en van zijne 
kindschheid af alle ledigheid schuwenden geest bezjg : 
en de natuurkundige yerz^tmdingen , die hij met on- 
vermoeiden ijver hijieenbrfiigt , ga^n voedsd aan s^ne 
Jeyendige tt^beeldiiig. . Terwiyil bij zich bet werktui- 
Ifelijke. van alle belangrijke b4io4werken eigen maakte, 



179 



was Tooral bouwen zijne liefhebberij. Dikwijls waa- 
neer hij op zoogenaamde yacantiedagen zijnen geest 
door de studie der oude schrijvers Terrijkte , bragten 
zqne taanden intusschen cmwiDékeurig en, als het 
ware , sonder dat hij het zelf wist , door zijn schqH 
pend Temuft bestuurd, zinrijk gevormde en gebed 
eigenaardige kunstwerken 4n miniatuur voort, die 
tot het bewaren van verscheidene voorwerpen, het 
verfraaijen van andere, of het veraangenamen van 
bijeenkomsten met vertrouwde vrienden bestemd vra- 
ren. t)aarbij was hij in een' hoogen graad gevodig 
voor vriendschap, welke in de gelukkige jaren der 
jeugd veelal zoo belangtoos en zieiverheffiuid is, en 
beijverde hij zich altyd om de to^enegenheid en liefde 
zijner schoolmakkers te wiimen en te behouden , van 
welke hij zich nadertiand sledits met moeite kon los- 
rukken^ 

Terwijl hij met deze zeldzame werkzaamheid naar 
ziel en ligchaam tot de jongeh'ngsjaren naderde, vrerd 
de sehool allengs te eng voor zijnen ver vooruitzien- 
de blik. De bespiegelingen der vrijsbegeerte kwamen 
hem , in hare geheimzinnige inkleeding en aigetrok- 
kene stdsds, niet vruchtbaar en nuttig genoeg voor, 
om hem te doen besluiten daaraan het grootste ge- 
ileelte wan z^nen tijd te besteden. Aan de zuivere 
bron Tan een rusteloos leven vol gevaren en moeije- 
Igkheden , die den sterken nieuwe krachten verleent , 
terwijl zij den krachteloozen verzwakt , geloofie hij 
voor verstand en hart meer kracht en teviiedenheid te 
kiAinen scheppen. Hij trad daarom , in plaats van 
naar de Hoogeschool te vertrekken, in 1807 als Kadet 
in Keizerlijk-Oostenrijksche dienst. Ie fFeenm dMh^ 

12* 



180 



gekomen , werd hij door den toenmaligen Intendant- 
Generaal der gezamenlijke Kmerlijke legers, den Heer 
voK Fassbütdeb 9 allervriendelijkst ontvangen , en aan 
de waarlijk hiartelijke voorspraak van dezen boogge- 
plaatsten bevelhebber had hij de bijzondere oplettend- 
heid en zoi^ te danken, waarmede men in die Hoo£i- 
stad op zijne verdere vorming acht gaf. Hoogere Wis- 
en Werktuigkunde, Aardrijks-, Volken- en Teeken- 
kunde waren vooral de vakken , waarop hij zich hier 
bij voorkeur en met het gunstigst gevolg toelegde, 
terwijl hij de sterdie der oude en nieuwe talen ijverig 
voortzette. Hij genoot daarbij het onmiddelbaar op- 
.zigt en de lading van den verdienstelijken en acbtens- 
waardigen RafHtein, Vrijheer vONstEirra, in wiens huis 
hij,, tot op zijn ontslip uit Oostenrijkscbe dienst, 
met liefde ontvangen en als een zoon behandeld werd *). 
De uitstekende bewijzen van bekwaamheid, welke bij 
b\i zijne examens aan den dag legde , en de stiptste 
naauwgezetheid in de dienst deden hem , npg gerui* 
men tijd voor den aanvang van den voor Oostenrijk 
zoo noodlottigen veldtogt van 1809, tot Officier op- 
klimmen. Na den vrede van fFeenen^ die t^n het 
einde van dit jaar gesloten werd , vaardigde ivAPOtBOK 
een bevel uit , dat allen , die op den linker Rijnoever 
geboren en in dienst van vreemde JHogendheden wa- 



I) Een' geniiiDcn tijd sa het ontaUg miiiia Broeden, sdireef de B«Nn 
▼cv STSim den 11 Maart 1811 onder anderen aan mijnen vader: 

» Ik heb moeite gehad om van hem te scheiden , want ik had kern 
%\itt ala mijn* eigen xoon. Bevordeiing ia er tegtnwoovdxg bg de ge- 
»he^]e armee niet; maar ab het vitsigt hierop ecomaal weder mogt 

• geopend worden, zon hij die niet gemist hebben: want hij was «Ig» 
>meen geacht en bijzonder gezien bij zijne snpériearen, omdat hij een 

• bekwaam, moedig en vlgtig Officier was/* 



181 



ren, bij het Fransche leger moesten OYergaan. Mijn 
broeder meende aan deze magtspreuk te moeten ge- 
hoorzamen, misschien des te eerder, dewijl onze ou- 
ders nog eenig grondeigendom aan de overzijde ran 
den Kijn bezaten. Het moest hem intusschen hoogst 
smartelijk vallen een r^ment te verlaten, welks 
HoofdofiScieren hem zoo genegen waren en zich ge* 
noopt voelden, om in verscheidene brieven mijn' 
vader dringend aan te sporen om hem tot eene veran-^ 
dering van zijn besluit over te halen. Maar in weerwil 
van de bij Wagram welverdiende onderscbeiding van 
een eervol schriftelijk getuigenis omtrent zijn gedrag 
in den pas geëindigden veldtogt , in weerwil van dé 
achting en liefde zijner kameraden, die hij in de 
ruimste mate bezat, en niettegenstaande hij zich ver- 
zekerd kom houden, dat zijne verdiensten ook van 
hooger hand zouden erkend worden, waren alle po- 
gingen vruchteloos om hem van zijn eenmaal genomen 
besluit af te brengen. Hij werd op de eervobte wijs 
uit de Oostenrijksche dienst ontslagen en ging als 
Eerste Luitenant bij het Fransche leger over , met last 
om . zich naar Spanje te bleven. Naauwlrjks echter 
bij zijn korps aangekomen, ontving hij tegeubevel om 
naar den Niemen te vertrekken en deel te nemen aan 
den Russischen veldtogt. Hij onderscheidde zich hier 
in vele gevechten , werd door kapoleoit zelf opgemerkt 
en door hem in persoon tot Ridder van het I^oea 
van Eer benoemd. Van alles ontbloot en met eene 
zware en nog niet genezene wond aan den arm , be- 
halve nog zes andere gevaarlijke kwetsuren ,' die hij 
in vorige vddtogten bekomen had, keerde hij uit 
Rusland terug en wachtte hij in het ouderlijke huis , 



t82 



waar hij liefiderijk ^erple^d werd,, xijue hentdliog 
af. Gedureade zijn kort verblijf te ^êekajffmturg 
werd hy door den edelen en onyeigetdijkeKi Groot- 
Hertog van Frankfort , kajksl tav ihmoma , in wiens 
dienst onze rader ab Bof-4k)ntroleur stond, op de 
eervolste w^^e ontvangen. Door de hartelijkste zcge- 
wenschen van de zijnen begeleid, spoedde hij zich 
vervolgens naar Frankrijk , om het kader van zijn re- 
giment, dat inmiddels derwaarts terug gekeerd was, 
te bereiken. Kort daarop werd hij tot Kapitein by 
de Genie, en nqg voor de eerste abdicatie van rawolboit 
tot Majoor benoemd. Spoedig tot den rang van Lui* 
tenant-Kdond bevorderd , zag bij , na de zoogenoemde 
honderd dagen , zijne vertrouwdste vrienden en wapen* 
broeders aan alle de noodlottige gevolgen van eisne 200 
geweldige ontknoopiag ten prooi. Het waren dagen 
van beproeving , waarin partijhaat hem al de bitter- 
heid Uet smaken , welke zijne gehechtheid en tnmw 
aan de door het ongduk op het wreedst vervolgden 
bem berokkenden ^). 

In dezegehed veranderde en droevige stcffing, ging 
by, na een kort bezoek bij zyne fimulie, dat het laat* 
ste was, Gf aanbevelii^ van z^nen voormaUgen Chef, 
den Generaal Amaoio, ak Kapttem der Infanterie in 



>) Eren «Is loo rele anderen , die hnnne opkomst aan den grootcn 
Amb te danken hadden, was ook xüitlB sjne laak met kart en ziel 
tffgidaci. Natmuigit «ekter moest de volkarding , waarmede kg deaéKv , 
ook na kat ontwdfA yuk den n^kaidigwit des nnitsdnn ^elkft» kkcf 
aankleren, kem in Teler oogcn als schuldig doen Topckooien, te «eer 
late h^ aan het hoofd stond van een Trijkoips, hetwelk het leger der 
bmlgmoolcn hsrinalde malen gevoelige verlieaen toebiagt. 

D9 JMMtt. 



168 



Medertaixd80h->Iadkche dienst o?er. Zijo oogmerk daarr 
mede was, om oader dit Opperhoofd, aan wien on-' 
dertuflschen het opperbevel over het Nederlaodsche 
leger in Oost-Indie was Gedragen , zich in de Koloniën 
een' ruimeren werUuing te openen, waarheen hy 
tegen het einde van het jaar 1816 afeeilde. Hevige 
stormen wierpen hem bij Eggraag op de kust van 
Hoorwegen. Den tijd, tot het herstellen van het 
schip vereischt , besteedde hij tot het doen van eene 
reis door dat land, van waar hg ons den 4 Maart 1817 
uit Chrisiiaatuand z\JD spoedig daarop gevolgd ver- 
trek berigtte* Aanhoudende stormen bdeomierden op 
nieuw den voortgang van het schip en noodzaakten 
hetzelve om in de maand April het anker op de reedê 
van Liêutbön te laten vallen. Den 11 Mei van daar 
a%ezeild, ging de vaart zonder bijzondere voorvallen 
om^de Kaap de Goede Hoop voorspoedig tot Java<^ 
waar men te Batavia aan wal ging. Ook hier ge- 
voelde mijn broeder zich nog te beperkt iu zijn' krijg-^ 
mans werkkring. Verre reizen door den Indischen 
Archipd geloofde hij dat beter zijne zucht naar uit- 
gebreide werkzaamheid zouden bevredigen. Ook be- 
droog hij zich niet in z\jne verwachtingen. De Indi- 
sche regering benoemde hem , in het volle vertrouwen 
op zijnen onbegrensden ijver, beproefde geestkracht 
en innige verkleefdheid , tot Inspecteur ^) der binneur 



1) He flpoge bdiaolie itguiiig wisi de limimifw tieve bekWMnlmien 
van 4m Hew Kftun op MntX^t nrMi^e' te kcbMlm* DU l)]f]cl.taf^ 
iaKniX^ dat lig Mn ^ eeMie ezpaditiit ondeci Wiwl i«* dm lliijter 
WBKTWVn tot .Yefltigii^ v«n <M|t ffz«K Ie .iJ f ff tm ft ng '^op^/de.lKeet^ it ym 
Bümso weid tecfevo^. Uesa hetiukMi iUn a t3fplM|beri l^ftLSt^ifte 
\y mftiop den O daaiMnTolgende dei morgem ten O vn d» 



184 



landen van Bomeo^ met den last om verscheidene tot 
dus verre onbekende laqden te onderzoeken en de 
onderwerping van sommige iniandsche Opperhoofden 



Kederlandiche rlag te J^tmhas gtplant wetd. De Heer sfiiXBX werd Mux 
den 23*^B, onder het loiseu ftn Jiet {jpeschat en met de ^mikel^ke 
pleg;tigheden , «Is Waaraemeod Resident eeinslalleerd. Hy nam onTcr- 
wijld maatregelen om de mst en goede orde te handhaven , de diep 
ingewcirtelde zeetootenj met klem tegen te gaan, en Tooral ook de in- 
komsten vin den Staat te ycnekeren. Een ziyner hneven aan den Kokmei 
wnrriK van den 10 Decemher 1818 hehclst dienaangaande het volgende: 
1 Ik heb met den Snitan van Sambas een zeer voordeelig contract gealo* 
»ten en reeda meer geld geind, dan het onderhond van ons Etahlissr- 
«nieot Vereischt.'* Taartnigen, die voorheen tot de seeroovei^ weiden 
gehraikt > trachtte hij aan den koophandel dienstbaar, te maken of zelfs 
tot wering van dat schandelijk bedrijf aan te wenden , waarbij hij wijs- 
aelijk met diegene aanving , welke het eigendom der * Torsten waren. 
Met dit inzigt liet hij reeds den 3 en 4 October van hetaelfde jaar op 
twee brikken van den SnHan yan Sambas de NederlandKhe vkg hljschcn , 
welk voorbeeld spoedig door andere schepen van mindere Hoofden gevolgd 
weid. De tmchten dezer maatregelen bleven niet lang achter. De han- 
del herstelde ach en. had de gebcele opkomst van het stadje Sambas ten 
gevolge. Maar te gelijker tijd met de toenemende welvaart der bevolking 
vermeerderde ook het aantal Chinezen , dat zich in de mijndistricten ves- 
tigde , en openbaarde zich tevens een geest van tegenstand tegen het Ne- 
derlandsch oppergezag onder dit woelig slag van menscheny die net 
geen ander oogmerk , dan om fortuin te maken , als roofvogels op deze 
knst nedervallen en alleen door eene toereikende magt in ontzag gebon- 
den ktmnen worden. Indien er echter aan de herhaalde aanvragen om 
versterking van den 'Vfaamcmendea Resident gehoor was g^evea, aoa 
zeker het oproer onder de Chinezen niet zulk een ernstig aanzien beko- 
men hebben. Over deze omstandigheden, welke de temgroeping van 
Vfiun ten gevolge hadden ,'h^hen wij reeds in ons 1< Nninoier U. 172 
gesproken. Hy kreeg daarop eene aanstelling op het eiland Banda in 
de Molnkken en werd later weder als ambtenaar toegevoegd aan den 
Gommisaaris ter regeling der aangelegenheden van Bêmêo^ nadat men 
•IgMBêcn da dieatten eikend had, welke hij als Waaracmend BesideBt 
te Samioê dea lande had bewezen. Zgne benoeming als 2aakgelailigda 
«n Inspactciir cnrer de Unnenlandta van Bomêo is dohalve ita vetl lat» 
dagtackcalBg , dan ign broeder sch^nt te teieiidenleUea. 

JDê Bsiatüa. 



185 



aan faet Nederlandsch gezag aan te nemen. Hij yoI- 
voerde deze vereerende zending met den gelukkigsten 
uitslag Toor de r^ring, noodzaakte Yerscheidene dier 
inlandsche Vorsten om haar gezag door bet duiten van 
Terdragen te erkennen , en plantte de Nederlandsche 
vlag op vele plaatsen , die nooit te voren doot een' 
Europeaan betreden waren. Bijna aan bet einde. van 
eenen moeijelijken en gevaarvolien togt naar de onbe*- 
kende binnenlanden van Bomeo verliet bèm zijne ge- 
lukster. Hij werd in Januar^ 1826 onverhoeds door 
een volkstam der Datjakkerê overvallen en verrader^ 
Hjk door sluipmoord om het leven gebragt. 

De eerste tijding van 'deze zoo wel voor zijne 
achterMijvende bloedverwanten « als voor zijne td^. 
rijke vrienden allerbedroevendste gebeurtenis werd in 
Duittchland medegedeeld in de Franh/orter Qbern 
po^ami^-Zeitunff van den 4 April 1827 , ia eêa 
artikel uit Brussel i) van den 29 Maart, faetwdk 
woordelijk dus luidt : . vs 

»Men betreurt zeer te ^o^avt aden dood van. .den 
» Inspecteur oeobo müllbr, welke, van r^eringsw^e 
»met bet onderzoek der binnenlanden van hetgroote 
x> eiland Bameo belast, een ofier van zijnen onver* 
» moeiden* ijver geworden is. Hij docurreisde in Ja? 
»nuarij 1826 het binnenland van dit eiland en voer 
»de Kapoeas-nyiev qp, toen hij door de inboorlingen, 
» Datjakkers geheéten , verraderlijk aangevaDen aioiM 



1) nit utikel ihui vw dm Heer BivÉtf afkooutig, die de cente 
tgding taq liet droevig uiteiode tui deten verdienftelijken man van 
i^nen vriend, den Kolonel wnrriB, ontTangen had. 

D0 lUdaeHe. 



188 



ten. zija^ verdienstdijke, kloekmoedige ea getaarlijke 
onderneming. De Vorst van Kattet gaf. hem op dezoi 
togt on^^e^e&:2Q(iDaijakker9 tot geleide en beècher- 
ming mede^ welke door mijn' broeder, na{n*.Iands- 
gebruik, ?an al het noodige werden voorzien en zich 
daarrooi* zeer bereidwillig en dienstraardig betoonden. 
Nadat hij zoo omtrent twee niaanden wa9:Toortgevaf^ 
ren, werd de ririer te smal en bedoót hij de rivier 
Kapoeoê over land op te zoeken, te meer, daar de 
Yorst Van Koitee hem Terwittigd had, dat faij óp deze 
w^ze het spoedigst en geotakkeUjkst :zijn doel zou be- 
reiken. 'Hij kwam dan ook, na TerloopjTan eeoigen 
tijd,, aan de Kapoeat^rmer ^ waar hij: terstond drie 
nieuwëi vacdrtuigeh liet.. maken, waarbij de Daijak^ 
kers Tooctgingek hi^ getrouw te helpen en bij te 
staan; :.. 

Daar zij overal hulp betoonden en hunne genegen- 
heid aan den dag l^den , bestond er geene de minste 
reden om eenigen argwaan t^en de inlanders te koes- 
teren. Maar op zekeren morgen omstreeks zeven uren, 
toen mijn broeder zijn volk, soldaten en matrozen, 
beval om de vaartuigen over rotsen en watervallen 
heen te slepen, waartoe de Daijakkerê altijd de 
meeste bereidwilligheid hadden betoond, kr^n deze 
onverwacht versterking, overvielen hem eensklaps op 
eene verraderlijke wijs en vermoordden hem met zijn 
gdiede gevolg, met uitzondering van twee man, die 
zich in het water stortten , de overzijde bereikten en 
zich door de vlugt redden , terwijl de DaljaJüurt , 
na het plegen van den moord , de vaartuigen benevens 
derzelver inhoud met zich voerden. 

Omtrent de waarschijnlijke oorzaak van deze verra- 



189 



derlijke. OTerrompeling geeft eea brief van den Engel* 
schen natuür-onderzoeker iovii d^ltoit , den 30 Au- 
gustus 1828 op het eiland ^omea geschreven 9 nader 
uitsluitsel. Daaruit blijkt op de overtuigendste wijze , 
dat miJQ broeder ab een slagtoffer van zijne ijverige 
pogingen tot uitbreiding en bevestiging dnr Neder- 
laodscfae heerschappij op Bomeo gevallen ia. Een uit- 
treksel uit denzelven luidt woordelijk aldus : 

» Nu is het bekend »• dat voor ongeveer drie jaren 
»de Hajoor müllbe op het eiland Barneo landde en 
»de T^nakvSamiojt èaPimtianak over land onder- 
» nam , maar dooir <lo jDaijakker^ (gelijk, het naar 
}> Batavia gszoadeiK berigt vermeldt) v^rmoofd is^ 
nea wd op^de Tolgende wijs. (*-^. Ik ' ttvijlel er.ge^a 
D oogenbUk aan , dat de moord nan den Ijlajoor KÜLLta 
»sleGlits, weinige lallen van de plaats^, wkar ikideiea 
>) tegenwoordig achrgf , ^plccsgd ' is. > De. Sulfin vta 
TsiJSoiUe' heet alle >goed6rea zoowel. Van den Hajoc» 
» «ütAu, als tan aijn Tolk yin bezit. Die^ welkèik zdf 
«gezien beby-^zijn hiemevens..ópgetedcen)i. Be.SulUa 
»Terklatfrt ^ dat :afle deste goederen^ aan; dea Majoor 
» MÜLLZR hebben toebehoord. Ook bezit ik , behalve 
i>zijn gouden 'horologie 9 zijn* sextant: beiden zal ik 
»aan de Hollandsche regering uitleveren, even als ik 
Dniet dan met veel moeite yerscheidene hem toebehoo- 
» rende artikelen > waaronderzijn' tijdmeter, ben mag- 
»tig geworden, hetwelk ik alles aan den Resident 
)} van Riouw zal zenden , in de verondersteUing , dat 
»de regering mij de gemaakte kosten zal vergoeden >). 



1) BoTeDgenoemde Toorwerpen , «IsmedA ondencheidene papieren , op- 
Demineen en teckeningen def oTcrledcnen, itjn door tiuMcbenkomit wk 



»• 



190 



» De moord geschiedde des. nachts op eem seer gruw- 
» SEame wijs. Se Majoor self werd door een* der zonen 
»Tan den t^^iwoordig zich hier beyindenden Pange^ 
j» rang om het leven gebragt. De Jaraansche soldaten, 
D welke aan het bloedbad ontkomen zijn, bevinden 
» zich tegenwoordig hier : het is mij echter niet ver*- 
»gund hen te zien. Alle kaarten, papieren en andere 
» documenten des Majoors bet inden zich in bet buis 
» van den Sultan. Ik 'geloofd dmt dezdm van groot 
i^gewigt zyUf daar de Majoor in zif'ne onderxoekm^ 
ngfn onvermoeid uas^ De hoofdoorzaak van den 
» moord, aan den Majoor gepiep, sobijnt daarin be* 
«staan te bd>ben, dat er geen gevolg mogt gq^even 
» worden aan het dow dezen Officier in naam der Hol* 
»landsche r^fering met den Soltan desknds gesloten 
» verdrag, hetwelk dezen verpGgtte om, tegen uit» 
ttbetaUng van eene bepaakie som^ alle de inkomalfji 
»^vnn zijn land (te gelijk met het oppei^gezag) aan die 
ixv^ring af te staan«* Het den)cbeeld, dat by een 
DonvoordeeOg verdnig had aangegaan , zette hem aan 
» tot het plegen der noodlottige daad* De hoofdpeD*- 



den H«cr wana^an wege ket'Hedirhndidk OoKVcnenent , hetwdk ie 
oitscHoltea dMrroor Ycrgoed heelt, aan mijne £uiiilie tcrqggegey en > 
(Deze papieren hebben echter minder betrehking op hüluis BeiaeB 
in de binnenlanden , dan wel op sommige yröeger door hem be- 
zochte Nederlandsche heatUngen ter Westhaft nm SêrttêOy van 
welke door hem ook zeer nitvoerige kaurten opgenonen n§a ge> 
worden. Eene zeer Terkleinde schets van eene dier kaarten yan het 
gfheele eiland is door den Heer HOUOT in het Bulletin dê la 
Sóeiété de Oéegraphüy Paris \9U$, n9 67 oyei^ge&oaiea. Ook 
hebben dszelye Tooial tot grondslag gediend voor die van het 
eiland Bomeo^ onlangs hier te lande door den Baron 6. p. roê 
MUEumi M iimunmi nitgrgeyvn. 

De BêdÊeÜa.) 



191 



))80on» wdke zich vooral «b werktuig tot zulk eene 
D gruwzame handeling liet gebruikeo , is een inboorliog 
A)yan BanjermaêHng ^ met name saib abdaix^." 

Loodanig was het noodlottig uiteinde Tan eenen 
man , die naar de getuigenis yan allen , die hem ge- 
kend hebben , zoo wel in het bijzondere , als ia bet 
openbare kyen, streng en spaarzaam was omtrent 
«ch zelf, inscbikk/eligk en mild J^ens anderen : hoogst 
matig in overYloed , in den nood hulpyaard^ : eenen 
man , «di^ de gunstige omstandigheden » welke hy zicb in 
de laatste jaren zijns levens door onyermodden ijyer, 
koerfen en volhardenden moed, en met inspanning 
yan alle krachten opgezamdde kunde en ondervinding 
als op nieuw verwcMTVen had, alleen aanwendde om de 
wdwillendheid , vriendschap en liefde van allen , met 
nêk» h^ in aanraking kwam , te winnen» te bdiouden 
e»/ te. viBKsterkea* .R^tacbapen en bdamgloos ia dm 
4trik(sten zin, was bem e^txe opo£^^g te groot, 
wanneev bet er op aankwam om 4i<^ in^ge verkleafil^ 
hdd aan de Nederlandscbe rff^ng te. bewijzen, en 
ia de plaats van schatten, wdke hij in de guiistige 
betrekkingen z\jner laatste levensjaren zoo ligt bad 
kunnen verzamelen, liet by aan zijne. fiimflie bet 
schoonste en eervolste er%oed na : » dm naam eem 
nverdienêttl^ken ^ dapperen^ geachtên en achiênsr 
)>%oaardigen mansJ* 

ZuUk eene eervolle nagedachtenis mqge hém ge- 
noegzaam deor het te voren med^ededde zyn ver- 
zdcerd: hoe onverdedd en overeenstaoMnend ditg^ 
vod zich onder alle standen uitte, hiervan kunnen., 
onder eene menigte van scbriftd\ike»edededingen, de 
twee volgende.uittreksels een qprdiend bew^a qdieveren. 



192 



Brief van Z. Exe. den Baron yah dbr CAPStLKr , 
(tot kort Toor clen dood m^ns broeders) Gouverneur^ 
Generaal van Néderland9ch Indie^ enz. enz.^ aan den 
schrijver» uit Uirechi den 6 Mei 1827. 

» De droevige tij(Ufig , welke dè inhoud van Uw 
»> schrijven aitmaakt , het^ ik te Pa^je vernomen. Zij 
» heeft mij zeef diep getroffen , want ik schatte Mijn- 
Dheer Uwen broeder zeór -hoog, en tierwachtte nog 
yneer veel van scijnen onvefmoeiden ijver , ja van zij- 
» nen bdaas ! maar al te gröoten ijver en vlijt. Het 
»doet mij ook zeei^ leed, U niets uitvoeriger over de 
» schrikkelijke gebeurtenis te kunnen mededeelen, 
» daar mij dienaangaande niets bekend is geworden , 
» buiten hetgeen de nieuwsblad^ daarover hebben 
» medegedeeld. Hij heeft zeer vele reizen'op het dland 
YiBiymeo gedaan, en hetgeen hij daarover geschreven 
y> heeft is, even als zijne voortreffelijke kaarten, van 
» hooge waarde. Ik bezit zelf eenige kaarten en hand- 
7) tehriften van Mijnheer Uw' broeder , die ook voor 
D mij hooge waarde hebben." 

Ten slotte ran dezen brief geeft de Heer Baron 
TATi Dn cAPELLEir nog den goeden raad ^ om ons ten 
aanzien der nalatenschap yan mijnen broeder aan 
den Administrateur «van zyn vermogen en zijn^ bee^ 
-f en vriend y 'den &er' oil^ wirtba. Inspecteur en 
Chef der militaire Administratie te Batavia^ en te- 
vens in een ofBciëel schrijven aan den Minister voor 
Marine en Koloniën te '# Gravenhage te wenden , met 
vergunning om ons des noods op zijn' persoon te be- 
roepen. 

Sehriftelijhe mededeeling van den gewezenen Eer- 
Hen Luitenant der Genie , den Heer a. l« c. CASPAai , 



193 



mm Poniianak aan de /Fesikust van Bameo^ den 
24 Februarij 1826, 

»Het is Toor mij eene zeer trearige plig^, de brie£- 
» visseÜDg met UWEd. met het geien yan eene be- 
)>droeTeade tijding te openen, — eene tijding, die 
»de harten Uwer familie met smart zal venruUen, 
Deyen als nog tranen van weemoed in onze oogen 
)) staan» Mijnheer Uw broeder OBomo is niet meer! 
» Op het punt van zijn dod te bereiken om ons met 
»de binnenste landstreken yan Borneo bekend te ma- 
»ken, is hij door yijandelijke Daijakkere den 20 Ja- 
Dnuarij 1826 oyeryallen en met al zijn geyolg gedood 
» geworden , twee Jayanen uitgezonderd , welke ons 
»dit droeyig berigt hebben medegedeeld. Tot nog 
» toe zijn yergee& alle mogelijke middelen gebruikt 
x>en geene kosten ontzien, ten einde nadere berigten 
» omtrent zijnen dood in te winnen, welke helaas I 
» slechts al te zeker is. Allen , die Uwen oyerledeuen 
» broeder kenden, betrearen met bittere smart zijn 
»yerlies; want hij was hier algemeen geacht enbe> 
» mind. Onze regering yerliest aan hem zeer yeel." 

Dezen brief yan den Heer gaspaki ontying ik den 
26 November 1827 yan den Heer Majoor Baron arthikg • 
uit Fenlo , met eenige regelen tot geleide , die even 
welwillend aan de nagedachtenis m^jns broeders wa- 
ren toewijd* 

Niet met woorden alleen , maar nog meer met daden 
toonde de Heer a. yvnrrsa, zoo ak de Baron tak bxr 
CATBLLsir mij reeds geschreyen had , een waar yriend 
^an mijnen broeder te zijn. Te gelijk met deze herin- 
neringen ontyange hij , ook uit naam yan m\jne moe- 
der en zuster, onzen opr^ten en inoigen dank yoor 

13 



194 



d^ ijyer, waarmede hij zich destijds onze belangen 
heeft aangetrokken. Hierdoor alleen toch heeft het 
ons mogen gdukken, om in den loop Tan yerscheidene 
jaren een aantal administrative en ger^dijke forma- 
liteiten en moeijelijkheden te boven te komen en aan 
onze ftmiUe de achtergelatene effecten , handschriften 
en teekeningen, voor zoo ver dezdye gered waren en 
niet als Lands-eigendom bebouwd werden, te doen 
uitleveren en toe te zenden. 

De navolgende beschrijving van een gedeelte van 
Bomeoj uit de nalatenschap mijns broeders, moge 
tot eene proeve verstrekken van de vruchten , wdke 
men, bij een langer leven, van zijne nasporingen 
had mogen verwachten. Oftdioon niet voor de uit- 
gave bestemd , bevat zij , ook in deze gedaante, eene 
bdangrijke bijdrage tot de kennis van dat eiland, 
welke het verlies zijner over%e aanteekeningen des te 
meer doet betreuren. De beide vrienden des over- 
ledenen, de Heeren wncrxa en blumb, die zich op de 
verpligtendste wijze met de vertaling in het hoogdnitsch 
van het oorspronkelijk handschrift hebben willen bdas- 
ten , hebben daarmede eenè wezenlijke dienst aan de 
wetenschap , zoo wd ak aan de nagedachtenis mijns 
broeders bewezen. Hun zij daarvoor nogmaals opai- 
ligk mijn opregte daiik toe^ragti 

Onder de overige handschriften , die het zeldzaam 
doorzigt en de veelomvattende opmerkzaamheid des 
overiedenen bewijzen, bevinden zidi nog eenige dag- 
boeken van vroegere reizen in den Indischen Archi- 
pd, de afbeddingen van vde geschiedkundige ge- 
denktedienen met de opschriften in de oorspron- 
kdijke Maleische en Arabische talen, wdke, mijns 



s. 



'± 



f 



^/^ 



/ 



195 



bédfUtlMm, mn* ffnot aanMw^ rtM den onder^ 
woAer ée^ (BeschMtBlu» *iD«ieii aijn en» iddieii een 
gnnitige «amerioépf via t)niitaad%hedm - mij» mn 
kekmé» de» Olostensèhalriea in Mordoi^ iiicgt brenh 
geA, 2(KNiat bet nic^geKjk werd' dexüie te OAU^ffb^ 
itfei^ ongetwijfeld dèor mij in het lic^ ff^g^en 
fxA&k i^orden ^)^ ' 

ttoiogsc bdttogidjk en ran bijkoadère w*^arde ^jn 
eene meoiglB lohelsea van gedanor o(>neminga3 in 
ondambddme bovdm d«r NedetlandsDhe k^nlea 
foatdtbuit 1r«tt» gefójgienheid hébhm gefatd om dese 
landen met derafdiirei^ bewoner» en j^antengfi^ te 
keren kenneév Be oxitworpene aobéfsen Ta» de wilde 
oorapMnkdijke bewqiiei«^ têA de tiJMjke g^ra&teclea 
der HaldMh» YorKten net de «dikaitiiiMe en epÉxm- 
kefijksie benwiuiittige tonnen en fli^Niden, akmede 
▼an de wapenen , de kleeding en de werktuigen delr 
inboorlingen, zijn gemakkelijk te Toltooyen door man- 
nen , welke alle deze voorwerpen in de wezenlijkheid 
gezien hebben ea daardoor ligtelijk in staat zijn, 
om het hun voor den geest r^evende beeld naar de 
scherp en duidelijk geteekende omtrekken uit te: 
werkcn« Het ware te wenaeben, dat be^efeneiavB der 
Land- en Yolkenkunde, die in de Nederlandsche be- 



1) Mtok teen wenaek is teedj» |*^^ wj in de Aanteekeaing op 
bh. laa ymn ohs vori^ Vtoamet aandietkteif , dioor de yeip%tende 
dienstraaidigheid van den gdeckden ttaBt!md%e, den Heer 7. ffoanttinn, 
voldaan, die alle dese opschriften, liet pp bic 156 Tennelde alleen 
aitgeaondeid , nit ei^n beweging vertaald heeft. Het stzekt ons tot 
een bijzonder genoegen, die Tertaliog aan den geeeiden broeder van 
ocueii vriend tot het bedoelde einde te knnnen toezenden. 

De Redadie. 

13* 



196 



zittii^n hd>bea gereisd , ea aan vdke desEe mede- 
deeliixgen in handen moglen komen, zich daardoor 
Toelden c^pgewékt om deze uitverldng, die de 
moeite meer dan heloonen isoa, te oDdememen. In- 
derdaad» het zou te bejammeren ^jn, indien deze 
schetsen yan onbekende landstreken en voorwerpen , 
met zulk eene yolhardende ylijt en zoo tcle qpoflfe- 
ringen ontworpen, niet in geoefende handen Yiden, 
om voltooid te worden. Wetenschap en kunat zou- 
den daardoor ey<n zeer van waariyk verdieustdiyke 
voortbrengselen worden beroofd , wdke tot dus verre 
door baars gelijken n^et vergoed zijn. i)* 

Mogt deze zwakke, maar welmeeneode hulde, nog 
nadat jaren zullen verloopen z\in, eene toegenqgme 
en welwillende herinnering verzekeren aan den wak- 
keren, rnstdoozen.man, wiens stof in verre landen 
ruati 



1) Onder dit aantal tcketsexi zgn iwitl fle aft«ekeniiigeii tsn de rtrel- 
lÜQg der be^n in de binnenlaflden tm ÜonMO, wdke door ben be> 
socht zyn, merkwafidig, W$ hebben den broeder des oveiMéDen 
aaogeraden , dezelve aan de boogdoitBche vertaling , welke te Mimehem 
in het licht zal komen, toe te Toegen. Ook i^a de twee beelden, die 
tot de oad4ndiaGhfl eerdiionat betnkkng hebben ca door om op bk. 166 
van het l>te Nnnuner tan dit T^djchrift Tenneld MSga^ abmede bet op- 
ichiift , aan de mier Sang-ouw geronden , Toor den ondheidknndige niet 
van belang ontbloot, weshalve wg deselve naar de oonpronkeljke te»- 
keningen bierby voegen. Dit geachxift, door ons voor JTaiDM-taal g». 
bond» , schynt , b{ nader oodenoek , tot je «dtfiftleekenea te beboonn , 
die aan sonunige onbeschaafde volken eigen agn en waarvui de onder» 
linge veijgelöking niet van belang ontbloot is. 

Vê RedatÜê. 



Oudlirdpii 



PROEVE EENER GESCHIEDENIS 

TAN 

EEK GEDEELTE DER WEST-KUST 

TAN HET EIMND 

DOOE 

CIlBOIiCI MÜIiliKR» 

XAAK9IIASTI6DB BS IliriCTIVt DBB VBDBBL. OOST*IVDItCHB 

BBIITTIBOBB O» 80BBI0 BUI. 



ALOSKSBT OVmZIOT VA9 DB OllTDSXKIirO BH DBIT 

tobstaud yah ebt biuju» boehbo« 



De &bélaehtige overlererixigt dat balomo's vloten 
da iSWucIa-eikaden bezochten » .kan alleen aanleiding^ 
geren tot eene gissing , welke zich in den nacht der 
Torige eeuwen yerliest. JBeer waax^h\jnlijkheid , ook 
uit een geschiedkundig oogpunt , heeft de meening f 
dat de Indische Archipel , en ook Bomeo^ aan de 
FTOLBHABBir, gedurende den tijd hunner heerschappij in 
Egypte^ bekend was geworden <). Geschiedkundigo 



^) GwehifdkiMJige bew^ten, dat ds AiiHÜi^-eikmdeii iceds in de 
rroegite tgdm door d* Plioeiiickis en Anbiera beiocbt sgiiy ontbvekm 



198 



zekerheid bezit eost het veiliady volgens hetwdk 
de Portugees Loasnzo m gohez de eerste Europeaan 



ten eeneaiokle. Dit Jfeaaoeèm dannt -aHêea ap da feniBderfltelKBg , ^t 
ig de onderscheidene Toortbiengselen der eilanden Tan Indie^ welke 
wj door den Peniacfaen en Arabisdien 2ieel>oezem naar het Westen fep- 
▼oerden, op de plaats zelve pag/a^ halen. lUe voortbrengselen echter , 
zoo als sommige speoerijei) jsn velddpendfi hoaUoorten , Tan irclke , 
onder anderen, het Jlg^el- of ^loë-houX leeds aan de Hehreenwen en 
Grieken bekend was, behooren of in het geheel niet, of althans niet 
nitslnitend, op dese eilanden te hnis. Daarenboren is het Trg wat 
waarschijniyker, dat zy «an daar «doq^ do iiew<»en der vaste knst wer- 
den nitgeroerd. Deze toch Tonden reeds in hunne wetten en godsdien- 
stige instellingen een' krachtdadigen prikkel om zich op den koophan- 
del te land en ter zee toe te leggen. Zoo waren dan ook Teischei- 
dene deelen Tan Toor-Indie, vooral de knsten Tan Commandel en 
Malabarj reeds in de Troegite t^den Toozname stapelplaatsen Tan de 
hooggeschatte Toortbrengselen Tan Indie en zelfs der Terst afgel^ene 
eilanden Tan den Indischen Archipel. Jnist daarom is dit gedeelte van 
Tooi^lndie Toor de uiterste grenspaal te houden , tot welke zich de ban- 
delsondememingen der Fhoeniders en Arabieren uitstrekten. Het wua 
dit oqge^wjjütld T#n dtf VM^t op, ^pk^» wulka^ wgomn dii^siqd f aren 
▼oor GHBXSTÜ8 , door SALOKO , onder leiding Tan dezelfde Phoenicien ^ ge- 
droTen werd , én niet Teider schijnen' ook naderhand de Grieken en Bj- 
zant^nen hunnen koophandel te hebben uitgebreid, welke OTer dess 
grenzen Tolstrekt geene Teiligheid Tond. Geenszins echter bepaalden zich 
de Arabieren binnen dezelTe, toen z^, onder hunne Ka)ife|i , Taiv <|KJüi 1 1 
Im BI het jêkt '9S$ A viuófteraar optrad, tot in de dertiende eeuw» 
■ich ^4^ §]ief^ IPbilni t TOl |w 4« ImM «p Indii. ae«ster MaktBB, 
mafir zelfs hijnnt ^e^rstl^ppy wr^r .ge n of y aaw . *Mf d^g' Mn h$wifti^ 
landen Van Aue, te weten over ejep ^deelt^ van Indie tot aan do 
MHukèên en bgna M «M (Mina uitstrekten. Iflj behoeTen hen daarom 

weg derwaarts wat hma reed^ door hfi\ iw|gdiniig isp '«M%e|fok^ TecMcc 
der Indianen van de Taste kust |net de:^^ eijanders gebaand. De Geschied* 
éoAi^fti^fk ^ruidl daaoproèr een. sprekend bewijs in halmen gewlgtigen 
v»M np d* i fP JM ^ ced|i|kt bMMof te «oMj^niiktllkf htfiffoiftn, 
met welke zg in naauwere aanraking gestaan hebben , en de» bescha- 
Ting is Tele eenwen ouder, dan de aankomst der Arabieren. Of even- 
wel de . UiaMh «ofc AêI^o gekimd hiUicn , 'is t^ énêmt niet g»- 
mwtfiiiin bvftzML Men «iadt, «el is thw, hier tt ter, aoo wel 



199 



was, die in het jaar 1518, op eene reis naar China^ 
met het schip St* SebMiian^ Bormo bezocht i). Zoo 
heeft dan Europa de ontdekking yan dit groote en 
met een' sdidzamen schat Tan voortbrengselen der 
nataur rijk begift^e eiland insgelijks aan den on- 
deraemenden geest der Portugezen te danken, welke 
aUaar eenen nieuwen bron voor den koophandel 



aan dt Weü* ab 7.qMkn< en ael6 ia het bauHnbnd, eikelo niw in 
rtecn aitgelumweiw beeldeD , die «nte^ena^ggelgk tot de eerdienst dei 
Indianeii behoorea: men kan ook in de godidienstige begrippen en 
aelfs in de taai Tan aommige stammen apoien binden , dat de inrloed 
eeaiv «kade Indiaehe beeehaiiBg niet gelieel en al vnemd aan dit land 
gebleven ui maar alle deae omatanJighedfn geven daarom neg geen 
legt y om daamit tot eene onmiddelgke werking Tan Indie op Bomeo , 
aoo ala elden plaats greep , te besluiten. Yeeleer mag men Teronder^ 
ÉteUen 9 dat bet Toeral Imnmen Tan Joioa en^ Smmatra geweest tgn ^ 
die aldaar de eod-IncUschf eerdienst everplantten , londer dat deaelTo 
op de aeden en beschaTing der berolking dien kracbtdadigen invloed 
bady als b. t. met de bewoners van Oostel^k Java bet geval was» 
die met de beüige mannen van India in dadelöke aawfiking kwamen. 
Overigens scbfjnt bet, dat Bonmo aan de Arabieven met» voor dat ajf 
bunnen bandel en bnnne beenchappg ook over Acbter-lndie badden 
nügebreidy alioo denkelgk niet voor de twaalfde eenwy bekend is ge- 
wefdeo* Teel noeger reeds meeten cy Java en Aamaira hebben 
beaocbt, waaikeea bon de weg, aoo als wj boven leiden, door bet 
bestaande verkeer met de Indianen van bet vasteland als van leUs ge* 
weien werd. Het is opmerkel^k , dat bet schiereiland Mataoca te dier 
t^de eene bnnner voonaamste stapelplaatsen was. 

De Redactie. 

>) TolgeM de Pectogeedia leidiescbqJTingen ia Semeo eerst in bel 
jaar 1626 en wel doet Don onaas n HBms, op eene reis naar de 
Moiukken^ ontdekt. Het is echter waar^ dat deze in het jaar 1S18 den 
ontdekker van Gbinay fniTAir fim n jurouiia, die aldaar in 1631 
om het leven jLwam, veigeaelde. Overigens was cgn Terblgf aldaar aeer 
kort y daar de Torst van het land | aan welken hij een tapijt met figo- 
ren van menschen geschonken had , uit vrees voor betoovering , noch het 
tapgt in zgne woning, noch de Portugeaen in de haven dolden wilde. 

De Bedactie. 



200 



openden en dien, naar alle waanchijnlykheid , tot 
aan het jaar 1600 alleoi In hun eigen voordeel aan- 
wendden. 

Het gedeelte van JSameo aan de Noordkust , waar 
LOKERzo DB GOMiz het ecfst aanlandde , en naar het- 
welk het geheele efland in Europa den yerbasterden 
naam gekr^en heeft,- wordt door de inboorlingen 
Brunai of Braunie genoemd , dat sommigen uit het 
Sanscrit van varani (uit zee geboren) willen af- 
leiden. Yan de bewoners der Westkust daarentegen 
wordt Bomeo dooi^ans Kalimanta of Kalimantan 
geheeten/ naar de peervormige gedaante, waarin 
dit eiland met de yrucht yan denzelfden naam over- 
eenkomt >)• 

De beroemdste Rijken op hetzdye ten tijde dier 
ontdekking waren: Kottee ^ BaryermoêHng ^ Succa^ 
dana^ Zandak^ Sambas en Bomeo (ook Bomeo 
propre of eiyenlyk Bomeo , yan de inlanders Brunai 
geheeten). Hier en daar hoort men ook yan een 
Koningrijk Menkabo of Mening-Kahau ^) spreken, 
welken naam nog tegenwoordig eene plaats op de 
Noordkust yan Bomeo draagt, die door de zeeroo- 
yerij yan derzdyer bewoners ber^cht is. 



1) Waanckynl^ker is het, dat de Inwonen bet eenrondig naar de 
vracht KaHmeaUa noemen, zonder de gedaante in aanmerking te 
nemen. Immen verondentelt het nasporen van den omtrek Tan een 
land, Boo groot als Bomeo) kundigheden, die men hg xolk een eo- 
heachaafd Tolk vmchtelooa ton xoeken. 

De Jleiactiê. 

') yermoedelijk ii de plaats, waarvan hier gesproken wordt, door 
uitgewekenen uit het Toormalig Btjk jran M&nang^Kahau op Sitmaira 
gesticht. Het tegenwoordige Paggar Oedjong was van ouds de hoofd- 
pUatf Tan dat Rijk. 

/>e RêdacHe. 



201 



Overdreveae berig^en omtrent den onmelelijkeu 
rijkdom van Bomto lokten van toen af ook fortuin- 
zoekers yan andere volken derwaarts, die zich. met 
eene overspannene verwachting van rijke winsten op 
deszdfi kusten en de nabijgd^gene eilandjes neder- 
zetten. Haar even qx)edig verdwenen zij weder, 
zoodra zij zich in huxme hoop om als het ware met 
een' tooveralag rijk te worden bedrogen z^en. 

Schatten bijeen te schrapen was dan ook in vroe- 
geren tijd het hoofiidoel van de meesten, die deze 
eren rijke en vruchtbare, ak schrikbarende en ge- 
vaarlijke oorden bezochten. Maar het lot der in- 
woners te verbeteren, die, in de ketenen der bar- 
baarschheid gekluisterd, zich tot afgrijsselijke ge- 
bruiken verkleden, of hen voor de in hun land 
verzamelde schatten door eenen hoogeren trap van 
beschaving en de daartoe geschikte middelen scha- 
deloos te stellen: dit was het, waaraan wel de min- 
sten zich gelden lieten liggen, 

Nog weinige jaren geleden, waren JBomeo en de 
zeeën, die dit eiland omringen, nageno^ onbekend. 
Eenige onzekere lijnen , op het geduldige papier ge- 
trokken , wezen de rigting der kusten aan , waarvan 
slechts weinige met den waren . naam bestempeld 
werden. Een digte sluijer van onkunde lag over dit 
groote land en verborg de volkstammen, die deszelfi ' 
binnenste bewonen. Slechts wonderbare ^rook- 
jes, door eene verhitte verbeeldingskracht gescha- 
pen , van verschrikkelijke dieren met menschelijk ver- 
stand begaafi / of van menseben , die, dkander ver- 
slindend , in de gedaante van dieren rondzwierven , 
en even onwaarschijnlijke verhalen van gruweldaden , 



ao2 



door de aanvoerders der roevers gq>leqgd, vestig- 
dak Yan t\jd tot t\jd de aandacht op dit fisüi^dacb- 
tigeland. 

Den grootmoedigoi Koning der Rederianden, vm^ 
LBM I» komt de onveigankdijke roem toe» die» als 
yan veruitziende gevolgen in de toekomst» in de Ge- 
schiedenis der Menschheid en der Beschaving staat 
opgeteekend » dat onder zijne roering mannen met 
een edel hart » een verlicht rerstand en volhardenden 
moed dien sluijer opgeheven en een land uit de duia* 
ternis» die het bedekte» te voonchijn gebragt heb^ 
ben» welks oppervlakte, als ruim eUioicend vier* 
kante geographische mijlen beslaande» daaraan den 
eersten rang onder de eilanden der aarde aanwgst» 
en hetweiky zoowel door zijne voordedige ligging» het 
aantal zijner bevaarbare rivieren» de Truditbaaifaeid 
en rijkdom van den bodem» als door de in des- 
zelfr sehoot verboigene en nog onbekende schatten» 
eene natuurlijke waaide bezit» wdke vde andere 
landen moeten missen. 

Dit vruchtbare land is echter weinig bevolkt» waar- 
door doBzelis ontginning zeer verzwaard wordt. Hoe 
gunstig en hoopvol de uitzigten in de toekomst we* 
zen mogen , vooreerst zal de opbrengst Tan hetzdve 
slechts weinig kunnen bijdragen om de onkosten te 
dekken» welke ter bereiking van dit doel worden 
aangerend. Het zijn ofEen door de edelmoedigiieid 
van het tegenwoordige geslacht voor het wdzyn 
eener toekomstige » meer talrijke bevolking gdiragt. 
Mpgt de Voorzienigheid het rijkeUjk uitgestrooide 
zaad ten goede tot vollen wasdom doen opschieten ! 

Al heeft dan ook niet altijd een Mijkbaar gunstige 



203 



uitslag de zendingen naar bet binnenland , te midden 
▼an wildernissen en dreigende gevaren, tot bet Ter- 
spreiden van zedelijkheid en beschaving onderno- 
men, bekroond, niet overal en altijd zijn de milde 
en menschlievende bedoelingen en verordeningen der 
r^ring, zonder sporen achter te laten, verijdeld 
geworden. Integended beloovea zij eenen rijken 
oogst tot vooribereiding dier besdbaving onder deze 
wilde volkstammen. Ik althans heb overal, waar 
mij het geluk ten deel viel om het eerst de Neder- 
landsche vlag te planten, niet nagelaten om, over- 
eenkomstig de ontvangene bevelen, daaraan tevens de 
banier dar Beschafing vist te' hechten. Hoog boven 
ém vroeger aan de Europeanen onbdtenden oever, 
Wftar de naam mijns Konings in de^ van verre nit zee 
zigtbare rotsen van Xarimaia diqp ingehouwen staat, 
zoUen eenmaal de inboorling, de Nederiander en de 
vreemde raz%er zich in de zegeningen verblijden, 
wdke het onder de wijze en r^vaardige r^eriqg 
van wiLUDi I Truchtbaar opschietende zaad van al- 
les, vat goed en edel is, aan dit knd, eener talrijke 
bevolking zoo waardig, in eóné gdokkige todlomst 
bdooft en verzekert. 



a. 



GESCHIBIII9I9 VAN DB TKSTIGIira BUL RBDSRLAirDVU 
OP I»B WBSTKÜ8T YAJC BORHBO. 



De eerste Nederlander , urdke Bameohexodkt^ was 
de dappere zeeheld ouvnEE tak sooet , fan Uir^ht 
geboor%« Deo 13 September 1698 stak hij met 
de schepea MauriU en Frederih Mendrik en de jag* 
ten de Eenêrégt en de Hoop van Goeree in zee, be» 
reikte den 6 Norember 1699 de SiratU van MagH~ 
laan^ en boorde den 14 December 1600 tweegroote 
Spaansche schepen voor Manilla in den grond. Den 
26 December daaraanvolgende liq» hij in de baat van 
eigenlijk JSomeo (JBrunai) binnen en keerde den 
26. Augustus 1601 in de Jlf aa# « terog , zoodat hij 
in 1077 dagen de reis om de wereld volbragt en 
daarmede nieuwen roem voor zijn vaderland ver-^ 
worven had. 

De bewoners van JBomeo ontvingen VAir itooet bij 
zijne aankomst vriendschappelijk , maar smeedden 
kort daarop, (tusschen den 1 en 2 Januarij 1601) 
eene zamenzwering om zijn schip af te loopen. Hun 
aanval werd echter door de voorzigtigheid en tegen- 
woordigheid van geest des Admiraals verijdeld. Ge- 



205 



durende zijn Terblijf op het eiland dreef hij met 
Terscheidene op de reede liggende Ghinesche Jonken 
eenigen koophatidel en zeQde den 6 Januari) 1601 
Tan daar w^* 

In het jaar 1604, op den 10 Februarij, deed de 
schrandere Tlootvoogd wtbeakd tav wikjawnc, op 
eene reis Tan Gri^êee naar . Jokor , met de schepen 
de Zon^ Hollandia^ FlUéingÊn^ de Maan en het 
jagt Sphaera mundi de Zuidkust Tan JBameo aan. 
Den 13 Maart bereikte hij de Karimaiaeehe eilanden, 
en liet hij Toor Groot^Karimata het anker Tallen om 
TerTenchingen in te nemen en de zieken aan "wal 
te brengen , wdke op deze gezonde eilanden in kor- 
ten t^d geheel hersteld *waren. Inmiddeb zond hy 
eene wdbemande sloqp naar Sueeadana^ toenmaals 
de hoofdplaats Tan het t^nwoordige Rijkje Matan , 
om berigten Toor den handel in te 'winnen. Den 6 
April keerde deze sloep terug , doch bragt niet meer 
dan Toor de geringe waarde Tan 100 Dollars aan diaman- 
ten mede , waarop de Admiraal 's anderen daags OTer 
JoKar naar Patanie afzeilde. Hier kwamen den 
10 Julij acht Hollanders op eene Siamsche Jonk b^ 
hem, die tot het scheepsTolk Tan den Admiraal hbxms» 
KEEK behoord hadden en, terwijl zij in eene on- 
gewapende boot langs de kusten Tan Bomeo Toeren, 
door de inboorlingen gevangen genomen en mishan- 
ddd , doch door den Vorst in .vrijheid gesteld wa* 
ren , weLke hen , na een gastTrij onthaal , met een' 
heuschen brief aan vrAxsm. afzond, waarin h\j 
dezen Trijen handel in zijn Hijk aanbood. 

Den 20 Augustus 1603 stond de Vorst Tan Ban- 
iam op /ara, die eene vestiging der Nederlanders 



206 



in het bdai^ van deo koopbandd, en aldue tefeos 
tot zijn eigen Toorded, venwlidijk achtte^ eeneBtrcxA 
lands aan den Admiraal vri&vrrK a£ Deze xigtte 
aldaar eene Factorij op , welke hij van 8teea liet op- 
boaven en zoodanig berettigde, dat de Bmnfmmmers^ 
hierover ongerust geword^iy hem bdetten met de 
verdere inerfllerking van dcsélve voort te gaan. Tot 
Opperhoofd dier Factorij werd de Opperkoopman van 
het aehip Roturdam, vhabcois wfrrKRTi aangestdd. 
Onder de bevelen^ door waavttk aan het Opperhoofd 
van JBatUam g^ven, komt cmder aadersn de last 
voor; »cm Bomeo te bezoeken, alwaar vde dia- 
»manten en lapi# hizoar in groote hoeveelheid te 
» vinden waren/^ In het jaar 1006 was j. w. via- 
flGHOOa 0[^perhoofd van JSaniam. Rsze zond den 
14 Fdbrnari} 1606 zekeren oilu» «nsanoA <^ eene 
Jonk naar BoÊ^ermtUêing ^ die aldaar door den Vorst 
overvallen eo met al z\jn volk vermoord werd. 

Dezdide viBSG&ooa belastte dett 12 Jannarij 1607 
zekeren bajis aow met eene handehondememing naar 
Succadtma, waartoe hem onder anderen 800O Dol- 
lars werden medq^egeven. Den 22 Junij van het- 
zdfde jaar (volgens vAunmnr den 1^^ zond hij 
auüVL BLomitaTZ) met het jagt h^t Papegaaiijt 
van 26 last, om aozv van daar af te halen, die eeae 
aanzienli}ke partij diamanten verzameld had en des- 
wege in het grootste gcfraar verkeerde. Deze be- 
rdkte Succadana den 2 Junij en keerde den 13^^ 
naar Bamiam terug met het berigt, dat iK>Br, die 
zich aldaar niet langer veilig achtte, reeds den 28 
Junij naar Patanie was aigezeild. 

Desniett^enstaande besloot de Raad van Baniam 



207 



den 12 Octóber 1608 om, uit aanmerking Tan de 
groote voordeden, vdke de handel in diamanten 
kon oplev««n , cene vaste Factorij op JBameo te ves- 
tigen , BLOHMASETZ tot Opperhoofd van dezelve aan te 
stellen, en hem uitdrukkelijk in last te geven om 
met de Vorsten van Banjertnasêing j Landak^ Sam- 
ha» en Bomeo propre verbonden te duiten. 

Van Suecadafta of, zoo als het t^enwoord% heet, 
Matany wordt geene melding gemaakt Het blijkt 
intusschen, dat batoe boerkoh, de dochter van. ka- 
tob BABOB, Vorst van Landak^ die met qibbib bjl- 
flOBHA, Panoemhahan van Soengiê en Sueeadana^ ge- 
trouwd was, maar den 1 Januarij 1609 haren gemaal 
uit ijverzucht had laten vennoorden en Suceadana 
daarop overmeesterde , toenmaals te gelijk over Lanr- 
dak en Suceadana regeerde. Blomxab&tz ging den 
28 November 1608, in gezelschap van pnmcB AABTsasooir, 
met het jagt de f^liegende Draak van Bantam our- 
der zeil en kwam den 7 December voor Suceadana. 
Om zijne zending meer luister bij te zetten, zond 
men hem den 11 Haart 1609 brieven door Prins 
■AüBns aan de Vorsten van Bomeo geschreven. Hij 
deed zijn uiterste best » om een verbond met de Vor^ 
8tin BATOE BOERKon , die toen reeds over Suceadana i 
heerschte, aan te gaan. Maar deze Vorstin, eene 
trotsche, hooghartige vrouw, antwoordde: )>dat haar 
»land en hare rivieren voor iille volken openstonden,*' 
en weigerde de haar aangebodene bescherming, of- 
schoon zij op dat tijdstip door den Vorst van Palem- 
hang met eenen oorlog bedreigd werd en werkelijk 
reeds krijg voerde t^en abil. Vorst van Sam- 
ha4y later bekend onder den naam van Sultan 



208 



MAHOBIST DJALA OEDOT. DeZC ADIL, ZOOn Tan TER6A, 

den Sultan van Samhoê^ vas te Meliau^ nabij iSwe- 

. eadanay geboren. Zijne moeder was ibah, de zuster 

van GisRiB KAsoBBiA, den Vorst Tan Soengie en Sue^ 

eadana. 

Daar op deze plaats niets viel uit te rigteui vertrok 
BLOHKAS&TO deu 16 Junij van Succadana naar Samr- 
bas f waar hij den 1 Julij aankwam. Ifij vond, dat 
de rijst aldaar beter was, dan te Succadana ^ en er 
ook goud en lapü bezoar verkrijgbaar waren. Den 
1 October 1609 sloot hij een verdrag met xdil (*Su/- 
tan jiAHOJEBT DJALA. OBDHc) , bij welks vierde Artikel 
de Sultan in zijne landen , (waaronder ook Mamr 
pouwa en Zandak gerekend werden) aan de O. L 
Compagnie vrijen en uitsluitenden handel zonder tol- 
len verzekert en haar tevens het r^t geeft om in 
zijne staten een fort te bouwen. Bij Art 8 verpligt 
zich de Compagnie , in geval de bewoners van Zof»- 
dak naar Sambas mogten komen om handel te drij- 
ven y om alsdan de Factorij van .Succadana derwaarts 
te verplaatsen. 

Wanneer hier Mampauwa en La/ndak onder de 
staten des Sultans gerekend worde^, blijkt hieruit 
genoegzaam y dat deze» magtiger -dan de Vorsten van 
eerstgenoemde landen , die buitendien met hem ver- 
maagschapt waren, voor het oogenblik niet zonder 
invloed was op derzelver bestuur. 

Blohiiabrtz stelde daarna pibteb aa&tszoov tot 
Opperhoofd van Sambas aan en vertrok weder naar 
Succadana. Maar ook toen de Vorstin niet handel- 
baarder vindende , zeilde hij van daar af en kwam 
den 10 September 1610 in Bantam terug. 



209 



Ia het jaar 1615 was de Koopman hbrdrik vaab. 
te Samba*. Hij was het laatste Opperhoofd der Fac* 
torij op de Westkust ?an Bameo. Daar namdijk de 
▼oordeelen , die zij opleverde , niet aan de verwacht 
ting beantwoordden , gaven Bewindhebbers der O* I. 
Ck>mpagnie den 28 October '1623 last om dezelve te 
verlaten. Q6cboon de Compagnie » van dien tijd af, 
geene vastigheden op deze kust meer bezat » werden 
er echter van tijd tot tijd schepen derwaarts gezon- 
den. De zaken bleven in dien toestand tot het jaar 1770, 
hetwelk een nieuw tijdperk voor dit land opende. 

De bewoners dezer landstrdcen lagen onder de ver- 
pligting om, bij het graven naar diamanten, alle 
steenen, die zwaarder wogen dan 5 karaten, t^gen 
eene geringe veigoeding aan hunne Vorsten af te ge* 
ven , welke , om den sluikhandd tegen te gaan, ge- 
wapende vaartuigen aan den mond ^er rivieren onder- 
hielden. Dit belette echter de Vorsten van Palend 
bamg en andere landen geenszins, om jaarlijks ge- 
wapende booten naar Suteadana te zenden en qp eene 
slinksche wijs diamanten van waarde voor een' rede- 
lijken prijs van de inwoners in te knopen. In het 
jaar 1609 had Palemhang téh eenen aanslag beraamd 
om Suecadana met veertig groote booten te overval- 
len en te vermeesteren. 

Vooral Landak werd door sterk gewapende vaar- 
tuigen of Panijalangê van Bantam bezocht. De 
Vorsten en inwoners deieer beide landen waren door 
veeljarigen omgang en wederzijdsche huwelijken op 
het naauwst met elkander verbonden, en die van 
Bantam door magt, list en gewoonte allengs tot 
groot aanzien gestegen. Ter gdegenheid van bin*^ 

14 



210 



nenlandsdbe oiüustea eo oorlog met Suceadana » ver- 
kenden de Bantammere dan ook bulp aan de Yor* 
iten Tan Landak en wilden daarvoor den alleen- 
handel van de grootste diamanten bedingen. De 
Vorst verYuIde hunnen wenach niet volkomen en be- 
looMe alleen » dat hij hun den voorrang boven an- 
deren geven en jaarlijks de opbrengst van drie 
diamantgroeven verkoopen zou. Van nu af matigde 
zich Santam niet alleen het regt aan om over de 
opbrengst dier drie m\jnen te beschikken , maar be- 
schouwde ook het land en deszelfii bevolking in de 
nabijheid der diamantgroeven ah zijn eigendom : ein- 
delijk zel& vorderde het de te koop aangebodene 
diamanten als schatting, hetwelk evenwd door den 
Vorst van Landak hardnekkig geweigerd werd. 

Daarop kwamen gezanten ran Bantam met de be- 
dreiging, dat, indien Landak nog langer met het 
betalen der schatting draalde, de Sultan van Bat^ 
tam Tan zins was die zelf te komen hal^a. Het 
antwoord van den Vorst van Landak was: » Indien 
»de Tijger niet komt, roep ik hem ook niet; zoo 
»hij komt. Trees ik hem niet* De Tijger mag zijne 
i>kla«uwen op hetStekelTarken (Landak) beproeven." 
Deze bedreigingen hadden echter geen Terder gCTolg» 

Te dier tijde, omstreeks het jaar 1770, had zich 
een aantal roevers in den mond der riTier lAmdak 
{^wala Landak^ tegenwoordig Kwala Pantianak 
geheeten) genesteld. Abdokl kachmaii, de zoon Tan 
zdceren Arabier Honsnr^ welke te Mampauwa in 
groot aanzien leefde en roet den Vorst Tan dat land 
Termaagschapt was , deed gemeenschappelijk met deze 
TOOvenB eenige togten langs de West^ en Zuidkust 



211 



▼Hn Bameo en keerde eindelijk met grooten buit 
naar Mampouwa terug. De vrees Tan den Panoem^ 
hahan Tan dit Rijk Toor de geTolgen dezer roove* 
rijen y en de hoogmoed Tan abdobl AACioiAir zel?eD , 
deden hem spoedig Tan daar, in het jaar 1771, naar 
den Kwala Landak Terhuizen. 

Daar de Tolken Tan Landak en Sangotuo hunne 
schiecpTaart en handelsondememiogen langs den mond 
der zoo eTen genoemde rivier tot dusverre ongestoord 
hadden Toortgezet » zagen dé Vorsten der beide lan-* 
den zeer ongaarne de aankomst Tan den zoon van 
dezen Arabier. Dan de looze abdobl xachmait Ter- 
zocht den Sultan Tan Sangouw^ onder den schijn 
der diepste nederigheid, hem slechts te Tei^gunnen 
op zeker hier gelegen eilandje een huis te bouwen , 
terwijl hij aanbood wachter Tan den riviermond 
{Djaga Kwala) te zijn en de Taartuigen Toortaan 
tegen de rooTers te beschermen. De Vorst liet zich 
misleiden en abboel baghhak sloeg zijne woonplaats 
op het eilandje PefUianak^ 21 Duitsche mijlen bin* 
nen den mond der rivier gdiegen, op, waarmede hij 
den grond legde van de stad en het Rijk Tan jPcm* 
tianak. Hij lokte een aantal Boeginezén derwaarts, 
met welke, hij Troeger eenerlei handwerk had gedre- 
Ten, en sloot met deze en andere rooTcrs uit den 
omtrek een verdrag, .dat uit 24 Artikelen bestond , 
waarbij hij als Vorst werd erkend. 

De magt van den gelukzoeker groeide qpoedig aan 
en de Sultan Tan Scrngmt» had te laat berouw OTcr 
zijne to^CTendheid, te meer, daar abdobl kaghmab 
niets onbeproefil liet om den koophandel zijner na* 
buren te ondermijnen en tot zich te trekken. Het 

14* 



212 

. gevolg hiervan was , dat er wddra een oorlog tus- 
schcn Sangouw en Pantianak uitbarstte, in welken 

ABDOEL BACHMAK dcn VofSt Van RiaUW^ BBB-TOBHAK 

HADJiB HOBDAy als ook de omzwervende familie van den 
onttroonden Vorst van Siae als bondgenooten te hulp 
riep. De bondgenooten, onder het opperbevel van Aoif- 
Joh HABJiE MOBDAy veroYerden weldra de plaats Sangouw^ 
maar waagden het niet de inwoners yerder te yer- 
volgen y o&choon zij zich slechts eene halve mijl yan 
de stad in de rivier Sangauw (ook Sêgayam) weder 
verzameld en nedergezet hadden. Habjib mobda ver- 
hief in het jaar 1772 den Pangeran abpobl baghmah 
tot Sultan van Pantianak en keerde , wel te vreden 
met den gemaakten buit » naar Riouw terug. 

De familie Tan Siac daarentegen vestigde zich ge- 
deeltelijk te Pantianak. Mobsa en isa, beide voor- 
name Hoofden van dezelve, sneuveldaa voor «Sofi- 
gouw en werden te Ratoe Layang^ de bqgraa^[daats 
des Sultans van Pontianak^ begraven. De overwin- 
ning door ABDOBL BACHHAic op Songouw behaald en 
zijne magt, die gestadig toenam, terwijl hij zich, zon- 
der vergunning van Landak^ op een gedeelte van 
deszel6 grondgebied had nedergeslagen en deszdfi 
handel en scheepvaart van zich afhankelijk zocht te 
maken , bragten het laatstgenoemde land in zulk eene 
verlegenheid , dat de Vorst van hetzelve den bijstand 
inriep van den Sultan van Rantam^ met welken hij ver- 
maagschapt was. MASACHnsB mahohbt alib ovnAi-K5 
ontving en hoorde de a%ezanten van Landak met 
welgevallen, die, naar inlandsch gebruik, als onder- 
danen töt hunnen m*eerderen q>rekende, hem smeek- 
ten om zijn volk {Toeankoe poenfe arang) tegen den 



213 



nieuwen Vorst vau Pontianalt te beschermen. De 
Sultan echter kon g^eene spoedige hulp belooven , te 
meer, daar zijn Rijk reeds in 1685 door de O. I. Com- 
pagnie was Terorerd en de door deze aangestelde 
Vorst, t^gen oene schadeloosstelling in geld, zijne 
landen, volken en inkomsten bij verdrag had a%e- 
staan. De Sultan van Bantam ^ zelf onvermogend 
om oorlog te voeren en veroveringen te maken, bragt 
derhalve het verlangen der inwoners van Landak ter 
kenms van de O. I. Clompagnie. 

Omtrent dezen tijd werden de Engelschen geheel 
uit Bameo verdreven. Zij hadden zich onderschei- 
dene malen op BoiyermaêHng^ op de eilandjes Xo- 
hoin (of Laaboean) en Bcdembangan (of Beroban" 
gan) op de N. W. kust van eigenlijk Bomeo^ en op 
de Soolohr* (of «Su&iA-dlanden} tusschen Bomeo en 
Mindanao neergezet; maar zware ziekten en gedurige 
oorlogen met de inboorlingen verjaagden hen reeds 
in 1707 van Banjermaêêing en in 1772 ook ¥an 
Balemhangan !)• 

De m&xwe Sultan yan Pantianak^ door zijns vaders 
vrienden te Batavia intusschen onderrigt van hetgeen 
de a%ezanten van Lantü^k en die des Sultans van 
Bantam beoogden, zond dadelijk een vaartuig naar 



1) Nadat de Sngelschen TOgeefsdie pogingen hadden aangewend om 
ncfa op de «SWuikHiilanden te yeatigen en «taande te honden , weiden 
xij door de bewonen ran decelve ook op Balemhangan overrallen en 
Tan daar Tevdreren. Zij Tonden eene tooTlogt by den Voist yan eigene 
iifk Bomeo , die hnn het aanleggen eener Factorij op het eilandje Laa^ 
baean in den mond der nTier Bomeo Tergonde. Dezelye werd echter 

leeds een jaar daan» door hen Terkten. 

Vo Bedactie. 



214 



Java met zekeren Boeginee» hadiie mnr , in wiena kst- 
brieveo hij zich zelf SuUan yan Poniianak noemde, 
om te beproeven, hoe dit door de O. L Compagnie 
zou opgenomen worden^ Bjldjik snor en zijn achip 
werden wd aangehouden en in yerzekerde bewaring 
gebragty maar de doortrapte JBo^fime^f die eenig 
goudstof tot monster yan een der handebartikden 
yan Pontianak had medegenomen, wist niet alleen 
middel te yinden om weder op vrije yoeten te ko- 
men, maar zel& de yetffoxmiog te erlangen om zijne 
med^ebragte waren te yerkoopën. Bij zijne terug- 
komst herig tte hij zijnen Heer, dat zgne zaak niet 
geheel hopeloos stond» In 1798kwamABBOKL&AGHiujr 
zelf naar Java en yond spoedig door allerlei kuiperijen 
den weg om zijne oogmerken te bereikai. Nederig 
en toverend, waar de noodzakelijkhetd het aanried i 
liet hij het zich welgevalioiy dat hij yooreerst als 
Pangeran werd aangemerkt, met toez^Eging yaa la- 
ter de benoeming tot Stêit€m. mi handen yan de 
Hooge Roering te Batavia te zullen ontyangen. 

Hierop werd plotsdijk eene Acte van a&tand open- 
baar, gedagteekend uit het tod JDiatiumt te Satinm^ 
rouangy de hoofdstad yan Bantam ^ den 26 Haart 
1778, bij welke deSulian en Rijksgrqpten de landen 
yan Landak en Succadana ter Westkust yan Bameo 
ten eeuwigen dage aan de O. I. C!ompagnie a&tonden. 

In het yolgende jaar werd nu de Resident Tan 
Remhangf w. ▲• pjxh, naar Pontianak afgevaar- 
digd , welke den reeds door HADna hobda. yan Riouw 
tot Sultan yerheyenen abdoei EACHiuir op nieuw als 
Sultan f niet alteen yan Pontianak^ maar ook yan 
Sangouw benoemde, en den 5 Julij 1779 als zooda- 



216 



wg installeerde i).. Dit vr^s des te opmerkelijker eo 
vreeoider, omdat de Vorstendominen Tagan ea Me^ 
liau tiuachea Sangauw ea Pontiofnak ia liggea ea 
de Yorstea vaa Smngümo ea Taf/on in het volle be- 
zit hunaer Iwdea warea» gelgk sg tot bedea ge- 
blerea zijo. 

Ia het yenrolg hebbea oaderscbddene Resideatea 
▼aa jPoniianak zich bermtigd om de gemdde Acte, 
waaiity de S»kan ybtl Baniam zijae regtea op Suo^ 
cadana tea eeoea male heeft a%estaaa, aaa dea 
Sulian van MaUm^ die te?eoa Heer vaa dat laad is, 
toe te leadea ea bcgrijpelgk te makea« Deze ech- 
ter, zoowel als zija zooa, de t^awoordig r^ge- 
reade Torst, schijaea de eigeoschappea oiet te he^ 
zitten om dit te lumaea begrijpea, zoo als nog blijkt 
uit eea Kapport aaa dea GouTemeuMïeaeraal ju/rora 
▼aa den Resideat a. j« x&ooaaijrv, dea 18 NoTemr 
ber 1789 te PonUanak .gedagteekend. 

Zoo was dan na eea nieuwe SmUan ea een nieuw 
Rijk sedert 1779 op Bürmffë Westkust qpgekomda, 
ea had de O. L Gompagoie weder eeoe Factorij te 
Poniianak^ en later ook te Mamjpouwa^ <^pgerigL 
De gunstige uitzigtea, welke abdoel Aiamijr Tro^ger 
gegeven had , werden echter niet yerwezeoiy kt De 



1) Obk Map dsr 0, !• GoMptf^ k ten êuiüm ▼•• Sat^tm» é» 
U neer onTerklaArbear, èut ijj lelfs nog,by een bcalnit Tan 1778 
het geven fan geackenken aan den Torst Tan dat land had gelast* Haar 
aUcs achgnt aan te doiden , dat de gealepen 'èmêêêl kJUSÊMAS laét een* 
grooCen aanhang hUj de Hooge Regering te Batavia lelf had weten te 
▼erwerren > daar h|j voor geene opofferingen temgdeuude , soodia het 
de heieikiiig agmu heeadumchlige oogMadien goU. 

De 



216 



Compagnie geraakte in oorlog met Mampauwa en 
Mat on j ABDOBL EAGHHAir wist die Vorsten ongemerkt 
op te stoken, om zijne eigene magt te vei^grooten, en 
de gemelde Factorijen moesten den 8 October 1791 
weder verlaten worden ^). 

Van nu af leefden de Vorsten op de Westkust in ge- 
durige tweedragt. Vooral tusschen Samboê én Pon- 
tianak werd een langdurige en yemielende oorlpg ge- 
voerd, waaraan sa&if KAssniy'zoon ran abdobl haghkaic 
en Sultan van Pontianak, de meeste schuld had. 
Om Sanibaê te verderven , telgen hetwelk hij zich zdf 
niet sterk genoeg gevoelde, zocht sakif kassik (ook 
sijo» KASsiM genoemd) de hulpeenerEuropescher^ring. 
Een Engelsdh schip, bij Karimata gestrand, van het- 
welk zich zoowel de Sultan van Sambal j als die van 
Pontianak de goederen had toegeëigend , scheen den 
laatstgenoemden eene gunstige gelegenheid aaa te 
bieden om zich te wreken. Terwijl hij den Vorst 
van Sambaè (toenmaals Pangeran ahom) alleen de 
flchuld gaf van het ontvreemden der goederoi van 
dit schip , wist said kassih aan zijne zaak zulk eene 
gunstige wending te geven, dat in het jaar 1812 
eenige Engekche schq>en geheel onverwacht Sambas 
overviden. Door Pangeran avok a%esLagen, keer- 
den de Engelschen in 1813 met grooter magt terug, 
veroverden, na eenige gevegten, Sambas eindelijk 
door list en zetten zich hier en te Pontianak neder. 
Volgens het vredesverdrag van 1814 verlieten zij deze 
landen weder in het jaar 1816. 



1) 1790, Besluit on deielTc te verlftten; 1701, 8 October, wieiden 
dezelve ▼crkteii. 



217 



N Na het vertrek der Engelschea braken er weder 
vijandelijkheden tiuschen de Vorsten aan deze kn$t 
uit y welke eindelijk , om hunne onderdanen rust te 
verscha£Een en hun eigen bestaan te verzekeren, in 
de jaren 1817 en 18 J 8 de bemiddeling der Neder- 
landsche roering inriepen en zich in Augustus 1818 , 
het belangrykste jaar voor deze landen, onder der- 
zelver bescherming braven. De vrede keerde hiermede 
iü deze geteisterde landstreken terug en de nog over- 
geblevene bewoners betrokken weder .hnnne oude 
wooi^plaatsen , die.zij ten deele hadden verlaten. Of- 
schoon langzaam , beginnen deze landen zich te hei^ 
stdlen en zich in het uitzigt op eene ongestoorde 
welvaart te verblijden. Het uitroeijen der zeeroo- 
verij , de veiligheid en uitlweiding van den binnen- 
landschen handel , die daarvan het gevolg is , en de 
bebouwing van den grond ^ die te voren woest bleef 
liggen, zijn de heilrijke gevolgen van de krachtda- 
dige bescherming en het milde bestuur , hetwelk aan 
deze eilanden , sedert de laatste in bezitneming , van 
de Nederiandsche regeriqg ten deel is gevallen. De 
menschlievende bedoelingen van dezelve komen gedu- 
rig sterker en helderder aan het licht, .welke in de 
ten tijde der in bezitneming uitgevaardigde Instructie 
van 1818 in hare volle zuiverheid doorstralen, waar- 
bij bevolen wordt : 

a. Het planten der Nederiandsche vlag in de lan- 
den der Vorsten , welke de bescherming der roering 
inroqien. 

b. Het bestrijden en uitroeijen der zeeroovers, de 
bevordering des koophandels, het herstellen en ver- 
zékeren van rust en vrede in alle landstreken, waar 



218 



de zwakke inwon^xs door vermetele roorers en moor- 
deaaan gedurig verontrust en onderdrukt worden. 

e. Het opleggen aan bevriende volken van dechtB 
zoodanige lasten, welke hun zdet drukkend worden, 
en welke, volgens hunne eigene erkentenis, verre 
onderdoen voor de waarde, welke de heschemiiiig 
en veiligheid van eigendom en personen toot hen 
hebben. 

Deze bepalingen getuigen zoo zeer van de edele 
bedoelingen, welke bij het in bezit nemen van dit 
eiland in het oog zijn gdiouden , dat men uch on- 
willekeurig met het blijde vooruitzigt mag vleijen, 
dat in een niet zeer ver verwijderd tijdsbestek £or^ 
fuc^s bewoners, onder de bescherming en met den 
bijstand van een even verlicht, als menschUevend be- 
stuur, hunnen bodem in vruchtbare landsdouwen 
zullen kunnen herscheppen en eene veilige rust ge^ 
nieten, welke hun tot dus verre onbekend was. Mogt 
geluk en voorqpoed het deel zijn van die edelden- 
keude en met geestdrift voor het verspreiden der be- 
schaving bezidde mannen i) , welke het wdzijn der 
r^^ering op de welvaart der onderdanen zoeken te 
grondvesten. 



>) De . 8dii§v«f M«eh Uêr éê loeiiiuJig« GoauDfiiiftriaen^iMraal , 
de Heeren xlout, tav uk <;AFirj.Kif en bütaub, en tnamdeiècid den 
edelen tav bia cateuen, die ak Goa▼e^lea^4Jenenal de eigenijike 
organisatie ook van Bomeo ntt (er kaïte aam. 

ih RêituMê. 






asiZB VAAa SDaxna en vatav m 1822. 



Yaa een land, zoo uitg;estjrekt, zoo rijk door de 
natuur bededd en daarb^ zoo ^reinig bekend , als 
BomêOj eene volledige beschr^ving te geven ^ is iets, 
waartoe ik mij buiten staat gevoel, en niet dan 
schoorvoetend waag ik het, eenige verhalen mede te 
deden betre£Eende dat gedeelte der Westkust en van 
het binnenland, hetwelk ik doorreisd heb, en wel 
in zendingen, waarmede de regering mij vereerd 
had. Hogten deze zoig?uldige berigten , onder 
moeijélijkheden en bezwaren bijeenverzameld, als 
b\)dragen tot de geschied- en aardrijkskundige ken- 
nis van dit groote eiland, mijne bedoeling om aan 
de regering nuttig, en teirens tot de verspreiding 
en vooruitgang der beschaving onder genoegzaam 
onbekende en bijkans wilde volken behulpzaam te 
zyn, bevorderenl Dan gevoel ik mij voor alle door- 
gestane vermoegenissen en gevaren geno^zaam be- 
loond. 

De Gescbiadenis van verscheidene landen van Bor- 
fieo's Westkust hangt met die van Maian (het oude 



22Q 



Succadana) zoo naauw te zamen, dat ik mij veroor- 
loove om hier Tooreerst de beschiijving eener reis naar 
Simpang en Matan te laten volgen. 

Den 6 November 1822 werd mij eene vereerende 
zending naar de Vorsten van Simpang en Matan 
opgedragen. Den S*^** b^af ik mij des avonds met 
den bevelhebber van Z. M. Schooner Emma naar de 
reede van Pontianah. Wind en stroom , aanhou- 
dende regen, en de duisternis van den nacht nood- 
zaakten ons om het anker in den mond der rivier 
Pantianak te laten vallen. In het donker strekten 
wij naar alles de handen uit, wat ons t^en den kou- 
den regen kon beschutten. Elke mat, elk stuk doek 
was eene goede vondst, waaronder wij van koude in 
elkander kropen: terwijl onze inlandsche matrozen 
'zich om niets' bekommerden, maar met het hoofd 
tusschen de voeten gedoken , gerust bleven doorsla- 
pen en het vaartuig aan 2ijn lot en aan ons over- 
lieten. 

In den ochtend van den 9**" voeren wij door de 
sterke branding, wdke gewoonlijk in dit jaargetijde 
op deze lage kusten staat, naar de reede. Deze is in 
dit saisoen zeer onzeker en de ankergrond slecht, 
zoo dat wij ver in zee moesten varen , om de Schooner 
te bereiken, die daarenboven in den a%eloopen nacht 
van hare ankers geslagen was. 

Den 10^*'*. Heden morgen kwamen nog zes inland- 
sche vaartuigen bij ons, waarover de Majoor Radjah 
AKiL bevel voerde. Wij gingen ten 8 ure met een' 
zwakken landwind onder zeil, die ons slechts wein^ 
deed vorderen. T^n den middag waren wij op 11' 
Zuider-breedte en eene halve Duitsche mijl van den 



221 

wal, niet ver van de riYier Pongoh en het landje 
Mompawoang ^ waarover a^Eir jl^juoél ^) r^reerL <? 

Het strand is laag en geheel met bocmien bedekt, 
grootendeds van de zoogenaamde Kagoe jipie. 

Bdialve den Bamsang ziet men in de nabijheid ' ^- , 
geene bèigen meer« Hier en daar steken eenige boo* 
men hoog boren de overige uit. Zij staan op kleine 
opboogingen yan den grond , die yan het Z. O. naar 
het N. W. yoortloopen en yroeger eilandjes waren, 
die door het aanspoelen yan de zee met het land yer- 
eenigd zijn. Ook do Bauwang (Membauwang) was 
yoorheen een eiland. Hij is ongeveer drie yierden 
van eene Duitsche mijl lang en strekt zich yan het 
2h o. naar het N. W. uit Zijne hoogte zal onge- ^ 
yeer 450 voeten boven het waterpas der zee bedragen. / ^' '' 

Zijn top, die bijna eene taM yormt, geeft hem, om* 
dat hij in eene vlakke landstredc ligt» een zeer ken* 
nelijk en schilderachtig yoorkomen. 

De zee is ondiep en eene halve Duitsche mijl van 
den wal van eene bruinachtig grijze kleur. In het 
yaarwater op eene Duitsche mijl afitand yan de kust 
heeft men 3 of 4 yademen water, en zonder gevaar 
yan klippen of zandbanken kan men gerust op het 
die{dood a&eilen tot in de nabijheid yan Panoem- 
bangan^ een der drie groote Karimatoiche eilanden. 

De rivier Kapoeas yalt aan deze kust door yele 
groote monden in zee, van welke die yan PotUianak^ 
Padang'-Tjikar en Mendauw de yoornaamste zijn. 
Jammer slechts, dat alle deze monden niet meer dan 
7 tot 9 voeten di^te hebbeti. Hooger op zijn deze 



y 



^) Een bfoedcr Tan aiiir HOiuaiB, Vont tan het landje Kothoe, 



/ > 1 ■ !•« «< <« 



222 



rivieren 5, en gewoonlijk 7, 8 ja 17 Tademen dief 
en somwijlen Tan 4 tot 8 doizend weten breed. Op 
enkele plaatsen vond ik naderhand eene breedte van 
18 tot 24 duizend Yoeten en zel£i Tan meer dan eene 
Duitsche mijl. Het verbazing denkt men na, van 
waar die toevloed Tan water komen mag , hetwelk 
deze takken Tan de Kapoeoê aanvoeren, en dat dik-> 
wijk uit de rivier Tan Poniianak , nog twee Duitsche 
mijlen ver in zee, zoet en drinkbaar bevonden wordt. 
Wd kan men verondeisteilen, dat het binnenland 
van een aantal hooge bergketena doorsneden is, ter- 
wijl het buitendien niet onwaarschijnlijk is, dat de 
uitgestrekte wouden, waarmede dit eiland bijna ge- 
hed bedekt is, vele Togtdeelen aantrekken en aan 
de rivieren doen toekomen : zeldzaam toch blijft de 
r^gen hier lang uit, en de veranderingen der jaar- 
getijden zijn minder regelmatig , dan op andere ei- 
landen Tan den Indischen ArchipeL Alle deze rivieiv 
takken , door wier monden de Kapoeas zich in zee 
stort, waren te voren zeeengten en bewijzen, dat 
Tele eilanden, door het aanspoden van de zee, met 
de kust Terbonden zijn geworden. Het schijnt, 
dat dit aandibben hier Tan het Zuidwesten naar het 
Noordoostea plaats heeft Zoo men naar den ou- 
derdom der hoogste boomen mag oordeelen , die zich 
amphitheater^gewijze achter elkander Tcrheffen, en 
men dien der zwaarste boomen, welke langs het 
strand ToortKomen, op 60 jaren stelt, bedraagt de 
gewone aanq)oding Tan land naauwelijks 1-1^ Ta- 
dem in het jaar. 

Vele roevers plagten zich in deze wateren op te 
houden , waar het lage en moerassige strand , de on- 



223 

diepe JBee, en de menigte Tan onbewoonde mieren 
hen tegen alle TerTolging bereiligden en hun eene ge- 
schikte Terblijiplaats aanboden. 

'8 Namiddags op 20' Zuider-Breedte en op een' af- 
stand van ruim eene Duitsche mijl yan de Jkust, had- 
den wy 4-^ yademen water. Het land kwam ons 
lager voor en scheen van verre uit afzonderlyke ei- 
landen en als in de zee alleenstaande groepen hoo- 
rnen te bestaan^ Geen verheven voorwerp trok onze 
blikken tot zich: alles was wOd en woest in deze 
eenzame oorden. Met verlangen en genoegen ziet 
men ook hetgeen minder achoon is, ak schoon aan« 
Wij staarden lang op de ak het ware wegzinkende 
kust f totdat de avondachonering baar gehed aan ons 
gezigt onttrok. Wij lieten op 25' Z^iider'-Breedte 
en I3 Buitscfae mijl van den wal het anker tallen in 
6^ vademen water. 

Den 1 1^ Ben harde wind met r^^en herinnerde 
ons aan het slechte jaai^getijde. De zee ging hoqg, 
maar de golfidag was niet zoo sterke ak de bran- 
ding bij PonÈianak. De volgende djg gaf ons hier- 
voor vergoeding. Met een' zachten wind en mooi 
weder ligtten wij het anker en bevonden ons des 
middag» op 2%^* Zuider-Breédte en^^ Duitsche mijl (1 
van de kust De Bauwamg was heden zeer duide- 
delijk zigtbaar en scheen uit drie achter elkander 
gesdiovene beiden te bestaan. (^ vele kaarten vindt 
men, in plaats van den Bohwohi^^ eene lange rij van 
hooge bergen aangeteekend en met den naam van 
Carimatae tnonteê bestempeld 1). De monden der 



^) U heb naderhand het laad achter den Bmmai^ bereiad ea be* 



224 



hier in zee vaUeade rivieren cf takken van de Ka- 
poeoê hebben eene buitengewone breedte en de 
oevers zijn alle zeer digt met de Nipor-^tim {Nipa 
fruticam woehb.) b^roeid. Het strand was laag, 
even als de kusten , welke wij gisteren ontddkten. 
De zee had eene ligtgroene kleur , en wij vonden 7, 
later 10 vademen water op eenen a6tand van 2\ 
Duitsche mijlen. Ten 1 ure nadenmiddag zeilden wij 
de rivier Padang Tjikar voorbij, wdke de grens- 
scheiding tusschen Koeboe en Simpang uitmaakt, 
Noordwaarts van den mond ligt het kleine visschers- 
dorp Dapong^ hetwelk uit 7 of 9 huizen met een 
veertigtal inwoners bestaat, die het met de roovers 
eens zijn. Later zagen wij den hct^ en de rivier 
Mayang^ waarvan de eerste vromer bewoond was, 
maar thans geheel verlaten is. Hen z^t, dat zich 
op eene vooruitspringende rots van den berg Jlf ay aity , 
'aan den oever van deze rivier, een steen met een 
Europeesch wapen bevindt. De kust is met onder- 
scheidene soorten van hooge boomen bezet , als Apie^ 
Bakkauy Boetae, Roo en Naga, welke twee laatste 
soorten alleen op het zand^ strand aan zee, doch 
verder niet in het binnenland , voorkomen. 

Tc^n den avond verhief zich een firissche land- 
wind, en wij zagen, terwijl de zon reeds onder- 
ging , de Karimataêche eilanden gedurig duidelijker 
uit den nevel te voorschijn komen. Het majestdt 
yerbeft de hooge Piek van Groot^-Karimaia , als een 



▼onden, dat dit gedeelte Tan Boneo*s Weitkiut, 15 mglen landwaarts 
in, geheel uit kleine eilanden besUat, op welke aledita spaanaam hiec 
en daar een klein hemeltje if. 



225 



haken voor de naderende schepen , zijn' kruin boven 
de golven der zee. Met hewondering en verrukking; aan- 
schouwt de bewoner van Bomeo deze bekoorlijke ei- 
landen, waarop zij hun aardsch Paradijs of Eden plaats- 
ten , en is onuitputtelijk in derzdver lof. Haar ras 
verdwijnt die schoone droom bij een nader onderzoek 
van deze eilanden , die tegenwoordig bijna gdieel 
ontvolkt en slechts door een%e weinige armoecUge 
huisgezinnen, welke in de zeerooverij hun bestaan 
vinden y bewoond zijn. Wij gingen des avonds op 
eene Duitsche mijl afrtand van- Paelo Tiega , op 7 
vademen water » West ten Ifoorden , voor anker. 

Den 12^*'^ November. Ook heden moigen hadden 
wij weder een' zachten landwind. Omstreeks 8 uren 
bevonden wij ons S^ Duitsche mijlen Westwaarts van 
Poelo Baroe^ een klein eilandje digt bij den wal. 
Hen heeft hier vde honigbijen » maar in weerwil dat 
dit eihindje aan Maian en Simpang toebehoort, 
wagen het de inwoners van Matan niet , het was te 
komen afhalen. Lieden van Pontianak en Koeboe za- 
mden hier jaarlijks van 6 tot 8 PikeU >) was in, 
wanneer de hier omzwervende roevers hen niet reeds 
voorgekomen zijn. De kust is hier buitengewoon 
laag , de zee ondiep , maar zonder klippen en ban- 
ken. Hen Uijft onder het varen van 3 tot 3^ Duit- 
sche mijlen van den wal afhouden. De gehede kust 
naar Simpang toe is onbewoond , zoo dat men zelfs 
geeoé visschershut ontwaart. Omstreeks 10 uren voor 



^) Een pikel is gelijk 125 onde holl. ponden. Ipikel ^ 100 kattics. 
1 kattiêê = 16 taiU. S pikeU = 1 kleine bahar, en 4^ pikels = 1 
^tiioU hakar, 

15 



^ J. 



226 



den middag bereikten wij Panoembangan en 
den tosschen dit eiland en den grooten uithoek 
Tanjang Satay »(ook Tihmt) door , in 5 en 6 Tade^ 
men water. Toen wij beneden den hoek gekomen 
waren 9 hielden wig op den berg of Bcugit-^Laui ^ 
die op het raste land tosschen Sueeadana en Sin^ 
pang gelegen is, aan en lieten eindelijk in 4 vade- 
men water, 2 Duitsche mijlen van dezen berg ver- 
wijderd j het anker vallen. 

Ik verzocht alstoen oewan hassht, een' halven broe- 
der van den Sultan van Pontianak^ die mij op 
dezen togt vei^gezdde, om zich naar Simpang te 
begeven, ten einde den Vorst van onze aankomst 
te verwittigen en naar landsgebruik te b^oeten. 

Den 13 en 14 November. Deze twee dagen was 
het weder zeer ongunstig en bleven de Praaowen 
van den Majoor JRadfah akil , die ons hier zeer te 
stade hadden kunnen komen, door de onstuimige 
zee nog twee dagen van ons verwijderd. De beig 
Baugii-^Lauif waarvoor wij lagen, zal ongeveer 1400 
voeten hoog zijn en is tot op den top met hoornen be» 
dekt. Zijn voet , met granietrotsen omringd , v<Nrmt 
een voorgebei^te , door de golven der zee bespodd. 
Achter denzdven , eenige mijlen landwaarts in , ziel 
men een' keten van blaauwe beifpen, Palongym 
gdieeten, die de grensscheiding tusschen Simpang en 
MaUm uitmaken en zich van het Zuidwesten naar 
het Noordoosten tot Sekadouw uitstrekken. Hier en 
daar verhefien zich de toppen van eenige verder af> 
gelegene bej^;en, onder wdke de berg Lagang^ die» 
volgens de inwoners , van ver over zee door geesten 
herwaarts gedragen is , boven allen uitsteekt. 



227 



15 NoTember. Nadat ik met den berdhebber van 
den Schooner Emma had a%e8proken , dat hij naar 
de bogt van Suceadana zóu koers houden , ging ik 
des namiddags op ecne der Praauwen van den Ma« 
joor Radjah akil over, en deze vaartuigen zeilden 
gezamenlijk naar de rivier Sithpang, 

Eerst hielden wij vlak op den beqg of Bougit-Laut 
aan, totdat wij op een' a&tand van 1^ Duitsche mij- 
len gekomen waren, en vonden 8, 4, 3, 2 vademen 
water. De grond was sUjkachtig, zonder klippen en 
steenen; het water klaar en van ze^roene kleur. Wei- 
nig wind en de ebbe noodzaakten ons des avonds, om 
op eenen afetand van twee Duitsche mijlen van den 
mond der rivier Simpang voor anker te gaan h'ggen. 

16 November. De bogt, waarin wij lagen, 'is van 
eene aanmerkelijke uitgestrektheid en verscheidene 
Doitsche mijlen in den omtrek , ofechoon dezelve nog 
op geene landkaart te vinden is , maar met de bogt 
van Suceadana onder denzelfden naam doorgaat en 
gerekend wordt bij Tanjang Tikal (ook Satay) te 
beginnen en bij Poelo Datoe^ | mijlen beneden Sue^ 
tadana , te eindigen. 

De voornaamste rivieren , welke in deze bogt uit- 
loepen, zijn: de beruchte Mendauw^ de Simpang en 
het riviertje (Soengk) Suceadana, 

De Mendauw is een tak van den Kapoeoê , waarin 
zich verscheidene andere stroomen storten. Deszelfi 
breedte is op vele plaatsen van 20 tot 24 duizend 
voeten, zoodat men hem eer eene binnenzee, als 
eene ririer, kan noemen. Langs den Mendauw kan 
men binnen door, zonder de zee te bevaren. Koeboe ^ 
^^gy Poniianaky Tayan^ Sangouw enz. 

15* 



228 



bereiken. De rivier Simpang^ die op ongeveer 18 
Duiteche mijlen van de zee, aan de grenzen van Sim^ 
pang en Sekadouw^ ontspringt, kan men zonder ge- 
vaar , alleen op het diq>lood vertrouwende » naderen » 
en vaartuigen» die van 7 tot 9 Toeten diep gaan, 
kunnen haar gemakkelijk met den vloed binnen- 
loopen. Ongeveer een achtste van eene Duitsche mijl 
boven haren mond , ter r^terzijde , valt het riviertje 
Meliau in den Simpang^ die 1| mijlen hooger op 
achter den Baugii-Laut ontspringt. De Meliau is 
eene geliefde verblijfplaats ran kleine zeeroovers- 
vaartuigen. 

Bij den mond der ririer Simpang kwam ons eene 
boot met eenige inlandsche Hooiden te gemoet^diemij 
uit naam van den Vorst kwamen verwelkomen. Wij 
voeren de rivier hooger op. Omstreeks 3 mijlen bo- 
ven den mondy verdeelt zij zich in twee groote tak- 
ken. Die ter linkerzijde, Simpang Samandang^ 
loopt naar het land der Daijakkers^ en de lueinere, 
aan de r^erhand, voert, na 2| mijl opvarens, naar 
de plaats Simpang. Bij sterken vloed yaart men 
uit zee in eenen dag en nacht derwaarts , anders in 
twee dagen en eenen nacht. Van den mond der 
rivier tot bijna aan deze plaats, vindt men in den 
r^ntijd geen' vasten grond, geene verblij^aats , 
geene enkele hut , kortom geen teeken , dat er hoo- 
ger op langs de rivier menschen wonen. Alles is wild 
en woest , zoo als het voor eeuweu is geschapen. De 
in naburige landen hooggeschatte Nipa (Nipa fnUi" 
eanijy waarmede de rivieroevers ona%ebroken be- 
zet zijn , geeft hier aan de gdieele vaart eene som- 
bere eentoonigheid. Van Paniianak tot hier, schijnt 



229 



dit zonderlinge gevras regt te huis te behooren. Het 
bereikt hier eene buitengewone hoogte en deszelfi 
bladeren zijn ook langer » dan op de meeste andere 
plaatsen. Met regt wordt deze Palmboom als een 
der nuttigste gewassen ran deze moerass^e land- 
streek beschouwd. De geelachtige mannelijke bloe- 
men, uit langwerpige scheden te yoorschijn ko- 
mende » zijn welriekend , en uit dezelve wordt door 
de bijen veel honig en was yerzameld. De vrucht 
heeft een' kleinen, maar zoeten kern, yan smaak 
als de kokosnoot* Van de groote bladstelen maakt 
de inlander schuttingen en daksparren voor zijne 
huizen. Van de bladeren bereidt hij het in Indie 
onmisbare Jfiap^ om de daken te dekken, matten, 
zeilen, zakken en eene menigte ander huisraad te 
yenraardigen. De gehede landstreek is laag en moe- 
rassig en wordt, ook buiten den regentijd, bij hooge 
yloeden gewoonlijk overstroomd. 

17 November. Eene kleine halve mijl beneden 
Simpang ziet men de eerste huizen, die echter 
nog niet lang "bestaan , hetwelk ook de pas aange- 
legde rijstvelden bewijzen, die daar, waar vroeger 
digt bosch was , ontgonnen zijn. Het uitroeijen van 
hetzelve en de bebouwing van deze strook lands heeft 
den inwoners zeker veel moeite en zelfioverwinning 
gekost , daar zij het zeerooversleven als hun eigenlijk 
beroep aanzien. De eerste en zwaarste stap is nu echter 
gedaan , en na weinige jaren zal men eerst r^t de 
heilzame gevolgen kunnen ontwaren , welke de ves- 
tiging van ons gezag op de Westkust , die eerst se- 
dert de twee laatstverloopene jaren tot stand is ge- 
komen , zal hebben te weeg gebragt. 



' 2S0 

Terstond voorbij de laatste huizen der rijstveldeD 
begint de Negorij Simpang. Zij is aan betde zijden 
^^ der rivieren Sidiafi en Matan gelegen , welke voor 
den Dalm^ of de woning van den Vorst, zich ver- 
eenigen en de rivier Simpang vormen. De ingang 
van de plaats wordt door twee inlandsche forten of 
BerUingê beschermd , die er echter vervallen uitzien. 
Het grootste y op den linker oever der rivier , is met 
vier , en het kleinste , op den r^ter oever , met twee 
stukken zwaar geschut gewapend. De rivier tus- 
schen de beide forten is met een' boom, die uit 
verscheidene stukken bestaat, gesloten. In het jaar 
1816 had de beruchte roover tjamakakg, die ja- 
ren lang op Bomea^ê Westkust gehuisd heeft, het 
gewaagd om Simpang den oorlog aan te doen. Hij 
voer de rivier met acht groote Praauwen op tot aan 
de If^orij. Pangeran ahoh, de broeder van den 
Panoembahan^ riep in der haast de weerbare man- 
schappen te wapen, en het was niet zonder groote 
moeite, dat hij zich van de roevers bevrijdde. 

De bogten in de rivier beletten , dat men beneden 
uit het fort de geheele plaats overzien kan: men 
ontwaart slechts enkele wachthuizen , het kleine Chi- 
nesche kamp en eenige .andere woningen op den 
voorgrond , die van weerszijde door de met boomen 
bezette oevers der rivier gesloten wordt. Op den 
achteigrond in de diepte vertoonen zich vera%el€gene 
beigen, de zonderling gevormde Spontjakj en ook 
de Pamakan , in een' blaauwen nevel gehuld. Iets 
verder opvarende, ziet men, r^ts achter het Ghinesche 
kamp, den Palangan^ in wiens ontoegankelijke wou- 
den zich vele Orang-^iOoM ophouden. Simpang 



231 



is omtrent e?en groot ak Mampomda. De huizen 
zijn zeven of acht voeten boven deh grond verheven , 
klein en slecht gebouwd , en de wanden met Atap 
ea Kaijang bekleed; doch duizenden kokospalmen en 
andere hoornen maken het eerste gezigt op deze plaats 
zeer bekoorlijk. 

Beneden Simpang kwam mij weder eene Praaow 
met den broeder van den Panoembahan te gemoet , 
en de Yorst zelf toonde bij mijne aankomst , dat bij 
vreemdelingen goed wist te ontvangen. Na weder^ 
zijdsche pligtplegingen bood hij mij de hand aan , om 
my naar zijne audientie-zaal te geleiden. Wij gin- 
gien langzaam en met a%emeten tred naar de achter- 
zgde van het vertrek , dat met matten en tapijten 
bekleed was; daar gekomen, keerde hij zich met 
eene waardige houding naar ons toe , maakte op Eu- 
ropeache wijs eene buiging en wees ons onze plaat- 
sen aan, waarop wij gingen zitten* Qm aan deze 
caremojDie meer luister bij te zetten , waren de Hoof- 
den en aanzienlijken om hem verzamdd, en een 
aantal nieuw^er^n omringde het openstaande huis. 
De Panoembahan nam met veel bevalligheid de g^ 
loo&brieven aan, welke, ik hem ter hand stelde: 
daarop reikte hij dezelve aan zgn' broeder Pangt^ 
ran bipatib over, die opstaande, na met hand en 
mond een teeken van eerbied gemaakt te hebben, 
dezdve overluid en duidelijk voor allen roorlas. 

's Anderendaags gaf de Panoemhahan mij een te- 
genbezodL, en wist hij aan het gesprek zoodanig eene 
wending te geven , daf hij omtrent eenige zaken in- 
lichting en zekerheid verkre^, waaraan hem veel 
gelagen aohcen. De betrekkingen der Vonten van 



232 



Simpang en Maian met zendetingen van eeoe Yreemde 
mogendheid waren sints eenigen tijd bijzonder druk 
voortgezet geworden, vooral na het rooven van eenige 
Javaansche vaartu^en , en inzonderheid na het afioo- 
pen en vermoorden van de manschap van de Neder- 
landsche Kotter Hermina. Zij vei^aten de bdoften, 
een jaar te voren g^even, en wanhoopten alsnu hij 
de Nederlandsche regering vergiffenis te verwerven, 
wier bescherming zij ingeroepen hadden, doch kort 
daarna door niéuwe beleedigingen meenden verloren 
te hebben. Zoo geloofden zij zich op eenmaal van 
dezen drukkenden last te zullen ontslaan , door zidi 
eenen vreemden zendeling in de armen te werpen, 
die reeds geruimen tijd deze Torsten door schoon- 
schijnende beloften om den tuin had zoeken te lei- 
den en het oogmerk had om de KarimtUa^ehe ei- 
landen in bezit te nemen, ten einde aldaar eene 
stapelplaats voor handelsondernemingen aan te leggen. 
Bij mijne aankomst kwamen vreemde brieven aan, 
waaruit het gez^de ten duidelijkste bied. Ik ga 
met opzet de zonderbaarste geruchten stilzwijgend 
voorbij, »dat er vreemde schepen verwacht werden, 
»dat er bij de twee Vorsten zekere spanning, en 
)> onder de bevolking veel onrust bestond." Drae ge- 
ruchten waren echter, wanneer men de gebeurteou- 
sen, die in 1818 op Bomeo^s Westkust plaats grepen, 
in aanmerking nam , niet geheel en al in den wind te 
slaan; want ofichoon zij naauwelijks eenige waarschijn- 
lijkheid hadden, vorderden zij toch mijne opmerkzaam- 
heid* Immers toen onze flotille van zeven vaartuigen in 
den jare 1818 op de reede van Pontianak lag, kwam 
aldaar een schip met vreemde troepen en brieven 



233 

Toor dea Sultan ?an dat Rijk. Toen ik mij , ten 
einde onmiddelijk uitduitBel hiervan te krijgen , aan 
boord yan hetzelve b^ven had , berigtte mij de be- 
▼dhebber der vreemde expeditie i), dat hij door zijne 
regering tot Resident op Bameo^ê Westkust was be- 
noemd. Ik vernam verder , dat dit Opperhoofd in 
last had om met Itiauw te onderhandelen en ook de 
Karimai4uehê eilanden te bezetten: waarvan hem ^ 
echter waarschijnlijk onze grootere magt terug hield , 
daar het gering aantal bewoners dier eilanden (70 of 
80 zeeroovers sterk) hem bij eene eerste bezetting 
geene genoegzame medewerking beloofde. 

De Sultan van Maian , die toevallig een be^pek te 
Stmpang aflegde en bij mijne aankomst ziek heette , 
liet mij door den Panoenibahan weten , dat hij nu 



1) Ook deie poging om het in den Inditchen Archipel weder geyes- 
tigde oppergezag der Nederlandsche regering te dwarsboomen was het 
werk Tan den toenmaals te Benkoelen hevel Tocrenden Sir THOM.srAMV. 
KATiut , die van hier nit door zijne geheime tendelingen alles in het 
werk stelde y om de Indische Vorsten tegen oos op te mijen, pogii^ 
gen , die hg dezen des te gereder ingang moesten rinden , daar hij zich 
b^ dezelve Tan den Eogelschen naam , als dekmantel , bediende. En 
inderdaad , de aanstelling Tan iemand , die zoo woelaiek en toTens zoo 
biykhaar Tgandig tegen Nederland gezind was, als Sir nos. stam?. 
BAITUS^ op Sttmatray de buitengewone hulpmiddelen, welke op eenen 
100 omkigeschikten post, als het Gouvemement Tan Benkoelen^ tot 
^ne beschikking gesteld waren, moesten wel den schgn Termeerde» 
ren, alsof aelfs het Opperbestuur oTer Britsch Indie aan deze handel- 
wjze niet geheel en al Treemd was. Het keurde, wel is waar, na* 
deriiand deze daden Tan Sir thom. staht. iatflis af en riep hem Tan 
Benkoeièn terug, maar liet desnietteoiin eene der Toomaamste grieren 
tegen cgn bewind, de Testigii^ Tan een Engelsch Etablissement op 
Sineapor0f waartoe h^ erenieer den grond gelegd had, onTerandexd 
bestaan. 

De BêdacHê. 



234 



ia staat was om mij te komea zien, hetwdk nog den- 
zelfden dag gebeurde. 

Twee loopers Tan den SuUan meldden zijne aan« 
komst. De PanoembaAan begaf zich naar den ingang 
yan het vertrek om hem te ontvangen. Hierop liet 
zich inlandsche muzijk hooren en yertoonden zich 
▼erscheidene Groeten uit des Sultane gerolg. Voor» 
uit gingen twee trawanten yan den Sultan ^ yan welke 
de een in de r^terhand een bloot zwaard van om- 
trent twee y oeten lang , welks gevest yan goud was , 
en in de linker eene gouden schede droeg. De ander 
droeg eene lans van 4^ voeten la^g » waarvan de sted 
met req>en en bloemen van zilver en reliëf versierd 
was. De punt was in eene zilveren schede bedoten , 
wdker randen en knop aan deze lans het voorko- 
men van eenen schepter gaven. Achter den Suliqn 
volgden eenige Rijk^grooten met betelkistjes {Sirit- 
doosjes), opium-pijpen en andere benoodigdheden voor 
hunnen Vorst. 

Deze attributen der Souvereiniteit , in de tegen- 
woordigheid van den Panoembahan voor den SMtan 
uitgedragen , waren het duidelijkste bewijs , dat de 
Vorst van Simpang een vazal van Matan is. 

Het gesprek bestond van de zijde des SuUame uit 
korte en a%ebrokene woorden , en eerst van liever- 
lede, tpen het onderhoud hem meer begon te be- 
vallen, werd hij bedaarder en geruster, zijne ant* 
woorden werden bescheiden, en zijne gesprekken 
toonden , dat h\j zich moeite gaf om zijne vroegere 
houding te doen veigeten , alsmede dat die houdii^ 
zelve niet opzettelijk, maar veeleer een gevolg van 
de omstandigheden was , in welke bij zich bevond. 



236 



De Sulian ontving venolgens op eene niet onbe- 
vallige w\j ze den Zend-brief , welken ik hem aan- 
bood. Hij overhandigde denzehen aan den broeder 
van den Panoemhahan^ Pangeran dipatib yan Simr 
pang f die zich met den zwaard- en spiesdrager van 
den grond oprigtte, zich naar het Oosten en Westen 
keerde, terwijl hij met den mond en de uitgestrekte 
band tweemaal een ^lamaê of teeken van eerbied 
maakte, en yervolg^ns den brief o verluid en verstaan- 
baar in t^nwoordigbeid van alle de aanwezigen , die 
in grooten getale verzameld waren , oplas. 

Wat verder het verhandelde bij deze ontmoeting 
met de beide Yoraten en den staat van zaken beü^, 
alsmede een afichrift van de met hen voorloopig ge- 
slotene verdragen, en eenige voonstellen van mijne 
zijde y zal ik de e^ hebben hierna mede te deden i). 

Den 23*'*^ NovQaaber. De fortuin was ons gunstig. 
De Nederlandsche vlag werd te Simpang voor den 
Dalm (de Vorstelijke verblijfplaats) , in i^enwoordig- 
heid van den Sultan en den Panoembahan , de aan- 
zieolijkste Hoofden en de verzamelde volksmenigte, 
met pl^tigheid opgestoken en de voorloopig geslo- 
tene verdragen openlijk bekend gemaakt. 

Den 26***'' November. Na aficheid genomen te 
hebben van den Panoemhahan^ vertrokken wij naar 
JKotoft, waarheen de Sulian ons reeds iu den ochtend 
was vooruit gereisd. 

Den 27*^" November bereikten wij den mond van 



1} De fltnkkeny wianrui hier gewag gemaakt wordt, zgn niet onderde 
nageUteiM papieren Tan den Heer e. vfiun aanweng. 

De Beéaetig, 



236 



de riyier Simpang , die zeer breed is. Wij stevenden 
langzaam langs den oever , die geheel met Nipa en 
andere boomen bezet is, welke verscheidene voeten 
onder vater staan , zoodat men geen spoor van land 
kan onderscheiden. De gewone soorten ran boomen, 
die aldaar in het water groeijen , zijn JBakan (sommige 
soorten van het geslacht AAtsopAora, vooral R. Mangle)^ 
welke vele van zijne takken en wortek naar betieden 
schiet en zich ook op die wijze voortplant: voorts .^^«- 
Apie {Jlvicénnia alba en A, tomenioêa) en BrabeU^ 
boomen. Ook vindt men eene menigte Baiatae^ 
waarvan de stam van 2 tot S voeten dik, en 60 tot 60 
voeten hoog wordt en gewoonlijk ter hoogte van 
eenige voeten in het water staat. Hij is van eene 
aanzienlijke grootte, ^reidt zijne takken ver in de 
rondte en naar omlaag tot het water uit en gelijkt 
veel op een' grooten Europeschen appelboom. Bij 
brengt eene soort van vruchten, vol kleine wedie kor- 
rels en merg, voort, welke door de inboorlingen 
gretig g^ten worden. 

Door den grooten naar het Zuidwesten voor- 
uitspringenden hoek of Tanfang Satay is de wer* 
king van den vloed voor en in de rivier onbeduh- 
dend. Van de maand Februarij tot October brengt 
de vloed eenen van het Noorden naar het Zuidoosten 
loopenden stroom met zich : in de overige maanden 
loopt hij van het Zuidoosten naar het Noordwesten. 

Op den linkeroever der rivier zagen wij een aan- 
tal groote slangen op de boomen, die verscheidene 
voeten in het water stonden. Wij gaven aan dien 
uithoek nabij de zamenvloeijing van de riviertjes 
Meliau en Simpang den naam van Slangenkoek. 



237 



Deze dieren lagen g^eel in elkander gerold op de 
takken der boomen , en Terseheidene ?an dezelve va« 
ren ran 8 tot 12 Toeten lang en, v/aar zij bet dikst 
varen, 3 of 4 doim in omtrek. Geele, groene en 
witte kringen Tan schubben wisselden in onderschei- 
dene schakeringen Tan kleur aan het ligchaam dezer 
dieren a£ 

Op een* a&tand Tan | Tan eene Duitsche mijl Tan 
den mond der riTier naar het Zuiden Tarende » Tindt 
men het eerste Taste land, waar de Toet van den 
Bougii-Laui te Toorschyn komt. Digt daarbij stroomt 
het rinertje Batoe {Soengie Baioe) Tan het gebergte 
en lerert helder en zoet drinkwater op, dat men 
anders aan den mond der riTier Simpang en 1^ 
Duitsche mijlen opwaarts niet aantreft. Zeshonderd 
Taitéê Terder Tindt men nog eene kleinere beek , de 
zwarte beek {Soengie itam) geheeten, naar hare zwart- 
bruine kleur, die waarschijnlijk door minerale bestand- 
deelen wordt te weeg gebragt , OTcr welke het water 
heenstroomt. Ook Tindt men aan haren mond, die met 
roodachtig zand omringd is, eene soort Tan zwart 
zand, waaruit de Sabanfiaar Tan Simpang ijzer 
heeft doen smelten, dat zeer fijn is. De onkunde 
bij het smelten Teroorzaakte CTcnwel kosten , die bij 
het Terkoopen niet Tcrgoed werden. De Daijakkere 
Tan Simpang en Matan cTenwd smelten en bereiden 
eene groote hocTeelheid ijzer , dat zij met winst te 
Poniianak Terkoopen. 

Langs de stranden en digt Toorbij den Toet Tan 
den Bougit-Laut Tarende , heeft men Tan 6 tot 8 
voeten water. De Toet Tan den berg bestaat uit 
rotsen, die zich echter niet tot in zee uitstrekken. 



r 



238 



M» kan aldaar gerust op het dieplood afvaréiu De 
bodem der zee is v/eA en zonder klippod of banken. 
Van den herg (Baugit^Laui af, loopt het hoo^ 
land ona%ebroken door tot ver beneden Suceadana. 
Zandige en steenachtige oe?ers wisselen met elkander 
af, en in de bogten Tindt men yerscheidene beek- 
jes, die zoet en klaar bergwater aanyoeren. De 
grond is doorgaans hard en bestaat uit zwaren leem 
en oker-aarde. In het gebei^te en aan deu roet yan 
hetzelye, ja zelfi in de ylakte, moet yed ijzererts te 
yinden zijn. Op eenige plaatsen treft men zand 
met fijn tin yermengd aan; op andere komt men, 
na een yoet diep in den grond te hebben gegrayen , 
aan eene horizontale laag yan yette zwarte aarde ter 
dikte yan yier duimen, welke uit yergaan hout schijnt 
te bestaan en genoegzaam hetzelfde yoorkomen heeft 
als in die landen yan Bameo^ waar goudmijnen zijn. 
Het zou zoo yreemd en buitengewoon niet zijn , in* 
dien men wilde yeronderstellen , dat ook hier, in de 
nabijheid yan het ijzer, goud te yinden is, dewijl 
de af hellingen der bergen en het land tusschen de- 
zelye eene alluyiale gesteldheid doen erkennen. Want 
het is genoegzaam bekend , dat in de meeste landen 
yan den Indischen Archipel, zoowel inlage, alsinbei^- 
achtige landstreken, waar men metalen aantreft, 
deze zelden, gelijk in Europa, in zamenhangende 
ertsgangen of aderen yeryat zijn, maar meestal in 
yan elkander afgescheidene beddingen yoorkomen i), 



1) In het oorsprookelijke Handschrift aUat: » meeiendeek in eene 
»nieiTomiige gedaante voorkomen." — Het stofgoud bevindt zich op 
Bornao, even als in andere landen, in aaidlagen, die, naar mate van 



2S9 



en de lijkste groeven, aan wier bewerking Teel ia te 
kosten gelegd , somwijlen op eenmaal uitgeput zijn: 
hetgeen men in yroegerei jaren van de beroemde 
goudmijn yan Tambmngy in het Silidasehe^ bij Pa*' 
dang op de Westkust van Sumatra^ en nog niet 
lang geleden te Mandoar op de Westkust ?an Bomêo 
ondervonden heeft. 

YéLe steenen, /welke de oevers en den Toet van 
den Bougii^Laui en de andere bergen bij de bogt 
van Suecadana omgeven , schijnen eerst in later tijd 
uit eene weeke klei ontstaan te .zijn. Hen vindt 
ook eene menigte granietblokken , die, ofichoon niet 
groot, echter waarschijnlijk duizenden jaren daar 
gd^gén hebben. In de wedke steensoort waren som^ 
üjds kleine aderen zigtbaar, die roode wormpjes 
sdujnen geweest te zijn en eene hoogroode kleur 
van zich geven. In weerwil van ons zoeken, kon^- 



de ToraÜD^ Tan het temia , meer ef minder tui elkander Terw^detd 
liggen , £oodat op de eene plaaU gond , en op de andere niets gevonden 
wordt. Het gondiohondende zand nut daar gewoonlijk op eene geele 
leemaaide en ia met eene donkerkleaiige aardkarstachtigc (hitvminêuaé) klei 
bedekt: het berat , behaWe eene fijnkorrelige kwarta en gond in konels, 
in Tliesjes, of in de gedaante Tan stof, ook platiaakonrels. Eigenl^ke berg- 
werken , waarin men de aardlagen konstmatig bewerkt , zijn op Bomeo 
geheel onbekend. Men maakt er groeTen, om by het gondinhoudende 
sand te komen , waamit men dat metaal door aanhondend wasschen en af- 
koelen Terxamelt; maar bg deie mwe behandeling gaat er natnorl^k 
teer Teel Tan Terloren. HoeTeel gunstiger uitkomsten men door het aan- 
wenden Tan stampmolens en daarop Tolgende amalgamatie sou kannen 
Teriirggen, Talt Tan zelli in het oog. Maar hieraan Talt niet te den- 
ken , soolang niet de regering aeWe of eene Tereeniging fan Bmopesdie 
kapitijisten de exploitatie der rijke goudmijnen , welke zoo wel <^ 
Bwnêo , als Tooral op CeUhéê geTonden worden , onderneemt. 

Dê Bêdaetiê. 



i '. >. ♦ 



240 



den ynj geen dezer wonnpjes aan het strand ont- 
dekken i). 

De beiden in den omtrek zijn geheel met hoornen 
hedekty die zich fier met hunne ranke stammen yan 
70 tot 90 voeten hoog Terhe£Een. Onder deze hoo- 
rnen groeijen vele Laurieren en Myrten » die voor het 
overige meer op heesters, dan ophoomen gelyken. Het 
strand is met Katapanr-hoomea ^ de Jamhoe^Laui^ 
Naga f jirah J Bataiae , Brabat , Apie^Apie en 
Boeiae hezet. 

Het eflandje Palingtang ^ voor den vooniitsprin- 
genden hoek van den Bauyit'-Zaut gelegen, ia on- 
geveer 160 Tm€s lang en 50 breed. Het vormt een' 
kleinen heuvel ter hoogte van 60-70 voeten, om laag 
vol rotsen en van boven met boomen bezet. Naar 
den zeekant toe vindt men op een' aistand van 60 
voeten drie vademen water. Tusschen het eiland en 
den vasten wal staat , gedurende de ebbe , 5-6 voe- 
ten water. In den namiddag bereikten wij de bogt 
van Succadana^ maar konden dezelve, uit hoofde van 
de onstuimige zee, niet geno^zaam naar onzen wensch 
bezoeken. 

Den 28'**'' begaf ik mij naar den Schooner Emma , 
die, gedurende mijn oponthoud te Simpang^ voor 
de bogt van Succadana en achter het eiland Dewenia 
voor anker lag. Van daar zeilden wij met harden wind 
naar de rivier Matan^ koers houdende naar het Zui- 



1) Het is minder waarschijnlijk, dat de kleine kuogroode adeieii in 
deie ireeke en uit kletaarde xamengeatelde steensoort nit het dieren-, 
dan wel nit het delfstoffelijk Rijk afkomstig zgn. Zonden aij ook oit 
oortpronkelyk Vermiljoen kannen hestaan P 

De Hedaette, 



241 



den op een' afstand van drie en twee Duitsche mij- 
len Tan den wal. Het vaarwater was schoon en hel- 
der en wij zagen slechts eene enkele rots {Karang 
Boerong) y eene Duitsche mijl Zuidoostelijk van Poelo 
Dewenta. Deze rots verheft zich van 16 tot 18 voe- 
ten boven het water, en hare witte kleur, door de 
mest der talrijke vogeb ontstaan, maakt haar zdis 
bij nacht van verre z^tbaar. Zij staat op de En- 
gdsdie kaart van &o6s , die toch voor de beste wordt 
gehouden, niet aangewezen, even als verscheidene 
andere eilanden , welke men daarop vruchteloos zou 
zodcen. De snelle gang van het schip en onstuimig 
water beletten ons deze kust op te nemen. Twee 
Duitsche mijlen voor den mond der rivier Katapan 
Keten wij het anker vallen. Het woei hard en de 
zee atond hol. Wij lagen echter in een ruim vaar- 
water, waar wij het des noods zel& bij nacht zon- 
der gevaar voor de rivier kruisende hadden kannen 
uithooden. 

29 November. Ik ging weder aan boord van eene 
der Praauwen van den Majoor Radjah akil , en wij 
voeren met de gezamenlijke booten naar de rivier Ka-» 
iapan , die ook Matan genoemd wordt. 

De Matan ontspringt in het hooge gebei*gte , het- 
welk de grensscheiding tusschen Matan en Sekadouw 
uitmaakt. Na een aantal kleine stroomen te hebben 
opgenomen , verdeelt zij zich , drie Duitsche mijlen 
boven haren mond, in twee takken, waarvan de Noor- 
delijke de Karbouw y en de Zuidelijke de Katapan 
genoemd wordt. Eene Duitsche mijl ver in zee treft 
men voor deze ririeren, gedurende de ebbe, nog 

zoet water aao. 

16 



242 



Voor de Karhmw ligt eeoe groote zandbank mei 
kleine kebteenen , waardoor het binnenloopen » zdfi 
▼oor schuiten y die slechts 4 of 5. voeten diqp gaan, 
zeer moeijetijk is. Wegens deze bank en. den har- 
deoL. steengrond wordt de Karbouw minder beraren 
dtti de Katapan , niettegenstaande dat er zich ook 
löot deze eene zandbank berindt van hard zand, 
maar. zonder steenen. . Het binnentaren gaat kron<- 
kdend langs de bank heen , en slechts bij ze^ hoog 
water kunnen vaartuigen , die 8 of 9 Yoeten diqp 
gaan, met het werp binneogetrokken worden, na- 
dèmaai de stroom zeer hard uitloopt. Als het water 
laag is, blijven dikwijls kleine vaartuigen, die. niet 
dieper gaan dan Z\ voet, op de bank zitten* Diaaren- 
tegen verhaalt men, dat nog in het jaar 1789 Ght* 
nesche Jonken, die 12 dH 13 voeten diep gingen, 
zouden binnengeloopen zijn. 

Een stukje lands aan den Z»uidhoek van den ri^ 
viermond is van 3 tot 6 voeten boven den waterqpie- 
gd verheven, en deszel6 oevers z\jn met zand beddcL 
Het zou zeer wd geschikt zyn om hier het een «f 
ander Etablissement aan te leggen; maar demoerasaen 
achter betzdve en de harde wind gedurende het 
ongunstige jaargetijde veroórzakaa vde boratziekten , 
van wdke vde menschen, die zich vroqper aldaar 
ophidden , de slagtoffers geworden aijn* 

De Noordelijke hoek der rivier en het strand tot 
ep eene halve mijl landwaarts in is moerass^ en 
staat bij dken vloed bijna gebed onder water. De 
oevers zijn met Nipa bedekt , waardoor het geno^- 
zaam onmogdijk.is, om hier voet aan wal te zetten* 

Bij de zamenvlodjing dezer rivier ligt een eiland , 



243 



dat geeo' droogea noch vasteq grond heeft, maar al- 
leen uit poelent en hoornen, die onder water staan, 
hestaat« Waaneer men de rivier eëne Duittche m^l 
is opgevaren, komt men aan de Kampong Btnga^ 
dong f waar zich de SuUan dikwijk ophoudt , Yooral 
wanneer hij in oneenigheid ia met zijne Rijkagroo- 
ten. Indien deze spoed^ b\j hem komen, om hem 
te smeken weder naar zyne Residentie Gaj/img terug 
te keeren, houdt hij zich met deze geno^oening 
te Trede en vei^geeft en vergeet alles. By Be^^ 
gadang begint het yaste land op den r^er, en 
reeds iets meer benedenwaarts op den linker oever 
bebouwd te worden. IMen plant aldaar de ri[st in 
Ladangê of op den droogen grond. Het rivierwater 
is hier, en zd£i iets lager op, drinkbaar en zuiver. 
De vloed is, wagens den sterken stroom , bijna on* 
merkbaar. Beneden Bmgadong liggen op den lin- 
ker oever een^e plekken land, die vrij van over- 
strooming zijn, waarop de graisteden van verschei- 
dene aanzienlijke personen staan. Aldaar is oo|c het 
Cramqt of hdUge graf van pavpita obxah , hetwelk 
door de inboorlingen zeer vereerd wordt Zel£i de 
zeeroover gaat , uit bijgeloof, de geesten zijner a^ 
gestorvene vrienden en leermeesters bezodien en op 
hun graf zijn gebed Terrigten , e» hy. (^ roof en 
moord uitgaat. 

T^gen den middag kwamen wij te Bmgadang^ 
waar de SulUm ons zeer minzaam ontving. Volgens 
de Yoorloopige overeenkomst van den 23*'*" Novem-* 
ber, werd de Ilederlandsche vlag den 8^"^ Decembev 
1822 ook hier met de meeste plegtigheid geplant, 
daar de Vont zijn verlangen te kennen had gegeven, 

16* 



244 



dat er aan het gebruikelijke ceremonieel niets zou 
ontbreken. Hij yerzamdde een* grooten kring Tan 
Hoofdlieden en strijdbare mannen, terwijl er bui- 
tendien , reeds eenige dagen te Toren , eene menigte 
menschen Tan alle zijden naar Bmgadong gekomen 
was. De vlag des Sultans en die van bijüa alle 
Vorsten' van Bameo wapperden van de wallen en 
vaartuigen, en de Mederlandsche vlag werd met een 
groot aantal schoten uit grof geschut begroet , het- 
welk tot laat in den avond voortduurde. 

Béngadong werd toen ter tijd door vele onder- 
danen des Sultans en eene menigte strijdbare en oor- 
logzuchtige Hoofilen en bewoners van andere landen 
bewoond, die in- deze oorden hun geluk ter zee be- 
proefiien en van den Sultan niet alleen werden ge- 
duld , maar ook gedeelteUjk bij hem in groóte gunst 
stonden. Onder hen bevonden zich ook diegenen, 
welke deel hadden genomen aan het afloopen van 
de Kotter Hermina. 

Niet ver beneden Bmgadang loopt een tak van de 
Katapan^ waardoor een eiland wordt gevormd. Aan 
dezen riviertak ligt een stukje hoog land, hetwelk 
door acht of tien Ghinesche hui^ezinnen bewoond 
wordt. Het overige land staat van rondsom onder 
water, en de oevers van den Katapan Kitjil^ of 
den zoo even vermelden riviertak , zijn met ondoor- 
dringbare Nipa begroeid, waarvan de bkdstelen 
eene ongewone lengte hebben en over de rivier ne- 
derhangende ter naauwer nood eenige zonnestralen 
doorlaten. Wijd en zijd in de rondte is geen spoor 
van eenigzins verheven land te ontdekken. Het men- 
schelijk hart wordt in deze vnldernissen van schrik 



246 



en angst beklemd, die bet rondwarend oog alleen 
stof tot sombere denkbeelden opleveren. Met be- 
zoi^dheid vaart de vreemdeling door de kronkdgan^ 
gen van dezen doolhof, waar slechts water tusschen 
het sombere struikgewas golft, door a%rijsselijke Kai- 
mans en baaijen bewoond , die elkander hier hunne 
prooi betwisten. Een treurig vooigevoel doet hem 
de plaats herkennen, waarheen. zoo vele. op. zee door 
n>overs genomene schepen werden weggesleept, en 
waar de ongelukkigen , die zij, vermoeid van het 
moorden , tot zoo lang gespaard hadden , als o£Eers van 
bunnen moordlust vielen of in eeuwige slavernij wer* 
den weggevoerd. Sedert lange jaren werden de wa- 
toren van deze rivier met bloed geverwd, en. nog zijn 
hier en duar de met bloed besproeide boomstammen 
de stilzwijgende getuigen en gedenkteekenen , dat * 
' hier menschen op de gruwzaamste wijs door mede- 
menschen vermoord werden. Hier kan geene me** 
deUjdende hand de oogdukkigen te hulp komen , 
geen schip tot hunne redding komen opdagen, waar 
geen weg te vinden is. Ik zag in dezen riviertak of 
kleine Kaiapan verscheidene vroeger geroofde vaar- 
tuigen en onthoud mrj opzettelijk van het treurig 
verhaal , welk een akelig lot vele der gevangene sche- 
peUngen hebben ondergaan. 

Bengadong en Kendawatigan ^ 9 Duitsche mijlen 
ten Zuiden van den Katapan gelagen, waren de 
twee hoofdplaatsen, waar zich de zeeroovers van 
Maian ophielden en ten deele nog eene schuilplaata 
vinden. Do Sultan en Groeten van Maian hebben 
bestendig van zes tot acht groote Praauwen on- 
derhouden, welke langs de kusten van Bameo^ de 



246 



Karimaiaiekê cflandan, BiUion^ Riemm^ ja zflUs 
iran Java op roof uitgingeiu Buitendieo oameD odi 
die Pfaauwen Tan Matan , .wdke met koopman^goe* 
deren geladen op neemde plaatsen Toeren , op hare 
reis, £00 dikwijls sij konden, de gd^genheid waar 
om zich yan andere vaartnigai meester te mdten. 
Behalve deze taste Piaanwen, lagen er doorgaana 
nog acht of negen andere, die aan Boofillieden uit 
andere streken tan Bamêo toebdioorden en door 
den Sulian of zijne Xijk^grooten metkrygdienoodigd- 
heden en lerensmiddelen werden toorzien en daar» 
Toor den buit met den Vorst deelden , hetwdk dik- 
wijls niet zonder onaangenaamheden afliq». Bk g^ 
woon roorer eigende zich zoo reel toe, als hij, met 
zijn' Kkwang in de hand en steunende op zijne 
eigene kracht, toot zich op zijde kon brengen. 
Niet zdden raakten zij met dkander handgemeen, 
fsn de een ontstal den ander weder, wat deze ter* 
borgen had. Dikwijls viden daarbij de goederen in 
het water , die dan grootendeels bedonren weder op- 
gerischt werden, zoodat zij meestal slechts weinig 
Toordeel tan hunnen roof hadden. Wanneer de zee* 
roovers het oter de deding van den buit niet eois 
konden worden , nam de Sultan , zoodra hij hen in 
de rivier of onder zijn berdk had weten te krygen , 
alles w^ en gaf aan dk zoo red, als hem raadzaam 
scheen : hetgeen hij ook met den a%doopen Kotter 
Hermina gedaan had. Bij zulk eene handdwijze kon 
▼oorzeker het aanzien des Sulians niet ongedeerd 
U^en , en zijne Rijksgrooten maakten zich dan ook 
Tan zoo Tde regten meester, dat zy met der tijd 
bijna gebed onafhankelijk Tan den Vorst leefden, 



247 



die zich met het staatsbestuur niet bemoeide. Het 
zal dezen Vorst dan ook zwaar genoeg vallen , deze 
rooyerij tegen te gaan, en Yoorzeker zullen de ge* 
volgen daarvan nog een' tijdlang gevodd vrorden. 
De zeeroovers van KendauxMngtm en eigenlijk Bomeo, 
spdea iiog t^^woordig den meester. De Praauwen 
van laatstgenoemden zijn van 80 tot 90 Küyange i) 
groot, met rwaar geschut gewapend en met eeoe 
bemanning van 60 tot 1'éO koppen voorzien. De 
meeste dezer, roevers zijn arm en bezitten naauweiijka 
zoo veel, om te kunnen leven. De Sultan zeide mij^ 
zdf, »dat de meeste koopwaren bedorven werdeD 
»en God hem geen geluk en aegen gufy zoodat men 
» zelden de gestolene goederen zoo lang kon bewa- 
»ven, tQtdat men gdqgenheid vond om ze te ver- 
»koopen.'* Hij zef de bij dezdfde gel^enheid , )>dat 
i>het staal in hunne handen door de roest verteerd 
i>ea de rgst in hunnen mond tot stof werd.'* 

De SuUan acbeen tegen zekere roovers, dieLanonê 
genoemd wordoi, zeer verbitterd. Hij verhaalde 
mij , dat h\j vroeger wd eens gemeene zaak met deze 
zeeschuimers gemaakt had, doch dat er met die 
trouwdooze menschen geene gemeenschap te hou* 
den was: dat de vader zijn' zoon, de zoon zijn' 
▼ader verkocht, en zij hem ook eens hadden wilen 
verkoopen , zoodat hij van gduk mogt spreken , dat 
hij nog levend uit hunne handen ontkomen was. 
De roovere van Kendawangan^ wdke eigenlijk vreem- 
delingen en niet in Moian geboren zijn, kunnen 



^) Een Koyang U ïtH curaaider dan een Last en = 3300 onde Hol), 
jponacn* *> 



248 



gerekend worden. tot den stam der Lanmu te be* 
hooren: het is althans een eyen slecht en Termetd 
menschenras, als deze* 

Credurende mijn yerblijf te Bengadong zag ik 
aldaar in Terscheidene huizen geroofde goederen, 
ak Europesche kofiers, linnen,, chitsen, katoenen, 
kisten met wijn , drukletters , epauletten , hordogïen 
enz., inzonderheid in de huizen Tan aitaghod a DukA 
uit eigenlijk Bcmeo , ahachosa xadaa uit JHaUm , 
bij &AOA een Baegineesj die ook eenige slaven in 
zijn huis had. De gevangenen, die tot skven ge- 
maakt zijn, worden niet opgedoten, maar bebou- 
wen de Ladangt of rijstvdden , kappen bout en gaan 
op de Tischvangst uit. Hetgeen zij winnen moeten 
zij grootendeels aan hunne meestiers afitaan, waar- 
Toor zij eene zékere mate van vrijheid genieten. De 
naam van slaaf en de herinnering aan het yaderland 
maakt velen in het begin zeer treurig ; maar men 
laat hen, zoo spoed% mogelijk,, in het huwelijk tre- 
den en neemt hen tusschenbdden tot leden der 
ftmilie aan, zoodat hunne zwaarmoedigheid laiig- 
zamerhand ovei^aat en velen, op deze w\jze ge- 
worven, telgen hunne eigene landslieden als roovers 
medegaan. 

De huizen te Bengadong z\\a^ volgens Bo^neesch 
gebruik, op palen gebouwd en wanden en daken 
met Kaijang en Jltap bekleed. B^ zware ov»- 
stroomingen schijnt het land zdfi onder de huizen 
niet zelden onder water te staan. Het gebouw, 
waarin de Sultan zich ophoudt, is 28-30 voeten 
boven den grond op palen van ijzerhout gebouwd 
en even als de andere met Atap gedekt en bekleed* 



249 



De vloer is met matten en tapijten belegd , de wan- 
den en zolderingen met diits en laken van alleriei 
Idearen behangen. Het hois is in de .lengte , door 
voorhangseb Tan dezelfde stoffen, Toor de hdft in 
kamers verdeeld , . waarin zich de vrouwen en davin- 
ncn des Sultans bevinden. Deze voorhangseb staan 
overigens wijd genoeg opem , om de vrouwen te kun- 
nen zien. In de rondte lagen eene menigte goe- 
deren , als lakens, lijnwaden, chitsen, geweeren, 
enz. verstrooid, en in het midden van deze wanorde 
gevoelt de Sulian zich onder zijn' opiumpijp r^ 
gdukkig. Daar het bedwelmende sap voor hem be- 
boefte geworden is, gaf bij zijn verlangen naar het- 
zelve onbewimpeld te kennen , even als naar gewee- 
ren, dubbelde pistden, eene lange fraai bewerkte 
boot en naar goede thee. Toen ik meer bekend met 
hem geworden was, sprak hij vrijmoedig en ver- 
haalde hij mij het een en ander avontuur van z\jne 
vorige zeerooverstogten. Bij zulk eene gelegenheid 
vertelde hij , dat hij eens met) eene enkele Praauw 
op vijf andere jagt gemaakt had , toen hij vernom^ 
had, dat zich in een dier vaartuigen eene kleine 
hoeveelheid goede thee . bevond. Hij besloot zijne 
vertelling met de verzdiering , dat bij nu door de 
mildheid van onze regering in staat was gesteld om z\jn 
vro^fer zeerooversleven vaarwel te z^gen , en b\j zich 
in het vervolg derzelver welwillendheid hoopte waar- 
dig te maken. Indien deze belofte even wel ge- 
meend is, als zijne veridaringen vrijmoedig waren, 
alsdan mag men voor de toekomst de beste verwach- 
tingen voeden en zullen de kosten aan de bescher- 
ming van den bloetj|enden koophanddl van Java be- 



250 



steed rijkelijk vergoei, wordeo, al brengt daa (xA 
Matan vooreerst slechts weinig op. 
' Den 4^®'' December zeilden vij naar den mond 
der rivier Kaiapan , waar de harde wind ons nood- 
zaakte eenige dagen te blijven liggen. De bevel- 
hebber van den Schooner JEtnma^ met wien de af^ 
spraak gemaakt was, dat hij naar PoniioÊmk zou 
tenigkeeren, om het vaartuig in deze genoegzaun 
onbekende wateren, in het midden van den kwa- 
den Moesson, niet aan al te groote gevaren bloot te 
steUen , was reeds den 29'*''^ November van daar af- 
gezeild. Zoo kwamen wij den 7^*^ DecenjJkr met 
de Praauwen van den Majoor Radjah akil , niet zon- 
der moeite , uit den mond der rivier Kaiofon en 
oter de zandbank voor derzelver ingang, waarop 
wij , met het oogmerk om Succadana en de Karp- 
tnai^uehe eilanden aan te doen , langs de kost hiA- 
den. Haar hevige winden en de hopge zee, waar- 
tegen onze zwakke vaartuigen naauwelyks bestand 
waren, verstrooiden dezelve weldra van elluinder, en 
alleen, de Praauw , waarop ik mij bevond , kon met 
nog eene andere bijeen blijven. 

Den 9^*" December bersten wij het eilandje Sam* 
padian , schuins tegenover de rivier Sidoh , hetwdk 
ons eene veilige ligplaats verschafte. Nadenmiddag 
stak ik naar het tegenoveriiggende land en de ri- 
vier Sidoh {pulah Sidoh) ^ wier mond omstredu 
160-180 voeten breed ts, over. Zij komt van het 
hoQge gebeif^e, 15 Duitsche mijlen ver uit het bin- 
nenland, en heeft een' zeer snellen stroom. Zyn 
bruinrood water is reeds op een vi^e mijl afitand[in 
zee te onderscheiden. ' De invaart is goed voor kleine 



251 



▼aurtuigeD » die dechto 7-8 Yoéten diq» gaan. Bin- 
nen de riTier yindt men eene diepte yan yerscheidene 
vademen* . De oefers en het strand z^n naar het 
Zuiden toe laag en met water bedekt. Qftchoon 
alles wild en woest is, heeft toch de mond der ri- 
vier geen oDberallig aanzien. Hare oevers zijn met 
Boeiae^ en jffoAon-boomen bezet: N4pa ziet men 
slechts weinig, een teeken, dat het land aan dezen 
miermond voorheen bewoond is geweest. Het rivier* 
water is in een g^ tameUjk hdder en 400 vademen 
opwaarts reeds drinkbaar, maar smaakt naar den 
grond. Het schijnt, dat de Sidoh over yde mine- 
ndbeddingen loopt, inzonderheid over ijzer, het* 
wdk dan ook door de Daifukkerê ^ die in de boven- 
landen aan derzdver oevers wonen, bewerkt en in 
staven van 16-20 S naar Poniianak te koop gebragt 
wordt* 

Raim honderd vademen ten Noorden Tan «den Du- 
lah Sidoh ^ begint bij een' kleinen Tooruitspringen- 
den heavel , Taty'anff pada goenong geheeten , hoog 
land, en van daar Noordoost ten Noorden verheft 
nch*de kost ho<^ boven de zee en loopt eene bei^g^ 
keten langs het strand, welke met die van Sneoor 
dama te zamen hangt. 

Op dien hoek (Tanjong pada gomong) , welke uit 
twee kleine heavels bestaat, bemerkten wij verschei- 
dene groote Leguanen^ die op de vogels en hoenders 
jagt maakten , welke door de inlanders bij het Cra- 
mai of heilige graf van pateib dulah en JlGHmat 
geofterd w<Nrden en na bij de graven dier god»- 
dienstleeraars in vryheid te zyn gesteld, zich daar 
in de wilderais voortplanten. Deze heuvék , zoo wel 



252 

als het eiland Sampadian en andere plaataen ia den 
omtrdc , zijn vol graven , wdke de inwoners ak ge- 
denkteekenen van de yoormalïge grootheid en volk- 
rijkheid van het nu vernietigde Suceadana aanzien. 
Op den vasten wal en op het eiland houden zich 
vele kleine vischreigers , ijsvogels, herten, wilde 
zwijnen en schilpadden op , die hare eijeren hier in 
het witte zand aan de achterzijde van het eiland 
komen nederleggen, wdke zoo wel door men- 
echen ab dieren gretig worden (q)gezocht. In het 
kanaal tusschen den wal en het eilitnd staat van 
6 tot 7 voeten water. Sampadian bestaat uit. een' 
heuvel van 300 voeten hoog , die digt met hoornen 
begroeid is en een vierde van eene mijl in den om- 
trek heeft. Aan deszelfi ZuideUjken hoek verbeflEen 
zich groote rotsen boven het water , die gededtdijk 
met boomen bedekt zijn en ongeveer 400 vademen 
in zee loopen. Het eilandje heeft op verscheidene 
plaatsen zoet water en sommige eetbare vruchten. 
Vooral komt de Tjimpada-Laut liier goed voort , als- 
mede de Nieboeng , wiens stam en dikke bladstden 
den inlanders tot het bouwen hunner huizen 'en het 
bedekken van vaartuigen , en de jonge spruiten tot 
voedsel dienen. Om het zoete water en de vruchtboo- 
men is dit een geliefd verblijf van zeeroovers. Onder 
andere hier groeijende boomen komen vooral in 
aanmerking de Nagaj de Lawang (Cinnafnomum 
Sinioc)j wiens bast den smaak van kruidnagéleD 
heefltt de struik Trankenan en de slingerplant Se^ 
raja^ waarvan de vruchten en de basten als genees- 
middden gdbruikt worden. 
De wind werd in den namiddag zoo hevig , dat 



253 



vij onze schuilplaats niet dorsten verlaten. Dan te- 
gen den avond kwam eene zware bui uit bet Noord- 
oosten opzetten, welke ons yan onze ankerplaats 
▼erdreef. Onze taartuigen dreven naar de nabijge- 
l^eae eilandjes Tjimpador-LatU en Darat en stoot- 
ten op klippen. T^en het opkomen van de maan 
bedaarde het weder en vervolgden wij onze vaart. 
In den nacht geraakte ook de laatste Praauw, die 
bij ons gebleven was , van ons af. 

Den 10^'" December» des moi^ens, bereikten wij 
Potlo Datoe in de bogt DiUoe , eene halve mijl be- 
neden Sueeadanaf waar wij eene onzer Praauwen 
wedervondén en achter het eilandje voor anker gan- 
gen. Naauwelijks lagen wij daar, toen de wind 
met nieuwe hevigheid opstak en de r^en in stroo- 
men naar beneden viel. Wij werden zoodoende ge* 
dwongen hier eenige dagen te blijven liggen. De 
bogt Daioê is ruim geno^ om tot ankerplaats voor 
groote Praauwen in het gunstige jaarget^de te dienen. 
Men heeft 7-8 voeten water, en zoolang de vloed 
duurt, 10-11 voeten'. Het eilandje. 2>a^0tf ts klein, 
en de ingang van de bogt aan . de Zuidenwinden 
blootgesteld. Men heeft dikwijk rukwinden, die 
van de bergen nederstorten en meer dan eens onze 
vaartuigen van de ankers wegslopen. De oevers zyn 
gedeeltelijk door den berg Datoe begrensd en met 
rotsen bezet , gedeeltelijk worden zij door e&k zan- 
dig strand gevormd , waar twee kleine beelqes helder 
en zoet water geven. 

Het eilandje Daioe bestaat uit een' heuvel ter 
hoogte van 200 voeten, die tot aan den top met 
zware boomen bezet is. Het strand is naar het Zui- 



264 



den toe met hooge granietrotaea omringd. Het Noor- 
ddijk gedeelte heeft eene kleine vlakte met een zacht 
aBoópeaad strand, dat met zand en kleine steeoen 
bedekt is. In de schaduw yan wilde Notenmuacaat* 
boomen van eene buitengemeene grootte liggen de 
graven der priesters {Pandüa*s) hahomst;, , au en 
HOissfiTy op welke gewijde hoenders rondloopen, die 
té& door den omzwenrenden zeeroo?er worden ont- 
zien, terwijl hij ootmoedig zijne eigene offers brengt 
en, met het moordgeweer in de hand, de gonst 
des hemds en ?an deze heiUgen over het wdgdukken 
▼an zijne onmenschelijke aanslagen afianeekt. 

Tusschen de Noordelijke punt ran het eiland en 
den vasten wal is slechts eene kleine opening van 
600 voeten en 4^6 voeten diepte. Wij zagen op het 
land eenige menschen, die Kajoe Garoe zochten* 
Zoo als zij zeiden, waren zij van Simpany. Het 
waren sterke, stevig gebouwde lieden en goedgewa- 
pend, die veeleer Lanatu^ dan houthalers schenen te 
zijn. Een van hen had 10 KattUi i) Kajoe Garoê 
bijeengezameld , die echter niet van bijzonder goede 
hoedanigheid was. Eem'ge uren meer landwaarts in 
vindt men vele Garoe-boomen. Hen kan echter niet 
den geheelen stam in den handel gdbruiken, maar 
alleen de kwasten en uitwassen , die eenigzins tot ver- 
rotting zijn ovei^c^atu Zelden vindt men stukken 
van 40-60 Katiieê: het goede Garoe wordt sledits 
in stukken van 4-6 Kaitiee gevonden , en een boom 
van de beste soort levert niet meer dan 10 Kaiiiee 
op. Somtijds treft men üi de binnenlanden boomen 



1) Een Kaitie bcdnagt ieti niiider dan 1^ Amsicrd. pond. 



255 



aan , die omYer gewaaid en met aarde beddct zijn : 
het boot, dat men van deze bekomt, wordt Yoor 
het beste gehouden. Ik heb echter ook wd stuk- 
ken Garot Yan 6 voeten lang gezien. Nu en dan 
worden eenige Koyang* ran hetzelve van Maian en 
Simpat^ naar JPontianak verzonden en aldaar aan 
de Ghioesche Jonken verkocht* 'Deze soort is echter 
minder wehiekend en wordt in CÜiina met andere 
soorten van reukhout en olieteiten vermengd, om 
daarvan de offerhoutjes of kaarsjes te maken , welke 
de Chinezen dagelijks b\j hunne gebede^ en ofiiep- 
handen gebruiken. 

Het gezigt der Oostelijke bergketen , . op den Bow' 
gii^Laut en den langen Palongan ten Noorden» 
welke zïdk achter Smceadana in de verte verliezen, 
levert een bdLoorlijk terschiet op, dat op ons, die 
hier rust en bescherming vonden, te meer eenen 

aangenamen indruk maakte. Hoe snel wisselen niet 

* 

vreugde en smart met dkander af, en toch won- 
nen zij te zamen in hetzelfde hart! Wij dragea 
se met ons van land tot land, en daiar, waar het 
gduk met aanhoudénden t^enspoed worstelt , breekt 
toch tusschenbeiden een straal van hoop door, die 
den nedergedrukten nieuwe krachten geeft 

De avond lachte ons nog eenige oogenblikken toe, 
toen de zon bar^ «laatste stralen door de pegenwed-* 
ken schoot De toppen der bergen kwamen uit de 
blaauwe schemering te voorschijn, en aan het uit- 
spansel breidde zich een dubbele r^;enboog uit , die 
de wijde ruimte tusschen de uitgestrekte zee en het 
gebergte als het ware met een veelkleurig lint om* 
vatte. Wij genoten, vol verrukking , dit ^heerlijk 



256 



uur , dat ons met blijde hoop veryulde , en verwijl- 
den aan het strand , tot dat de late avond ons naar 
onze vaartuigen riep. 

Wij namen den 16^*" December a6cheid van deze 
vriendelijke bogt Datoe en bereikten weldra de na- 
bijgel^ene bogt van Suceadanay waar wij achter 
het eilandje Sala Nama het anker lieten vallm. Wij 
besteedden eenen dag om» zoo veel wij konden, 
wilde zwijnen en herten te schieten, die vooral te- 
gen den avond in menigte aan het strand kwamen. 
Heden, zoo wd.ab de volgende dagen, was het 
weder gunstig geno^ om de bogt van Suecadama 
te kunnen opnemen. De beschrijving van Succadana 
zal ik op die van Simpang en Maian laten volgen. 

Den 16**" en 17**" kwamen weder eenige der ver- 
strooide Praauwea bij ons, en den 18^^ kregen wij 
een bezoek van de twee Rijksbestuurders van Ma- 
iafiy Pangeran djaga di laga en drn, veigezeld 
door onderscheidene andere Hoofden. Denzelfilen 
dag werd de Nederlandsche vlag , in t^nwoordig- 
heid dier beide Opperhoofden en van vele andere 
menschen , alsmede van eene kleine afdeeling krijgs- 
volk ^ met de gewone plc^igheden opgengt en wel 
bij den Noordelijken bode van den mond der rivier 
Succddanay waar voorheen de vermaarde stad van 
dien naam gestaan had. Tevens werd aldaar een 
levende boom geplant en omheind , en achter den* 
zdveii een vijftal wilde Notenmuscaatboomen in den 
grond gezet. 

In den namiddag ontving ik een' brief van den 
Majoor Radjah akil, waarin hij mijberigttCi dat door 
het zware weder op zee een der planken van zijn 



.2&7 



vadi^ti% ^m$ iosgejMkt én hij , «leehts ter naftuwer^ 
nood aan het geyaar.. ontkomen, in eejt* zeeü have^ 
kKx2eA töeltaniï de ritier Sünpimffbi^kifhuji. Wij 
tét*Ii\atén' hi^rcfp mg den^dfden namiddag de bogï 
Tati'/SMètfAi/aiia'en kwameri, met tegeniriud worste^ 
leade'i e^t'den Tolgenden dag bij den'moild'da^ 
rivier SSmpati^ Mn^^ weHoen Idemen afitand nifety aii^ 
defb 'bihneo, Weiöige uren. kap. a&dlen. Alle de ?er^ 
strooide .pradutreh waven bi^ veder bij elkandier^ 
maar iü eeo^- deeUtën toestand^ VefscUeideiie bad-^ 
den de masten of het bovepste nn den toot^ en 
achtersteven verloren. Van sommige warea. er plan* 
ken losg^aan, andere hadden op Jdippen gestoo- 
ten, en alle ivaren door den harden wind en do 
hooge zee zoo lek , dat men uit de meeste in twee 
uren tijds 140 emmers water uitschepte en zel& in 
stil water nog gevaar liep van te zinken. De Ma-* 
joor en de overige officieren verklaarden » dat zij niet 
meer in staat waren om zee te bouwen. Onze le- 
vensmiddelen waren ook weder verteerd , en alleen 
door de vriendschappelijke hulp van den Panotm*- 
hahan van Simpang , wien ik daarover had geschre- 
ven, bekwamen wij eeneboefeelheid rijst, die ech- 
ter naauwelijks voor tien dagen toereikend was. Naar 
Maian konden wij met onze beschadigde vaartuigen 
niet meer terugkeeren : ook zouden wij in dat ge?al 
den regentijd in een land hebben moeten door- 
brengen , waar niet eens voor de inwoners rijst ge- 
noeg is. 

Mijn plan om de Karimaitiêche eilanden te be- 
zoeken was alzoo onuitvoerbaar geworden. Echter 
Tertrok oewan hassik tegen het einde tan Januarij 

17 



258 



1824 van PoiUianak naar Karimaia en pkmtte daar 
iBflgelijka de Nederlandscbe vlag« 

Hierop Terlieten vij in den namiddag van den 
24*^ December den mond der riner Simpany én 
zoetten kngs de beruchte Mendauw door de bin- 
nenwateren eenen w^ naar PanHan^k^ waar wy, 
na veel asoeken en eenige avonturen, den 20***" De- 
canber 1823 aankwamen. Over laatatgpemelde reis 
langs de Mendauw^ op welke ik het landje JT^Aoa 
bezocht» zal & de eer hebben hierna een binder 
berigt mede te deden >)• 



1) Dit 'reiiverliMl ontbreekt aan de oiu ter liasd g^eMe oonpran* 
fcdijkfe kandicbrifteii 4et overledtMen* 

De BêdaoHe» 



IV. 



..] 



ItBT VdRSTBlIDOM SlMlPANG. 



» ' 



1'^ 



• f 



• ' . 



Dit land ]%t tMcheo O* W eik 1<» |S^ iZuider 
Breedte im 100^ 22^ en 110^ 42< Oostelijke Leaste 
▼au Gretmoiek^ en bedaaleene opperflakte f(an mim- 
180 Doitsdiea m^en^ 

Het greint ten ZUiiden en Westen aan dezee^ ten 
Nöopdwesten aan het landje- JTofAiv^ waar de rivier 
Padang Tjihar gedeeltelijk de grensscheiding uit- 
maakt» ten Noorden en Noordoosten aan Tdyan^ 
Meltau ea Sêeadauw^ ten Oosten en Zisdoosten aan* 
Makm^ waarvan het door het hooge gebergte van 
Palangan gescheiden wordt^ 

De Vorst van SimjuMg' maakte te gelijk' aanspraak 
op het gemeenschappelijk bmi der- Kürimataêehe ei« 
landen met den Vorst van Jlfa^ah. , < 

De voorliaaniste riviérea zijn : de Pmhng' TyH^i 
de Mêmiauw, die de > Lebai^ Kwalan da G^t^kilêk 
opneemt en door vele armen ten 'Westen. en Zuideié 
in zee ralt, de Sidiaüy Mat€M j Hoêmpék ^ Boêloëh 

■f 

en SomtMdoffèg ^ "wéke alle in de 5impafigf'nitloopen, 
die zich boven Scugit^Lauê in zee stort* 

17* 



/ 



260 

Eene keten van bei^n doorsnijdt het land van het 
Zuidwesten naar het Noordoosten. Zij neemt een* 
aanvang bij Bougit^Laut^ boven Suceadana^ velke 
het uiteinde van den langen Palongan uitmaakt , die 
zich van 20 tot 26 Duitsche mijlen in het binnen- 
land uitstrekt en zich daar tot een hoog gebei^gte 
verheft, waarboven de hoogste toppen van den Bd' 
tang f Spuiujakj La^ang^ Pangang^ Mmfohrah^ 
Mengalai en Lelai uitsteken , die aUe aan verschei- 
. dene rivieren , door welke een gedeelte van Tayan , 
Meliau^ SeeadauWj Simpang en Matan wordt door- 
stroomd f hunnen oorsprong geven. 

Dit hooge gebergte schijnt het midddpunt van 
eea aland te zijn geweest , dat voorheen a&on^ 
deriijk bestond en naderbaad een deel der West- 
kust van Bomeo geworden ia» Be rivieren van het 
binnenland » die voor en achter het midden van 
dit g^iigte vlieten» schijnen dit overtuigend te 
bewijzen. 

, Het Westeiyk gededte des knds» dat meer dan 
een derde, van Simpang uitmaakt, 6cb\jn15 eerst in 
later/ tijd. door de. aee te zlyn aaogespoeld en be- 
staat uit moerassen, door onbegretisde rivieren door- 
stroomd , die eene metiigte van eilanden viHinen , op 
welke zich bier en daar kleine heuvek verhefien. 
Van het jaar 1750. tot 1780 en 1786 waren de ei- 
/, landen en beigjes Mogang^ Bomhoe^ BiUoefjlmpar 

én andere bewoond; doch na den oorlog door de 
O. L Ckïmp^gnie tegen ^Matan gevoerd , verlieten de 
weinige bewoners deze oorden. Slechts zeeroovers 
en eenig ander volk, die op de visch vangst ui^an, 
honig en was verzamelen en riet (Roiian) snijden, 



261 



dat bier bijeoader goed uitTalt , zwerven t^genwooiy 
dig^ hier rond. 

De Incbtstredc is getond ea wordt door de zee* 
winden Terkodd, om welke reden de* kusten toot 
een' vreemdeling minder gevaarlijk i^ijn, dim de hoo* 
gere binnenlanden , waar men dikwijh eéne slepende 
koorts en zekere verlamming in armen en beenen 
ondervindt. 

De Hiuermometer Tan tnHuaniBrr staat in den re^ 
gentijd (Hoesson) des moiigens: om 6 uren op 72 tot 
73<^9 zétdcai <^ 00 en 70*; des middags op 82 en 
83", namiddags ten 2 uren op 86 en ST^ en des 
avonds ten 6 uren op 76 tot 77^ In alle streken 
Tan Bórmo^ welke ik nadéAand bezocht beb, sfdnd 
de Thermometer des namiddags om 2 en 3 uren al* 
tijd hooger dan tusschen 12 en 1 uur. 

De afwissding der jaargetgden is niet zoo r^gel* 
matig» ab op Jaoa. Regen en harde wind komen 
soms onTerwacbt en doen zich dikwijls eenigea t^ 
lang in de maanden Julij en Augustus gevoelen. Van 
het midden Taa November tot de helft toi Januarij 
heeft men den sterksten r^;en en wind. Zoodanig 
héb ik naderhand altijd de Terandering van den 
Moesson op de West- en Noordwestkust Tan JSameo 
tot op 8* Noorder Breedte waargenomen, alhoewd 
men verhaalt, dat die verandering in 4^ landen 
van Bomeo^ welke boven de Linie gelegen, zijn, te 
gdijker tijd plaats heeft, ak in die onder de Linie. 

De bebouwing Tan het land is nog in hare kindseb* 
beid. De Daijakkerê oÊ eigenlijke inboorlingen tee^ 
len rijst op bergen en drooge Tlakten, welke Zo- 
dangê beeten. De korrek zijn klein , maar Tan een' 



262 



xoeieD en aangenameD smaakt Zij f^antea i«^gd^ 
▼de ynichtboómen, met uitzonderinl^ vab deaf oAof^ 
palm, ook eei4ge soortea van WortelpbtiteD , en 
gdbruikea de l>]adereD Tan yele bouBian «q stouikeo 
tot VoedwL 

Be Ibleijera» of fieter MahamedaneB; vdke sich 
»et de Dai^ükken vcnnengieD- e» daar Ie lande 
OrangSoegit genoemd' worden , bouwen' op drooge 
tdden rijst^ wortden ea pcubmcbtea en .^ggen tui- 
nen met JTofof^ en andere Tmdithoomen aan* De 
floogenaamde Haleijen^ weBLe in en naby de. plaats 
Simpang wonen, hebben eecat ifoor kortiBn ti}d aan* 
getangen eemge :Ladangê Aan toiliqggen.. Te Yoren 
behielpen xij zidh met eai* kleinen tuin achter hunne 
armsdige wOnitag, waar dj in dé aohadnw der Ko* 
ia#-palmen zoo lang matten en luj|erden, tot de 
Uopger ben noopte, om zi(di op 'oene j^oede of kwade 
wijf ^ eenige lèvenÉniddden |te .Teradiafien', waan^ 
agi weder werkdooB .blèFen» tol dat da nood hen 
«Mlemiaal aanprikkdde. 

In flomn^ jérerit wordt er niet geoo^xöat roor 
^e bdioefte geteeld en moet nien deedre te Pan* 
tumak of Tan de Gfaineaen iran jPaMnaMMii, op het 
grondgebied Tan Pmüiamak^ inknopen» 

Be.natuuflijke.TportbrsQgBden Taabet land ayn; 

Waa , jaariijka oqgeieer 100 PiieU tijgen 2(^-24 
vtflen O. 

. Fégnitm^tê Tan de tweede öf midddaoort 7 tot 
%\fihii»^ waairan de kneeste Tan «de KmrimmtuMtht 
eihmden komen. De PikA hiervan kost in den decb* 



^lA 



t) Emnad jf O Giddcn Neded. 



368 



tea of r^gen-Hoeasoii 800 rofilen, daainenli^g;en top 
Karimaiu zdf, of op ze^ of tea tijde van den goeden 
tbessoQ dechts 250 reifleiu Zeldea trordra zij Hj 
groote hoeredheden inerJkocht, maar dooi^gaans deekts 
van 1 tot 16 Kaiiies te gelijk. 

BezaoTf fan apen ien awijnent bet ons tqgen 3 
a 4 piasters. 

Gom wordt deehts 'wéaaig ingezameld. 

Dammar^ tAese boomfaatift» in groote hoeveellieid, 
6i Kaitüê tegea y\ gulden* Intuanlien wordt hij 
weimg geacht eü xdden in den handel geinragt. De 
Daif akkers en Hdeijen gebruiken bemom des ayonda 
hunne woningen te verticfatou Hij yerspreidt, wd 
is waar, b$ het branden «nen.sterken rook, maar 
zdrert de hidit, veijaagC sdiadelijke dampen en 
geeft eenen niet onaangenamen reuk. Ben groot ge« 
tal boomen leieren harst op , maar inzonderheid de 
qgenl^e Avnmnr-booin (Dammara aifaa). 

Qaret of schilpad» 15 tot 20 Emtütu^ van 4 tot 20 
realen het KaiHe. De schilpadden worden door 
lieden van Simpang op het strand Tan Suo eu dê ma 
en de Kmtimaiasdu eOanden gevangen. 

IJztr^ door de JJayaUurs tot staren vermeed, 
waar?aa meermden. van 60 tot 70 FikA siaw Koêhoé 
en Pcmiianak wwden ui^voerd» "— Eenig ^aer 
wordt zonder smdting, alleen met den hamer, ge* 
arneed. Tot het smdten Tin melalen gebruikt de 
inlander vooral de boutakolm van Kompas^ en 
j&fawww i -boomen. 

lin in zeer geringe hoeveelheid. 

Goro»-hout 70 tot 80 PikêU Tan de eente en 
tweede soort, tegen 60-120 reülen de Fikel^ bdidve 



264 

Man 8 .U}t .15 ' KoymigJt .(de £afa§^r yan W PikeU) 
slecfat ; .^aro^hout Van 10 tot: 2& isealda het PÜke/. 

4 

Ik züg in eeoe enkels schuit 8 KajiaiAgM te gel^k tct- 
iroeren* Het wordt naar Poniianak eh Singapore 
gebragt. . .. i 

iki^hout. leen dookjerrood hoiDt^ in kleur oi voor- 
komen aan het Brazilienhout eenigennate gelijk ^ in 
grooten voorrt^, Tan 1 tot 8 61. óelPikaij Men 
Tériioopt dikwijls yan 400 tot 600 Pikeb. 
, KiMit^Lawang y een wdkiekend^ faoofDsohórs, 

Seraja^hoai^ takk^svan aaeker&:slingei!plaat, en 
V 1 .< -'. ^^TrmikéÊunPfWortÜ yan eén heester^ wdke aUe drie 
d& geneesmidddea gebruikt iüirocden. . 

Min/ah-Kawcmg ^ eene aoort Tan boter,, die in 
groote hoereelheid' ddor de Dayakf^ar» uit de Tmch- 
ten van den Kowang^boom bereid en naar PanHa' 
nak èa andere plaatsen veridoadèn wordt lij wordt 
bij de spgzen en in de plaats T&n olie in de lampen 
g^ruikl. Z>\j kan jaren liang bewaard worden , wórdt 
gewoonlijk in . bamioes^net gegoten en heeft een 
zindelijk foorkoraen ak ligte zwarel in pijpen. 

MtucaatnoÈm. Bijna . oVeral op de West'- en Noord-< 
westkust Tan £ont«o {[roeit de wilde Ifotenmuscaat* 
boom (eene aoort.Tan Mgrièiiea^... Beszelfs Trachten 
zi}n langwerpig rénd» scherp T&n smaak, ' en gdij- 
ken Teel óp de: zoogenlBian^le jaiaiiaetjésnoten Tan 
Sanda^ welke echter eene Ttüge geelharige buiten-' 
schil hebben. Die hier groegén hebben daarentq^en 
de buitenste schil en de foelie pen als de echte soort 
Tan Bandoêche noten, doch de bladeren, de bast 
en het hout zyn Terschillend. 

&Ae^#-. en timnkerhoui, wordt ia menigte ge« 



265 



Tondea , maar bet vervoer iiaar de rivieren is modjd 
lijk. MeD houdt hier het Morhauuh ea GladaiurhaaX 
voor het duuraaaiDste tot het boaven van achepen. 

Suiker uii het gewone asiker-rf é# en uit /Ns/mtfft« 
In hét dorp Meliau maken de xoogenaamde Orang^ 
Boegit eenige suiker uit suikerriet. Ook. maken ^ 
Da^akkers suiker uit sommige pahneUt ^ock dei^ve 

is zeer ivrart en onauiier. 

•• • •» . 

Deze onderscheidene voortbrengsden van den bo* 
dem van SimpaiHg worden met ei^iiene vfiartti%en 
oaar Koehoe j Póniianak^ Aumw^ PjHembang en 
Singapore iii%eyóerd en ook door . de Gbin^Bcbe 
Jonken zeer gezocht^ vooral het fgne hindriet, wtor-. 
van hier tog mtX geqitroken is, dat. M^itari Ségah 
genoemd en tot binden gebruikt wordt. . .De IflO 
hoBsen, van 60 stdks het bos, worden voor 7 tot 8 
realen verkocht. Het riet van Simfang en Maian 
wordt hooger geacht , dan dat van JBanfermaeeing^ 
Het is zéér fijn , met eenen harden en glanz%ea bast, 
die efien en glad is. In de bovenlanden vindt men 
ook veel JRatitm Smamboe ot SpasDsck. mt^ .dat 
in de lage streken, zeldzaam voorkomt.^ Wanneer 
de inlander • op b^ snijden -van jRoiiem.ea vooral van 
JWfomioe-riet uitgaat, voorden daarbij alt^ eenige 
bijgeloovige gebruiken in acht genomen. Hij bouwt 
op- de plaats, waar aek het riet beüindt». eene hut 
en luistert hierop oplettend naar dai geestvan het riet, 
den zoogenoemden J9o;6o€m AtAoe^ die des «vonds en 
des morgens op een' doffen toon La kloemr- La beiom 
roepU Als de jémioe of de geest deze toonen laqg 
uitgerekt Laah-ieUim laat hooren, is er hoop op 
goed riet en vangt de inlander aan te sneden; maar 



266 



200 hij kort op eUcander Liirèëiöm roept, zofekt hij 
eene andere pbats op* Hel is met onwaanchijnlijk , 
dat de TenehddeDfaeid Tan toon van dit gdaid Tan 
de meerdere of mindere rypheid Tan bet Roitan 
afhangt, hetwdk door de moi^gen* en aTondlucht be- 
wogen wordt. 

Men Tindt ook goud en edelgesteenten in dit land, 
doch 1^ zich op geene geredde bewerking Tan 
mijnen toe» fletgeen er scHna Tan Tooikomt wordt 
louter bij toeral door de Da^kJurs gcTonden. 

In de' binnenhnden houden zich Orang-^eiatu 
wilde stieren,' rhinoberosien , tijgeriuitten , kleine 
zwarte beeren, wilde zwanen en herten op, wdkc 
beide laatste soorten Tan diereyi - ook Teel aan bet 
atrand worden aangetroffen. 

Onder de Togds merkt men Jïifio*#»Tqgds en Ter» 
echeidene soorten Tan Talken en gieren q>, alsmede 
snippen aan bet aCrand, waar zich eene kleine socMt 
Tan dezelTe, Pufum geheeten, in grAote zwermen 
ophoudt* Men Tindt aldaar ook eenige TOgds» die 
een' ztoér aangcnamen wildzang laten bnoren. 

Tamme dieren, dsJmebeesten, schapen, geiten, 
en hoendeiB zgn schaars: doofa Tio^ger Tond men al- 
daar Tèel ruhdTee, hetwelk zich intussohen ia de 
boasohén beeft Tentrooid en Tcrwflderd is. 

Veor inkadsoh gebruik komen hoofiizakatijk alle 
aoorten Tan: Ueedjes ia aamneiku^. Voor hroéken 
geeft men de Tooikeur aan bo^ginesche stof, en ook 
de kleedjes Tan daar zgn zeer gezocht. Europesdie 
fiutsenmet groote bloemen dienen Toor kamizolen 
{haaii/êi) , hoTenkleederen (vooral ludmyen) en bed- 
den Tan Towname personen: wit linnen of katoenen 



267 



alof dient tot baaitjes : gemeene katoeogoedereo met 
kleme bloempjes -wordea door de mindere Uagse ge- 
dragen. De inYoer bestaat f oorts ia : 

cbinesche zyden «toffsn voor bebangsdb, bedgor- 
dijnen en hoofdkuasens van aanzienlijke personen; 

huisraad en taftleereedsohappen Tan koper: 

grof chineesdi porcelem; 

rood morris tot kleeding der manoelpke Dayak^ 
i«r#, en zwart tot die der Trouwen; 

zout, Tan 40 tot 50 Koyangt (Tan 6000 fi), het- 
wdk gewoonlijk Tan Siam en Trinkamo adngeTperd 
en t^gen ƒ 1^ of / 2 de halTe Ptkü of 8 Ganiamgê 
Terkocht werd. Tq^woordig echter moet al het 
sout Tan Java worden iogeroerd ; 

lijst, 60 tot 70 Kojfonff^f die echter alleen in 
jaren, wanneer de oegat minder Toordedig is, noo^ 
digzijn; 

Qpmm , naaawd^ eene kist ; 

jaTaanacbe tabak, 8 A 9000 Ka$iieê (bet Kaiiie niet 
Tolkomen 1| S) , of 400 tot 450 KrasyMgs; 

^ad^orakn, eenige FikêUy beoerens ged koper- 
draad en yzeren timineniuuwgereedschappen* 

H» rdkent hier met realen^ en de reilal geldt 
twee Bopjjen of gulden^. De inlanders nemen eob- 
Ier slechts weinige soorten Tan A(^jen aan, diaar 
lij meer met den niflhandel» dan met baar gdd be- 
kend zijn. Spaansdhe Vatten ea hoüandsobe dub» 
hdtjes z\jn het meest gezocht. 

De maten en jgewigten zyn Tadems en Ka$^iê9, 
Vijf Toeten maken eoi' Tadem, en men beidb^t 
de lijnwaden en endere stoffen naar vadems en halv^ 
Tadons, somwijlen ook naar Aaa/a# of ellebogen 



268 



lengte. De Kaiiie en Pikel komen roet die op Jatm 
overeen : 40 PikeU maken hier een Km/ang. 

De inkomsten van den Vorst bestaan in : 

!• eenige voordeelen ?an den handde in de plaats 
Tan tollen , van de aankomende sdiqpen van Biouw 
en Lingen^ eigenlek B&meo, Somhoê^ PanUanak^ 
Koeboe j Kottariengien en Éanjertnoêêing ^ alsmede 
van een of twee vaarto^en van Java; 

2. eenige winst van eigen handd door den Yorst 
^dreven; 

8. kleine belastingen der GUnescn ; 

4. aanded en inkomsten van rndiaansohe vogel- 
nestjes; 

6. willekeurige geldboeten ; 

6. eene geringe hoevedhojd goud en diamanten , 
éoor de Daijakherê gevonden en aan den Yorst 
verhandeld ; 

7. heerendiensten ea rijst van de Daif akkers^ 
van welke ieder volwassen man jaaiüjks ruim een 
Pikel moet leveren. 

Een ^^ededte van deze DaijaUur» staat bijna op 
denzeUBlen trap van beschaving , als de zoogenaamde 
Anak iSoengie of Maleische boeren In andere str^en. 
Zy vervaard%en Praauwen, van 2' tot 4 Koytmgè 
groot, en wij ziigen hen met deze vaartu%en van de 
Meniawto tot aan den mond van de Simpany een%e 
mijlen ver over zee varen. Dezelve worden zonder 
ijzeren spijkers van Gladav^ en MarhauwAioat ge« 
bouwd en voor 80 of 40 reiden veiiocfat. 

Vele Day akkers, welke ik hier ontmoette, droegen 
doeken om het hoofd ; andere baaitjes en korte broe- 
ken , en bgna allen hadden eenige stokjes lijnwaad 



269 



of katoen tot kleeding. Zij boden ons Bezdar, sttik-' 
ken bergkristal en eenige stukjes wit manner te 
koop aan, en toen wij eenige kleinigheden hadden 
gekocht 9 wilden zij ons ten laatste boonen Toor Be* 
zoar, en keisteentjes ¥oor diamanten Terkoopen. 

Hunne wapenen bestonden uit een oraal houten 
schild, een blaasroer, een' koker met vergiftigde 
pijlen en een' Klewang of kapmes, ^j hadden te* 
yens bene mat^ om op te slapen , eenige potten , om 
in te koken, en een' reiszjftk, waasin de volgende voor» 
werpen waren: een driehoekige ijzeren viBchhaak, vuur- 
sLag , steen en tondeldoos, een Amulet*zakje {Djitmat) 
met tanden van menschen en wilde dieren beneven» 
andere beuzeiingen, dat hen, nanr hunne meening, 
onkwetsbaar maakt. Zij hadden vele matten <rf stof- 
fen uit boombast vervaardigd bij zich , die hun des 
nachts tot kleeding en deksel dienden^ 

Zij waren sterk en welgevormd van ligchaam , maar 
hadden vedal eene schubachtige en schurfUge huid. 
Zij zijn niet wreed van aard en het afinijden der 
hooMen of zoogenaamde koppensnellen , waaraan zij 
zich overgeven , moet eerder als eene soort van on-* 
a%dt)roken oorlog, waarin zij met andere stammen 
leven , dan als een bewijs van bloeddorstigheid be- 
sdbtouwd wórden, ofichoon daardoor eindelijk het 
vei^eten van bloed zel6 aan het zachtaardigste schep» 
sel tot gewoonte moet worden. Het is echter ten 
eenenmale onwaar , dat zij , zoo als men dikwijls 
heeft verhaald , om te kuünen trouwen , vooraf den 
schedel van een' vijand aan hunne bruid moeten 
aanbieden. Hoe zou het mogelijk wezen , dat er nog 
een enkele Zfayakker leefiie, indien ieder, die lust 



270 



had om te trouwea , een it%esnedea hooid aaa zijne 
aanstaande ttouw leFeren moest? 

De yeelwiJTerij is onder hen onbdcend. Zij worden 
door bunne eigene Hoofden geregeerd, die echter 
onder de Vorsten ^an Simpang staan* Wanneer 
aij zich bijzonder onderscheiden hebben , worden zij 
tot Singah Ferheren , waarbij dan nog een bijnaam 
of praedieaat geroq^d wordt , b. v. Singah^Matjan 
{Skigah de tyger) , Singmk^Maijan moeda {Smguh 
de jonge tijger), Singnl^Mm^'am ioetea (JSngak 
de oude tyger) enz. Hj zijn arbcsdzaam en gedol- 
de onder het juk der Mal^isehe Torsten, die hen 
maar al te* zeer met zwaar werk overbden» 

. Het getal der inwoners is, ia Terhouding tot de 
grootte Ywi het land , zeer gering* Slechts weinige 
{riaatsen buiten het land der Da^'akhen zijn b^ 
woond. In het laioui Simpangj by vooi)ieèld, zxjn: 

«9 r 850 tot 38D Maleijera, 
J IPI 30 i> 40 Boeginezen, 

V s"\ ^ ^^ ^ Arabieren, 

'^ fis I 80 » 00 Treemde staten, 

.3 [25 » 30 Chinezen, 

250 D 800 Jnak Soengiêj hier ook J9ae- 

gitjÊ of Malettche boeren ge- 
noemd , in de rijstvelden Ixh 
rea en beneden Simpafig. 
60 n 60 in het dorp M^Uam aan bet 

riiiertje van denzelfdte naam , 
100 .» 120 rondzwervende rooiers > 
3000 » 8600 



/ 



of 3d89 tot igtO" weerbare mannen, of te sa- 
men Tan 16 tot 18000 zielen* 



' ^ 



271 



Be Daif akkers "Wónoï deds verstrooid, deds tan 
40 tot 60 huisgeziiinea bij elkander , in groote langu 
werpige buizen. Zij bliJTeii niet altijd bepadd op 
dezelfile plaats wanen , maar trekken alle vier of acht 
jaren yan de eene kleine rivier of berg naar de an- 
dere, zoodat de naam der dorpen dikwijls afwisselt. 

De voornaamste plaatsen en stammen der hier aan-* 
wezige Dayakkerê zijn de volgende : 

KemhraSf Bayafy Kwalan^Oedik j KwmUm^Jler^ 
Mariêe^ Kaerae'^maitUoki B^nthamff^ Kakap^ JSan^ 
jaavj Samandanf^kanan^ Samandang'-kiriê. 

Vaste wetten en een geregeld bestonr béstaüi in 
dit land nog niet De Vorst, somwijlen ondersteand 
dooF twee zijner broeders, Pangerun hipatii en 
Aifcw, ''bestuurt het land overeenkomstig zekere oude 
gebruiken ; maar de willekeor van den Vorst ea de 
Hoofden gddt in het algemeen als wet« 

De Pcmgeran vaktm staat aan het hoofd der za<- 
ken van de geringere volksklasse in de plaats Sim^ 
pang. Die moeds genoeg heeft om zulks te wagen , 
beroept juch van zijne uitspraak op den Vorst zelven. 
Pangeran asok is met de uitvoering van *8 Vor* 
sten bevel^ op verder afgelegene plaatsen onder de 
Da£f akkers bdast en over de inkomsten ges|£ld« On* 
der hem staat de Saiandhaar of ontvanger eU' sehal* 
meester. Over lieden van aanzien qpredit de Vorst 
zdfr^. 

In buitengewone gevallen , zoo als bij bet verkla* 
ren van oorlog en sluiten van vvede, roejpt de Vorsf 
de voornaamste Hoofden te zamen, draagt hun voor, 
wat door hem met de beide bovengenoemde dPan- 
gerane is besloten, en verlangt hierqp de meening 



'/>' 



C u 



^. f. 



272 



der Hoófileh en aanziénUjkeot te yersfaan en hunne 
goedkeuring te ontvangen. Deze zijn gebonden hem 
met raad, ?ennogen en persoonlijke hulp bij te staan, 

. e?en als yro^r in Europa de vasallen bunnen Leenheer^ 
Het Yoratendom Simpang was een Leen van den 
Sulian van Matan^ die tevens Yorst is van Sueca* 
dana. £riBaiB lata. , dertiende Yorst Tan Maian in 
nederdalende linie , had twee zonen. De oudste 
BHDEA latjAl. wcfd Sultau , en de jongste, Pwige^ 

^ran GooBonu itiiiqhat werd Raioe of Rijksbestuurder 
yan Maian. Het stukje land, wai^ tegenwoordig 
de hoofdplaats Simpang ligt en toenmaals dechts 
eenige. weinige huizen standen, werd hem ab appa- 
nage toegewezen* Nabij het dorp of kwartier «Smh 
rit , hetwdk nu een gedeelte van de plaats Simpang 
mtmaakt , aan de rivier Muian , die op een kwartier 
uurs a&tand in de Simpang valt, stond voorheen 
de oude N^rij < Maian , naar wdke de Yorsten van 
Saecadana in later tgd den naam ran Sulian van 
Maian hebben aangenomen. 

. Toen Radfah jx» van Rióuiü met dé O. I. Gom* 
pagnie' oorlog voerde' en van Aiouw naar Mampanwa 
eik van daar naar Saeeadana ilugtte^ werd hij ook 
daar aangevallen en verjaagd , en bij dié gelegenheid 
werd ook. d^iSift/tofi van Maian^ die zich toevaUig 
te Sueeoidana bevond, in dien oorlog gewikkeld. 
Sultan KTDAA LATA veHiet Suceadana en vlood naar 
zijne residentie Maian;, maar ook hier geene rust of 
genoegen vindende trOk hij naar Gayong^ hetwelk ae- 
dert dien 'tijd dé hoofdplaats van Maian werd. 

Het Rijksbestuur oier Maian bleef toen in handen 
van Pangiran Raioê juJêosêul EruraaAT en nam ge- 



273 



óurig in aanzien toe, daar alleen de Groeten met 
een gedeelte van het Yolk den Sulian naar Gayong 
▼olgden ) terwijl kasokk^ imiORAT de overige inwo- 
ners van Maian naar Simpang lokte , waardoor de 
oude Hoofdplaats Yan lieverlede ontvolkt werd en 
eindelijk geheel te niet ging. Tegenwoordig zijn 
slechts eenige hutten » door rijstvelden omringd , op de 
grondslagen van de oude Hoo£dplaats Maian te vinden, 

Kasosma nutgrat bleef hy voortduring Rijksbestuur- 
der en steeg zoodanig in magt en aanzien , dat de 
Sultan het niet waagde om iets tegen hem en zijn 
landje Simpang te ondernemen , hetwelk de Kijks- 
bestuurder langzamerhand als zijn eigendom begon 
aan te zien en ook tot aan zy n' dood beheerschte , 
die in het jaar 1814 volgde. Hij moet zeer oud ge- 
worden zijn en ligt achter de vorstelijke woning 
(Dalm) van Simpang begraven, waar zijn dank- 
bare zoon soKEiA. imroRAT hem een gedenkteeken heeft 
opgerigt en nog dikwijls zijn graf met bloemen be- 
strooit. Ook de hoogbejaarde inwoners, wdke onder 
zijne regering geleefd hebben, bezoeken dikwijls 
die gra&tede en versieren haar met bloemen en witte 
marmersteenen. 

De tegenwoordig r^rende Vorst is in het jaar 
17^4 te Simpang geboren. flSj is de oudste zoon van 
KASOBKA vncGAAT. Zijuo moedor was Raioé boeitoah , 
eene halve zuster van sin>aA lata; beiden kinderen 
van Gisais lata , Sultan van Matan. ' Bij het leven 
van zijnen vader voerde hij den titel van Pangeran 
KKATOK. Hij was eerst getrouwd met Ratoe sakik, 
zuster van den Sultan van Matan , h^homkd djava- 
LomDiH, die in 1812 overleed. Met dezen zijnen 

18 






274 



zwager deed hi) in 1814 eene reÏB naar Tayan^ waar 
Üieiden in' het huwelijk traden , Pmtgeran^ kbamr 
met Raden ovrtir katah, zuster Tan oobstib aahp 
(sedert 1828 Pangeran Ratoe ran Tayan) : de &tl- 
tan met hjax haas, eene dochter van abaitg aui. 
Na hunne terugkomst tan.TViy an in 1815 , toen ka- 
soxKA TüjjHSÊjkt gpestorven was, yerhief de SuÜanuAxx^ 
MBB DJAXAiiOEDiF den Pangeron KaATOK, wien hy 
den troon van Matan verschuldigd was , nit dank- 
baaiiieid , tot Rijksbestuurder van Matan en tot Po- 
noembakan Tan Simpang^ onder den naam van soiaid 
xniaEAT» Het land Simpang bleef echt^ èen Leen 
van. Matan. 

Deze Panaewihahan heeft bij zijne twee Trouwen 
en andere favoriten Teèrtig kinderen verwekt , laii 
welke nog acht m Ieren zijn , te weten : 

1. Raden halaü, gehuwd met Jlfoa# abdi, doch- 
ter van aBLAH, den zoon ran Radem galap» 
het Opperhoofd der rooTers Tan Karimata. 

2. Raden kob»av» 

3. Goeetie VABiirA. 

4. Goeetie ABEÖnr. 

5. Goeetie asnöbh. 

6. Goeetie ha&ipat. 
7« Goeetie moftxsnxA. 

8. Oetin iakait, eene doditer. 

De Panoemhahan j zoowél als de Sultae^ van Jtftf- 
tan^ worden door hunne onderdanen Enkeej in plaats 
van Toeankoe genoemd. De wettige Trouw uit tot- 
stdijk bloed draagt den naam Tan Ratoe. Buiten 
deze kan hij nog n^n bijwijven houden* De so- 
nen bij de wettige vrouw verwdct heeien ia de 



275 



eerste jareo Oeiie, en ia het Yijfde en zesde jaar 
GcêêtU. Op hun yeertiende jaar bekomen zij den 
rang van Raden ^ en op hun twintigste dien van Pan^ 
gtran. De titel der zonen van bijwijven is yan dei^ 
wil des Vorsten afhankelijk: echter kan hun, wan- 
neer zij grooter worden, de rang Tan Raden niet 
worden ontzq^d. De dochters eener wettige vrouw 
worden OeUn , en somwijlen slechts Poeirie (prinses) 
gdeeten. Wanneer zij in het huwelijk treden, wor^ 
den u| tot. Radmgê en Pangeran$ verheven, of 
wanneer zi| met een' rqg;erenden Yonst verbonden 
worden, tot Raioes. De dochters van bij wij ven wor- 
den gewoonlijk, naar gelang van den rang der moe» 
der verbeven, doch dragen niet den titd van 0«^fii, 
maar alleen van Njai of üf aa#« 

De PoÊwemBahan beeft versdieidene broeders en 
halve broeders» Zijne broeders zijn de PoÊigeran 
mvATm, de geleerde en wijze van Simpang , en de 
PtMgermn jjioh, die den naam van den spaarza- 
men ep hnishoadelijken beeft. 

De tegenwoordige.. vroaw van d^ PanoÊmbahan 
is niet jong meer, maar bij weet zich daarvoor scha- 
deloos te stellen bij verscheidene jonge jEsivoriten. Ik 
zag deze Bimuê Kitjil (kleine vrouwein) zeer gemeen- 
zaam met de vrouw vm den Panoêmhahan en die 
des SuUanê^ welke een bezoek te Simpang aflegde, 
omgann , en de beide Rmiosê schenen niet veel over 
de andere te zeggen te hebben: iets, hetwelk men 
op Java niet bemerken zal , waar in dit opzigt stren- 
gere gebruiken bestaan. * 

De Panoembahan onderhoudt in zijn Dalm (zooge* 
noemd paleis) ongeveer SOof 60 personen, zqne bedien- 

18^ 



27e 



den daaronder b^gprepen: ook wordt hij door zijne niet 
rijke broeders en andere leden zijner fiunilie zeer lastig 
geyallen. Hij is een man Tan een goed voorkomen , 
gezet van ligcbaam en vriendelijk van wezen. 2^jn 
aangezigt is vol en breed » en zijne overal rondspie- 
dende oogen verraden eene booge mate van door- 
slepenheid ; docb de witte baard , die, zijne kin be- 
kleedt , geeft hem het aanzien en den naam van 
een' schranderen grijsaard. Zijne houding past bij 
zijne waardigheid. Hij is beleefd en vowkomend, 
en ik vond in hem een' waardigen leerling van ka»- 
8» den verstandige. Sultan van Poniianak^ wiens 
vriend hij was , en van wien hij fiuropesche zeden ^en 
gebruiken en te gelijk die achtibare en vorstelijke 
houding en manieren heeft aangenomen , die men bij 
andere Vorsten op deze kust in lang niet zoo aantreft. 
Zijne kleeding , gedeeltdijk naar Bo^nesche , ten 
deele naar Arabische wijze , is eenvoudig , maar staat 
hem bijzonder goed. Hij draagt een kort chitsen 
kamizool of Baaitje met wijde mouwen , een' gorddi 
van. Chinesche zijde, en somtijds een' Boegineschen 
Sarong (even als een' vrouwenrdL , die zameDgq>looid 
boven de heupen wordt omgerold om vast te blijven 
zitten): daarbij eene korte broek van wit linnen 
of van gestreqpte Bo^nesche stof. De voeten zijn 
ongeschoeid , de haren kaal geschoren , en het hocrfd 
is met een mutqe , naar Bo^neschen trant van riet 
gevlochten, bedekt. Wanneer hi| naar de Moskee 
gaat, heeft hij doorgaans pantoffeb aan en is als- 
dan op de Arabische wijze met een' lang kleed of 
mantel van groene of blaauwe stof gekleed. Nooit 
heb ik hem een' kris of ddk zien dragen. Zyne 



277 



kinderen waren niet , rijk , maar zindelijk , gekleed. 
Het scheen, dat bij bijzonder yeel opbad met zij- 
nen jongsten zoon en zijne docbter , een meisje Tan 
veertien jaren. Zij badden beiden zware gouden 
ringen om de armen en beenen, en eenige goud- 
platen met diamanten bezet om den bals bangen. Zij 
drogen zeer fijne kleedjes en met goud doorwerkte 
Sarongê , welke laatste van Palembang worden aan- 
gebragt. 

De vrouwen badden een' Sarong aan, die over de 
borst te zamen was gewonden , en bedditen zich 
met een' anderen Sarong , dien zij over bet hoofd 
hingen en onder den linkerarm vasthielden. Som- 
wijlen bedekten zij den boezem met een ligt ro- 
zenkleurig floers^ of eene soort van gaas, onder 
hetwdk zij dan het kleedje vastgordden , terwijl een 
andere Sarong of doek haar over de schouders hing 
en de borst gedeeltelijk bedekte. Slechts weinige 
zag men er , die eene soort van overkleed of kabaai 
(die even als onze huisjaponnen» maar zonder wat- 
ten, gemaakt zijn) aanhadden. 

De gemeene man draagt een' doek om het hoofd 
en eene korte wijde broek van digte stof, die door 
de Dayakkerê en gedeeltelijk door hem zelven ver- 
vaardigd wordt. Buitendien is een grove Sarong en 
een groote hoed, van riet gevlochten, zijne eenige 
besdiutting tegen wind en weder. De meer gegoe- 
den hebben doeken om het hoofd en broeken aan 
van fijnere stof , die uit Java en Celebes ingevoeTd 
wordt , eai' Sarong om de lendenen , en een baaitje 
met w^de mouwen van chits of meestal van wit 
linnen, hetwelk, niet gewasschen wordende, spoe- 



278 



dig aUe de kleureo van den regenhoog krijgt endan 
aan de bedienden toevalt , die daarmede pronken, 
wanneer zij hunne heeren bij de thee opwachten* 

Wat het karakter van dit volk betreft, hierover 
wil ik vooreerst liever stilzwijgfen. In alle trddcen 
fvisnwel stnialt eene sdLere hebzudit door, waartoe 
hunne vroegere fevenswijze en de langdurige oni*> 
gang met de zeeroovers wd veel zal hebben bij*- 
gedragen. 

Simpang is de HoofilplaatB van h^ Vorstendom van 
dien naam. Het bestaat uit onderscheidene Kom^ 
ponffê of wijken te weten : 

lan de riviereii ( Kunpong BUtang onder het Hoofd Enijt ahat. 



Simpang 
Sidiau. 



Aan de mie- 
mi ouüoH en 
Maian. 

Aan de rivieT 
Simpang. 



Mayang 

Briai 

Radfak 

JMm 

Kawm 

Sampit 

Bougie 

Saurü 

Bat^êr 

China 



Kiai 80ÜTB noAiA. 
Raden Tmi,. 
Baden mMmèamm* 
PangeroM svaio. 
Katip BAUDI. 

Kiai flÖXBB PATB. 

Padoe EUAB. 
Kiai soEBUua. 
£n^e LUi. 
Kaiip LorGOS. 



Het terrein , waarop deze Kampangs staan , vn>rdt 
somtijds door de rivier overstroomd en is moerass^, 
met uitzondering van het kwartier der Chinezen, 
welke ook hier, even als dders, het hoogst* gdegene 
stuk land hebben uitgezocht. Zij hebben moestuinen 
aangel^d en het veld in den geheelen omtrek be- 
bouwd, Be grond bestaat uit leem met zand ver- 
mengd. Het getal der Cliinezen is echter zeer gering. 
Nogthans bdiben zij een' Kapitein, een Kang$U 
(omtrent zooved ab Stadhuis) , met altaren er in , 



279 



wianoor ^kaarsen fafaadeuy tsi vaar zij» voor de md 
offuf^vea beddcte tafek, o?er koop ea verkoop yan de 
hier ter markt komende artikelen handelen , welke de 
seoroorera aan de ongelukkigen» die door hen omgebragt 
of^ala alayen weggevoerd zijn, ontnomen hebben. 
Ik T(H]d hier ook den met bloed bcspatten hoed van 
den Termoorden Kapitein van den Kotter Hétmina. 

De inwoners van Simpang zijn arm en bestaan ge- 
dedtel^k door het bouwen van een^ rijst, deels 
odk van den handel en de knevelarijen der Davjah' 
kerê , of van zeerooyerij en het verkoopen der buit- 
gemaakte goederen. 

. Aeno^gzaam voor iede^ huk der aanzienlijkste in- 
woners zagen wij eene of meerdere gerooMe Praau- 
wen liggen i en voor de woning of Daim van den 
Fmnoembakan onder anderen ook een groote lyoenia 
van Baiaviay welke soort van vaartuigen omtrent 
16^20» lasten voeren ken. 

De Dalmy of het zoqgenoemde paleis van den Yórst,. 
dat eehter met geen Europeesch kon veigeleken wor- 
den, staat op de landtong, . wdke door de rivieren 
Sidiau en Maian gevormd wordt. Het is zeer eenvou- 
dig , maar stevig en ruim gebouwd^ en Tust op zware 
palen van KyoB Belian^ eene soort van ^rfaout Het 
grootste sieraad van hetzelve is de omheining , die 
aan elke zijde 200 voeten in het vieikant lang is en 
den Dalm insluit. Zij is insgelijks van sterk ijzers- 
hout, dat wd tegen een zesponder bestand is, ea 
ongeveer 20 tot 24 voeten hoog. Meermalen was zij 
voor den Panoemhahan van groot nut , wanneer hij 
achter dezelve veiligheid vond , als roovers uit andere 
landen op deze kust kwamen en onverwacht met 



280 



groote eo sterk bemande ▼aartu^en de rivier opvoe- 
ren. Want naardien hij tot de zeeroovers in zékere 
' verlHndtenis stond, kon hij niet wel verhinderen, 
é^t zij te Simpang kwamen , hetzij om de geroofde 
goederen te verkoopen, of om zich van levensmid- 
delen te voorzien. Om nu te beletten , dat er op 
eens al te vele menschen in den Dalni komen en 
hem onverhoeds overvallen, heeft hij buiten, maar 
digt bij denzdven een afeonderlijk huis laten bou- 
wen , waarin hij openlijk gehoor verleent , regt 
spreekt, vreemdelingen ontvangt en dooi^gaans den 
avond doorbrengt. 

Nabij den Daim staat de Moskee, welke, gedu- 
rende ons verblijf te Simpang , door dai Panoem^ 
hahan en zijne voornaamste Hoofden op de gewone 
biduren trouw bezocht werd. De Dalm , zoo wd 
als het bedehuis der r^tgeloovigen , is in het jaar 
1816 door de ongdoovige Daijakkerê gebouwd, en 
menig varken met gezoute rijst is, gedurende den 
opbouw, in het heiligdom verteerd, waarin sedert 
de ijverige volgeling van den profeet, sobria im- 
oiukT, en zijn vroome Iman djbskul hun gebed ver- 
rigtten en den Schepper dankten , wanneer de roovers 
met een' rijken buit uit zee terugkeerden. 

Dit tafered moge ongunstig schijnen, het is niet* 
temin overeenkomstig met de waarheid. Evenwd 
heeft zich voor het vervolg een gunstiger uitzigt ge» 
opend en mag men op eene betere toduunst hopen i). 



1) Die betere toekmnst toot de beToUüiig kin , vülgaiê ome oveilnigiiig, 
alleen durdoor Tenekeid worden , dat wg en ons geag daar te lande «Kt 
Jincht handhaven , en het Tolhaondenigt y vooral van het aankoaend ge- 
•kcht, ernstig ter harte nement Wj bedoelen hiermede geennintdel»- 



281 



Teo gefdge van het verdrag met den Suüon fan 
Maian en den Panoembahan yvaSimpang gesloten, 
werd Simpang den 28«^ Ifovemfaa^ 1822 als onal^ 
liankdijk van Maian eilcend, en ontmg de Pa^ 
noembahan het Yoratendoni Simpang als eea Leen 
onder de beschenning der Nederlandsche regering. 
Moge de tijd alle de zoi^gen en opofferingen vergel- 
den, /welke deze zich tot beteugeling der zeeroo- 
ferij heeft getroost, ten einde de veiligbeid en den 
bloei des koophandek van Java en den gdieelen irt- 
disehen Archipel te Terzékeren en rust en Trede 
onder de door de zeerooTerij gdieel Terwilderde be» 
woners van Bametfê Westkust te herstellen I Tot het 
Tcrwezenlijken ?an deze wenschen en yer wachtingen, 
geloof ik , dat eene bijzondere oplettendheid op de 
plaats Simpang zeer nuttig en bevorderlyk zou we- 



▼oering eener Eniopesche beacfaaTing , waarvoor dese bevolkiiig in geenen 
deele lijp is en die wg betwijfelen dat haar bjaonder heil loii 
aanbrengen ; maar eene aoodanige befchanng , die toot baar berekend ia 
en haren toeetand op den dnnr aoa kannen Terbeteren. Er is reeds een 
gewigtige stap tot Tooroitgang in de zedelgke verbetering der inboorlin- 
gen gedaan door de vestiging van het Nederlandsch geag op dese met 
bloed doorweekte kost. Hierdoor is eindel^ paal en perk gesteld aan 
de xeeroovei^ en de moordtooneelen , tot welke ig aanleiding gaf. Hier- 
door ign tevens de Haleische overheerschen , nit ontsag voor ons Be- 
staar , a/geschiikt vin de wreede mishandelingen , waarmede ig de ramp- 
lalige oorspronkelgke bewoners van bet binnenland veidrnkten. W$ 
bcaehoowen dan ook de vestiging en uitbreiding van ons geag» no hier, 
als elders in den Indisehen Irchipel , als eene der grootste weldaden voor 
de inlandsdie bevolking, terwjl zg , die, oit eene kwalgk begrepene 
lacht tot beniniging, in dit opngt achtetoitgang wenschen en ons ge- 
mg alleen tot die gewesten, welke ons dadelijk voordeel opleveren, 
willen bepeikt hebben , eene iware veiantwoordel^kheid Jegens de Neusch- 
heid, vooval ook oit een sedelgk oogpunt, op lich hden. 

Dê iUdacHê, 



281 



len. Hwt detebe Ter ^eaoaeg ihat ^ ceb. venv^ydml 
18» sou een ' post Van eeo' 8e^}Mit niet ea kleio aali- 
tal inUndtche aoldatea op de HooldpiaatB voldoende 
Ktjn. Een ambtenaar met den rang Tan Tireeden 
Adsutent kan fooireent de aad^t8?ÓT%tfngen «wder 
moeite mraaniemen. Eene halve Duitsohe mijl Tan 
den mond der rir^ SémpoÊ^, aan het iiviert|e en 
de Kamfong MêUau^ 'kan een nuUtmre post zmt- 
^ zifn , dewijl de Pünom/hhahan aldaar rooven 
onderiibadt; of ten miiiste doldt Bditer souden 
de kosten van dertig man» vrtelke men tot mik 
eeoe bezetting ivood% 'heeft » >te hoog leopen/e& 
voor eèn^ klebien onderstlo^ van a0\tot 26 gul- 
den ^ maank cou v^ een dér bioedetv van dea 
PtvMemht^an te Mdiau vülèn wonen, vraardoor 
hetceUde doelj met minder kosten, zon bereikt vroi^ 
den >)• Ook de mond der rivier Mendauw verdient 
in het vervolg van tijd eene meerdere opmerkzaam- 
heid ; maar in de eerstvolgende jaren kan de vaart 
op dezelve open blijven. 



^) JiDeie wensch'* •— diu merkt de Kolonel mmn op den rand Tan 
het Handschrift aan, — 4 is tegenwoordig grooiendeels Teimld. Hen 

• hoovt weinig meer fan xeerooTerij* Dezelve is niet soo zeer door het 
1 ofidezhonden eener aanzienlijke flotille Tan kleine Taartnigeny Krai»- 
» booten genaamd > als wel door het aanstellen op de onderscheidene 

• Hoofdplaatsen van Borttêe*s Vestkiut Tan Eoropesche amhtenaien on- 
» deidrokt , onder wier loezigt de Vorsten het niet meer dorren wagen 
1 om met de zeeroorers gemeene zaak te maken , of dezelve althans te 
» beschermen. Een dier Vorsten, Badfah aMSI , die Yoorheen van dit hand» 
9weik leefde, weid door de regering in dienst genomen, kreeg tno- 
atement voor ach zelf en zgne flotille, en droeg dan ook niet wctD% 
a bg on de «Mioovcqj uit te loejjen.** 



V. 



HET aim MATAH. 



■ I 



Het Rgk Méian wa» Vseds aan de eerste Suro^ 
peanen bekend, die Bameo in 1520 bezoèhlen. 
iSiieeadofui , eene der n^MplaatseD vim MaUm^ Jbad 
zidi door haren UodjehdeD koi^phaiyld eone 2ekere 
fèrmaardheid Terworren, e^' tiui daKr'kwam het, 
dat men het tef^woordige Motim onder den naüoÉ 
Tan Sueeadana kende. Het besloeg een gtoot ge* 
dedte Tan BormtfM Westknrt , daar jtot hetEelve bok 
de landen Koeboê^ Mampbuwa^ Simpang^ Lehai, 
Sueeadoma^ dsmede nadertiand de Karimaiaêehe 
eilanden behoorden. 

Deszelfr grenzen waren ten Zuiden en Westen de 
zee; ten Noorden de rivieren Pungoh Olah^lah^ 
de Kapoea9j de beruchte Mendauw en de fabel- 
achtige Lebai; ten Noorden en Noordoosten de hooge 
beigen Tan Menjohrah en Sekadouw; ten Oosten en 
Zuidoosten het grondgebied der vrije Daif akkers ^ als 
ook de Daifakkerê Tan Baryermoêêing en Koiior 
riengien: welke landen te zamen eene grondvlakte 
Tan 1000 D Duitsche mylen bedocgeq. 



284 



Tegenwoordig kan men stdlen , dat Matan slechts 
tusBchen O* 42^ en 2* 33' Zuider-Breedte, en 109* 
52' en 111'' SCK Oostdijke Lengte yan Greemaieh 
ligt. De grenzen zijn ten Noordoosten de bei^gen 
van PaUmgan^ Mahm en Sekadouw; ten Oosten, 
20 Duitsche mijlen landwaarts in , de rrije Daijakr 
kerê , yerder die Daif akkers , wdke de SuUan yan 
Banjermaêêing onder zijne onderdanen rekent ; ten 
Zuidoosten het land yan Koitarimgien ; ten Zuiden 
en Westen de zee. Het neemt t^nwoordig slechts 
eene opperylakte yan 660 yierkante Duitsche mijlen in. 

Tot Maian behooren de ten Westen yan hetzdye 
gelegene Karimatoêcke eilanden ,• wier yermaardheid 
sedert eeuwen alle bewoners yan Jtomeo bekoort. 
Mog yoor 60 jaren waren zij trij sterk beyolkt en 
werden yoor gelukzalige eilandeii gdiouden. Zd6 
in hunnen t^genwoordigen yeryallenen toestand wdi^ 
ken zij nog de begeerlijkheid zoo wd yan inlanders 
ab yreemden op i). 

De yoomaamste riyieren yan Maian zijn : de jSmc- 
eadanaf Melingêan^ Sidoh^ Paêrié^ Tjambort^ 
kan^ BUmdangmnf Poêir China^ Awang^ Bahau^ 



^) De» eilaiiden cyii Tan minder belang wegena deneWer voortbreng 
aelen , dan oit boofde fan denelyer gunstige ligging als stapelplaats 
voor den bandel, die van bier eensdeels op de gebeele Westknst van 
BomêOj «nderdeels voeial op Üsmiio, Sü^fnporê en IfalBoeaaon knanen 
gedreven worden , terwjl de vestiging van een aoodanig BfiMisieinent 
geene noemenswaarde kosten aon vorderen. Koopgoederen , die, wan* 
neer tQ slecbts niet mét a) te bonge r^en worden bexwaaid^ op de 
Wcstknst byaonder getrokken looden woiden, s^n so^jt, gemeens ja- 
vaanscbe tabak en ordinaire witte katoenen , tsrw^l de uitvoer vooral 
in goud» diamanten, ^aer, antimonium, eetbare vogelnesteui nt tiam ri et, 
hootsoorten «n ww aoa bestaan. 



286 



Karbouw en Kaiapan , beide takken Tan de riner 
^t^'^* ^ gewoonlijk Matan genoemd wordt, 
j4fnbangf Segah^ PeSanff^ Siriêy Smgoen^ Tenjar^ 
Gajfang'Laui f Bahoo^ Bmutawal^ Keniawangani 
Pü/nginganf Simbar (olSambar) , MoUe^ Ay^ltam^ 
JéUay. Alle deze riTieren zijn be?aarbaar en stroo- 
men West- en Zuidwaarts in zee. Een gedeelte tan 
dezdre komt uit de hooge bergen, die zich in het 
Noorden en in de binnenlanden Tan Maian aan de 
grenzen van Sekadauw veiiieffen en waarran e&k 
groote tak, dé redu der beigen yan PaUmgan^ zich 
tot aan het strand der Westkust uitstrekt en met 
de beigen Bougii'^Laui , Poengalofiy Pulirangan^ 
Sueeadana , Daioe en MêHngsan etnd%t. 

De gedaante der kust wordt gCTormd door de uit-« 
bodeen Mtlingtang bij Büugi^Laut , Rawang , Jlfo- 
lom, Blohoh Têlaga Totijoe^ Daioe MêHngêan, 
BoM Baeiiêy Tar^ong Pada goenang^ Avan^ Kar^ 
bauw , Brde Boeroe , Simbar en Baetin. 

Het schijnt, dat voorheen een arm der zee tu»- 
schen de rivieren Kapoeae , Melawie en Arut heen- 
liep en een dknd vormde, gelijk reeds in de be- 
sehrijving van Simpang gezegd is, wdks midddpunt 
de hooge bergen van Malun^ Menjohrah^ Mengor 
lai en Lebai waren , uit wdke de. rivieren Sekadauw^ 
MeUauWj Lebai ^ Simpang en Matan (Gayong) ont- 
springen. De meeren in de bovenlanden van ATo/- 
tariengien schenen hiervoor inzonderhdd bewijzen 
op te leveren. Einddyk houdt de keten en het ver- 
band der bergen gebed en al op tusschen Sekadauw 
eaSiniaetg. 
De dampkring wordt hier gematigd door de zee- 



286 



winden » de hooge balgen Tan het binneeland en de 
beweging der lucht » welke 4oor den, stroom. Tan zoo 
▼de riiieren wordt Teroorzaakt* Hij k by zonder 
gunstig voor 'den. watdom Tan atterlei planten en gA 
m0L nadedig Toor de gezondheid der inboorUngen , 
onder welke men een aantal, menseben vindt, die 
eenen boegen ouderdom bereiken.. De afinsselii^ 
der jaaigetijden » de natun^ van den bodem, als ode 
de bebouwing en yoortbrengselea Tan den grond heeft 
Mütan met Simpang gemeen. 

Yeisebeurende dieren worden er weinig getonden. 
De tygeikat en de kleine beer flchi|aBn de eenigsie 
te z\jn, o&choon sominigen beweren, dat fat zich 
in het hooge gdbergte ook tijgers ophouden, hetgem 
^h echter tot nog toe met heeft bewaarheid en ze- 
ker wel opmerking Yerdient, ..daar men deze dieren 
op alle de ondiggende groote eilanden en op, den 
▼asten wal ^an Indie in ▼rij groot aantal aantreft, 
maar niet op Bomeo. 

De meestbdcende dieren zijn: de tggerkat (Ha- 
leisch RimaungK)^ de Indische beer (Braeang)^ ée 
wilde .08 (Baniing) , 4^ rhinooeros {Badak) , de wflde 
buffel {LiuongK) , ▼ersdieidene soorten ▼an herten , 
▼erder het zwijn-hert {Bahie^ou9Mah) AeBlandok^ bet 
dwei^^kje {Kmnijil} , het wflde zwijn {BaHé-oeian)^ 
de Orany'^etan (Majas)^ de Poéngoh, deEnkcu^ de 
Loêtong , de fFauwau , ' eenige soorten Tan apea met 
IffiDge staarten, ook ▼elerlei soorten Tan wilde katten, 
de Miereneter (Haleiseh Noarin of Tingilin) , ste- 
kdvarkens (Maleisch Landak)^ groote ▼ledermuizen 
{Gloeang)j vde slangen, waaronder eene soort, die 
buitengewoon lang en dun is; 



287 



HuiidicBCn vindt mta wanig, en buiten eemge 
wésaiffi koegen, gtkak em honden, Yerdie&cn iq 
▼evder geene f ermetding. 

Yiflschen en zeewier levert de zee laqp de kusten 
in ovendoed op, en in de maanden Auguftua. en. 
September vovdt er aan de monden derjrivieren.eene 
sQort fan viach. gehangen» die ia gedaante.en amaak 
wei oveieeakomst^met onzen za}m beeft. 

Onder bel ongedierte moet. men vooral eene me* 
nigta kkkie kavata: teUen, dié,, even.jals deEzelver 
rapeen, de rijatvdden verwoesten , abmede.ootacftr 
lende, zweraien van gioote miakieten of muggen, wier 
ateek zeer pijnlijk ia en die 2aeb gewooolgk aan de 
monden der rivieren opfiooden. In dOi aangrenzende 
landen bestaat, diensvolgeos een sprediwoovd: }>eioo 
kwaadaardig alside muskieten < van Shnpang en JUj»» 
tan,*" maar eene toespeUng op betzélve wordt door 
de inwoners van laatstgenoemde landen ^ zeer be^ 
leedigettd aangezien^ • ,. 

In de qpdonken der beiigen en rotsen van Matón 
vipdt men de raooiite witte, vogelneitjes van gdbed 
Indie, na die van. eigenlijk Bor$uo; ja door som- 
migen worden, z^ zel& boven die van laatstgenoemd 
land verkozen. Zij worden meestal, door de JJayak- 
kers opgezocht en aan de Pangerane en andere 
Groeten voor een' geringen prijs. a%deverd» die daar- 
van dikwijls niet meer dan 60 tot 60 KatHee (van 
1| S) aan den Sultan oveifpeven. Deze is van mee- 
ning I dat er jaarlijks ruim 5 Pikele van de fijnste 
witte vogdnesten uit zijn Rijk worden uitgesmokkeld 
en er ved meer zou kunnen verzameld worden , in- 
men zidi moeite wilde geven. BsX Kattie van 



288 



deie soort ivordt te Mmian zelf met 80 tot 40 Pias- 
ters betaald , en naar Sambas en Panii&nak gdbragt 
zijnde» voor 70 tot 86 Piasters aan de Qiinesche Jon- 
ken verkocht. 

In vroegere jarooi en zdfi nog in 1789 voeren 
Qunesche Jonken de rivier Kaiapan binnen. Hunne 
vraren zijn zeer gezocht en eenige daarvan genoeg- 
zaam onontbeerlijk geworden, zoo als thee, thee- 
goed, grof porselein, borden, watervaten en veler- 
lei ander huisraad , dat zelfi aan de het meest in het 
binnenland vronende Datjakkers verkocht i^ordt. 

Tot de meest gezochte handebartikden bdiporea 
verder de navolgende voortbrengselen, ab: Garoe- 
hout, bindriet, ijzer, schilpad, Tripangf en vde 
wortels en basten van booquen tot gebruik in de Ge- 
neeskunst. Twaalf tot zestien kleine vaartuigen ver- 
trekken jaarlijks naar Riauw , Singapore , TringanOy 
enz. In eene Praauw van 12 lasten kunnen 8000 
bossen bindriet geladen en over zee vervoerd wor- 
den. Honderd bossen , élk van 50 te zamen gdbon- 
dene rieten , worden te Matan voor 8 realen ing^ 
kocht en te Singapore voor 18 tot 20 realen verkocht. 

Het land schijnt zeer rijk aan metalen te zijn. 
ITan edde metalen heeft men echter tot nog toe 
weiniig voordeel getrokken. 

Er zijn slechts weinige diamantgroeven en in het 
algemeen worden de meeste diamanten vedeer bij 
toeval, dan door eene regelmatige bewerking van 
mijnen gevonden. Men zegt^ dat twee zeer groote 
en kostbare steeneii van onschatbare waarde in het 
bezit van den Vorst van Matan z\jn , die , naar men 
verhaalt , reeds eeuwen lang van vader op zoon zijn 



289 



overgeërfii. Segitna is de naam fan den g^rootsten 
steen; de kleinste heet Dano-RcLdJah. Men zegt» 
dat een Daijakker , sipak geheeten , bij het visachen 
in eene moerassige beek den eersten yond. Met 
blijdschap ijlde bij naar zijnen gebieder, den /'o- 
noemhahan antan tLAsofiMA, Yorst van Sonate en Sue~ 
eadana^ en bood hem dezen steen aan, met de bede 
om daarvoor tot belooning als huisvriend opgenomen 
te worden. Be Yorst gaf hem allerlei geschenken 
en geloofde hem daarüiede bevredigd te hebben; 
maar sipak gaf hét ontvangene terug, bedankte den 
Vorst en bleef bij zijn verzoek om als vriend des 
huizes te worden aangenomen. GiEare kasobha, met 
dit verzoek verlegen , maar al te zeer verblijd* over 
het groote geschenk ,- reikte sipak eindelijk de hand \ 
en zoo deelde de verworpene Dayakker de vorste- 
lijke woning en tafel met den Panoemhahan ^ den 
eersten Torst ter Westkust , die de leer van MAHonET 
had aangenomen. De onreine hand, die door hei 
eten van varkensvleesch bezoedeld was , tastte aldus 
dagelijks met die AeA rc^tgeloovigen in deüzeUden 
schotd met rijst , zonder dat kasobha zich daarover 
meer verontrustte, dan t^enwoordig een vroom pries- 
ter schrikken zou , wanneer een boos toeval hem met 
een schoon Daijakieh meisje in aanraking bragt. 

Anderen verhalen daarent^en , dat de Segima in 
Landak gevonden was en door zekeren Vorst van 
dit land aan zijne dochter, die met eenen Vorst 
van Suecadand trouwde , geschonken werd. Bij de* 
zeUde gelegenheid zou ook de Dano^Radjah door 
Maian aan Landak ontvreemd zijn. 

Hen zegt , dat de Sulian van Matan deze steenen 

19 



290 



altüjd bij ^i^h drai^t, ter^jl hy iDtusschen voor- 
geeft, clat zijne vrouw, liei^oe ^siua, dezelre bewaart, 
om voor te komen , dat hij , die zich meer ak zijne 
vrouw hier en daar zonder ^e?olg bevinden moet, om 
dien schat vermoord ^forde. Siuusf KJisaui, in leven 
Sultan van Pantianafi, liet zijnen zoon, Pangeran 
HosDA., met Oetin tima, de dophter de^ Sultans van 
Matan^ trouwen, ten einde geleg;en.heid te vinden 
om zich van deze steenen meester te maken. Toen 
hij echter zag, dat er van die geheele za^k iiiets 
kwam, liet Pangeran ]iobd4 ?icb vap zyne vrouw 
scheiden. 

In de jaren 1821 en 1822 liep evepwd betj^eruoht, 
dat Pangeran adi xAirGKOsaAT , die de verstotene 
vrouw van Pangeran mprda gehuwd had, in het 
bezit van den Dano-Radjah en bereid was om de 

helft van deszelfs waarde af te staan, indien men 

,. • - , 

hem behulpzaam wa^ qm Sultan vw Mafcu^ te wor- 
den , terwijl hij dan .de andere helft besteden wilde 
om het volk van Mat^n gelukkig te maken. 

Qehed Borneo is vol van de venpof^ilheid dezer stee- 
nen, en de Sultan, Y^n Jtfqfan heeft twaalf jaren g^ 
ledep, zich op ^ne reis te Pon/tonaA bevindende, den 
kris ^trokken t^en iemand , die aan derzdver echt- 
beid twijfelde. Eindd^k» gdooft het volk van Ma- 
tan , dat het behoud des Rijks v^ het bezit van den 
^prootep steep afhangt , ev^ als wdeer dat van vzukr 
«VS 9ta(d van het befa^md^ P^lla^ium. 

In weer^U va^ allc^^ "w^t daarvan verhaald wordt, 
ben ik toch geAe^d oip de geheele geschiedenis vap deze 
steenen slechts voor eene gejijkei^s te houden, waarvan 
men een sprookje gemaaJLl; |)eeft' . PeetrU so^^ob , 



201 



dochter eai er%eiiame van Itmndak^ «eer schoon tan 
gartalte en uiunantend 'door rentand, trok de op« 
merluaanAdd yan den Pwio^mAaAaii Gma kmombjl, 
YoM.yaa Sinigiê en Saooad^naf tot zich» die ona 
haita band aanhield. Muioe RBAaoa, in den bc;ginne 
niet geaind om de er%enanie van Landak aan eenea 
rqg^eroildenr Yoiat uit te hnven, bewilfigdo hierin eio* 
dd^k en begeleidde sg^ doehter op de reia.naar 
iSaa^pJe» vaar hj} de bruid aan haren aanstaanden ^ 
maal ofeigaf» en de grootste en! hostbaante sehat^ 
irelke Landdk bezat, aldus aan Sucoadana oTergiDg* 

. Toen de SuUan Tan Maim» in Noyember 1822 met 
Bmioe saau by den Pmmpem^han yfau Smfpang een 
beioek aiAcgde, werden oatj twee ateénen yertoond 
e^ te koop, aangeboden. 9e Ueinste was i\ dnin» 
lang en had \ van een* dnim in de doorsnede : h^ 
was «wkant en liq> van boten als eene piramide toe, 
maar w^ voor het orenge nkte anders dan een stok 
beif^kristal. Se grootste was rond, ak een kogel,, 
lian buiten gehed mw, vi^fenomen een klein plekje, 
dat helder was en waardoor men an het midden tan 
den ^teen een kltin Uaas^ kon waameosen. Desa 
^teen, ét afussghieai beter demglaaen kogel, zal on^ 
gewev 3 aiheren Pfasèanof 1440 karaten gewoge» 
hebben. Be som , welke meil mij voor beide stesnen 
Toasg, waa it» gerfng^, dat men daamoor naauwe* 
lykA een' diamant van 6 of 7 karaten zoo hebban 
kunnen koopou 

De Yoortbrengsden van den grond en de bcfaoefifcea 
der ittwonefs z||n aan. die van Simpmij gehjh , be- 
halve dat men de hoei«6lheid daarvan wel yiennaal 
zoo groot kan stallen« Vbut verbruikt van 80 tot 

19* 



202 



100' Ki^angê zout ; maar indien de zouthandel met 
de Daijakkerê , die slechts half en half onder Maian 
behooren, geopend iverd, zouden er wd 300 Kayangs 
benoodigd zijn. Het Terbruik van opium , dat in den 
gehèden Indischen Archipel gerookt wordt , bedraagt 
tegenwoordig slechts weinige lusten. De zeeroovers , 
aan welke Toorheen veel daarvan gesleten werd , vin- 
den aldaar neiigens meer eene schuilplaats, zoodat 
alleen de Sidtan met zijne familie en eentge weinige 
meervermogenden in staat zijn , om deze groote uit* 
gave vol te houden. 

Het getal der inwoners is , in veifrdijking met de 
grootte van het land , zeer gering. Toen Sueeadana 
nog bloeide, moet de bevolking aanzienlijker ge- 
weest zijn. De inwoners houden zich voornamelijk 
nabij de bevaarbare rivieren op. 

Gaj/ang is tq^woordig de Hoofdplaats van Ma^ 
taai. Te voren was het een dorp der Daijakkers^ 
dat het eerst door Sultan onuiB lata aangd^d 
en door deszelfe zoon sin>aiB iata "verbeterd en tot 
Bijkszetel verkozen werd. Gayong ligt 10 of 12 
Duitsche mijlen van de zee aan de rivier Gayong y 
gewoonlijk Matan gdieeten. Duiddijkheiddialve zal 
het noodig zijn in het vervolg ook dezen laatsten 
naam te behouden. Van den mond der rivier tot 
aan de plaats heefk men, om den sterken stroom, 
met kleine vaartuigen 3 of 4 dagen , met grootere , 
daarentegen, wel 8 en somtijds zel& 16 duigen noo- 
dig om op te varen. 

De rivier Matan (Gayong) ontspringt uit het hooge 
gebergte tusschen Sekadouw en Matan en neemt 
in haren loop vele kleinere, onder aüderen deGayong^ 



293 



bo?en de stad van diea naam , op , uaar wdke deze , 
zoo wd als de groote rivier zelve , Gayang genoemd 
wordt. Ongeveer 3 mijlen voor dat zij in zee uit- 
loqpt» verdedt de Matan zich in twee takken, waar- 
van de Noordelijke JTarbauw (bufiel) heet , naar de 
aldaar gelegene wanstaltige landtong; de Zaiddijke, 
daarentegen, draagt den naam van JCaiapan naar 
het aantal ran J!a^a|Mifi-boomen , die aan de oe- 
vers groeijen. 

Gajf^ng bestaat uit de volgende dorpen of afdee* 
Uiigen: 

Aaü den r^eroever, Gayong Oehloeh (Noordelijk) 
met 100 huizen, bestaande uit de dorpen Pangrak 
en Dalmy onder de hoofden matsxata itax en 
Pangeran djaga 01 laga. 

Gafong Her (Zuidelijk) met 200 huizen in de 
dorpen Kawm, Priai esk Maya^ "waajcvaii Potige^ 
ran uon tjblah , Pangeran DBOf en Pangeran djaga 
Dr.LACkA en X'iai sobdanah de Opperhoofilen zijn. 

Aan den linkeroever, het dorp Sahrangy waarvan 
Pangeran soua irda het Hoofil is. 

In het geheel zullen er te Gayong 500 Haleyers 
wonen, die den krie gebruiken kunnen. Deze spreek- 
manier, die zij van zichzelve bezigen, toont geno^ 
zaam , . op welk handwerk zij zich toeleggen. Bui- 
toidien.zyn er 40 Boeginezen, 10 Arabieren of af- 
stammelingen van dezelve, 300 Orang Baugite of 
Anak Soengie^ d.:i. Maleische boeren met Daijakkere 
vermengd, eindelijk 250 Boédake^ of geroofde en 
tot slaven gemaakte lieden , welke onder de inwoners 
verstrooid zijn: dos te zamen 1100 weerbare of tot 
werken geschikte mannen te Gayany. 



294 



Een groot gedeelte der inwonen / van Gmgong m 
met de vorstdijke fatDiUe veniiai^gf9c|i«pt. Vemehei^ 
dene van deaselve hebben dstrÜBteia lan bet land, die 
door DÊtijakkerê bewoond xijn , tot le^enoaderboad 
of als leengoederen, en kttnnèn, ywmcof sij em 
weinig moeite willen doen , een nrim bertacn heb* 
ben. Haar bet «tierke gabniik ^a» bbt duie opio», 
bet oiideiiiouden «an fde Tiodwèn en Oen laLrlfk 
bui^ezin, of eigenlijk hunne traagheid,. SMdbea^ dat 
zij een. armzdig leven leiden^ Skclila iiti«iy.n 
trekken wezenlijk voordeel Tan den handel met de 
Daijahher* en den uitfoec Tan de toortbrengMlen 
doB lands naar Treemde pkirtaea* 

Een gededte Ton bet Tolk |faat jaariijka, gedi^ 
rende den goeden Moessón^ op de rooftcbqwo in 
zee , of dieBt ak matronen op de yaartoigea d«r aan- 
ziepUjften^^ disv sQVilbgds ten getale ¥aii fl ef }•, 
meide producten yan; bet land troeger op Mmlama 
RiautDy Puhmbanf^ IVingQMB Tocren en tegenwooi^ 
dig meestal naar Singapore atefenenu Elkmatnaoa 
beeft het regt om eenige goederen Toor eigene reke* 
ning mede te nemen, maat entaangt yan dea eige- 
naar yan het scfa^ nodi ondeihoud, nooh loon, 
aoo lang de reis dvnirt. . jfiedmende des tijd,, dat 
29 ^zich om bandebnalicn in vDMmde lande» opbnH 
den , weiken zij ais dq^iooneDi, 'of maken zij* aiaa^ 
ten, zakken yan bofiMndciton en andeae kbini|^i»^ 
den^ Op dtae wiju) bMBgt eaainiatrooa, die foOr 
niet meer dan. & of 8 guldens aaii faopwacen; beeft 
medqfenomen, dikw^. yoari liS tDtaftjjuklcna t»- 
rug. Op' deie Muoen hopen zij dan op de gdegen^ 
hdd om een yreenad yaartujg te faenagt^en en Uer- 



2li5 



doör nog roeer 'winst te bdbaleri. Ook drijven zij 
onder het naar hais Iceéren éenen bedri^elijken koop- 
handd met dé Daijhkkeir* , waardoor zij gétvooAlijk 
zoo ted rijst opdoen , ah rgf oïntrent tot huA onder- 
houd in den Regen-Hoesson nood^ hebben. 

Een ander gedeelte der bef olking van Gayong en 
Béhgddong gaat iMét Ueine booten of Sampaikgs toor 
den mond der rivier Matan en langs de kosten of 
op de nabijgel^g^ke eilanden was, honig» eetb&re 
▼ogdiiesten, <Jar^e*liout , Tripim^^ Aggar-Aggw 
cf zeewier 9 schBpaddén en eijéren van dezelve, 
visch, enr. Téricamden. B$ ongunstig weder gaóii 
zi| met hiinne schuiten achter eén eilandje %gen , of 
trèki:èbi dezelve gèhèel op ded wal. iQtusschen ver- 
Taanden aij van gras', iiet ed hout allerlei huislraad, 
eik ttaKeóf zéflen, tou'W^erk, planken, niasteil en' 
kromhouten voor fiunn^ vaartuigen. Zij loeren 16- 
veito op' êè fooT^ijKómende schepen en zijn dïkwijls 
nbg gfeva^l^lcet- , dan de andere roovei^. 

De Jtampóng Katapdn ligt omtrent eené Buitschc' 
tcS^ boven ^ien mond der rivier vaU dieó naam. Mieri' 
vitfdl! er W Boeginezen*, ÜSe echter, omdat zij lü 
andere landen vroirv^en' enf kinderen hebbén', hier 
maarr half ie huis z^n, 4K) Haleijers in het db^ 
zelf en lOO'ftileijérs ea Èotsgiu in de rijstvelden b^^ 
Bertgadch/êf : voorts' 2 Arabieren, 80 slaVen in en bij' 
B^gadony in de rijstveMexl, alsmede 12 Ch&ezén: 
dus té znmën 294- wbeÜMure mannen. De pUaits be- 
sfaiit uit tfwëé klHné èfdedingen. Het OpperhooU 
is Pati:géi^€tn wèjoü ntLkdy en onder hem heef^ Anü" 
ekeda KabAft, £e in t81^ hét dorp aanlc^e, hët' 
opzigt. 



296 



Aan den mond der Kaiofon en het nabggdcgeD 
Tandjong Brie houden zich somtijds ?ele rooYen op » 
die tot de Lanons , eene soort van zwerTen op zee , 
even als de Heidens te land , behooren. Zij bouwoi , 
naar hun g^oedvinden, hutten janjl'atjang en jiiap 
op het strand 9 en pakken dezelve ^ bij hun ver- 
trek 9 op hunne vaartuigen in , om ze elders veder 
op te slaan. 

Kendawangan behoort ak er%oed aan Pangeram, 
TJAULA, Aan den bovenkant van de rivier en in de 
binnenlanden houden zich vele Daif akkers op. Voor- 
heen woonden er Maleijers aan den mond dezer ri- 
vier 9 maar t^enwoordig hebben zich aldaar een aan- 
tal roovers genesteld, die met 8 of 9 vaartuigen in 
zee steken. Terwijl zij op roof uitgaan, blijven hunne 
vrouwen en kinderen, als ook de bejaarde mannen 
en slaven op kleine schuiten in de rivier achter. Voor 
den mond blijft dan een' hunner grootste vaartui- 
gen kruissen , door hetwelk zij , wanneer er gevaar 
is, gewaarschuwd en beschermd worden. Drie of 
vier der achtei^eblevene vrouwen met hare kinde- 
ren en een' ouden sli^af wonen in ééne boot bij 
elkander. Zij leven van visch, dien zij zelve vangen, 
boombladeren y die zij aan den oever verzamden, 
en van een weinig rijst , dat nare mannen baar ge- 
laten hd)ben. Hare kinderen komen, om zoo te 
qpreken , uit de zee te voorschijn en hebben dikwijk 
jar^ geleefd , zonder een' voet aan land te zetten. 
Zy groeyen onder roof op, en rooverij wordt ten 
laatste hun handwerk. Indien men deze Heidens on- 
der de inwoners van Kendawangan wil rekenen^ kan 
men dezelve wel op 2 of 300 schatten. 



297 



De Yooiliaaiiiste aaiiToerden der rooYers van K^tir- 
dawangan zijn : okwah svail, gdiuwd met de doah- 
ter van sraoox, Badin te Karimaia^ PangUma 
HA.Tn9 P. VBAULj P. TïïRQjkS en Anaehada rooaiH, 
Alle deze rooven zijn arm en bezitten naauwelyka 
zoo veel om van te kunnen leven. Bij het invallen 
van den B^gen-Moesson keeren zij, na volbragten 
roofto^ty naar Eêndawangan en Bengadong teni^. 
Op laatstgenoemde plaats zagen wij vaartuigen; en 
volk van onder8cheid.ene landen van Bm^f^eQ^ Itiamo^^ 
Lingpn^ Bilitan^ Banka en de Oostkust van «Sti- 
malrq. Die van eigenlifk Bomeo schijnen evenwel 
het magtigst te zijn : hunne vaartuigen , die van 80 
tot 90 Koj/angê houden , zijn sterk bemand en goed 
gewapend. Daar zij op hunne rooftogten eemgen 
koophandel drijven en met passen van hunne Yor- 
9tea en Hoofden voorzien zijn, is het moeyelijk 
hunne zeeroover\j te onderdrukken, zoo. lang m^mi* 
l^k Bomeo niet in nadere betrekking tot onze le- 
gering staat 1). 

^ In de omstreken van Gayong wonen , twee of drie 
dagreizen verder, ongeveer 1000 Orang Bougiu^^t 
Maleische boeren met Daif akkers v^rme^^. 

De Daijakkere of oorspronkelijke bewoners yan het 

1) Niet êihmi Ier beteageling der aeeiDovefjj , die tim de HooidkiM 
bg yooitdnriiig met Yoorbecldelooze stoatbeid en op eene graote fcliaal 
gédreren wordt , maar ook tot opbenring van onzen kwijnenden kolonialen 
baiidel in den IndiBdien Archipel, bonden *wg, gel^k wij reedt op, bic 
113 van dil l^jdaduift gesegd hebben, het aanknopen van naavweie ca 
100 Teel raogel^k Taste betrekkingen met M^penl^'A^orMo tan het gnwUto 
aanbelang , dewijl geen onaer overige KfabliMemenlen op de geheele Weilkiiet 
nn ScTMêOf uit een nercanlicl oqgpimt, e?en gnaitig dtarroor gelegen if. 

De MedaUiê. 



2«8 



hiiid kunnen déaréiit^[ëli hi tWee kfi»etf verdeeld 
worden;' Dlfeidkè, die Èiet Tégt^trèAB ö^der den 
¥oTSt tan Jlfo/att . stato én over welke dése liieer in 
BMim, dan m der daad iets te zeggen 'béHFItj bdebpën 
een ^etal vtinf omstreeks 30 cf S5 duii^end ^ièleft; È^ 
betalen geeniè scbétting,' vë^hdfteé: alleèft dob^ dttü 
koépfeandel eeni^ dadelijk voordeel vléat den Yotst en 
tj^m Grooten en kotiied hier niet in aaÉMérking. Be 
mÈinte.Dóifdkkerê, die den ifuUWé ab VoM eifken^ 
nrett éid bem e^oAaai* ujn, iiedragen ée& getal vim 
10 t€% 12 dbiïend weerbare manMn. Zij weHen 
ineMtal langs de té véren genoenide' liviereii, dte 
ifie bévaairba«r :^ , vai^ MeUhgê}Dtn iöt Sèmgie Jé^ 
tojff de .latftffte bewoonde rivier op* de ZuidkuA. (ff 
dé bttPgel^ , m sOÉitijds ook op ésrtd^ vlakte, tedén 
zi|' rijst vrór t^ich i^ve en bN^ottie hui^giétiÉneA', éotoh 
te. weinig öm> de bédri^gidi)ke Hakfiferd te vóid<^. 
Doorgaspüs» ontneeAit hete de Vorst met 2$jne Groeten 
de: helft dér gewennM^ r^st , tér^jl de gesfeene Ma- 
leijer bun nog een ander gedeelte door bedrieger^ in 
deÉf hanAd weet te ontvree&hdei/, - i;eodat dj somtijds 
InaaiKlen lang genoodzaakt zijf^ met groéntea^ wor- 
telen, bomMBê&r^ eai sehors ^M bbönien hda le- 
^M te otfderboadésii. 

De Daijakkerê^ welke zich langs de klanerivie- 
ven ) die in zee vallea , ophoaden , wonen verspreid 
en zelden meer dan 20 Of 30 bij elkander. Daaren- 
tegen bewonen die van de binnenlanden groote lange 
hinMA >) , waarin* ?& tot 80 hmsgennnen te ze- 



1) Een nH)dni% gebMmr, door een untel Da^aXk^n bewooni, is 
op den «diltrpoiid van nerenaiUande plut afgebeeld, weike de op 



2S9 



mm leroD. fieze hilicesv op pdéd Vtta J^icrlmit ge- 
bsawdy staiA van 2 tot 4 ▼kdoden bo? eik dol gfond, 
zoodat zij zich gemaktslgk tkgèsL iaanYoUev kinmen 
▼erireenti. Zij onttrdLken zidi oök niet zeMéÉi Atei 
de 'liebaucbt de^ Voisteo ea MaletteEik Hoofilei», die 
op zulk een' grooten a6taiid.iuet^d(irf6n!0&dtrne- 
JHO» Wanaeer ^dbter^ide.i9a|2^dQfaiUry dbör liunaie 
gcvëiiude lüAthcid (tft teifiifeni» TtecschaEtkt, zinb 

nëat beti lfge)lflBdl InsMftv-'^^M^^h^^W^^ ^' 
met zware geldboeten g omof t of «p diidenBE wijtea 

gckwddy wantfobr kg £kiKjk bewog^i^^fPRMdi M^ 

^i%r tan 'üJAc^Dude woMfAiaii te vtidM&oei^. 

iuM lMt> béveiigioiéeli6< faa ds» rifier Mèian en 

dè «troottKMv tfAe kibb aUaar n dezdv» «ndasten, 

300 lta^ViA«r» aan 4» JfoloM zdipe i 
i60 'x>. . . xl :» fMèriir^naa&iri 

800 jr w ''ii i BêngiroMr 

30 D . €ff ' 

90 £óu^iu ann de ASamandbfijr « die dei» Pangéfan 

60 Daijakkerê en 

80 Baugiis amk de DJeka^ den Pangeran 'ttam 

TJBLAH bchMNtodey -'V 

20 in het dorp Za^a , • << ( ' 

60 Da^akké^ em 30 ^aiijf <r# > aaat de iMbIl iPAin- 

jfahauf ém Pafi^mi'ÊtAMMik bcfaoov^odé, • 



blx. 100 Temwlde oTeiCiigt ta» tikoih , 4ie met agnt bende «^ liet 
koppenmellea was oitgegtan^ Tolgens de teekening tui iflLLit jooi^ 
•telt, wiens faartiiigen llDSgelgU a^baur Bgn. 

De 



300 



SO Baugiiê^ 10 Chifiezen eo 60 DaiJMkherê aan de 
Baioe Bêêêié^ dea Pangeranê tiakma en èm 
xAiraKOBaAT toebdiooreDde , 
50. Bougiu en 30 Daif akkers aan de riner AT»- 
teengau {Katbengan?) yijf mijleii Yaa de xee: 
te ttmen 1280 zielen. 
In de binnenlanden en ten Oosten en Zuidoosten 
wm de riTier Matan wonen 1600 DaAjakkere. Aan 
de ri?ieren, diëten Noorden Tan desdre op de West* 
kust in zee .uitloopen » wonen: 
2000 Daijakkerê aan de Soengie Sidoh, oókDulak 
Sidoh gebeeteOé De mond van deze riner werd 
YOörfaeen door Maleijers bewoond, over welke 
Dwumg Maoê kasckp het bewind voerde, fine 
dagreizen van de zee naar de borenlanden toe » 
vindt men de eerste Dmyakkerê. Zij smdten 
en verwerken teel ijzer tot staven , dat te /\m- 
tianak en in aüdere landen wordt verkocht. 
60 Daijakkerë aan de rivier Poeirie^ 

Tjamhorakan^ 
Bkmdcngmn^ 
Pmiir Chima^ 
Jwmff, 

2280 te zamen. 

- Tcaa Zuiden van de rivier Jlfolufr vindt men: 
80 , DtUjakkère aan de rivier jilniamg^ 



20 


'. » 


» 


D 


D 


40 


» 


» 


» 


» 


60 


» 


» 


» 


» 


80 


» 


» 


,» 


» 


70 


» 

m 


» 


» 


» 



70 


» 


» 


» 


» 


Segah, 


30 


» 


' » 


» 

« 


» 


Peiofiff, 


60 


» 


» 


» 


» 


Sirie, 


20 


» 


» 


)) 


)> 


Sagoen^ 


80. 


» 


» 


» 


i> 


TtvyoTy 



80. 


» 


D 


» 


» 


76 


» 


» 


.)) 


y> 


800 


• 

» 


» 


» 


» 


600 


» 


» 


W 


h 


600 


» 


• » 


X^ 


» 


400 


» 


» 


» 


}> 


400 


» 


» 


» 


» 



aai 



60 DaijakheiTM aan de riyier Gaij&ng^Lüut , 

Bendaiodly 
Kendawangan^ 
\Pdhgingan^ 
Simhar^ 
Mom, 

Jfijerltam, Be naam 
dezer ,ri?ier dodt op het ijzer , dat aldaar ge- 
Tonden en bewerkt wordt Dit distnLt behoort 
den Pangérdn ^.i iUKoro>KAT. 
2000 aan de rivier Jelaij. Hier woont het grootste 
aantal Tan Datjakkers bij elkander. Zij zoeken 
Tooral eetbare Togdnesten en bewerken veel yzer, 
dat, onder den naam yan staal van Matan naar 
de Noordwestelijke landstreken van Bameo en 

inzonderheid, naar Pantianak wordt uitgevoerd. 

6246 te zamen. 

In het gebergte en de lagere landen beoosten en 
achter Kendawangan en Jelaij kan men ongeveer 
nog 800 of 1000 Day akkers rekenen; zoodat het 
geheel 11 of 12 duizend weerbare manjaen bdoopt. 

'Het land van Matan loopt van Jelatj nog verder 
Oosteiyk voort tot Tandjang Boetoe (ook Boêtin)y dat 
de grensscheiding tusschen Matan en Kottariengien 
uitmaakt; doch dit stuk land is ten eenen male on- 
bewoond. 

Even als die vdn Simpang^ l%gen deze Daijakkere 
zkh op den landbouw en andere takken van nijver- 
heid ernstig toe , waardoor zij ook beschaafder zijn. 
Ook valt hun smaak niet q> de anders in de kleeding 
zoo gdiefde roode kleur. Zoolang zij echter gehed 



afhanltel^k zija Tan de iiilldteur van dw Vont, die 
huD naar goednudm buiteoBporige losten oplf;^ , en 
zij zel& niet eens op de Hoofdplaats mogen komen om 
koophandel te draven, maar al bet benoodigdc voor 
een' buitensporigen prijs van de hebzuchtige PoHgt- 
raru moeten ko^wo, kan er in het lot ran deze 
volken slechts vdo^ Terbetering tot stand worden 



weerbare en tpt dw arbeid geachikte «looaen». die met 
hunne hw«gezüineii vol S8 tol iO duiMod lidea tettea. 
Het. geiai der qagenoeg onaf banke^}ke Dmyakktrt 
bedraagt opgereer 3&000 , en met hunne bwqgexiD- 
oea, SO d^ise^d ueLen. 



30» 

De, if^fioinsteQ des <SuUqnê zyn ze^ onbq^v^^ld. 
Oy trekt di^ uit dezelfile t>fomien als 4^ Vorst yoo 
Siffijmfff ^ zijpe opvoeding^, zoo aIs m^a idthf^if 
gedeel^Ujk kap verondersteUis^ > belet hem oii;i ia te 
zipi^^ pf de vyze» waarqp di&zelye WQrdei^ i^g^^yorderd, 
i€^t i^ i)imjk ^. Strafiei^t en leeneo vaif geld zijii 
l^y fie^ vQOfH^mei l^ulpipid^eleft 910 mh te yefrykep^ 
Wapi^eer b. y^ de eei^ of i^4er eei^ afup^ziew^jk Ibww 
Qf Ya^rïtfjg J^?V*» l^ 4e Vorst, bem ^j^e pel4hQc;t9 
op en jifgp toi h^: )»Gij hebt Xf^) 'm bet ei^i} (fi 
jofiodef l^e^rogea, waut ajf d^ .zpudt (^j dit huis af 
^yaar^\iig i^iet b^bbeu Remmen bouw^., Om ^ter 
» genade ia fls^U yan r^t te doeu gelden* z4 ^ 
i^geeo ^^rder oxiderzoek tcgep u latea iostelle^ , jpEi^ar 
» 0)^ ]X)et eeo^ gerixige geldboete (b. y. jim 10 tot 500 
))Pi«ister9} yeigeaofigea." Wamieer ]^ bemerkt , da( 
een a^zieoliJ|k mw of Opperboofd , diea bij me\ zoo 
gepa^j^elyk W b^ropyen , eeoig yoprdeel gehad beeft, 
leent bij ▼a^ bem zooyeel geld , als hij maar bekomen 
isaa. Dit geld geeft l^j- nimmer terug, maar wacbf 
eene guostige ge^^enheid af om zoo iemand yan eenig 
misdrijf te beschuldigen en met eene geldboete te atraf? 
fen. AI9 de?^ yerstandig wil handelen» m^t hij zich 
^Qrt d^firop aan het een of ander nietsheduidend yer- 
gr^p schuldig en yenralt daardoor in eenestraf,| daarin 
best^^nde, dat bij, beli^ajye bet geleende ge],d, nog een^ 
sk^af en eene zekere hoeyeelheid r^st ^an den Sultan 
moet a&taan , waarop hij dan in genade aangenomen 
wordt en teyens in groote gunst bij den Vorst komt« 

De cijnsbare Daijakkersi doen heeren- of yroon- 
4iensten, leyeren scheept- en timmerhout, planken, 
YO^elnesten enz. Elk yolwaaaen man. m^et jaarl^k^ 



304 



nog een Pikel rijst opbrengen , waarvoor hij tan den 
Vorst een klein stukje ijzer ontvangt; Serah gehee- 
ten, ter waarde van omtrent | gulden en even groot 
genoeg , om daarvan eene kleine bijl te maken. Ut 
was in vroeger tijd een bij wederzijdsche overeen* 
komst gedreven ruilhandel. Maar toen de Yoraten 
magtiger werden , l^den zij aan de Daijakkers de 
verpligting op om van hen ijzer, tabak , zout enz. 
voor boogé prijzen te koopen en» dewijl zij geen geld 
haddeiiy daarvoor rijst in de plaats te geven. Ge- 
woonlijk blijft het niet bij één Pikel^ en daarom 
verlaten dan ook vde Daijakkert het land , of zijn 
onwillig om eene grootere belasting te voldoen. 

Om deze bdasting in te vorderen , begeeft de Yoret 
zich met zijne Rijk^rooten en eene bende gewapend 
volk naar de distrikten, waar de Day akkers wonen, 
als het ware om jagt op zijne onderdanen te maken, 
waarbij, zooveel men maar kan, geplunderd wordt. 
Bit noemt men Serah*s of geschenken uitdeden in 
naam van den Vorst , of door dezen in porsoon. Zij , 
die geen ijzer noodig hebben , ontvangen eene hand- 
vol zout. 

Indien de inkomsten r^dmatig werden ingevorderd, 
zouden de Sultan met zijne familie en de Grooten 
des Rijks een ruim bestaan hebben. Eerstgenoemde 
bemoeit zich echter weinig met de roering en de 
behoorlijke invordering der belastingen: weshalve de 
voornaamste Hoofden zich zooveel , als hun eenigzins 
mogelijk is , toeëigenen , en de Sultan zelf van jaar 
tot jaar meer van zijne inkomsten , van zijn aanzien 
en zijne magt verliest. Vde Rijksgrooten bezitten 
dan ook een aanzienlijker dgen vermogen dan de 



306 



Vorst » en oefenen grooten invloed op de aangelegen- 
heden van het land uit , zoodat de Sultan hen meer- 
malen niet durft of vennag te stra£Een , dew^l hij den 
roof gemeenachappelijk met hen deelt. 

Van het karakter der inwoners in het algemeen 
kan niet yed goeds gezegd worden. De Daijakkert, 
wdke aan die van Banjermoêêing en de onafhanke- 
lijke stammen grenzen , zijn onophoudelijk met el- 
kander in oorlog en gaan, volgens oud gehroik» 
op het koppensnellen uit. Het bloedige hoofd eens 
vijands geeft den ridderslag , en de schoonste maagd, 
die hij Verkiest, biedt hem daarvoor hare gunst aan; 
maar hij verliest de achting der zijnen, indien hij 
haar niet als zijne r^^tmatige vrouw erkent. 

De bekwaamheid en deqgd der zoogenoemde Ma- 
leijers wprdt . daarent^en naar hunne behendigheid 
in het gebruiken van. den AW# a%emeten en geschat. 
Die, yelke de kusten bewonen, zwerven grooten- 
d,eek als ape^schuimers. rond. Het is een mengdl- 
moes. van Maleijers, Javanen, Bocginezen en verschei- 
dene, andere v<^ken, die alle de Uahomedaansche 
■ godsdienst belijden m. aldaar Jüaleijers genoemd wor- 
den, .00» hen van diegenen , welke zich met Daijak-' 
her^ vermengd hebben, t^. onderscheiden. Zij wór- 
deü, eren als de bekeerde. I)a%jakker9^ Orang Slam^ 

* 

d. LJHahomedanen, Islamiten, genoemd. Dezelaat- 
sten wonen aan kleine rivieireu of aan den voet der 
bei^gen in de bovenlanden, waarom zij ook Anak 
SoêiÊgie en Oranff Baugit^^ d, u kinder&Q of be- 
woners der . rivieren en beigen , geheeten worden. 
Ziij bebouwen het veld en leven stiller en vreedza- 
mer, dan de overige inwoners. Door de zooge- 

20 



806 



naamde Maleijers -wordeft z^ met zekere ▼erachtiiig 
aangezien en , aUeen om een Yernederend onderscheid 
aan te toonen én te kennen te geven , dat zij slechts 
in naam Mabomedanen zijn, met den naam Tan Stam 
bestempeld. 

Deze Maleijers gedragen zich in het openbaar ab 
zeer ijverige aanhangers Tan de leer des profeten, 
IntusBchen heeft die eerdienst, "welke rij met Ted 
uitwendige praal Terrigten , weinig inWoed op hunne 
handelingen , zdfs de priesters niet ojtgenomen. Hijun 
VOBAHAD , Iman Tan Oayong , die Mecca en Medina 
bezocht heeft, stapt somtijds na het Terrigten Tan 
het gebed regelr^t uit de Moskee in eene weluitge- 
ruste PraauWy om met Tde zijner ijjrerigste toe- 
hoorders eenen zeetogt te doen, niet om Treemde 
schepelingen te bekeeren , maar te berooTen* 

Alle deze rooTers zijn arm, hebben geen ander 
regelmatig handwerk of bestaan en schamen zich om 
;dch op den landbouw toe te leggen, zoo lang zjtj 
oog gel^enheid hebben om op zee rond te zwerren. 
De meeste Hoofden dier zeeschuimers behooren tot 
het TOrstdijk geslacht, of zijn met hetzdve Termaag- 
schapt, en de SuUan zou, ook met den besten 
vnk^ buiten staat zijn om aan deze rooTerijen in 
eens een einde te maken. Voorzeker zou ereowd 
het Toorbeeld Tan dien Vorst Teel tot Tennindering 
Tan dezelTe kunnen bijdragen. Het is dan ook te 
hopen, dat, CTon als dit Tro^ger te Sambasy Mam- 
pouwa en Pomiariak bewerkt is, Toortaan ook geene 
roo6chepen meer door de inwoners Tan Matan zul- 
len worden uitgerust, noeh Treemde zeeschuimen 
het zullen wagen pm zidi aldaar op te houden. 



307 



■ierdoor zal althans eeo gededte der uitgaan , wdke 
de regenng zich tot het beschermen yan den koop- 
handd en tot beyefliging der onderdanen van hare 
overige Indische bezittingen getroost heeft , yeiigoed 
kannen trdrden. 

• De regering ?an Maian is in handen yan een Op- 
perrijhsbestuurder, den Panoembahan yan Simpang^ 
en t^iróe ftijksbestuurders Pangeran diaga di laoa 
en Pangeran lasa thelah. Dc Sultan raadpleegt 
met den Paêwmhahan en de beide andere Rijksbe- 
sttfurders in zaken yan aanbelang , oyer yrede en ooi^ 
1^, over de betrekkingen met buitenlandsche Yor*- 
sten , oyer binnenlandsche onlusten , en dergelijke; 
De uitspraak yan den Panoemhahan^ die een goed 
üatnotlijk yerstand en een gezond oordeel bezit en 
tevens zeer yeel op den Sultan yermag, is meestd 
besKssend. 

Andere zaken worden door de beide Pangerans 
a%edaan. Djaoa bi laoa , die tot het vorstdijk ge- 
slacht behoort , is eigenlijk de eerste persoon in Jtfo- 
tan na den Sultan, Hij is tevens bevelhebber van 
de Hoofdplaats Gayang^ maar yei^genoeg^ zich met 
den naam , terwijl hij de magt aan den Pangeran 
mast inLkM overlaat, een* doorsiepen Boeginees, ach- 
terkleinzoon van Bwr mniBWA, eenen wapenbroeder 
van wa novoAMBONo., die te zamen den verdreven 
Sultan sBnr obdik weder op den troon van Matan 
faéUben hersteld. Dsm txzlah is, buiten den Pa^ 
noembakan van Éimpang^ de eenige, die het yertrou- 
wen des Sultane bezit en de inwendige aangele- 
genheden van het Rijk bestuurt. Ofichoon andere 
Pangerane hooger in rang zijn, heeft hij zich bij 

20* 



308 



▼oortduring met goed gerolg in zijnen post weten 
te bandhayen. 

Even als de regering in andere Staten van Banuo 
en ook in McUan zeer ongeregeld is , zoo is ook de 
regtspleging hoogst gebrekkig en willekeurig. De 
geringe en arme ondergaat de zwaarste strafien en 
wordt somtijds zel& tot slaaf gemaakt; de rijke ea 
magtige kan alles, zelfe broedermoord, met geld goed 
maken. Pangeran beih beslist in alle aangel^^- 
heden yan de inwoners der Hoofdplaats Gayongea 
Bengadong. De aanzienleken yerzetten zich, wd 
is waar , dikwijls t^gen zijne aanmatigiog ; maar de 
geslepene Dsiir yerstaat de kunst om zich zelfi de 
▼oornaamste Pangeranu door zijne slimheid en looze 
streken onderdanig te maken. Zaken yan weinig b^ 
lang worden door de Dorp^oofden aigedaan. 

De Orang BougiU -en JDaijakkers worden door 
de leden yan het vorstel^k geslacht en zoodanige an- 
dere Hoofden geregeerd , die dezelye als apanage of 
leen bekomen hebben. 

Er bestaan geene yaste wetten. Wanneer er oyer 
een' man yan aanzien regt gesproken wordt , komen 
er wd yerscheidene Hoofden bijeen , om ak raadslie- 
den zitting te nemen, maar de yoorzitter, na al- 
len om raad geyraagd en dien geprezen en goedge- 
keurd te hebben , doet toch ten laatste wat hij yer- 
kiest , en zoo dit soms m'et dadelijk met schijn yan 
TCgt geschieden kan, bereikt hij toch (eyen ah zulks 
ook wel dders plaats heeft) door het uitstellen yan 
de zaak , en onder den schijn yan dezdye nog eens 
rijpelijk te oyerwqgen, altijd ziJA oogmerk. De 
Iman heeft het regt, om in zaken, die de godsdienst 



309 



betreffen , discipliaaire strafien en geldboeten op te 
leggen. 

De tegenwoordig regerende Vorst is kahombt dja- 
MAUxsoïSf aan wien zijn Tader bnd&a lata sedert 
1790 de regering heeft moeten afstaan. De Vorst 
van Maian noemt zich Sultan (terak Matan (yan 
al het land om MaSan , zonder Terdere bepaling van 
grenzen). Wanneer hij in het openbaar verschijnt 
of gehoor verleent , wordt een ontbloot zwaard en 
eene korte cpies, in de gedaante van eenen scep* 
ter, ak teekenen van eenen vrijen en onaf hankelij- 
ken VcHTsty voor hem uitgedragen. Zijne onderda- 
nen noemen hem, wanneer zij tot hem spreken, 
Enkéê^ in plaats van Toekankoe^ en mogen hem 
slechts op handen en voeten kruipend naderen. Als- 
dan gaan zij op zekeren afitand, met de beenen 
kruisdings onder het ligchaam, zitten en buigen 
het hoofd met te zamengevouwene handen tot op 
den grond, zoo dikwijls als zij antwoord geven of 
ontvangen. 

Sultan BJAKALOBDni is omtrent 60 jaren oud, 
van eene kleine gestalte en een mager, a%eleefd voor- 
komen , waartoe eene menigte begunstigde vrouwen , 
het bestendig rooken van opium, en eene in alle opzig- 
ten ongeregelde levenswijs het noodige hebben bijge* 
dragen. Zijn uiterlijk is op het eerste gezigt niet 
innemend. Zijne lange zwarte haren hangen dik* 
wijb wild om zijn gelaat en over de schouders op 
de borst neder, even als bij de Hoofden der Daijak' 
kers f die zich daardoor een vreesselijker aanzien 
trachten te geven , wanneer zij op het koppensnellen 
uitgaan. Zijne kleeding is daarentegen zindelijk en 



310 



meestal kostbaar, Ilja hoofü isaomtijds gdwd on* 
bedekt, somwijlen met eenen met goud dooivwerk* 
ten doek omwonden. Een kamis^ool of baattje Tan 
fijne chits, goudstof of zijde, dat tot e^ver de heu- 
pen gaat^ eene lange broek met goud gdborduurd, 
een SUndang yan Palenüfony^ met>goud doorweifct 
en van 100 tot 150 Piasters waardig , 4^ een kleedje 
van de fijnste Hacassaarsche of Bo^pnescbe stof 4xp 
de heupen , eindelijk een kuris met diaiaaanten beset, 
in eene schede van Sawasêa of aleeht goud, toI^ 
tooijen zijne uitrusting. Hij dmagt dezen kris ge- 
woonlijk, in eenen kostbaren doek gewonden, ia 
de hand. Dikwijls tooit hij zieh gok met eenen ro<^* 
den mantel op, bindt zich een' grooten shawl om 
het hoofd en draagt, naar Arabisdie wijs, pantofidk 
Het ontbreekt den Sultan geenszins ^n een goed 
natuurlijk Terstand en b^ weet van onderscheidene 
dingen te qpreken« die wekere kundigheden doen 
¥eronderstelIen. Hij onderhoudt zich gaarne orer 
zijne Toorouders of over oorlogen en geTechten te 
land en ter zee. Bij die gd^nheid schermt hij met 
handen en voeten, trekt den kris, en geraakt som- 
wijlen in zulk eene geestvervoering , dat onderadiei- 
dene menschen, die naast hem zaten» daarbij bet 
leven Hebben verloren, en de PmMembahan Y9n Sim- 
pang hem dikw\|k de handen moest vastbondeii , 
om erger kwaad te verhoeden^ Dit komt alleen van 
het sterke gebruik van opium, waarop hij met zijne 
fiunilie zeer verzot is. Desniettegenstaande staat bi| 
meestal met het aanbidden van den dag op en is hij 
élk uur te spreken. Hij arbeidt tusschen beiden in 
persoon, timmert b. v* tot z^ne uitqfMuining aui 



311 

eene boot of een huis, ea Ten%t anderen han- 
denarbeid. 

Als hij aan zijne Rijksgrooten of anderen Tan z^n 
Yolk gehoor geeft, trekt hij zijn baaitje uit, legt zich 
op eene mat neder en rookt intusschen opium. Zijn 
zwaard- en ^iesdrager zitten niet ?er van hem a£ 
Doch by zulke gelegenheden, wanneer h\j het Yoqp- 
saam acht indruk te maken , kan h\j zich zeer wel- 
▼o^gelyk gedragen en weet hij zoo zeer vertrou- 
wen in te boezemen , dat zijne woorden d^ duistere 
trekken van z\|n aangezigt geheel uit het geheugen 
wiaschen. 

Hij heeft twee wettige vrouwen, die beide den 
titel voeren van Ratoe Sultan di Dalam Négriê^ 
d« i. Koningin in het land. Rq;erende Vorstinnen 
dragen daarentegen den titel van Ratot di atas Nt^ 
griê of Erak^ Koningin over het land. Dew\jl deie 
beide Vorstinnen den rang van Raioê Sulian hebben 
en overeenkomstig denzdven onderhouden worden» 
pryzen de onderdanen hunnen Sukan ab eenea 
goedlMui%en Vorst en zeggen: Sulian adi baai^ 
doea Raioe bedierie , d. i. de Sulian heeft een goed 
hart , hij onderhoudt twee gemalinnen volgens baren 
rang. De eenste vrouw is Oeiin apak , eene dochter 
van oossns BAin>Aa van Riauw^ de andere (hiim 
suLiA, eene zuster van den Panoemhahan van^iStn^ 
fang. Buiten deze twee echte vrouwen zyn er nog 
een goed aantal van geringere afkomst in zynen 
Dalm. Dat ook Sultans in hunne keuze niet altijd 
het ^aauwlettendst toezien , hiervan kan vux souka 
ten bewijze dienen , welke tegenwoordig des Vonten 
fiivoriie is. Zy is de verstootene, r^omt van zekeren 



312 

AH AGHODA ATJAH , 660 roovenopperhooül nit eigenlyk 
Bomeo ^ di6 zich thans te Gayong ophoudt* 

D6 SuUan beeft bij zijne twee wettige troawea 
geene maniidijke nakómelingeh. Het getal kinderen , 
door bem bij zijne vele bijzitten verwekt, was daaren- 
tegen zeer groot; echter zijn daarvan nog slechts zeven 
iü leven, van viAkt Pangeran hoeda (voorheen gobstis 
■öBSA gdieeten) de oudste zoon is. Hij onderboodt 
in zijnen Dalm^ met uitsluiting van zijne vrouwen , 
kinderen, bedienden en daven, ruim 70 personen. 

De voornaamste leden van het vorstelijk gedacht 
en deszel& aanverwanten zijn: Pangeran diaga di 
LAaA en Pangeran aria, beiden gelijk in aanzien 
en rijkdom , en Raden harta djaga , de zoon eener 
slavin en van den Sultan erdra lata; Pangeran 
TiAXJüL, zoon van Pangeran iiAiiGiLOBaAT sobma ikda 
en Pangeran adi makckobeat, de zoon van Sultan 
EmKïE lata; jPafi^^ran sobha ikda, de zoon van 
Raden mvstapha , halven broeder van den Panoem^ 
hakan van Simpang en gehuwd met de zuster van 
Sultan XAHOHST DJAKAiOBDni; Pangeran DKiir, die 
eene halve zuster van Sultan djahalobdin in hu* 
weiijk heeft en de zoon is van den in 1812 te Jlfam- 
pauwa gestorvenen dein hè&bwa, spitsbroeder van 
mmr hefgambohg. 

De huizen dezer Hoofden, zoowel als die van het 
overige volk , zijn zeer eenvoudig van Katjang , jitap 
(beide eene soort van boombladeren) en eenig hout- 
werk gebouwd 'en staan op palen, 8 tot 10 voeten 
boven den grond. 

De Dalm , of de woning des Sultans ligt op den 
linker oever der rivier, tusschen de kwartieren Pan* 



313 



grak en MTawm* Achter dezelve loopt een kanaal 
▼im^ het rinertje Lauxmg Ahmg naar den Balm^ 
zéödat men zich daar op kleine hooten kan inaelm- 
pen. De Dal'm is q> palen Tan ijzerhout, 12 voe- 
ten' ^boren dèn grond, gebouwd en met eene oni- 
heifliBg:van hetzdfde hout omgeven. 06cboon de 
gkmd .aldaar vrij hoog is, wordt hij toch in den r&- 
genty d dikwijk dopr de rivier overstroomd. 

oDeae ovemtroomiagen en de verandering der jaar- 
getijden gevvai, omstreeks : den tgd' van November tot 
aiui het einde . des jaars , aanleiding «tot menigvuldige 
borsiziekteD; Nog eene andere kwaal, die zeer boos* 
airdig wordt, is -eene soort van koorts, dié in de 
maanden Oótober en November heerscht, wdke de 
inboorlingen zich vooral door het overmatig gebruik 
van onrijp ooft op den hals halen , voornamelijk in 
de omstr^en van Gagangf waar de Orang Bougiis 
eene groote menigte vruchtboomen aankweeken. Ook 
vindt men daar vele boomen in het wild die sma- 
kelgke vnichteo qpleveren. 

Alhoewd Gagong voor het over^ gunst^ gd^gea 
en de Hoofdplaats is, houdt de Sultan er. zich tdr- 
kens toch niet lang op , maar reist hij gedurig heen 
en weder naar de bovenlanden, doch meestal naar 
Bengiidong^ waar hij gaarne vertoeft, (^ wd naar 
de Karimatoiehê eilanden en Simpang. Op deze 
reizen wordt hij gewoonlijk door eene zijner vrou- 
wen , of wel door beide vergezdd , van waar men 
ook het gerucht heeft uitgestrooid, dat eene dezer 
vrouwen , • Raioê snuA , den groeten diamant van 
Matan bij zich draagt. De zwervende levenswijs, 
welke de StUêan sedert zijne kindsche jaren leidt , 



Si4 



Teroorzaakt dan ook, dat hij met den toestand van 
zi|n land onbekend blijft, en houdt hem af van de 
regenngf vaannede hij zich, hóe ouder hi) wordt, 
des te. minder bemoeit Hg ia tevieden, wanneer 
hi| de noodige middelen erlangt om zijne huiahoo* 
ding op te houden , zich ?an Ueederen , opiom en 
diee te voorzien, en eene goed gewqpende en and-^ 
▼arende boot tot zijne beschikking te hebben, waar» 
Boede^hij naar goedvinden kan omzwenren, en ein* 
delijk wanneer hij weet, dat zijn vriead, de JPa^ 
naembahan van Simpang^ fiiaoh en gezond is, die 
hem nu en dan, ak hij van zijne togten veraioeid 
is, té Simpang bij zich ontvangt, verzoigt en <mi« 
baalt, en met goeden raad bijstaat, om zijne veiirarde 
en vervallene zaken, zoo veel mogelyk, weder ia 
orde ie brengen» . 

De Trijmoed^heid , met wdke deze Yoist over 
zijne vroegere en tegenwoordige levenswgs apredct en 
eenige trekken van dankbaaibeid , wdke men van 
hem weet te verhalen, doen, Bii|ns enichtens, voor 
het vervolg geene ongunstige verwachtingen van hem 
koesteren. 

Ten slotte z\j het mij veigund, hier nigne gedach« 
ten mede te deelen over die betrekkingen van jtfo-* 
Imiv wdke het meest de aandadit verdienen, eft 
daarbij zoodanige voorstellen te voegen, als mij ter 
bevestiging van h^ Nedertandsch oppei^ezag over dit 
land de nitvoerbaarste, doelmatigste en vooidedigsto 
zijn toegesehenen. 

De gehe^ kust van Mütan is onbewoond. G^jf^mg^ 
de, Hoofdplaats van het land, Ugt te ver tan de zee 
verwijdevd, om ddaar met voorded een Hooftt^etabUs» 



316 



fleneBt aao Ie leggen. De gemeeDwhap met Gayomg 
wordt daarenbofeo door den aterken stroom der ri- 
lier JUaiam zeer moegelijk gemaakt en zou door 
den tegenstand Tan slechts weinige welberadene Ue- 
den gdbed kunnen worden yerijddkl. Er worden 
aobt en somtijds feertien dagen vereischt, om mei 
Snauwen, die slechts eenige Koyangê groot zgn» 
legen den stroom naar Qayong te Taren. Ook schijnt 
faet niet raadzaam, zulk eene Hoofdplaats aan te lcg« 
gen en ddaar de regering te vestten, zonder de- 
ledfe Tan eene toereikende krijgsmagt te Toorzieui 
on het gezag te doen eerbiedigen en de inwonen, 
welke zeer Txij en teugelloos leren, het yerwekken 

Tan onlusten te bdetteu. Intosscben zou men al- 

* 

daar een* Scijant met een%e wemige iidandscbe ad* 
daten in bezetting kunnen leggen , zonder de ijrer- 
mdit Tan den Vorst en zijne onderdanen op te wdL- 
ken, terwijl een ambtenaar, die Tooreerst het land 
doorreisde, en de gesteldheid Tan den bodem, zoo 
wel ab het karakter der inwoners opnam, daarna 
met Tracht zou kunnen gebezigd worden om aan da 
ontginning Tan dit land de hand te lieggen. 

Eene Tastigheid te Bunoiê Lampai op de land-* 
tong, waar de Maian zidb in twee takken, de Kar^ 
bauw en de Kaiapan , Yerdeelt , zou , uiAooMe Tan 
faet lage land , Tele onkosten Teroor^ken en in geene 
genoc^gzame aanraking met de inbool'lingen komen* 

Stcu groote uitgaven en even zoo tde natuurlijke 
bezwaren pleiten tegen de vestiging van eene Neder^ 
landsche sterkte aan de twee monden van de JTor^ 
houw en Kaiapan. Men zou met weinig moeite en 
geringe kosten de Karbouw^ die mQeijel\)k éa ge- 



316 



Taariijk is om binnen te loopen, geheet onbevaar- 
baar kannen maken. Misschien zou de mond der 
Kaiapan daardoor dieper worden en een gedeelte 
▼an de bank wegspoelen. 

Hogten de omstandigheden het plaatsen van eenen 
post aan den mond der rivier Matan vereiacheny 
alsdan schijnt Bengadong eene geschikte plaats daar* 
voor te zijn. Het ligt omtrent eene Duitsche mijl 
van de zee aan de Kaiapan. Als men daar een 
wacht- of vlaggdiuis oprigt, heeft men een vrij uit- 
zigt tot ver voorbij den mond der rivier en de JTo- 
rimaUuéhe eilanden , zoodat men elk vaartuig reeds 
op eenen groeten afstand kan ontdekken. In koi^ 
ten tijd kan men met groote en kleine schepen naar 
den mond der rivier heen en wedervaren, hetwdk 
voor den liandd zeer voordeelig is. Be stroom van 
deze rivier wordt door den vloed niet ver terugge- 
dreven , en indien vreemde en inlandsche vaartuigen , 
die meer dan 6 Koyangê last dragen , te Bengadong 
moeten laden en lossen, zullen binnen kort de meeste 
en voornaamste inwoners van Gayang derwaarts ver- 
huizen 9 hetgeen zij vermoedelijk reeds lang zouden 
gedaan hebben , indien niet de vrees voor oorlog en 
overrompeling velen teruggehouden had. Eindelijk 
vordert het aanleggen van Bengadong geene groote 
militaire bezetting , gdijk Gogang , waar tegenwoor- 
dig vele ontevredenen wonen. 

Kendawaf^aUf tien Duitsche mijlen ten Zkiiden 
van de rivier Maian , hetwelk den Pangeran tjaeba 
toebehoort, is t^nwoordig het toevlugtsoord van 
alle zeeroovers van Matan geworden, en het zou 
zeer nuttig zyn , aldaar eene verandering van zaken 



317 



tot stand te brengen, al mogt men ook voor het 
oogenblik nog geene yastigheden op het overige grond- 
gebied van dat Rijk willen aanlagen. Indien men 
Pangeran tjakba eene maandelijksche toelage vfn 
40 of 60 guldens bdoofde, op voorwaarde , dat hy 
aan de roovers geenen to^ang in dé rivier Renda^ 
wangan en in het Zuidelijk gededte. van Mnian 
veiigunde , meen ik te mogen gelooven , dat dexe 
allengs van.. daar zouden verdwijnen en vde van 
dezdvoi. die. met den SuUan en andere voorname 
Hoofden vermaagschapt zijn, door den nood gedixm^ 
gen, zich zouden laten overhalen, om zich met den 
Pamgeran tjailba te Kendawangan neder te zetten* 
Bit zou veel toebrengen tot de welvaart dier plaats 
en den bloei des koophandels met de Dayakkers van 
Jelay en andere sterk bevolkte rivieroevers. 

. Ingeval . de bezetting der Karimaioêehe eilanden 
in aanmerking nK)gt komen , alsdan zou het voor de 
rust van Matan doelmatig zijn, dat men het- be* 
wind <^ een der drie groote eilanden aan den in 
zyne hoop te leur gestelden Pangeran ▲jdi kahgh» 
xoBAAT toevertrouwde. De Majoor Radjah aki& met 
zyne £Btmilie, wiens voorouders reeds Karimaia en 
Saurouiou bewoonden , zouden, aldaar in vredestijd 
eene geschikte. woonplaats en voordeelige betrekking 
kunnen vinden. Ook Badin g^lav , een bloedver- 
want van den Vorst van Simpang , zou met zijn volk 
daarvoor allezins in aanmerking verdienen te komen». 

Daar intusscben door het planten der Nederland- 
scfae vlag en de beteugeling der zeerooverij twee 
hoofdpunten van het voor Bomeo vastgestelde doel 
bereikt worden, zal de eigenlijke ontginning van 



318 



Maian en Simpamg^ welke groote uitgraven zoo ver- 
deren» missdiieii yerscboven kuDnen worden, tot« 
dat er zich eeae betere gel^nheid tot Tergoediog 
der kosten opdoet 

• Het sluiten yan verbonden en de ondeestandsgelden, 
door de Vorsten des lands genoten, zullen inmiddels 
ten gevolge hébben , dat deze alle gemeenschap met 
de zeeroovers afbreken en hun eigen yolk tot QBoe 
Teranderde levenswijs oyerhden zuilen. Qfichoon 
dit geene inkomsten yoor ons Gooyernement ople- 
yert, wordt daardoor yrij wat kwaad yooi^ekomen 
en een ooiiog yermedoi, die kostbaar is en de vol- 
ken vijandig tegen ons gezind maakt. Hogten ech- 
ter de omstandigheden eene vestiging der Nederlan- 
ders in Maian en Simpang noodzakdijk mdcen , dan 
verdient zeker Si»oeadana de voorkeur als HeoMplaats. 
Lidien de regering alsdan de vrijheid van handel in 
die landen hersteld heeft en het stelsel van lande- 
lijke inkomsten ook bier tot gronddag neemt , biedt 
Sueeadana tot het bereikeQ van dit tweeledig doel 
eene gunstige ligging en uitgestrekte landerijen aan ^ 
weHce de rijkste voortbrengselen der natuur oplev^ 
ren en te gelijk voof de uitbreiding der cultuur bij- 
zonder geschikt zijn. 

, Door eene zoodanige vestiging van ons gezag te 
Suecadana , zouden dan ook de Karimataêche eilan« 
den van zdfs bloeijen* Men kan hiermede echter 
niet bannen , voordat men ook meester b van «St m^ 
pang en JBengadong. Simpany veroorzaakt slechts 
geringe uitgaven: Sueeadana en Bengadong zoudm, 
buiten de kosten voor het aanleggen van forten en 
maandelijks ongeveer 8000 guldens verei- 



819 

Bcheo. b deze 501D niet beschikbaar , dan zon men 
het Toordeeligst handelen met Tooreerst alleen iStfii- 
pang en Bengadang te bezetten. Als de redering 
langs dien w^ het handelsyerkeer harer overige be- 
zittingen bevordert en hare onderdanen in deze 
£eeën beBcherming genieten , zal zij reeds gewigtige 
Toordeden gewonnen hebben. 

Ik durf mij niet vleyen over de geldelijke voor- 
deden» welke de ontginning dezer landen zou op* 
leveren y te kunnen oordeden. ITog lang » Toorzeker, 
zullen de onbeschaafde bewoners dezer landen van 
de edehnoedighdd der roering eene verzaditing der 
hun opgd^de lasten in evenredigheid met hunne 
middden verwachten. Die bewoners toch zijn als 
het ware nog in eenen staat van kindschhdd, onbe- 
kend met de zegeningen en de kracht der bescha- 
ving , waarvan de bevordering en verspreiding in 
de landen van den Indischen Archipd zoo wd het 
schoonste sieraad , als de duurzaamste magt van onze 
rc^gering uitmaakt en uitmaken zaL 



320 



BLADYULUNG 



In^ieii de Pkodoctie.op Java in- de ktUlejaxcii met teiugBedvediti ie 
toegenomen , moet dexe Terbljdende nitkomit hoofdMkel^k aen de maaW 
legelen Tan ons Beatnnr worden toegeschreren , waardoor, niet elleen de 
iSoofden y maar ook de gemeene man celf een billijker aandeel in dé Toeit- 
-bièiigielen van den doot hem bebouwden, bodem erlangt. Eert toodanig rtei- 
sel, hetwelk de.algemeene welvaart <oo kUarbljkeljjk bevordert ^ «ooder 
in het minat tegen de Adatê of aloode gebmiken der inlanders in te 
loepen, en waardoor de regering tevens het grootste 'gedeelte van de 
'prodnqlen des lands Ut hhre beschikking verki^gt, «m .die «an de 
handdisbelangen en denvoonpoed van 'het moederland ditnstbaar te mft- 
l^n , moet seker doelmatiger geacht worden soo wel voor den tegen- 
woordigen toestand 'van Java^ als voor dë belangen van Nederland jcelf, 
'dan de «eeds meermalen ter spnke gekomen voofslag om aldaar van 
jpe|||eringswege aan den verkoop van landeigen aan particulieren (dus 
inzondeiheid aan Eoropeanen en Chinezen) eene grootere oitbreidiDg te 
geven. Dexe maatregel, op eenê zeer niMiMsolUia/ toegepast, titoge 
Telen een allergesohiktst middel tbeseh^nen <om het moederland .van dan 
drukkenden schuldenlast ie ontheffen | — vrg voor ons nen daarrato da 
schroomeiykste' gevolgen niet alleen voor het thans aoo bloedende Jata 
en het lot van desaelft beivtoners, maar ook voor het moederiand lelf 
te gemoet. Het kan niet anders , of deae maatregel moet , als den op 
aloude gebruiken gevestigden invloed der Torsten en Hoofden geheel 
ondermgnende , ook hg de bevolking selve den grootsten tegeniin op> 
wekken, en dreigt hg de voor het moederland aoo gewensdite rast op 
Java en in oose overige Oost-Indische beiittingen voor langen tijd te 
sullen verstoren. Alleen in loo verre de veikoop, of liever de veihn- 
ring van landeigen aan particulieren , door opbeuring der coltmir en 
verbetering der producten , den iiatidnalen voorspoed nog meer kan ver- 
hoogen , sonder de rast der iolandsche bevolking op het spel te netten , 
verdient dete maatregel bg de regering ingang te vinden, ofschoon d»- 
ttlve , onses enchtens , in den tegenwoordigen toestand van Java nog 
altgd eene aeer beperkte , en in elk geval, eene seer voonigti^ toe- 
passing veieisdit. 

c. L. iLim. 



VI. 



afeSGHIBOKVIS TAK HATAKi 



De geschiedenis Yka Maian rerliest zich ih dé 
daistérnis Tan Torige eeaiipen. Fabelachtige Terhalen ; 
door mondelinge overlevering Toortgeplant, en de ver- 
vallene graven der Vorsten^ waarop nög eenige jaar- 
tallen zigtbaar adjn , zijn de grondslagen! » op welke 
de geschiedenis van dit land berust. 

Wanneer men de meest beschaafde volken dé overle- 
veringen hunner kindschheid met eene bekere schroom-^ 
vallige gehechtheid ziet verdedigen en bij allen, Tan 
de Tro^gste tijden af, eene sterke zucht Toor het 
wonderbare opmerkt ^ kan het inderdaad niet be-^ 
Treemden, dat in de geschiedenis Tan Matan waair^ 
beid en Tèrdichting óndereengonengd zijn. Imïners 
de fabel is meestal óp waarheid gebouwd; 

PnAwi DJATA {of Bro€wi djotA) , ccu' prius uit het 
geslacht Taii Ma$japahiei op Javoj door eene be^ 
smettdijke ziekte aangetast, werd, zoo als het nog 
tegenwoordig dikwyls by de inboorlingen geschiedt ^ 

21 



322 



om de yerdere yerspreidiDg van dezelve voor te ko- 
inen>, ia een Bakit^ of huisje op een ?lot gebouwd, 
gebragt. Een bevige storm deed het touw breken, 
waarmede het Rahit aan bet land was vastgemaakt, 
en dreef den prins de onstuimige zee in, die bet 
vlot dreigde te verbrijzelen en hem in de golven te 
b^raven. Prawi djaya verdroeg zijn lot met ge- 
latenheid en zag zich in zijne hoop niet bedrogen. 
De stroom voerde hem , na het uitstaan van vele ge* 
▼aren , eindelijk naar de Westkust van Bameo , voor 
den mond der rivier Katapauy die een tak der Gagang 
is. De zeereis, hoe gevaarlijk ook, had den prins eeni- 
germate versterkt en met nieuwen moed bezield. Hij 
baadde zich in de rivier Katapan^ waar dagelijks 
een kleine visoh , Aéong of Blang Oelin geheeten , 
wiens kop op een* katteokop gelijkt, naar boven 
kwam en zijne voeten likte, waardoor bij weldra 
genas. Een Kaiman, met name SaraêHi^ hngt 
hem , zoo lang hij nog niet geheel hersteld was , da* 
gelijks voedsel. 

Ma zijne beterschap ging de prins met de twee 
honden, die hij van Jaca had medq;ebragt, aan 
land , om (^ kleine herten te jagen. Eensklaps doe* 
gen de hond^i aan en bleven voor een' dikken Bam« 
boesstam staan blafien. Hij onderzodit bet riet aan 
alle kanten, zonder iets bijzonders aan hettëhe te 
ontdekken, en stak met zijne spies in het riet. Toen 
hij deze terugtrok , sprong er uit de aldos gemaakte 
opening eene overschoone prinses te voorschija. De 
bevrijdde jonkvrouw wierp zich uit dankbaarheid 
voor de voeten van den Javaanschen prins en bad 
hem» haar en het Bamboes teqiaren. De spies vid 



S23 



feiATA uit de handen , hij hief de otibekeode op en 
geleidde haar naar zijn Rakii. aUe hier," sprak hij, 
i>n]ijn verblijf: deel met mij mijne kleine woning , 
mijn fortuin, en wees mijne vrouw/' PoetrieMiBh 
TOir, ofschoon eene prinses ^ reiborg even als an-^ 
dere meisje^, hare gevoelens achter den slaijer van 
maagdelijke eedigheid ; maar al gaf haar mond hem 
geene verzekering van hare wederliefde, hare blik- 
ken en haar handdruk zeiden den Javaanschen prins 
duidelijk genoeg, dat zij er in toestemde om zijne 
verloofde \e zijn. 

Eenigen tijd daarna voer prawi hiATk in eeno 
gi'oote boot of Siinpong de rivier op tot aan de 
plaats^ waa^ de Maian (Gafong) zich in twee tak-- 
ken, de Kmrbouê» en KatapaH verdeelt Hij zag^ 
dat hier hout gevdd was, maar kon, in weerwil 
xÈtA de sporen van menschen, die hij aantrof^ nie^ 
mand ontdekken en voer dus de rivier nog eenige 
dagreizen hooger op. Daar bij ook hier geene men- 
schen vond, wilde hij naar zijn vlot terogkeeren. 
Hij roade met kracht door, en kronkdend en in de^ 
gedaante van bloemen draaide zich het water rondonv 
zijn vaartuig heen. Zoo voer hij, rusfdoos en in 
zijne gedachten verdiept , snel voort , toen plotsdijk 
eene waterMoem zich hoog boven bet warter veiMéf , 
en eene zaebte stem uit dezelre hexti vro^ : » piuy^t 
»BJATA, Welke tijding brengt gq uit de bovenbni-k 
» den mede ?" Spoedige liet hij de riemen vallen , CfiÜ 
de waterbloem met beide banden te grijpen, waarna 
deze zich opende en de prinses livdong bóabh voor 
hem stond. >>6ij hebt,*' sprak zij, » Javaadsche prins, 
))de toovérmagt, die mij gekluisterd hield, vetbro- 

21* 






824 



»keD:' ^ees dm pok verder edelmoedig en beschemi 
Dmij^" -. ))De handen, die u verlosten ," hernam 
de prins 9 DZuUen u ook altijd beschermen: kom 
D met mij naar m\jne woning en vermeerder het huis- 
» gezin van den armsten koningszoon." — » Welaan ^ 
)» dan geef ik u mijne hand i Radjak djata i Denk 
^ aan uwe woorden : zij bevatten verbindende bdof^ 
»ten." — » Bekoorlijke Poeiriel zoo mijn geluk aan 
Dmyne trouw gelijk is» zult gij altijd te vrede zijn." 
Paayti nata geleidde liiiik>ii« naar zyn Rakit* 
'De bescheidene bobton ontving haar met bpene ar-* 
men en beloofde hare vriendin te zullen zijn. De 
niet minder eddaardige Poetrie b6abh verzocht, zich 
als de dochter van Poetrit boxtoic te mogen aan- 
merken. Op raad van de beide vrouwen , voer djata 
de rivier op tot aan de plaats, waar later Kotta 
Lama (bij Gajfong)^ nu Tcmibouuang Lampai go^ 
heeten, stond. Hier bouwde hi} een huis, en toen 
hij geno^ rystvelden voor zijn onderhoud had aan<^ 
gelegd, reisde hij naar de bovenlanden, waar hij 
eindelijk inboorlingen of Daijakkerê aantrof. Op 
hunne vraag, verklaarde hij Radjah pbawi djata uit 
het geslacht van Matjapahiet te zijn« d Dan komt gij 
»als geroqpen," zeiden zij: »wij hebben reeds lang 
»Baar eenen Vorst uitgezien. Wij heeten u dus wd- 
»kom, en zoo gij onze Vorst wilt zijn, behoeven 
» wij niet langer te zoeken." De reizende konings- 
zoon bedacht zich niet lang , en zoo werd 

PKAWI DJAYA DE EERSTE VORST VAN HATAN. 

lïaderhand deed hij eene reis naar de beneden- 
rivier , om zich daarheen te begeven , waar in later 



425 



tijd Sueeadana gebouwd is. Aan den mond tan 
den Noordelijken arm der rivier Matany de Kar^ 
houw y kwam hem de Kaiman Sarassa , die hem bij 
zijne aankomst en gedurende zijne ziekte met spijs 
had verzorgd, te gemoet en vorderde, tot beloo- 
ning 9 een veertigtal zijner onderdanen. Daar Radjak 
DJATA dit weigerde, nam Saroêsa de gelegenheid 
waar, om eene Praauw bij Danau^Laboan-^an^ 
ting om te werpen , waardoor veertig mannen en 
een groot Gamblang^el van den Vorst zijne prooi 
werdea en in de diepte der zee verzonken. Tot op 
den huidigen dag hooren de schepelingen , bij stil 
weder, uit de diepte der zee klaaggezangen van men* 
achen , door zachte toonen , als van spelende instru« 
roenten , Ix^leid , opstijgen. Yan Maian tot iSohh 
bas , langs de geheele Westkust , en in de monden 
der groote rivieren hoort men op schoone. zomerda- 
gen die liefelijke toonen , welke van den bodem der 
zee schijnen op te komen. Hoe oplettender het oor 
naar die toonen luistert , des te meer gelooft het de 
stem van zingende menschen te hooren en gedurig 
duidelijker woorden te onderscheiden , die als in een* 
droom te zamengevoegd de zinnen betooveren: even 
als somwijlen zware avondwolken , die aan den ge- 
zigteinder ^pkomen , aan het starend oog allerlei beel- 
den vertoonen, die aan eene levendige verbeelding 
vorm en leven ontleenen. 

Radjak DJATA bouwde later ook eene woning bij 
Sueeadana , verzamelde eenig volk en vertoefde 
daar een tijdlang. Zijne magt was zeer gering, maar 
hij deed echter veel voor de 'beschaving der geheel 
ruwe inwoners en verwierf zich groote achting. Dik« 



326 

W^lfi wordt bij^ ia plaats \^ Rtt^uh^ 4f^k Jiadjak 
oi ook RiUoe gebeeten. Hij «tierf bij Suecadqna I 
ea verd aqbter op doo berg BougU-^LaiU (of Boekit^ 
LmU i^bij die pUats b^raveo, 

PA-FOUUPIV, DE TW£BPE VOMST, 

Tolgde zgnen vader , piuwi i>^ATAy ia de regering 
op. Ujae magt en zijn aanziea wa« niet byzoader 
groot , zoodat bij zich met den titel vao fa-kuiaor 
(vader pouioir) moest Tei^epoegen, Hij trouwde mei 
iau>OAT j de dochter Tan omorg , het Oj^rhoofil vaq 
t^et volk» dat by Meling^an beneden Succadtma 
WiGioad^ Hij loktjO de Dayakkerê. naar den mond 
der rivier Sueeadana en MelingsQn^ ve^^grootteiTo/lii- 
l^ma^ en 4roegy even ak zijn vader, ved tot de 
beschaving zijner onderdanen b^. H\j atierf oip eene 
reis 9 diep in de bovenlanden, nabij de rivier Matan 
{G^3Qng)t zes dagreizen boven de t€^gen;woord^ 
plaats Gayang. 

* 

PANGERAIH KARANG TONJQNG, DS DERDE VORST, 

die zijnen vader poajiov opvolgde, was de eerste die 
den titel van 'Panoemhakan voerde. Op zijne drin* 
gende beden had God hem n^et zeldzame wisheid 
beschonken en hem beloofd , dat zijne nakomelingen 
als Vorsten over vele landen zouden heerscben. Hij 
had geene vaste woonplaats, noch bepaalde leger- 
stede. Des avonds Aam b\] eene kleine gestalte aan 
en sliep in eene Uoem van den heester TcÊ^ong. 
Deze opende zksh, om beiai te aptvangeui sbx>t des 



327 



nachts hare bbderen over hem beeo , ea opende die 
des morgens vreder, om hem uit te laten. Hij nam 
zeer in magt en aanzien toe, boavde schepen, die 
langs de kustai voeren, en bragt daardoor koop- 
handel en rijkdom in zijne staten. Onder zijne re- 
gering b^n vooral Sueeadana te btoetjen. Hij was 
werkzaam, leeftle gelukkig en vergenoegd, overleod 
ia hoogen ouderdom en werd achter den Bougü- 
Laui boven Suóeadana bqpraven. Hij liet vde zo- 
nen na, die allen Vorsten van onderscheidene lan- 
den, als b. V. van TimMoê^ Timor Zaui^ en vele 
andere eilanden , werden. 



PAÜOEHBAHAN F0ENDC»IO PRASAP (ook TOHITOIIG 
ASAP) , VISaDB VOHfiT , 

was de oudste zoon van kamamg nmMmta , den eer- 
sten Panoembakanm 's Morgens en 's avonds kwam er 
een dikke rook uit zijn Ugchaam, waarvan bij den 
naam van Poendong Prasap bekwam. Hij l^de zich 
bijzonder op den akkerbouw toe, herschiep vele ho^ 
sdiea in vruchtbare velden en bragt de inwoners, 
die ver van elkander door het land vQrq[>reid leef- 
den, digter bijeen. Hij was bij z\|ne onderdanen 
zeer geacht en bemind. 

pauoshbahan handala, vuns voasr van 

BOUGJT-LAUT £N SUGCADAKA, 

de zoon van postdoiio fbasap, vergrootte Sueca- 
dana^ waarheen hij zijn volk overbragt, en droc^ 
gelijke zoig voor de oude stad of Kotia^Lama. On- 



328 



der zijne r^fcring voeren yaartuigen naar Banjer en 
zelÊ naar bet tegenwoordige eigmlifk Bomeq. Men 
zegt» dat hij tegen den Yorst der KarimaUuthe 
eilanden oorlog YO^rde , dewijl deze hem zijne bruid 
SEAH y de dochter van sambaa , het Opperhoofd der 
Daijahker^ op de Zuidwestelijke kust ^an Borneo^ 
ontroofd bad, naar welk^ nog het groote rooige- 
bergte van die kust genoemd wordt Panoetnbahan 
B4NDAIJL r^eerde lange jaren in Trede over zijn land 
en ligt achter den Bougit^Laui b^graYen, 

TUSSCHENREGERmC. PANGERAN AKOM, REGENT. 

De iJQoiL yaa den Panotmhahan baitiuia was nog 
^ jong j en zoo kwam de rqgering van het land aan 
Pangeran akok, eenen broeder yan baitdala. en 
zoon van posnnoira prasap. Hij bestuurde het land 
zeer gelukkig en yerwierf zich groeten oorlogsroem. 
Hij had KotU^Lama tot Rijkszetel gekozen en ver- 
grootte deze plaats aanmerkelijk. Ook voerde hij 
oorlog tegen poktan , den Vorst van Sintang. 

Deze, de lai^tste mannelijke qiruit uit het oude 
Daijakêche geslacht van Djepair^ had eene eenige 
docht^ y BATAir^ D^iuE y welke door Pattgeran akom 
ten huwelijk werd gevraagd.. Poztak beloofde hem 
hare hand» onder beding, dat hij» naar oud gebruik» 
binnen den tijd van twee maanden het bruid^;e- 
schenk» uit eenen gouden bloemruiker van 5 Bankol > } 



«*• 



1) De Bonkol goud staat geiyk piet een Tail en bcef^ oogeTcer een» 
waarde van/ 64 NederU 



329 



(oneen) ziiaar bestaande, aan haar overbrengen moeste 
Vol blij4scbapy beloofde akok dit gaarne te zullen 
doen en yertrok hij weder naar Maian. Daar aange-* 
komen , liet hij een' zvaren gouden bloemruiker ma- 
ken en daarenboTen op de middelste Moem eenen 
grooten diamapt zetten. Zoo reisde hij naar Sin^ 
tang terug , om zyi^e bruid af te balen. Daar echter 
de yastgestelde twee maanden lang yerloopen waren , 
had FOBTAir zijne dochter djilib aan &ia mslxh, een^ 
Yorst van Maloa^ uitgehuwelijkt. Akok vertrok met 
het voornemen om zich te wreken en verklaarde om 
deze beleediging den oorlog aan Simang» Hij liep 
met vele Praauwen de rivier Karhauw uit en ste- 
vende boven Sueeadana langs de Mendauw opwaarts , 
Sangauw voorbij , welke plaats toen reeds bestond , 
maar geene dg^ne Vorsten had. De inwoners wa«» 
ren Daijahkerê , over welke verscheidene bijzondere 
Hoofilen regeerden. 

Hg kwam daarop, te Sekadauw, Sepank , en BH- 
Umg en eischte van deze Vorsten , om of gemeene 
zaak met hem te maken , of zich onmiddellijk tegen 
hem te verklaren en dag te leveren. Zij verkozen 
het eerste en trokken met hem tegen Sitiiang op, 
om het aan te vallen. Doch namaa vond in de 
hieroglyphen zijner gewijde boeken (Soerai Katika)^ 
dat hem de dood wachtte , indien hij nog denzeli^ 
den dag den aanval bc^on. Maar de driftige akok 
greep zijne wapenen op, plaatste zich voor zijn 
krijgsvolk en riep vol geestvervoering uit: ^Mijn 
))ligchaam zij uw schild, oude vader en vriend : wij 
» zullen te zamen leven en overwinnen , of te gelijk 
» sterven I*' 



330 



Ui^t>p neen lij op SitUang aan. PoÊ^êran po>« 
TAN yoerde bet Tolk aan, dat 'Op den regteroe?er 
der rivier, waar na de stad SifUamg ligt, geschaard 
stond.' munvAK, een zijner Toornaamste Hoofiien^ 
verdedigde den linkeroever, waar de graven der oude 
Vorsten nog tegenwoofd% te zien zijn, in de na- 
byhdd der Nederlandsche vesting , waar te voren de 
eerste stad Siniang stond. Poitav van Siniang werd 
door AKOM en z\jnen PangHma (of aanvoerder) tot 
wijken genoodzaakt en einddijk op de vlugt gedreven. 
Haloihak daarentegen weerde zich dapper aan den 
linkeroever. Panglima diaxar werd , zoo als de boe- 
ken voorspeld hadden , doodelijk door hem gewond; 
maar eene beroemde Doctorease (do€han)j DATAsa 
M»BH, legde eene halve Kalebas (Ldboe) op het hooM 
des gewonden , die OQgenblikkelijk genezen werd en 
zulk eene kracht in zich voelde, dat hij den strijd 
kon voortzetten. 

Ofschoon Pangeran pqrah op de vlugt was ge- 
jaagd, bood echter het volk onder kaloucak zulk 
een' geduchten t^gensUnd , dat akov , na een ge- 
vecht, dat van 's morgens tot 's avonds duurde, nog 
piets gewonnen had. Hy liet nu aan de Hoofden 
en het volk van SiMong weten, dat, zoo h\j beden 
geen overwinnaar bleef, de oorlog voortgezet en «Sm- 
'ÊiiHg tot den. grond toe verdelgd zou worden; niaar 
indien de inwoners zich nog dien zdfden Ab^ onder- 
wierpen, dat hij dan aan allen vergiffenis schenken 
en de stad sparen zou. 

Docht deze bedreiging verschrikt , gaf Siniamg zich 
over. Mom, getrouw aan zyn g^ven woord, be- 
handelde de inwoners met gematigdheid en verzocht 



331 



deq g^evlugten Yprst naar Siniang terug; te keereo. 
PoBTA5 gaf aan deze uitnoodiging gehoor en vilde 
zelfi zijne dochter van eia têxuba scheiden, om haar 
aau AKOM ten huwelijk te ge?en. De overwinoaar 
▼erlangde dit echter niet , vergaf hem de ontvangene 
beleediging en keerde naar Matan terug. Hij en 
zijn getrouwe Panglima djahak namen niets van 
daar mede en veigenocgden zich met den h^ Sinr- 
tang behaalden roem. 

Pangeran akok regeerde lange jaren over Sueea- 
dana en Kotia-Lama^ en eerst na zijnqa dood kvam 
de regering in handen van zyn' broederszoon, die 
reeds lang meerderjarig en de wettjge troonsopvolger 
was. Akom wordt in de geschiedenis Morhom Ratoé 
genoemd en kan derhalve als souvereine Vorst, en 
niet wel als Rijksbestuurder , worden aangemerkt. 

FAliOEIIBAHAN AYER MALA, D£ ZESDE VORST, 

de zoon van den voormaligen Panotmbahan bakdala , 
begunstigde vooral landbouw en koophandel. Hij 
liet vele bossohen uitroeien, den grond tot bouw^ 
land aanleggen en van het hout vaartuigen bouwen. 
Eens l|ad hy een zeer vruchtbaar stuk land , dat met 
hooge hoornen begroeid was , aan de rivier Kataenr* 
tongj die dezen naam van den boom Katoeniong 
ontleent en vijf mijlen van de zee in de rivier Ma* 
tan valt , tot akkerland bestemd. Maar de boomen , 
welke ATS& xala over dag het vellen, groeiden des 
nachts weder op , en zoo w^ alle zijne moeite vruch- 
teloos. Reeds was hij voornemens de^e plaats te 
verlaten » toen hem ia dm^ slaap een geest versobeen, 



332 



die hem zeide, dat een magtige Dewa (geest) dit 
iand bewoonde en over het omhakken der oude boo* 
men zeer verstoord was. Hij ried den Panoemhahan 
eene bijl van tin te laten maken , om daarmede de 
boomen te vellen , daar de magt van den Dewa 
hiertegen niet bestand was. Atbr haia volgde de- 
zen raad, en op die wijs werd de magt van den Dewa 
gebroken, die uit deze landstreek verdween. De 
kleur van het water der rivier KcUoerUong is zwart, 
een bewijs, dat het over beddingen van tin- en 
ijzer-erts loopt. Het is waarschijnlijk , dat de Mythe 
van den Deioa op het uitgraven van metaal , en be* 
paaldelijk van tin, dat hier in overvloed gevonden 
wordt , betrekking heeft. 

De Panoemhahan atkr hala ligt bij jiyer Mala , 
nabij Jlyer^brai boven Succadana begraven. 

PAIVOENBAHAN Dl BAROE-SONGIE MATAN, ZEVENDE TORST, 

Als oudste zoon , volgde hij zijnen vader in de re- 
gering op. Hij legde de eigenlijke plaats Matan aan , 
die voorheen \ Duitsche mijl van het tegenwoordige 
Simpang , op het grondgebied van den Panoemhahan^ 
gelegen was. Naar dezelve noemden zich , gelijk wij 
te Yoren gezegd hebben , de* Torsten dezer landen 
Sultane van Matan. Onder zijne regering, om- 
streeks het jaar 1550, kwamen er over Palemhang 
Arabieren naar deze kust , welke het Mahomedaanscbe 
gdoof zochten uit te breiden. Hij bleef echter ge- 
trouw aan de eerdienst zijner vaderen en moet een 
dapper en onverschrokken man geweest zijn. Men 
verhaalt , dat geheele acharen van strijdbare mannen , 



388 



Op het geluid zijner stem alleen^ sidderden en gehoor^ 
zaamden* Hij was een groot minnaar Tan de jagt^ 
ging onbevreesd door woeste bosschen en over hooge 
gebeiigten , en was zoo algemeen gevreesd , dat nie- 
mand bet waagde bem eenig leed aan te doen. Even 
als vele zijner voorouders, bereikte bg een' boogen 
ouderdom en overleed omstreeks bet jaar 1590. Zijn 
graf is te Lalang bij Meliau op den Baugit^Laut. 

PANOEKBAHAN GIERIE KASOEHA, VORST VAN SONGIE, 
GIERIE EN SUOOADANA, ACHTSTE VORST. 

Zijn vader was de PanoembaJian di baeos van Ma- 
tan. Gedurende z\jne regering kwamen, zoo als 
vroeger verbaald is, op den 13^" Maart van bet jaar 
1604 de eerste Hollanders, onder bevel van vm&AirD 
TAH WARWTK, aan de Karimatoiche eilanden, van 
tvaar zij eene sloep naar Suecadana zonden, om 
berigten omtrent den bandel in te winnen. 

Den 12^*'' Januarij 1607 ontving h. rosv bet bevel, 
om van jBaniam naar Suecadana te stevenen en bandel 
in diamanten te dr\}ven. Den 22 Junij van betzelfde 
jaar vertrok sahubl blomkas&tz derwaarts en keerde 
▼an daar den 13^^" Julij naar Bantam terug. Ten 
tijde van dezen gibrib kasobbia wil men, dat de 2>af- 
jakker sipak den grooten diamant van Matan, Se^ 
ginuMf gevonden en aan den Vorst ten gescbenke ge^ 
geven beeft. Geen der Mederlandscbe ambtenaren 
echter , die zicb bier om den diamanthandel ophiel- 
den, geeft daarvan eenig berigt i). 

^) De gewecen Presideiit der ïtekenkamer , de Heer a. wmtKH, heeft 
eene ftl1>eelding taii desen dianumt , door den aehrijyer geteekend , ge- 
nen , volgens itelke hij de grootto heeft van een dniTenei. 



334 



Omstreeks 1600 trad omit kasokma in het huwelijk 
met Poeirie bobtikok, de dochter Tan p&abos. Vorst 
Tan Landak. Onder hem Terbreidde zich de Ha- 
homedaansche godsdienst in Matan en Succadana^ 
welke hij zdf aannam. Hij hield dikwijls zijn Ter- 
blijf in het binnenland en ging Teel met de Datjak^' 
kers om. Het schijnt , dat hij , met de aanneming 
Tan het Mahomedaansche geloof, te gelijk gebniik 
maakte Tan de Tei^gunning om Terscheidene Trouwen 
te onderhouden. Hij stierf aan Tergift, hem door 
zijne iJTcrzuchtige gemalin, de prinses Tan Landak^ 
gegCTcn , welk land nog tegenwoordig in eenen sleeh- 
'ten reuk staat wqgens giftmengerij. Gikriè i^ajboibma 
ligt in het land Gierie begraTCD. 

TDSSCHEMEGKRING VAN RATOE BOENKOK 

Na den dood baars gemaals kasocm a nam Raiae 
BOSüTKOK, gedurende de minderjarigheid Tan haren 
zoon , de regering OTcr Suceatihna alsmede OTer Lan- 
dak in bezit, als Batoe di At4u Negrie (Yorstin 
OTer het land) tot omstreeks het jaar 1624. 

Den 28**^ NoTcmber 1608 was samthsl slohkabrti 
op nieuw Tan Bantam naar Suecadana gereisd en 
aldaar den 7*^ December aangekomen. Den 11** 
Haart 1609 werd BLOMMASEtz daarheen gezonden, 
bepaalddifk met het dod om eene OTereenkotnst be- 
Irefifende den dleenhandel met Suecadana enz. té 
trefien, welk Toontel echter, zoo wel als de haar 
aangebodene bescherming, door de Vorstin Tan de 
hand werd gewezen , ofschoon zij toen door Palem- 
bang met eenen oorlog bedreigd werd en uch wer- 



385 



keiijk reeds in oorlog bevond met adil , SuUan ?an 
Samba» ^ haren neef» die te Meliau bij Succadana 
geboren was. Zijn yader was teitga , voorheen Sul^ 
tan van Sambas; en zijne moeder hiah, de zus- 
ter van oiEEii KASOEflA en schoonzuster van Raiife 

BOENKOB. 

Blommabetz^ die intusschen naar Samba» vertrok-* 
ken was en aldaar een verdrag gedoten had , keerde 
naar' Succadana terug en beproefde nog eenmaal eene 
overeenkomst te sluiten. Ook nu ontving hij een 
weigerend antwoord van de Vorstin en keerde den 
10^*^ September 1601 naar Bantam terug. Zoo 
bleef Succadana op zich zdf staan ^ zonder met eene 
Europesche mogendheid eenig verdrag te sluiten voor 
het jaar 1822. 

GEHBENSCHAPFEXiIJKE REGERING VAN RATOE BOBlfROR 
MET HAREN ZOON GIERIE MOESTAiU. 

GossTis HOBSTAKAy dc zoouYSJï Panoembakon cnaig 
KAsosMA, had omstreeks het jaar 1624 zijne' meerder- 
jarigheid bereikt, toen hij gemeenschappelijk met 
zijne moeder, Raioe bosjolob, over de landen Matan 
en Succadana bqgon te regeren en den titel en 
naam van oibeib hoxstaka, Panoembahan van Jlfabau, 
eene kleine plaats boven Succadana, aan den voel 
van den beif; Laui (Boeiii^Laut) , aannam. Zijne 
moeder regeerde alleen over Landak en, te gelijk 
met hem, over Matan en Succadana tot ongeveer 
1627 y toen zij naar Zandak terugtrok. 



836 

»JLTAN NAHOMET SAPIE LOEDIN, VORST VAN 
HELI AU, NEGENDE VORST. 

GiBEiB M0B8TAKA, Panoembohon van Meliau^ aan** 
Vaardde, na dea afitaad zijner moeder, alleen de 
roering over het Rijk van Matan. Hij was de eerste, 
die den titel van Sultan aannam en van toen af 
onder den naam van hahoiibt aêLPis lobdot , Sultan 
van MelioMf regeerde. Uit de verschillende tltek, 
welke de Vorsten van Matan droegen, blijkt, dat 
eij, even als de Daijakêehe femilien, dikwijls van 
woonplaats veranderden. Elk Vorst koos zich een 
ander oord tot woning, en het geheele land ontving 
dan den naam van den nieuwen Rijkzetsel* Samb 
LosDiK had daartoe Matan uitgekozen, maar bet land 
behield echter den naam Mtliauy omdat hij aldaar 
als Panoembakan gewoond had. H\j liet zich veel 
aan Sueeadana gelden liggen, hetwdk door den 
oorlog, dien zijne moeder tegen Samba* gevoerd 
had , eenigzins vervallen en tevens in zijnen koophan- 
dd achteruitgegaan was. Ook was het verkeer met 
i'a/emian^ geheel afgebroken. De Vorst van dit land, 
die vroeger jaarlijks een aantal schepen ^ om handel 
te drijven , naar Matan plagt te zenden en toen ook 
in zeer vriendschappdijke betrekking met de Vor^ 
sten van Matan stond, doelde thans integendeel op 
de verovering van Sueeadana^ Tot het verder ver- 
val van deze plaats dro^ ook de oorlog veel bij,- 
wdken Sultan sapib LOtoor t^en Landak moest voe^ 
ren. O&choon dezdve niet van langen duur was^ 
had hij toch eenen schadelijken invloed op den koop 
handd en het verkeer met andere volken. 



387 



De oude stad Koiia'-Lama werd door dezen Vont 
niet bezocht en veryiel zeer goedig . tot eene onbe* 
duidende plaats» Hare inwoners verstrooiden zich 
deels naar Matan^ deels naar Siseeadana. 

Sapib judikk overleed omstreeks het jaar 1677 en 
werd achter Meliau op den Bougit^-Laut begraTcn. 
Hy was een zeer ijverig Muselman en staat hg de na- 
komelingen in bijzondere achting w^ns zijne op- 
regtheid. Zijne onderdanen gaven hem den eervol- 
len naam van Sultan Jong addie hreêsie^ de Vorst 
met het reine opr^gte hart. Hij had eenen zoon, 
den Pangeran mobda , die echter eenige jaren voor 
z\jnen vader stierf. Deze liet eenen zoon achter, 
die nog te jong was, om zijnen grootvader. Sultan 
sApn JVDnif, na deszelis dpod in de regering op te 
volgen. 

TUSSCHKIIREGERIIIG. 

Pangeran djaga en Pangeran naga di laoA| beide 
zonen van Raden kasqbxa, eenen broeder van den 
Panoemhahan gibeix kasobxa, naaste bloedverwanten 
van den minderjarigen troonsopvolger , maakten zich, 
zonder door iemand daartoe uitgenoodigd te zyn, 
van de regering des lands meester. Naderhand ech- 
ter werden zij tot Rijksbestuurders benoemd en be- 
kleedden deze waardigheid van 1677 tot omtrent 1694. 

SULTAN KAHOMET SEIN OEDIEN, SULTAN VAN 
SCOESOR, TIENDE VORST. 

Sommigen noemen hem slechts Ratoe van Seoeêor, 
Zijn vader was, gelijk wij boven gezegd hebben, 

22 



838 

Pa^eran moid a , zöón van Sultan saph judim , die 
Toor zijnen vader orerleed. Skik okdibh trad in het 
huwelijk met bütbo addie, eene dochter Tan den 
Panoembahan sirrGAirw, den laatsten Yorst uit bet ge- 
slacht der oude DaijaTuché Torsteii van Mampauwa. 
Omstreeks 1725 deed Pangeran aoohg, een broe- 
derszoon Tan den Torigen Sultan sAm luBiBir, sBor 
OBDiER den oorlog aan. 

TUSSCHENREOERING. 

Pangeran AGoira , door bet geluk in zijne onder- 
nemingen begunstigd, terhief zich eindelijk tot Pa-^ 
noemhahan van M€itan* Sbin ótbim vlugttfr naar 
Kottariengien en zocht hulp van Bawjer en de Vor- 
sten der Boeginezen op Celebeê , die hem ook. spoedig 
bijstand yerleenden. Sma ojnmm keerde naar Matan 
terug en hervatte den oorlog tegen agovo. In het 
begin was het geluk hem een' tijdlang gunstig , maar 
wddra keerde het hem den rug weder toe, zoodat 
Mj verjaagd en van al zijn volk veriaten werd. Daar 
de terugtogt ' hem afgesneden was , ' wierp bij zich 
Bi^ eenige weinige getrouwe dienaars in den Ha- 
leiscb^H: tempel y wdke door agovg dadelijk met eene 
sterke ^acht en eenen P^gger iïi omheining omge- 
ven wèrdy óikt de gevangenen vi^n honger te lates 
sterven. In de verschrikkelijke oogenblikken, waarin 
sBiF oBünuf reeds met den bongersdood worstelde , 
kwam DUIT MsirGAMBONGy een Bo^ineesch Radjah^ 
van drie andere i?a<(;aA# , zijne wapenbroeders, ver- 
geseld, eensklaps tot ontzet opdagen. Hef hi^ zwaard 
in de vuist viel bij op de troepen van den 



339 



M m$^ AIO0KW aw, vieip den om d^n tonp*! 9K^ 
tfoULMt P^g^r ooifar^ benijdile dea Sulinn tmff 
onfva en .brttgt hem aan beerd zynter schepen, met 
wdke hy ,zich al Teehteode den tenigtqg^ naar de 
RYter MaU$n baande , aliraar hij met zg ne Of erigt 
afgydmatteg» toot: anker gpiifip ügg^ » ^b» te berai^T 
aUg*en ; wat hun» inu verder . te doen stond. Qmi 
mmouM^bm spoedde cich ferrolgeaii ofu^KtUwrimr 
gim ito benrikent< ten einde, ook .de iamflie Tan mboi 
Maovr te ceddtt^^ daar.de orèrmnnende Aoona reeda 
•Tiftt.laad troepen' bad a%eaOnden, om dez^ve ge- 
iTan^an te neDoea» Sim onkm had, eöhtep het ge^ 
hifcf' desrynen in. weiatand te Kot^f:img%m ma te 
Vt^Bm m btdiaadan aan boord te breogw« Pij dei;e 
gf^l^giilnbeid iiwg nMor. jqtpoiLipiQmfr foor bet e«nt de 
.dopcjiw jyy a afflbeden Uïer iop iTmmardg^cav 
{dmO'dOK^ler ifan d^n feidrevenen ¥ont, de scboone 

: D^ !wfaui4we ftKSÏnoKbe Yimtw kerfden nyet 
4esk' fiulian naar JKb/an t^r^g en hernieuir4e|i di^a 
oorlogst Yirdkon )(\i cm' tydlaog met jSmMmi 
g^k/bWf f» foorlwtteou P^r het .aanhoudend, f on- 
Mwf/fw .folk.JA tali:yk9 cpeneehteaaaiMefk^k foiv- 
9imékWi^w>df9 dat ef. niouwa< fenrteHcjfig foor bep 
kMta : opdi^fen» deed üaBfanroAimoite dea «$m/^^ 
het Toorstd » om hem naar zijn f aderbuid CMiêê 
ste ?o]gW' iK^, aieb aldaar, neder te setten, of.eene 
geMlf «#&#>; nwg^ ti9t bimveijKWiing fw dep oorjqg 
bjjjfBm t9i,.biYiiiees»f Haari smK wpinr kon er niet tx)^ 
JMrfiyiteor oip,.ja^ i;4l».zï}ne* gi^Tteplaeta,. iraar 
bë;/lil»TQr«t (M^vwd e* g^Unge dagen gekend 
M « [If f mn^ydcKen. I^i t^rkeoa dus Uefer ,al f ech- 

22* 



• i 



S40 



tende te sterven, dandjn land, zoo ab het scbeeny 
▼oor altijd te Terlaten. IVel geroeide zich duit ■■!- 
GAMBovo door den roem , wdke er Toor hem in ge- 
l^n was, indien Jbij SBor OBüm op zijnen troon 
herstdde , en door het uitzigt om aldus de gemaakte 
onkosten vei^oed te krijgen , tot bet TOCNTtzetten Tan 
den oorlog aangeprikkdd : voor- het oogenblik ech^ 
ter achtte hij dit onmogelijk en maakte zich dos tot 
den aftogt gereed^ Toen trad Potiriê kobüwba. bid- 
dend TOOr Dein imroAMBoiio en bediste het lot Tan 
Maiam. Be Boeginesche Vorst Terzamdde op nieuw 
zijne wapenbroeders, Dein tjslah, Dein BAunt en 
Dein mbbbwa , en bezwoer hen, om nog een* hatstea 
strijd, tegen Pangeran aooho met hem te wagen. 
Zij haastten zich tot de uitfoering tan ban besluit 
om nog eenmaal de kans des ooriogs te bqiroeren. 
Om echter hun Toomemen te verbei^gen , Terheten zij 
Maian en strooiden het gerucht uit, dat zij naar 
Ctlebeê waren teruggekeerd. Maar onyerhoeds keer* 
'den zij terug, overnelen den Panóemhahm^ sloegen 
ïijne benden op de vlugt en Sein obdrit beste^ op 
nieuw den troon zijner vaderen. Aoove vlugtte 
naar K^tariengim^^en van daar naar Anjer ^ waar 
zijne nakomelingen nog bestaan. Een van deze w« 
Toogd over den laatst oreiiedenen Sultan van ^on- 
jer geweest. 

Paeiriê b^osükba was de kampprijs, wdken Dein 
miroAMoiia tot loon zijner dapperheid wc^ro^. 
Zij werd zijne gemalin, en vertrok in het vervolg 
'met haren echtgenoot en hare moeder «teo adbib 
naar haren grootvader, den Panoembahan srattAuw, 
te Mampauwa^ die, behalve een' zoon, Ihj eene 



S41 



DaiQühêthé yiouw yerwekt, geene andere kinderan 
bid en de aankomst nua sijne dochter en kkin- 
dochter met Terkngen te gemoet zag. 

Dnn MiaBWA en de orerige strijdmakkers van Drin 
■noAKBOHO trokken met hem naar Mampauwa^ waar 
hij in hoQg aanzien stond. Zijn achterkleinzoon is 
Pangeran Dein tjilah , tegenwoordig een der beide 
B^ksbestuaiders ^an Maian. 

. Dein riMLèM en Dein b&abu» de twee andere Aad^ 
jahêy wdke niet hen voor Maian gestreden baddca» 
gingoi naderband naar Johar en Riouw , waar zij 
den Haldscben Vorst noodzaakten zijn Rqk met 
hen te deden en gemeenschappelijk te roeren. Hmir 
jah MAfjA^ t^enwoordig Regent van Biauw^ is de 
achterkleinzoon ?an Dtin bbahii. 

Sulfan Sein osddev ; regeerde sedert zyne herstel- 
ling .van 1227 tol 1712,. , Hij liet vier kinderen na'v 
Pangeran rj^tob, R^nt» Pangeran MAHOKOBa^!'» 
naderhand • SuUan , Poeirie. xxmmMA » gehuwd aan 
Dein MBiroAMBOTcv en AGova habta di pobba, later 
RÖkabestudrder. 

'rUSSCUENREGERlNG. 

Na den dood van Sulian sbht obdizn, nam zijn 
oadste zoon de rq;ering in handen , zonder nogthans 
tot Sulian verhe? en te worden. Dit is namelgk dik- 
wijls met inl)(ndsche Vorsten het geval, dat. zij zich 
niet zdre tot Sultane laten uitroqien ; op.hoop'dat 
zjj door hfin:vdk/.of door de naburige Vorsteatot 
die waardigheid zullen ▼«rfaeven. worden » i>p. welke 
verheffing zij zich dan veel laten voorataan. Hij 



M3 



ov«ked> in hén jaar 11^6 tik wordt la* 'aijo gnM»A 
MoiÉbir EATftt-igèDomA, littwdk iMflekeiit , tchit'lig 
als souYereine Vppvc en -niet ak l^^kAiestatfrder'jgfe^ 
fcffifaé htfBti. ' i}- ' " *' • ^^^- 

1 ;# *• 

Hij was de tweede zoon van SHl$améKaf4Muam'rfÊk 
Toi^e aljnen OttdeMn broeder I i'aii^aroit'EAMt', in 
de régeting tep. Dffij bad w9d bloèd/' ^^Mgtrde go- 
lohitdeaisi «i>en ging ds een meh ibder W»ier/^ 

Credurende zijne «^gering hêbbeti Mi'^fét builoH 
fanders in Sueeaiwutt en üfoftm nedtn^geijet. 'Bi^ 
toagt ook door eeii huwelijk de KmtimtUamel» eilin^ 
den onder zijn bewind, dodi «geerde niet k^gi 
Meb aiet syne grafrtede io bet' oude Ma^tm: Hij 
had twee ftonen. Van ) welke de oudste', aitaan tjcri ^ 
Sukun teMaUmj eo de joftgste kasouu' mmmAT Op- 
jparrijkidMlQurder werd. fie katste ont?iiig odk «en 
«tok laiids ab domein, waarop tegenw^oord^ 4e «tèd 
Simpang ligt , en zijn zoon is de r^eitlide Pmmmm^ 
lahan Tan Simpang , sobell nnroEAT. 

Xll. SULTAN GIERIE LAYA, SULTAN VAN MATAN 

GNSUGCAAANA. 

> 

Dete was de oudste, zlion ?an Sukmt auvakoKajur^ 
Om den handel naar Sateadana tamg te 'bnangfxi , 
tedernam hij eepe reis naar JRaiêmba^^^ tctcAnde 
feaièt den Vont van dat hnd de oude punten inn 
Igfèsdiil en aloot een maw wrbosd met denodien. 
ITotia Lama^ de »orige reaidéntiè der VoiMcn tan 



343 



wooopkoU,. gdbieel te oiet g«g«aa. ;Qm derMTf^» 
bokeci. 4ie «tad mdMf<9^^»^ nog eeoe. nadere i^ir 
dfiDtie iMQ de riWer Maitm (of Gqf/mg) te ];iebjbtw i. 
ificrikof» SuUan givu« i<4Ta, na zijoe terug^ooul; 
VOO i%i^itii«fi^, bet {daat^e Zoya daartoe, eo bouwde 
^joedig^ d^rcp ook Gay mg t va^r, Tporheea slecbts 
ew kaïap ?aa Da^'ak^er^ geweest was* Buit^ndiea 
liet by Toor «icb aiui dea NoordeLykea oever der ri- 
vier Swfea4tana ,. oiet ver van dea mood van dezdTey 
eeoe waoiog bouwea; maar ^oo piia ak 2^jne ?0Qr^ 
oud^v» dit gedaaa haddea, vestigde, hy zyoea «^tel 
te SmeaAma^ waarschijolijk uit vrees voor de plpt- 
tdijke aauvaUea vaa vreemd/$ Yorrtea of ze^ooyeri» 
Neg tegenwoordig ziet ooeo ooistreeks dea looad der 
fifier Saeeadana twee damoiea vaa klipsteeQ, dje 
ivan bet'Zuidea naar het Noorden I^pea en eeaen 
jrqg^Mreekschen ingang in de^ mond der rivier i^uth- 
eadana beletten, waardoor, de vfmef». moesten te*- 
geogebouden worden. Gjo»» i^ya. overleed t^ ^fid- 
MfUan aan bet riviertje van dien goaam» .b^tw^ 
zich met de Simpang vereenigt. Hij werd. te /lOfa 
«aa de rivier nieuw^Matan of G%y,èng hegraven* ' 

JOftl. SULTAN ENDftALAYii VAN MATAN SN SUGCADANA. 

I 

Ond^ de regering tan dezep zpon^ va^ SulUm 
^«niMB LAYA verbie£ zich Sucfiodana weder voor ^eni- 
.gien tyd tot eene hloeijende plaats. «V^le inwonei^ 
van iBfl0t4i0 en andetoe eilanden tsetten < ;Mch iildwir 
neder: ook vestagtden zaeb vemcbeidene Arahierw.met 
htmne hui^geginBen aan de rivier Mmdmuo^^ en^dr?- 



344 



▼ea daar, van uit SueeadoÊia^ koophandel naar de 
borenriyi^ Kapoeoi en met de binnenlanden fin 
Bomeo. Langs het strand te Sueeadama werd een 
aantid huizen van ijserhout gebouwd, met zware 
omheinigen {Paffger^)^ om t^n de OTerrompelii]^ 
yan vijanden beveiligd te zijn« De residentie van 
BCDEA LATA. was oud^Motan : hij bezocht echter dik- 
wgls de bovenlanden aan de rivier niemo^MaUm 
{Gayong)j maakte veel werk van Sueeadana en liet 
aldaar ook een' Dalm van ijzerhout bouwen. — 
Om de vreemdelingen derwaarts te lokken, die, 
door den oorlog uit hunne woonsteden verdre- 
ven , zich hier en daar zonder vast verblijf Of^el- 
den, bood hij hun de bogt van Sueeadana^ hec 
schoonste oord van de geheele West* en Zuidwest- 
kust-van Bomeo ^ aan, om zich aan dezelve neder 
te zetten. Zacht glooijende heuvds, aan wier voet 
de zee spoelt en een zaudig strand zich uitbreidt, 
vormen in eenen halven cirkel deze bogt, op wier 
achteiigrond zich hooge bergen verheffen, waaruit 
de rivier Suoeadana en andere kleine stroomen ont* 
springen. 

Van omstreeks het jaar 1770 tot 1786 hadden zich 
ook verscheidene aanzienlijke Maleische Hoofden , die 
uit vreemde landen gekomen waren, te S^tecodana 
nedei^zet en veel tot de welvaart van deze plaats bij- 
gedragen. Onder anderen hielden zich daar een ze- 
kere Raden baitdaa, meer bekend onder den naam 
van 60B8TII BAHBAH, alsmedc Radjah aus op. Zg 
waren beiden uit Riauw gevlugt en hadden eene 
groote menigte volk, benevens andere rijkdommen, 
med^gebragt. Ook stamden zij af van dien Dein 



345 



B&Aiin, wdke met Dein miroAMBOKo den Sulian sujr 
CÊMMBf €p den troon van Maian had hentdd. 

. Gowm BAITD4& I die bij Riauw op P». Pagang zijn 
verblijf hidd, was omstred» het jaar 1768 naar 
Mampauwa rerhuisd , waar hij eenige jaren bleef wo- 
nen. Vandaar vertrokken zijnde, zette hij zich ein- 
delijk te SuceadanQj op den Unkeroever der rivier, 
neder en bouwde een groot stuk land aan , waarop 
de rijst , omdat het onder water kan gezet worden , 
uitstekend rooi^omt. GoaSTik bahbar leefide hier 
jaren tang in rust en vrede, en trouwde eene zijner 
drie.doditers, ovmr afam, aan mahokit bjakau»- 
Bnr, den t^genwoordjgen «Su/ton van Maian ^ uit< 
Eene andere dochter werd door hem aan Pcmg^ran 
A&iA, broeder des SuUanê van Samhas^ uitgehuwdijkt. 
In het jaar 1785 geraakte Radjah alib van Riauw 
in oorlog met de Oost-Indische Compagnie, door 
wdke hij uit zijne woonjriaats werd yerjaagd en na- 
derhand naar Mampouwa vlugtte. abdobl baghmab , 
die kort te Toren Sulian Tan Paniianak was gewor* 
den; hoewel hij slechts weinige morgen lands be- 
zat, meende nu eene gunstige gelegenheid te hebben 
om Man^HfUway of althans een gedeelte daarvan te 
veroveren, zonder aan de gunstbewijzen der Vor^ 
sten van dat land te denken, aan welke bij en zijn 
vader hun géhede ofdumist en gduk te danken had- 
den. Hij spaarde geene middelen om de handdwyze 
van den Panaembahan abib biata van Mampouwa 
in het ongujistigste licht te plaatsen, en wendde voor, 
dat deze eenen allergevaariijksten aauTal op de Fac^ 
torij der Oost-Indische Compagnie te Pontiamak in 
den zin had. 



3é6 



gdegenhfid ^te .bitttgeo, verliet ofMéigJiumgmimu 
Slit baatte faem eohter niet,: adI- vimia feibofkODg 
in hetadfde ja^ het grootote f/ddeAk^ jwi «go bdd , 
en de Oosit-Jndisebe Gompognie b^iftigde-dmrniede 
den. StAlianiüU Pomianak^ aupKAsaui» den zooi^ 
Yaa AtDosL BtèCBiuir , die tot PatukÊmbaian lerb^vn 
werden tot in <1808 te ifempoinoa it^peepie* 

.:Zimder* vrienden, Terja^i^ en ottisn^ery^d, 'WeiA 
Bfuffmki^ïM eindelijk door zijnen bloèdTerw«at^«'< 
MuiiJbLTii,> i8uA(«f» Tftn .Melwi» qpgenoiiiieisi en door 
desen met -eea atuk land aan den Zuidwe«t4)ijtieii 
boek ¥tta SiMmqdama )>ij Teh^ Tomffoe i^eaohonkea, 
ivnaff b\j ziob. met ^|a blii^geziii*an to%eUi^^f»^ 
denzeMeren/tfk^ ep den landboaw toeli^>de» 

ZoD b^QQ . dan St0fcaihma weder voor em^ tj^ir- 
lan^ tetl4ee\jen: dé aUceiss werden bebouwde 4e 
koephaidjel -herleeMe , «n van aUej ikamen » ' iaioor 
deikiid /uit^iiet uieiiw aangelcigpde F0Uianaf^^,mmi^ 
ziob eene /memgte ayvfire inwOBev» aldaar met d^r 
waon.neder* 

>ilie voD<q^elid eobter ;Wttii den ram z^evoojif^. tt^ 
iSuüan vanijP^ft^'afin* (^figeUbimiieQeH mmpi. wjlmt 
six» eca doeran^ iai^fa Mg^ ' Indacb%iaan<Wii.«Hi^d 
dper.:sijirtn taderiVpsnir fekden, 4iet o«^ eep^ opf!Otr 
door >den SÊtUên «ma mui ;> uit «fliifeevp^a .v««p- 
iwnenrfMs gew<Mrde&é {Minide bij aUoenfep mdr 
dtelen «tm ziob te wraken ,• en Mcdi de wisari^Ufg- 
Jiaid 'wm drja ejgen geluk, Jiach de daakbeafbeid 
bMd bem ten«, am ma^juLTA/te gel^k aaetiïfid^ 
yoA aan , m bet Tarderf te sMrCen^ wiebs teoeder^ 
Radfoh MOBDA yan Ricuw^ bem in het jlar 



B47 



StOêm'^u Pó^iMmnailk ¥evliefea, tegéo sAnootm 'hij^ 

lilt ki«dit .Tan de <beHiobte Acte yka den 36 Haait 
V!W\ ^bïj welke StMêam de >laadeii ^m £andak «ft 
Su9oa4^ma • bm de Oost'Induche CSompagnie had «fr^ 
IfMtaan, "waV'Ae vStffAwii^Tafii Maianseeés meermalen 
aao^effiaand geworden» ott) aati» de bepalingen iran 
dêiêlfe 'getotg te <ge^€ii4 Maar de "vrije Vorst vafl 
Mkmn feridaarite de eisclien ^van 'den ^Smltan van 
Méttam^ 'wiefas 'vooroaders reeds in hel jaar 16M 
«aadlen 'der Oettt^bdisohe 'Compagnie gewof den wa^ 
T0iky voor ongegrond. Van deze bandbating aijlie^ 
forten , alsmede van de bescherming aan Radfmk Atn 
finrlemd wist asson MciMitr behead% partij te trek- 
ken, om JHin/ttw in ^Mtieti eorlog met de Oqn^Inr- 
disdie Gomp^nie.te wikkden, .welke een eskader 
iran ' drie schepen en een aantal» Vraauww naar Sm- 
miaim afeond. 

Smtian «iiiaA xMiL.^imonè isi* bij toeval jdist cj^ 
de^e pkats. ftg, soowel ak coasiva Ba3faA&,. aaokiet 
gaaiine gezien bebben, dat jffm^tiA Auicieh^evdai* 
digd en gelukkig gestreden bad. Maar 4iese ^ 4ifi 
geen itrOina had, om eich daarin te bereligen, 
l^g, coGNlra de schepen den wal gonaderd wlAMti 
en eenige schoten badden gelost , met z^ne Amflie 
aan boord van eenige kteine i^artuigen, waann^ 
bij in den nacht naar de Kmirimmimichê eilalièe» , 4a 
wmrdaar naar RUmw ea Sbu^or zeilde. 

De SuUan van M&ian aoktle èet niet madiiMiai 
if te wachten, dat de 'expeditie 4er Oost^bidis<^e 
Ckwopagnie zieh voor zijnen ifmlm «a Smeeadana 
^fèrtotade. Zonder éen gevecht te wngtn , vlood 4ilj 



348 



naar zijne Residentie CÊidr-Maian^ waarheen de meeste 
inwoners Yan SuModama hem volgden , zoodat deze 
plaats 9 na de vlugt des SuUaru , genoegzaam Teilaten 
was. Naderhand wilde de Oost-Indische Compi^e 
haar in bezit nemen en zond een' zekeren PoMgeran 
OBSOsp {Maoê Djoerii) , broeder van den SuUan van 
Mampauwa^ als Rc^gent derwaarts* Haar deze dreef 
met de middden , welke hem toerertrouwd waren , 
▼oor zijne eigene rekening koophandel : ook waa het 
te laat» om iets voor Sueoadama te doen, daar 
de inwoners zich verwijderd hadden, zoodat er in 
het jaar 1790 nog slechts eenige roovers bon verblijf 
hielden. 

Sultan siTDaA lata , naar zijne Residentie Matmm 
gevlugt, vond .aldaar noch rust, noch genoegen» en 
trok naar Gayang^ eene Negorij der Day akkers ^ 
die door zijnen vader omn lata tot verblijf gedu- 
rende den kwaden Moesson was aangelegd. Van dien 
tijd af aan is Oayang de Hoofiiplaats van het Rgk van 
Maia» geweest en de stad Ma$an zelve van liever* 
lede verdwenen , zoodat er tegenwoordig by na geen 
qpoor meer van te yindeo is. 

Nog meermalen naderhand herhaalde de Oost-In- 
dische Compagnie bare eischen bij den Sultan van 
Maiam^ om de bovengemelde Acte van afiitand te 
erkennen en te bekrachtigen , maar vruchteloos : zoo 
als <mder anderen, de Resident van Pontianakf j. m. 
KLAOHAN, in zijn Rapport aan den Gouverneur-Ge- 
neraal AhTtiiQ van dea 18 Noven^ber 1789 uitvoe- 
rig beeft uiteengezet. Kort daarna, in het jaar 
1790, besloot de Oost-Indische Gompi^ei om Pofh- 
tianak en de gehede Westkust, van JBomeo te ver- 



349 



lateQ , zoo ab ook dea 8 October Tan het jaar 17di 
is geachied. 

Ein>&A ljlta liad bij zdcere hjak Maai , eene doch- 
ter Tan Dein ambah, eenen zoon en. eene dochter 
Terwekt, jiAaoiBT i>JAMAi.oi0iir , den tegen woor- 
digen SuUan^ en Oeiin baiob, in leren gemalin Tan 
den Vorst Tan Sitripang^ sosaio mutoaat. Nader- 
hand werd deze hmi Muae door den Sultan Ter- 
stootai en geraakten hare beide kinderen in groote 
minachting* YerToIgens leefde hij roet zdkere vjai 
Maae mosda , eene dochter Tan den jénaekada salob, 
welke hem twee zonen ter wereld bragt, waanran 
de oudste naderhand tot Pangeran MAirGKOKEA'r 
SQBHA werd Terheren. 

Daar de Sultan geene manndijke spruiten bij eene 
r^gtmatige gemalin of Raioê Terwekt had , wist niai 
Maai HOVDA dezen Vont te OTcrreden , dat hij ha- 
ren zoon MAVGKOUAT tot troousopToIger benoemde» 
waardoor het leTea en de Trijheid Tan vahout dja* 
MALomm geTaar liep. Deze nam de vlugt naa^ iStffi- 
pang bij zijnen zwager, Pangiran KEAXoify den 
tegenwoordigen Panoemhahan^ die hem krachtda- 
dig te hulp kwam en hem zelf rergezdde, om zijne 
aanspraak op Matan te doen gelden. 

DjAMALOBBni Tatte met zijn ToIk en zijne Taar- 
tuigen post aan den mond der riTier en Termeed, zoo 
Teel mogelijk, ék gCTccht, om den ooriog te rekken 
en zijne Trienden tijd te gCTen om hem te hulp te 
komen. Terens hoopte hij in dien tusschentijd de 
gen^nheid der Grooten en Tan het Tolk te win- 
nen , hetwelk hem ook door de minzaamheid en de 
moedige houding zgns zwagers bij uitnemendheid 



sfid 



gdiikte^ lid meeste iBijbyrootca vo^ea «iohi ImjI 
zijne partij , en de oude Sultan ktdea latil siig zich 
genobdxaakt, aijnen' zoon iinL|iA!LdaMir. ola medere- 
gent te erkennen» en boa kort daarna, in 1790., 
bet Bijk gébed^Bt te ataani 

GedüTttifle detea oorlog tuaéohen vader en zoon 
▼Cfbaalt men^ dat de Sultan^ tweemaal yertroawdb 
Mmniriéê haar /oimi' a&ond, met oogmerk om dal 
gtooten diamatiti Taü Üfataiif te vericoppenien zieh 
TOOT dien* pdjabuflkmid,: lood 'en ander^: krijgsbo* 
hoefton aan te schaffen». Op de eerete tceia eehter 
werd het acUp!, 'dat' dezen koatbareo last.anli héord 
had, éow een' ^waren alorm. Uesohadigd- en» ge«- 
noodzaakt terug te keeren, en. toen! de SuiianlM 
ten^tweeden maal waagde, lOm* dit Balladium Tan 
Maian^ wiaarivran detinwoilers .hctlgcl^k en de red<^ 
ding; des geheelen .B^s» af haoKel^h itehtten, te Ter- 
zdodeoi, werd 1>et.Taartuig Dp nienw door een' he- 
vjgen atotm bekM^pcd en 'YerfarijceM. ' 9e veriroa- 
wding des Smlttéw^. die den groaten sleen b^ zioh 
drbeg , redde zidi het: naanwemood op het* wrak en 
keende over hmd van Kotiarimgitn naar Matan Uh 
nigi Menhrbrklaarde biercqsii dat het Godtf wil niet 
was , dat deze kostbare :8leta uit het bezit ?an Mor 
ims^ttiTpn het riËgerende Yontenhois geraakte; 
. Dib 'YCRhaal, en. hel^feeii. finege» iran dezen dia^ 
anibit'i gezegd: ia, krert^ wel hetbesle bewgs op, d«t 
•cr^^siÉmer-een ateea^Tan diénraard lieeft bestaan^ 
m dfitriStftbttfi jDnAA. ui TA! het bofdngenwide sprookje 
als eede Kat te ró onnen' heefk,. om .daarknede |fi|Den 
•ieoii' bfiJULoainrt té reraèhifkken en .viaa' dén oerv 
lag'iafhaeng' te maken* 'BM%n zvhIia lata of de 



S64 



ktièns rc^mide Sukan- iimnef eèn^ iteën tan '^ie 
Wüèfdis^ 'beeètien bad,* Mo irare**4te^ Mer^Q'houd 
ik mij gewia; 'i'êed^ lang^^ voor opium^verlcwwt» ge- 
t»Wdte. 

' SuUcmK : issmiA ' lA't a vertrok^,' nadat ' hij ' jn> 1990 
Hët 'Kjlt' aatt Ajbea Mcla bad oie^geig^eny naar de 
kkihè H^rijLèfé^ waar hij'in.l'7è2><<)Mrli0deiiif en 
bégfjratëiiéi'' '• • . : • j. " ^^ • • ..: 



..>-> . / 



' Bdialto'deD 00Tlt9g^'t«^o^'iïjtteii tvtéer iBinniiA eata > 
^è' dbOT aelnstokéii <vatt «vifie^^tiefaioedêr 'Ontstaan 
Was ,' ii had^ ht} M het ' vérfO% 'nogp ^versolieJdeDe >teg«n 
ï$jhen^ atie^brcMsdèr;'^ J'ktt^tfi^^MAiiiiÉ^ aoiMi 
nniAc teVoeréi^^ óAé faiem «óQbt^é'onttsFeéoén ;f niaar 
Uev'gelük bieëf^ de-^a^A^b 4^6 êuUétulAi, t^AH 
'i^ii\Miëfl>roeclèiiMéindeiiJk in het jaar 1817 e^erteed. 
Sbhter-' heeft'dlen^ toon^' fimtfftran 'adi' nküMt)»- 
&AT , diè' in«lt< eMe>^ dochter - tvn . iiJAMA&oBiinr' g^ 
huwd is 9 zijne aanspraken op den troon van Matan 
nog niet opg^even en reeds dikwijk beproefd zich 
daarvan meester te maken >)• 

1) Hg was het, die met dit oogmerk zich nog in 1822 naar Ifen-' 
kolen y toenmaals nog in het bent der Engelschen, begaf, in achijn 
all afgeant dea Sultan», maar inderdaad tot beTOfdering zijner eigene 
belangen , en hoofdzakel^k , om zich Tan de troonaoprolging in Matan , 
of althans van zijne erkenning als Torst der Karimatasckê eilanden te 
▼ersekeren. Hij keerde met de toezegging van Engelsche hnlp naar 
Matan terag, waarom h^ ook, toen kort daarna de NederUndsche vlag 
aldaar geplant weid , zich met groote heriglieid daartegen verKtte en 
de R^ksgrooten van Matan van het nakomen der tnsschen den Sultan en 
de Nederlandsche regenng geslotene verdragen afkeerig zocht te maken. 

Pê Redactie, 



852 



Sedert den val van Suceadana werden ook alle 
andere plaatsen langs de monden der verschillende 
rivieren van de Westkust» en voornamelijk in de Menr 
dauw , door hare inwoners verlaten. Die klasse van 
menscbeo , welke te vor^ van de vischvangst en den 
koophandel bestond , vervid nu tot zeeroovery, en 
daar het land langs de gdieele kust onbewoond was, 
nestelde zich aldaar ook een aantal vreemde roovers, 
die met het volk van McUan gemeene zaak maakten 
en vaak door den Vorst zelven onderhouden en bijge- 
staan werden. De Sultatu van Sambas , Pomianak 
en Matan ne^ea dikwyis deze roovers in hunne oor- 
logen te hulp en namen hen in soldy. Zoo ver- 
vielen eindelijk Vorsten en volken tot dien ongduk- 
kigen toestand, welke even verderfelijk voor hen 
zelve, als voor den koophandel, vooral van Java^ was 
en het leven en de vrijheid van alle natiën , die deze 
zeeën bevaren , in gevdar bragt , tot dat eindelijk de 
vestiging onzer regering op deze kusten eene heil* 
zame verandering in deze heeft voortgebri^. 



364 



dere landen komen er wdig Toort; kortom, de 
vruchtbare grond legert zonder Teel moeite en be* 
bouwing alle dagelijksche levensbdboeften der inwo* 
ners op» zoo als rijst, sago, wortelen, groenten, 
Tde in het wild groeijende, smakelijke en voedzame 
▼nichten: visschen en schilpadden Terschaft de zee 
in menigte. 

^ lïggi^V ^^ kustlanden beneden den mond der 
rif ier Samhoê en van het kanaal , dat door het ei* 
land Tomaijoe en den wal van i>a«rtV gevormd wordt, 
is de gunstigste en aangenaamste van de gdiede West- 
kust van Bomeo en verdient , zoo als het mij voor- 
komt , de voorkeur boven die der Karimaiaêche ei- 
landen. Te gelijk verschaft dit schoone en vruchtbare 
land spoedig aan de nieuwaangekomenen genoq^zame 
middelen van bestaan om de wenschi^ vaU' dken 
landman f» berredigw. Q^ gemakkelyke gemem^ 
schap must d^ inlanders ia. zeer voordeel% voer deo 
koopban^^I en uitlokkend voor vreemde vaartuig!»!!* 
Het, uiiigos^rekte uipcigt op de zee, wdke door de 
p)aaO g^bcidL bestreben wordt, bdet^de zemMiveos en 
andere . v^jMMiw deze te naderen, ak wdke door. 
4e. s^itufir opü^tXelyk bestemd schynt om verded^d 
te. worden* 

De.bjC^ tan Su(B0a4fma wnnt een laiigweipig hal€- 
lopd, mtA zacht gloaym4e « met boetnen begroeide 
b^^ omgeven» weU^e ziefa. amjdiitbfyiteinqiewyze 
veAeffsn; en aan hoqgere betigw aansluiten, die in 
eem; onafinfenbai^ iseksniuv het^ bion^nland kxqpen 
en zich in het blaaowe. verschiet der lucht verliezen* 
Des^e bogt b onitrent 9PO0 r(pf#if.lang (Bn 1230 
Toiêt^ breed, B\} 4f) inv^rt faeef^ mei» geAireade 



S65 



dtn iloed< IS , en hij de ebbe 10 voeten water* De 
aidra-grood Is zacht en goed, maar in den West-^ 
Hoesson zijn de schepen er niet geap^zaann yéiiigk 
Toasohen de jaren 1780 en 1780 z^ mèn dat aldaar 
sdfr Chinesohe joidien fan SOO Larten koqdiaikU 
kwamen drijven» 

Be rifier Sucöodana^ in het midden ttim den aeb* 
teqprond der hogt, %t op 1^16'' Ziuder^réèdte. 
Daar dezdfe reeds aedert lang^ niét meèrlberaren 
wordt^ zgn dé boomen er bifna geheel Ofrer heen 
gegroeid en bn mcsn haar niet dan met giroole moeke 
een< kleai eind we^ o[mu«n« Zg k omtrent 80 
▼oeten breed en yencheidéne fadèHien diep. D^ 
voor dan mond ligt éen^ bank* raii aand*^ en ateen-^ 
grond, waivop hg den Yk)ed' sleehts 4^ tot O voet 
water staAt, zoodat sledits Uéinë praauwën er oier 
kunnen komen. 

Aan de- uidiodteai deMr baai» "wdke dooir de beu* 
veb gevormd wovdien, die zidi naieir bet Soordwesten 
en Zoidvresten oitaCreUEen, vifidt.meii eenigebtfrea 
het water uitBtekende .rtflen en. klippen. Yin. den 
biidwest^ken boek af strekt lieb een Ti£»*.|B8< bom- 
men en beogen lütsUomtieki: bezet, hit, *iVoèr,ba^* 
wdk op een^ kovteo afrtand bet ciland}e iSU» Notika 

Tussefaek» dh>rif e» bet eilaiid kunnen bQ goed 
weder aÜeén - kMne booten vawn. Noordw^,sM|i tan 
iSufa Nam» %t c^ gèringen afitanld eenc geo8te*k%, 
welke met vier venehillende kruinen uit bet water 
ateekt en fiaPoê Manidi^' genoemd wordt Tusschen 
deae klippen het eBand »i het water diep genoeg, 
maar hët al; té' enge kanaal* maULt», dat het niet 

28* 



S66 



raadzaam * is , om er door te ?aren. Achter het ér 
land vinden kleine praauwea in den West-MoiesBon 
eene yeilige ligplaats. 

Blinde klippen vindt men in de hogt en den om- 
trek niet» uitgezonderd twee steenen dammen, welke 
zes voeten breed zijn en uit kleine klipsteenen be- 
staan. Gedurende den vloe4 staan zij onder water. 
Zij liggen voor den mond der rivier Sueeadana^ waar 
huime beide middeneinden achter elkander veradio- 
ten heenloopen , zoodat een vaartuig niet dan lan^ 
zaam en zich nu naar deze» dan naar gene zijde 
'wendend tusschen de hoofden doorvaren en den mond 
der rivier binnenloopen kan. 

Deze steenen hoofden zijn door SuUan bhbea ulta 
in het jaar 1780 en 1784 aangel^, om de aan den 
oever gebouwde buizen van Sueeadana tegen eeoe 
overrompeling te beveiligen. 

Het strand bestaat grootendeels uit aangespoeld 

zand. Het land is op vde plaatsen hoog en vast» 

behalve in de nabijheid van de rivier Sueeadana^ 

waar het laag en moerassig is. De hdling en de voet 

•der bergen en heuvels» waarop een goede vette en 

vuBte bodem ligt» zou tot aankweking van Terschei- 

dene yocMrtbrengaelen kunnen dienen. Voorheen had 

men daar eenigen peper geplant » die met voorded 

verkocht werd. De koffijboom zon aldaar waar- 

'sehijnlyk ook wéL voortkomen» maar het is onzeker, 

.of deszelfii vruchten zoo goed zouden zgn als die» 

welke op Java gewonnen worden. 

Het land bezuiden de rivier is zeer geschikt voor 
den rijstbouw en kan naar goedvinden onder water 
gezet worden. Gobstib bavdae » de grootvader van 



3S7 



Suüan njAUAhomm ^ die aldaar laog« jaren gewoond 
heeft, heeft zich daarqp met YOdrded toegelegd. 

Op dea Zuidwestelijken hoek van Sueeadana, op 
eea' kleinea heuvel, had zich in 1786 en 1786 Rad^ 
jah jlub yan Biouw gevestigd. Aan den voet van 
dien heuvdi bevinden zich zeven kleine uitwatarin* 
gen 9 Telaga Toeijoe gdbeetea. 
. Om zich zoet water te verschaffen, moei men de 
rivier Suceada$m ongeveer | Duitscbe mijl opvaren ,^ 
hetwdk w^en3 het overhangend geboomte nog al 
moeijdijk is. Gemakkelijk kan zulks geschieden door 
hij Telaga Taetjoe een' kuil in het zand te gi^ven : 
want dit is het werk van één oogenblik en levert 
toereikenden voorraad van water voor ettelijke vaar- 
tuigen op. Ook heeft men in den Noordoostdijken 
binnenhoek boven de rifier Sueeadana in het beekje 
Maijan laut^ digt bij het strand, zoet water. Chnoote 
vaartm'gen daarentegen kunnen- op* den Noord weste- 
lijken hoek van Sueeadana bij Ttnnpenjf Malam en 
in de daarboven liggende groote bogt Rawang ia. 
onderscheidene riviertjes geüo^zaam en goed drink- 
wat^ opdoen. r 

Toen Suoeadatia^ na den oorlqg met de Oo8t«-Itt- 
dische Compagnie, in 1786 door de inwoners geheel 
verlaten was, hield 2ich naderhand op de plaats, 
waar goestib ijjn>Aa gewoodd had, eeu zeker Hoofd- 
man der roovers op , ■ t jAjnaAK a gëheeten , die vde 
mindere Hoofden en. manischappen onder zyné be- 
velen had« Een gededte dier zeeroovers bouwde 
daar hutten en l^de rijstvdden aan, terwijl de ove* 
rigen op roof uilgingen*^ Somwijlen hadden zy in 
den tijd van twee of 4ne ncaaüdea rijèt jg;qplanl eo 



368 



jngvMMigqt , die. lot onderhoud vaa veneheideDe hen* 
derden kqqpeil toerdkend was. 

Dexe TMAJÊOOLAsc (ock Eadfah sajomaiio {;eheeteo) is 
een zoon van Radfah mouia. padakg , den imieder des 
SMtëiu T«n' Soolok. Hij aponerf gedurende vele ja^ 
ren laiDigft' alle kosten Tan Bcmeo rond: dikwijls werd 
hij door den Sultan van Satnbaiê .te^sa PmUfanak^ 
en- in* >êelar« volend jaar weder door dien ran Pofk- 
Uémak' ^m Sémhawj te hulp geroepen en stond 
^Isdi^n in -de soldij dezer Vorsten, 

'Zflgfl»e magt npras ongeveer deze; 

/^'üA (of i7a/(9« vJAüKRAira bad. , * , 5 200 

lUü^is AO^AT » neef van TJMiaauio had. % 60 

HATO» wrAir » de zoon Tan zekeren Ara- 
bier TQ^aAN a^m vao S^lok bad« , , 2 100 

nrisA^iB» een Orwg Kutya van 5'9a/<»i 

bad* • . , « , 2 100 

y^rapbeidene andere Trpeni.de praauw/^. 

en manschappen. ,.,«,•.•,. . 7^ 300 

te samen 18 760» 

In de jaren 1818 en 1819 bevond tJunaAiw 
fidh niet 24 praauwen en 000 of 1000 man op de 
eilanden van Samhoê , eenige uren tan den mond 
der lif ier. Hij bouwde met zijn Tolk buizen ; haalde 
fb praanwen op den wal> liet ^z^ smeden, en deed 
afaof hij altijd hier gewoond had ; niemand waagde 
\uA hem tiegenatand te bieden, T(^genwoordig kun- 
man kleine Taartujgen ongehinderd daarheen Taren, 
en men mag zioh met de hoop vleyen, dat binneo 
eenige jaren de vaart laoga de gehede Zuidirestkost 
frij en oobelfiDiBierd zgn zal» 



859 



Op de beste kaarten, welke men ?an deze kusten 
heeft , is Sueoadana ter naauwemood aangeteekend. 
Het is klaarblijkeiy k , dat de gedane opmetingen op 
te grooten afiitand yan den wal hebben plaats ge- 
had, waardoor men veihinderd werd den om?ang 
fan het knd naauwkeur^ op te nemen. 



s. 



, / ► , 



tl'. i. 



i 'i t 



t !f 



''\.l' 









VlU. 



KARIMATASCHB BILANDBH, 



Even ak het gezig^ dezer eilanden den aan- 
schouwer verrukt , wekt de herinnering aan dezdve 
bij de bewoners van Bameo aangename denkbeelden 
en liefdijke droomen op. Zij stellen het Paradys 
hunner voorvaderen in deze gezegende gewesten, even 
als weleer andere volken op de Balearische en Cana- 
rische eilanden , waar de gelukkige sterveling zalke 
dagen bdeefiie en zonder moeite en kommer den 
hoogsten ouderdom bereikte. Kasobha NnroBAT, de va- 
der van den t^genwoord^en Panoemhakan van Sin^ 
pang f die lang op de Karimaiaeehe eilanden woonde, 
moet stokoud zijn geworden. 

Het getal dezer eflanden bedraagt meer dan honderd. 
Zij li£^;en tusschen 1^11^ en VW Zuider-Breedte 
en 118''49' en lOS^'SS' Oostelijke Lengte van Green- 
wiek en zijn nog niet alle opgemeten geworden. Zelfi 
op de beroemde kaart van aoos staan vele nog niet 
aangeteekendp b. v, de twee Dewenia^ de drie Tjim^ 



S61 



haioe » SoÊnpadian en Tencheidene andere eilaadea 
eDvfptaeo. Eehter is dease kaart voldoende yoor de 
zeelieden, die Westwaarts van jdeze eilanden houden^ 

Op de meeste kaarten is de omtrek der kusten van 
de. tcgmoieri^gende Westkust TBuBomeo hechts als 
eene. rtiwe schets te beschouwen, voornamelük bij den 
mwd. der miecen M09idauuf en Sunfomg,, de bog- 
ten van Simpang^, Rawang^ Sueeadana^ Daêoeea 
de naaalbijgdcgene eHandeOi Zoo b. ▼. schijnt de 
lengte en breedle vaaden mond der rivier Suecadatia 
op de kaart van aoos niet op afieonderlijke^ waar* 
nemiiigen te berusten, maar van de Karimatoiehe 
eilanden opgenomen te z^n. Eveneens 20a het al*-* 
lezins nuttig zgn, mdien men van de eerste de beste 
gelegenheid» die zich • zonder buitengewone kosten 
mogt aanbieden, gdbruik maakte, om ecjps deze ge^ 
zamenlijke eBanden en rotsen 4>p te nemen. 
. TosBchen den vasten wal van Barneo en de j£art- 
maia^ê is het vaarwater vdkomen veilig en heeft men, 
cel£i bij slecht weder, ruimte geno^. Eeneenkdé 
klip steekt hoog boven het water uit en is zel6 des 
nachts door hare witte kleur zigtbaar* 

Behalve de natuurlijke voortbrengselen van Sim- 
fang en Matan^ leveren deze eilanden noghet vol* 
gende op: 

Schflpad of Karet ^ van 800 tot 700 Ka^u^ te* 
gen 10 tot 60 Realen het Katje. 

Schflpadden-eijeren. 

Yisch in groote menigte. 

Oesters insgelijks in overvloed. 

Vele soorten van schelpdieren en onder deze de 
reuzenschulp (ZVtiiaefia ^^a# en Tr. Bippopue). 



362 



fien «aotal in bet 'wiid grocgende vniditea , 
tde&t groeatea, alle welke fOorwafpm aaa ean ^itM 
(gedeelte der befdkiag T«n Simftmg eo Mutm^ tot 
Toedael dienen. 

^g^^'ff^^g^^ ^81^ 'i'^ "^^ eedMtir aeeeirier, 
van 2 tot 4 Realen het Pikd^ flel wordt fag go- 
beele Ktfyamgê te «Somikit, jffoftfteiMrir en SmgofVM 
aan de Chinwiche jodken verkocht 

TrtpoÊU Hiervan worden door de onuwervende 
lOOVOBB aómtyds tan 80 tot 100 PihU9 HfggjeéKJbXs 
ti^en 7 i 12 Realen het Pikel. 

Yan de adbdpen en koralen, wdke dch cp ter- 
fldheidene eOanden Tast.aetteB, wordt kalk gdmnd. 

Builen de opgenoemde Toótde^ent ia de %png 
der Karimmêa^ê bysonder geiohiktt om doMbe tol 
eene atiqpelplaata ?an den handd te maken. Vreen^ 
delingen hehben aoo wd vipo^ger^ ak tqgenwoord%i 
beogen prils gestdd op bet beait (dezer eilanden. 
De TOOriéker alles bdialve opMgte bandelwijie der 
Toralen en R\jkqFiw^£>^ *>^ Simpang en Jlfutoii je* 
gena de Rededandsohe cqgering in de laatrte jardn 
was hier, zoo wel ab dden» een gefoig tan neem* 
den infloed. Hét dod der vreemddingen i) was, 
de Vortten des lands tegen onze regering op te iet* 
ten, zelte een handdsdepöt op Karimaim te fes* 
tigen, den Nederiandiohen koophandel te gronde 



1) De mMigcmelde Sir thobaj stahvoU) tAfttts, diè foeniniiils hec 
bewind over het Engeljche Eubliütmettt U AmJtoitet èp 79mmatn 
bekleedde , wu ook hier weder de hoofdptnoon om de MedeiknUie 
regering te dwanboomen en de inkndiche Tontea door allerlei MiSit^iJui 
streken van haar afkeérig te maken. 



M8 



te iigtpa^ Pangwan am mrcMumftAt,. «hooniooii 
des S^itmnt^ lot Tont dezer eSaoden te verhefieo 
en* èboo ook luer op dezdMe vijandelijke wijse te 
htndelea, di zg <^ andere plaatsen reeds g^edaan 
baddoti. 

De KarimfU^ê maakten te ^ren een^afzooderiijk 
Bgk iiH, hetwelk ziftiea ei^penea Yorst hnd, <fie niet 
fan Maian afhankelijk was. Tan de ges^iedenis 
van den eersten Vorst heeft de mondelijke overleve- 
ring slechts eenige ftbelachtige berigten bewaard. 

BmomaI'» de zoon vtti eenen JDJêHf of Hal%od9 
kwam over zee, door een* grooten viseh gedragen, 
die hem van het eene efland naar het andere voeide. 
0e mwonersy met de sahoone, manfidi)ke gestalte 
en het vrienddijke wezen van den prb» ingenomen , 
verzochten hem bon Vorst te zijn; maar faij bedatikle 
ben voor deze 14\}ken hunner gen^geübeid en wees 
die waardigheid van de hand. Zij lieten echter niet 
af én eriangden einddijk de bdofte, dat hij een* 
t^dlaog in faun midden zou vertoeven. Intossehen 
b^' eene hoogere magt over hem besloten, dat 1^} 
lum liral geen duurzaam verblijf zou hd>ben , tot dat 
bij eene maagd ab gade zou gei\>nden hebben, die 
hem, des onbewust, met de aarde vereenig^e. In- 
tttsschea betrok hij eene woning op eene rots aan de 
Zuidwest-kust van Groot-KarinuUa^ Welke baren kruin 
hoog boven de golven verhief, Spoed% daarna ver- 
hief zieh een gewddige storm , die een klein eflandje 
losrukte en voortdreef, op hetwelk een prachtige en 
wonderbare IxXHn stond. De Djmi , door een onwe» 
derstaanbaar gevodi aaïngedreven , begaf zvth op het 
drijvende eilandje en zette zich onder den seboonen 



864 



boom nader. Ia zijne gqpeinsen over deszelA grootte 
en pracbt yerdieptt vid hij in een' Tasten slaap^ die 
▼encheidene "weken duurde. Intusschm was het ei* 
landje tot d/da Zuidvesteligken hoek Tan Karimaia 
genaderd en had zich aldaar aan het land gehecht 
Eindelijk uit ^jnen langen alaap ontwaakt, ontdekte 
hij , dat zyne Toeten met de worteb Tan den boom 
waren zameng^grodd. . Ofschoon uit eenen Djen ge- 
sproten, ontstelde hij echter Treessdijk, want hij was 
toct]^ ook. half mensch. Zijn angst klom nog hoo- 
ger, toen honger en dorst te gdijk hem begonnen te 
kwellen. Vol onuitsprekdijke droefhdd zag de Tast* 
gegrodde Djen om zich heen , en zich zonder hoop 
Tcrloren achtende barstte hij dnddijk in bittere klag- 
ten uit. Maar ziel Daar buigt de boom zich ne- 
d^t*:. geurige Trachten hangen Toor zijnen mond en 
uit.. d^ gakken Tlodt een Tcrkwikkdijke drank« Hy 
at en dronk naar hartailust en. omarmde in Temk- 
king den boom, die hem gdaafd had. Eensklaps is 
de boom Terdw^en, en houdt h\j in zijne armen 
eene jonge en schoone prinses, wier TerlosBing hem 
teTens Tan het aan hem beschoren noodlot bcTrydde. 
Zij werden man en ttouw, Vorst en Vorstin der 
Kdrimaiasehe eilanden* 

Wanneer deze eilanden onder Maian gekonlen zy n , 
is onzeker. In den laatsten tijd maakten de SuUon 
Tan Maian en de Panoembahan Tan SimpoÊÊg ge- 
meenschappdijk aanspraak op dezdTe. In het jaar 
1600 geraakten zij gebed in Terral en Terstrooiden 
zich de inwoners naar andere plaatsen. Van 1730 
tot 1766 schijnen zg weder eenigzins bewoond te 
zyn geweest, en Tooral in den kuitsten tgd, toen Sme- 



365 

eaJana och weder hentdd' bad. Na den oorlog der 
Oost-Indbche Compagnie met Radjah aui, werden 
zg op nieiiw door de bewoners Teriaten. De voor- 
naamste dezer eQanden zijn Groot'^Karimata ^ Pa^ 
nambahgan en Sourauiau. 

» 

KARIHATA 

bestaat uit eenen hoogen berg » die zidi 2400 yóeten 
boTen de zee verheft en op 10 Daitsche mijlen af-- 
stands kan gezien worden. Hij levert een heerlijk 
schouwspel op , in het midden door wolken omringd 
en met zgnen kruin hoog boven dezdve uitste- 
kend. Stefle rotswanden, honderden voeten boog, 
Terhefien zich boven de spitsen der lagere bei^gen , en 
tusschen dezelve storten beekjes in de diepte naar be- 
neden. De gdiede bo^ is tot op den top met boo- 
men b^oeid. Hij ligt op 1^33|' Zuider-Breedte en 
108*49' Ooster-Lengte Tan Greemoieh. Het eUand 
beslaat 7§ Duitsche mijlen in omvang. Het strand is 
ten Noorden en Westen gedeelteUjk met rotsen om- 
zoomd: ten Zuiden en Zuidoosten heeft men ook 
zandgrond. Aan den voet der bergen en heuveb 
heeft men verscheidene kleine vlakten , die voor den 
landbouw geschikt zijn. Vijf riviertjes komen uit de 
bergen te voorschijn, aan welke voorheen vijf Kan^ 
pf^ng» lagen. 

Kampong Srunai , aan den Zuidoostkant bij Tann 

jong Srunai f was in 1770 door Radjah moüsa, 

zoon van den onttroonden Vor^t van Siac op de 

Oostkust Yan Sumaira^ bewoond. Deze kwam in 

het jaar 1772 AibOBL eacbkait, naderhand Sultan 



366 



vaü i^MtfvoMiifc^ te bd|>>. loeD^deie Sangouw h^ 

Bfegrie 3mUmy aan de SomgU nab^ Tamfimg 
Snmai^ waa veoriieen door de oade inbooiii^pea 
van Karimata bewoond. Hete géloofiden kinderai 
▼an den Piek yan Karimaia te zijn en weleer langen 
tijd in deszel& ingewanden gewoond te hebben. Ab 
zij , echter eens' al te veel beweging en gedruisch 
daltiia maakten , opende zich debeis,.^!^ uit den* 
cehen spoongea lustig de mcnschen te voorschijn^ die 
XaWmote' berolklen* 

Kmmpmuf Radfah^ aan ds So^ngie Radfnk aaade 
Noordzijde. Se riner is Tan 60 tot 70 Toeten breed 
en praaowen nui 2 tot 4 KogtÊngt kunnen er biib- 
nenkiopené Hare oevers zgn hoog en worden tkans 
nog alleen^ door rooiers bezocht. 

De So9ngie JBrnkon dvttagt dien naam naar de mea%te 
AiAdfi-boomen of Bktzopkarae^ die langs bare l^ge 
oeftrs groeijen. Yoorheea stond er nabij dea mond 
der riyier een kamp , waarin de eilandeni woonden. 

De Sömgis Palemi&mj, de grootste tan deze n* 
vio'en, stroomt yan bet Noorden, naar bet Zuiden. 
Gedurende den vloed kunnen praanwen van 10 tot 
1& Kajfang'4 en bij de ebbe yan 3 KêyoÊêgm in de^ 
zdye binnenyaren. De riyier is aan harei^ mond om* 
trent 80' moeten breed en heeft, boqger op-, op ver- 
scheidene plaatsen 4 of 6 vademen water. 

Voor deze rivier %t eene* groote bank van hard 
zand 9 die het gevaarlijk maakt , onr bij barden wind 
aldaar te ankeren. Ter linker zijde bij het invaren 
is eene groote zandvlakte, waait^ men yde schil* 
padden en egeren van deielve vindt* Het KarHy dat 



867 



nHQ Uati aantraft, ïb. ^ani de bestq fcnallQlftu . llfO 
W8(gty dit de N'ig^tri^ JPaUmlanj^ . dk Uf^fotiaa mtk 
dn mond deser ri?icr U^y door d^ ioboodiiigjeai yaii 
Sarimai» bewoond wasi ' In I\et jaar 18A& woondea 
er acp ?0 of 90 Chiaéwhe. huinganinncüy .die tao 
de "ÜK^mnffÊt héieAi^ ot(>^^ 
hier iit'tnei^gfte voorhandeni iaü iii het jaar. 1808 
i^m«inar djoDvaBtea wat>THB) ili9rii«a0elioldkeB> 
Mftbö- het e CT W o erte kanp yméi'ïSKÈÈinag}effi\fftQOr' 
tm oodeo^ {x>t vao Ghuieielie aaide^ weike>6>Tadep 
men» m onvraag; en S' /«ule&ML diep tt. Odt- git^eijen 
er D0(^ etnige tMb«aeen> vdhg te vörea door de 
GhiMsen aaagpeiüanti z^n gewonde». • Vte de eer^ 
t^ bleajeiid9 Negcrif J^lmmim^rwét men te- 
geawiooidiff ni^ meer, biiile& eenige KcAes^, finang*. 
en andere ▼raoblIioaDMa» die door de inwonen in 
belera tgdea gOg^tM en aaor de a^;eaieéÉe Terwoes- 
ting^ OBtsnape vga. Onder dete booaMn staan tien 
arqiia^e hattm^ door z^erea BAonr oa&ait be^ 
woond, die niet z^n ydk ^n 8eeroo?erij bestaat 
Ook Tsrzamelea sij di^ Toortbrengselen , welfte de na- 
tuur, zdbie > zonder meaaoheii-arbeid oplerert , ab b(h 
mgj wa»» TogelpoBten, em. Teveo» vangen zij yisch 
en^zoeken sehilpadden, Tripmi^ en dergelijken. 

De Togtdoêstsa, welke zij inzamelen, moeten zij 
met den Suüan van Jtfoten en den Pmu^embahan van 
Simpang dealen. Zij geren voor, dat zij deehUO 
FihêU TOgelnealea vaa de tweede en derde soort vin- 
den, maar de StUhm meent » dat men daar op 
zijo minst wei 20 PthU ina9amel«, of althans inza^ 
mden kan. 

Deze zeeroovers laten zich Rmgaié noemen. Htm 



368 



Opperhoofil draagt dea naam ytfi BABor^ helirdk.coo 
▼ed ab Oraing Kaga^laui betedkent, en ataat oadet 
de beschemung tan de Vonten Tim MmUm en Simr 
pang. Badüt oAULir ja reeds te oud» waarom cgn 
ondste zoon ancaom ab babib handdt en het eerfoUe 
ambt op zee beUeedt Onder hem dient zgn Inroe- 
der anrooM. Zijne dochter vs^ik is met zdteren os- 
WAN flM4iL, e^i' benicht personaadje van dezdfile 
soort, getrouwd: deze is een der Hoofiden Tan de 
zeelieden wX Kendawtmgan. Gjülah's oudste zeon 
was OBUur, dié in 1818 door bbtjb aub gedood 
werdy wdke z^n lyk, ak een z^geteéken, naar Pmt* 
tianak steqpte, waar bet einddijk op dezdfde plaats, 
waar nu de Residentie staat, eene grafttede vond. 
Gblob's dochter is met Rddem baiLul, een* zoon tan 
den Panoembahmn tan SimpoÊêg^ getrouwd. 

Babot GAiiAjr, die door armoede tot zynen tqgen* 
woordigen toestand teryallen is, .zóu door eene ge- 
ringe ondersteuning tan de zeerooterij kunnen aige- 
bragt worden. Ook heeft hij reeds zijnen wenscfa te 
kennen g^geren om eene gd^nheid te tinden, ten 
einde de goedheid en zachthad onzer regering te 
kunnen verdienen. Ook op de oterige zeerooters ?an 
Matan en Kendawangan zou eene gepaste zachtheid, 
en zelfii eene zekere mate tan edelmoedigheid in den 
bqginne , tan gunstige werking z^n. De Vorsten en 
Rijlugrooten zouden het niet zonder ontetredenheid 
zien , dat men terstond met alle gestrengheid tegen 
hen handelde: want bijna alle de Hoofiilieden der 
rooters zijn met hen Termaagschapt en bezitten toor 
als nog geene eigene middden om eene andere le- 
venswijs te kunnen aantangen. 



369 



EILASD PA1IUMBAN6 AN. 



/ 



Dit eaand %t op 1^2' Zuider Breedte en lOe'^lU' 
Ooster Lengte Yaa Greenwieh. De Taart tusscben 
Panumbangan en den vastea wal wordt op oudere 
kaarten ak van 3 tot 8^ vademen diepte opgegeven. 
Wij echter vonden er bj^ het doorzeilen in Novem* 
ber 1822 van 4 tot 5 vademen water. Men kan het 
strand van het eiland tot op een' geringen a&tand 
naderen. 

Panumbangan bestaat uit een' berg , die zich in 
eene zeer langwerpig ronde gedaante 900 tot 1000 
voeten boven de zee verheft; en geheel met bocmien 
bezet is. Dit dezen berg ontspringt een aantal beek- 
jes, die Noordoost- en Noord westwaarts stroomen en 
een' goeden voorraad water aan schepen opleveren. 
Thans is. dit vruchtbare eiland geheel onbewoond 
en wordt slechts van tijd tot tijd door de bende 
van BADiv GAI.ASI bezocht, als ook door lieden uit 
Simpang , Koeboe en PonSifit^uik » welke daar alt^d 
rondzwerven. 

Aan den Noordoostelijken hoek lag voorheen eene 
aanzienlyke Negorij^ welke van 1760 tot 1772 nog 
ten dede bestond. Hier hidid de beruchte roover 
DATOB TJAHBRAvo dikwijk ziju Verblijf, en terwijl 
een gedeelte van zijn volk te Suecadana rijst Ibouwde, 
loerde een ander gedeelte op de voorbijvarende sche* 
pen en hield zich intusschen met de vischvangst en 
het inzamelen van verscheidene voortbrengselen van 
het eiland bezig. 

Tjahkhahg beeft zich sedert eenige jaren naar 
Klaha op het grondgebied van Bomeo proper t&-, 

24 



370 



teruggetrokken , alwaar zich tegenwoordig vde roo- 
▼ers ophouden , die aan onze bezittingen aan de West- 
kust jaarlijks groote Schade veroorzaken. Eea yer- 
bond van vriendschap met den Vorst van Bomeo 
proper y zonder dat men zich in zijne landen ves- 
tigde , zou reeds op zich zelf veel onheil uit den weg 
ruimen en een aantal vreemde roovers, dat aldaar 
tegenwoordig nestelt, van de Noordwestkust doen 
verdwijnen. Door het doen van eenige inwilligingen 
en het verminderen der tollen , zoo als men aan an- 
dere bondgenooten heeft toegebtaan , zou men zon- 
der twijfel de bewoners dezer landstreken tot nieu- 
wen handel (^ de Westkust kunnen overhalen, 

EIIiAND SOUROUrou. 

Dit eiland ligt op 0^42' Zuider Breedte en 108»41|' 
Ooster Lengte van Crréenwieh. Het wordt door on- 
dierscheidene kleinere bergen en heuvels gevormd , 
wdke aan elkander verbonden van het Oosten naar 
het Westen loopen. Alle zijn tot aan den top met 
boomen bedekt. 

Van het Zuidwestelijke strand strekken zich koraal- 
rififen uit, waarvan men voorheen en somtijds nog 
tegenwoordig eene fijne soort van kalk brandde, 
die met iSf r»e-bladeren gemengd en aldus gekaauwd 
wordt. Mén vindt er ook rood koraal , dat uit on- 
tdbare aan elkander gehechte pijpjes bestaat. De 
Chinezen koopen deze soort meestal op en gebruiken 
ze dikwijls in hunne geneesmiddelen. Het koraal, 
dat in vlakke lagen uitloopt, wordt KUhap^ hel 
pijpkoraal Jangau geheetra. 



371 



De beiwoners van KoAoé komen dikwijb op dit 
eiland, om er koraal tot het branden van kalk 
te halen. Bij deze gelegenheid loeren zij te gel^-^ 
ker tyd op roof. Sourcuiau heeft een aantal beek* 
jesy yed vlakken grond en zacht glooijende heu* 
▼eb 9 die voor den landbouw uitnemend geschikt 
zijn. Te voren had men op dit eiland twee Kam-^ 
pongê , van welke de Noordelijkste Negrie Stak ge* 
noemd werd en door de Hoofden van het verdreven 
Vorstengedacht van Stak gebouwd was. 

NEGRIE SIAK OP HET EILAND SOUROUTOU. 

De Sultan van Siak op de Oostkust van Suma^ 
tra, door eenen Arabier uit zijn Rijk verjaagd, 
doolde lange jaren met zijne familie op de zee om 
en vond zijn bestaan door de zeerooverij. Einddijk 
zetten zich de Hoofden van dit geslacht in het jaar 
1766 op de Karimatoêehé eilanden neder. Rad- 
ja MovsAH legde op Groat^Karimata de Kampang 
Srunai aan. Op Souroutou bouwde hun OpperhooM 
eene kleine N^arij , welke hij NUuw^iak noemde* 
Zij leefiien van de voortbrengsden dezer eilanden 
en vorderden uA van de voorbij varende schepen , 
tegen wdke z\j ook niet zelden misdrijven pleegden* 
Tegen het jaar 1772 , gedurende eenen ocM'log » wel-* 
ken ABiotL BAGHHAKy eoiste Sultan van Pontianak 
met Sangoitw voerde, riq» deze Yorst de hulp ia 
van het Siakéeké Yorstengeslacht, wdks leden zich 
ook bij hem voegden en onder het bevel van bbe 
TOBHAK KADin MDiDA tegen Sangouw streden. Rad* 
ja ■oosAB, de dapperste der Siakê en Radja isah 

24* 



372 

sneurdden in dezen oorlog : beide zjja z§ te Baioe^ 
Layang (zie de bijgevoegde plaat) in de begraveni^ 
plaats der Vorsten van Paniianak b^grayen» 

Na den Sanffouw0chen oorlog zette een gedeelte 
▼an dit Siaksche geslacht zich te Poniianak neder 
en stichtte daar een nieuw kamp Siak op dezdfde 
. plaats y waar nu het huis Tan den Resident staat. Ra 
het jaar 1818 zwierven zij gedeeltelijk weder langs 
de (kusten van Banka , Biliton en Sumaira. 

Bij gel^enheid van den laatsten oorlog met Pa- 
Umbang heeft men hen tot een ander beroep zoeken 
te brengen* Zij vereenigden zich onder hun Opper- 
hoofd Radja AKiL en beloofden van dien tijd af te* 
gen de zeeroovers te zullen kruisen. In den slag van 
Palemhang trachtten zij door huniie dapperheid de 
genegenheid onzer roering te verdienen. Tot be- 
looning hunner goede diensten, werd hun Opper- 
hoofd tot den* rang van Majoor, en de overigen tot 
Kapiteins en Luitenants verheven en hun eene vaste 
soldy in geld en levensmiddelen to^gel^gd. 

De Majoor Radja akil heeft thans elf Officieren 
onder zijne bevelen, alle leden zijner familie, waarvan 
élk het bevel over een klein vaartuig voert. 

Gedurende ons verblijf te Simpang , in November 
1822 , spraken Officiereo en volk dikv^Is over zekeren 
Sultan xAMOBD. Op de vraag: wie dan toch eigenlijk 
deze Sultan mahobd was , vatte Radja akil het woord 
op, en zeide hij met zigtbare geestvervoering : dHij is 
» wettig er%eoaam van den troon van Siak^ want bij 
»is de oudste zoon van onzen stam. Wij erikennen 
»hem als Sultan." Wij luisterden met ge^nonen 
aandacht, als de spreker, gelijk een andere aihbas. 



373 



den. kta^filrijd >? an Siak en de lotgevaUea der Vonten 
en afitammdtngen Tan dit Bijk verhaalde. x> Langen 
tftgd/' dns ging hij Toort, » heeft het lot ons, na de 
»?eroTering van ons vaderland, over de zeeën ver- 
i>8trooid, tot dat het gdnk ons veder heeft vereenigd. 
tilfier heb ik eindelijk mijnen oudai eerwaard^en 
» vader wedeigevonden. Hij had van toen af in ver- 
>driet en kcHnmer geleefd, maar zal in het vervolg 
» door mijne zorgen een beter lot genieten. Ik zal 
»hem verplegen en voor hem waken , en de eer niet 
» onwaardig zijn., dat ik uit denzelfden stam der Siaks 
nhen gesproten.'^ Gküjk de vrome Trojaan wdeer 
zijnen vader op de schouders wegdroeg, zoo voerde 
ook Rüdfa * AKiL zijnen vader (of wel zijnen oom lUi- 
■om) naar Poniianak. 

Hk schepeling heeft den mond vol van zyne voor- 
ouders. Het woord : matroos , is onder hen onbekend; 
zij zijn medgezellen en reisgenooten. Elk stuurman 
8ch\|nt een andere PALorumus te zijn en bezingt den 
lof van zijnen vader en van de Vorsten en Opperhoof- 
den van Siak f waarbij hunne eigene lotgevallen en 
gevaren niet vergeten worden. Ook onze reis van Pom" 
iianak naar Simpang en Maian werd door een* der zee- 
lieden , den zoon van eenen Hadjie^ in verzen bezongen. 
Radja akil heeft te voren met zijne faimilie en 
zyne onderhoorigen het westen van den gebeden 
Indischen Archipel doofgezworven en is bij alle Vor- 
«tam aldaar bekend. Ook hier op Bomeo heeft hij 
t^gen Sangauw^ Koeboe ^ Simpang en Maian ge- 
vochten. Op alle plaatsen, welke wij bezochten, 
vond hij en zijn volk gedenkteekenen van vroegere 
daden en lotgevaUen. 



374 



Ifet verdrijfeii ran zgn' grootvadar Tan den Iiooq 
Yaa Stak , zijn oauweiren op Terre zeeKo^ zyne ge- 
veditcn met de gemelde Yoraten, ajne aankomst te 
Simpang en* de bevinding van z^nta OfffBJ ■^■ewi^ 
als ook zijn aanhoudend pogen om Siók* iféder te 
iToiOTeceny zou rijkelijk stof Toor een Kddenificht 
kunnéa opleveren. Of de kampstrijd' van Smk9 Vont 
▼oor het behoud vmn zijn erfiieel , of de lolgefaUen 
2^ner nakomelic^n even groote en Terberene daden 
en krijgsbedrij?en opleveren , als ^ laatste stq^d en 
ondergang der stad van YaiAinn en de langdurige 
tegenspoeden van ah qhxsbs zoon , wie mag dit beslis- 
sen? «^ wie de waarheid van den schijn onderkeiiBen, 
waar een digte sluijer de daden van den voortijd 
overdekt? — Yele eeuwen , met den roem van yiecuuob 
vervuld, geven aan bet diohterliik talent eene wi 
ea eenen glans , gdgk aan die der w«arbeid« 



Hiermede eindigt bet ons ten gebniike toeter- 
trouwde Handschriflt van hüllsr, hetwelk wij meen- 
den, zoo ved mqgelijk in deszdfe oorspronkdijken 
vorm en zonder aanmerkelijke veranderingen in den 
stijl, te moeten mededeelen. Voorzeker zal de in- 
houd de juistheid hebben aangetoond van het oor- 
deel, vromer door ons geuit, dat dit gedeelte van 
's mans werk over Bomeo^ ofschoon niet gdieel ont- 
bloot van belangrijkheid , naauwelijks in vei^gemkiog 
kan komen met de bouwstoffen, die hij op onder- 
scheidene reizen en met de grootste inspanning en 
volharding over de gesteldheid der binnenlanden van 



375 



dit groote eiland had bijeenyerzameld >)• Hier toch 
zien wij slechts eenige onzer kleinere Etablissementen 
op de Westkust van Bomeo beschreven , die voor het 
oogenblik althans van gering staatkundig aanbelang 
zijn 9 terwijl die van Paniianak , Sambal en de reeds 
verscheidene jaren door de Chinezen overweldigde 
mijndistrikten in dat opzigt zeker ved meer bdang- 
stelling verdienen. Om deze gaping eenigermate aan 
te vullen y is het ons oogmerk om in een volgend 
Nummer een beknopt overzigt te geven van dit ge- 
deelte der Westkust en de tegenwoordige gesteldheid 
der bevolking , uit de nieuwste en beste bfonnen ont- 
leend» welke daarover ter onzer kennis zijn gekomen, 
te meer, daar de bij dit Tijdschrift gevoede afbed- 
dingen uit müllbr's nalatenschap ten deele op die ge- 
westen betrekking hebben* 



1) Een gedeelte duiran ü waandi^nlgk bg ignen npodlottigen mooid 
f erlofen gegaan , tenzg dezelve müichien , tolgens de bewering fiD den 
Sagelichen reiiiger daitoh, nog iq handen van den J^Uan van KotHê 
■Milten tgn. Overigeni gelooren wij te kannen terandenttlleny dat de 
geackriiten » welke op zyoe Troegere reizen in de binnenlanden ran 
Bomto langs de rivier Kapoeas betrekking hebben , zich nog in het 
Ibolottiaal Archief bevinden , waamit zg alleains verdienden aan het licht 
gobngt te worden. 



EENIGE BIJZONDERHEDEN 



OKTSniT 



9 jSL^t^mmmAmm^ 



COLTÜBIS, IXHDIft Vn OKBITAK BKll RU. LBKUW. 



TdgeDs onze aankondigiiig in een Torig Nummer, 
zouden wij iham bijdragen tot eene Statistiek hebben 
geleTerd, Palembang betrefiende, ons door den Heer 
YAAXTOEiDS medegedeeld. Toen dezelve echter nagenoeg 
voor de pers gereed waren , is in het licht verschenen 
een werk getiteld : Proeve eener beechryvtng van het ge- 
hied van Palembangdoor w. l. db sturlse, bevattende 
aanteekingen betrekkelijk het Rijk van Palemhang^ 
vroeger bijeenverzameld door den broeder van den uit- 
gever, wijlen den Heer j. b. ds stüblbe» voormalig 
Adsistent-Resident voor de Palembangeehe Binnev^ 
landen en laatstelijk Resident van Banjoemaae op Java. 
Dit werk hoofdzakelijk alles bevattende, wat wij voor- 



377 



neiiiefis varen in om Tijdachrifit mede te deden, soo 
moest natuurlijk ons voornemen fenralleny om, hetgeen 
ons door den Heer PEABTOEnrs was ter hand gesteld, 
door d^ druk bekend te maken. ETenivel kwamen 
ons in de aanteekemngen van laatstgenoemde zeer 
vele wetenswaard%e opmerkingen voor, wdke in het 
werk van den Heer db stublbr gemist worden, waarom 
wg bet noch onnoodig noch onnuttig rekenden , de- 
zdve hier mede te deelen. 

Hét eerst kome dan in aanmerking, he^feen de 
Beer faaitohiub beeft opgeteekend wer de a/wmende 
'Welvaart op PaUmhang; het is het volgende: 

Ben slechts vierjar% verblijf te Pakmhang heeft 
my de blijken opgeleverd van eene groote verminde^ 
ring in welvaart b\j de ingezetenen dezer plaats; en 
personen, welke sedert 1821 te Palêmhang aanwe- 
zig zijn , betuigden mg , even als de vertrouwde in* 
landsche Hoofden , dat de achteruitgang blijkbaar is ; 
zdfii zoodanig, dat zulks door de woningen, kleeding 
en sieraden der inlanders in het oog valt 

Wanneer men de registers van in- en uitvoer raad- 
pleegt, als dan zal men zien, dat de handds^balans 
ten nadede van deze plaats is en wd dat jaariijks 
p, m./ 100,000 tekort komt en in specie, meest met 
kopeif^dd , wbrdt gedekt. Deze som wordt dos ieder 
jaar aan den handd onttrokken en daar de invoer 
aan specie onbelangrijk is, zoo volgt daaruit dat het 
deficit hoe langer hoe meer moet toenemen. 

Daar het grootste gededte der inwpners van de 
Hoofdplaats van den handd bestaat , dezdve voorna- 
mdijk met de binnenlanden wordt gedreven en 
deze laatste, blijkens de staten van uitvoer, geene 



878 



geno^g^zame produetea, in den handd gewfld, ople^ 
▼eren , toereikende ter betaling Tan de ingevoerd wor- 
dende goederen, zelfi na aftrek van die, welke 
irederom -worden uitgevoerd , wanneer de maik^firya 
daarvoor onvoordedig is; zoo zal ik de redenen, welke 
mij toeschijnen daarvan oorzaak te wezen, in der- 
sdver gdied beschouwen. 

My is onbekend hoeveel de tinmijnen van Banka 
jaarlijksch aan zuivere winst aan het Gouvernement 
opleveren;, deze moeten aanzienlijk zijn; en wan- 
neer men in aanmerking neemt, dat deze zdide 
winsten in vroegere tijden voor het grootste gedeelte 
in de Hoofiiplaats zamenvloeiden, alsdan zal men zich 
niet verwonderen dat de balans van den handel , van 
den tijd of dat deze bron van bestaan is opgedrocgd, 
een resultaat ten nadede vm PaUmbang optevert; 
<mi niet eens te gewagen van het te niet gaan der 
peperkultunr, wdke jaarlijks , zoo men wil , SO,O0O 
{nkols opleverde en, tegen / 6 de pikol, / 1S0,000 
opbragt. 

Om den kwijnenden toestand van den handd en 
daaruit ontstane afnemende wehaart op te beuren, 
komt mij geen beter middel voor , dan om de voort- 
•breogsden van het land te doen vermeerderen; en 
biertoe zie ik geene andere kans, dan, om door 
uitbreidiug en vermeerdering van Jniltuur en daardoor 
te verkregen betere, meer üi den handel gewilèe pro- 
ducten, de handds-balans ten voordede der Beai- 
dentie te doen oveibellen. 

Met leedwezen heb ik door een plaatselijk onder- 
zoek en door het inwinnen van berigten van der 
zaak kundige inlandsche Hoofden mg overtuigd , dat 



879 



TPoeg^er meer wdvaart in de hinnenlandcn deser Ae* 
fideatie heenchte dan thans het geval is; ter bevesti- 
ging waarvan dient , dat het aantal der handdaren in 
de binnenlanden op onderKheidene daartoe bestemde 
ligpUatsen hunner praauwen aanmerkelijk grooter was 
4an tegenwoordig en sommige ligplaatsen geheel ver- 
laiea. sijn; dat de woningen, de kleeding en siera4en 
-Aer boveolandscbe bevolking oneindig xgn vermindenl 
in deugdzaamheid , stevigheid en rijkdom. 

De voornaamste oonuiken van deaen ongnnstjgca 
staat Yan zaken moeten i mijns inziens , worden ge- 
xoeht in de vergende oorzaken» als: 

Tén eersie^ in de algemeene redenen, wdke zoowel 
op den handel van Java als dden drukken; 

Têm Hoêidê, in den verminderden gddsomloop, al» 
hier ontstaan door het gemis van de voordeden, wdke 
de SuUan en de inlandsche Hoofden uit de tin- 
mijnen van Banka trokken; 

Ten dêrdê^ in den ongdukkigen broedertwist der 
twee SukoHÊ badar al tm en hoisbbn heua oum; 
ten gevolge waarvan de eente, ten tijde der Sngdsdten, 
met zijnen aanhang van de Hoorplaats u gevlugt 
en Zich in de bovenlanden heeft qpgehoaden , waar- 
door een gédedte van de Distrikten Moesie en Bawaê 
genoegzaam zijn uitgezogen. 

Ten vierde j in de knevelarijen door de PerJ^foéeoi 
naastbeataanden Tan den Sultan in de bovenlanden 
gepiep I nadat bun zeker gezag aldaar was opge- 
dragen en zij verlof badden erlangd , om zich in per- 
soon derwaarts te begeven , hetwelk hun vroeger om 
wijze redenen door de SuUmne zdven was verboden, 
ds te wel bekend zynde met den hdizochtigen 



x* 



380 



hunner fiunüien. ffierdoor hd^ben onder an- 
deren de Distrikten Blikte Komering en fFo9lring 
Doeêêoen zeer geleden* 

Têfi vijfde y in de onlusten fledert ons bestuur dan 
hier dan daar uitgelnroken » eerst in de Itawaêy daarna 
en de Oehe Lemaiaingy en Terrcdgens ddbr de loove- 
rijen der PoêêumahUea derzdrer aanhang, waardoor 
Tele Doessoenê in de DiTisien Offan^ Lamaiang^ Ji- 
nini en Mousie en wat daartoe behoort, zijn ver- 
•brandy meoschen en vee (vooral buffids) geroofil of de 
inwonecs uitgeplunderd en yermoord zijn. Deze staat 
van zaken maakte aanvankelijk het zenden van inland- 
sche barüsans (of hulpbenden) naar de bovenlanden 
noodzakdijk en, toen deze. niet genoegzaam waren be* 
vonden, werden troqpen in 1828 daarheen gezonden. 
Beiden, de inlandsche barisêan$ en de militaire expe- 
ditie > hd>hen wel is waar de Pasntmak*ê verdreven, 
maar, zoo als zulks>wel onvermijdelijk was, bij deze 
krijgstogten hd[>hen de welgezinde Dcessaetu ook ge- 
leden, hetzij door afpersingen of door de groofee 
.transporten voor zulk eene aanzienlijke magt benoo- 
4igd, welke, de inlandsche hulpbenden medegere- 
kend, eenige duizenden heeft bedragen. En eindeli|k 
- Ten zeede, in de geringe pogingen, welke de inlan- 
der in bet algemeen en de Palembangsche bovenlander 
in het bijzonder aanwendt , om , door verdubbelde in- 
spanning zijner krachten , de geleden schade spoedig te 
herstellen. Hiertoe dient hy door eenen meer regt- 
streeksdien invloed van Europesche ambtenaren te wor- 
den aangemoedigd, dan wel door een zeker vooniitzigt 
van vaste winsten er toe te wcnrden aangeprikkdd. 
Beide middelen hd>ben tot op dezen tijd ontbrokeu ; 



381 



bet eente, uit gemis van Eoropeacbe ambtenaren, 
daar men derzelyer getal Yooral sedert de in 1826 in- 
gevoerde bezuinigingen eerder heeft berekend naar de^ 
oogenblikkelijke vinsten, welke deze Residentie af" 
wierp y dan naar de voordeden , welke in bet vervolg vau 
tijd door een verbeterd bestuur» speciaal voor de bin- 
nenlanden, met eenigen grond van zekerbeid konden 
worden verwacbt. Ook kwam natuurlijk daarbij ia 
aanmerking of wij den militairen arm disponibel bad-> 
den , om de Europescbe ambtenaren in de hinnenlan* 
den eene veilige verUijiplaats te verscbafiai. 

De andere aanmoed^ing , namelijk booge en vooral 
vaste prijzen voor de producten, ontbrak mede; 
vooral wanneer men daarbij in aanmerking neemt ^ 
hoeveel nog daarvan wordt genoten door de Divisie- 
en mindere Hooüden , welke altijd nog middelen en 
w^en vinden, om de producten voor lage prijzen van 
de bovenlanders op te koopen; hetwelk, zoo lang 
hun het bandeldrijven niet stellig wordt verboden 
en wij de noodige ambtenaren niet kunnen aanwen- 
den om te controleren, steeds ten nadeel van den 
planter zal verstrekken. 

Men zal mij mogelijk tegenwerpen: indien dan 
werkdijk de wdvaart in de binnenlanden is vermin- 
derd, hoe het komt dat de belasting, onder den 
naam van Landrenten bekend, jaarlijks is. vermeer- 
derd, vooral tijdens het bestuur van den Heer tah 
SOK, en min of meer zel& onder mijn bestuur? — Ik 
antwoord hierop : dat het de belastingen in het alge-* 
meen niet zijn , welke den bovenlander hebben gedrukt, 
en dat men hg geheele vrijstelling daarvan toch meer of 
min dezelfde resultaten zoude hebben gezien , of zien 



382 



geboren troiden, ak boven ztjn opgenoemd, ak waat^ 
▼an rde zelf» TÓórons bestuur reeds hdbben bestaan; 
dat men, eenmad overgegaan zijnde om belasting 
te hefibn , daarbij naar een' zekeren r^d of maatstaf 
moest te werk gaan; en dat, daar eeo vaste basis 
voor het* doen van den zoogenaamden aandag ont-* 
brak , het eene Distrikt voor hoogere het andere voor 
lagere sommen vrerd belast, en men langzamer* 
himd tot maatstaf van de belasting voor ieder- hoi»* 
gezin nemende zeê guUen^ die Distrikten , vdke 1^ 
geiyke middden van bestaan beneden dat maximnm 
waren aangeslifgen , heeft verhoogd, om geene billijke 
reden tot klagtea te * geven. De belasting van zes 
galden per haisgezin is dan ook mijns inziens geheel 
niet drukkende; en ii ben van oordeel, dat het een 
louter vooi^geven is , indien dit tot reden wordt aan- 
gehaald van de verminderde welvaart in de boven*» 
landen* Neen, wanneer de bovenlander geheel vri) 
was van het betalen der landrenteu, alsdan zoude hij 
misBofaien daardoor nog eenen prikkel minder bezitteo 
ter aanwending zijner krachten* Want het is eene 
bewezene zaak , dat de vrije Poêêumaher niet rijker 
is dan de belastingbetalende nabuur. 

Van den PasstÊmaher sprekende, zoo heeft het ver* 
bod van den slavenhandel deze en naburige boven- 
landers vele winsten , welke zij daaruit gewoon waren 
te trekken , ontnomen; dit zoude dan nog de xeomdê 
oorzaak kunnen uitmaken van de verminderde wd* 
vaart in de binnenlanden. 



38S 



Omtrent het arlibel: Nijverheid^ bevat iiet Tenlag 
Tan den Heer nABro&nm het Yolgende: 

1?. Mm de Maaf dpimmf s. 
Mannelijke ambachtslieden* 

De inwonen der Hoofdplaata beoefenen onderBchó*. 
den ambachten en zijn, bij al hetgeen zij doen, zeer: 
scherpzinnig en befattel\|k, vooral vaardig om letBL 
na te bootsen; en hierin slagen zij het meest bij fijn. 
schfün- en snijwerk of dei^dijke dat meer geduld 
dan kracht verctischL Zoo b. v. zijn zij ver gevofv 
derd in het bewerken van ijzer met zoogenaamd 
Pamoer (Tretenage) voor krissen en houwers; daaren-* 
tegen zouden zij geene bruikbare veren voor qjtuigen 
kunnen maken, want zel& het gewoon ijzerwerk voor 
muur-ankers en dei^gelijke is nimmer goed doorsmeed. 

Ik zal hier in het kort de onderscheiden bandwer«' 
ken optellen, te b^innep met die, welke.de fijnste en 
koatbaarste materialen verwerken. Het eerst komt 
dus hier in aanmerking: 

a. De goud- en zilversmid tevens juwelier ajnde* 

Men telt er 99 ^); zij werken in goud, zilver^ 
êwaesa en andere compósitien, waarin goud ol. zilver 
komt en zetten ook steenen. 

Hun #iMi##flMirbeid is beroemd en daaraan wordt.de 
voorkeur gegeven boven dien van Java; ook de buik- 
platen van eene compositie van koper , goud en iets 
zilver, genaamd Tambaga ietam ea van een ander 



1) Den en de Tolgende opgegeren getallen hebben betrekking op het 
jaar 1889, ten welken jare dit ▼enlag van den Heer paAKroairo werd 
opgemaakt. ^* ^Woclté. 



384 



maakfiel yao zilver, met een' zekereo harst overtrokken , 
waardoor het zwart wordt en waarop het zilvenen 
bloemwerk dan meer a&teekt , Djadofm^ genaamd naar 
den daartoe gebezigden harst , evenaren die van ZVai- 
gano y welke voor de beste gehouden worden. 

De goudsmeden! bebooren onder de g^oedste am* 
bachtslieden ; men rekent dat een goudsmid per dag een 
halve gulden verdient. Sommigen hunner h^ven 
zich van tyd tot tijd naar de bovenlanden, om aldaar 
hun beroep uit te oefenen. 

h. De geelgieter; er zijn te PaUmhang 182 per- 
sonen, welke dit ambacht uitoefenen. 

De gewone prijs van het rood koper is hier/ 70 
de pikol. 

l^ \ gedeelten rood koper en f gedeelten tin 
geeft , hetgeen zij Kowingan noemen. 

2*. I lood en ^^ tin gevo^ bij /^ rood koper 
wordt genaamd Tembaga mera. 

8*. f tin en | koper noemt men Gangso. 
Allerbande soorten huisraad, geschut enz. kunnen 
zij uit genoemde drie compositien gieten , doch geen 
rood of ged koper in den vorm van blik bewei^ 
ken tot ketds of dei^elijke; deze worden van Java 
aangebragt. 

Aan de klokken of bellen , alsmede aan de Gam^ 
blangê welke hier gemaakt worden, ontbreekt de 
goede klank. Daarentegen is hun geschut vrij goed. 
Al hetgeen zij willen maken , vormen zij eerst in 
was , ter zwaarte van ^^ gedeelte van het te gietai 
voorwerp, met uitzondering voor geschut. Hiertoe 
nemen zij slechts 5 percent aan was. Het metaal 
wordt in kroezen gesmolten , welke niet meer dan 20 



385 



Kfltties ieder beratten; deze «neltkroezea worden 
gemaakt van klei, ▼ermengd met samd en houtskool. 
De vorm in was wordt omgeven met een mengsel i van 
seer vette klei {Taimah liat) en zand; en daarin het 
metaal groten wordende» smelt het was en het me« 
taal neemt deszeI6 plaats in. Koud geworden zijnde, 
bred:t men den vorm; daarna wordt het- metalen 
voorwerp gepolijst en, is het er vatbaar voor, afgê*- 
draaid. Handelsartikelen zijn : kommen ,; SieriBA^tè^ 
jes of doosjes en waterketels, welke veel worden uit>^ 
gevoerd naar Lingaeu Singafoera^ verder naar de 
Straat Malakha^ Bij dit werk worden , om het wiel 
te draaijen, veelal blinden genomen; zoodanigen 
verdienen / 5 's maands. 

Aangezien de menigte gedgieters en het niet altoos 
zeker vertier hunner waar,^ zijn er Velen, die ledig 
loopm en slechts op bestelling^ wierkki. Ite'^ge^ 
wone prijs is' een gulden voor de zwaartei van een 
Kattiè van bewerkt huisraad enz.; voor geschut, zoo 
als Leloê enz. betaalt men slechts/ 17^ per Fikel. ' 

e. Tinn^eters zijn er slechts 12. Zij maken ke- 
tels, doozen en diei^fdijkc ; vroege toen -jffanAa aan' 
Palemhang behoorde, waren eif meer tinneg^ieters 
dap thans; hunne verdienste is alleen 40- a 50 cents 
pér dag; zij vinden échter weinig ' Weirk' eü arbeiden- 
opbestdling. ' ' 

>cf^ BUkshgers zijn* ei' tO; hk JjzerbSk ,» hetgeen 
zij verwerken ^ wordt ingevoerd; ^ ' "■ ' 

€4 Sióédra zijn er 165; de meedten wonen brj el- 
kander in de ^ampong N^ 18 Mir. Hun dagèüjligch' 
werk bestaat in het vervaardigen van Parongê^Ba^' 
li(mg9 ^ en Tanhoetiy d. i. kapme$sen, bijlen en sik- 

25 • 



386 



kek of grasmevoa en diergeiyke op dea koop. «— 
Krwea eo houwer» ipoeten bovtdd ivordeiu De sme- 
derij bestaat gewoool\jk uit dea baas en 2 knechtea 
om te helpen «meden en beurtelingis aan den blaas- 
balg te trekken^ 

Uit een Pih0l iyzer» met bewerking ?an 6 Kaitu9 
alaal en 2 KaiHe^ oud ataal van braadpannen afkom- 
stig, worden 6Q Panmgê of BaUomgê verkrcg<m ; de 
houtskolen daartoe benoodigd kosten /2. - zoodat 
60 ParoHgê kosten: 

voor ig«er • . . / 20.-^ 

9 staal • • • D 8.— 

I» houtskool » 2« — 

te zamen / 26.— 

Winst » 20]^ 

De tijd tot het smeden ran 60 Parëngê bedraagt 
10 dagen; dus is in 80 dagen de verdienste / 60 en 
indien zij in gemeenschap weriien, verdient ieder 
'smaands ƒ 20. --* Worden de knechts gehunrd, dan 
bedraagt hun maandgeld/ 10 per man. 

Met het begin der goede Hoeson vertrekt dikwijb 
een smid met vrouw en kinderen in eene kleine 
praauw, voorzien van den noodigen voorraad van 
yzer en werktuigen, naar de bovenlanden, om z^n 
ambacht langs den w^ uit te oefenen. Yan de 
verdiensten , aldus gemaakt, koopt hy Bamboes om een 
vlot te vervaardigen, laadt hetzelve metnjjstof ookmet 
Kapas^^ kokosnoten en andere voortbreogsden, en 
komt hiermede, mogelyk eerst na een jaar tiyd inde 
Hoofdplaats terug, om, na den verkoop der produc- 
ten van het meestal noodige Bamboes van het JRakhiei 
of vlot tot woning gebruik te maken. 



as7 



De Ptlembangera waren rraegev meer cUo thans ge- 
woon geweerloopen te maken. Zij kiezen daartoe on* 
deneheiden staren \JEer, waarvan zij er 6 of 7 te 
aamen smeden en ?ervolgena nitboren; deze geweren 
zijn sterk maar zwaar en de sloten slecht, wat de Teren 
aangaat. ZLoodanig geweer kostte vroeger / 100 tot 
/ 160, naar. gelang het met zilver is ingelegd ; thans 
kan men er voor/ 60 tot / 60 koopen. Sr z\ja hier 
verder 9 spijher^medeQ , van welke een persoon 200 
stuks daags kan maken , die 2 duim lai^ z^n; ook 
lell men nog 12 slotenmakers , welke tevens boven- 
genoemde weriitdigen vervaardigen. 

Beide amhacht4Mn echter zijn zeer in vervaL Spykers 
worden thans meest van elders ingevoerd, voornamelyk 
van Bilitan en geeft men de voorkeur aan Suropepobe 
febriek^'^slolsn, geraedschappen voor timmerlieden enx. 

Het de metaal-^arbeiders hier besluitende^ zal ik 
verder nog laten volgen de IWian ÏAtnbang d, i^ 
welke goudstof opzoeken in de vaste, oorspronkeiyke, 
niet opgehoogde gronden der Hoofdj^ts en in der-^ 
zdver omtrek, b. v. hg de Boêkiet Siboenia^ff^ Koit^ 
TfonijafËgan en Swa^Boêdjang ; men beeft ook eena 
digt bij de KrmÉêm in de zware, roodgele kle{, ver- 
mengd met pijpaarde, levendige kwik gevonden. 

De gondstofvassehers zo^cn grond op digt by deiir 
vier, graven een gat van de noodige diepte en breedte, 
om er in te kunnen staan of zitten, waarin zij bet water 
laten loppen, indien het daarmede niet van zelvegevult 
wordt. Viprvolgens nemen zQ wat aarde op eene ronde 
houten kom, voorzien met een' rand, doch in betmid- 
den aitg4lold , van de gedaante als een 7V««Iosft^ (soort 
#an hoed of deksel) en houden deze kom , genaamd 

25* 



368 



Pelimbangani eren onder water en flchudden ze,- ten 
einde de ligtere aarddeden worden a%e8poeid en het 
goud •achterblijve. Door elkander gerdcend, tenca- 
mdt een man daags ter zwaarte van wmSaga waarde 
▼an 40 of 50 cents , meestal in de gedaante Tan 
goudatof, somtijds ook in kleine brokjes. Het beste is 
van 7 Moetoe ^ het minste van 6^ Moeioe gdialté. 
Ducaténgoud houdt 10 dezer Moétoet. 
' Hierop zullen wij de overige ambachten laten vd- 
^en als: 

• 1. De Toekan Oekir; dit is .moeijelijk in hel Ne* 
derduitsch over te brengen, het betedcent iemand, 
welke zich onledig houdt met het snijden van bloem- 
werk en andere versiersek uit ivoor , vischbeen of ho- 
ren, harde houtsoortm enz; voor gevesten van krissen, 
•houwers en diei^gelijke. Er worden te Palemhang 27 
zoodanige kunstsnijdere gevonden , die vooral in fijn 
snijwerk van de gevesten voor krissen uitmunten ; zij 
verdienen ƒ 10 's maands^ 

2. Kri^scheden-makers telt men 84 ; hun werk is 
bdbend en gezocht door de handelaren van /uva, 
^mndat zij beter en fijnar arbeiden, dan op laatstge- 
noemd eiland; zij verdienen 60 cents daags. Zij hou- 
den zich 'ook bezig met het schoonmaken van kris- 
senlemmèrsy door het afwrijven met zure lemoentjes 
en rottekruid. 

S. Schirijnwerkers ' zy n er 22; deze verstaan ook 
snijwerk in hout ; zij verdienen 60 cents daags. 

4. Toelum Tepa d. i. doezen* of ^jneldstjes-make»; 
de doezen dienen voor de Sierie of belel. Van ditam- 
bacht telt men er 69 mannen; zy bezigen buiten 
de inlandsche houtsoorten , bekend onder den naam 



389 



van ^Tofoé Temhoeêa^ Talang of Aena , of wel Aftg^^' 
sana)j, ook hout Tan TimaraSJlmhnna. Een persoon 
kan 20 Tepa*9 in de maand Yenraardigen , welke bij aan 
Chinezen yerkoopt, die dezelve verlakken en daarna* 
in den [handel brengen. — Hij verdient daarmede/ 
naar aftrek van het voorschot voor hout, /l 2 'smaanda. \ 
6. 'Draa\jers in ivoor, been en hoiit, xijn er 66* 
Hun meeste werk bestaat in ronde doozen metdeksels , * 
genaamd Biniang ; een persoon draait 2 sUiks daags' 
en wint daarmede 60 cents; h\j verkoopt deze insge* 
lyks ^an Chinezen om ze te verlakken. 

6. Gewone timmerjüÜBden telt men er 198. Een haas 
verdient,. beoevens delosi,/ 50 of 80 cen^ da^,. 
de knechten 40 ol^&0. cents; zij zijn gewoon ?aa 
6 uur 's moi^genstot 6 uur 's avonds te. werketi, 
en Mrijgexi dei kost van hem, bij wien.z^ arbeiden* 
Bebalven deze 19S. timmerlieden, 2ijn er nog,' die 
zich ook met onderscheiden anderé kostwinningen 
bezig houden. . 

7. Men heeft 162 houtzagers te fialemiang^ Twee 
man kunnen van gewoon /FeéUmgktnU^ lang 26 voet^ 
dik 10 dm., S planken daaga snijden; zij zagen iiorif 
zontaal met eeue zaag, welker blad zoodaa% is)in- 
gerigt^idat de. tanden van de eena helft t^en die 
van de andere inloopen. Bij <mdei;nnding is mijge^ 
bleken, dat zy. daarmede vaard%er kunnen .wenken y 
daA naar onze manier van op en neder te trekken' of 
vert^W te zagen. Een zager verdient daags van i&ft 
tot 76 cents; sommigen bleven izich. naar debone»-' 
l^^^n , vellen aldaaif de böomen - en , . nadat zij. hèt 
hout t^t planken hebben gezaagd ^ voeren zg hét ^a£: 

8. Praau wen-makers ; van deze zijn er 48; zij \feiH> 



892 



8;'2ij {pebraikea hiertoe koe- of buff^eder ea we- 
Un betsëlYe m^ bloem werk of anderzins te Teisie- 
reü, 'hetwelk z\j zeer kunstig in stempeb van buffel- 
boom ! weted te snijdea en in het leder af te dnijdcen. 
Qm eea' ^K^aH^'mte binden» bezigen zij 4 tot 5 dagen 
en genieten ƒ 4 è ƒ 5 ^ . dit, is geene vaste broodwinniflg. 
. 19é Br ^9^' 47 schrijvers, meestal Handjeet of 
Saniri€0 (Prieèters) , velke den Koran of Kietap der 
Mahomedanen afschrijven. Om een' Koran af te 
3ohrij}ven. heeft een schrijver 3 maanden noodig en 
geniet bij daar'foor 24 & 25 gulden» daaronder bqpre- 
penide kosten voc^ het papier en infaijpfden, zoodat 
b|j sleohts: / 5. 's maands' daarmede verdient, zich 
evenwel deze geringe verdienste getroost, aat^ezien 
het «voor ziya geloof ïs dat h\j werkt» 
i 30, Palemhang heeft 78 vaste schoolmeesters (on- 
der wdke ook vjroujiren) , die alleen in het lezen van 
den Koran onderwijs geven. Zij genioten geene vaste 
schoolgelden. Wanneer een kind heeft leeren lezen, 
betalen de. ouders, naar gelang van hun vermogen, 
ƒ10 tot/25. AUe Donderdag-morgen worden eenige 
der* schooUuoderén door den schodmeester in de 
Snmpoilgs ^ooodgezondea om de mildadigbdd der 
iogeaetenen aan te spreken. Men is gewoon bun 
olie te geven, hebbende de kinderen daartoe eene 
flesch bij zich ; sommigen geven ook duiten, en als- 
dan houden de kinderen het geld ; doch de olie geven 
zij aan denitehoolmoester.. De laatste gebruikt zyne 
adiolieren ook voor .huisdiensten en roeijers , en bij 
iiilaBdscjtie feesten ontvangt hij Pieim{ en Sedekha (ge- 
bruikelijke gescb^aken) van derzetver ouders. Een 
kind bezoekt zoodan%e leesschool een of twee jaar. 



39S 



2L WasBohers zijo er 30 ia de Hoofdplaals ; zij 
wasBchen meest het goed van Europeaneii ea 00I& 
van enkele iolanders; hunne verdienste is ten. minste 
ƒ 10 *B naanda. . . 

. 22. }.Palembafiff telt -26 GpmUangf^pders. Zij ver^ 
dieaea /. 1 yooe één' naobt ; de pachter dcjr doèbd-* 
kitten huurt hen ook voor eene gehede maand in 
eena, namdijk 6 penooen 'voor/ 40» van welke aom- 
migeu' dkaoder. afkM^n om te dobbelen , mits altijd 
6 b\} A»^Gamhlwg blijven. 

23» 176 Huisgezinnen zoeken kostwinning in het 
houden vaa Zociait^-velden ; nimmer of zelden oogsten 
z^ .geno^ : rijst, voor . hunne* behoefte »> om redea de 
grond b^ .de Bk)ofdplaats te sehraal is. Ook gaan de 
inlandeiB niet ligt tot deze broodwinning over., dan 
alleen .oit. gebrek, aan iets andera« Behalveo rijst 
plant men dan nog Pisang^ suikerriet om teeten. 
Ananas» Ohie enzk; ook verkoopen zoodanige men- 
sehen veel brandhout Hiettqgenstqandc deiejonder- 
scheidene takken van nering, wiaoenv iijvaieft meer 
dan het Jioogst.nOedige voor kost en kleediagL* 

• 2^« W^rQxiezieiï beeft mei) te i^a^staAaii^.ft?, zèo- 
wd Chinezen ak Palembangers.. De ecsi^sliea'vcnlienen 
40 è. 60 cents daags, de;aDderen. nunder^. i 

. 26. ' 49 Huiigezinnen zoekeji Iiunme ktetwion&ig in 
het oppassen van bu£Eds.; de meeste hunner zijn lila- 
legers van Menang Kabo. Zij gaan gewoonlijk de 
voorwaarde aan , om de winsten van de mdk of van 
de kalyercn te deden. De eigenaren van bufids zijn 
allfsn.g^ede ingezetenen. . 

26. 12 . Personen houdfn eenden ^ zoeken -winst 
uit dett> verkoop vder • «ijeren ; • zeiden verkoopen ' zij 



S94 



de eeadea ea hoadea gewoonl^k niet meer dan 20 
stuks om het leggen der eijeren behooriijk te kan- 
nen nagaan* 

27. Hoender-Tokkers nndt men hier 20 ; ook deze 
▼erkoopen slechts de eijeren; beiden de eend» en 
kippen-^eren-Terkoopen verdienen daarmede 20 of 
80 cents daags* 

Alle genoemde ambachtsioooen zijn berekend in 
xÜTeigdd, omdat de gemeene man tot nu toe daar* 
naar en niet naar kopeigdd gewoon is te rekenen. 

Andere kostwinningen in de Hoofdplaats zyn on- 
der de volgende rubrieken te brengen , ak: 
a. Kodié9y welke aan de w^gen weiken ;dese genie- 
ten sedert kort slechts 2 B duiten daags, vroeger 80. 
A» Yaarlieden op praauwea naar de bofenlandoi} 
hunne terdienste is ƒ 6 nher 's maands en de 
kost. 
o» 'Praauw-ZVuRikw^gwi«^aarder8 op de groote rivier 
big de Hooldplaats; over dag verdient éte rodjer 
80 of 40 oents, des naohts of avonds vcfdienen 
van twee roegen, de een 40, de ander 20 cents. 
d. Grond-ophoqgers {Tamkah iammak) hetzg bij 

aanneming of daghuur 40 of 60 cents, 
tf. Brandhoai*kappers ; een man verdient liiennede 
80 of 40 cents daags; 100 stuks rondhouten, een 
vaam lang en een span dik, kosten/ 1. 
Eigenaren van daven en panddingen zifn meestal 
gewoon, deze hunne kost zdven te laten zoeken als 
KoeUeê vooral op Tamhangan*^ M»*en alsdan van hen 
zeker aandeel van hunne verdienste, hier Pa^ah ge» 
naamd, te veigen, namdök/2i zilver 's maands, — 
van wouwen (slaven of panddingen) / 1| zilver. 



wa 



'■ Vrouwelijke kostwinoiitgea. 

Op Pmtêmhohg di«gfki de nouweii eeo groot ge» 
deidte soo niet hei ineesie hij tot de kostwiimiiig « 
▼ocffid die 4er lagere kktten. 

Ibeit alle nwwen, twmd die der hoogere ab 
fldndere acandeA kunneii wefeü, gaten «pinnea ef 
diefgeÜJkei eti óok de earsien liandelea met zijden 
kleedjes enz., welke zij niet yoor eigen gebruik noo^ 
dig hdiben. Zijden kleedjes worden gedragen door 
de hoogere UaMi de geringe titiuwen dragett meeal 
Uunen kleedjes tan JtoM ingeroerd. 

ü. Van de rijke 5efi^iél-klee4jes zijn er 78 wed^ 
Étsts Van beroep; dit tijn zijdoi met gouddmed 
doorweten kleedjea en PdedibangBch nmnt ten deae 
bofen Jataaêch maakad uit. Bene andere ftoort 
wordt genaamd lAêmtir^ in^gelijka tan zijde met Moe« 
men doorweten« He maand^ksche terdienste be- 
draagt flh/B. 

h» Xatoen^wee&ta» tiA beroep sijn er 131« DeM 
weten meest grof goed toor Sampéhffê^Mitjea m 
bitoelBeo tot uittoer naar Banka en naar de boten* 
landen en terdienen f&*s maands aan zultere winst» 

e. 40 YrottWta zijn É\)de^ ctf kato^nterwater tan 
reeda geweten atoflbné Zij terwen in alle kleuren, doch 
rood en blaanw alleen houdt kleur. Rood terwen tij 
met Kêtnaloj welke tan Si^m wordt ingeteerd en een 
product tan een inseet en wel tan het nes^e zoude 
zijn. HUauw wordt geterwd met Indigo» welke te 
PêOemè^mg wordt get^nnen. De terdiensten hieraan 
terbonden zijn niet tast; -^ hebben zy genoeg tedoen, 
dan kunnen zij gemakkd^k / 1 per dag terdienen. 



396 

d. 99 VrouweQ winnen de kost met garen verwen. 

e. 1035 Vrouwen zoeken kostwinning met garen- 
8{Mnnen, behalven nog andere» wdke daarbij iets 
meer aan de hand hebben , of zulks voor eigen ge- 
bruik doen. 14 Kaiiies r.uwe Katoen kost/l enhier- 
van maken ze 66 strengen grof garen; z\j zijn hier- 
mede eene maand bezig en kunnen, na aftrek van 
de kosten der. K^Uom^ f % k 2^ 's maands ver- 
dienen. 

ƒ. Arabische Kopuh- of mutzen-weeftters van goud- 
draad zijn er 12. Deze Kopias worden gedn^^en door 
de Grooten , de Maniries en andere inlandsche Boof^ 
den. Een weefid geeft 20 of 30 Kopia^s^ hetzij, van 
Gbipeesch of Europeesch gouddraad; men voert dezdve 
D9et oqd linnen.. De verdienste. is/ 6 of 7 's maands» 
Efsne Kopia kost / 3, waarvan ƒ 1^ voor gouddjrtad; 
eenie vrouw, kan vier stuks in .de maand volUM^jeQ. 

g. Eene andere soort van Kopia (^Ifia) wordt ge- 
naaid van kleine , zeer fijne stukken laken , met eene 
soort v^n borduurwerk voorzien; hiermede hoqden 
aeh 33. vrouwen onledig en verknopen de beste 
voor y 10 i / 12; de.mivene winst ; bedraagt 
fVkfA 's maands. 

A.. Jiaaistffs vao bero6[i.wordenier.l09,gevon^en. 
O^Kerigens naait iedere vrouw vpor.bare eigwe huisr 
houding; . de , eersten werken i meest, kleediqgstuk- 
ken i ter. verkoop p^^r.de.bovQq^nden enz.; de winst 
bedraagt in de m^and ƒ 5 4/ 6. / . 

. K ÏOOgenaanMleZWpefijr-naaisterszijnerti. T^0(te 
so(Hr.t Van deksds op kompotten » schotels» glazen enz. 
wordt vervaardigd van de schubben van de Jektm 
Lem^h^^fifiltBQnMd op Kaijang^ in den vorm.van<e^ 



3f7 



9 

T&êdoeng en daaroè' geverwd met Kesêemia Kem^o, 
Ind^ cf andeire kleatea; S of i(ï Toedaengskoe^Ba 
ƒ 1 , waarvan drie der middefaoort twee dagen werka 
geven.' 'De zuivere winst bedraagt 'smftands^/Sé Eene 
andere soort Toedomg wordt van Bengkoêang bladen 
▼erfacrd%d, geverwd met Drak^bloed {Djemaing) oS 
Iikd^ » waarvan 6 stuks / 1 kodten. 

k. Van borduursters tindt men er twee soorten, 
de eene festonneren of bewerken stoffagies d jffur , 
de andere bewerken goud- en zilverdnaad, zijden 
of katoenen garen of andere diei^lijke gewee^e goe^ 
dereu. Van de eersten telt men er 46 , van de an- 
der:en. 87 pc^wmen. 2Lij w^ken zeer g)oed en. met 
smaak naar allerbande modeUen, 
. ■ i. Onderscbéidéa Europescbe Gbitsen worden hier 
met gouden Uoemeh versierd , waarmede een ge^ 
tal Van 68 Trouwen weikzaam is. Zij nemen daar- 
toe veiffuldsel Tan Siam of China, hetgeen niet be^ 
stand 'is tegen wasschen. , 

m. Anderen zijn er, welke het drukken van Cjbits 
zoeken na te bootsen. Zij bezigen hiertoe houten 
stempels , welke zij in zwarte of blaaowe verw doo- 
pen en op het witte katoen afdrukken en de fijndere 
uasoceu of teekeningen met een Ghineesdi penseel na- 
hdpei^. Deze kleuren kunaen niet gewasschen wbrdéiL 

n. Zoo zyn er ook vix>uwen , wdke Batiek of an- 
dere kleedjes van Java » hetzij Terfraaijen of herstel- 
len, d. i. op nieuw verwen; tenigè weinigen maken 
zelfr £4Uuh. } 

0m 20 Vrouwen zijn ervar^ in het glans geven 
aan linnen, door hetzelve met rijstwater te beroclv- 
tigen en daarna te wrijven met zekere schulp. 



f^ Er gy0 ook iTOUweo» velke de Ktmiri^Hilk 
mgkm. De ootea kopuvi vw do toyenhndm; «y 
iroidea ^ebrdcoo m do pitt ovoa uk rgtf, e^rst ia 
doa wmem guar gekookt, forvolgonf uiigepent. 

f. Dan heeft men nog biuir^kaouneo^niaakMr»» 
27iagetal« JUJ ToiTMrdigea dezelfo v«b .9aMhii^4«#* 
roeny, fijn gespleten en met Rotting Mn oengdiecbt; 
een xoodanïge kam ko^t 60 eento» 

r. Tjland>cho Z)pfAo€fi#, zoowd inuoon ak nou^ 
wen telt men 64. Zy behandelen do zidun naar 
onderfindingi sonder een^ Taita bq^jnaelen en aoiv* 
der de kracht van de geneemiiddelen regt te kennen, 
tenxij naar gionng van hetgeen vroeger 1^ aoongdgke 
gevallen geholpen of van uftwerUng geweeit ia. 

Bdialven do opgenoemde koitwinningen vinden de 
inwoners in de Eootlplaata ook vealal een gededte 
van hun beitatti in de viaobvangat, ten welken dnde 
ag in de goede Hoeion in groeten getale aioh naar 
de onderscheidene meren , rivieren en derselver mon- 
dingen begeven. 



»•. ïïm^ 



Daar de bovenlander gewoon ia zijne woni^p en 
kleading zdf te vervaan%8n, zoo komt mij voor, 
dat deze werkzaamheden niet ab bijzondere takken 
van nijverheid kunnen worden beschoawd, tenzij, 
zoo als op sommige plaatsen het geval ja, hij daar-^ 
uit een eigen bestaan vindt, d« i. meer daarvan 
vervaardigt, dan hij voor eigena bdK)efte nood% 
heeft, en dus uit den verkoop verdiensten trekt. Raar 
evenredigheid en in veigelt{king met de Hoofdplaats 



809 



zyn deze lantsten intusschea geriog, mei uiUmde- 
ring nogtaii3 Tan het potteabajkken ia bet Dmtrikt 
Rojfoe uigoemg^ Diviaie Kamering Mir. W\j suUen 
om deze reden een begin maken met de 

PütUnhahker^. Bij de staten ?an uitgeyoerd wor- 
dende Palembangacbe producteo ia te vinden de aan^ 
zienlijke hoeredheid, welke aan potten, Gmü^^ 
smel^pen toot het tinerta van het naburige Manka 
ea kookhaarden of komforen jaarliyka uitgeyoerd 
wordt* 

De Gmêéki zgn op /aea zeer gewild, omdat 
het water daarin zeer kod bl|jft Het. yerbruik in 
de Hoofdplaats en in alle de oyerige gedecdten der 
boyenlanden van opgenoemde aarde-werkeu, behal- 
ven de smdtpgpen , is mede zeer aanzienlek. 

De Ueigrond te Kayoê Agomg schijnt bijzonder 
TOOT aardewerk geschikt te zijn en het zand, daar^ 
toe benoodigd , wordt aldaar in de ririer geyonden. 
Sen man yeryaardigt yan groote potten 8 , van mid- 
dekoort 10 en van kleme 12 stuks op een' dag, Geur 
dies kan hij er 6 maken, smeltpëpen, Pemangoe 
genaamd , 20 stuks op een' dag , komforen of kook- 
haarden groote soort 2 per dag, kleine 10. 

B\j verdient daarmede 's maands door elkander ge* 
lekend ƒ4 i / 5, omdat van deze waar veel mis* 
kikt bij het bakken en ook het verlies door breken 
aanzieniyk is. 

100 potten 1* soort kosten* • • . • / 2.50. 

100 d^ %• of middelsoort. . . o 1.30. 

100 d^ 8« kleinste é\ . . . )» I,— 

100 Gendies met bloemwerk. ...» 2.50. 

100 d^ zonder id » 2.— 



400 



100 émeltpijpen' t\ soort. . . ; . •/ 2. — 
lOÓ d^ klëoe d?. . . . . » 1.30. 
100 ^komforen of kookhaarden 1* soort ï> 30.^- 
100 d\ ' gebed kleine . . • . » 2.«— 
Bij de Doeêoen Keboer en de Lematang wordt ook 
een weinig aardewerk , echter Tan dechte kwaliteit , 
yerraardigd. 

Matten en etroozahken. Rotting<^matten woiden 
in de Rambang^ Ramhang kapok tengUy Loehie^ 
Kieeam en fFal zeer aardig Tervaardigd yan de Rot- 
ting'^oort Sego. Andere soorten van matten worden 
gemaakt: K van Bengkoeemg en RaèmUirLé^Rawoê 
MoeeU Tenga-deliran en in meest alle overige INti- 
sien; 2^ van Rengkananfy eene soort van bast, ge- 
lijk de stam dêr Pieang oplevert in alle bovenlanden ; 
8^ van Kaelit Kayoe DieUmy een boombast in de 
meeste bovenlanden en 4^ van Poeroen ^ waarvan ook 
de zoogenattnde 

Stroozakhen. Deze laatsten worden gemadit inde 
Komering ielir en de Divisie Ogan-^ geschikt om er 
rijst» Kapoê en andere producten in te ibergen. 

Kémpeke of sluitmanden , worden veel vervaardigd 
in de Kieeatny wijders in de Jeliram; de eersten wor* 
den voor de besten gehouden. Hare gedaante is de- 
zd£ie ak die op Java en worden verv.9ardigd van l%te 
houtsoorten, Bamboes of den bast van Riésiey éene 
soort van palmboom ; zij kosten het stuk f 2^ tot 
slechts / i 9 naar gelang der grootte. 

yspa-bladen. Met bet snijden van Daauwn Nipa 
voor Kadjang en Atap houden zich de meeste bewo- 
ners der bovenlanden bezig en zijn deze bladen op 
de Hoofdplaats aan eene bijzondere pacht onderhevig. 



401 



Uamiê of faiadgarea maakt een voornaam hamld»- 
airtikd i^ , * waannede de bo?enIander gewoon fa 
aomtijds i^ne behsting te voldoen, daar dit bihd^ 
Ifftren eenen vasten prgs héefti flet is van eene teer 
Hoede kwaliteit en vrardt teel naar Jata uitgevoerd 
TOOT viscfaoettaL* Het meeste wordt gdeverd door 
-de Goemap Pagget Gomoeiigj Semundo en andere 
Odom 4mr I^maidng^ Oeloê JTomerifig . m de Vmi 
ien ZaMê m d» Divisie Ogun^ ab ook door d^^Oêioê 
Mouie. én andere hbqglandBii, 

De plant, Bande, gedaaind, is Van dé gedaante 
der gewone brandnètd, londer dendvcr stekende 
e^geoflchap te faeiiben. Se Hamie wordt door knd* 
len- vQortgqfdant ; het' eerste oitspniitael is' niet ge- 
schikt om er gaven van te maken en wcmh dei^ 
halve, drie. maanden ond zgnde, a%esneden en weg>- 
geworpen. Baama wordoi iedere drie maanden de 
nieuwe scheuten tot 6 è 10 keer toè a%eBneden, id- 
for^ het gewas op meaw te verjrianten, en de af- 
gesnedene loten in. hossen camengebonden, zes da-^ 
gen lang in water gdegd, om den buitenbast te doen 
verrotten en daarna i^estroopt. Komt het met op 
de hoevéelbeid maar op de hoedanigheid aan, als dan 
wordt de Ramie niet geweekt en enkel door kbippen 
de vezeb vói;kregen. De tweede bast wordt vervol- 
gens gedroogd en den nacht^ voor dat deielve bewerkt 
wordt, aan -den dauw blootgesteld, om denlve le- 
niger te doen werden, ab wanneer hij gebed droog 
bleef. De bewerking^ tot draden geschiedt door het 
uittrekken der vezels, wdke daarna met de handen 
getwijnd worden. Dit is natuurlijk eene gebrekkijge 
wijze van bewerking; op onze touwtsli^;er^ea zoude 

26 



402 



zvik» géoiakkciykergeBGfaiedeacsL niét aoo duur te slaan 
konm.ids tbmi&>.WantdaardeABintf.aeerdberkia€iiiQ 
Jlet lir^r QÏet verrot^ .verdèeiittfeaditt deiraoribfurl»- 
▼m gewoon Europeescbiinndi^aren» BküoMme^g^ap^ 
^rordt Tésreeaigd in Uuodds (TceheU) yiol 100 aticqir 
|{Qil# bestaande iedere atcBOg uit 10:. dMdcn; .zoodat 
«en Tpekil hewDdea ia 15éSAiÉ5te^daiii6cb.eeUeiila^g 
te ^n» Handerd sulke 2^aft«2f of bundeb w^fen^Aaar 
fffiMffdec fijnte, van.fiO tot 88 {xindAmslerdatnach 
gewigt en kosten in de. Uvenlandén /SOatrep^ 

fF/nerijim.' Zoo als faierfaoTi^ ia gezegd, venraar- 
dSgm de .Yvóuven ham kleedden baatjes iqeertal 
Hdii^eigeii. bewerkt katoen. en linnen; 'flomnpo^ea f^ 
koppen dezdve ook,. Tooral da öp eene aardde ma* 
nie^ miet onderacheidene kkuren gererwde, alsmede 
Kam tapity eene aoort Tan «Sfaufan^metTibohgoQd* 
drnad doorwet en en daarna geborduurd , «ainnider 
a^ kkioe gb^^sschiUec^es innéiifRn^ . 
' ^raauuimnêakBft. ' De . bomilanden 'verfaaidqfBBi 
failnne eigen vaartingen loov de Taart op de rifiaroieQ 
bef taad er vendieidene soorten van deselTe* Ter ver* 
koop irordcn ook Praauven opgdxmwd te /tomhuy, 
Moêodra hwmig en in andere Districten derDinBieG^aff, 
ook te SÊtngte Retan LmuBhmg^ in de JBUtday te 
Asff^or BnyoeTf Abab^ Perwekel^ Soengiê Kroe^ on- 
diSr de JfoêMS, in de Rawms; wyders in de be- 
nédenlaiiden , d^ Jtlitrmn en in Banfjoe-^oêiên. Het 
T^aartligèn vvan dese Praanwen tenehaft in de hoolH 
cijMe.Districteh , alwaar yèelal de landbouw wanig op* 
farsflgt) een redelijk bestaan, als ook de verkoop tan 
bQptwerkenv welke jamdijk iii groote vlottai naar 
dé JiooiidplMl^ worden a%ev9erd.. 



408 



im. lo hst fiistnel .QiJM&t ^mde4 k^ 
}[,Wfime'«neded geTobdeo, 9^\^ ^ iit dBÜirj^j^Mi 
fild^ra «iJA b^ uAanders Tan d^ H^pSIpivitBs Mta 
dit «mbicht io de boTeiilaiidea luMBM n 

. QH^f^r9m. JtebalriGa de oliëii^ nrëke dndce db 
rubrte^ ?«» dfift UttUwiiw T^Ui^y^zijn/ër miile:)i64 
vfifibndeir tKmm^ infale Ttmcbteot ! vnirafe iQca' olfe 
psêftktt zoo a)s2 tan ÓABpêaL^lüê^MaiageUoéyBm^ 
SekmtHmffna J^p^ MeUhdAan^ deytmeliadleilathMi 
fjgei^k gom p^e taiaor etn ifl, 71100^%' tmBaC^bêU 
radea taa q[iijaeiu Van de ^poganaindè JTin^pfla 

wordt iii d^ Zèmatónjf th Bat^oêfiuiêk giféüÓea ett 
vaelJMMf de'HoQ^il|daatB a%en»d: ; 
, ::Gim4graam en wMÊm^ftm. 1^ daot IqeroiidSa* éti^ 
ddgk de bttcbryfiog t^^, faoe/hsti^giQud iii ds 
Ü!9toa?# inordt g^oanca» hebirelk^iiijiia op detéUSo 

irÖE6t fifdito* op epoe gioo(C9^;adhd dania dó Hooft^ 
plaats geanhiedt : : i - ' . i 7> ' 

Meo kifiBt do plaat;feh,:waar jeA wh zaod/ge^ 
mengd met zwart, wordt genmSeayhl^yooikeavéi^f' 
wriice digfc aan heumlp ta aldaar vQÓièg.lóopendo iri- 
viertjei gelagaa 2^0,' bóo ak'aim'dé Ttêlue 'Ai tdo* 
JS^ip^. 5a aI4aar AMbA# >(Lodc^J te hettbe* 
opgeslagen, maakt men niefc^;a^4Ïra]i den op '^té 
delTen grond eene waterleiding, welke 6 voeten 
diep, 2 voeten breed, doch aan hare uitlozing in 
de rivier 3 voeten breed wordt gc^graven. Daarna 
graaft men boven aan bet einde der genoemde 
waterleiding eenen ronden kuil, tot dat men op 
Tofmah napol (dat is eene bedding half harden steen- 
grond)* stoot; somtijds vereisdit dit de diepte van 

26* 



404 



A(è A Vaan, tèrwl^ de gisaoemde knil yan 6 A 7Taam 
om^rdi hoafltur i)e mrA^y tot dezen kafl Terkr^gen, 
iKttodt ^rgMüigtgogewrefen; daania maakt mea 
nog;i:ee3Qt^):«tipeede Meinere waterleiding, welke in 
db gsbole «idmmti welke laatste toop de tdtwate- 
riD^);4eii rinqr : qpgestopt wordt« Dit werk geëin- 
d%d sgndei wacht lÈèn op regen , waardoor de fijn- 
geuftefeit . grond langzamerhand aigespodt wordt , 
ieenirt/ifr4eikleaie}eiLYervolgeps in de groote walerieH 
diiig'^ ib iwie^v nïjgeopend en, ledig geloopen zijnde, 
de ^tidstbf.tienofeBgd knet zand achterblijft. Dit 
^n]a/«roffdt\yfiKRol£[efis'^i^^ het goud a%ezonderd door 
.waaMshepi/iii de liviei^ op dazel£ie wijze, als boren 
beschreven is* MetidoD» manier van goudgraven hoa- 
deh 'ffioh rtsipl étak .plaats gewoonlijk 4 menschen, 
nlee|lid;]|h^jAs(vaalia£kooüt, bezig; gedurende eene 
nMAnd verzaoiti^ te Ainigoud hoogstens ter waarde 
vii|..8./{AM{..'<Hcfcafaeo gewonnen goud is mee$t van 
eene geringe gdialte; in de bovenlanden wordt het- 
zeh^/ter swaatlo/van 1 fipaansche mat voor 8 
9pflnQ«6he.Bia(feh vaSaocht. 

SBitaie- andei>é w^zevan goud grawm heeft nog plaats 
ailn ide ^oevers dèr rsirieren in holén, door het ajF- 
spodto' van boo^ wi^er vmotaiakt, waarbij ab vo- 
ren ipordt te werk'C^sgaan. 
• t • • • , . 



1 « 



Kl 



J i.,'.'. .11 '/> 1;^ >!• :'• 



i \t 






>i » 



406 



Wij laten thans de aantedi^ngéii>'Vaii'*déii jffi^ 
pBABTOAius Yolgen betrdtkelijk d0 . * i' -' ^ >// Joj 

.•Nt ',1 l 'l' 



nSTILLMï. ZKDEN li (MOHür 



7\ 



ii 



f»V '•! I"'. l' 



1 ». 



PlLEJHBlItGSCHE RQYpui^MSÜ 

. ' • ' . ^^_^ •.•'.' '»I> {j'f 'J'j;// l .1 

Inleiding. - "• ^•^'''•' : ' *' ^ 

'.• . ■ .','1 , i •> ::'..1 i '. 

ik zal de ^cla/'«.der Pdembangsche 
onder bijtondere opechriftea brélgenv'itietdie dw 
Divisie Ogan bqfinnen en:dd.0TOi%e'2Mfi$(ien)' Wjdke 
alle, eren als de Tooi^aaiide, ootaar dé ri^erea/lahgs^ 
velkè derzdyer Doeêoenê (BoifisD) // grii^gèn ilja , > 
genoemd worden» daarop latekii7dgpBn^:'Oaidat'er'af^- 
vyidogen bestaan ten opzigte dèr MaHhÊ. ▼ai^>^>eene» 
riyier met die der andera Vck>Fdf zal jk' ëéh twéord 
zeggen Tan enkele Terhakn, onit^rent de bdrkemstder 
eérete bewoners b. t. Yan dé Divisie .Xajiiiéirtny; 1 j; : 

Zeker Javaan, bdend onder den naam .va» PMyanji; 
(dat is, over-oveigrootvader) R€MmnmsiMadi9pmhit 
kwam op Sumatra\ ter plaatsei «alwaaf- tban8'«de: 
Hoofiiplaats Palemhang gel^eü ia^en >jv€lke toiffiik; 
ter tijd nog weinig beduiden» bad\ 8^ bf^af zkfar 
naar de monding der rivier Og^m \i *di^' by ' deze' 
Höbfiinegory, om bet water di^v ItlJeniinet^Ut dor 



-ixr 






.^i|fW«,t^ f^ijpdykeri. Hier bevond hij dat 
bet water der Óg^ fitt^aArder was dan dat der 
MoeHe en ?oer toen de Ogan op, waarschijnlijk 
naar de zwaarte van het water de vraditbaarheid van 
den gerond, welken uj doorstroomt en de bestand- 
deden , die zij van denzelven mede Toert» beoordee- 
lende. Bij eene der vertakkingen {Simpangan) van 
de livier Kèmêring met de rivier Ogan , vond hij dat 
bet water uit de eerstgenoemde zwaarder was dan 
dat der Ogan en koos daarom de Komering^ om ver- 
der opwaarts te varen. Tot aan Boekit (berg) Pe- 
sojfiê gekomen » bouwde hij eene Daesoen (Dorp) te 
^êtf9f 4 r^^>mi ^bPf^if^ Verhuisde Uj naar een oord 
gfgifisMd:^'ifi: Dit ü het .verhaal omtrent de eerste 
¥Qlk{iki9tiiiig ótipffjcxBOfoéés van de bewoaers der. D»* 
trioteb, Jfiifgéü^'sftien Télamg^j^ênatL Soortgelgke 
Qi«^vcriqgiBi| w(ird(n <H)k aram dén oorqproDg vaa de 
bdwaDeri!^hsr)Oyer%feTivictcb O^fiBiS Lamatanf^ Moêrie 
mu^)<3^lfgegafeak Ha dé dfie ovuieteriDgen vindt men 
y^BiaJmtiiB^k'viBiMat^dpal^'j^ gemaakt» 

Battrind tar 'dielr fa}d de eeme verhuizing van Java^ 
nen bermarto.sehght te hebben pkats gdiad, zoo ia 
het wd waanchijnlijk, dat deze door anderen zijn ge* 
Tolgd, en dat de bevolking- van de Palembangsche bo- 
venlanden werkelijk vermeerderd is door afitammelin- 
g|BR van iaranent weHcé zbhmeb deoorspronkdijlbehe- 
wtbe^hehheavennangd; zob dat het thans moeijé^ 
ia'tet>ntdiekken/30rie goFBprrakeUjfcó Snraatranen, of 
a£rtitnmèliiigen>vaii Javaanscbe kdonisten zijn. De 
Eameèi^ffirf éa R)sdjmgm>i , eene v«n hel Javaatisch 
i«rsèfai(l€bde ' kaal isprekeB^de^ oischoon m dezdve vele 
JaihalMhfe» en* lUenkdhe woorden gevonden wor- 



«07 



den» zuU^n wel liet aneesle Bdi>ijlfiuiieD «aü de^ioi^ 
priHiMlike Suma^aneii» dje^* wanneer zoodanige g«^ 
sing aiat te ^waaffd k, in^ veorkoiiieii e^n mé&t 
xóik te zija, abjlat rm-Mmamff EMbauw^oféeeigeit^ 
mke Maleyet»; wdke gunng nog meer waarschiJBKjk- 
h^d veifkrijgt, doordjen ale ósJhêëasofDoès^êtêêJth 
vaanache namen hebben. De Jawmacfaekfdoiiisten, als 
meer beschaafd dan de oorspronkelijke bewoners Tan 
dat 1^9 hebben dese ten onder gébragty ea faun 
hunne benamingen Tan plaatsen enflooüdenof^gfedron- 
gen; hetwelk des te gemakkelijker viel daar de Suma- 
tranen Tan dit gededbe des eSands toen tsftijd waar- 
scbijn^jk niet dan zi9ar gebrekkige instdlingen had^ 
den, terw$ daarentegen de JaTaneo in het tijdperlt 
van M^japahUt reeds gfoote Tordeiugen in het 
bcBtuur en da zamenlefiag haddoa geinaiékt* 

Zonder tw\j£d heeft die^gene» wdbe toen het g<&^ 
aag te Palea^emg bekleedde, waaracbgiMliJk een afr 
stammeling der Javascfae Torsten, Toorachriften , naar 
de bestaande gebruikea iogedgt, gegeven, wdke 
door den tijd gewettigd^ de grondslagen toot dé 
Qmiang Omdang-y^^ili^mk en .iAfar-^gebruiken gewür^ 
dien ^n. Alle boyenlénders slemmen daarin OTer*- 
ftdflf dut sy hunne Adat hoehêêm (Stnifvr^diodfc , 
pondeok w\j s^ggea) Tan Pmkmkamg hebben Terimgaci. 
Zeker zijn dus Troiegere gewoonten jnct later tog^ 
Toerde Termeii^dgewordra, hoewel het zeer moeije^ 
lyk is om de laatste Tan de eerste ^ te scheiden. 
. Mea geeft op, dat de jidai en Hoekoém of de g^ 
braaken en stra£Een Terrat z^ in zeker geachtfffe, 
genaamd:. Simihoer Tjaga^ karia ampat^ hieêjêura 
liBm0f welke benaming, herkomstig uit hunne /Vm- 



408 



iomê (extaDpore'ê) I ?oor geene duidelijke fertaafingf, 
Yooral wat de eerste twee woorden lietreft , fatbaar it; 
dat dit geschrift op Palemhang \b terkr^gen toor de 
Kamering door twee ZeodéUngen van Poegang Ra^ 
JMtfi, Tjandoeng en Tjamiimg en dat een exemplaar 
hiervan was g^ven aan de Ma/rga Aijie en aan de 
Marg0 Teloeng Aman. 

Bpi^mifig dêr Mtkffiên in k^ algemeen^ zoowd 
in dé Komering alê overige JDinisim. 

. AitU' Kcmming. Hét HooM van eeiie MargaMi 
Dbtrict, bevattende meer of minder Douoenê (Dor- 
pen) wordt Poiirah genaamd. Onder, hem slaat 
ak Hoofii van ieder Doeêoen een Proatin. De eerste 
voert daarhij den titel van Depatie. In latéren tijd, 
toen soo dikwijls twee Snkans op Palembang dkander 
het gewg betwistten en door het verleenen vanfao<^ 
titels zoowd op de QooCdplaats ekin de binnenlanden 
auch aanhang poogden te vcrschafiiea, ontvingen adj 
dEeUb dien van Pmgermn^' en werden sij dienvol- 
gens Poêirah Pangeran getiteld. Ook de ProaihCê 
namen niet zdden den titd vmik Depaiiê aan, ja 
0Omm%en noemden zich ook Panfétmn^ ^a van daar 
.ontfldaan dikwijk in de bovenlanden twiMên over het 
giezag en den voorrang in bet klein, zoo ak vocM^ieen 
.te PaUmImng op eene grootere schaal hebben plaats 
gehad. De titek van Pamgéran en Depaüe zijn, 
zoo ak bd&end k, Javaansch. Ak eerenamen voe* 
,reti zy nog, zoo ak op Java in gebruik k, b.v. 
dien van Naita Joêda^ Natta Marga^ Mengalm 
Dtum enz. Hun naam, vóór dat zij tot Hoofden 



400 



' waren aangesteld, wordt dan niet zelden achter de 
eerenamen opgenoemd , om den eenen Pasirah yan 
den anderen te onderscheiden, daar dece dikwijls 
decdfde namen Toeren. De gemeene man kent fedal 
die eerenamen niet en noemt zijnen Parirah naar 
de Doehoen f waarin dezelve woont, b. ▼• Depaiiê 
Moêora Kwang (Hoofd van monding der Kwmif). 

Adai der Ogan. Het bestonr in de Marget Bm^ 
döeng langeti tawan koeion wordt waargenomen 
door eenen Panrah^ onder den naam en titd van 
Péngeran Sela Mhra Paii. 'Met OTerl^ zijner <nt^ 
derhoorige 2>oe#oMi#-inwoners^ stelt hij een lid zijner 
CünBie tot zijnen pkatsyervaJager aan, wiéits naam 
Oi^lieTer tilel thans & Poêtjing marga^ hetwelk zeg* 
gen wfl: de hand van den Paeiraky wdke benaming 
evenwel niet algemeen is aai^enomen. Boitendien 
heeft de Péeirah nog vier mindere .Hooiden , genoemd 
Pangawa^e^ van wdke de oudste soms den titel van 
Kria en de tweede in rang dien van Djaja DepaUê 
voert ; de orerjgen zgn genoemd RMkêa- PaH^ Ben 
hal Bepaiie^ Maae Gedee enz. Door den Paèigmh 
worden de Hoofden der onderhoorige Doeeoetu , met . 
overleg van derzelver inwoners, aangestdd, welke 
soms den naam van JTW^, soins ^dien . van Depaiié 
voeren. Deze hebben het regt om hunne Pofi^aaMiV of 
ondergesefaiktèn aan te stellen , wier titeb aan geene 
naadere willekeur onderhevig is. 

Adat der Lamaiang Oeloe. De Paeirah^ê stellen tot 
hunne vervangers hunne naastbestaanden, hetzij broe- 
der of.zoon aan ; thans is deze de zoon van den Pam* 
geran Serah Boemi en w(M*dt genoemd JtadenLamuh^ 
tang. Voorts heeft de Paeirah ia de Doeeeen^ waar 



;• 



4ie 



m gevesUgt ifi eeoen DepnUis Pasék Loer^^ M^htU 
S^mboMgm ea Timda Gber^ on4^ xkh. Elke ond^r- 
Jfimpen beeft hiur^a Dq^aUe^ Pnêeh^Lotrah ^ cf 
|[t^, wdkp ii^eder ger^gügd . ia om eenen /Vm^oico 
ond^ zich aaa |e stellen. 

\ JDe PoêifToJk heeft 4^ niagt om de Proaiin^ê aan te 
stdlen ep te out3laan« By ontslag wegens wangedrag, 
0i(oe[len zg, indien zij Dépaiies zjjn, aan den Pan- 
rah oene boete Jbetalen van 12 Reaml; ingeval zQ 
4f^hts Pasek-JéOerah^ê pf Kria^ê z\jn , O Reaal. Wan- 
neer -de Pasirah door den Vorst om gegronde reden 
ontdiigm wqrdty moe^ h^ eene boele betalen van 24 
Réoal en ieder hougezin ?an de EooSdrdoeê^eu waar 
h^ woont eene, boete van 1 Reacd^ omdat zij door de 
TerMo2;mg van dien Pasirah tot bun Hoö^, toot 
diens gedrag. Yerantwoorddijk w<H4en beschouwd. 
Deze boete wordt genoemd Kétoe Sjjawela. 
X 9e ^M#^m#-Boofilen zijjn gei^^gtigd om zaken» 
i^aarop niet meer dan ^ene boete ▼anSjRada/staat, in 
persoon af te doen; bedriegen dezdi?e eene grootere 
boete, dan beboeten z\j tot de oompetenlie van den 
Panrah. 

Aiat, 4fr KiMem. Se Panrah^ê hebben hnnne 
jdaatsfftrTMgecs, wdko buiten den titel yan jArnk 
Ikkkmr nog onderscheidene anderen voereaou Ia do 
Doueen^ wïuir de Poêirak wooat, zynvier /Vi^w* 
««'#, Yan welke de eerste Kria^ de tweede Medaê^ 
Ituwa'^unj de derde MaOê Djinten en de Tierde 
W^Wa JAga is gdieeten. B^ ontslag w^eoa ?eigngp, 
betaalt de Kria eene bo^» yan 12 Reaal^ de oyaRigen 
eene boete yan 6 Reaal. De yerdere ifoarasfi^-Hoof- 
den wofden genoemd of Kria of Pasek-Zaerah of 



411 



Pjnioi deie lattBteii hebbeo wederom de magt 
Pengawa^ê , naarmate de Doeêoens groot ziJD , tot 
fier cel6 in eene en de^eUUe Doehoen aan te aielien* 
. De 2>oe#pMi#-Hoefden hebben het regt gm hunnis 
P€hgaima?ê wegena ongelijk met eene J)oete yan 3 R^nal 
Ce atraffen. Wanneer, op vensoek tan deo gemeenseti 
man, de Pasirah wegens miadi^ wofdt a%ezet, 
moet elk huiqgekin van de Doeêom^ waar de Pa^ 
êirah Woonachtig is, eene boete Tddoooi yaa d Reaal ^ 
wdke den naam draagt Tan Keioêflja fFélak». 

Adat der Moeste. Eten als in de ander^iOifiMi 
stdt de Pasirak tot zijnen eenten plaatsTerranger 
een lid zijner familie aan, welke genoemd wordt ^rto 
Mpo Negara; TOorts vier Penfomafs , wdke de n»- 
men dragen van Derpo Joido^ Naia>Kaarti^ Jóedo 
fFiPfoma en fTongêo di Nnta. Laatstgamdde wop- 
den bij wangedrag ontslagen en hnn eene boete oj^ 
gelegd vaü 12 MeaaL De i>Mvotffi#-Hoo£dèn zijn ge- 
noemd Genda of Kria; bij ontshg moeten zy betalen 
als Yoren eene boete yan 12 Reaal» Wanneer de Doa- 
«oüM^inwoners het yerkeerde gedrag ?aa hunnen 
Kria niet aan den Paeirah bekend maken, wordt 
dk fatti^gezin met eene boete van 8 Reaal gestnA; 
De Kria stdt over élke Kampimg en eeoie D^éeam 
eenen Pengawa aan. .j 

De Pengawa^e eenmaal door den Kria aangesteld 
zijnde , kannen zonder voorkennis van den Paeirak 
niet worden a%ezet; worden de PengoMofe wegens 
grootere misdaad ontslagen, dan wordt faun eenè 
boete vaii 12 en wcigens kleinere misdagen eene van 6 
Reaal opgel^. 



412 



FtrpUgtihg €UM d* Htofdm. 

• Adai der Lamaiang Oeloe. Wanneer bij gel^gen- 
*lidd van een feest een Karbouw wordt geslagt» 
ontvangt de Pasirah ran denzelven een acfaouder^ 
blad. Deze gift heet Kipoê eii.bij weigering daanran 
•moet men eene boete van 6 Jieaal aan den PaHrak 
betalen. Ten yoordede van den Proatin komt een 
gedeelte van de dije des bnfiidsen bij weigering S ReamL 

Bij het slagten iran eene geit krijgt de Paêiruk 
^éaea Bakol rijst inet een weinig gekookt Tleesch 
der geslagte geit en bij weigering daarvan 3 RmaL 
Wordt er een hert gevangen, dan zijn de aandeden 
voor de Hoofden dezdfde als bij het alagten Yan eenen 
bottel , zoo ook de boeten. Wanneer mai een bert 
•magtig woidt, hetwelk door eenen tijger is gedood» 
-dan Ontvangt de Poêirah den g^uxaeben achterbout 
van hetzelve en de Proatm den voorhout; bij wei- 
gering i^arvta krggt de Paêirah 8 en de Proaiim 
e Reaal. 

Adat dêtf Kiekiem. Bij het slagten vaneenenbuffel 
komt ten voordede van den PaHrah een aditer- 
.vierend^ of bout; bij weigering van dien wordt eene 
boete voUaan van 1 2 Reaal. Thans veigenoqgen zich 
de Paeirahfê echter met een minder gededte. Ook 
jèStó van andereJtfor^V ontvangen steeds een gededte, 
lioe gering dan ook , van den geslagten buffel. 

Indien door eenen vreemdeling een bert of rhe* 
bok 9 zonder voorkennis van het Hoofd eener Doe^ 
êon wordt omgebragt , moet hij eene boete vol- 
doen van 10 bamboesjes Ketan met klappemoten ge- 
mengd , eenen Bakol rijst en eene geroosterde kiji. 



418 



A^ai dtrMoeêie. Als er tei* gë^ndhdd yan eeM 
bruiloft éen biiÉiel wo^rdt geslagt , krijgt de Pasirah 
den r^^-achterbout , waarvoor hij een Kaain-pand^ 
jong (zeker kledingstuk) teruggeeft. • (kk Uj andere 
feesten wordt hetzelfde a%estaan » en wie züttós niet 
nakcMnty moet eene boete betalen Tim 12 fféêalf woc^ 
dcupide in 't algemeen in eene-Doesoenj waar men zich 
in deze" aan oTertreding ^huldig maakt, elk huisg^ 
' zin edoe boete van '8 Réiaal opgelegd. Bij genoemde 
gelegenheid ontvangt de Proaiin den linker^-ach- 
l^rhout» bij weigering daartrain' 6 Tt^oa/. Bij het 
magtig worden van een hert door de jagt of andeN 
zins krijgt de Pasirah den regter-adbterbout en 
.bij gebreke van jdien Z Reaal; ten vocH^ede yan den 
Proaiin komt de Knker-aohterbout en bij weig<e^ 
niig 3 Reaal. HeoEi , die zonder Voorkennis- Van den 
PoêiraK of Proaiin eene geit slagt , wordt eóie 
boete van 3 Reaal 'opgel^d én wederkeerig moet de 
Paeirali ot' Proaiin eene boete yan" 3 Reaal be- 
talen , wanneer hij , zonder voorkennis van het alge- 
meen, èene geit geslagt heeft De wi;^e, op welke men 
yan het slagten eener geit kennis geeft , bestaat in het 
Icoken van ryst met suiker , waarop de gemeene man 
door den Paeiirahi of wederkeerig de Paiirakdcor 
den gemeenen man wordt genood^. 

Huu>eUjkiplegtigheden en- andere daarop betrekke' 

lijke gewoonien , zoo aU hy kerttouwen vim 

fteduwen en beschikking over weezen. 

Adai der Ogan. Aan den oever der rivier wordt 
er vrolijk op de Gamblang gespeeld ; bruidegom en 



414 



bruid bege?eQ zich derwaarts en daar gdLOmen 
aeomt elk hqnner eene <wg;eOpeade kokosnoot, houdt 
dezelve tot e^ne ïcjc^re diepte onder water en Iaat 
haar. : daikf n4 los. . Onder deze bedry ven wordt acfaie- 
li|jk boven bmid^m, bruid m kokosnoten een 
^hQet uitgeworpen en* terwijl hetzdre dadeiyk we- 
d^ iogetFQkken wordt » verlaten di$ jongelieden het 
water, öp hunne hurken yoortloopende, Ondor dit 
^Ue» roept de menigte hunne namen en de woorden : 4«r 
s> ^emfhii^dl J^mid^om en bruid gaan naar hunne 
woning, U\jveu daar gezAmenl\jk tot middernacht 
en halen dan water, waarvan zü heide gedurende 
drie dagen drinken, r— Sterft de man , naastbestaan- 
den , a^ Don»» of neven enz. nalatende , dan he^ 
zulk een naastbestaande het r^ om de weduwe te 
trouwen* By zoödini% eene gelegenheid wordt 
slecht eene maaltyd aangerigt, de z^gen tan het Op- 
perwezen en der overige Goden ingeroepen, zonder 
verdere plegtigheden meer. 

De huwelijksgift {Djoê^oer) bestaat daarin, dat 
de maagd een paar oorringen (Soebang) ter waarde 
va4 10 R^aal medebrengt en baar beminde 50 Meaal 
in geld. J>e zusters van de bruid krijgen t&k ge- 
achenke eene met goud ingdegde kris en buitendien 
eenige gouden versiersels. Deze gift wordt genoemd 
Tikat Ampat , wordende dit geschenk met een Kaain 
Sembdgi (kleedingstuk) en een kompleet stel keuken- 
gereedschap beantwoordt. Vervolgens is de bruidegom 
verpligt aan de twee naaste vriendinnen van de bruid 
9 Reaal te betalen, welke gift Penadiang Tiga heet; 
de jonge dochtar geeft voor dit geschenk een Kaam 
S09nk0ti on ontvangt haar derde naastbestaande van 



115 



dea l^ruidegom S.Remalj welk geschenk Kartouw 
rBoenij^ wordt genoeipd; tot wedergesdienk geeft 
deze derde naastbestaande eea KaainSembagi. Voortè 
wordt aaa de broeders der braid nog éene gift van 4 
ütfooZ ygeifoa^d Kapala Karbouw mtgexékt^ waai^ 
Ugén iiu|gèl\jks<eea K€udn SémJHugi terug wordt ottt^ 
"T^agien. Binten^ieii Terlang^n^ d« teirdere: : neven^ óf 
aiohted <]ter J>niid vaii den bruidegom do Tolgenéé 
leapenenter 'waarde van 2 Reaal ^ id»: krissen » sal^^ 
pieken, bijlen, kapmessen enz« . *^. . ^ 

Be huwdijksgift r^dt zfoh overigens naar de meer- 
dere of mindere wdvaart van den gever , zoodat 'het 
tmtbrekende den bmid^om zelden in rekening 
wördt> gebragt. Indien voorts de bruid slecht» een 
JTqain medebrengt , dan kunnen hare naastbestaan^ 
dat aianapraaik maken op eenige geschenken ; w^è 
aij échter zddeb ontvangen. Eene bruid , die > 40 
-HjBoal wa jurd is , slechts een Kaain medebrengemie \ 
poo zijn hare vriendinnen ook wel gerl^igd bét eën 
en aéder te vragen, maar meestal gesehiedt dit 
VTUQhtdoos» 

De Tandak^ of dans* en zangpartijen , welke dU 
hier plaa^ rinden , vrijken gebed en al van de Ja-^ 
▼asche af. Wanneer het Tanddhhen 's avonds gOr 
sdiaedt , heet het Njamhai en is met zingen gepaard; 
oïïer dag Gandai , zonder zingen. De jongdingen 
maken het eersC hunne complimenten (êoemia soemba 
0èhahan) aan de meisjes, alvorens bunnen dans te 
bannen, waarop de maagden de jongdingen beurts^ 
gewijze afwissden ; ock heeft de zang wel koorsge- 
wijze plaats. De eene sekse voegt hierbij aan dé an*^ 
dere eenen overvloed van vlerjende gezegden toe en 



116 



kaïnt de mboud der ^etaiig&i bij deze partiieD ge* 
t^oonlgk op minneliedereii (eigealijke exiemporé^s) ne- 
der, waardoor zij zich onderliag bij de andere sekse 
toeken bemind te maken* Staat zoodanig een gezang 
b^dje partyen aan» 200 geeft zulks gdL^genheid tot 
nadgrg . kénBismaking en. niet zeUen gebeurt het, 
4at bet gevolg daarvan een hunrelyk ia. De jong* 
jDQoa is. verplat zijito vrouw te koopen, zgnde deze 
koop<x)m nu boeger, daa lager en wd van 20 tot 
1000 Reaalen of Spaapsche daalders. 

ülatuarmk js bet te b^rijpen , dat aan de schooaiste 
meines de voorkeur w'ordt gegeven en de Blin- 
der beyall^e soms zeer lang moeten wachten voor 
uj V ten buwelijk wordeu gevraagd. Van daar dan 
ook, 4at men Op de openbare TVmcftiAf-partijen 
fitBsobe Jonge miuigd» van 16 A 18 jaren, kinde- 
ren van .6' jaifen ea zeifi oude vrijsters van &0 jaren 
^t figurereb , hetwelk een zeer aardig tooned op- 
leveiit* . Aan weduwen , die gemé kinderen hebben , 
18 biet geoorlooM te Tandakken,^ doch een meiqe van 
slecht gedrag wordt nimmer toegelaten. Ieder der jon* 
gelingpen en meisjes heeft iemand bij zich, aan wien het 
tQezigt is opgQ^rc^sen , dat er geene ongeregddheden 
plaats hd)ben , terwijl hy of zij , voor de overtreding^ van 
de wetten der wdvp^jkhdd in taal of gebasürden , 
1^. volgende ten eigen voordede geregtigdistecïschen, 
DAipdyk: heeft een jongeling eenén zijner mede*- 
danseis bdeedigt, dan mo^t hij eene Ganianj rijst, 
eene kokosnoot, kip, Sierie en Pinang afitaan; be* 
%taat de bdeedigiog uit lage eu grove gezcffden , zoo 
wordt den schuldigen eene boete oj^cgd van 2 
Beaal in gdd. Gebeurt het, dat een meisje door 



417 



ceieA joogeliog met woorden beleedigd wordt, zoo 
wordt hem iOO bladen Surie en 100 stuks Pinany 
«gevorderd. Wanneer daarent^n een meisje zich 
iets onbetamelijks t^n eenen jongeling veroorlooft , 
zoo wordt zy zwaarder gestraft als de jongeling, 
te weten meteene boete yan 100 stuks «St ertVbladeo , 
100 Rokef^ (iHezën met tabak geTuld) en eene hand 
vol tabak. Wanneer een jongeling de handen aan 
een meisje slaat , moet hij ten voordeele van het JNs^ 
trikt* of Z>a«#0fM^Hoofd de som van 12 Reaal beüdesw 
De sieraden, waarmede zich bier de Tandakê^ïaés^ 
jes gewoonlijk opsehikken, verschillen ook veel van 
die , welke door de Tandakê van beroep op Java ge-* 
dn^n worden. De meisjes namelijk zijn versierd 
Bf^ét eenen krans om het hoofd ^ genoemd Japoeng^y' 
bestaande uit eenen band , met kleine schulpjes om* 
zet en met dunne zilveren, puntig todoopende blaadjes 
behangen. Voorts hebben zij aan beide zijden van 
het hoofd eene soort van r^opstaande pluim of hou* 
ten pen, met 6 zilveren bladeren omzet, w^e, iets 
broeder van boven als die aan de Tapotng (den 
band), met rood, blaauw en paars garen omwon* 
den is. Boven de pluim steken weder 6 houten pen- 
netjes, nit, met kleine zilveren, r^thoekige figuren 
omzet en met garen vastgehecht; de groote pen en 
de overige pennetjes zijn aan de punten met zijden 
kwastjes behangen. Haar hoofdversiersd van achter be- 
staat )iit eenctt hotsten kam. zonder tanden, bruin 
gekleurd met witte vakjes. In het midden van dien 
kam hangt een lange snoer van rdletjes fijn papier, 
doorr^en met eene zijden draad met kwastjes en 
35 links, en regts nedervallende strengen, gemaakt 

27 



41B 



nit stukjes vaa zaoht hurkeo-hout , cf wd uit het 
mei^ Yan eene soort ?aa OUe^fiet (bier Obie Ben- 
gala of Kajfoe^ Bengala genoemd) , op de wijse Tan 
snoeren paarlen opgerogen. 

Om het voorhoofd hebben zij een gouden band, 
zoo ab de vrouven in Frieeland en Naord-BoUani 
gewoon zijn te dmgen; dezelve heet hier Piêlis. 
Aan de linkerband dragen zij verlengde zilveren xkan 
gels y in plaats der natuurlijke , welke in Indie ved 
in gebruik, Tea^iga genoehid worden. R^ts en 
links over de oren hangen twee lange zijden troetds, 
van boven met roode schijfjes en zilveren plaat* 
jes bezet Voorts bebbea zij eenen gewonen zil-* 
veren buikband. Pending^ en twee zilveren Tjoron^r 
of Soemfing , eene soort van oonïeraden , ved gdi/- 
kende naar halve manen. Onder alle deze sieraden 
is het vooral het hqofdtpoisel, hetwelk aan deze, 
andera zachtaardige menschen, het voorkomen van 
wilden geeft, terwijl bij elke beweging, die zij maken, 
de zilveren blaadjes en verdere sieraden heen en weder 
schudden. De meisjes dragen hij uitstek korte kleed- 
jes, 100 dat, wanneer z\j willen gaan zitten, zij moeite 
hebben de kniën te dekken ; hare kleeding is voor 
het overige in niets bijzonder onderscheiden. Zij 
besmeren het ligchaam niet , zoo ab zulks op Jama 
plaats vindt. 

De jongelingen hebben geene baatjes aan en dragen 
hunne krissen op zijde, doch verder is er niets opmer» 
kingswaardig , dat hen onderscheidt. 

De muziek bij de 7VifiAii#-paltijen is zeer een- 
voudig , bestaande uit de volgende instrumenten : de 
Gambkmg van eenige koperen bekkens, de Bdah 



41» 



en de Gei fa ^ wdke hatste ook dieatom alarm te 
sdaan; die, welke men m de Baley vindt, is bestemd 
om de maat aan te geven. Deze Getto is een houten, 
uitgehold , spits toeloopend blok , met eene kleine 
langwerpige opening als een trog» waarop met eea 
dik, lang stuk hout wordt geslagen , en.aldps een 
▼feeaselijk hard geluid geeft. 

jééaÈ dêP Kimering. Waaneer' ^ feen jon^peUag. 
met een meisje , tegen den zqi harer^ oude;rs Ter* 
keering heeft, is hij verpligt met het mei^e te 
thmweu en daarroor aan h^re ouders te betalea 
60 Reaal ^ voorts aan den Praatin 2 Reaal, aan de 
mindere Doeèoenê'-lioofAffix {Pagadan^è) 1 Remal^ en 
aan de gezamenlijke i]^«/o«fi#«inwoner8 2 Reaal; 
daarenboven aan hare broeders .en zustere 2 Soeko^^ea 
aan de fiimilie eene geit, of eenc piek ter waarde 
van 4 Reaal. De broeders van het meisje vereerea 
den braidegcmi daarent^en een kleedje, ter waarde 
van 2RëaaL Gehuwd zijnde, moet de jonggetrouwde 
vrouw haren man naar zijne woning volgen, doch 
zoo lang de betalingen, welke zoo even ^n op- 
g^;even, niet voldaan zijn, blijft de man als 't ware 
pandeling bij de ouders zijner vnww. . Ok heet £ê^ 
goêhlcn. 

Indien een meicge geschaakt wordt ^ betaalt de 
schuldige 60 Reaal aan de oudars van hetzelve en 
aan den Preatin eenen bufiel ter waarde van 12; 
wijders komt nog ten voordeele van de ouders aan 
kleine gesshenken de som van 4 Reaal. De Proatin 
van de Doesoen , waar de jongeling woont , rigt een 
feest aan ten gevalle der inwoners dier plaats, als- 
mede van die van het meisje en derzdver Hoofden, 

27* 



420 



welk feeBt voor déazdYen eene Terpligting is, daar 
de Proatin . beschouwd wordt , als beter te hdU)ea 
moeten zorgen « dat de jongding het meisje niel zou 
hebben kunnen schaken. Bit feest wordt genoemd 
DilarikefK 

Jonge lieden met wederzijdsch geno^n hunner 
ouders in het huwelijk tredende» betaalt de aan- 
staande man 60 Reaal ^ de Proaiin van het meisje 
ontrangt 2 Reaal » genoemd Opa Raiin en 1 Reaal 
genoemd Opa Toea, daarenboven nog 2 Soekó's ge- 
heeten Toenko ; terwijl de ouders van het mdsje 8 
Reaal krijgen. Opa iSm^o^ góioemd. De vrouw volgt 
haren man onder Gamhlang'-s^ en dans , door hare 
ouders, femiüe en verdere maagden en jongdingen 
harer woonplaats bcgeieidi 

Bij het vertrek der jongelingen en jonge meiqes 
ontvangen zij van de nieuw getrouwden te zamen S 
Reaal ^ genoemd Sara Sara Pengameêan^ voorts nog 
2 Soeko*9 , geheeten Penaboek Geiio. Dit draagt den 
naam van Bertaenangan» 

Bijaldien de ouders van den jongeling of die van het 
meisje eenen hunner tot kind aannemen , behoeft de 
jongeling of het meiqe geen huwelijksgeld {Djoedjoer) 
te betalen , maar de pleegouders voldoen aan .de 
ouders van dazen , welke door hen aangenomen is , 
8 Reaal , en de jongding of bet meisje wordt dan 
beschouwd als gdieel buiten het ooderl^k gezag te 
wezen. Die alzoo geadopteerd is, dedt ook niet meer 
in de erfenis zijner wettige ouders, tenzij hij broe- 
ders of zusters hebben itiogt; dit heet Opa Soeeoe. 
Voorts betalen zij nog een Kaam Dadot^ eenen 
buikband , een Kaain Tapis ^ eene Slendang Sem- 



121 



iagi; ook geven de{>leegouders eene parl^ ^i'beniklf 
ddden ^ slagten eeoen 'buffel , meer behoeftigen een 
achaap of eene geit, terwijl tot dit feestmaal deProa^ 
tin^» en Terdere inwoners ^r beide Doeêoem ge- 
noodigd wordeo. Na afloop dezer partij geven de 
pleegouders» ter Yoorkoming van kwertien , aan bet alge- 
meen kennis van de door hen aanvaarde adcq^tie , bet- 
geen bestempeld is met den naam van Amhel anak. 

jtdat der Lamatang Oêloe, Vier dagen voor dat 
de buwelijks-pl^i^ieid wordt ten uitvoer gebcagt, 
bebben Gamblany^spel en dansen plaats, bruidegom 
•en tmiid trekken hunne beste kleederen aan , schik- 
ken zidi netjes op (echter minder hier als aan de 
Ogan) met oorringen en Slendang^s fFoengoe^ en b&^ 
geven zich vergezeld Tan de overige jongelingen en 
jonge dochters, (welke ook in hunne beste kleede- 
ren zijn uitgedost) naar de BaUy, Bij deze gd^en- 
beid kiezen de jonge lieden wederkeerig hunne aan- 
staande echtgenooten, waarna zij de toestemming hun- 
ner ouders Tragen. Voor een meisje wordt 45 Reaal 
betaalt, ofschoon men niet Terpligt is deze som op 
eens te voldoen , doch voor de eerste afbetaling wordt 
niet minder dan iO Reaal aangenomen. 

Wanneer in de Soekoe Moelak een jongeling een 
meisje tot vrouw begeert, verzoekt bij de ingeze- 
tenen zijner Doeeoen op een feest, geeft aan de 
oudsten zijn Toornemen te kennen en vertoont hun, 
met toestemming der ouders, zijne aanstaande echtge- 
noot, hen tot getuigen inroepende onder bet branden 
van wierook en den half Mahomedaanscben half Hei* 
denschen uitroqp : MeUikkom eelam berkat dewa 
Semidang akoê oendang kem^e p^da harte inie. 



424 



gekookte djei«n in gereedheid vordcB gdiouden. Het 
jonge paar wordt eerst naar . de Baley gdeid ^ ifaar 
de 2>£Mi#oen'^tnwon6Fs Terzanield zijn en van daar 
begeven zi| zich naar de rivier , vaair adj worden ge- 
wasschen en hun haar met citroenen gewreven , onder 
het uitspreken der woorden: de Goden en 4mze voor- 
vaderen eekenk^n U geluk én voorspoed^ lij kleeden 
zich dan in Kaain DodoVe. De bruid wordt met zii* 
Veren booMverBierBeb op 'de wijze van bladeren en 
}}loemen en met zjlveren - en* gouden ringen van de 
h(inden jtot aan den elleboog opg€Bch&t; de jonge 
man draagt eene kris op de r^terzijde en eene piek 
iq zijne r^gterhand. Gekleed zijnde » wordt er erae 
driekleurige streng giaren (wit, zwart en rood) over 
de beide jonge lieden uitgespreid , zoo dat zij door 
dezelve vcxbonden worden, w^ke streng garen ten 
voordeele van hem komt , die dezelve over het jonge 
paar heeft uitgebreid; dit heet MeloeMe. Vervol- 
gens eten zij van de opgenoemde bank de voor hen 
toebereide spijze , gaan naar het raadhuis , waar de 
jonge main zijne piek weder aflegt, nemen dk 
eene met water gevulde Gendi (waterkroes) , dansen 
gezamentlijk met de andere jonge fieden en begeven 
ach einddijk naar huis. Hier worden digt hij den 
trap twee rijstblokken ten onderste boven gdieerd en 
daarop eene soort van zitplaats gemaakt , wdke Go- 
ran pantoeadji heet en waarop een uitgdbotte klap* 
perdop, een vischnet en een bijl geplaatst zijn« Het 
jonge paar daarop gezeten, wordt uit de woning 
met gele rijst liestrooid; eene oude vrouw, eene Ie-* 
vende k^ in handen hebbende , neemt derzdver po- 
ten, krabt daaimede zeven .malen over de haren 



«u 



dër^bógff' IMea «b laat de kip vanide gde r^ 
e^^i wèike riêb op dei hoofilen van het paar Jbe-^ 
vindt, • onder <l6n'«itroep: Uw têgenëpaed vêrdwynê^ 
Uw '0oop*poed*b9ginpft' [JSó^at éekilianmaian^Um^' 
boel sekïlian moedjanf) . De bmid neemt nó een Si&irie' 
Uad Met. kalk besraeend en legt het geroawen op 
baar boolihaar; daarna Idiminen rij den (rap op:ea 
batrerwqfei^ wordt, dat > ge?oii^ene' iSt «rtVblad door 
4eD > jongel^ Tan de bruid a%enoaien , > op rijn etr 
gOfti^aar gematst, de traj^gébeèl beklotmpen^ en 
Tan dfih boYenaten atrf 1 of t^ft , wdke met eoien 
zakdoek omwoi^den is,, dese doek door de bmid 
w^gg^notpen/ Langs de vloer van banibpes toa-^ 
aeh^n de trap -en de bnisdeur ia de leunidg, met. 
rood loof omfwoqdett, bf^eUc de. braid met baret 
voeten wegtrekt, waarna de jonge licyiêQ naar, l^pia 
gaan, waar zij zicb bij een bord met ppgekodcte r^ 
nederzetten, > terwijl door de > oude lieden T^ienook 
gebrand w<»tlt, onder dea balf Mahomedaanschen 
balf HeidepÏBcben uitroep van : «S^iim nkalifkkonn. , Slam 
hérhat d^wa di nutiaAarie; berkat • dewa dfs bo^ 
km^' berkai ^ dêufa di toem^ k^dfa-; padm Marie 
iénie ukoe minitap kam^Mo^^ di dalem harit iniê 
b^üMing boêr bras hoêneng membêrie touw sianoë 
menambel, êianoe berkat ninnie pcjang ^minta toe* 
long Nja^a^, minta toelong reeeki. Voorts wor- 
den de handen van het jimge paar door de oode 
Ued^n gevat, om ben van die ongekookte rijst te doen 
npf^men, en moet bet dieisje jsioh houden, of rij zulks 
meti tegenzin doet, onder blijken van vrolgkheid 
door betgezelschap g^even« De jonggetrouwde vronw 
gattt nu niiar de LaAemg (veld) , em groente te zoe- 



426 



kiBDi welke üjf ta huk teniggiAowieD» itnet ryst koekt 
en daftrvan met d» kuuteren hiirer Doeéèen dei; ditge* 
sdiiedt (rf zinqpeelt om ?mchtbaarbeid af te nmeken, 
Denzelfdeti avond dagpten de jongigetrouwdeQ eene kip 
eo maken daairan eene soort Tan Kmrri. Ka dett 
maaltijd gaan zg wd te zamen naar bed» maar moeta 
nog in tegenwoordigheid van hunne naartbestaande 
flbpen. 'aKorgensvro^ tenéurengaanzijgezanieat- 
lyk baden en dit geschied zijnde » eten zij van de ap 
den voiigen évond toebereide kqipea-£tm. Slipt ge- 
nomen mag het jonge paar nieiB dooa» waartoe an- 
derzks het vdtrokken huwelijk regt gec&t voor en al- 
eer de gem^gtigde der familie van het meïqe b^ des 
jonggetrouwden men ia gekomen , om de haweiqka* 
gift. te eiflchen» waarmede gewooo^k een gfloote oai- 
dag. gqpaard gaat. Ihtussdien voldoet de joBfgge* 
trtawde man gewoonlijk slechts ee* gedeelte der fau* 
welijksgift^ voor bet overige gedeelti^ uitÉtei venooe- 
kendBé Doob soms duurt hM wd eens een jaaft voor 
dat de gemagt^de der £umlie van hek meage big dea 
jonggetronwden man komt om de huwd^kagift op te 
eischen ^ zoo ab gezegd is, mogen de jonggetrouvr^ 
den véór dien tgd zich eigenftlijk niet veraenigen» 
100 als anders het huweljl^ aoa medetMengen; dit 
beet M0napa. 

AkUu der Mperie^ Wanneer een jongeUag een 
meige ten hnwelyk vnngt en hetzelte hem gehoor 
geeft» biedt h$ huwa elders eenea sSxem vingei^ 
fing asA ,1 10 bttnfaoeqes gendd met Keiun met klap* 
pemoten todbereid» eenen JBahd metrigst, twee 
banden Tri 'gdMdi «ni ackere boeveelbeid SHÊi§^ 

Geduecode^Qven digen b^idi^^tigt by «cb.om eeon 



429 



^boom te eilangea, doch beeft hi) na ^eileqp "«n 
dioi tijd geeoen droom, gunstige ?oor bet {das ym 
zijn buwelijk gidireg», soo geeft fag aan belzelfe 
geeaeo toortgang, maar kan de geschenken nietlerag»» 
Tdtderen> Heeft bij ech^ter eenen gnnstigen drootagef 
haidi da» btengt hij nogmaals aao de onders agaer 
beminde S JRe&ülf 40 met Ketam getolde hamboeafei 
en 40 handen vd gdiak en ontvangt aelf dengiqgevtii 
zilveren TingeiTing atk tnnmpeaning teru^ Waoh 
neer de jonge man naderhand tot anderegedacfatan 
kont , wrlie&t bij ewawd al het door bem tro^girten 
koste gelede; trekt echter de maagd haar woerd 
terag, dan moeten bare ouders het dubbelde Tan het 
ontf«ngene wedei^geren*. De gift van 5 Reaml wordt 
genoemd Bèlmka ijmkram (vast ten anker gaan): 
Gaat echter alles goed, dan wordt jaar» maand en 
dag fan het trouwen vastgealdd* B^ gckgeaheid 
Tan het huwdijk worden 40 pakken gehak^' 40 «lêt 
Ktian gerolde bamboesjes- en 2 strengen driekleaf% 
garen «itgedeeki. Een ran deie atrengen neemt de 
bruidegom, na er voorirf eeoe knoop ingebed lèbeb^ 
ben, mede naar bnisy hetgeen eek de bruid Tet^ 
rigti en dit wordt bi^ de di^geüjkscfae Jhttaeken: .16- 
▼en acbter dkander f olgende dagen door dk bnla- 
ner herhaald. Eerst den zevenden dag heeft de trouwe 
pl^gtigfaeid plaats. De kleeding ran den favuid^giatt 
bestaat uit een Kaain> doAsé paneffaHfy Smioh (boib- 
band) , een wit Kojpia of hoofddeksel, en gouden oon- 
vérsieraeb (S^emjmy tjarmn) , daarbij zqne kris opde 
regterzijde dragende* De kuid draagt odL ecntj/Taaafi 
d0d9t pandjangj genden of zilyeven boofilyemicesebi 
zoo als aan de Ogmn^ eene Pmdtnj (boikphttt) en 



428 



veriengide ulyerea nagds {Tnmga) aautde linkeriuuod. 
I^ -wordt d6or de oudsten dar Z>a«#oM van harea «aa- 
staandea echtgenoot , ab ook door de ieK^ of priea- 
tan /en Pangauni^^ , veigezeld Yan jongeliogea ea 
maagden uit hare Doehoen ^ afgehaald» welke 100 bam- 
hoesjes gevuld met Keêan miet klappernoten ge- 
mengd , medenemen. De LM verzoekt hierop aan 
daÜEinii^ie der iHuid dat het jonge paar vereenigd moge 
worden en» ab dit toegestemd is» wordt de bruid 
naar de woning van haren aanstaanden echtgenoot 
geleid. De jonge man geeft den Lebi^ den /Veo* 
^«n en zijnen schoonvader of, zoo die overleden is, 
diens plaatsvervanger» dk eene piek ten geschenke, 
doch lost de pieken» wdke den LeU en Proatin 
toekomen 9 doorgaans ieder voor 2 Reaal ^ terwyl de 
JPriMUin nog bovendien een pak iSt ^e-bladen en Pi^ 
viang ontvangt» waarvan de stelen nog aan den tak vast- 
zitten» als ook 7 todbereide iSterté^bladen met kalk en 
tubak ; dit wordt geheeten Tando Ompamo. De ge- 
meente ontvangt in het geheel 1 Reaal ^ genoemd JPe- 
tóeloetn )Te huis gekomen» wordt bij de trouwpleg- 
tighetd hekend gemaakt» dat het MaoM-kaman 40 
lÜMtti bedraagt* Hierop b^^even zij zich naar de 
Salky om bij den Proatin hun kompliment af te 
leggen (Njiemba)^ en gaan zich dan baden. Na 
afloop hiervan » keeren zij naar hunne woning te- 
n^i en. plaatsten zich digt bij den trap derzelvete 
«amen op eene zitbank» genoemd GaropatUjoeadji. 
Uit >de woning worden zij bestrooid met gele rijst » 
etne . oude vrouw neemt de poten eener levende kip 
en knbt daarmede zeven malen over hun hooSA 
en kai .vervdgens de kip van de daarq> gevallene 



429 



T\J8tkorreb elea» bij het uitroepen ctezer iwoqndent . 
Bang nhiUan tjêlahaj iimiul sekiU^m ,on(angk\ 
SaaroA het huisbiimeDg^aaa ^nde, brengeo^zij hiikle 
(Sumbah) aan drie met oi^fdiookte rijst gevidde potten^ . 
mei doeken en bloemen omwonden; eten të zamfin; 
ieU r\J8ty de man ?an q}n bord aan<de iKrouwMeadè 
de yrouw wederkeerig van haar bord ca^n ideh. niair 
toereikende. Na afloop van dit alles keeren zij naar de 
Baleg terug, waar de man alleen Tandakt en de 
Trouw hem ten blijke van onderdanigheid bij herha- 
ling Sierie aanbiedt; waarna aUen, die tegenwoordig 
zijn, zich ten eten aanzetten. De jonggetrouwde 
vrouw verlaat nu de jBaley en begeeft dch naar de 
woning van haren man , om daar de rijst te koken , 
welke in de potten is, aan welke zij hun Salamai 
hadden gemaakt ; zij gaan des avonds naar bed , en 
den volgenden morgen biedt de echtgenoot zijn 
kompliment aan de schoonouders aan. 

Toor eene weduwe of vroeger getrouwd geweest 
zijnde vrouw wordt slechts 20 Reaal betaald , doch 
hare kinderen mag zij bij haren tweeden man niet 
medebrengen. Wanneer de man zich daarentegen inde 
woning zijner schoonouders vestigt , behoeft hij dechts 
voor zijne yrouw 20 Reaal ^ eenen bu£Eel of eene geit, 
een pot met suiker, 100 of slechts 50 Gantang^ 
rijst en 100 klappernoten te geven. In geval 4e op 
zoodanige wijze als kind aangenomen jongman naar 
zijne geboorteplaats terugkeert , moet hij eene boete 
van 100 Reaal betalen. De huwelijkspl^tigbeden 
worden op dezelfde wijze gerierd als boven i» ge^ 
meld. Er wordt op de Gong (metalen bekken) ge- 
slagen, en aan de gemeente bekend gemaakt dat hij 



48a 



als ngOEeten dier D99Êom is aangeDomefi, waardoor 
m zijn reg^t op sijne rorige yerliUj^plaatB rerliest. De 
woovdea, welke bij die gd^fooheid worden uitge- 
q^rokeo » bestaan uit zoogenaamde Pantomffê oi ck- 
tempore'Sy welke volgens de denkbeelden der inlan» 
ders omtrent wdluidendbeid » op het een of ander 
▼ooTYal of gebeurtenis worden gemaakt b. y. 

. IKaai Diam kaïi toengal 
Kami mengarang 4jala. 
Uam Diam kan boedakl; 
Kami lagie mengarong katta. 
JDiam Diam kari toeogal 
Kami lagie mengarong djala lemoedjoe. 
Diam Diam sekilian boedakl 
Kaloe katta tida penoedjoe. 
Boei boet boeroeng bekakka. 
Hinggap die Noe pagi pagi; 
Kaloe soeda patoet brefjara^ 
Tida boele poebng keroema lagi. 

Gadédievutigé instellingen. 

Adat der Ogan, De Godsdienst wordt waai^ge» 
nomen door eenen Penghoeloe en Ketep, De Pen^ 
ykoeloe heeft: de magt om huwelijken te voltr^en , 
doch bij zijne afv^ezigheid wordt de Keiep ook wel 
gemagtigd om zulks te yerrigten. De trouwgdden 
bedragen eene brive l^anscbe mat of twee Soeko*e, 
De gewone prijs van eene maagd is 50 Spaansche mat- 
ten en deze worden wel besdiou wd als Mae^kaunen of 
fauwelijksgift , maar nooit terug betaald van de yroow 
of derzdyer funilie , in geyal yan echtscheiding. De 



4S1 



wtifÊmm K^ü' mind^ar ^ |nijs , hamèlijk 80' é 40 
SpMoache matten. i •> 

•Ia de Doéêomê^ traar zich d^ P^mHh^ bevinden, 
eijo ée lAhés minder in -aansrien dén de* Pengköe* 
loestf maar oefenesb hetzelfde gezi^ int De huwe- 
lijk^geldenf die ami hun betaald meeten Irordea» 
siJQ -dezetfdei 

I « — . , J K J .. H k. *» .. < 4* tl »' ' .*s. >1 tl tt 

Begrafeniê» 



: .1 •* 



J 



De iKgnka^mm gesoUeden o^et het idgemeên op 
eeiie> aeer eeniüur dige wijze. Nadéit de lijken gew«^ 
aohen vqn én omr dezelve een gebed dtgeqiroken 
is, worden zij aonder verdare ceremoniën volgens de 
Mahomedaaniche wi}ze ter aarde besteld. 

■ 

Polieiê'^m'êrdemingen tên opgigie Mn inisdrytm 
ên Verzet ti$9g tegen deAi^/^ê en beoelen- 

der Hoofden. 

jddat' der Ogan. Wanneer zich de gemeaiie man 
onbetamdgke gezegden (ff gebaarden tegea zijnen 
Püêirak veroorlooft, moet hij eene boete betalen van 
4 Reaal ^ doch is zoodanig eene beleediging t^gen een 
minder Hoofd geschied, dan bedraagt de boete decbts 2 
Reaal; zfjns geKjken beleedigd hebbende, is de boete 
eene Gantang rijst, een hoen en eene kokosnoot. 

Indien ieioaand eens anders kleedje , buiten *s huis te 
droegen hangende, tegen den sin van den eigenaar 
gebruikt, zoo wordt hem eene boete opgelegd van 
4 Reaal ^ waarvan de hdft komt voor den eigenaar 
van het kleedje en de andere helft aan de Hoofden. 



4S} 



Gett^ort bet dat ieaiaii4 al^ nwro^eliiy ia bet 
huis Tan eenen inwoner der D^e^om komt, zijne 
1^ dMfi dragendi8, dat de sejiedo binnen het kleed 
valt ep de .punt y^n dezelye daardoor beddet wordt, 
200 wordt zidks voor eene beleedi^g g^ouden , en 
aan den schuldige ^ae boete op^c^ van 2 Reaal ^ 
waarvan de helft ten behoe?e yan den e^geioaar der 
woning en de wederhelft aan het Doêêaêm^Eooü 
komt* 

Kooplieden yoor eene of andere Dotêoen stilhou- 
.^eodfi op eene. plaats, in welker aaby beid geen hui- 
^m,% tuinen of velden. zyn, moeten ten behoeve 
d^r Hoofden eene boete betalen »«n.2 Reaal^ om 
dut sulks wordt beschouwd aki een toeken,, dat jsy 
zich niet a^ii hun gezi^ willen . onderwerpen » yan 
welke zij toch voor het oogenblik bescherming noo- 
dig hebben, w daarenboven » kwade inzigten koes- 
teren. WeAden zij}, tot verontschuldiging onkunde 
voor , vergiffenis verzoekende en daarna de gewoonte 
opvolgende, dan worden zij van deze boete ge- 
W^oonlqk .vrijgesteld :, doch geven doorgaans uit er- 
ken,telijkheid voor deze gunst een gering gedeelte 
hunner, lading, het zij r^st, hout of iets anders. 

Wanneer e»e vrouw door een' man, die zich 
schuil zoekt te houden , badende wordt bespied , dan 
wordt aan zoodanigen eene.Jboete <^Qlegd van 2 
Reaal 9 waarvan 1 komt ten ^iMrdeeié van den Proa- 
tin en 1 .aan de bdeedigde. vrouw.'. Deze. boete wordt 
beslempdd met dan mam van Méeeang keUemhoé- 
tang banghar0 tfimal (^'imal^ dat wil leggeu: 
Hij. houdt zfvh echuil ale eene wilde kut , en loert 
alê eene hagedie. 



48S 



Speelt een jong man in d^ nabijheid der woning 
Tan een ongetrouwd meisje gedurende slapenstijd 
op de fluit 9 zoo moet bij eene boete betalen yan 2 
Reaal f ten voordede tan den Proatin. 

Is op eene of andere plaats de Pasirah met zijne 
?rouw ter neer gezeten en gaat iemand tusschen 
hen door, dan wordt aan hem eene boete opgelegd 
yan 12 Reaal ^ welke ten yoordeele yan den Pe^ 
êirah alleen komt. Deze boete heet konang kanang 
laloe^ beteekenende : Het glimmende vliegje gaeit 
voorbij. 

Vecht iemand in het huis yan eenen yreemde met 
een' ander ^ of z^t hij denzdyen groye beleedigingen, 
dan moet hij eene boete betalen yan 6 Reaal^ waarvan 
2 voor den Proatin en 4 yoor den eigenaar yan het 
huis zijn; deze boete wordt genoemd Koetjing mar-' 
koêo. Valt dit in het yoorhuis of digt bij de >70- 
ning voor , dan wordt het nog zwaarder gestraft , om-* 
dat men dit als een bewijs beschouwd, dat men niet 
schroomt in het openbaar vechtende , daardoor tevens 
den Gezagvoerder der plaats te honen en te belee- 
digen. De boete is dan 8 Reaal ^ waarvan 4 voor den 
Proatin en 4 voor den eigenaar van zulk een voor* 
huis of digt nabij zijnde woning komen; dezelve 
heet jinfiny markoeo. 

Adat der Moeeie. Maakt een vreemdeling in eene 
of andere Doesoen y behalve in de woonplaats van 
den Paeirah , zelf vuur aan , zoo wordt hij beboet 
met 2 Reaal en 1 Soeko ten voordeele van alle inwo^ 
nersderZ)o0io«n, waarin zulks geschied is; daarenboven 
moet hij aan den Proatin 1 Reaal en 1 Schelling 
betalen. Kookt iemand rijst op eene daartoe niet be- 

28 



434 



stemde plaats en zonder verlof» hij moet aan hel al- 
gemeen betalen 4 en aan den Proatin 2 Reaal» In 
de Doeêoefij waar de Poêirah woont » kan men dit 
overal ongehinderd doen» uitgezonderd in de Bahgy 
voor welke overtreding 9 Reaal betaald wordt. 

Gebeurt het, dat de een of ander in de Balej 
bloedzuigers , (welke zich ligt aan het ligchaam hech- 
ten en zeer onaangenaam z^n), aan stukken snijdt, 
dan moet hij aan bet algemeen eene boete betalen 
van 8 Reaal. 

Wie in de Baley de zitplaats van den Panrak of 
Proa$in durft innemen, moet aan het algemeien 
eene boete van 8 en aan den Paeirah of Proaiim 
4 Reaal voldoen. 

Zoo iemand bedekt gehouden deden van het men- 
schelijk ligchaam namaakt en door het schikken, 
plaatsen of yertoonen derzelve , den een' of aoder poogt 
te beleedigen of beschaamd te maken, dan wordt 
aan hem eene boete opgelegd van 10 voor het al- 
gemeen en van 5 Reaal voor den Paeirah of Proaiin. 

Iemand op het alarmblok (Geiok) gaande liggen , 
moet 9 Reaal aan het algemeen en 4^ Reaal aan den 
Poêirah of Proaiin voldoen. Durft iemand de tou- 
wen , waaraan de Getoh hangt , afkappen , die moet 
aan het algemeen 20 en aan den Paeirah of Praa» 
iin 10 Reaal betalen. Slaat deze of gene zonder last 
op de Getokf hij is aan eene boete voor het alge- 
meen van 3 en voor den Proaiin van 1} Reaal on- 
derworpen. Indien de wijze, waarop alzoo zonder 
last op de Getok wordt geslagen , die is , welke men 
gewoonlijk gebruikt bij het aankondigen , dat er een 
lijk is gevonden of een ander ongeval heeft plaats 



435 



gehad , zoo wordt de schuldige met 20 Reaal be* 
boet» omdat hij daardoor moedwiUig de gemeente 
verontruat. 

Aan dedgene, die onbetamelijk in de Baley op 
handen en voeten kruipt of ter neder h'gt ^ wordt 
eene boete opgelegd van 19 Reaal. Heeft een vreem^ 
deling de stoutheid om de Baley den eeuen kant in, 
en den anderen kant uit te loopen , zonder daar iets 
bepaalds te moeten verrigten, zoo moet zoodanig 
vreemdeling zooveel Realen betalen als de jBaley va- 
men in lengte houdt. 

Vechten twee personen b\j de woning van eenen 
derde, zoo komt ten voordeele van den eigenaar van 
bet huis eene boete van 4 Reaal en voor den Praa- 
tin 3 Reaal. Iemand binnen eens anders huis scherp 
trekkende, om te vechten, betaalt zooveel malen 
8 Reaal als er personen bij t^enwoordig zijn , aan 
den Poêirah 12 en aan 't algemeen 3 Reaal. 

Vechten twee personen in eene Doeeoen en be- 
geeft zieh een hunner naar een of ander huis om 
zicli te verbergen, zoo wordt door het Doeeoent^ 
Hoofd bekend gemaakt, dat de overwinnaar den ge* 
vlugte niet vervolgen ipag; dit bevel overtredende, 
moet hij 40 Reaal betalen, wdke boete onder den /'o- 
4irah^n de verdere Doesoene-uï^caers verdeeld wordt. 

Miedaden en etraffen. 

uidal der Ogan, fiie&tal in de woning of iü de 
r^jst-schuur ge{de^d, wordt met eene boete van 12 
Reetal gestraft, waarvam 2 Reaal ten voordeele van 
eiken Pengawa en het ova*Mijvende gedeelte voor 

28* 



436 



bet DoesoêM^ of Margoê-Eootd bestemd is, daar 
beidea bet regt hebben om zoodanig eene zaak te be- 
sUsseo. Ook moeten de gestoleoe goederen worden 
teruggegeven , of derzdver waarde vergoed. 

Greringe die&tallen , buiten *8 huis gqpleq^d , wor^ 
den met eene boete van 4 /ïeaa/ gestraft , waarvan 
2 ten voordede van den bestolene komen en 2 ge- 
Kjkelijk door het Douoêtu^EooM met zijne Agen- 
ten verdeeld worden, ingeval namelijk deze laat- 
sten de zaak hebben helpen onderzoeken. 

Indien de w^ns die&tal veroordeelde met het 
vonnis niet • te vreden is , staat het hem vrij om zijne 
zaak voor den PaHrah te brengen , welke van dke 
partij 1 Reaal ontvangt. Degene , welke zijne zaak 
wint, moet 10 percent van de waarde der ontvreemde 
goederen aan den Poêirah betalen; terwijl door 
den veroordeelde , even ak te voren , de boete vol- 
daan en de gestolene goederen , hetzij in natura of 
anderzins, aan den bestolene teruggegeven worden* 

Wanneer in het algemeen iemand zijne zaak voor 
den Poêirah brengt en dezdve daarna in der 
minne Ixiiten dit Hoofd afdoet, zoo moet hij aan 
den Pasirah 8 Reaal betalen. Vraagt hij echter ver- 
giffenis voor deze handelwijze , dan wordt berust in 
het brengen van een^e kleine geschenken , als een 
pakje rijst, een pakje Keian en eene geroosterde kip , 
genoemd helangong kelaingong anak matjan ara 
keloening. 

Slaat een man de hand aan eene vrouw met oog- 
merk om haar te beleedigen , zoo wordt dit gestraft 
naarmate van bet gedeelte des ligchaams, hetwelk 
aangeraakt oï geslagen is. Zulks aan de vingers ge- 



437 



sehied zijade , Pênaro gaweê genoemd , wordt den 
schuldige opgel^ een hvdSd te geven ter vaarde yan 
4 Itêoalj aan den onderarm I Meriniing gawee ^ een 
bufiel ter waarde Tan 8 Reaal y aan het Ugcbaam, 
Merogong gawee^ twee buff^ ter waarde van 16 
Reaal. Is de vrouw t^gen haren zin tot ontucht ge- 
bruikt, genoemd Gawee die gaweegawee^ zoomoet 
de ^huidige betalen 52 Reaal ^ waarvan 10 aan den 
Pasirah , 2 aan zijne mindere Hocrfden en het over- 
Uijvende aan de beleedigde vrouw komt, terwijl hij 
tevens gehouden is met baar te huwen. 

De straf voor ontucht , bedreven tusschen twee on- 
getrouwden, bestaat in eene door den man te be- 
talen boete van 12 Reaal ^ onder voorbehouding om 
de vrouw te trouwen. Is hij hiertoe ongenegen , dan 
moet hij, behalve voorscbrevené boete, aan het 
meisje uitkeeren 40 Reaal. Indien zulks geschied is 
met eene reeds getrouwde vrouw , welker man over- 
leden of van welken zij gescheiden is, dan betaalt 
de schuldige man slechts 6 Reaal ^ mits met de vrouw 
huwende. Wil liij dit niet , dan is hij verpligt eenen 
buffel ter waarde van 8 Reaal aan het Doeeoene^ 
Hoofd en eenen buffel ter waarde van 4 Reaal aan 
de vrouw, die hij niet trouwen wil, te betalen. 

De boete voor zware verwonding bedraagt 20 Reeuil 
ten voordeele van dengene , die gewond is. Deze 
boete is echter zwaarder of ligter, naar gelang der 
meerdere of mindere gevaarlijkheid der wond. De 
geringste boete bestaat in een stuk linnen van 5 elle- 
bogen [Aêta) lang , \ Reaal ^ een hoen en een Gon- 
tang rijst. 

Voor doodslag wordt door den dader aan de fa* 



488 



nulie des yermoordeD betaald iO Reaml. Wanneer hij, 
die dea moord gepiep beeft, door den om het 
leven gebragte was gewond, dan wordt gemelde boete 
Tan 40 Beaal verminderd , naarmate de ontvangene 
wonde meer of min gevaarlijk is. Gebeurt het, dat 
twee personen met dkander vechten en beide in 
bet gevecht omkomen, dan wordt hiervan dechts 
kennis g^even te Palembang. 

Adat der iMmiUang Oelae. Die&tal van ki[q;)en, 
klappers, Sierie^ bamboes en andere kleinigbedeQ 
wordt gestraft met eene boete van 3 Reaal. Gaal 
het getal bij voorbeeld dat van 6 kippen te boven , 
of is eene grootere hoeveelheid van klappers, «Sïe- 
rt>, bamboes enz. ontvreemd, dan wordt zulks 
nog, buiten de zoo even vermelde boete van 3 
Reaal gestraft met het teruggeven van de dub- 
belde waarde van het gestolene. Diefstal van andere 
vruchten wordt gestraft met eene boete van 1^ Spaan* 
sche mat; die van boomen, met teruggave van de 
gestolene houtwerken; van buffels, geiten, rijst en 
kleine praauwen , met de dubbelde waarde van het 
gestolene te moeten teruggeven , en eene boete van 
12 Reaal. Op huisdie&tal staat mede het terug^ven 
van de dubbelde waarde van het gestolene en eene 
boete van 12 Reaal ^ en bij onvermogen ziet de scbul* 
dige zich niet zelden verpligt zijne vrouw en kinderen 
als pandelingen te verkoopen. Die6tal van Praauwen 
van Rengae- of Tibeeoe^ of Boengor- o{ Embal4hbwit , 
welker romp 5 voeten breed is, wordt gestraft met 
het teruggeven van de dubbelde waarde der gestolene 
Praauwen en eene boete van 20 Reaal, De schuldige 
den geplecgden die&tal geredelijk bdtenneude, eo de- 



439 



sdve Tan geriage waarde zijnde, geeft slechts eenen 
Bakol rijst met visch aao den bestoleoe; waarmede 
de zaak dan ook afloopt* 

Het overspel wordt gestraft voor de vroow met 40 
en Toor den man met SO Reaal boete , welke komt 
ten Toordeeie ran den Paêirak en der gemeente; zijn 
onderscheidene Doesoenê daarin betrokken, zoo wordt 
de boete in gdijke deden verdeeld. 

Verwonding wordt gestraft naar gelang der min* 
dere of meerdere geraarl^kheid der toc^ebragte won^ 
den. Wordt b. ▼. een Poêirah zwaar gewond , zoo- 
dat zijn le?en in geraar verkeert {êtenga mati)^ 
doch er evenwel hoop op behoud is, zoo wordt 
zulks beboet met 5 lijfeigenen en 5 buffsls. On- 
der deze lijfeigenen moeten 8 mannen en 2 vrouwen 
zijn, wordende de mannen geschat, elk op 80 
en de vroawen , elk op 40 Reaal \ de bufiidU wórden 
gerekend tw^ee van 10, een van 8 en twee van 6 
Reaal te wezen. 

De straf voor het vermoorden van eenen zoon des 
Proatifu staat gelijk met die voor het vermoorden 
van eenen gewonen ingezetene , namelijk in de beta- 
ling van 2 bufiels, een van 10 en een van 8 Reaal ^ 
benevens 2 slaven , bestaande uit eenen man en eene 
vrouw, van dezelfde waarde als boven. De moor- 
denaar van een' Proatin moet betalen 3 bufieb en 
8 slaven ; de bufids moeten dk van 8 Reaal zijn en 
de slaven bestaan uit twee mannen en eene vrouw , 
elk van dezelfde waarde, ab zoo even genoemd. De 
moordenaar van den zoon eens Paeirahe wordt be- 
boet op dezelfle wijze als hij, die den Paeirah 
eene zware wonde beeft toegebragt, die van levens- 



440 



gevaar vergezeld is. Wanneer een PaHrah ver- 
moord wordt , moet de schuldige met zijn huiagezin 
en al zijn huisraad aan den Vorst te Palembang oyer- 
gelererd worden. 

By gel^enheidy dat de voorschrevene misdn|- 
ven van moord en verwonding zijn beslecht, wordt 
er een buffel geslagt, op welken zoowel de inwo* 
ners der Doeêoens van den vermoorde of verwonde, 
als van den moordenaar of verwonder, even als op 
een feest , onthaald worden , omdat dit als eene ver* 
zoening voor het misdrijf, waarin alle inwoners der 
genoemde Doesoens deelen, gehouden wordt 

j^dat der Kiekiem. Diefstal van Sierie en Pifumg 
wordt gestraft , met den dief de verpligting op te 1^- 
gen 10 bamboesjes gekookte Ketan met kla[^f)ers ge- 
mengd , eenen Bakol rijst en eenige visch af te staan. 
Die&tal van kippen en klappers daarentegen met 
het teruggeven der dubbelde waarde van het gesto- 
lene en eene boete van 3 Reaal. Die van Praauwea 
en rijst wordt mede met de teruggave der dubbelde 
waarde van het gestolene en eene i)oete van 6 Reaal 
beboet. Huisdie&tal wordt gestraft als voren; de 
boete is een bufEel ter waarde van 10 Reaal; doch 
is de die&tal gepleegd in het huis van een Doesoens^ 
Hoofd, dan moeten nog, buiten de dubbelde vergoeding, 
2 buffels worden a%^even. Op ontvreemding van 
buffels of geiten staat teruggave der dubbdde waarde 
van bet gestolene en eene boete van 12 Reaal. 

Eet iemand van vruchtboomen uit tuinen, welke door 
den agenaar van onkruid schoon worden gehouden, 
en deze hierdoor meerder regt op derzelver voort- 
brengselen beeft, zoo moet de schuldige 3 Reaal be- 



441 



takn. Zijn yrochtBoomea in hunnen vildeostaat, dan 
beeft ék op dezelve gelijke r^ten« 

In het algemeen worden de hoeten verdedd in drie 
deden, te weten, twee ten Yoordeele van den i^im roA 
en een voor den Proaiin; de Pengawtu krijgen, naar 
▼erkiezing van den Poiirah of Proaiin , eene Soeho 
of ook wel minder. 

Adat der Moesie. HuisdieEital , huffd- geiten- 
rijst- en Praauwen-^everij wordt gestraft met 2 maal 
de waarde Tan het gestolene te moeten veigoeden , 
benevens eene boete van 12 Reaal. Ten voordede 
Tan den Paeirah of Proaiin komt 1 percent van 
het bedrag en der dubbdde vergoeding van het gO" 
stolene. Wanneer iemand uit eenen met Toorkennis 
▼an den Paeirah aangdqfden tuin Sierie stedt, 
moet betalen 1| Reaal; vernidt de dief de 
plant zdve, dan moet hij voor elke Sierié^etók be- 
talen eene boete van 20 Reaal; vernidt hij 2 Sierie^ 
stokken, zoo moet hij 40 Aeoa/ betalen ; meer dan 
2 «SïtfTM^stokken vernidende, betaalt hg Toor de 2 
eente 40 en Toor de overige dk 1 Reaal. 

In geval van moord kan niemand r^ sprdcen buiten 
den Yorst van Palembaeuf. Het is dikwerf gebeurd , 
dat tot straf roor zoodanig misdrijf de schuldige werd 
gebannen; soms is ook wel op last van den Yorst zoo- 
danig misdaad in de binnenlanden met eene boete van 
40 Reaal afgedaan ; en naar mate de moord met meer of 
min verzwarende omstandigheden vei^ezeld ging, was 
de boete hooger of lager. Voorheen was de boete we- 
gens moord , aan eenen Paeirah gepiep, 100 Gan- 
tange rijst, doch naderhand is deze straf door den Vorst 
van PaUmhang verhoogd en bepadd op 100 ReaaL 



442 



AUe ▼oonobreyeDe boeten wordetk geüjke^k veiv 
deeld tusscben den Pasirah en Fro€Uin^ welke laatste 
daarran iets akn zijne Pemgawa* medededt. 

Regtêpleging en wijze om hy gebrek aan getuigen 

de schuld of onschuld te beurzen , zoowel 

in criminele aU civiele zaken. 

Adat der Ogan. Wanneer eene zaak , uit gdbrdi 
aan bewijs, niet beslist kan worden, zoo gdast de 
Poêirah het volgende : 

1". De namen Tan de partijen worden elk op on- 
derscheiden bamboezen geschreven; deze bamboezen 
worden omwonden met kokos4>laden, te gdgk door 
den Paeirah omhoog geworpen en door twee onzij» 
d%e, bepaaldelijk daartoe gekozen personen, opgevan* 
gen. Hierop begeven zich deze beide personen met 
die bamboezen naar de rivier , alwaar in diep water 
twee andere bamboezen zijn opgerigt Nu moet elk der 
verkozenen langs de bamboes onder water duiken; 
twee andere personen meten intusschen met kokos-dop* 
pen , waarin een klein gat is geboord , door dezdve 
driemaal met water te vullen en weder leeg te laten 
loopen , den tijd gedurende welken de duiker» onder 
zijn. k een der duikers, voor dat de koko»-noten 
ledig gelopen zijn, boven water gekomen, dan heeft 
de geen, wiens naam de eerst bovengekomen duiker in 
handen heeft , zijne zaak verloren. Gebeurt het echter, 
dat zij even lang onder water blijven , tot dat de drie 
noten-doppen ledig zijn , dan blijft de zaak onbeslist 

2^ Er wordt een vierkant houtje genomen , 2 duim 
lang en 2 duim dik, aan elk van de twee langste 
zijden met het vdgende opschrift: fFiê hmnn 



448 



wini^ wie ütüUr èigt^ verheet het. leder der pu^ 
tijen maakt een teekèn op de idjde» welke hij ver- 
kiest » en wiens naam, nadat het houtje om hoog is 
geworpen, boven komt te liggen, deze heeft zijne 
zaak gewonnen. Ligt eohter de onbeschrevene zijde 
boren , dan blijft de zaak onbeslist. 

Adat der Lamatang Oeloe^ Wanneer, in ge?al Tan 
flchuldfordering, ie ctBober geene getuigen heeft én 
de gedaagde de schuld ontkent, zoo wordt den 
laatste de eed opgelqgd ; hiervoor genieten de Hoo^ 
den niets. Brengt de eischer naastbestaanden , zoo 
als broeders, ooms en volle neven, als getuigen voor, 
dan worden deze als zoodanig niet aangenomen, 
doch wel meer verwijderde aanverwanten, mits den 
eed doende. Een weigezeten en ter goeder naam en 
faam bekend staande persoon behoeft als getuige 
' den eed niet af te Ic^en ; een persoon van slecht ge- 
drag wordt in geen geval aangenomen. Voor schuld- 
vorderingen beneden de 5 Reaal worden geene per- 
centen voldaan; doch van die van 5 tot 30 Reaal 
wordt betaald 2 Reaal als percent; van 20 tot 60 
Reaal i Reaal; van 60 tot 100 Reaal 8 ReaaL Deze 
percenten moeten zoowel door den eischer als door 
den gedaagde voldaan worden; het dubbelde komt 
dus ten voordeele van den Paeirah en van de Proa- 
tine^ waarvan de Paeirah de helft geniet en de 
Proatine hun aandeel weder gelijkelijk met de Pcü- 
gawae verdeelen. 

Is een vreemde Paeirah bij toeval t^enwoordig, 
wanneer door den Paeirah eene zaak wordt afge- 
daan^ dan deelt die vreemde Paeirah in de boeten 
van s tot 1 Spaansche mat. Indien de Hoofd-Z'a > 



444 



dig 18 , dan ontvangt bij de hdft van alle percenten. 
Deze Poiirah draagt den naam van Sirah Boemi. 

Wat betreft bet afleggen van den eed, dezege- 
flcbiedt, om aan de zaak meer plegtigbeid bij tezetten, 
dikwerf op bc^aafphuitsen , b. y. op bet graf ?an 
zekeren Poyang Seroeniing in de Doeêoen Tanfong 
Talang en op andere dergelijke gebeiligde plaatsen. 
Hinder plegtig is bet wanneer de eed a^el^gd wordt 
in zeker buisje» genoemd Lonjok^ bet uiterlijke Toor- 
komen van een duivenbok bebbende , in welks boven* 
vertrekje welriekende Kemiang gebrand wordt, onder 
aanroeping van de voorvaderen en Godbeden als ge- 
tuigen van de opregtbdd bunner verklaring. Deze 
buiqes of tempeltjes {Lonfok) worden gevonden in de 
Lamaiangy te beginnen van de Soekoe Ampat tot aan 
den oonprong der rivier. Beneden deze Marga tot 
aan de monding der rivier wordt de eed a%elegd op 
den Koran i of wd» naar verkiezing, onder aanroe- 
ping der voorvaderen. De gewoonte der waterproef, 
bij de Ogan vermdd, beeft bier ook soms {daats, 
namdijk alleen bet onder water duiken. 

Adat der Kiêkienu Een dscber eene zaak voor- 
brengende, is bij zoowd als de gedaagde verpligt 
1 Reaal in r^ten te betalen. Indien bet rcgtsgeding 
van aanbdang is en daarbij getuigen noodig zijn, 
dan wordt deze betaling met 8 Reaal verboogd, 
zoodat dke partij 4 Reaal in r^ten betalen moet 
Het eerste beet Tanda eoeka bietjara^ het tweede 
Bea hietjara. Naastbestaanden van den eiscber wor- 
den als getuigen niet aangenomen, dodi gdwren, den 
eed durvende afleggen, zijn ak getuigen gekijg. 



445 



Vreemden , ivfee of drie in getal » behoeven ab getui- 
gen den eed niet af te k^en. 

Bij het aangaan van een rc^gt^eding moet het be- 
drag, waarover gepleit zal worden, van beide partijen 
bij den Paêirak worden nedei^l^gd , zoodat hij zich 
hierdoor in staat g^telt ziet, aan de partij, die het toe- 
komt, dat bedrag dadelijk uit te reiken* Wanneer 
de eiscber zijne zaak verliest, dan moet hij buiten het 
vromer betaalde nog eene boete van 12 /?raa/ voldoen. 
Komt voor elke partij een gelijk getal getuigen op, of kan 
de zaak op de gewone wijze niet worden beslist, dan 
wordt tot de waterproef de toevlugt genomen, welke 
op de volgende wy ze geschiedt : men neemt 2 bamboes* 
jes , op het eene wordt de naam geschreven van den 
eiscber , op het andere die van den gedaagde. Hierop 
worden deze bamboesjes met bladeren omwonden, 
door den Pcairah of Proatin omhoog geworpen en 
door twee onpartijdige personen opgevangen, welke 
daarmede naar de rivier gaan en langs een daar ge- 
geplante bamboes onder water duiken. Die het eerste 
boven komt, verliest de zaak van zijnen patroon: 
komen zij tegelijk boven water, zoo moeten zij zulks 
tot driemalen toe herhalen, blijvende de zaak, als 
beiden weder te gelijk boven komen , onbeslisL Het 
regt van 1 of 4 Reaal voor het regtsgeding , is ten 
voordeele van den Paêirah. 

Ook hier geschiedt het aflagen van den eed meestal 
op grafplaatsen . of in de tempeltjes , waarvan bij de Lc^ 
matang uitvoerig is gesproken. Kj het zweren wordt 
niet zoo zeer de Mahomedaansche Godheid , maar ge- 
woonlijk worden hunne vroegere Croden , voorvaderen 
enz. aangeroq>en en daarbij , ingeval van meineed, ver- 



446 



weascblogea uitgesproken, bij Toorbeeld: i^ Indien 
ï>ik de waarheid niet zeg^ mogen mif'n hui^f mijne 
»prouw en kinderen geen* zegen hebben.** 



TERGBLinunm stiat tan ms obldswaaei» om ar 
]>s JABm 182 1-— 1832 tb PALsnARa or^ 

BH ürroBTOB&BB OOBDBRBir. 

BsYoer. 

In het Jaar 1821 ƒ 4,925.00. 

j> 9 9 1822 » 446,114.58. 

» 9 » 1828 9 335,766.60. 

9 9» 1824 9 870^79.14. 

9 9 9 1825 » 342,406.87. 

9 9 9 1826 9 808,886.30. 

9 9 9 1827 » 442,086.56. 

» 9 9 1828 » 425,334.46. 

9 9 9 1820 9 389,580.25. 

9 9 9 1830 » 383,101.40. 

9 9 9 1831 9 336,367.65. 

9 9 9 1882 9 433,998.91. 

mtvoer* 

IB hei Jaar 1821 ƒ 43,80a21. 

9 9 9 1822 » 148,543.3a 

9 9 9 1823 « 131,140.35. 

9 9 9 1824 i » 181,183.96. 

9 9 9 1826 . » 200,912.51. 

9 9 9 1826 9181,143.45. 

9 9 9 1827 • » 302^03.99. 

9 9 9 1828 » 287^28.29. 

9 9 9 1829 9225.271.93. 

9 9 9 1830 » 223,708.73. 

9 9 9 1881 » 209,461.05. 

9 9 9 1832 » 301,10?,75. 



447 




448 



Hierbij komt nog de berolking Tan het landschap 
Pasemah of Poêumah , verdeeld in de Poitmah Lee^ 
bar en Poêemah Oeloe Manna. De eerste heeft 119 
Dotêoenê met 3477 huizen; de andere 24 Doesoetu 
met 706 huizen. Men kan de bevolking dier 4183 
huizen op 29281 zielen stellen, indien men Toor elk 
huis, dat gewoonlijk door meer dan een huisgezin 
bewoond wordt, zeven zielen rekent. 

In de hoofdplaats PeUembany bevonden zich toen 
ter tijd 30,085 inwoners, van welke 27,690 Inlan- 
ders, 921 Arabieren en 1474 Chinezen. ' 



Ten slotte voegen wij hierbij eene zeer 
alphabedsche opgaaf van de voornaamste gewassen 
en houtsoorten in de Residentie Palemhang^ wdke 
Oïip te belangrijker toeschijnt , omdat zij behalve de 
Inlandsche benamingen ook de gronden opgeeft, 
waarop dezelve groeijen, als ook de bijzondere eigen- 
schappen en het nut , dat van dezelve kan getrokken 
worden. Deze opgaaf is dus bijna onmisbaar voor 
hen, die aldaar hun verblijf houdende, van de oor- 
spronkelijke voortbrengselen voordeel willen trekken 
en dezelve tot onderscheiden einden, ook in den 
handel aanwenden. 



ALPBA6ETISCHE mm 



VA» OG YOOaNAAMSTB 



HOUTSOORTEN 



IN Dfe 



ResidenUe JPaleMbaii|gr« 



^k^ m ^t^rmm^^u 


ftumiHsia 


i 


. 


/ 


Wk n BDXÓIIIIEBB 


NAMEN. 


OF UOH, 


i 


..Q 


BioixnjAxs. 






■nam OP Booa. 






• • • 






vsr 


TSSl 






Mlff 


BegtsUndig. 


44 

* 


99 


den. 


Onbekend, ligt hout. 

1 




Hoogatanmiig. 


3« 


24 


Hooge gronden. 


De Tracht is eetlMtr. 


batoe. • • 


Regtatandig. 


85 


20 


Idem. 


idem* 




Idem. 


ld 


U 


Idem. 


Idem* ..... 


«aio* • • • • 


HoogiUfflniig en 
krom.' 


2i 

1 


20 


Idem. 


Het èoél BèliMn ge?kmd 
dient tot Tenratidiging 




. 


1 

1 


■ 




Tan-kia^'eé;^ -wor- 

ttX tot «bede. Tin me 
pena. 


lan« .... 


Idem. 


18 


16 


Idem. 


DiB mckl il Mtlwur 9 ket 
oTerige nnt onbekund. 


• 

!€• • é • • - 


Krom en klein. 


1$ 


12 


Idem. 


Onbekend. 


ana. • • . 


Klom en «waax. 


24 


30 


Idem. 


Tot' Teirairdignig ' ' Tan 
kistjei en idieden Tan 
wapens. 


oko. . • . 


Krom en klcia, 
hMtter. 


6 


2 


Idem. 


De blÏNhnen'iqln welrie- 
kend, bet OTerige nnt 
onbekend. 


•Apie«» • • 


RcgttUndig. .. 


90 


16 


Zeestnnd. 


Okibckead. . > . 
20 



450 



-mf a Mj^M M ■ 


BioratAiniie • 


■^ 


i 




vut MM naam 


NAMEN. 


OF Ui(«, 


Èm 


i 


G10MP1JLA18. 






HIBSTIK OF BOQB. 


g 




nBmQKiin. 






Voei. 


Duim. 






Arang^. • • • . 


Kort. 


16 


10 


Hoogo gEonden. 


Het kout u nij 
wnarde. 


» poro. ' • 


Krom en kort. 


23 


16 


Idem. 


De Tiiickt OOI te d 
De bekende PalmM 


Aren of Noe. . 


Regtataxidig. 


22 


15 


Idem. 








^ 




▼anbetapnM 
enz. teTenmij 


Aroes 


Krom. 


16 


16 

• 


Moeranige gron- 
den. 


Onbekend. 


Aro 


Regtttandig. 


40 


50 


Hooge gronden. 


Oidwkcnd» ügtmi 


Atiüg^tiig» iïL 


laen.JMik «. 


^ 


I67 


Idim. . 


Uem. 


Babebé 


Idem groot. 


6^ 


24 

! 1 


Idem. 


Baboeng. . , • 


Begtstandig. 


: 


33 

> 


Idem. 


Idem. 


Baijoer* • . . • 


Idem groot en 


50 


Idem. 


Het bont om Pan 


" « A. 


zwaar. 


• 








'.•«! . ' ' 




1 


•« 1 




iteik. 


» lang. • 


Idem. 


6# 


50 


Idem. 


leta üerker dan 1 


' ' • • • < 






1 


t 


rige. 


» poetek» 


Idem. 


60 


6é 


Idem. 


iJs de ecnie loa 

• 


Bako • 


Krom en grooU 


22 


26 


Zeeatnnd. 


Toor boatenkaacfl^ 


...xi .oetaiiu . 




16 


U 


Lage en hoogt 


Idem. 


• • ' 'm •'.#'■•' •' 'i 






, 


gronden. 




Ü^aog iepA. . 


Regtatandig. 


16 


12 


Idem. 


Onbekend, betba 


Bald adap. . « 


Idem klein. 


16 


6 


Idem. 


De Triidit foor 1 
kondig gebcvïl 


1^ Hngiea.^ • 


Idem. 


20 


6 


Idem. 


De baat» de IM 


/ 










Tracbicn voor ( 




« 








middel. 


Balem. ^ • . • 


Itegtatandig. 


66 


.»6 


Hboge gronden. 


Het kont toer Fm 


• 










docb niet zeer 


•^ 


1 


t 

1 






de frockt omi 
Idem, 60A lied 


^ pptioï«- 


Idem. 


66 


26 


Idem. 


1 










de l*aooft. 
Idem, minder « 


» trpeng, . 


Idem. 


66 


26 


Idem. 


» tjabéw • 


Idem. 


66 


26 


-Idem. 


Iden» idem. 



«61 



V f * "* y j "^ 0t 


, aftmTANs» 


^^ 


B^ 






KAMEN. • 


; orjuu»^. 


i 


é 


fiioiiYi^un. 


irxTT XV xuzoirpKai 


.. ..» .j'/ ;■ 


HMnrii or kx». 

r 
1 


t 




nomsGHAPm. 






Tsr 


"SSSl 






lem aesdi. 


flieg|iUu[|di|. 


66 


86 


Hooge gronden. 


Idem, Btetker. 


obaiL • • • • 


Idem. 


80 


6 


MoenMige gron* 


Onbekend. 


• 


1 






den. 


. . • 


nietan* • •- . 


lUtm, 


60 


18 


Lage en koog» 
gronden. 


Voor mastjee Tan Pmco- 
wen (Pm^adjap), 


10 ietaaOi» 


Ideou 


60 


18 


Idem. 


Idem, aterker aoort. 


9oengpforda. 


Idem en klein. 


16 


6 


Idem. 


Toor dakfOO)^, dtfob niet 
bgaonder «Kerk. 


toe. 


Begttfttüdig. 


ao 


84 


Hooge gronden. 


foor masten Tan Pianii- 
wen, teer hard. 


bekan. • ; . 


%xam» 


86 


80 


Zeeflnndeninde 
benedenltnden. 


Toor Ampielan-pnuinw, 
ignde eene aoort Tan 
bontwering, taai. 


ginda. • * • 


Begtrtandig. 


12 


4 


Lage grondenk 


De bladen, om bg het 
waodienTanhetboofd* 
haar te gebraiken. 


ké beké. • • 


Uxm. 


ad 


18 


Hooge gronden. 


Onbekend, r . ' i 


nakat. . • • 


Idtm. 


80 


60 


Idem. 


Deie boom 'woidt toot 




' , 








b{«nneiten achoon ge- 






• 




■ 


bonden. 


nang. .... 


trom en breed. 


10 


10 


Idem. 


Onbekend. i 

1 « 1 ' 


» stóekel. 


• 

Idem. 

• 


16 


ld 


Idem. 


Idem. 


ngkierie. . • 


f « 


80 


18 


* 

Idem. 


Idem. . 


nin.. • . • • 


fdem. 

r ' 


86 


84 


Hooge en lege 


Idem. 


• 


1 • . 


f 






» . ■ 


inarang. • . • 


Idem. 


80 


60 


Hooge gronden. 


Idem. 


(atan. . « • « 


Idem. 


86 


16 


Idem. 


De Tmcht ia eetbaar. 


sitangoer. . . 


Idem. 


40 


18 


Lage gnmden. 


Toor Pendjadjap maa- 




1 

1 • 


: 


1 




Un. 


)> . Jktoe. 


Idem. 


40, 


18 


Idem. 


Idem. ftetkmi/4m bet 

1 


» 1 ' 


1 


1 






^ri^r : i 


aitano. • • • 


Idem. 


80 


16 


Moenmige gron- 


De Tracht loTert olie om 


.1 


1 






den. 


te brfcnden',' het Ter» 


1 ^ • 


• : 




•mof) 


dere nnt onbekend. 



80* 



KAMEN. 


KianrAimia 

HBUItB OriOOK. 


• 


i 


moMOLkÈn. 


BJIv^BBSSbL^^T^^^. » 


Bentawas. . . . 


RegUUndig. 


röST' 

60 


33 


Hoqge gronden. 


F^n^koptMOrtyedid 
iteik. 


Berbak 

Berkoeng. . . . 

* * 


Idem. 
Knm. 


ld 
16 


6 

ia 


Idem. 

Moenffigegroo- 
den. 


Otabckend. 

De . Tnicktcn eedi 
het hoat ander | 
Iwnik. 


Bermé deda- 
roeog. • • • 


Idem. 


6 


4 


Hooge grondeii. 


Dewwtaldie^eai 
ecne aangename 1^ 
▼en. 

• 


Bete raivang. • 


Idem. 


ld 


10 


Moeniaige gron- 
den. 


De Trada om te tfi 


Betiebetie. • • 


Uem. 


12 


3 


Idem. 


De Tindilenign eetk 
OTerige cügenfciM 
onbekend. 


Biedara Jawa» • 


Idem. 


to 


24 


Hooge gronden. 


Idem. 


D oeloe. • 


Idem. 


96 


24 


Idem. 


Idem.- 


» poetiet. 




»6 


12 


Idem. 


middel t^en kool 


Biekat nelabie. 


1 

Krom. 


ao 


16 1 Uem. 


Onbekend. 


Biatava. • . . 




M 


24 


Idem. 1 De TTnckt leren liB? 


Blambangan. . 
Blantie 


Idem. 
Idem. 


16 


24 

16 


Eoogo en lage 

gronden. 
Moeramigegron- 

den. 


Onbeklaid. 

• 

Toor df^ÜKNit L i. 
da^cUiek fwui 
bontmnteninbet 

ter vlet ta booA 


JBliedang. • • • 


Knm. 


66 


20 


Hooge gronden. 


Onbeken! 


Blimbing. • • • 
» bodoeh. 


Idem. 
Idem. 


10 
17 


12 
12 


Uem. 
Idem. 


De wttoAt om te H 
Uem nvncbtig. 


Boboek. • • • .• 


RegtBtandig. 


40 


24 


Uem. 


Uem lanr. 


Boeaija 


Umu 


ao 


3 


Uem. 


Onbekend. 



458 



uonrünno. 



njumf. 



or 



f 



i 



Bu|C* • • • • 



edjin(p. . . . 

CIOC* ° • • tf «' 

eiigien. . . . 
engoer. • « • 

• 4 

entitkU • .. w « 
crnee. .... 
ero badjoe. . 
Off pengaija. 
aliem, •• . . 

ante pi3ang. 

» talang. 
j> rawang. 

as 

oeas. .... 
iaog 

ie brie. • • • 

oengboeog. • 

idap 

dima merah. 



KiooL 



RegMUuidjf. 

lètm. 
Idem. 

Idflim 



Krom. 

Reg^tsUndig. 
Idem. 
Idem. 

Idem. 

Idem. 

Idem. 

Krom. 

RegUUndig. 

Idem« 

Idem. 



Idem. 

Idem. 

Krom en tenger. 



VmI. 

IS 



S6 

40 

35 



16 
IS 
16 



40 

40 
40 
10 
24 
24 

16 



86 

26 
6 



MomLAAn. 



10 

24 

80 

46 



10 
10 
10 



36 

24 
24 

4 

16 

3 

16 



48 

24 
2 



Hpoge gspoodeB* 



moenmige gRNH 
den. 
Hooge gronden. 

tf oenmige gron- 
den. 
Idem. 



Hooge gronden. 
Idem. 

Idem. 

Idem. 

MoerM^ge gron- 
den. 
Idem. 

Idem. 
Idem. 
Idem. 
Hooge gronden. 

Idem. 



ïïvt n unoniiu 
naivwaupPBr. 



Idem. 
Idem. 



Het hont wovdt in wnter 
gekookt y om hetxelfv 
een xekeren amaak bg 
te letten, hetwelk do 
inboorlingen drinken in 
itede ?«n ?erMh wnter. 

Toor piekftokkeny taai. 

« 

Onbekend. 

Hard hont, dodi Bonder 

gebraik. 
ToorPrunweni een balk 

kon gewoonljk ƒ30. 
Alfmeetingena»! 

Onbekend. 



Idem. 



.1 



Tooi' gtenAeimiddel. 

Toor gereiten Tin ka^ 
memen of Parangt. 

Onbekend. Het boot di^lt 
op bet water. 

Idem. - 

Idem. 

De Tmcblen eetbaar. 

Onbekend. 

Toor dakribben; 1 00 «tnka 
denelve koeten/ 3. 

De bait om er watenehep- 
pers(tiemba) ?an te ma- 
ken; het hont ia aacht, 

Toor atglen nn hniaen; 
een balk koet/ 30. 
Tot schaduw aan plantaoen. 

TninTrncht. 



Mé 




HAMER. 






BaUma poetie. 

Daimnar ósem. 

Dangkoe. . • . 
Dangloe*. • . . 
Dasal; 



Dadoro. 

Dekat 
Djaran. 



9 



Kfoaeaigp. 

lUgtfUndig en 

biced. 
Kiom en breed. 

Idem. 

Bflgttfaadif. 



Djaroem dja- 
roem* • • • 

Djatie. • • • 



Rtgtrtendig. 



VMt. 

6 
60 



ld 

ao 



Krom eD Ueiii» 



RegUUadig. 



Djangkang. . • 

Djamboe gedé. 
» iedjo. • • 
» oermawas. 
D kling.» • 
» pertokal. 

» kroepoek. 
)» boL • • • 
» aijer. • • 

Djedjaure.. • . 
Djeloh 



KttMB en nooL 



Idem. 

RegtiUiidif. 
Kxon en klein. 

Krom en groot. 

Idem. 

Krom en klein. 

Krom en groot. 
Krom en klein. 



i 



wr 



% 
10 

ia 

10 
17 



Aooge gromPiii 



Hooge groMMia 



«4 



10 



10 
«4 



Lage en boeg* 



ao 


04 


40 


ao 


10 


ia 


10 


ia 


ia 


10 


04 


18 


U 


6 


u 


ia 


ia 


ia 


10 


ia 


10 


10 


u 


8 



nooge gieuden* 
Lige gronden* 

Uem. 

ÜDoge gronden. 



dn* 
Hooge grondi 



Idem. 
Idem. 
Idem. 

Idem. 
Idem. 
Lege gronden. 

Idem. 

Hooge graiiden* 



Toinfnubt. 
¥«« bent of 



De 
OabekedL 



;^^ 



of 
D» tracbt 



te etai 



Uem, t ofeoge enbckm 
Het bovt ligty voor gc^ 




Idem. 
Idem. 

Idem; ook in bet ^ 

gne^ends. 
Tninmdit. i 

Idem. 

I 

Trachten om te eten, n 
snnr tu amank. 

Otabekend. 

De bent dient tot ge» 
middel bg Mkcreni 
iI^^MlW a«M« 



«u 



NAHEN. 


Ot UMI» 
HJLillU OT BOOB. 

• 


f 

* 


• 

s 


• 1 • ' 

OlOBn&AlV. 

» 1 . J 


vüt n vnomu 
nanaaumv. 






▼5c 


sf 






ddong Kar- 


KrpiÉ <a kfeiiir^ 


e 


2 


Hoogv gmMMB. 


Onbekend; debladnw* 


bouw. • . • 










wekken jeukte. 


x> Gadja. 


Idoiu 


iz 


S 


Idtm. 


Idem. - - 


» Roe», 


1 


6 


2 


Idem. 


Idem. 


jaotie. é • • • 


.Re|;UUiidig. 


M 


12 


idem. 


De Tradit om te eten. 

• 


lemanding. • 


Id4iii. 


M 


12 


Idem. 


Onbekend; een ligt bont* 


jerang. • . • 


K191B. 


12 


12 


Idem. 


De Tracht irofdc gegeten. 


1 . • 

jdotong. . f 


f e|tftaodig. 


M 


12 


Idem. 


Onbekend. 

• 


jerook jiogOv 


Krpoi. 

4 


16 


10 


Idem. 


TninTradit. 


)> jqpoeo.* 


Idén. 


13 


6 


Idem. 


Idem. 


» djoeda.' 


Idvn. 


\Z 


10 


Hem. 


Idem. . 


» rana.. • 


IdéK 


6 


2 


* Idem. 


Idem; eek f|k4Ma liat.' 


» kwee. . 


Idon. 


16 


12 


Idem. 


Tain?rad!it. 


» koeotjie. 


Idem. 


5 


2 


Idem. 


fdem. 


» poecoet.. 


Idem. 


ia 


12 


Idem. 


Idem. 

♦ * > 


» floeaoe, . 


Idem. 


6 


2 


Idem. 


Idem. 


» tipies. • 


Idem. 


6 


6 


Idem. 


Idem. . . 


jierek 


Idem. 


T 

6 


2 


Idem. 


DebUdentotgnHenndr- 
del bn nitaUg. 


joendjoog boe- 
kit 


RegUUoidig. 


6 


1 


Idem. 


Onbekend. 

1 ..... 


joekoet. • • • 


Krom. 


ia 


6 


Hooge eo lege 
gronden. 


GeiieeMudiel bg beete 
koortaen. 


s 

joho 


BegUUndig. 


26 


24 


Idem. 


Yoör Praaitwen Tan ge- 
ringe waaide. 


todcoe 


Kroo. 


)N 


15 


Hoege gronden. 


De Trackt' eetbaar 1 bet 


t 








j 


OTerige onbekend. 


k)eren 


BegUtandig. 


26 


24 


Idem; 


Idc n» . . 
On ekend. 

• t • • 


» antoe, • 


Idem. 


56 


46 


Molramigegron- 


» daauum* 


Idem. 


^6 


17 


'Bo4ge gAMBdertr 


'De nacbt .om ^ . eteft^ ' 





iianTAima 


s 


i 




' 


HIMEH. 


or uu>K9 


MOUKAAn» 




« • • 


■EumorBOOH. 










YÜt 


TS 


• 


1 


EmbatjaBg. • . 


ReeUUadis. 


a? 


a4 


Hoogt en lege 


TouiTnickt om ^^"^ 


Endalo 


Idem. 


10 


a 


Booge gionden* 


De wortel dknt om ka 
wntcrwMiWIjllcm 


Endaroe. • • • 


Idem. 


60 


86 


Uem. 


Tot atSleo Wk haU 


• 










per stok /S6 vitf: 


Endflaw. . * • 


Idem. 


2A 


4 


Idem. 


Tan de Imat mmki m 
tonwwvriu 


Endjalong. • • 


Klein. 


ld 


8 


Idem. 


Onbekend. 


Enpeaiiig. . . • 


Kiom* 


11 


a 


Ideoi. 


De bladen als gcneead 
del ittkMftmn. 


Epo. 


BegtiUndig. 


ae 


a4 


Idem. 


Onbekend. | 


Gaboet. • . . • 


Kram. 


ao 


60 


Moenumge gnm- 
den. 


In Mede Tan kaAboBt,a 
daarna ión^atg» 
goed te Termuijft 


Gading. • • . . 


Idem. 


16 


16 


Idem. 


Onbekend. . 


Gaijam 


iLiom. 


ao 


ao' 


Idem. 


De rvndit om te csa 










net ovengc TiFr*r^ 


Gamat 


Idem. 


ia 


10 


Hooge gronden. 


Onbekend. 


Gambier oetan. 


Idem. 


ia 


10 


Idem. 


Idem. 1 


GandMÏa. • • . 


Idem. 


aa 


16 


Idem. 


ToinmicbL i 


Garoe 


Regtfltand%. 


aa 


16 


Idem. 


Toor ttokkea van p/Am 


Garok.. , • . • 


Krom. 


16 


8 


Idem. 


De bladen woeden ge 
geten; 


Gedoentang. . 


BegUtandig. 


67 


64 


Hooge ca lage 


Toor di^fiioQt, beto<r 


- 








gronden. 


rige «"^^nrf 


Gerga.. . . . • 


Krom. 


16 


ia 


Hoege gronden. 


Onbekend. 


Getepam • • • 
Gidau 


Idem. 


aa 


16 


Idc». 


Tniuviucw. 

De afmctiiipn ca k 


v«« ••••« 




e • 














Ofciïge onbekend. 


Giero6. • • • • 










Idem. 


Gieneng. • • « 


Begtümriig. 


aa 


• • 

84 


idem. 





467 





imHTAIBU 


■■ 








HlMEir. 


Or MMOif 


1 


S 


noiD&Mii. 


nvt II mumiB 




■BBmoriooB. 


^ 




MMUCHAJflI. 






Tff 


IE 






rlaillb6ti6« . • 


Reguunaig. 


ZO 


ao 


Ifoenirigegio»*; 


Tobr liQiMtnleQ, tta^mêje^ 


• 








den. 


ide Tan /ij^ per etqk. 


» ïedjo. « 


Idem. 


96 


a4 


Idem. 


Ondbekend ; aleeht, hqi|U . 


» tikoesan. 


Idm. 


40 


a4 


Idem. 


ToortimoMriioQty de plan- 
ken wieid/a| peretok. 


roda goela.. . 


Idem, 


65 


44 


Hooge gnnden. 

» 


iToor ibgenneeten wtadt 
deae boom ichoon ge- 
booded. . • 


rioeta. .... 


Idem. 


M 


a4 


Idem. 


De liant dient tot ge- 
neesmiddeL 


rroeogang. • • 


Ideoi. 


00 


48 . Hoerurigegro»* 
den. 


Topr plenkeq vm I^MM»^ 
Iren, waard/4per etok. 


[arop 


Klom. 


16 


16 Hoo^ gfonden. 


Onjiekend. 


rarwan 


Regtfta]id%. 


M 


•4 lege gronden. " 


W lnHÉfcievfrln d« bo- 
kenlinden. 


[aleij of ]>jelij. 


Kron. 


18 


1< Idem. 

1 


OnMtelA,'"' ,,•!> !••. 


[oewo 


Rq;tita&d%. 


ao 


1^ Hooge gitmden. 


Bei zwirt gespikkeld kont 












TJwr 'eldÜLen'Tatf pieken. 


foebieofOebie 


Krom. 


ia 


10 


Idem. 


Ón))ekend.- • i; 


oebte.. • • . 










. . . .:'■ tiiijn. " 


oerang. ... 


Id«m. 


10 


6 


Idem. 


Idemj^ •..■■• ;; •:,/: 


Jj%jd0 • • • . 


Xegutandig'. 


40 


ia 


Mbefuiige gron- 


• fiel hout Toor stokkea^Mu^ 




' 






den. 


t>iekeii kat acl);y]{i* 
ten eren ais bamboes. 


piel 


Idem. 


40 


ao 


Uem. 


Toer planken tan Piaan- 

wen^niet stetkpnank 
/ a per stnk. 


aboe kaboe. • 


Idem. 


aa 


17 


Hooge gronden. 


Toor geweerladen en in- 
iandschc violen. 


aloep, • • . . 


Idem, 


60 


48 


Idem. 


Toor Hgle planken^ debasi 
dient, tott^bmdpl w» 






1 


, 




buizen. ^ 


ambaw. • • • 


Idem. 


16 


ia 


Idem. 


De Tnidit is eetbaar, bet 


. 


■ 


1 




t 


pvèiige onbekend." 



«68 



mMi. 



f.i ïi 



» ./. 




Biofsrijnna 

I1I8I11 OF BOOH. 



Kambin^ 



• • • • 



• • 



Kapas angrifl» • 



Idieiii. 



.: ' . « • 



Kapoer. 
Kqpok» 



é *>'■ m m 



Kapong kapoDg 

KasaDg waleij. 
Kasaij. • 
Katimoho. 
Katoog katong 

Kawo 

Knwan. • • '• . 

« • 

Kedawaog. • • 



• • « 



• • 



Krom. 

Bfgttftinfl^ig 
Idem» 



IdOB* 

Idem. 

Krom. 

Idem. 

Idem. 

Idem. 

Kmm en leag. 

RegUtandig. 

Idem* 



« • 



,• •• 



Kedawong 
Kedemaag. 
Kedempod. . • 
Ked^ier 



I* • • • 



Idam. 
Kiom* 
RegtiUmdig. 
Krom. 



I 



ToeU 
VI 

44 






14 



16 



S6 

40 
16 

ld 

14 

10 



n 



rR0II19liinL VO 



iruT 



♦ '. 



ia 

10 

16 
S4 



80 

64 
64 

16 
116 
6 
60 



67 



60 



16 



16 



16 
16 
16 
18 



lEooge gnmdea. 
Idem. 



Idem. 

Uem. 

Idem. 
Idem. 



jDdoge en lage 

gronden. 
Idem. 

Hooge gronden. 

Idem. 

Lege gronden. 

Jdem. 

.Pooge gronden. 

Hooge en lage 
gronden. 

Lage gronden. 



Hooge gronden. 

Idem. 

Idem. 

Èooge en lag» 
grondeQ* 



De bait dient ta^giB^ 

middel in lniik{35a> 
ToorHniAovir^edktcr«H 

ni^ in 

ondni 
Onbekend; bei k^ | 

neer bard. 
De nti«jit leveit aeo M 

katoen. 
Onbekend; betboall^ 

De Ttncht l e t ctf e ea w^ 

g.0T«k.UXO,4.^ 

kende f lyeft. 
Idenu 

De balt ai wortel difli^ 






Onbekend. j 

Idenif 

Toer gewcerladctt. 

Toor bamen. 

De gewone koffijbeoa* 

Tow maübonten fia S 
neeacbe Jonken, vifl 
/ 60 per ftnk. 

Toer timmetboot, kul 
waarde /6. Toor g« 
neesniddel bg onttf 
king. 

Tegen kwalen in de bd 

« 

(kibekend. 

Idem. 

De Tradtteni^n eclU0 



4fi» 




kaién; 



ftuniAinie 
■VMTiE 01 aoov. 



ELedjang* .\ é 



1 1 i .. ■> 



J-J ... 



Le4aadoxig. 



• • 



• • • • 



^(pnrmnfl f. 



«- • •' • 



» bada. 
tembasoeparie. 
S^embotan. • • 

Ejemetas» • • • 



ELemirie;. • « • 

D anta. 

KemoeniDg doe- 
soen. 

» oetan. 
Kenango. • • • 
KiendaL • • • • 

r 

» rawaog. 

Kendaüoofljan- 
dano oetan. 

Keniedie. ... 

Kepayang. . . 



Idem. 
Idem. 

f 

Idem. 
Idem. 
Ktüm. 

Uem. 



Bh 



Kkoou 
Idem* 



a 



Ideniu 

HegtfUndig. 

Krom. 

ff 

Mem. . 

Kram en Udn. 

Uem. 
BegUUndig. 



▼oet 
1» 



1» 



S5 

I !• 
6 



6 
» 
16 

16 
6 

10 
82 



40 
1% 
4$ 

4$ 
It 
1» 



86 

24 
12 



1». 

24 

24 

24r 

2 

6 
24 



; !i'/'./T/Tnai! 
«lOUrtAATl. ' 



Heoge groudett^ 



Idem. 
Idem. 
'Idem. 

Idem. 
Idem. 



Hoog« en lege Jdem. 

■gronden. 
Hooge gronden* 



VUT n 



*i 



Be w^xiy^wtApkmhi 

. indnnkwttl^.en.e^Qi 
gebmikt; de saniadH 

Trachten tgn eetbear. 

Onbekend. 

ut Tracht i^ttuC gtt^etétt s 
er sgn nue en aoete. 
Idem nnnchtig. 

Onbekend. 



V. 



•J» 1 ' i • il V 



Idem. 

Idem. 
Idem. 



Idem. 

Idem. 

Hoeraaril^egron' 

den. 
Idem. 

Idem. 



Idem. 
looge 



De tracbt weidt gegeten 9 
hetbUd.difnl{i9jB99r 
Jdektene «Ie geneee- 
n|iddel. 

De bekende olie getende 

▼racbt of noot. 
(Mi^kendf ' i ^ /'♦ 

Bet hgnt TpcwJWi^^ 
den ; men Tindt er ge- 
epikkeld .ondob 

liem. / ...' 

De bekende vracbt. 

tit de-midijl wvrdt l^m 

getrakken. . . 
Idem. . . 

Onbekend. 

De Tracht iroidtgfl||ettfU 

De jnacht krwtt olie om 
bg bei fle4 gebeiigd 



I . te 



woeden. 



«60 



KillïH. 



MMS/ntAMïïn 
OF Kim, 

Of 



I 



Kjenooenliiigr. 
Kersaüie* • • 

Kertims.. • • 

Kesemak. . • 
SLesoembo. . 



Keta tjoeljD. . 
Ketapang. . • 



SjetcnAoii* • 
Ketioe. • • • 



Kelgapie. 
Setjapa. . 



k ■ 



Sjetom. • • 
Kietoembd. . 

Xlampaijan. • 

Kkpa 

» toqpei. 



JUat. . . • . 
» tawaog. 
j> lapies. • 



■ > 



Idem. 

IdfilB* 

JUdB* 

Idem. 



R^ltiUiidig. 



Idem. 



Krom. 
Restitiiidiff. 

Uem. 
Kxom. 

BegtsUndig. 



Begtftaodig. 

Uem. 

Idem. 



Idem. 



TMt. 

6 



15 



10 



86 
87 



16 



1» 



1» 
40 



16 
16 
16 



4 
1 

10 

It 
16 



flooge gnnden. 
Idem. 

Lege gnmdeo. 

Hooge gcendeii* 
Idem. 



64 

46 



16 
66 



84 

10 



60 
16 
64 



64 
64 
64 



Idem. 

Lege graodeo. 

Hboge gronden. 
Lege gronden. 

nooge gronden. 

Moeiemige grott" 

den. 
Hooge gronden. 

Moemnige gron- 
den. 
Idem. 

Hooge gronden. 

Lege gronden. 

Idem. 
Idem. 



0e vracht om te 

Gekookt 

del in heelt koartm. 
De bladen qn 

der 
De Tracht wwdt g^S0n 

D9 Tracht di«nttetii« 



De vracht one ie eta 

▼eUchtig. 
Devrad&t is miiir, vnof 



bniik nn^im\m9yA. 

De vracht als 

del in koode koeitt. 
De woitel levert «Ik ki 

het eten giAesigd w» 

dende. 
De vracht vwedt f^ffi^ 

OnhtkmuL ' 

Idem. 

Idem. 

I 

Idem. 

De bekende KUppop)*' 

De vradit wordt gi^iin 
en levert oekohevi* 
adülderrinr. 

Onbekend. 

I^. 



deUé 



4«1 





1 


g 


i 


• 


lur mr imopmu 


NAMEN. 


1 Or SBOB, 


, «loimA&ii. 


, 


■ 


mRn Off BooH. 


^ 


4 .-'.•■> 


mniCEAim. 






TST 








n 1 1 gliQ K1C> ' • • • 


Kioai. 


ia 


18 


MoeramigegMm* 


De Tim^Ueftii pUf ^ 'wffHr 


_ 








den. 


kthfih^tt^^f^i^ 












woidt. 


Kloempang ba- 


Aeguundig. ' 


se 


M 


* 

Hooge gronden. 


Onbekend ; hont oni^ierik* 


toe. • . . . • 




V 






• • • • » ' 

• 


Kloeton nangka. 


Idem. 


^ 4 

44 


48 


Idem. 


Toof FfttthWei^ PêHiJdU 
lim^genoemdi die Tan 
een boemeum gemaiJa 
wolden; iraBide/70» 


» r^ies. • 


Idem. 


44 


48 


Uem. 


Idem» tteiker Moit,/ 100 




• 


« 




■ • 


wamda • * 


Klowang. • . • 


Idem. 


44 


86 


Idem. 


Onbekmid*;^ ü .\ 


Koekoertn. . • 


Idem. 


16 


18 


Idem. 


*^^^*i^ • • 9 1 • ^ W^ 


Koelim. . • • • 


Idem. 


88 


88 


Moezurige gron- 


Toor knimt^len, ter witr- 


■ 


/ 






den. 


de Ten ƒ 15 het atnk. 


Koembang. • . 


Idem. 


27 


84 


Hooge gronden. 


De wan tracht wwdt ge« 










• 


geten. ° * 


» koero. 


Idem. 


87 


84 


Idem. 


u^ 


» rawang. 


Idem. 


88 


84 


Moenmigegron- 


Idem. 






'i 




den. 


• • • ' j 




Idem. 


27 


88 


Booge gronden. 


Itabekend* 


KoBgkie, • . '• 


ILrom. 


19 


IZ 


Moenmigegroki- 
den. 


'Idem. 

» 


Krandjie, • • • 


Begtetandig. 


65 


60 


Hooge gronden.' 




w 


■ 


* 




.. i ' 


neetche Jonken» muA 


* 








1 

/ 


/40; de Tmckten eet- 
beer. 


» boeroeng. 


Idem» 


66 


50 


Idem. 


Idem, ileèlrtg/10 Wtard; 




■ 




• 




de'Tn|ckt.wo«dt mik 
gegeten. 


Krang-krang. . 


Idem. 


40 


15 


Moenmige gron- 


OÉibekend; het kont ligt. 




» 


■ 




den. 


' . 


Kra3 tallo* . • . 


• • •••••%! 




1 




▲finetingen emuonbekend. 

• 


Kratoeni» • • • 


Kram. 


18 


8 


Hooge gronden. 


Onbekend. 



*$2 



KlHEN. ' 



Wg' 



• • 



Kweeoie* • • . 
Laboe.. • . . . 

Lakom* • • • « 



Lakie. • • . « 
Lalieng djiwa. 
Lamboer. . . . 



I • » • 



Lamkoeboer. • 

Lampas. • • • •. 
Lando 




BegtsUndig. 
Hem. 






Langkap. 



luDgo, • » . • 
Langsat^ • • • • 

^•. 1»- ' loea. % 
Lawimg. '• • , 

Leban*. • • • • 
Ldabié 



Idem. 
«Idem, 

I -■ 
I ■ ■ 

I 

I 

• .' 

Hegtfltandig. 

I 

Kroia* 
Regtüuidjg. 



IfiCflL 



Idon. 
Kram. 



Ufitt. 



16 
65 



'- 



" • 



6 
18 



6 

ld 



Mottiinge gion- 
dm* 

Booge grondeiL 

Idem. 

Idem. 



6 

8 



IA 



14 
16 



16 

10 



U 



ia 

84 



18 
18 



Idem. 



Idem. 



Op koogeen lage 

gronden. 
Hooge gxonden. 



OnLckend. 1 

Idem. Het koot ]i^ 

TéhtwradiL 

Onbekend. 

y oor maften fin fno^ 

De bladen 19B a f 
brnik hfl hdhd 



Idem. 



Uem. 



l/H fl H, 



d«n« 



Otabekend. 
TUnTrad&t. 1 

De Tracht ww^óA 

* 

vanaeep bg het wuk^ 
▼an goed gtbta^y 
Java Lerm g«»^ 

Gekookt iOfgeoeoDi^ 

in koode kooitt^ 
Idem. 

foor dakribbeo, edi 
ligt Tan aoort. 

Toor piekstokkcD, W 

waaid/1 per*»* 

Afmetingen enLOobe^ 

De Tracht woidtf^ 
menfindtdenbM*' 
tuinen en ia^v"' 

Idenu 

0e baat dient gekoob< 

drinkwater tt «* 
tnen. 
De wortel tot foetfp'* 

De bartalig«ieemv 

In koode fco«rt^ 



M> 



:kamëh/" "^ 



BiurCl Off BOOK. 



I 



l,'i<* 



lit. 



wr nr 
mnisciuppui. 



!• I II • 

é m 9 



xnpaong. '• 
xnpatoe. 



• • 



srapoui^. • • é 

^ngkawaijb • 
^oendie. • . 

» O^Q» 

inoesoetan. . 



Idem. 

^egt8Uii%. 

I 

Kioou 

B^tsUndig. 
Xioim 

Idem. 
Idem. 



«oeng 



• • • 



Idem. 
Idem. 






ttabang. • • • 

Hohaifl* • • • • 
Hampat** • • • 

llanav. • • . • 

Hanglie.. . • • 

Handjan. • • • 

HaDgoeog. • • 

Mangnoe. • • • 

Manies. • • • • 



Idem. 



Begtatandtg. 
Krom. 



BegUUmdig. 

Idem. 

Kiom. 

M 

Idem. 
Krom. 



! 



ia 

1» 



ia 

ia 
a4 



a 

aa 
a 

a 

10 



a4 
a 



10 

ia 



ia 
ao 



ld it 



ao 

ia 



a 

40 

4a 
ia 



ao 
ia 



» * 



■tl' 



. 



ia 

ia 

a 

a4 
a4 



Jloeruaige'gfMi* 

!g«n. 
H#oge gronden. 

Idem* 

Idem. 

Idem. 
Idem. 

f 

Id^. 
Idem. 

Idem. 

MoentfUge gron- 
den. 

Ho<^ gronden. 

Idem. 
Idem. 



AU gennmMel b Aaüo 
koortsen. 
Idem. 

^Yoor hnubovw ;^' «NmN 

d^ ÏAjlf^O |i«Pli4ld^ 
De bladen als geneeonid- 

' d^.WlioniJiiiale«u 

Onbekend. 
De bUdëtt;iot verkoelend 



1' 



M " 



jideffl. 



r . .*)i;»»u j i^ 



'1 



Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 

■ 

Idem» 



meld gekookt drink- 
water, 
bnbekeiïd: ^ 

De bladen worden gcg^ 

ten; bet boi^t is niet 

in gebniik^ 
Het hout' is li^, 'de 

ascb er 'tan tier^èkt 

jeukte. 
OnbekendJ' 

lis geneesmiddel by bnik* 
p^n; de barst er van 
^ bg xtkere'nitBlag. 
Onbekend. 

TninnncbL 

Idem.' 

Idem. Het bont ïè w»tr 
bard. 

De bast de •beende' fat* 
n«el, minder in.mii 
als die «nOaylon. 







404 




' 


' sriMsk; 


ftMnTAm» 

Or.«BOH> 


7 


- 




vur mm imanm 


'■••.•« 


■vnmoiiooK. 


^ 


s 


• 




MBhtJk mimok. 


B«gUtand%. 


16 


BOO^ glQUOttk 


OübdLcmdf denwkJ 


• 


.• 








cene bedwelacake 


^ 


■ 

• 






■ 


genachAp. 


Ihrap..* • • • • 


Idem. 


ao 


S4 


Idem. 


Dt micht ooi k cM' 


Hedaoff iiatoe. 


laem. 


30 


S4 


Hof imiye gwap 


Toot gewwm 1 i— iM 




• 






den. 


WMmdeyS jw«* 


» biaw«k«.« 


Idem. 


SS 


SS 


Hoo^ giQodeii. 


Minder sterk èÊmèteo 










• 


•t^aooity wiudc/t 


: » boengkod. 


Idem. 

m 


26 


S4 


Lage grondeiu 


• m 


» djangkat.. 


Idem. 


SO 


20 


Idem. 


Idem, waaide /!• 


» kladie. . • 


Idem. 


S7 


S4 


Idem. 


Idem, waarde /'t. 


- » koening. . 


Idem. 


SS 


24 


Idem. 


Idem, waaide /l. 


" » 1(^. • ; . 1 


Idem. 


SS 


24 


Idem. 


Idem , waarde / 1. 


» lampanie. 


Idem. 


ao 


24 


Hooge graoden. 


Timmeilioiit Tan m»^ 
kwaiiteat als v«s 


•- 


r 








waudeV 0.7S. 


» magelang. 


Idem. 


SS 


24 


Idem. 


Idem, waarde /l. 


» .pelampoQg. 


Idem. 


26 


24 


Idem. 


Idem, waarde / 1. 

• • 


» . prawas. • • 

« 


Idem. 


so 


ts 


Idem. 


De gedroogde bUden&- 
nen ab geneemud^ 


» rawani;. • 


Idem. 


Z9 


24 


Idem. 


De Pftel.lieea op ^^ 
•ene waarde tih/^ 


» sangka. • . 


Idem. 


IS 


12 


Idem. 


Onbekóid! 


» dawang. , 


Idem. 


SS 


22 


Idem« 


Het il om BMde te tia- 




• 






• 


merea ODrtadL , watf^ 




• • 


. 




• 


/.^•. . . 


» telor.. • • 


Idem. 


SS 


12 


Idem. 


Idem , wamde / 1* 


Mda boewij. . 


Idem. 


44 


as 


Idem. 


• • 

De boom wordt joorhgtar 
aesten fchooo gchoaden. 


» karas. • . 


Krom. 


IS 


12 


Idem. 


Oabékead; 


Belantap. > » 4 


. RegtfUndig. 


IS 


12 


Idem. 


Idem. 


HdapeDgaB of 


Kram. 


SS 


SS 


Idem. 


• 

Zeer hard om te bewer- 


Pengeiu . • • 










keo, niet b gekmit 



466 




idingan.. • . 


RègtlUttdig, 


lebekao* • • 


Kroni, 


lepanie. • . . 


• 

loenu 


lesira. • • « « 


ijen. 


likoeran. • . 


RtgUttadig. 


Ddorahan« • • 


KroBu 


cidepoeog • . 


idem» 


Dgetoeog. • . 




ograwa batoe. 


Iden» 



» 



boenga. 



1» 

IS 
97 

ia 
ia 



88 



Idem» 



ia 

34 

ia 
ia 
ao 

sa 



liige en hooge 
grandiciia 

den. 



S8 



S4 



Hooge gnmden. 



» lielien. 
» soengoe. 

^es. . • « 



Idem. 
RegUUndlg. 

Idem. 



38 S4 ld 



gkoedóe of 
^ngkoedoe. 



S8 



as 



24 



Ident 



44 Idem. 



Idem. 



Krooi. 



ao 90 



» OeUn. I Idem. 



16 



16 I 



IS 



IS 



Moenmige gron- 
den* 
Hooge gronden. 



Idem. 



Yoor Pnanwen. 

Teor kleine FtoMUwen 

weerde / O^SO. 
Onbekend* 

Idem. 

* 

De Tmckt woidl gegeten» 

Onbekend* 

Idem* 

Idem. 

Teor timmeiliont , ettjlen » 

mastbooten; de berrt ie 

de bekende DawÊmar 

mattt kot^ing; weerde 

/tiO eenboomMam. 

Idem , doch minder eteik ( 
de bent ie onder deielf- 
de beneming bekend; 
weerde /a per item. 

Idem. 

Idem , de bent els boren ; 
weelde / a per etem. 

De boom wordt vwtr be^ 
jenneiten. scboon ge* 
bonden; de etem dient 
on er rgetmolene ven 
te meken, eckterepoe- 
dig Terrotteade. 

Onbekend. 



De Tmelit ie eetbeer, d^ 
wortel dient om linnen 
Mvin te verwen. 

Idem. 

80 



NAMRN. 

• 


aiGTSTANBia 

OF itioa, 

HiESTia OF lOOH. 


t 


• 
• 


1 


■" 1 

HVT BV mZflOB' 

KUBnaurfB. 






Voel. 


SSSr' 




, 


Mengnoengf. • • 


Ktobi. 


26 


a4 


Hooge gmideii. 


Onbekead. 


Menindjo. • • . 


Rfgutuidig. 


16 


ia 


Idem. 


Tslnnvdit. 


Menjan 


iSfou 


2Z 


16 


Idem. 


De hMxA 'u ^ee4 


• 


, 








Vieróok oT Bofl 


Meramboe. • • • 


Krom. 


IZ 


ia 


Idem. 


Onbekend. 


Merampoeijan. 


Idem. 


ia 


ia 


Idem. 


Devtaditiraè^ 


Merauggoenan. 


Idem. 


ia 


8 


Idem. 


IdenL ' 


Merantee boen* 

sa 


Reguundig. 


sa 


a4 


Idem. 


OryAootToordeadll 
waude /3. 


» paija. 


Idem. 


56 


36 


Moeraiogegio»^ 


Toer Vnaawcn. tt 




» 


• 




den. 


is specifiek nrauM 
betwmUr; vaüil 


» sepang. 


Idem. 


44 


34 


Idem. 


Toor dqifluMit; « 


Herasam* • • • 


Idem. 


36 


28 




OubdLcnd. 


Kerasepang. • . 


Kkom. 


6 


6 


Hoenmigegmi* 
den. 


Idem. 


MerdjÜie. • • • 


BêgtsUndig. 


16 


ia 


Idem. 


Idem. 


Meriawo* • • • 


Idem. 


aa 


16 


HiDog« gfonden. 


Tot hoiiboaw. 


Heriangie. • • • 


Idem. 


16 


ia 


Idem. 




Merian ftimoe- 


Idem. 


6 


a 


Idem. 


Dè wortel nb m« 


nan 






■ 




totrerbetenn^v 
kookt drinkimd 


Herimboengan. 


Krom. 


ia 


ia 


Idem. 


Hb VTwStkl nk gend 


^_^p V tt V 










del in genmeUd 


Herk06Eijtet. • • 


BegtsUndig. 


ao 


84 1 Idem. 


De «aa levert ifi 


• 








• 


maf dof er. 


Mersala 


Krom. 


10 


6 


Idem. 


Cbbekciil. 


*Hersa. • . • • • 








1 


Idem. 


Mersiap. . « « • 


Krom. 


• • 

18 


• • 
8 


Idem. 


Idem* 


Hertapie. • • » 


RegtHandig. 


16 


18 


IiLem. 


Idem. 



467 




NXMEJX. 



tjapit. • • . 
oebie. • • • 

idic • • • • 
ibar of Oebij. 
sdan* • • • • 



sloe. 



5^' 



g^asane. 



• • • 



ia-Nam. • • ■• 

ingko 

» oetan. • 

ipo 

laroe 

uie, . . • . • 

enangko. • • • 

jalim 

jawa. 

jato 

fjelanding. . . 
lipies. 

^ar oebar. . 



BEOTSTAirSIG 

or MMom, 

■tsmtOf lOQH. 



XfOBII* 

Idem* 
Idem* 



UeBL 
Krom. 

Uein. 



Idem* 

Ideü. 
ïAeoL 
Idem* 
BegUUodig. 

_ ► 



Idem. 

Idem. 
Umi» 

Kioni* 



QuagfWLun* 



ao 

6 

u 

aa 
ia 

aa 
ia 

10 



ia 

IS 
18 



ia 
ia 
ia 
as 

ia 



ia 



ia 
a 

10 

44 

7 

ia 

5 



8 

ia 

ia 

a 

ia 

a 



13 
8 

a 

30 

13 
13 

16 



Hooge grondta. 

Moenjoge gron- 
den. 
Hooge gronden. 

Idem. 

Voeiiauge groa- 
den* 

» 

Idem. 

Hooge gronden. 

Idem. 



Idem. 

Idem. 

Lage gronden. 

Hooge en lage 

gronden* 
Hooge gronden. 



Idem. 

Idem. 

Idem. 

HoeramigegnNH 

den. 
Hooge grondeH. 

Hooge en lage 

gronden, 
■oennige gron» 

den. 



HOT ur uizomu 
sionacBAPPv, 



Qnbekendb 
Idem. 

De bloeaemif welriekend. 

Obbcktfid* 

Uem.. . . 

I^em. 

l)e bladen ala geneemid- 
• del bg bnikpyn. 

Wegene denelrer bloe- 
men in toinen aange» 
l^weekL 

Om de Trachten in tuinen 

• • • * 

gebonden. 
TnihTflidit.' 

Onbekend. 

Idem. 

Idem* 

« • . , 

Het bont ia fijn en wordt 
Toor doodkiateQ g»- 
brukt. 

Onbekend.' ' ' 

Idem. 
Idem. 
Toor Friaawien? fitude 

OobekeodL ' 
Timmerfaont; waarde/ 1. 

Onbekend. 

30* 




Oedjooigab^ 



Oeodang'- 

^Dg 

Oenglien. • • . 



Cicnit Focn* • • 
Oerdieng. • • • 
Paboeng. • . • 

Pab. 

PandiDankoeti- 

jit. 

Paoe. 

ParaL 

Paroe 

Pasang-pattuig. 
Pa^. 

Pawldl>ie.. . • 



Utm. 



44 



ia 

16 



18 

6 



a4 



HoBg« oi lige 



f% de FkUL 



Ueai« 



Idea. 



legUtandi;. 



16 

6 
6 



6 

ia 
a4 

16 

a 

a4 

ao 
ia 

ia 

I 6 

6 

a4 



Hoog» 



lif 



nooKO OB li^S^ 



Uca. 



kfd< 



.■tol 



/ 



UO Df KWifliB 

Tot bJT oegMl 
kookt dbankwaiter. 

Ub sBte vnukt www 




Toor kMden 



Hoogo gnodcn. 


Bet koBt foorroeupu^ 




u BMT kud ca taji 


Uem. 


Do bbdtt oa de sa; 




rood te TCfwea. 


Idem. 


ki tnJnflB om de bloed 




gekoodei. 


BooiMiusKmH 


au do Tradd wofdt « 


den. 


Toor kct dea ea ^ 




kot bnoacs bereü 



469 



■■ai 



NAMEN. 



VOTSTAHBia 



or 



HKismoriooM. 



iado 

[aw of Pqfo. 
beL 

laga. . . . • 

ines. • • • • 

repot* • • • • 

rlakan. . • • 
taling 

ras. .... • 
tja pingan. • 

D prioL • • 
itee. • . • • « 

nang tawan. 
adjo. • • • • 

langas 

lawan 

odoet 

oeDgo. • • • • 
oenjoeDgkied- 



Kroo. 

BegtHandig. 

Idem* 

Krom* 

Regtstandig. 



B«gtiUiid%. 
Umi« 



Rigtflaiid%* 



Idem* 



BegUUndig. 
Idem. 

Kronk 



Idem. 
Idem. 
Idem. 



■« 

s 



Voet 



16 

ia 
ao 

10 
20 

ia 

60 



S 

sa 






OEOIIPUAn. 



a4 

a4 
a4 

a4 



10 



o 
o 



ao 

ia 
a4 

* 

O 
40 



1 
80 



Wn KV BUMOBiaB 

, noBiscHAmv. 



ia 

a4 

8 



ia 

6 
6 

a4 



Koemnge groo* 
den. 
Hooge grondeii. 

JloeiiMige gmii* 

den. 
Idem. 

Hooge grondeii. 

Lage gronden in 

aeewtter. 
Hooge gmiaen. 

Idem. 

Idem. 

Hooge en kg« 
gronden. 

Httoge gronden. 
Idem* 



Idem* 

Moenmige gron- 
den. 

Hooge en kge 
gronden. 

Idenu 

Hooge gronden* 

Idem. 

Idem. 



De fnidit ie eetketr^' *- 

De-Tracht woidt gegeten ^ 

en geeft ook olie. 
Chii>ekeiuU 

• • e • « 

To^lKMitwenngnnPnaa* 

Wen.^ 
Toor piekfltoUcn, «eet 

taai en fijn. 
Onbekend; * * 

tdem« 

De Tracht ij eetbaar, het 
h<mt voor timmerweik. 
Onbekend. 

Tot maften fan diliiesche 

lonken; waaide/ 60 

per etnk/ 
Onbeknnd» . 
De Tracht wordt gegeten s 

meikTiodi de» boom In 

di9 tnyien. 
DoTToeht aligeneeoniddeL 
Üe Tracht om te eten. 

I 

• • • • . 

Het bont ia haid,doch ligt 
aoheueodo) daerem nlü 
.in gebraik. 

Toor Oborê of fakkeli. 

Toor stieléi Tan kapb^Ien. 
Ohibekend, 

• é • • . • 

Idem. 





liaTSTAlfSlO 


i 


1 




inrr ■■ wsnaam\ 


KlMEüt/- • 


OF UOH« 


1 


xnmmcBArm. i 




HiBflTia or loov. 












1 




1 


Poeatk kaijoe. 


Reguun^. 1 


to 


•4 


Hoog« gxondeq» 


De Tvndit om ti «^ 


Poepodj. • . • 


Id#m. 


2Z 

» 


84 


Idmn. 


Idma, IS mludtis' 


/ 






• 




ioMmk engocdtf 
te leggen. 


Poeroe bia^raL 


tMOÈé 


86 


18 


Hem. 


De ^racbt tf eete 


Planangr. • . • . 


RegtiUiidifj. 


44 


86 


MoefUiigt gfQQ> 


Toor Pnanwen; vri 


' t 








den. 


/^ 


Radja. • • • * * 


Krom. * 


ia 


18 


Id«m. 


OiJtekend. 


» boenga. 


Be^isUndig. 


16 


6 


HoDge gronden. 


WeliieLende bktf. 


Bamaw. . • . « 


Krook 


16 


18 


Idem. 


De Tradit is eeikii,! 




• 






hoat tot gewtfiM 


Rambie aijam. 


iUgtit«ff4ig. 


44 36 


flooge «B lige^ 


Toor, Prannweo, tm 


É 






gronden. 


niet sterk ; wiff^J 


Ramboetan. • . 


Ktoni» 

1 


26 


18 


H#oge gronden. 


TninTradit. 


» algeh. 


Idem. 


16 


18 


Idbem. 


Idem, beste scwrt 


oetaa. ^ 


Idem. 


16 


18 


MpeiaMigegfOB» 


Ingel^ks eellMir, M 






1 


den. 


in het wild |i«f^ 


Rampas. « « • • 


Idem. 


16 


»# 


Hooge gronden. 


Onbekend. 


Raogda. • % •- • 


Idem* 


16 


1^ 


HfiDenmigegroa* 


De Uil ds goeem^ 


\ 






; 


den. 


' 1^ xw cien en ss^ 


Attogdoe. » . • 


BegtiUndig. 


86 


18 


Idem. 


Otobekcnd. 


Rangoeng.^ • • 


1 Krom. 


80 


10 


Hooge gronden. 


Devraditwoidtgcgc*^ 

tefMs.lnim«i< 












in IveUL 


Raoe. 


ftegtsUndig. 


^ 


80 


I^em. 


De annmciitjge ff^ 


1 
• 


1 * 








wopdt gtgeim* 


JUwiinala* .« . # 


4 


66 


40 


Idem. 


Levert de bekco^ « 
look Jlasosisls | 


. " » 


» 


j 






QMmd^ 


Rasoe. . • . . . 


• Idem* 


» 


3 


, JtoenmigegTOn- 


Onbekend. 


« 








den. 


OeTiiiGkliicetbMi;^ 
In toiMtteBii^*^ 


• 

Rawa-rawa; • • 


Idem. 


44 


86 


Hooge gronden. 






















1 voor. 



471 





uoTvriKiua 




g 


1 


iroT nr uizosbiu 


NAMEN. 


Of. KtW» 


«aOIIfUAIB. 






siisni Of looB. 


^ 


a 


• 


ixonrsGHAniir. 






TST 


sb: 




* 


djaw. *. • • «u 


.RegUUndig. 

« 


83 


24 


MDaungv gion* 
den. 


Onbek«ai 


imbia. . . • '. 


Uem. 


«5 


15 


* 

Idem. 


üit de *eum Tan deze Palm 


• 


• 






• 




sa • 


Xron. 


16 


12 


Idem. 


Obl^keod. 


D flloeang* . 


IdcB. 


16 


12 


Idem. 


Idem. .... 


eboe-rieboe. 


Idem. 


12 


6 


Booge gronden. 


Idem. 


» Icaijoe. 


Mem. 


16 


6 


Idem. 


* • • 

Idem. 


inang-iiiim^. 


Ilem. 


18 


6 


Ilem. 


De Tradit wordt gegeten. 


ingas bener* • 


Ilem. 


W 


24 




Toor Praaniren, U zeer 


« 


» 




1 


den. 


aleik; waarde ƒ 10. 


D ïfO^Toea^g. 


fiecUUndiff. 


90 


13 


' Idem. 


, Menbelluvit , aokoon ge- 


. 








« 


▼lamd ; waarde / 10. 


imbego. .♦ .. • 


Krom. 


12 


12 


Idem. 


Onlttlund. 


iogioang. ^ .« 


Ilem. 


28 


24 


Hooge gnmdsii» 


TaiBTmclit.. . 




laem. 

i 


12 


6 


Hoeranige gion* 


De zanraclitige tnidil U 


■• 


• 






den. 


eetÜaa^. 


liwan. • . .-» 










Onbekmid, 
Idem. 


loc 


Begtaunaig. 


9 

88 


• • 

12 


Hoog* en bge 




1 






gronden. 


• . • 


loeis* • . • .^ 


Krom. 


16 


12 


Idem. 


De ftncht ia zmr «n wordt 


. 










«i^CteQ. 


taboet. .... 


Ucm. 

1 


.W 


12 


Hooge groodeQ. 


Onbekend. 


h«a. . . i . . 


• 


w 


12 


Idem« 


Oe Trncht woidt^egefiBn 
en ook gebezigd om er 


• 


1 








24 dezer rrachljes we- 
gen J Spaansche mat. 


iahang of He- 


RegUUndig. 


26 


24 


Idem. 


Toor pUoken of tot Praan- 


dang sahang. 










wen; waarde/ 2. 


Sak 


^rom. 


6 


8 


Idem. 


Onbek^V ' 


Balie of Salaii. 


Uem. . 


16 


12 


Moenmige gro»' 


Uem. 








• 

den. 


• 
* 



472 



ViMgS. 



MMnrArai» 


jj 


s 


Or KBOB, 


5 


nBRiaoriOQB. 




yöST 


Dolik 


KesUUndle. 


!• 


12 


Idem. 


ie 


12 


Knol. 


16 


12 


AQiCD&« 


ld 


12. 


BegtsUndig. 


20 


12 


I40m. 


26 


82 


KfOBU 


10 


24 


I4ei^ 


24 


24 


Idem. 


12 


12 


UeoL • 


12 





Ideok 


12 





BcgUUndig. . . 


.22 


12 


Idem. 

• 


10 


12 


Kram* 


12 


12 


Resliteiidup. 


20 


12 


Kiom. 





2 


Idem, 


12 





Idem* 


12 


16 


RegUUndig. 


12 


12 


Idem« 


20 


10 


Idem. 





2 


u^ 


12 


12 



WVT 



Sama boeroeng. 

» ketan. . • 

SoDgkeh. • • • 

» al06. • 

Sapat 

pswa. • • . • , 



Savo. • • • 
Sebabob, • 

SebaDgar. • 
Sebasa. • • 

Sabe lolo. • 
Sebengang, 

Seboenjoer, 
SeboBok.. • 
Sedeibaog. 
Sedodo. . • 
Sekatie. • , 

SAendoeog. 
Semberagie. 
Semberna. • 

Semboeng. 

Semboero koe- 
aing. 



Hoogt gmidmk 
Idem. 

Idem. 

MoenmigegraiH 

den. 
Idem. 



Hoogt grandcD. 
Idem. 

Uem. 
Idem. 

Idem. 



den. 
Zefitiind, 

Hoqge gRMideBb 

Idem* 

Xoeramigegioft- 

den. 
Hooge grauden* 

Idem. 

MoemMige gron- 
den. 
Booge gronden. 

Idem. 



Onbekend. 

Idem- 

Idem. 

Het lioitt dient ndrii 
' venlenden 

wen^ isecnti 

niet 
TViin?raclit« 

De noete vradtf «d 



voof hm 



Oliliekcnd* 
OebutdtealMfimJ 



f^^^^iid. 



Idem. 
Idem. 



He vraaN wviidlgegfM 



• ♦ 



Idem. 
Idem. 
De Tindit wttdt gcgda 

De bladen tis gcneeau^ 
del in kende koQrtxi 

De muunckt^i vmckli 
eetkur. 



493 



KAMEN. 



ttMnsTAinno. 

Off 



smbrana. • 
indingin.. 

ing'-goer. 



• • 



ouepis. 
intoel. 



(roet. . • 
ïpalies. • • 
ï>ajQg, • . 
^perantoe. 

qpoeiigoeiig« 

spoengoel* 

srboeboe. . 

TcLang. . • 
itjaatjang bi- 

iijoe kda. . 

a 

agcr 

alob 



Krom. 

Brgt«Uui%. 

Kron. 
Ble|(UUiidig. 

]Uroiii« 

Regtftandig. 

Kronia 



Krotti* 

BegtiUuidig. 

Uem. 

Idem. 

Krom. 
IdoB. 

Idem. 



amang 



• • • 



Idem. 



•1 

m 

s 

a 


i 


▼•d. 


BaUB. 


SS 


SO 


6 


s 


SS 


S4 


IS 


IS 


S7 


S4 


ld 


IS 


SS 


86 


10 


IS 


40 


44 


SS 


S4 


10 


6 


IS 


IS 


65 


IS 


s 


1 


16 


s 


IS 


4 


10 


IS 


S4 


80 


» 


IS 



4HnB?Ï.ÉATg. 



Lago gronden. 
Hooge gronden. 

Meeraisige gron- 
den. 
Hooge gronden. 

Idem. 



Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 

Hooge en lage 
gronden. 

uooge gronoen. 

MbenmigegroiH 

den. 
Idem. 

Hooge gronden. 

Uoeramigegm^ 

den. 
w>oge gronden. 

MoeFMngegron- 

den. 
Hooge gronden. 

Idem. 



lUBrscHARnr. 



Onbekend; 

Dê bladen ala geneeflnid» 
del in beete koorteen* 

Het bont aeerligt en dry<« 
▼end op bet water. 

Onbekend. 

• • • » . 

De vracbt il eetbaar eii 
groeit JBoowel in toineii 
aUintwiU. 

Onbekend. 

Idem. 

Toor linneorenran. 

Onbekend; de atam if nel 
doreoa bezet. 

De fmcbt als geneemoud* 
dtfl bg koode koorts 
en in geawellen. 

Onbekend. * ' 

Idem. 

Tot den opbonw Taa Ah 
kietê; waarde/ 1. 

Tot geneeimiddel bg beete 
keorti. 

Toor. dakiibben; de 100 
atnka/ 1. 

Onbekend. 

De Trncbt om te eten. 

De boom wordt Voor wilde 
beijeo.Bebooa geboiH 
den. 

De wortel- ia gekookt 
drinkwater in gebruik. 



474 



KiMBn. 



EIGTVTAHinO 
BVBSna OF BOOI. 



Siap-siapi • • • 



Siasam. 



Siegam. 
Siepa. , 



Siharang. • • • 

Simbar kobong. 
Simpoer. • • • 
» rawang 
Sindjo lada. • • 

Sindon • • • • 



Sioga perkasa« 

Singkiel. • • . 
Sioer-sioer. . « 
Santjang. • . 



Slapan. • • • « 



Sloema* • • • • 
Sloera 



KlOBL 



RegtBtandig. 

Idem. 
Idem. 



Kit>m. 

Idem. 
Idem. 
Idem. 
B0gtaUndig« 

Krom. 

Idem* 

Idem. 
Idem. 
BcigtitMidig. 

Idem. 



IdeiD* 



Idem. 



1 



T5C 
ia 



aa 



16 
44 



16 
16 



16 



10 

ia 

16 



87 



«toBiruun. 



aoT 



Daim. 

6 



ia 



16 
66 



ia 
ia 

16 

ia 

10 
16 



10 

ia 
ia 

7 



ia 



16 



ia 



floof^ grandMi, 



Idem. 



Idem* 
Idem. 



Moeimin^ gron- 
den. 
Idem. 

Idem. 

Idem. 

Hooge en lage 

gronden. 
XoerMage gran* 

den. 

Idem. 

Idem. 
Idem. 
Idem. 



Hooge gronden* 



Moenmige gron- 
den. 
Hooge gmidt 



De bUea vwr^n 
middel b j ïoam 
lerenidLte. 

Toor tinuMibost at 
ribben, weinn iel 

Mnks/a kMBbi 
Oiibek^ , 

Het bont u Imdai 
er wncden knal 
gemaakt. | 

Ite Trackt woedt p^ 

Onbekend; becketfiil 

ODbekedL 

Idem. 

Idem; bet boot akbi 

DeTn|ditbeet£i^ 
<o, als geneen^ 
Java aeer grtre«n 

Ib geneeaniddd ii N 

kooctaen. | 

De bladen wordn j^ 

De Ymdit kveit éi 

HetbonUotd^iAlM 
andenins in^ekl 
landen in gtbJ 

De bladen dicamtj 

Het boot Toor reöfX 

mnnt door iteri)t| 

Toor dakrikben; «i 

/5 de lOOitii^ 



475 



NAMEN. 



uorarAma 

or uuni, 

vunMM or joox. 



I 



M 

s 



CtOmULAII. 



VUT nr BDzoRimi 

BIGnSOLAPPIir. 



(weij 



• •' • • 



bo-Soebo. • 



koen« 
leij. 



iDgkemit. • . 
^ngkiet. • . • 

^reo. • • • • 
ïroesoeroe. « 
srok« • • • • 

g^a kaijoe» • . 
impa 
indang. • 
ipar. • • • • 
ie kaijoe. • • 



u • • • • 



• « 



KlDDI* 

Idem. 
Rc^gUUndig. 

Idem. 
Idem. 

Idem. 

Kfoni* 

Idem. 

Idem. 
Idem. 
Regtituidi^. 



YMt. 

65 



Beg^tsUndig. 



obogaraog. • I Km» 



ok« • • • • • 
oempoeL • • 



oeiigang, 
lie. • • 



• • • 



Idem. 
Idem. 

Uem. 
Hegtitandig. 



ia 

27 

29 
88 

88 
18 

8 

88 

18 
18 



80 



17 
16 



a 

ia 
ia 

84 
88 

88 
28 

8 

88 

12 

6 



Hooge granden* 



Idem. 

Id^m. 

Moensnge gron- 
den. 
Heoge gronden. 

Moensnge gron- 
den. 
Hooge granflB. 

Idem* 

MJoeFBSttgegioiF 
deo. 
Hooge gronden. 

Idem. 
Idem. 



aloeng-laloeng. 
oloek 



Krom. 
Idem. 



6 
85 



16 
16 



12 
6 

12 
6 

6 
12 



Hooge gronden. 
Idem. 

Idem. 
Idem. 

• 

Idem. 

Moeiafrige gron- 
den. 



4 
12 



Hooge gronden. 
Idem. 



TunmeilKNiC ; kyett ook 
Dammar mata koet» 

De wortel «Is geneesmid- 
del bg xwelU^geo. 
ToinTmcht. 

De fmcht Is eetbaar. 

Onbekend. 
Toor planken. 

De Traditen 190 eetbaar. 

Onbekend. 

De s^m kfeurteane soort 

Tan Igm op. 
Onbekend. 

Idem. 

Idem. 

Afmeeting ene onbekend. 

Onbekend. 

lis gebeesmiddel gebrai- 

kelgk. 
Onbekend. 

Tot geneesmiddd ia beete 

koorts. 
Idem. 

De Tracbt is boogst on- 
aangenaam Tan renk; 
als geneesmiddel bg 
kiaamTToawen in g6* 
bmik. 

Onbekend. 

Toor roeispanen of riemenw 



476 



NiUEN. 



Tamboen tahie. 



Tampang, . 



• • 



Tampoeij. • • . 
Tandjongp. • • • 

D taad- 
jong. 

Taogsoen. « • . 

Tapies of lapies. 

Tapoer-tapoef. 

Taroem asoe. • 

Tawas koeboe. 

Tawan. • « • • 



Tebesie. • 
Tebras. • 



• • 



Tedjo. 



Tembasa. • • • 

Tembesoe ka« 
poer. 



» ketam. 



» rena.. . 



AxaTCTAinno 

OP XBOK, 

HEBsnoiorBocni. 



Krom. 

Begtitandig. 

Idem. 
Kfom> 
Idem* 

Idem. 

Idem. 

Reguuadig* 

Krom. 

Regtftaadig. 

Idem. 

Kiom. 
Idem, 

Idem» 



Idem. 



Idem. 



Idem. 



CS 

•4 



Voet. 
65 

sa 

20 
16 

20 

16 
12 
16 

6 

6 
16 

16 
12 



I 



16 



12 
83 



33 



Dfdm. 
12 

24 

12 
20 
24 

12 
10 
10 

1 

1 
12 

12 
6 



9MXaXÈLLkn. 



12 



10 
24 



14 



24 



Hoeimige gron- 
den. 
Hooge gronden. 

Idem. 
Idem. 
Idem. 

Idem. 
Idm* 
Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 

Idem. 

Moenmige gron- 
den. 

Idem. 



WT 



Hooge gvonden. 
Idem. 



Noertnige gron- 
den. 
Idem. 



Het is licl 
Xajo0 /Uls. 

Timmeflioal ; waai^^ 
per fltan. 

tiaik- en wilde 

De bloem is 
Onbekend. 

Idem. 

De Tincbt om te eta 

Idem. 

Idem. 

In gekookt driakmii 

De wortel als geneoBl 

del bg beete fceoiM 

Toor rjstsUMpenL 

Het bont itaeerbtii, 
gcbmikomec 
aan te dragen. 

Hetscbaafael ofdeb^ 

len dienen tot bctU 

tateren Tan vautai^ 

Debait om linnen ie i«^ 

Het bont droogt 




Het boot is «aks eeh 
ter in Yeriiand mci^ 
aelweik; waaide/^ 



477 





B1GITIXA1IVI0 1 •< .1 ^ 






NABOEN. 


'or KAOK, 


i 


* 

QlOUriAiLTS. 


ïïvt nr BinomniB 




msTsaorjooH. 




S 


■ 


KSttaacRkina. 






■TSt 


'TSS 


• 




snbesoetalang 


. Begla(Mid%. 


44 


33 


Hooge gioiMbm. 


Toor planken en menbel- 
hont; waarde/ 25. 


» tembaga. 


Uem. 


40 


31 


Uem, 

1 


Het bont leer aterk tot 
timmerwerk; waarde 
/20. 


metas soeng;- f Kram. 


10 


12 


Mbeniiigegnm- 


De bladen ign eetbaar. 


bang. 








dsn, 

« 


• « 


tnam. • • • . 


RegUUndig. 


70 1 44 


Ijem. 


Toor maHen fan chineicbe 








\ 




Jonken ; waarde / 50 
bet stnk. 


sndikat. • • • 


Mem. 


88 


40 


Hooge en lage 


Toor wilde byenneMen. 


^pas. • • • • • 


Krom. 


16 


12 


MoenmigegroD- 








1 1 dan. 1 




^pO€8* • • ■ • 


BegtaUndig. 


44 


33 Boog0 gronden. 


De Tmcbt ia eetbaar, bet 












bont Toor onderMbei* 
den fijn werk in ge- 
bruik. 


ndjo bloekas. 


Idem» 


32 


15 


Idem. 


Onbekend. 

• «ft 


D^ran poe- 


Krom. 


ld 


8 


Hooge en lege 


Idem. 


nie. 








gronden. 




empeda. • • • 


IdoB. 


92 


U2 


Hooge gronden. 


TninTTttcbt. 


D aijer. 


BegttUndig. . 


76 


44 


Moeruagegion- 

• 

den. 


Toor BMftbonten; waaide 
/60. 


empiring. • • Krom. 


16 


12 


Hooge gronden. 


Onbekend. 


iermien* • • • idem. 


10 


12 


Idem. 


TniaTiQobu . 


iQgaL .... 


BegtiUsid%. 


05 


33 


Hooge en ^li^ 
gronden. 

« 


Toor Piaanweneii OHiien; 
levert ook Ikmmar 
maia kêêifing^; Waai^ 


!• ^0 . 










de/ 20 de itam. 


liDtjin kro. • 


Krom. 


12 


10 


den. 


Onbekend. 


joelacbu . . • 


Idem. 


10 


12 


Hooge gronden. 


9 

Idem. 


joeklat. • . • 


Idem. 


10 


10 


Uem. 


Dit is de Kakaoboem. 



478 




NAMEN. 



uonrAnna 
ov nol, 



Tóeang-toeang. 
Toeba kaijoe. • 



Kram. 



Uiem. 



Toei 

Toèko takal. • 



Todang na* 
boeog. 



Ilenu 
Uem. 



Ilem. 



» todaDg. 



ToeDgaw. 



• • 



Tocne* • • • • 

• 

Toko biawa. • • 
Trap. 

Trasie.. . • « • 
Treataag. • • • 

» batoe» • 

» boitMQg* 

Troes 

lW6l# • • • • • 



BegtBUiidi^. j 



IleBL 



Ueou 



AegtMudfg. 



Uenk 

Ilei». 

» 

Uêm 
Kiooi. 

fegtttondig. 






VmI. 
13 

17 



ia 



ie 

12 



• 



Booge 



Uem. 



12 

8 



16 



idem. 
Idem. 



I^ 



18 



a 



16 



12 



Tot iMiidnlalii^ 
bjlca. 

dwelawndee^ 
êieaX ooifiidbK 



ftibekend. 

Zoowel de btHabè 
tel all geoeefly^ 
gezwelleo. 

Tot kool gthnali 



12 
12 



16 
38 

33 

16 
13 

37 



12 
24 

34 

12 
6 

12 





ken. 


HocnuMM gron" 


(kbekoid. 


den* 




Hoojje groodMi. 


Baid» dient lottf^ 




Toor het htmwa 




kleine rmÉtm^ 


Hooge en Itge 


Tbinbloem; deliy 


gltMldBÜ. ' 


bloesem wwdaj 




ten. 


Hoogs gnodfiB» 


De Tmcht oBtt 


Idem. 


DebMtdkattoiÜt 




der reekif a 


• 


foawen. 


Idem. 


nnl>>fc>.y^, 


SoêfumMcmi" 


Ikpiom. 


den. 




looge en lage 


Idem. 


gronden. 




Hooge grondia. 


Onbekend. 


Hoenmige gron- 


Uem. 


den. 




Hooge gioudcB. 


Uem. 



479 



fÊammsmam^BamÊsmBÊ^m 



NAMEK. 



mast^atmBm 



BlGTSTAiniia 



or 



i 



§ 



" i i 



rangan 
ring 



• • • » • 



roerawaiig^« 
» talang. 



lengden 



• » • 



Krom. 



Idem. 



Begtitandl^. 



IdenL 



Vstt. 

16 
10 



6 
80 
50 



ia 



iz 

00 



«IOIIP£A.iTS. 



HUT XK 1U10H9BU 

«auacaAirar. 



Hoog0 graideB» 



Uen. 



Moerassige gron- 
den. 
Hooge gronden. 

Hooge en lage 
pooden.. 



De vnclii geaiwmd St^ 
fwmgfan wordt gegeten. 

De booBfltam is met do- 
rens bezet; geen ge- 
bruik er Tan bekend* 

De bast aJs geneesmiddel 
bg de kindeipokken. 

De bladen dienen om er 
rgst op te droegen. 

Tot sieraad op de Aloen 
▲leen'a (of pleinenjens. 
■Angeplant* 



• • é 



BLADTULLDIG. 



Vnj Tememen nlt onderscbeidene deier dagen nitgekomene dagbladen, dat ét 
'binnen kort een getantscbap Tan bier naar JaptM zal worden afgezonden', aan 
welks boofd de Generaal HOYBn staan aL In een opstel, Engêkmdê Staa^ 
kumdê omtrent China getiteld, reeds rencbeidene jaren geleden door ons ge* 
acbreren, maar toenmaals om gewigtige redenen, niet openbaar gemaakt en eeiit 
in November 1842 in bet eerste Nnmmer Tan dit Tgdscbrift, bladz. 01, opge- 
nomen, bebben wg de opmerkzaambeid bepaaldeljk op de gnnstige omstandig* 
beden van bet tegenwoordig oogenblik zoeken te vestigen , om onzen koophan- 
del op Japan op eenen beteren Toet te brengen. Ofschoon de eigenl^ke be- 
doeling Tan dit gezantwhap Toor ons een diep geheim is, hetwelk eeitt in de 



480 



lOQMBii Ktn mnuD op^meMeniy no jmcoeD w^ ecmer oeBn ■■nniipei !■■ 
gamcher hatte toe , die reeda na htt bew^s oplererti dat de legering tsb Z. ■. 
^nuiM u de noodxakeljkheid geroelt, om door het aankooopen cener meer in- 
nige veiHandhoadiDg net de ona berrieadie mogendheden vm den Indieehen 
Archipel , ona eigen gezag op hechtere grondslagen te reatigeni waaran de uit- 
breiding Tan onmn tot nog toe leer beperkten handel op dis landen een n»* 
tnvlljk ge? olg wemn mL * * 

Vy kannen echter den wenach niet onderdmkken, dat dit gcantacbap aldaar 
ap. eeaen Toet, (hid^Jfederiamd waardig, Tencfa^nen mege. Niet» dol wf 
hiermede niterljken praal Tan het peraoneel dea gemnfichape, of van de ge- 
achenken, yoor de Tonten en Grooten bestemd , bedoelen aonden; wat wg op bet. 
oog hebhen ign bodems , de eer onmr Marine waardig, die YevdieneB 
te worden , en aan de beyriende Natiën een dnidelgk denkbeeld van onae 
kannen geren. Om die reden soa het daa ook wenacheiyk ign, dat men den 
lapannezen, indien dit mogelijk is, niet alleen het geagt van een oèriogacbip 
tan ttkere grootte, maar ook het indrnkwekkend achoawspel Tan eene himne 
mefo dootkUetende stoomboot TerschaAe. En mogt dan ons geanMUp* ook , 
«la in het Toorbljgaan, het eiland Formoêa aapidoen, dien parel, welke oam 
▼oorvideten ach hebben laten ontwringen (rie ona Tgdachrift bL 116.), — dan 
hopen wy , dat men by het hyscben onier vlag aan het daar genesteld Ciiinfifarfc 
gespnis al toonen, dat Nederland nog kartoowen heeA om igne eertfds ge- 
krenkte eer en het aldaar geplengde bloed igner onderdanen te wreken! In 
het algemeen , aon het niet ondoelmatig tajn , indien een op dem wy» te geljk 
gemg inboeaemend geantschap ook by sommige Indische Tonten een beioek ging 
afleggen, met welke wy nog eene oode aokening te ▼eieffnen hebben, no ali 
die van BaKê^ Coitiê en anderen. Dturenboren, indien wy niet lien willen, 
dat onae mededingen sich aldaar vestigen, woidt het hoog tyd, dat wff nelf 
daaman denken, en men honde wel ia het oog, hoeveel daartoe de vettoening 
van eenige ooriogschepen kan bydragen. Zoo verklaarde Sir STAHrou mèmm 
in het jaar 1816 aan igne regering, dat hy tot het vestigen van een der bkea- 
jendsto handelsetablissementen in de Indiaehe ceecn voor Engeland nieta andcea 
Doodig had , dan dat men voor aer korten tyd een linieschip ter igner bo- 
adiikking stelde : en dien ten gevolge tag men dan ook vreldra het eiland Sim^ 
gapotra^ by verdrag van den 6 Febmary 1819, door den Torst van JAtf 
aan Engeland afgestaan , en deie genoegaam woeste plaaUi door bei toepMsea 
van vryen handel en veriieer, als met eene tooveiroede in een der belangq|k«li 
atapelplMtsen Tan gwiidi Indie hencbapen* 

C £• WLXfKM» 



«TCft 



EENIGE OOST-IïfDISGHE PLANTEN,. 



VSLKB SKRB Ufl'HUln'SNUK tBZKLSIW OPLETBRBR, 



€SBA£iXE9 Oin» HET JfüT TAN BERGELUKE KOL- 

TOKEN TOI OrfflTOBlNG TAN DS BUREN 

JA¥A GELEGENE ETABUSSEHENTEN , 



BM» 



€. L. BLUMB. 



I. 



. 'ZflgW ^ Ui de Toond^paaade aaaleekeaing^n over 
Pakmbmng ander cle Toorwerlpen Tan n^JTerhad ook ran 
de üafpiftf-fdant op bladas. 401 gewag gemaakt» irg 
Tinden ons genoopt om op dit onderwerp üog nader 
terog te komen. Deze nagenoeg heesterachtige plant, 
welke in de Nederlandsche Oost-Indische bezittingen 
te huis behoort » moet tot het geslacht der Brandne- 
«den, in een' meer algemeenen zin, gebragt worden,; 

31 



482 



waarvan uit de schors vaa verscheidene soorten eeae 
fijne vezelstof bereid wordt, die, op dezelfde wijs 
aü vl^ eq hmnep^ tot bet wtvt a Tioi oadersobejdeoe 
*stofiEen, tot het slaan van touwwerk en dergdijke 
wordt gebe^i$4. B.^<^ ^W lobbil <) was bet bekend, 
dat m^i in Indie^ te Calicut en Goa^ van de schor- 
sen van allerlei soorten van Netels, na eenigen tijd in 
water geweekt te zijn, eene soort van fijn weeÊd 
maakt, hetwelk in Europa vertierd wordt, zoo dat, 
gdÜjk* novrifSYv >) te r^V^aa^iiü^t,' 'de oorsprong 
van h^.Nétildé^h^ dat: uk Oditr^if^U komt, niet 
ver te zoefcm fc. ÏO^ ^tP9:i099fVplg)cei ^juft geweefde 
stof gebruikt men ook zeer algemeen in China , £b- 
ehinckina , Japan en dq Philippynêche eilanden de 
Sneeuwwitte Netel (Urtiea nivea uhn.), waarmede 
onze ifamt ^plant i^it d^n Indischen Archipel , welke 
het eerst in het vijfde deel htadz. 214 van het Amr- 
boineeeeh Kruidboek van ruhphius beschreven is, groote 
overeenkomst heeft en dan opk zoo wel door Luriri , 
als door andere kruidkundigen verwisseld is gewor- 
den, terwijl weder andere schrijvers, zoo als k. l. 
Bü&HAir, HOüTTUTV, cnz. dezclvc voor de ffeete Netel 
{Urtiea aeetuane lisii.) houden , die in Suriname te 
buis bdioort. 

Uit eene zoi^ldige vergel^king van exemphrea 
èet SneeuwwiiU Netel oit'CAtn^ ên7dfMt«i met onze 
IfMiA^' blijkt idlezios dèrzdver gtioote verwantschap 
métriflfcadd^, 'behalve dat de bladeMA .der ladtstgê^ 
nbemdo plÉtit steeds .grooter zifn , id het algeoieea 



1 • 



' 1) zie LOBU, kruidhotk AfUw. (1681) p. 6l7l 

. t) tzie «bvtmF, Wat tKet. 9 tfm^. W stuk, p, 99^. 



483 



meer eeiie hart?onnige gedawite bebbea ». ea alleen 
de jonge aan de toppen der stelen ge|)Iaatstè op de 
keerzijde vitacht^ (Zijn,. terwijl de grootere op de 
keerzyde naaiiwdUjjks eenen grijaachtigea weerschijn 
hdiben i)* Oe bladerea der SneewwwiHe Netel zijn 
daarentegen, zonder ondersgheid van grootte of on*^ 
derdom » op de keerzydie gelijkmatig wit Yan kleur. 

Ik rkan derhalve met geboven^ dat; het opgegeien 
niet onbelangrijk . yerschil alleen een igèfolg Tandden 
lM>dem en het klimai^t» of .i^ëL dei^ ' koltuiir vnxsff. 
jBOu; maar aeht het waarsehijhlijkery/ dat: het doür 
een specifiek ondeiMsheid wordt iWDOorzaakt^iïtc.meeir 
daar ïkde Ra f^. op Jawa 'ook ia Tèneheidene aecr 
a%ekf;ene en • bergachtjgtt / stieken in bet .wild heb 
luingetrofien. linmens dat deze plant .in déa Ind»- 
wben Archipel oorspronkdök te huis bdoort, daar^ 
TÓor lohijnt ook dé Tencbillende .naam ie plèttemv 
welke haar in onderBOheidend landen- gegeven wqfdi. 
Wel is zij Trij algemmn bekend onder dienyaniiteiva 
ef MaMf welke in^ d0;bqBteB}ke streken ?aA Java 
door de injaiideie ook wel ;in Moêden Teraade^d wordt; 
maar in de Sténda^dktgikpdik. tan westelijk «Ama^wonit 
«y, bdialve Itamte^ eok^JSipfUf&yl m het'bumèn- 



> . 



^) OiÉ dew reden noemde ik deae plant in mifoe È^érdgêk tot dê 
Fktif, M» Jf04ttl, Mi€. p. 6M. Urtioa eamiicama «f WitaekÜ^ JifftêL 
Dmut den num echter^ S^^j^ ^ nv htsptjtt^ xeedi door h. &. MOUUV 
in ajne Flora Indica p, 107. aan eene andere JaTaansche plant gegp- 
'ven is, moet onze Rctndê noodwendig omgedobpt worden* Wg mlleii ükkr 
^ Nuit^o noesBn^ en doen no^ opofeeiiun^ dkt dj, .soowel.ilki^de 
JSneevwwiito Notel en Teire het. grootste, «ai^ta^ de^ ^^r ^g u^ I)e|,y9iy^' 
noemde werk opgegeYcne Netelt ,. tot het.ge»lac|^ van Boeüneria dienen 
gebragt te woidem ' *..»;.'. . h' ;w ) 

31* 



484 



land van Sumaira Klaei^ op de Oostkoat yan Cetd^^ 
GambJ^ op Bonoa Inan geheeten. 

Soch boe dit ook sijn moge , de Jüdmie-fiaDl le- 
vert eene zoo uitmuntende vezdstof op , dat zij niet 
alleen het gewone vku en kennêp als grondstof toot 
een aantal febrikaten, waarvan het vertier zeer 
groot en algemeen is, in bruikbaarheid evenaart » 
maar zelfi in andere goedk; hoedanigheden, en vooral 
in duurzaamheid verre overtTeft. Wat deze laatste ei- 
geoBcfaap betrefti algemeen geven de inlanders uit 
dien hoofde • de voorkeur aan het garen van Ramü 
boven dat 'van andere vezelstof tot bet maken van lij- 
nen en netwerk voor de viscfavangst, omdat die uit 
jRamie vei^aardigd veel deugdzamer en beter t^gen 
verrottii]g in het water Jbestand zijn. . Ook wordt 
daaruit in de binnenlanden van SumtUra^ Bormo 
en Cehbêê eene soort van kleedingstof geweven , die 
imgelijks in duurzaamheid uitmunt , maar door den 
achteruitgang van dezen tak van nijverheid onder de 
inlanders en de billijke prijzen ^ waarvoor de luro- 
pesche . katoenen thans algemeen verkrijgbaar zijn, 
meer en meer op den achtei^;rond komt. 

Yan : hoeved belang deze soort van vezdstof hier- 
door voor verscheidene takken van nijverheid hier te 
lande worden kan , en welke voordeden de kuituur 
van dezelve aan de Rederlandsche koloniën in het 
dgemeen en aan onzen koophandd in het bijzonder 
schijnt te belooven , behoeft hier wél niet uitvoerig 
betoogd te worden. Dit blijkt nog nader uit de on- 
langs door den Heer j* caiaux met deze vezelstof ge- 
nomene proeven, wé&e de vriendelijkheid gdiad heeft 
om ons uit zijn aUerbdangrijkst verslag aangaande de 



485 



Aga!9é^yti&A een oittrekad mede te dede^,.dat o?er 
de Rmmiê handelt en te belangrijk is, om hier niet 
te worden oTergenomen. Wij sullen hier alleen bij- 
Toegen, dat de ter beschikking Tan dezen iJFerigen 
man gestelde Tezebtof ons door wijlen den Luiiê^ 
moÊii^Kolanel hbolici nit Bormo was toegezonden; 
wraar zij» e?en ab in Terscheidene landstrdten van 
Sumaira , door . de inboorlingen uit de i2am»#-plant 
getrokken, en jdeds in het land zelf verbruikt, deda 
naar dders uitgeroerd wordt. 

■ > 

EXTRACT uii het hij het LefJêche De^ 
pariemeni der Nederlandèche Maat" 
êchappy ter bevordering van Nijver^ 
heid uitgehragte verslage in dato 18 
November 1843 , over de Agave-^vezeU^ 
by de Maaiichappij onder de zinspreuk 
vam ï>Op Java, maar indachtig aan 
mhet f^atlerlandy*^ ingezonden , naar 
aanleiding van Pr^e vraag N^. 128, 
in 1840 door haar uitgeschreven. 

» Wij 'tneenen dit yerdag niet te mogen dndigen ^ 
»dan na alvorens ook nog met groote belangstelling 
1» melding gemaakt te hebben Tan eene uitnemend 
sfiraaije Tezelstof, mede nit Ooet^Indii afkomstig, en 
Awelke ons ter gelegenheid Tan het in deze phats ge- 
Dhad hébbende onderzoek, Triendelijk is medegededd 
9 geworden door Professor blukx, welke uit Bomeo 
i> afkomstig , en naar de meening Tan Zijn HooggeL 
» gewonnen zoude zijn uit eene plant, ia Ooêt-Jt 
» bekend onder den naam Tan RamiCf eene soort Tan 



••• 



486 



i^Uritok^ mtgésM tMkwwvéB e!lietwege^) in den Mo- 
» luka£éa. Archipel' .Terbreid, en bljdeiobooKUfigeD 
)>ui gebruik tot liél vervaardigen van zeer goed toa^vr* 
» wérk , doch voord yan hunne viscbnettdou 
~ » Wij hebbén . "deze hoogst fijne en aohitterend 
)^ witte I zich m dnnne» zaaamgeldeefile strenge^es 
» voordoende vezdstof met neer dan gewone onuE^ 
Dtiglieid dóen behaodd^, en de strengeyes, alvo- 
3» rena dié op. den hekel te brengen^ ten einde de 
»vezél zich eerst een wein% scheiden zonde, met 
»een' stijven borstel doen uitborstden, welke be- 
nbandeling in het groot wdligt te kostbaar zoude 
D uitkomen \ doch verkr^en wij nu ook uit ongeveer 
»14 lood ruwe grondstof , 8. lood korl» 1^ lood snuit 
»en 3 Ipod 2 wigtjes werk of afval, dat is eene groo- 
y> tere hoeveelheid bereide spinvezd dan uit het beste 
)>vlas te verkrijgen zoude zijni van eene zoodanige 
))fijntey dat daaruit op een treewiel, met veel ge- 
»mak, naar gissing 12 kams garen, geschikt voor 
)>1^ lis linnen ter waarde van ongeveer 16 Stuivers, 
Dis kunnen gesponnen worden, terwijl de sterkte van 

« . - 

»de vezel heeft toelaten , om daaruit op de gewone 
sGoiidBcfae klein-ganen-nbaan , dat is in dmden van 
i^SS taufm lengte . zonder die onder het ipinnen op 
»te winden, etnen draad ter fijnte van 6500 Am*- 
» sterdMKehe. vademen (9900 métres) in het i Hei. e 
»te doéq spioneh, en getweernd gaien of touw, ter 



•mt I ■ 



* ityZoo dgemeen, -A 4k door €a'Awm» wotdf opgogotea, ti iq aiM 
^In den MoloUdachmi. Arehip4 iviofreUi énu tpj h,r, Tolgtni wvnmm 
*Bfir^ AmJ^ T, p.SH. niet op AmhovM ^TondoD, auor door hemman 
» het eiland Bmoa oVeiigebiégt werd.^^ 

" '• * Dê KèinMë. 



i9|4QiitK$ wn.KOOO fadmoM int bet. I^JhcL .ig^ eiid^i^dc 

n«y^iJildiw ite Tezel door bet een èf attder mifU 
^fdd^^tl^XHWs !0ntb4mm:itwge^HUaJfjtt 
i>;ejl»s:.«tm8ftni|kfai(te. hantachlige; tfd&taiid%bcid.i)4 
)>Meni«^ .dezdire! echnnl. «ad te klevèo. Yuki dit éen 
l>dn,'a»ld«r vindt mte de monstera in pAot NVifti; 
- .^QBi)d6 sterkte :?Aa deze vezd net 4e ivöc^ 
pteproeffle in fergemking Jle kudncxL farebgen^ 
vrhéUiea. wq er: ook 2 droads I^^thariugaeil^(l^«Dèa 
pfliQ. traofaMi tfc, doen .maken; dooD deaelfiia b^A^ 
j^rdie de. Agare-proeyen geqponnéa had» .dooh>lie^ 
(jde^è.'wcrkiaaaD^ èftehoon anders een der poieeAt Jbe^- 
Dciwéne» waarscfaijqlsk im gerolgè: jdcr^ echtheid 
nwkjiiéB «eoeL, i dit /garen ^eei te Ugt geqxmnea, zoo 
nésü derMOyT^mak idaarr an dèehta HO Uod.^oiidèn 
»:^«iit0gsn:hebbeay(in.pklataTan, als naax^liehoeren ^ 
^> 47// loo^i >De^beft)niien midddbare Hamkt aan bet» 
Dflélyètvootf laabtgeaoeÉnde wigt echter bij >béFdte- 
amhcf hedekl: hebbecïde, k het oop/gebleken^ dat 
Dihetzelve by joiitb^^ /ma irigt, middelbaar eorst 
ujgdMokeajEOude sijn, «booérmet 21 lïed. tfc, eanat 
»met ruim 25 Ned. S >) , zoo dat hetzelve in sterkte. 



i) »Katf oDsaoot V^feMornm bcrigt i», bdioail éh iZca^Vtot die 
»mdM tan pkusten^ 'wier awHuicbtif^ np, d« a<iiiKëlaid«k (ftw>»tifh<mk) 
nln'iêbiieii «Ml vtn oplonfaiig k mét bevat, an k ket dos WMncbjp»- 
^Igk, dat èé gtsegde anoatadMnda wifttaadylifcid aki aadandn «ene 
jMtt^ amma l«ig van €kni»'4k«kk k, m iralk geval doieke vnuix^ 
«idl^jk okt dan z0er aoeijelgk te verwijdeseii tonde xijn, dodifeoade 
^Wii AlidAA^Oolt èiukiil kantten. badnite», dnt de ve»l, èook itm 
-^leok^lMfték-^anli bMiftnttdy ikt. dan aeer. ao^ljdvk tot fara mii ^ 
^fiimde* mrgAani" 

' ^) %Vr% hèhhta de bij da» proef bekomen einden, in een klowtii 
»te lameii ye^rflttèn^ fetoe^da oiBgefieer 4 Weken desa Toti^faa k 



486 



I .rl I M - 4 



»lig droogen tUat, den bMen 9iropeBelie& 
KOtertreft, en uit daaiwa geiyk komt» ea daarbg 
i>het besle tIbs met 50 pGt in kneht te beiven gaat. 
» Waanchgnlijk vaade draad nog te steik getweernd » 
awaaraan het alleen scheen geweten te kunnen wor* 
aden, dat de wigt, tot het doen breken gerorderd, 
azoo zeer nit een liep, en loode dus de stokte, hg 
anadere bqproeting, waarschijalifk nog groolerbe- 
avonden worden* Daar deae reté. ook tegen hel 
aknoopen scheen bestand te wezen, is het waancbiji»-» 
algk, dat het daaruit te we?en do^ niet meer, daa 
^gewoon linnen uit hennep of vlas, aan kerring on- 
aderiierig zoude zijn* Daar o?erigens de vezd, hg 
aeene dodmatige behandeling, roor alleeWeebeb» 
avaarroor anders ?las gebezigd wordt» alle wenscbe- 
alQke geschiktheid schijnt te hebben,, en dit in firaai» 
aluoid, laoral witheiden sterkte,, zoo zeer overtreft, 
azoo meenen wij , dat wanneer het in eenige kwan- 
a titeit op de europesche markt aangebragt werd, het 
a minstens wdlfgt Yoor 20 A 40 Gents het i JML9 
a (de prijs Tan het beste tlas) gerèeden aftxek zoude 
avinden. en dat daaruit dus Tibór de üederlandsche 



MMft btk uMl mrttf , wék% op mm kaam f^êjiaaUl wu, êia 
Amm lot omitiMlu as^ Falir. vermamd wnd, en na ^«doop via dkm 
tyd èa kMckt ètaar «indcii «p nitiiw Wprodd, «uib| wjj «it ta 
pMerm |^^y4fl^ftft' tot mtkonit bckwaoMH, éH ^ ftRB, Mi» htü 
MM swMitc bad gcbad «li vaax behocreii yaa 47 l«od èa asa AaMtü. 
vdlcDcn y ecKt gebrakcB loa ign, m door om aaoboQgcnd wigi ^am 
tZi Bed. 1^ gufaaaaa tt weim, m bleek bet«ht dm, a kHi fM 
ilMnde bet water, WMrin bei gedwipeld «m gcweea» iMuddeb aaat 
aünkeDd waa gewoideii, alecbtt wciiiif van iJJM eoiqmiikelfike bmclft 
^varioKO te bebben, walUgt Mg gedeeMijk decbu te w|jt« «m bc^ 
gam bet gam bf de e«te bepnevu« nad* ffslidiB bad.'* 



489 



n OosNlndische besktiogta eaa xeer bdangrijke niaawe 
j^haoddstak, eo toot het Moederland een eigendom- 
» mdy ke nieuwe tak van fiibi^gknijferheid zoude kun» 
i>iuin' antfiaan*" 

TOOE EXTRACT GOVFOEXy 

Bel Lid der Cornmli^, ketufelk tièh mal 
. : hiBi laa deie plaals gehad hebbend 
codeiaoak ^9aft b^aA j 



' Ten bewijcoi hoezeer het doen opsporen fai onze 
overaeéM^he bezittingen yan eene nuttige grondstof, 
om op eene gèsóhikte wijze tiit eigene middelen in de 
iHdydelte onzer Marine te Toorzien en terens laienwé 
bronnen van wdfaart toor onze Tolkplantingen te 
Opendi t ook onzen ontei^getdijken , pas ontslapenen 
K(Hiirig wiLLBx I. ter harte ging, acht ik het allezins 
gepast y hier ter plaatse een uittreksel mede te deelen 
uit een officieel Rapport aan de toenmalige Gommi^ 
8aris8en<43reneraiil orer Nederiandsch Indië, de Heeren 

BtOUT, TAN BKE GATELLSK CU BVTBKBS, te moer Omdat 

er ' èenige belangrijke bijzonderheden aangaande de 
Hamiê^lant in hetzelve voi^komen. 

Batavia den 10 December 1817. 

dDc Staatsraad, Directeur-Generaal Tan Koophan-^ 
D del én Koloniën heeft zich bij deszelfi missive Tan 6 
DFebruarij U. n*. 4 aan Uwe Ezodlentien geadresseerd 
Dmet informatie, dat Zijne Majesteit Hoogstdeszelft 
» verlangen te kennen bad gegerén , om te worden 



490 



»ondenJgt, o£1iei Jtpuudi koper «ot bet dublMka 
»fMit sobepea te gdvo&ea soude/zgny.ékttlede» af 
»ap Java de henöod^de stellen zeiien wor Z* IL 
» schepen zouden kunnen worden aajdgesdiift;. TOorts 
Dmet opgave der zwarigbeden, -welke h^ Termeend 
»had dat t^n hét een en ander zouden bestaan, 
i)en wel'tea aanzien van hét gèhniik van Japansch 
j»koper tot het diibbden wi schepen, in deszdfi 
)> bekende hardheid; en mét betrekking tot het ver- 
» vaardigen van zefldoék , in het gebrek aan een ge- 
»no^zaam aantal bekwame ambachtslieden en aan 
i^de daartoe beaoodigde grondstof en andeiv i^ff^e- 
>>dieateny die uH JEuropa ^ooudetai mceten worden 
)>aaiijgei:O0rd, houdende eindel\jk het rernxk cm 
»JJyfeiR Jb^^leotien coi^dwttie en ^vj^ amiitat 
j^deze poiiicten te mog^n ontvan^^i / 

. ^ Uw6.E]|Qellentien bij mai^ginpal besluit vaA tO Au* 
Dgustus; If*. 14 goedgevoiiden hebi^nde, dit atQkio 
noa^^ l^anden ten fine van condderatien en. adties te 
j» stallen, hdl>ben w^ tban^| onder teru^fze^di^g faa 
^ he^v^^ , de eer alm dezen gerespflcteerden last te 
Dvddoaii; en zullen onder Uwer EnceUentien wel- 
vduidipg 9 het eerst met het artikel 'van het ^eilr 
»doek, als zijnde van eenen meerderen omyai^» da 
» het koper , beginnen. 

DHet was ons namelijk bekend, dat er in het^oit- 
ï>iamêehe zeker gewas bestond, hetwelk eenige ovei^ 
D eenkomst had met die planten , waaruit in Ewvpa 
Dl bet zij zwaar-doek, bet zij touw-werk wordt gc^ 
fibrioeerd, en wy w^en dus te rade, om denS^ 
i>sident van Baniani aan te scbry^en , om aas te J)e- 
i>rigten, wat hem van dele plant» derzelv^ ^ehmik. 



491 



»iedt, (^rengst) en wat dies meer is» bekend .^as, 
DÜusonderfaeid, of hij ook wist, of Tan dexelye iinnier 
p gebruik was gemaakt tot het fabriceren vanzeSÜoek^ 
Den welk goed succes yan derzelver aankwèekingi 
» en uitbreiding Tan Kultnur kan worden ferWaöht. 

joWij ontvingen hierop eenigen t\jd daarna des 
vResidents rescriptie» houdende het berigt, dat de 
»door ona bedoelde plant waanchi)nl{jk de £am4 
)»was» éene soort yan hennq>, waarvan de inlandara 
j^ gewoonlijk bindgaren, en dus touw-werk, Jiiaken> 
» tot h^t vervaardigen van vischnetten» van welk i>ind« 
»garen een monster zijn berigt veigezelde ; datvdete 
» plant reeds sedert vele jaren » zdh ten t^jde dea 
D voormalige Bantamêche Sulian^, in die land^trek» 
«bdcend was, en dat de aankweekiog van dezelve 
)»door den voormaligen Britseben Resident, ea Ofik 
«door hem, naar gelang der omstandighedjen-, zoq 
weel mogdijk was aangemoedigd , doch dat, aange^ 
»zien 2ulks geheel van den vrijen wil der landbuur- 
vders afhing, men daarin tot dus verre niet was ger 
tslaagd , en er actueel in het BatUamu^he m6X miQ^ 
»yan werd aangekweekt, dan tot het bövëqgeotidd 
Disinde vdor Baniam zelf noodig is: 

)i Dat er nooit eem'g zeildoek of ander lijnwaad , a^ 
» veel hem bewust was , van die grondstof wlb9 ger 
yniaakt, doch dat hij daarvan dadelijk eene prpef 
a zonde . laten nemen , en ons deszelfs bevinding na*- 
»der opgeven : 

» Dat voorts de bedoelde plant met het beste succes 
»in de hocge landen op overschaduwde plaatsen Werd 
» aangekweekt en in de Lampang* met zeer veel suc- 
»ces zoude kunnen wordep gecultiveerd; d^t de^ 



492 



»zelye, onder faveur yan yedl r^gen, ceer wdSg 
^groeide, en binnen een' leer korten tijd, ralks 
»Terèücht wordende, aanmerkelijk zonde lmnrM>n 
i> worden geeztendeerd. 

dIKi bmgt werd eene maand na dato, dooreen 
» tweede gevolgd, waarin de Resident zijn leedwe- 
D zen te kennen gaf van nienuiad in gameh Baniam 
»te hebben kunnen vinden , in staat om van het bo- 
Dvengenidd gewas een stuk dode te vervaardigen, al« 
»zoo hem de Pangerang Soera Mangcda had ge* 
DZ^d, dat het zich niet op de gewone wijze liet 
i> bewerken. De Resident had echter onder de Ben- 
Dgaabcbe Lanciers, aldaar in garnizoen liggende, ie- 
»mand gevonden, die daarvan een stukje goed, bijna 
D volmaakt overeenkomende met het Europesche zeO, 
»had geslagen, hetwelk door hem tevens werd over- 
Agezonden, te gelijk met eene streng ongeqponnea 
9 of ruwe RanU^ geüjk hetzelve van de struiken komt» 

»Hier echter niet mede te vreden, zonden wij het 
»8tuk zeil, benevens de streng onge^nnen RamU 
»aan den Onder-Gommissaris der Marine alhier, met 
» uitnoodiging om hetzelve* te examineren, en om 
» zijne gedachte omtrent het bewerkte stuk, en de 
mogelijkheid om het gewas tot het fabriceren van 
Dzeildodc te gebruiken, mede te deden. 

>> Gansch anders vid dit ber^ uit dan dat van den 
^Resident van Bantam , gevende ons de Commissaris 
» der Marine te kennen , dat het geslagen modd vao 
» dat gewas ved te dik gedraaid was tot garens om tot 
» zeildoek te kunnen dienen; doch dat 'de qualitdt 
x>van het gewas zeer goed en sterk was, en hij ge- 
)» loofde, dat wanneer het goed behanddd en besr- 



493 



» beid werd , men met nticht daamm gèbraik zoud€ 
Dkumien maken, en hij ak zeker Yeronderstelde, dat 
» wanneer het tot danne garens werd gedraaid , men 
Der zeer goed doek van zonde knnnen maken, ab« 
Dmede dat er zeer goede lijnen yan gedagen zouden 
2> kannen worden, voegende er bij een stuk touw, bet* 
D wdk hij yan de streng ongesponnen Aamé had Ift* 
«ten slaan, en Ketwdk ons voorkwam zeer sterk tan 
pqualiteit te zijn. 

» Wij nemen de vrijheid Uwe Ezoellentien bieme** 
j>Yens eenige (uigesponnen Ramiy een monster Van 
»bet bindgaren, en van^ het geslagen stukje goed 
vdoor den Bengaalschen Lancier, en een van het ge* 
Dslagen stuk touw-werk aan te bieden, en w^ in* 
^dineren zeer sterk om te gdooven, zoo als de Onder- 
» Commissaris ^ec IHarine veronderstelt , dat het spin* 
»nen van dit gewas tot dunner garens, hetgeen ons 
9 voorkomt geene zwarigheid te kunnen lijden , ver» 
»mits men er bindgarens van maakt, en de verdere 
»goede bdiandding en bearbeiding van hetzdve deze 
» grondstof vdkomen geschikt tot de fiiüiricatie vaa 
» zeildoek zullen maken , aangezien het overigens de 
D deugdzaamheid en kracht bezit, die daartoe wor- 
dden vereischt, en dat in dit geval de natuur alzoo 
j» wederom slechts door eene kundige mensebenband 
i> geholpen behoeft te worden, om eenen nienirea 
D tak van Industrie , en by gevolg van voUoafwelvaart 
1» te^doen tdtbotten. 

• »Het zoude even vermetel als overbodig z\jn , om 
» Uwe Ezoellentien eemge verdere consideratie aan Ie 
«bieden omtrent de partij, wdke uit deze informar 
»tien zoude kunnen worden getrokken, en het voor- 



494 

nregtf van niet alleen een nieuw gededte mm de 
^flBhattingy die de fadioeften Tan dit land aan de 
D Tfeepide nij?erheid betalen » in den achoot van het 
I» land. z^ terug te aen keeren» maar zelfiiwdl%t 
atfan dit^jeq^, met der tijd , geheel aan de andere 
iftiaijde van de balans van den handel te zien OYeigaan*. 
»Wij 'Toméenen zeker^ dat indien nadere proefen, 
ttinet meer attentie en zoirgYuldigheid genomen , de 
D reeds gegronde yerwachtingy die uit de eente ii^ge- 
i»«laUe furóeré. heeft mogen geboren worden , beves- 
stigeD; de .Knlture van de Aamd zoo tefl mogébjk, 
bw{^ YQpral op zoodanige plaatsen, die qiet reeds tot 
Mifpdere Yoordeelige bebouwingen, of bephntingen 
«zijn geaffBcteerd, door premien, en andere mjdda^ 
«lén van enconragement zoude dienen te worden b^ 
i»g^nstigd. 

.. » in het is om de gekgenheid tot bet instellen d^ 
i»acr cproéren te yerkrijgén , dat wij b^ds bij oiiw 
«oolaire aan >a0e de ecvste ctvicie autoriteiten op het 
veSand' en de buitsn-etabliséemeaten de opgare heb- 
nben gemagd van zoodanige personen onder hunne 
»geadniinislreerden , die ia staat zouden zijn, om 
MflQdoft te fiibriceren, indien hen de grondstof 
«daartoe werd- gde?erd, van de gereedschappen, die 
i^daarroop neodig, en de onkosten, die daaimede 
# gemoeid. maden zijn, met eenige andere infonna«> 
l)itien^/vdiê. tot d^ eeivtèn aanleg Tan zoodanig eene 
» bewerking betrekking hebben, «Tan wdke infiuina-- 
^ikni ifig ;(uet ndaten zullen Uwe IkceUentien het re- 
i^isdtaat mede te deden, zoo ras wij het zoDen htb- 
n^ben oiitiangen, terwijl wij Uwe Bzcellentien iéiw 
i^zodèn hieraaede prorisioned , hetgeen wij omtrent 



49fi 

» dut ig8d<!tflè van Uwer 'EtioeUentieii lart ?oör te drB<< 
x>geii4iè!ddeiiy te mógea besluiten/' 

Brerident en Raden yan Kaanlien^ 

(¥a5 geL) WeeeUemê* ' 

\ • 

Telr ordonnantie mn dmuUren, ' ■ ■ 

Se Secretaris Tan den Raad voornoemd. 

* j « « * « 

• • • . 

Bdicdye dé flaeergemélde Ramiey levert het Blan^ 
tenrijk in onze Oost-Indische koloniën eenen ovëis 
vloed van gewassen , uit welke men eene tot ondër^ 
jBcheidene technische gebruiken in meer of minderen 
graad geschikte Tczebtof zóu kunnen winnen. Onder 
deze verdienen niet alleen de uitgebreide femilien dèr 
Uttieeaeen Artocarpeae^ maar ook onderscheidene Z%* 
iiaeeaey Mahaeeae^ Pandanede, Srömeliae^ Muèacmêi 
eoÉ. in aanmerking te komen. Ons bestek laat eèhter 
niet toe , alle gewassen bij te brengen ^ waartan Het 
ons gebleken is, dat zij hiertoe eenige gesèhSktheid 
bezitten. Wij vergenoegen ons derhalve met te doen 
opmerken, dat daarvoor ook de Ürtiea diverHfo^ 
Ua 1) , wdke in het westen van Java insgelijks JRamé 
^ienöemd wordt, en vooral ook sommige Bananen* 
tf Pt#an^-soórten in aanmerking verdienen te komen. 
Inzonderheid geldt dit van de op alle groote ëilan^ 
den des Indischen Archipek, en wel in bergacht%é 



, 1) liz Biijne Bedragen tot de Flora^ va» Nedfirlf Inéiep^ 498 1 moe- 
tende ook deie 'plant tot het gesUcLt Boekmeria gebragt worcfcn. 



496 



streken, in coo groote meoigte io het wM ^^oeymde 
Püang-iaioê , waarvan de yeidstoi de ManiUa-hen- 
nep, welke op de Philippijosche eOanden, misschien 
uit de^eUde. plant gewcumen wordt, Tolkomen eren- 
aart. Ook dit gewas bdooft, wanneer er partij ?an 
wordt getrokken, eene nieuwe bron van Toorspoed 
toor onze koloniën, en niet minder Yoorde niJYer- 
heid in het Moederland , door den aanroer in groote 
hoeveelheden Tan eene uitstekende grondstof roor de 
papierfidnidten en andere takken van volksylijt In 
plaats van de gewone lompen namelijk, is men, aints 
een%en tijd, ter Tenraardiging Tan alle soorten tan 
papier gebruik beginnen te maken yan de vezdstof der 
in genoegtaam alle Keerkringslanden algemeen aange- 
kweekte eetbare Pisang'- of ^anofiefi-soort {Musajpa- 
rmiinaea loov), die echter bg de zqo eren geooem^e 
in onze Oost^-Indtsche volkplantingen in het; vild 
groeyende soort verre moet achterstaan. Desniette* 
genstaande is de uitslag biervan zoo gunstig geweest, 
dat er zich, nu omtrent een jaar geleden, Tom* de- 
seen nieuwen tak van volksvlijt eene . a&onderlijke 
]Iaatschapp\j , onder den naam van CampagttU GM- 
ratê poisr texpUnteUion des filamenU du Bananier^ 
te Parijs beeft gevestigd , . nadat aldaar bij de Ten- 
toonstdÜng van nijveriieid in 1839 een zeer gunstig 
berigt dienaangaande 4oor de Jury was uitgebngt. 
Yoor dat w\i uit het Programma dezer Maatscha^py 
bet volgend uittreksel mededeelen, zullen wy nog 
aanmerken: 

1) Dat deze plantensoort ook zeer wd tot het hr 
briceren Tan Potasch in het groot geschikt is : 

2) Dat de gemelde in het wild groeijende soort 



497 



veel meer en betere vezelstof bevat, dan de om hare 
eetbare vruchten gekweekte soorten , welke vruchten 
echter in onze Oost-Indische bezittingen naauwelijks 
ab eigenlijk voedsel in aanmerking komen, gelijk 
solks in de fFeêi^Indiên het geval is : 

3) Dat men echter ook van de gecultiveerde soor- 
ten van Pisang bijzonder partij zou kunnen treilen » 
uit hoofde van de menigte , die men van dezelve in 
bijna dUe bewoonde landstreken aantreft, ook waar 
zij ter beschutting van andere plantsoenen worden 
aangewend y bij voorbedd op de in lagere oorden aan- 
gd^gde kofl^plantaadjen : 

4) Eindelijk , dat wein^ landen eenen zoo guns- 
tigen zamenloop van verschillende omstandigheden 
tot het wel slagen van deze Kultuur aanbieden , als 
de grootere eilanden van den Oost-Indischen hr^ 
ehipel, waardoor wij ons deze grondstof veel goed- 
kooper zullen kunnen verschaffen, dan dders het 
)g^al is. Reeds eumphivs zegt in het vijfde deel van 
zijn werk, bladz. 134, waar hij over hetaankwee- 
ken der Miaae spreekt: y> maarnieuwers êtaan zif 
ii>zoo schoon en weeldrig^ aU in de vlakke velden 
y>van Java, daar een mulle ^ bruyne en vette kley^ 
m grond iêj alwaar ook hét vetete zuikerriet groeyd^^ 
en deze gunstige gesteldheid vindt men in dezelfde 
mate ook op Sunuitra en in vele gedeelten van Bor-- 
nieo en Celohee weder. — Zie hier nu een uittreksel 
Tan gemeld Programma : 

»De Bananm" oi /'««anf-plant wordt door uit- 
»spraitseb aangekweekt. In negeti maanden tijds 
» ontwikkelt zij zich zeer schidijk en bereikt eene 
» hoogte van 18 tot 20 voeten , bij eenen omvang van 

32 



i98 



;» 9 tot 10 duim. ledere plant l^rengt een' troB yniel»- 
^tea. Toort, die oageno^ 40 pooden suraar ig ea op 
»z\jn minst 20 ponden Toedjelstof bevat, die bet 
D brood, in deszelft natuurlijken toestand vetrangt en 
»in alle spijzen> israartoe adj gebezigd wordt» uitsie* 
» kend Bm«a]ct. De vniohl , welke JBamaan (otPisaiÊg) 
)>g^Q^m^ wprdt^ia het yoorWeip van eeaen veer la- 
ixyepdig^ «handel' in de fTeêi^indifn en zal)ïa bet 
^yenvolg ran tijd-alle onkosten dèr ioogting: kunnen 

» Waao^p ) de tmcht njjp !ia y itroidt jde .plant 9^g^ 
Dsneden, die, na eenmaal gepéoft/ te i^yny van self 
»Tyftien jaren. laog weder liitacbiét, zótuêar bndere 
)»ze9^i tJ9: Tj^a^heft» dan hetr wieden van denvgn^ndi 
. »l)e .a%?m^dw:^aM«Mn-plamt.geefl ^ponidddd, 
»m e^n^ yopra%«iGaide, beneiding op.de pkulJDx^ve, 
» 4 pondoi yezektof^ gd^kstaande met.evea zgo veel 
ï^lankpen^ nuwtr die deztive in hoedanigheid ven over* 
» (reft en veel mïnd^ kost. 

DHet volgend voorbeeld,, op eenenaauwkeoriige be« 
)» rekening gegrond >. zal voldoende weoen orin een 
«denkbeeld te geven van de aanzienl^ke voordeeleny 
^ welke de onderneming kan o]^e?emn. 

»£en«vdd vaüi ongeveer 230 bunders, op eene re* 
»g^atige^. w\jae. beplakt, kan 1,|600,000 Bmm éÊ ^m 
))pbinteaf ,en hy .geyolg.>0ven. aoo..vde (vrucblnMM» 
»ea MOQiQOO. ^ettd-pdoden .vetoebtofs jsfiadijka^ op* 
» leveren. 

)i>Eaae fid)ridk ter bereiding tan.veaektof» ep do- 
ezen grond geplaatst, kan dagel^ks 10000 Ned. fS, 
)»of jaaiüjfcs, ia 300 werkdagen, 8,000,000 Ned. 8 
» bereiden^ . De productie van vniebten en veadblef 



49d 



» wordt door g^eèn jaai^g;etrj^ a%ëbrokeii , en .dé be« 
Dréiding der vczebtof gkat het geheele jaai^ door. 

» De opbrengst tan zulk een tertiem met Bananm 
» beplant, zon jaarlijks 1,5000,000 vmchtrossen be^ 
)» dragen. Elke tros wordt in de koloniën gewoonlijk 
)» tegen 1 fram verkocht. Daar eebter de pkatseli^e 
D I%ginjg der fid>riek niet dtijd een zeker v^ertier aóur 
» kannen waarborgen , Wohlf? dft ^eelte vab de-op«^ 
)> brengst bier alléén geplaatst voor memorie:' ^ 

»3 Millioenen ponden vezelstof ^< loV ; ^ 
»den' firtaat ran: lompen gébiiagt^ woK • !• - 
»den t^en den laagsten marktprijs' ia '^ .^ 
» F^hnhr^k tan 260 fr. de 10000 « 
»geschat op ...;..;♦. .Jr. IfSOiOOO^ 

»Öe uitgkve'bèdrakgl:^ 

»Toor ' fabrikaadje . van veed^tof , 
)> Trachtgddén naar ^S'tircpd en renten 

wvan kapitalen » 872,000^ 

>>Zuitére opbrengst yK 378,000^ 

» De 100 Ned. ft vezebtöf uit i?&»Mi|iéf», gereed om 
Dtot pap en papier te worden verwerkt, in Frunkryk 
» overgebrafgi, hebben' eene waarde vtfn. 12 fr, de 
»100 Nedl ft; lompen van gel^ke hoedanigheid , als 
» db vezelstof tiit Bófiénie^i ,- kodtêu' in ' Fhanknjk «5 
»è[ 50 /r.,' të tondeii iO/t.; in defVepeenigde Su^ 

' ' ' fo MëJi !i!dü éëiie' mbdeffabrièk' op^ het geMhihstie ^pant 
)ya^r vóftfRiAi^g^ "iimim 'öprigt«tt voor rongeiicer 
» f 00,000 yt'.V datt^nde^ lbégi$péh dd eetfalê'aakipieti- 
>:! tingen, de gébouWëil', h^t maffieirieel ende vlatte4de 
»üitgavéii Van hè; -eerste* jaar. 

»Bët is dus onmogelijk, kapitalen op eene voor- 

32* 



600 



Ddeeliger wijs te plaatsen <^ teveiKS zekerder en gun- 
Dstig^er uitkomsten uit te denken. Geene indu- 
»strieele onderneming le?ert zoo ?ele waarborgen op, 
»en behalve de gedeeltelijke resultaten, welke wij 
D hebben aangewezen , is de vezektof uit Bananen 
»van zoo veelsoortige aanwending , de hoe?eelhad 
x> dezer grondstof zoo groot, de hoedanigheid zoo 
» Yoortreffelijk , dat men niQeijelijk de grenzen kan 
waanwijzen, tot welke deze nieuwe tak yan Tolksvlyt 
»zich trapsgewijs kan uitstrekken. 

D Dezelve verdient inzonderheid de opmerkzaamheid : 

» 1. Der Creolen, ak voortbrengers; 

»2. Der scheepsreeders: want het transport of de 
D overbrenging der vezelstof uit Bananen zou voor de 
» schepen een nieuw en overvloedig middel van be- 
)»vrachting opleveren, zeer geschikt tot opstuwing 
Dvan ledige ruimte, in elk jaargetijde voorhanden, 
» en dat in zeer korten tijd verscheidene millioenen 
» franken zou kunnen bedragen ; 

)>8. Der papier£Etbrikanten als verbruikers, uit- 
D hoofde van de voordeden, welke wij in dit kort ver- 
Dslag in algemeene trekken hebben aangewezen." 

En zou men nu nog eenigen twijfel kunnen voe* 
den, of soortgelijke ondernemingen ook voor onze 
Kolomen, zoo wd als voor het Moederland zelf voor- 
deden zouden kunnen opleveren? — Zou men eeni^ 
vrees kunnen koesteren voor het wdgdukken der Kui- 
tuur van eene plant, waannede de natuur zelve onze 
Oost-Indische bezittingen heeft bevoorr^t, zoo dat 
zij zonder eeidge zoig der menschen op een aantal 
plaatsen allerweligst voortkomt? — Of zou het aan ge- 
schikte gel^nheid en de noodige grondstukken ont- 



501 



breken, om die Kuituur op eene zoo ruime schaal 
in te r^ten , dat zij werkdijk krachtdadige tot de 
welvaart des lands ea de opb&mng der nijV^eid 
zou kunnen medewerken ? • 

Wat de beschikbaarheid raa landerijen op Jat>d 
betreft, het yalt niet te ontkennen, dat dezelve 'in 
sommige gedeelten van dat vruchtbare eiland moeije* 
fi|k' zonden aan te wijden zijn. De groote uitbreiding 
toch aan de reeds bestaande takken van landbouw 
g^ven , en de noodzakelijkheid om b. v, voor de zoo 
bioeijeade en voordedige Koffijkultuur steeds genoeg'^ 
zame goede gronden niet* volg^tide aanplantingen. mf 
gereedheid te houden, laten voor eene nieuwe Kultuur 
althans in sommige Distrikten geene genoegzame lan-- 
derijen over. Maar dit is geenszins in de zooge- 
naamde Buiten-etablissementen het geval. In dea^ 
uitgestrdrte landstreken , die naar evenredigheid van 
dentelver vruchtbaarheid nog zeer w^nige artikden 
van uitvoer bezitten, en waar dan ook de armoede der 
bevolking bij den toestand der Javanen nog zeer on- 
gunstig afeteekt, zou zoodanige Kultuur onb^rijpe^ 
Igk weldadig werken, en dit brengt cm van zeifi 
tot de volgende overdenkingen. 



IL 



Na alles , hetgeen wij in het vorig Artikel over de 
uitmuntende eigenschappen der vezektof , vooral van 
de /Z^mttf-plant gezegd hebben , zal ieflereen , die bet 
karakter der inboorlingen niet kent, zich moeten 
verwonderen , dat de Kultuur van eene zoo nutt^ 
[dant nog voktrdct geene grootere uilbreiv&ng heeft 



S02 



ifil^lmgm .ea bet TOrtier. yaa i4it pitMUkt tekh lot bel 
g^fsoik der; Jddiflcbe .befoUuiig alleen bqMnld beeft, 
mtb^^iboieu saedqgedeeldB Rtpikurt Tan Prendem 
en Raden van Finantien OYer ütodtaahndach i Indië 
btykt» iwel.iaiwaiir^.OYertuigèndy dAt.eg bet aan geene 
pqgUigeo.jhfibb^. laten lOntbceken om deu bdtuor 
OT» \».imvf»; Ad bet. i» lAdendbad te betveureU:, .dat 
die..pogita0eo» vaarran ttien dto besten uitab^bAd 
9M0m lOr^mhten, jK>nder eenige ynicbt a^n .ge- 
btfy^. o!Wy'gelci9i?^& dit ^oofidUabdijk aan b^^ 
mai^ iagbifiteide» al te zachte etf op veel te {mjuor' 
«jge ^ji^gUMslen geschoeide Inbtndsebe Bestuur ,te moe* 
lm fepflsebriiimi*» Se inlander tooh zd, uit eene 
zetoe.aMrt.iTan pnvensGhiUigbeïd en neïi^jng :tOt mug- 
beid) ..ni^ liet tot eenen nieiiwen tak yan K«Uuur 
moi^aAny Aak om .die. reden, dewijl. dé landbouw, 
vdkd je^idoor ban^edreTeD^vordti inaüoeseer 
b^ifbtO: bdtoéften gwo^gzaem Voomst» en bij zelft 
dan^ !wwneer'het voor bem prqofonidfrondelök be* 
wieienviif<^dAtifflj} betn .pbrteon^ke vodrdjoelen zld. op* 
leiqi(ên>'(tmgaagnè:daa^<ee.lbeshuten \mé i>; i •« 
^iKoodct men!|^erbalfè) dei bedoeUng beeft: om. ia 
deze ymchtbare Iandett:'4.etiSadbiur>yaaii^teradbB«- 
langrijke yoortbrengsden of andere takken van pij- 
Terheid in te voeren , die in de gevolgen tot de al- 
gemeene welvaart kunnen bijdragen » is het onraad- 
zaam , dit alleen aan .den goeden wil der Indische 
bevolking over te laten. Gepaste , en vooral diLwyls 
IiQrbaald0 aansporingen van wege bet Bestuur, bij 
wdke goo wel aan dê Hoofdm , uU aan dm gtmn^ 
fiffi inan.Mi» MUjk^ ^n^ zoo mqgelifky gepaaid 
deel in .de- mkoAMi* Mm Mffnen arieid wi^rdi 



503 



têherd , z^ü ons daattoe ahijd ^hét dbdm&tigst Yoor- 
gcfcomeD O» '^'^ 3^^ ®^^ dezen maatrqg;el moet de 



1) Reed« in het bègU van 18Z9 heb Hl mgne denkbeelden omtrent dit g^ 
wigtig onderwerp in dezer voege medegedeeld in een Artikel in het Algmnêên 
SèmdeUibkd van den 1 April, IP. 26, ter gelegenheid der benoeming van 
d^n Iiiiil(Bivuit-G«Q8real Tav m icMpi tojt ftoiiveKmtu>4eiierttd van Medw- 
landach Indie, wiens Bestnor, door de op Java ingevoerde wijxigingen ter 
uitbreiding der fcnltaar, en vooral door het erlangen van eenen man als 
s\v» tdt opvolger trityne ^gefwigtige 'betrekking,' zdBL« '^iliame gevolgen 
voor de mimrittlo welvaart op /««a gehad' hsAft. Ik neem 4e8 te Uhmt 
eenige zinsüeden nit gemeld Artikel over , omdat l^^t^n* &,^ nog* voor 
het verirek van dien Staatsman naar IndiS ^ zeide en toenmaals algemeen 
bêtw^feld weid, of -immer zelfs meer gepaste middeleii tot nitbrelding 
der Knltttor «en» «^ gunstige! «»|]«9mst flond^n ikmnen hefabm , nis ik 
had zoeken aan te toonen , mij ou althans niet meer als vleitaal' zal kan- 
nen toegerekend wórden. 

«laf wg mogen 'hrt in-dit opfeigt voorctn géfukkigvoorteeken hon- 
» den ^ . dat dfl > kenze vén onzen het' ,Wel{$u der- dndiachS'^vdÉateir biM*- 
» genden Koning, voor dezen moeljelijken en gewigtigeQ;post, op. eenen 
» man is gevallen , die mét den geest der Indische bevolking reeds door 
voadelTiAdlog bekend is gvw^rden; dk ihzondétheid 'Jatfa kefit;'eh 
aibfiit«»]q£4e middelen zal welen «aq telrenloni «md« gnoteeifW^ 
snigvuldige bronoen van. rijkdom ^ welke inzonderheid d^^.J^ T^^V^iOgif 
» door de hand der natuur begaafde 'eiland bezit ,. tot de algemec^e wel- 

> vaart te doen • strekkéoi: ^Zéo'idoéirié cAl Vet xyö^'sdherikinnl^n lilik 
sniet ontgaan, dat eene volstrekt vrije Kuituur, een geheel onbepaald 
«Systema aldaar te willen invoeren, even zoo weinig geschikt is om de 
talgemeene welvaart en vrede van hét land te vestigen en duurzaam te 
» onderhouden , als de handhaving van drukkende Monopolien tot.de le- 
'» vering van *s Lands prodnkteu. 

»Moge het hem dan gelukken, de Knltuur onzer Oost-Indische bezit- 
n tingen meer en meer te bevorderen, door de aanwijzing van gepaste 
^maatregelen , door welke niet alleen hier te lande maar ook in Neder* 
% landsch'/ndié y bemiddelde lieden zich opgewekt zullen vinden, tot 
»'den bloei der Kuituur en 'des handels (welke beide zoo onafscheidbaar 
Tt met elkander verbonden zijn] hunne fondsen aldaar aan te wenden , teiw 
»wijl ook te geKjker t^d het lot van den gemeenen man, die tot de 

> aanbouwing van den rijken bodem zijne krachten moet Icenen, door 
> zulke maatregelen verbeterd, en gevolgelijk het algemeene welz|jn verw 

» zekerd zal worden. 



604 



1 --1 



buitengefwooe verpieerdering van alle voortbreogi 
op Java, en de ugtbare toename eeoer yro^r on- 
gekende iPirelvaart onder de bevolking in de laatste 
jaren hoofdzakelijk worden toegeschreven. Zonder 
de leiding en het toezigt van een krachtig Bestuur^ 
dat, met vasten wil het algemeene welzijn bedoe- 
lende, de bevdking tot de vereischte werkzaamheid 
aanspoort ; is het zel& op Java , waar toch de in- 
boorlingen door een ruimer levensgenot en de daar- 
mede gepaard gaande beschaving tot grootere be- 
drijvigheid worden aangeprikkdd , onmogelijk , dat 
aldaar de onderscheidene takken van landbouw dien 
trap van volmaaktheid bereiken, waartoe zij zich 
door de gesteldheid en vruchtbaarheid van den grond 
kunnen verhefiEen, . Int^endeel zou ook daar, zoodra 
deze aandringen ophidden, weldra algemeene te- 
ruggang plaats vinden en op dat thans zoo blodjende 
^iland geno^zaam dezelMe toestand geboren wor* 
-den, als in verscheidene andere onzer Oost-Indische 
bezittingen, waar bijna alle Kuituur in een' zeer 
verachterden en kw^nenden staat verkeert. 



» Eenigennate met dat Und bekend lynde, knimeii wj Tenekeren, 
«dat het bezit daarran ▼oor Nederland^ door eeae verlwteiing vaa het 
»lot der inhoorlingen , Tooral wauneer die gepaard gaat met eene se* 
'» kere strekking tot beichaTing (wel te vcniaan , ingerigt naar de x^dca 
» en gebruiken des Landa) , geenadna aan gevaren blootgesteld , naar ia* 
» tegendeel bevestigd en gewaarborgd al worden , bijmnder wanneer deie 
»heilianie verandering insgel^ks op het reeds meer beschaafde gedeelte der 
» Indische bevolking toepasselijk werd gemaakt, namel^k op de volkihooiacii. 

s Nienwe behoefden van allerlei aard zonden voor verscheiden ail- 
«lioeneu menschen uit znlk eene beschaving ontstaan, en het lalwel 
«geen betoog vereischen dat hierdoor ooi/ aan den Handel van het Xoc- 
j» derland nienwe uitbreiding en eene leer vooideelige ngting naden ge* 
» geven worden." 



606 



Hei is echter in de t^enwoordige oautaadi^edeo 
uilecsjt moeijeliyk om in dien toestand onaer Buileapj 
etabÜMementen eene weldadige Yerandering tot jtand 
te brengen, en dezelve kan in elk geval niet'andeiri 
dan zeer langzaam plaats hebben. Buitendien vor- 
den hiertoe aanzienlijke uitgaven gevorderd, vaar- 
voor de kapitalen in onzen droevigen ftna^tieden toe? 
stand bezwaarlijk te vinden zouden zijn. Hét^koraA 
ons daarom wenscheijgk voor, dat onze Rc^gering déze 
heilzame ommdieer van zaken trachtte te beq^' 
digen , door den. vaderlandschen ondernemingsgeest 
in de hand te werken en denzdven door alle gepaste 
b^;unstiging aan te wakkoren , om de Kuituur aUbȣ 
op te beuren en allengskens op die Jboogte te bren-^ 
gen, welke de gestddhdd en de bevdking dier lan-i 
den zullen veroorlooven« Indien bieraan onder bét 
toezigt en de bescherming der Regering gevolg werd 
g^vien , — en dit is even noodzakdyk , ds dat zij 
zich, gelijk <3ip Java^ het lot der Inlmders aantrèkke 
en zorg drage, dat zij niet aan de willekeur ^ 
achraapzucht van bijzondere landbeeren w<^en overf 
gegeven, — in der daad deze maatregel zou de guns- 
tigste gevolgen voor den toestand lUer etablissemen- 
ten , en eene niet minder heilzame terugwerking oj^ 
den koophandd , de scheepvaart , en een aantal tak- 
ken van nijverheid van het Moederland te weeg bren? 
gen. Het zal echter altijd moqjeüjker z^n voor 
bijzondere personen om in deze onderneming wel te 
sli^gen , dan voor eene opzettelijk met dat dod op- 
gengte JUaaisehappy. De pogingen der eersten , boe 
welmeenend ook, kunnen slechts gededtelijke ' .en 
daarby zeer onzekere uitkomsten belooven: terwijl 



606 



ême JHpatachippij » uitgenisl: ^inet eén itéeraikeod ka- 
pitaal, en onder de kidiiig Taa bebwraiyie fliwhteiMUpai, 
aoo -wel uit Kttgopeapei» » .als Ifilandciw gduAen, en 
iieboorlijk bezoldigd, alle mogeli|ke waarbai|(en aan- 
biedt nroor een' gunaligen uitdag, indien 2ij het 
g»oote werk der ontginning voor 'a hands in enkde 
der meest geschikte landstreken fan Smmmira of «I- 
dero- ondernam. Het zij Terre, dat ik paFtikuKeren 
gdied. Boa/weosoben uitgesloten mm eene ^ondeme- 
mingy die bun zóOYcle.TOordeelen bdooft; maar 
éeme ; Mfaatsehappif Terdient daarom reeds in alle op« 
ai^^tep de Toorkeur» dewijl z\j , als een enkel groet 
Kgdiaam, bare werkzaamheden ved beter in wer* 
ecustemmii^ en goede verstandbovding met ome 
Bi6gerBBg kan Terrigten «n doorzetten, dan zulks met 
bijkondere peasonen foogelijk is: en bienran hangt 
jÉ0gdi4)lB «dg 0oédc|,uitdag grooteadeeb af. 
[}<Wit £ulkH9ene> /r<w7«eii^$W|f. fermeg uit te^rigten^ 
en^boeigroot'haar* invloed c^ de natiwali^ belangen 
z^n'i^kan,' hebben >wij,' nadat onzé^ handel en sobeep* 
Taan» ap(de Kaiomen geno^zaamte niet >wa» gq[aan, 
door,'} dé Oprigtjng -der NedetUmdëéhe Bandetmmir 
Hktêpffifvp de overtuigendste wijze geaieo. Wij «gn 
iy)gg^aigea,gewee8i;, hoe* zij in overeenstemnMog met 
'«'LiuldB'Eegering' (^bevordering van den nationaien 
röOttpQfA werkzaam, 'Or in heeft kunnen abgeu, om 
een" aaa den .moederstam geno^aam vreemd ge- 
wbrdëa . tak , ' die alecfats weinige Truchten opleverde, 
W{idêr >naauwer daumede te verbinden en rijke .vrach- 
ten- te doen qdefoen ! «*- En het is juist in die Ter- 
houdiqg 'van -verwilderde of afitervende takken , dat 
reeds sedert lang de meeste dier Bnitett-etabliaBemen- 



SOÏ 



icn^jtotVtfwr, gpo iyri>>li. t^»hat.Moej|prlaad«auan» 
niet. ttos iü-ftiaat om' ia faim ejgfq: ondeilióijdi la 
flOQndeai:.eDJals'ieea.]iaiilBerMn de.opbledgsica ?an 
/«rd küligeBde. : 

• iWd inetre» idiitydit,. gelgk w^ jreods .^.jkennen 
ganÉnv «a^ijeeuB 'Stiefmoedeo^ke ibedeeling.ider na* 
tiiur. ïsi.tèeite.sdingffeQ,. hebben jQag;eooeg alle jl^ 
fldfda ffUuèhdiaarheid'Vaü 4eD^;bo4en jnet^JEoi^ ge< 
meea^ Js bjiin&e. gcslddbeid y^eld eyen gupsdg ge« 
aehikt tot betvToortbrengen .van. deadfSie k|c4oniale 
flm)eI«-prbdiiktBn;.ct£ bieden sommige. juist die zOBieor 
HMfkii^ Taii.igited ^ën. hicblsgtateldlyci ^ aan, irelke 
éen/ haofdy C M c i^ yhto ^is' to^Jbet vd .slagen ï van jsooda- 
jHg^ .belangrijke takken ..nn Kültutar, .ala b, y, van 
d& Ij^atöenplaniy.iWf^axv^n de aanbond u^ hetfproot 
qp^^dva tot nog toe.met<wel hoeft AOgen .geInKkea« 
Ja'.aonumgei^jn sel& boren Java met^b^cdttdaoe ko0t«* 
bgoei baadelsartik^én . beVooèMgt ; ^ . baratièaa i|i..deB 
qjho&i/.van;.faui];piêti,b(ideiD dia^eddb metalfanicsi ge«* 
sttaBaÉeB^^vraatluijdr dé)Ikgeei4Ifk(iq4'*doSjjiten0cbeBi 
hall^;ihcaifeihaakj|i,l>maaF'i^ bfai^nin/IAnae pagè3f;al'« 
tbo«8}^i iiilindtr)lwaarde'>b9EBl$en^ .dan! hy^dioiTniblifo 
MMièrffl i4an!id^>^toiMl ;;eB'iQejehikt^; niidttdch «jan 
toftoei'f ide talrqkjé ibevct^ESqg , «elke i% y^ncheidcne 
4ïér jotitUiskanientanigewöndÊoi woiidt^«nv zoadexgóok 
BV) nog! Tin' iii|fsrbeid .Terstohen iè » dé ratdiaerheid 
oi lijdzaamheid heeft ontdofDr gesohikte maah!^gden 
daartoe gabnigtte worden« 

;Eo SDU Imen dan eigens zijne kapitakn zekecder 
ea/.Toov^^jdiger kunned bèlfggen, dan.in zulk eenèn 
fnifahAbaren bódeita, TerondoiBteld namelijli^idat dieeo 
auAanieiiuiiR 'door kundiee en naaitwiiiezeUeimaBiien 



608 



gefeïd j oï op aoortgélökeD: ¥oet als de Aederinndfldie 
Baoddmaatflchappij bestuurd worde 7 «—Als inDecem- 
ber van het jaar 1889 de aan de Btatea-^Geiieraal 
aangebodene Wet ter creatie eener nieawe schuld' ?an 
zeseaiijftid; millioenen ten bdioe?e der Nèderlandsche 
Oost-Indische bezittingen was a%e8temd geworden, 
bragt ik toen reeds , onder andiere middelen om in 
het gebrek aan gangbare Specie in de Koloniën te 
voorzien , de oprigting eener Maaiêehappy toi twr- 
bêtèring em uitbreiding der KuUumr ter sprake, en 
besloot ik dat Artikel, hetwelk dechts Terminkt in het 
Handelshlad gqilaatst is , met de nrfg^de woorden : 
»13it di het gezegde blijkt orerCiugend, hoe ved 
»er oog in onze Indiuhe Kobnien ter yerbeterihgp en 
Doitbreiding der Knltuiir kan gedaan worden, en 
j^wdke yruchten mea zich van eene Maaieekappif 
v>liot beoórderinff der KuUuur in den geheeUn an^ 
Invang- ofUBêr Ocet^lndisehê bexiiiitlgen beIoo¥en wagn 
«Ik beschouw dan ook de opngting Tan zoodan^ 
»6ene llaatschapjptj ab een' der doehnatigste maat- 
dregden, wdke in de t^nwoordige nm«land%fa»> 
aiden zouden kunnen genomen worden. Ongeveer 
»op dezélMe grondslagen getest^, als de Bandd» 
amaatschapp^ , en met gdgke hulpmiddelen ab deze 
ainigerusti maar zich uitsluitend tot doel steUende, 
]^ om zoo wel ondernemingen van landbouw door op- 
nzetfeeiijke daartoe aangestelde Enropesehe en Indi- 
»sche beambten ten uitvoer ie brengen eif ;te b^ 
Mstoren, als om, door het verstrekken dernoodige 
»fbndsen, aan de Kultour in de Kolonie nog grootere 
wnitbreiding, en voor. het Moederland nog voordoe- 
ixliger> «trekking te geven, zou dezdve voor beiden 



S09 



»?an onberdcenbaar not zijn* H^t Talt zoo zeer in 
»het oog, welke groote uitwerkselen zoodanig eene 
» Maatschappij , die Yoorloopig over een fonds van ten 
» minste tien of twaalf millioenen konde beschik- 
»keny onder een yerstandig Bestuur, in Koloniën, 
» als de onze, die voor eene aanmerkdijke , ja on- 
» metdijkó ontwikkeling van prodactie vatbaar zijn , 
»tot stand, zou kunnen, brengen, alsmede hoe ver 
Ddeze wijze Tan geldbelegging, waarvan men rijke- 
olijke dividenden zou mogen yerwachten, boren bijna 
»dke andere yerkiessetgk is, dat wij het overbodig 
Dachten hierover verder uit te weiden. Alleen moe- 
Dten wij, ten slotte aanmerken, dat elk der door 
Dons vooi^geslagene wegen, om de Kolonie in hare 
» benarde geldelijke omstandigheden te hulp te ko- 
» men , verre de voorkeur verdient bov^n eene geld- 
» leening van regeringswege, door welke de schul- 
jodenlast van het Moed^and nog aanzieQlfjk zou 
»venneerderd wordea/' 



•• 



'!'• 



01»HEfiKI<N€EI(' 

: • 

OMTRSNI 

■ • ' •■■ 

GEDANE VOORSTELLEN TOT TE&KTEaiHG SER. 
RNAKTISN; OOOR HIDJDEL tan SlTMEUnifQ' 

HA'KOLTquft ENK.' or ^r^f^jir. ' 



. .[• I. i •' 




»'.' " '.'* 


* . / • > i: ,^ "i •• . '».;•/ .'«1» '• 


• 

' 1 • ■ t J 1 ' « 

". J ' 

1 « 









Hét 'k zeker niet té ontkennen ,• dirt dé Ifaian^' 
den van den Staat zich, wij willen niet zeggen 'in 
eenen verwarden, maar toch zeker in eenen nood- 
lottigen en gevaarlijken toestand bevinden. Getui- 
gen de beraadslagingen der Staten-Greneraal , de mid- 
delen 9 welke door de laatste Ministers van dat Depar» 
tement zijn uitgedacht , om dezelve te herstellen of te 
redden, doch even zoo spoedig door de Staten-Oe- 
neraal verworpen zijn, het vacant blijven van het 
Himsterie van Finantien reeds gedurende zoo ved 
maanden , niett^nstaande door onderscheiden Leden 
der Tweede Kamer op de vervulling dier portefeuille 
ten sterkste werd aangedrongen. Getuigen de me- 
nigvuldige klagten, welke zoo wel opentlijk in de 
dagbladen, ab door bijzondere personen in de za- 



St<l 



» 

voBÊieriagf worden* aasjgféheivew '>4{«ta]geB emdeK^ 
de onderscheiden ontwerpen ^wdké èii>lai;Bfz«ajdèt» 
Ifjk uitgcgeyen brodiofes; éïi idde dag|[>ladèiLiian 
dehand worden gegeren, oiii>de ViiiaQtieiV''opite 
beuren y of Jierer yan eenw^oofèrmijdeli^n 'oddfiv 
gaü^ te redden. 

Wij zijn niet dezulken) die ónbeparid ' aif keima 
al<*de bcniöeijtngDni^ welkéi t4avd«zë>dooif dk^bhi^pn 
vaa JVWffriaiBf^'%oifieii;iabet:^ilr»gestield/tMi Aen 
bd4a^peÓ8Waird%eit rtoeübmd'^ rwbma ^é-'-JuwBÜ'^ftif 
nmtien yieriieenetty'te.vcrbiBftettB^ é»!igegik>fidei(hoaf 
op bet^ >trjd0D 'daar té atdlèiii)' Wljiigdbin«ia bd 
gaanMv dat die benèe^ingen ontspnntehriti^'de wiwe 
begeerte om^ bet Yaderiand' toti dienst 'té' üjn^i^^üit 
het deneifi Terkr^geft hiistei^ te'^deniiMfaeudeK^eè 
te bewaMi voor dea schimp' Tan Babuur eü'^Freëiklde; 
wij geloofen, dat deaetvé ontstaan uit ware 'Vddel^ 
hmdsfiefde, en prijeen die pogingeii ,' welke wélBié»> 
nend worden aangewend èf beproeM door den)biikU 
zaati wien bet bei) dea Yaderlandi «er bane'^^t 
en dien bet een onemd^e' smtfrt zóttiyeroorinkai; 
te moeten zien, dat heVifAfé te gronde ging, et 
een ander (^ dëszelis pninhoopen mis$chtexi <zr}^ 
nen roem en welfaart opbouwde. 'Int^ettded 'wQ 
zijn de eersten, die aanmoedigen, om alk»' m b^ 
werk 'te. stellen^ wat- gesririktkanki^yom Uet^Va- 
derbmd .te- redden ;: heft prlftüeft; die plaiiiieiüontweii' 
pen ,1* om het yoor gebeelen ondei^g«n^»tfebèwa^V 
die- door taal, op plattseA* geboot^d,' wW deMfè 
weevkknk kan vinden, of door gescbrifltQn bet^hlRmb 
trachten. bfj te brengen <, om hel^ yeqje.Taderiand 
op te beorenl en bet te doenatijgéiintDt do dagefa'^mn 



! 612 

r^xA^ en eern wdke maar al te zeer in de wa^pKhaal 
adhijneni gestdd te zi|n. 

Dodi al prijseif wg dien wdmeene&den sin, al keu* 
Ten w^ in hét alg^emeen die pogingen goed, Teire 
zij bet Tan ons» dat ^j aan ieder indi?idued plan 
tot oprigting en yerbetering van 's Lands Finantien 
0B8 z^gd zouden hechten. Dwazen zouden vij met 
rqgt heeten, indim wij alles, wat dezer dagen, hoe- 
wd JBset. een goed doel, is te berde gdiiagt, onbe- 
paald zoud^ goedkeuren , dleen omdat het dod goed 
jsy on» zeker niet irereenigende met de stelling, dat 
het dodl de middelen hefligt. — Die een weinigslechts 
zyn feratand aanwendt, zal het met ons moeten. be- 
kennen, dat er tele onbdmokte, opperrlalddge ea 
boewei sohoonsohijnende , echter niets beduidende» 
▼edal niets waardige plannen zijn bedacht en aan 
de hand g^ven, om het groote dod, de Finantieu 
des Lands, te berstdkn. Oneindig yde brochures, 
sedert, eenjge jaren in bet licht g^geren, eene me- 
nigte artikden ten dien aanzien in de dagbladen ge- 
plaatst, en met scbyn van kennis yan zaken onbe* 
paald en dringend aanbe?olen, hebben ons niet zd- 
den eeb glimlach a%eperst, toch altijd gedadit% 
4«n de spreuk der ouden: ui vireê dêsini^ iamen ui 
l audmn ia vohmioê. 

Onder d^enea, die naar redding toot de Finan* 
tien. Tan ons Vaderland hebben uitgezien, zijn er 
nok» die het oog geslagen hebben op onze buiten» 
landaebe bezittingen, b^zonder op die, wdke in 
OoH^Jndii gdegen zijn. Nei^gens uitkomst ziende, 
hdiben zij dezdve daar wiUen zodien; yan ékkt al- 
leen hdriben z^ raad, hulp, redding, heil begeerd en. 



sm 



aóo vzy éaieeadfn , gewo iri fcii } wjidtag é» kftU'^.'dn'cHeè^ 
gècUehti^r ''^^'▼^P^Achti^}(le':i^o«erii gut «DMipii^ 
ddoH abiili ééoisó tö^enlag aUéonxe.beEwimfl zbol^ 
dcji^tflajv.sbpg^èfai:, talie aebuld:i]itgeii^d:«Qr«Ei^ 
tuipatbdre' bronnsii^ ?an gdok,: welvaart; éslowtr^loMl 
iöudèa eatdekl>'eil g6ó|ttiiid v^önieal ' CliaeiittiTMB^ 
gaeoe.bokoflimlariikibdioeMèOH) méér 'aani ;të) g||D^/ 
pen; een redmiddd was gerenden, waardoor jaoiH 
lijks/SyOOOyOOO hier te lande minder aan belastingen 
betaald en' de schuld van Nederland weldra geamor- 
tiaeerd zou zijn; want / 500,000,000 konden diens- 
v(%w»i m^i^vf» )S6 j^accffi, FQr4enia%e|o9l m v^ef^e- 
tm%fim m4c9^jl$ jai^ cp nog airi^/fiOOjAOg^MMl 
zondes») ge^moitise^ en A'irfrfoifiiraQhdldliijt^tdcill^fl 
z^i A14q« zouiteial dit gepeiii$:^Q96i)iMUbterii 
oip^aaa. d^ Kamei^^anemel^kf.<^itwe|pettit^trp{bf 
^riog. QiVEer.£ioafttieo.M»te]«tedeii, gApd\'om(^ 
bo^ we^eot geene.Goaversie.Taiiieobu|4bHèMi.nv«è 
POQ^ i> atttt ffMA^ boiOigePè belasftaog behde^l me» 
te^wkpi^./^ote.ttikortmaiet mdei? bedbobt tQ ityAi^ 
vont vit . dk göudwijiil ; iqp; /fsw) ge^liitad »: zUndcA 
alle belkoefteo ber red%d >vwat «grJli4ikoddm:.ioQ^ 
ii^cpi^llj^ a^hatteo, arer NeflifthnA worde» «pi^ieftava 
Opdw di^eden , wien zulk eene heeij^jk^ toekonnb 
tcj^nlaoht; behoort d0\A(&fyTer ivaoieene brofcfaM» 
i4 i*|e!t..tetpt Van bel- jMr («42 ViJhmi^efn.Vi^ 
j^nftpiwmmtgiekoi»^, (yader 4eo titel: QiMm^ 

k^ifêS^mm^H mrdm^ om it^gTf^ét g^^^ 
^ederf^iffskB^ :Niffi0mky'9eh¥td ^ 4e, (hs^^Jfffliseh^ 

K^l^mm^t^f^^^^mrem^i 4tiefih»m9kt9kwmnket'£am\ 

vefcmmenivjniilèdiilié w r m^ èr deK m mamnfififl 0^4) 

33 



514 



U/.wpmm f . veUwa: ^rodtfphta tild' de* Sebc^Ter » . de 
ÜMk Doot.A.vC. Bi 'TÖiMBiri iclHJ«t= uitgedacht ts heb* 
ba», om jilg^Xéaxn^ Ttiriri tfondir rijnir plnayn ge- 
feaeii' te bebbeo, ! van. foéen te/ doen bcdmtea: dit 
boek /bsfit 'het: 0ei% lndifid4el! <yoor N^ierlaniJ 
ddchAen hien osviHdleai%i aan do wooodeainn 



"PurpareuSi late ^ni splendeati anus et alter 

~ ' . . . • « . < 

. . Assuitur pannus*** 

' YoanAér het is met iiéaig^. Aktét^té^ geieerde 
Sehdj^et" faie^jgeeft^ bét b niettjAeëÉheetf IMlwefp 
i^'de midcldeoi om het grodtüee^g^deék^idër He* 
derléMbcb» adiuld'> ;dcrzèiver ï-eM^^tiing- en at- 
l(i(ÉÜ%)o|i''^'Oim-indisehl^ Mdijdèii: te kooiiëü con- 
TOtterdbi lOaaf ócé^v tJeft twoede^ eeo Mt^érp orer 
doittiddèléftv :Wlto'^ bestaan , om de i&kooMen 
fani' hiéti'>G<HiV6RneÉiieDt ia Intkë tB^yenaeeté/opetif 
IOlvle^ yan het^ ssetsel taw aM>lQM»(i(dikatio defttirodoe^ 
icri a£ te w^fcc9n[. en (let. welt) zonder den JMaader 
ditikkedde^ lasten :op te Iqggep; en ten derde ^ een 
ootneri^ioatftiKint' de ieijsei hoedanig er ddaar aaa 
don ondemeioio^^oest yan-partikttKeren een ruim 
teMiis të openeti'^n^^pF detd^n gek^nbeid te g^ 
11^/001 800 i¥td Koiièe'' kapitalen, abfaimnekun*' 
dqfbeden op èéne doéliiiai%e '^ae te kunnen aan- 
-wenden, r^ Oio oantwerp^itHj erkennen het, moe- 
te&v 20nder dot^ wij n(^ oetta» \lpeten, w^elke deadfe 

a^n,' gi^ootaiii» beiangr^k en aCloéBNle weten en 

bet'fioit^eivienient ui dan» ook wel geensaiDa aebler» 
lijk U^ea, na met dearfae bekend* to zifngewQr- 



iiS 



])oth, Imiio; h{^ <}m8dhi^v«n;fiQli;Hrfr(pifc «anttenl 

aèarjtabnde^S^hiöravj dsier lu^t/zia 'genotgzaKeiOMrt» 

heffUai),^rwsUenik\'géMÊlnêÊ^ maÜderbdbngen^Aec 
IiidiaqUe. b^ndlttog^; mdtO^ziEègtr J'iibtelliiige)i ^ivèiv. 
eenigbiflD, readb dai(nimii!vij;tiehtffii|/i«dep!Zii^ 
iBgtkkdfian^bÜBoif 'MjiilDBiB^ftasay hfjeiaaiitofttkedd.db^ 
aelfe»/daft 'HokoMiÉio^ liij>dfiii-dnaèvigeiir. staats noi 
>sjlAd8f%aHttieor>z9D/m(]g^ geenctt 

Het eefste ea Toornaamste .j^lao)/ tbl - g^tticn^ 
SolMrj^^aaaiEdQrhaftdrgftaft; istiiiiettiiieuw;* 1h| begint 
aUu^iafijiiebnl^kiv^Jb;'.^ >; .v •-; -^ -w o!) • 

OiJ^Omi ^.!40id te>>]i»re3GaDt'^i(|Mnd4b. D 
»igra«l0ta fadiril0 MUnouo aclMddvdendAr vènliért 

kaafeim.ccoiijte^areii^. ^WtaAt>i0CxiQaar/ééo diidfU\^ 
)>i^^[doQri;d«Ayf^tea|iTA»;Dn>«fiflcaD étaidb hahd 
ngig0v^..)ttt)iaiiAddk Jfi)(aéstkpdli(TaoitveéBa>^rbdub> 

ttoeai'daiii jpaffticidie|te , iti^u, bafeaUnp van .Qne:afrt 
Dkere hoeveelheid producten aan betrifiouvenieniéttt) 
»ao€b' dfe oacj^ënkAfid^i» } dw jlederlaoAabaüTa^oiiale 

cigeÉ(iMéG(» AtaD fdajf mti ^ iCinafi vait) imjf stncB 
c|>^;[iilf;»hgjiF^ii)0idaa%iiohl^ «oiB^eeiiïgeiaaniberkiflN 
»gen over dat voor8telj?fy;f>^lasJ>Gwaf ViM Mn.Bqfóa 
nt(ri bij.\!lei«t«pg9l^f^ .7 Mm* iOB\4m 'wal%l .kunnen 

33» 



meepen, 'di|l> dé «udt^^fMk teb ii&orAe^ nk d«n 
Schrij«ép< Veslkt 'was', aAdêCide &mtsfrkM'M3!{\moBCB 
het eent iicj^iplim iaaiv 'd«<ilMiiid> ËM< gdbni ,' >raAr- 
fay. dè SckiijiTér.aHjpbte'éeii ^^ wtgeaidQkA^boe^ 
zoerf/vi} degpcde héóókMgeiiyimgeifpèinAm OvbaP 

aLio^ne^ ak Conminané-GaMiwl ofei* ^HedeiiéDdKh 
iii4ië:of ÉbitllttiiAeri ilHitRdMfpn in')ftét/i¥(ieridtg^ 
stcMe (plfinnëd het 'doi5l^{Ilffl>beD gffnikVj noelij dat 
dit j^lan'^ ibetgefli 'hij' ontimrpeïi bad| om pnze 
schuld vöOfTi het {grootste igedeeltet'dF rte Uodensl door 
]nteehe:opi '4é Ooét-indisqhè fiohtteal^te eohTcrie* 
aeni,' fjoMgaant ' jianhemrIjkiiwiyN en > dieiaiD •^bék te' 
r^y ak oTerdreveo ea onuitvoeUgk dmmifi fai^ 

van de Heer törsht gewag oiaakt ^a heigeea hij na- 
éeé zal toé^ixa^^ id "imtit itè eene bvebhAiie in 1840 
bgiide iGébroéderi -'vujr. «uunvJ-te yj'üiJti^a^rtjpir- ett 
Jmêié9fdatk «Etg^jépén^^ giti<!dd:: /r^lr> <mr rfi R- 
nkmfielê akmffêUgfenhedêm -vmiii^ h^t JSJffki Baar htt- 
idfé dèni Beer löassir' 'tot' ei^eidi)k<Q''gronddag ge- 
diehd'l^edft iODüc^derphinen èiidr krebiroeng^i4t«QB 
te' iettpp', • zoD «idleii':^ hetzelve hier m zi^ geheel 
oferncBen^;' ^. mëeé» dlMlr wij er 'OMinnalen op 
zxdkn temgkcMièni i • . : ^ ^ i i 
• Wij' veroorioovèn'o^ cehur; opdht itoae üesohott-* 
wiogen niet al' te teeü: geidLt zwden worden /'om 
KinnBige der bijgdbragie (bew^i^frcKden dadelijk jn 
dé bodentaanSe aanteekénin^ nader* toe te üehten 
efgedeebeiyk te wederkggenJ^i ' ) •> 
I) Men gdöofe echter niet»^ wordt opUadz»'^! ge- 



S13 



J>M(>^[WcNli hfi4fei^e i8f)iQ^:méèn. aard ^^ttd%, 
J^aW^t^tfil^'l^^t^M!'?^ *^^)^ Mneffoèddiitkoinit: 

«g^ >yai^i eflm)g9d«i^ jE^et; «ohpld , . 6è de.aflotaüig 

;^j^t AmAppr 'toornt bet )ftdaiig)tler:geUUeliiet0ni4ik 
j^^ oYf A/ 4ea; ftUial «eWo höfondord wor^t^: ronder 
» bezwaar voor onze Koloniën of derzcftter l^oaèrs; 
)^^}l]^t! j(B^ imfiimiefmi^>mgmsi,^ cki met Iket tcf- 
fftïfeüi >^ap pfcwid^ üSt^ft» cuitberea' zob . kija Vto' liet 

DDat tot zulk ^QolAAf in <d€ eerste >plailts^^^;efoiu. 
ii^:fl^(l[>^«v4l<f,nfl^W<J^^«tiii«»re. MèaanU^ ydt dafldUjk 
^it^iJM^i q^.: rr^' J5^wl^lö^nrdie;wain^ «opleveren» 
|)(dfmfVW(M|bt9bo^ /te,iraidén!gQtipijFeU;) No^ 

j^^ieei* toiV^j geteiw<! »ri kél. laadipièd JSmMfMmikiM >) 
j>fifW^fiM\iï^§^eMik Taa /om/ thans Uepr laawedg^ 
K|^lhp^hfr)fTi)or ongeveer drife nillioenen giildeiis. ^ Er 
g^^z^AuW'oM^ Of^^ meer dan 

. , ;^) lp!fi «90^ il^ri>9 ^el, CUgelpk iB 'het: 'ooi/hoêimt èit lèi liftr 
bedoelde landfeed hn demn koop nit de hai^ <Wi den eeoen pivükp- 
lier in die eehe aindtten orei^ing, nadat het eèrat gedurende het En- 
gelache toMfhedbeatnar vervreemd waa geworden. Dan dit daargelaten 
s^nde, BM> kan men geemcint, nithoofde Tan éénen verkoop, ook de 
waarde der overige iwêek<mderd pereeêien even hoog aanslaan , waarop 
bet tpc^ by ,^e soUde ^#Ar«(ito« tPMuptfe boo/tfnkelijik. «Mnkbmt. 
Imnjéra. jeneweg hei grootatr gedeelte van de bedp^dftT.peroee&mr.df 
diatricien bevindt fich vooi:iqf||(er in geei^^aoo voordefUgeft ataiit «aa b#» 
bovwiiig) a^ iPamfimf^^fM.r en al «telde men,, dat dit^fop ware> tèn 
mlnate ii| , g^e loo. guMfigt giAegenb^ voor den alvoer der ptodi*- 
ten, ee^e oonUndigbeid ^ die op de wittde d«ff pooditiikkeii, 'fo«Ü 
op /a«8, den giootatm invked beeft* 



116 






», • > , r' 



; ; >.Dié) ötanr^KSlm benMèii'^ dbr 'fan 

^xm 'eMe xidkeré iii^edh«ii0 0ioiO«ffïlBl;<;;of^ttdb%' au- 

Diblander ho^ifièia iaa§aei'k&^^ of 

Dzoo zulks wordt verlangd, wordt de waarde daar^ 
x>Taa iiitgfikaerd ia &iO|)«i)^;eU, als wanneer de in- 
i>3ander fam zijne ;:^ijd6 verpligt is/ de 2ani;r«fi/# te 
»yöldoen» , , .. , ,„ . 

.' TT V l ^ « • 

.: ^jl Di oildnlkkiiig!' oéêrem^ekóm€H, wón iiier mlgenièek Mf opgtnx 
iauBÉMi' lüttden ,' ftts fcenlifrtb éSl' op de 'W^toHKge tbestettmiiiig 4cr 
'tiflilélfiiii bemdking. Er Üttf MhüériUttti 'bedoeld 'wordeti, dat de» 
'dAafto» i^eAtéf iro>dt,dfta!r in liet alüeiBeèi) fte i»«iiiidi na* den Tont 

•f'^mili ket 'Bef^Qttr,' J« 'zelft 'die' dei LétttHiéerén op /«m net een 
!A«Ml -^l^k' éëet^ %i4(ai«rtifi 'de i^ü^tnk' mM ''btLAUl^hngs tooet ^ 

hooraneii. •''•' ' '' '''"^ ^" ' " 



619 



^Miiiftir^m oxid^rfMAOr, of goqg]eii«aiiideii.eoütra€Aint, 

D^^mdwniebot Teifeeod («Ithui^.iwas d&Üetjge?al.ge- 
»{Un0ad».(i»' cmnta iarea.M hét^iavterea^diorliioiir 

»en de aflo89»fl^,4«fiiT«ft> «et het iftbr^ati^eS jMrr 
«idin! i?pIdAfUK , tot :ee&wOveceeiigekoMBa. pnya; h. ▼. 
fHbeüiüS bei .eene-^AinkeroaderiiemiDg^ dan, moesten 
MdtiOffj^géfonlastéa in sudDenjworde&i gckwetep* 

^Atttor^odiefdci jODdomeaier wedBie^, idam jtotidoae 
» betaling gevorderd wérd^ ?na\;iijn^b^teder.:ei- 
org^dom;» «waarover ibij jiaar;:goedrkidtti Jboo be- 
«Mcbihken 0« 
)'>:i»De;$uiker'aaa.dé wdge.taadct tè)Aa/a«6i» ktot 



^.} Ta» èae beptlug , dat de ondcBieBsr <iv«r dei WÊênitn hbeafeeU 
•Mifuilury da tot welker lefering li§ itdi jegctu ImI Go«?eneMait 
Ittd tvipUgt) vrgeljk kcedukken kon, b itaen apoedig, en rcada imdlte 
^M Beitqprir ran dmi fiker Viir beu wmoe ak CoititiiwtM Ofncrial oper 
Reder Jaadwh'Iiidii, afgeweken, blijkbaar oKt ket doel,, om lich fab 
l e ge r i agiwege ato Teel megelgk van alle prodidüen. meetter te maktt. 
Déxe maatregel heelt echter, bij de aanmerkelijke daling deit «keipq^ 
lenin Europa f aeer wrange vrachten gedragen, zoö idat, .ia. pkata 
Wtk trinit, jiari^ ihillieenen eehaU daiMluor toot den lande vetl»- 
ten dJB gegaan^ Mien dette raiker pp Jawa mn de vrije maikt g»- 
bmgt wafie, s>n' ^t* teei let 'terkwindiging«yaa> den handel hebban 
'bl|gedïngeti«en Mkef hM^ftibrél? «Mf S^M&e niBt>tol die boiteagewiaMi 
heegié agn genegen, welke ikh wed» jafeii^hiDgiep.yat« deet ^¥oeIea 
en den «adeeligsten invloed op den gang'Vtti.liile>iakcn!iiiloeAnt. 



8M 



n loMKt ' heil CkwiiiaraetBimt v^ ''de^Aiaiidt^Bitëii )i^ ' fn- 
»){d]MÉa ode^BuiliéiiHOfi' fywM tfefietoht *'4«» ^ gywiiti e te ^ 

i^k/fgohlèèiijopp^enreiiie} éui db^vobi^ottéiiiiieu 

•)|jker; f[oor>i(f)Debibg^inraa^het}4toQveiiid^ 
miEut^^ \é 'ifdtWfdbDi, ib ^u)}» 'gtëiiMriiis ihèt 0«rkL 

^MktéÊXi' tad €Bie^tedtrijte«^iitxM)^hÉflM'd^^ 
iKluAijk:^itté:Jbriaidén:ieÉ>«t ïmtmAit^^ ^ i - 
. / j^De (jvfoenaiF ^ler OMirairm liteft ditigdokk^ 
«ic^ffiMr gcUad^T dat daatdnor «me iMroa m ii^tMrt 
^^tii'^eip^nd gewordiA'' toot dë inlanAwstei betol^ 
^kbogyfi-^ tllei^^ obdér ,4^'e -lust tólatbeid a 
^4Mtakaéi «^ponlst «n'>iBvredèilieid dididtcxiv'eai^ 
*^in«lMli^;fliijai.bevarderd 9), ' ' ,; (> 

-:>^^> Vookr :d)é êohtractantea \ idja dia onderiieiniogfa 
Dzoo Toordee% geweest, dat velen na dtie of tier ja* 
^y^tekf httt»w^cbtgdb«k'fia hunne cmtmetoi met 



-! ) A^.lfe- mmlEMiiBg dw lMidnBla> kamk Met «ihiHUt «mI ta ^^ «1» 
' wilh« • raid* ïia% by deè aanbouw vut aoikemet ii ■%firlMft y wp 
idbo ^ wi wih xr d«D pok de Ldander neer dan te ?dmi ii bcveeidtald 
•nm dee te èledkar lot de» Knltmir wofdi Mngecpedrd. Te ^lyk tip- 
ilétM' •!■€». luft ilit'. kei' «og» dal ^ccimbim de lüliiMUr» «eiar èe 
.Bntepeseile . 0f Cliineiiftn .oontfactant d0 nUüw^.aaii Wt 
-üentbnait. i, . 

S)^ Jéy .fobnl eedeit, d* 6oBf«nieiir-(i«iiemid «ver 
-04 tfsiterMi» de Heer SAt», de fenekeni^g act lttidreo^e.«i9eaclwft 
•lieeft en.de Inlander «p betere prüien yoov ,bet nikerriet rekenen kan, 
tèa'.dii bet gtral. De reit en t«f«edenbeid der uüandacbe. befolkuig as 

dMi «ek flfiïMrini een gdvolf nn de coatnden , naar ?an dê goêiê 
'HMimg voor Uti' mikttrüif Jtmier êtmgê èem$0 ifit ^ d«r Snmpf- 

iche of Qiiatsche tootiwtanttn» 



J 



'>ija» /nfablgwimxifaog^Ej^eii, oriradi ^to'iriiteJfiM 
H»AtoaaerB«iiientoen g^niihiU middriUittla cgiaq mklk 

. lovBèt V)id0i^;ide)pbtftr>iiiet4^:leiv>dii1i)i^^ 
«èöumdtthedéii M{4idB|pdrim ^ivdiniglBèfte «^pM^ 
»deUgke betrekkiog hebben tot oiu}40Bbn'is6Mft|( 
-siaopahët fQili^pdMèOQktiirtByi^^ mméCYhoofcbittkea 
.ttdiUlUót^. ^^idt^^i dtioiiitUJni d^km^aséfi^jokk 
»men een goeden uitslag daarvan ma g ▼erwachten, 

»De Reêideniiin of pravineiin op «/owi, zijn ver* 
pdedd in regentscUapp^»^,4%p ^ ^t'^ffift, ilH» 
> »tiaffv tot onget eer. vêertdg. duiMemd tentooera» bMHi 
"uitende eb, roor «ck) Yerre' die tótiflè kófflteÖéiid^^ 
, » districten >hooren, eea g^y,ptij^^^,fmfi%{j^^ 
' /»<koffij <^levereDde. •Moakiea^ ttu ^ea^Tciorbflcl^^ eeA 
rdittriet betwék é,000 pdcoas ki£^''géariddË4 'jttt^ 

_>>ly^ Oporeng^ :, 1 .::•;'!'• / ^^Iiil.Jm.w;a lü rr.'-ir/ 

' \ •. > , . .\\' '. " ' r.'i. ". ,«u ' •» i\. V.. -^ . > 'i^^iiWi \'»i^ .»-'• <\'ii.j 

■ »■! Il O 

-< w i).jpiQiaie^ hMft' iilèB; acli 'op Jêéê M jwrat;yfkri i^timyiidedBfk be» 
dkogen geikn, Jfoffi^Jr lü gt ■ . <md>t « éna -.diAn? 4>' .nJOét^diay b to od^ 
trtcCen niet wilde afHpqjken. .fr«- 'uiv . . - it 



(SM 



^KAmiifiaidlèzbaMtfdfSMpil^ Umi 

fHHror^^ieikraibT) liSr.hMu^ «MHivei^ omesplki 

»dier schidd» inflchrijving op hrt pntrtllnyli ijptiu 

4ii«a^, J dmrriifgwfidiea'jtm Ji^ eo 

«Maar gcstdd (oqb^tocmadeiAdlIagi.'tQ^^ 

ddéj «ifilpÜAAtJ jimfeig9Qn;(ite^t^ «oitdiiM>wiPn{ism 

» dan hij anders geweest zou zija, liad bij zijae in- 
-tf^BChrijvirigien "otJ lél gt6ó±o& béhoudéa,; daér hij 
J?.*p vftpr ft^^,.n<^ ,9ni^%é^,o$!fe gedeeltp . tenig beko- 
.Aineiij >kany;.eflt eFemnia ,f^ het, .GouvonieiDeat :^Mii- 
"»t(^öideelj hötüdté «óu, zelfe dan aog 'zoa-' ««ei 
yim^^éj^^ -'ie ])iieUfieji^ hebhi^iL jaÖ , er ^ reejis' schuld zOu 
-*aiJA).>a%ekMt« .Buk, er: .heaUat geen 40 punrte 
'^hj^ad'i g«Hjk gdileken ü , o«n zulk eene handelwijs 

>>ab..wil^1i9chüidü}^ftlfi Ie hémen, 'en at moest dus 



yydmx^hm dë GaftfatétJnttèii'4«tiiP(te ^tij^ii%dfi|f ^kltf^ 
j|^tifeii^4iixiiltafa<j'iiMi>i^^ < hbioÊfgm '^'Mtwmih ^ be- 

»et tim «oir )iteze hrmènidiieiifc iidbedê Üji^^lÊ^ë 
)briEblQtBQttëifl[%e«i0rbM%dV^t^^ ^ i')ov « 

^_^^_^^_______^ ,bf:;j! ooi '.j)T^\biooyfiV)i\« 

honden n eerbiedigen j^ en zich niet alle yroeger door het Moederland j;e- 
nötene inkóinsCen töel^gënéh jsonf 'IraaH^k^ Diertoé oeboort'éeh aten 
|jpdfl'> ilfiflt 4» ibgèMiei! l^iét'lNitt (dé iMgèr (étF'He JUaéige*' '^ék^ 

ken» .gelijk, Soekaboemifif PamanoekoHy Indramayo, enz^ Terlu>cht 
heh1Un,'udaa, in ilaTolgiiig «an net oMr DAnroèfc^ gègëWn voorMeia, 
wiUekMuig OTcr de fr^heU der Ink^iilkrtilieM&lkLeiiaê^'I^Ji^i^i)^ 

broken hadden L « .. * , ,, /r "y r i i- 

wgKB dgeaiyk nieta voor den ateUiog. Ifluneiti hate^ voer êttikerct 
«üAj^yi -heeft hg iUnllte.<;de. copliMtwi^'^ler «nieff: aijde^; d|iir;i^^ de 
<Biko|péachB.: ef .Ghi^nficèe. ottiemeaKK^ iMMgtdMitfdt ainto.iovw^.il^iKohlk*' 
j«B u 'leggttt. I (H9 mt$hi* Mmikt^.*üi :iw%o .«it de 9ii>iMUloffm» ^nU» 
ken op betel der Regering door dea Inlaldhr^ie^vdffi tel0«eiiL,.sv i nm\ 



IM 



«^d)|l4elök ötmtéba dtmaSméerd i>K^iesMm dk ^cï^ 
xi^AOQii rriffif^ fito de «oolraotlatM Jiir^^roia^ 

Dgenwoordigen toestand» 

.,.,i»Pat het al,,!erd^, <»{ƒ-??« aaif, gpep^jn^aiwhen 
Aa^^ooU»ekfitt.,U^';^traan9fla|k-^^ ^ulke. oQftUvDtfiD 
légmegen; behoeft' btet'tó > iofk^en bémijfdkl V d^ 
)>'dezel?e hét yboruitzigt (menen van binnen zeer wei- 
4^jnig« jaren ;ew 2se«) «aazkid^kH luigepdQi 

MsètAei^ "tiéeo ;Hé hxünéh terirerVéÉ' eft^ xi^/«tind«* 
Vdait'cJ^tpe^^jii^,^ een iJToöt ka- 

~ '»nét eefüinmiéin^t'lKidt t^^éds'di /ttwi 900,060 

'V X^iinj^wtioii^ gitiw toéfttittiinf^v<da»^sdft»i<Éti|iièii(É»iiiiv 1^^ 



IM 



»rige grondeD, zoo op Java als in onji^Hiy^ggn^^ 
nüttingah ^dKgtti laqg Mb-njgftly^ jb§ib«&: aH»4at 
»« im iicèliNirr<^x wi^ t^gBitdliglu^lSO JAiHJi^e^sq 

lywa fj(m; QcadOiawÜgi igbdf^tq üW^ifP^H^cfÜ^ 

)»zoa daardoor tevens geene noemej9g|i(aMijg$ SffiM^ 

Direer^^.VNirdsB/ da0Kr(mbliwtfii}MRi^i0br7>l«f^ 

liiOouKèraeDMiUimibteikgtt^ 

^litïëf^eini.lMll toteigti rltirei; dm Ji««ilin^ Jï§9i 'S|(^^ 

WitbanslphÉls^ecftiovdeiflNmflé^i^ mnGfi9êfffmi^ 
»imari^e groddtfiiilgdbQelia{«<{i0i(H[ ^j«. cQfbffiri&n 
^dériiig «oü du&)eigdiilök fiianoibb(8teib>o4al;)fQltt ^t 
»aat^èrp) de midtectidi[ttoi i4»»jI^^ 
nkanina .iihbreidm ligiJhiMit^gtjÉ: jtw^M^yit^ 

»^^ i aan^hbi. .G(^v^ei;^tT<^tegjffigl] h^tgdx^tm^ Wh^ 
lêixw^wa^ 25 Jaoenide wllejvn»d«b3» don/fdcbotenKgi 
j^pluIi^ürjEOUi: /EfaaM oÉdotéoülié^uilbi^idibg^'l^^ 
» flchiedio .dooo : GooicraiefltaDtr «nbtebtnoif jdse jÉ«r- 
)iTaL.«f^^>eei%.<iroördeci) geÉiHèa ^j)j^IcpdÉr gecbmilsr 






dit 




tMcUe-reue door ./ai^a is eeDleken , zoo aat nij nei ^ in net oeiaog jan 



. •• 1' 



m 



PSe^tfM QS&nésilfcy/jafiöt MTz^jteii^elMi, er 

AftSatf(^(M^I<Mh «MiTT|pr]Mke>fi;el^ke acliald)Uiiir3DO 
^temdM^,"^t(MPoli9i^abo4MaL<i^Qfd' her^TOPJUmn 

> komst aan den staat een hulpmiddel zou zi|lairilior* 
^ikVmdki^^^^iiflAr&p^i^^ andere 

#«8u B|tol<C<M^iiiikwril»4tala)m8t^ wi: ^ lodië:, « ' met 

l>1!Él6^|e'l«èd^49n^• i)iA;^'''dat),^^^^ bAdel^lièlil^ 

n ¥Éfi|^%afi^ tfiftHdèiiinitfiii^iwaidlÉte jgi^^ . Zm 
iFÜK^tsfiil 5 -èÜB lldffibdhenlrmbir^hetltiMaQ bèstaaade 
i\k %(fff)£4^oiil«if^4iisMnd) ipüdeaatiiS è»S iiiiHmc^ 

)r%to >^t nJ9r<lidel^beM0&igd l a d fcm ^ ^pi , en dbar 

)9f0f aA)tt{tt^Vdl9d%'>%etioiV')op''A)a^ 
>C|mg^>^kanniefr imtoflen 'eril er dan mig^6 mSkiofam 
yrt^fd^^diltigi^éiDdëlbcdödda teköktenoierb^^fèn*^ 
- $^^9bnfi»Mi9tóm9ffÈmÊk.ieii^^ toirhrifa». dat 
)^llOTr|liqf iderpl^a^ ■kli»;[;ènidilüenjitrwe<p in dW 
» bijzonderheden te ont^nkkelen. Genoeg zoo het 
^^lekoL 10$ :datookfiib<dkrqizigti)iet<dp(tf d^ 
)>%êiëtl' Mïhütèi^'^'ilü ICtJlOöïên" jj^perde ' vooruit- 

»6choawd, en daarvan de apfjegevfa. uitkonutm Itoa- 



529 



»deQ iDVordea ?erwacht, -^ en is dit zoo» — bestaat 
» er niet alleen middel , om met onze inkomsten onze 
» uitgaven te bestrijden , maar zel£i om de Staats- 
» schuld binnen gepaste grenzen te beperken, — dan 
» moge opperrlakkig de financiële staat van het Rijk 
» ongunstig schijnen , zij is dit echter niet , zoo men 
»onze hulpbronnen in aanmerking neemt." 

De Heer TÖirsBir nu op dit project Tan den Graaf 
VAH DSR BOSCH aanmerkingen makende , met het doei 
om hetzelve te meer aan te prijzen , zegt , dat het- 
zelve allezins uitvoeil>aar is, want dat die tweehon- 
derd peroeelen gemakkelijk door het Gouvernement 
van de hand zouden kunnen gezet worden , dat het- 
zdve slechts zoo vele Dessa's bij die perceelen zou 
behoeven te vo^n, als noodig waren om dezelve 
te kunnen beplanten en verzoi|;en. Ieder van de- 
zelve moest , om 5000 PikeU koffij te kunnen op- 
brengen, reeds 2,000,000 vruchtdragende boomen 
hebben , tot onderhoud waarvan 2000 huisgezinnen 
noodig waren. Ook zouden er, volgens hem, wel 
tweehonderd perceelen te vinden zijn , die elk reeds 
5000 PikeU koffij opleveren , indien het Gouverne- 
ment al de koffij-plantaadjen op Java , welke thans 
ongeveer een millioen PikeU opbrengen, aan parti- 
kuUeren in huur a6tond. 

Indien men echter dit ontwerp , en de middelen , 
welke tot uitvoering van hetzelve worden aangewe- 
zen, naauwkeuriger nagaat, zal men zich kunnen 
overtuigen , dat , wel verre dat het tegenwoordig Be^ 
êtuar ffi tndie daardoor géene noemenêwaardige v«r- 
4Mdering zoude ondergaan y dezelve integendeel op 
de volslagen omverwerping van de wijze, waarop 

34 



530 



Java , van oudsher en nc^ t^g^woordig bestuurd 
vordt, berusten, zoo dat deszelfitoepaasitig, volgens 
de beginselen eener gezonde staatkunde, reeds uit 
dien hoofde zeer geyaarlijk te achtw is», tagtmers, 
behoort Nederland aan de Indische be^^dUkiqg dat 
regt niet te doen weder?aren , waarop zij bülyk aan- 
spraak heeft, om, door de baqdea vaa onderiing 
belang en wederzijdsche goede yersti^iidbouding, moe- 
derland en Kolonie hechter aan elkander te verbin- 
den? — £n zou daartoe nu wel kunnen slaken het 
overdragen der ontzettende sehuld. .van Sederlami 
op de Kolonie, met verkrachting der van oudsher 
verkregene rcgten van de Indische beToUoag^ en met 
willekeurige verbreking der bestaande verbindteiBs- 
sen en overeenkomsten ? 

Of beteekent dan het sints oaheugdijlLe tijden op 
Java gevestigde Deiea^^ of DorpbeHmtr , dat eigea- 
lijk Palladium der Javaansche vrijheid, zoo weinig 
in de oogen onzer Staatsmannen, dat zij het door 
een' willekeurigen maatrc^l , als de bovengenoemde, 
gelijk in de Batavioêche Ommelanden ^ geheel uit 
elkander rukken en zoo goed ak vernietigen sou- 
den? — Hetgeen eene lange reeks van eeuwen wd- 
dadige vruchten droeg voor. de bevolking en baar 
nog eenigermate tegen onbill\jke aanmatigii^en eu 
knevelarijen van tyrannieke overheersching bevei- 
ligde , hetgeen zel& het hun te vuur en te zwaard 
opgedrongen lelamUmuê genoodzaakt was te eerbie* 
digen , dat DetêaU JBeetuur , waaraan de Inlander te 
regt, ab [aan een dierbaar kleinood, gehecht is, zul» 
len Christenen hem dat ontnemen? — Heeft onsa 
natie, heeft ons Bestuur zich ,. door. het invoeren en 



631 



uithreidea van Eoropeesoh laadbdieer. in 4e wert«* 
Igke gpedeelten Tan dit eiland , niet reeds genoeg ge- 
haat gemaakt bij de Inlandse bevolking» om hfi^ 
zonder vree» voor de schromelijkste gevolgen nog ver* 
4er, of, zoo ab de bedoeling is, op alle landstreken 
▼aa /om,, die koffij . voortbrei^n , te brillen toe* 
paasen? Is niet juist bierin, dat by zich, onder 
anderen» hediaalde inbceukea op de buishoodelijko 
iostdlingen der Javanen veroorloofde en door: hel 
▼ervreemden der BuüênMorgêeha.hmdm grootere nitp 
breiding aan het. Europeesobe . landbezit zocht te ge- 
ven, bet vDomaamsie en biUijloe yerwijt tegen bet 
anders in vcle.i^zigtea door bdangrijke uitkomsten 
gckenmerfKte ' Bestuur van den JHaarscbalk . DAjnnMn.s 
gjdiqgen, waarom bet nog op den.buidigen dag big 
d6' Hoofikn es het volk evenietr algemeen gebaat 
is? «^ £n vraad^Y is dan dé toestand des.Inlandere 
zoo. ben^denawoardig , dat wij hem de. gerioge maat 
van vrijheid en levensgenot, welke hem door zijne 
voorvaderlijke iosteliiogen onder bet toeisigt en de 
leiding zijner Hoofden gewaarborgd wordt, n(^ moe- 
ten misgunneu?' Kunnen wij met eenigen schijn 
van regi de laatste vonk van volksvrijheid en per- 
soonlijke (Hiafhanketijkbeid geheel bij hem uitUus- 
schen , door land en volk €uin hei beheer van vreemde 
CofUraktanten over te leveren? — Neen, eene zoo 
oneerlijke handelwijs , wdke niet op het behoud van 
hetgeen als nuttig en heilzaam erkend is, maar op 
een beginsel van omverwerping steunt , kan nimmer 
bij ons goedkeuring vinden , die juist in het eerbie* 
digen van geheiligde volkslnstdlingisn en de instand- 
houding van hei InUmdtch- Bésêimir den voornaam^ 

34* 



582 



gfm êUun onzer hMrêehoppi^ wêt Java geUgm 
achten / Want neemt men dit Inlanduch Bestaur al- 
daar weg, dan is inderdaad de ingezeten aan de 
willekear Tan bijzondere personen overgelererd en 
daarvan afhankdijk^ en, vat meer is, in dit genl 
Tan vreemde pachure^ welke, e?en als overal ia alle 
kdonien, geene middelen zullen ontzien, om zich 
ten koaten van den oorspronkelijken inboorling te 
verrijken en hem te onderdrokken: hetgeen toch ze- 
ker niet de weg is om de Kolonie met dumrzameban- 
den aan het Móedeiland te verbinden. • 

Kaar gestdd , dat wij ons in deze niet aan de be- 
staande volkigebruiken en den vorm van het ïnlandsch 
Bestuur behoefiden te bekreunen, — « o6cboon dit, 
naar ons ocHtieel , door eene wijze staatkunde wordt 
bevolen, te meer daar onze voorouders zich inzon- 
deiheid hierdoor het bezit van Java hebben mogen 
verzekeren >} , -- wij kunnen met eenen zoo gewd- 



>) Zie de bdeDgryke FerhtmdêUm^ ^mn èok OnmmiMirii Cm r wri 
a. o. miiBDBOH : ^1 mi t» koê verre kêi müiig m noedteaiel^A mfjm 
Moudê de Oost-Indüchê Bêsittingen van dêMtn Staat ^ qfU 
gen dermeiven te brengen op den voet der Weehindieche voikptamti 
gen tnt, p. SO: »iiit de beschrgfing Ttn Vaidtyv en «nderea ii ge- 
BiMMg bekend, op iret wyie het Termogen van de Opet-IndijGbe llul> 
»fcliappg op het eiland Java nit kleine beginselen ii Mngegroeidy 
>1D0 dat uj eindelijk een aanzienlijk gedeelte Tan dat koitbaar eihnd in 
• eigcndon verkregen beeft; terw^l de nog orefgebleven Vonten der> 
» ielver Ryken in leen beaitten, en verpligt ign aan baar de Lalde 
ate bewijzen, welke zij bevorens van haar pleegen te ontvangen. Oc» 
avoorrccblen echter zonden slecht bevestigd en bewaard z^n gebleven, 
i indien daar van niet een gematigd gebroik was gemaakt , hetwelk no^ 
iwel eer doet aan het karakter, als aan de doonigt van han, welkt 
ain onderscheiden t^den het opperbestnnr in Indien hebben belpen oit- 
» oefenen: de wel ten en eeden der Javaanen eerbiedigende, beeft men 
»k«n bit ongealMid gtnol dasr tib g«lat«ii, ja, vwnr aoe ver mlka te 



533 



êigea mwXregA , ak deze , om het beheer over de 
koffij-oplerereode disiriktea aan eenige honderd pach« 
ten af te staan , ook uit aanmerking der regten van 
eigendom, welke hij de wet aan de he?olkiog^ zgn 
gewaarborgd, niet instemmen en moeten een zoo* 
danig voorstel voor ten eenen male onuitvoerbaar, 
verklaren, ten ware het Bestuur op Java voortaan 
willekeurig geweld tot grondslag mogt hebben. Want 
ofschoon men het daarvoor houden mag , dat , even 
als zulks in Hindattan en de meeste Aziatische, rgken 
het geval is, de Vorst ook op Java i), ab opper- 
heer, eigenaar van den grond is en het gebruik 
daarvan op zekere voorwaarden aan de c^igezetenen 
toestaat, zoo is het aan den anderen kant onbetwist- 
baar, dat de onbepaalde grondeigendom ^ door on- 



»puM kwam, lich daar naar gaachikt loo dat lalft in alle dia Prorin- 
» tien , alwaar de Compagnie de Tolatrekte Opperfaeerschappy bezit , tot 
aop dit oogenblik de Ja?aan bestnnrd wordt door ajn eigen Regenten 
»en mindere hoofden, geoordeeld wordt volgena tgne eigen wetten, leeft 
»naar zijne ▼ooronderlijke gewoontena, en, over het algemeen genomen, 
»het aanwezen der HaaUchappg ▼oornamelijk daaraan kent, dat Itet ge- 
» heele eiland lich Tan bet eene einde tot bet andere bevindt in eene 
aataat van nut en trede, welke er te* voren onbekend waa, doch licli 
nancceiaiveiyk heeft geveatigd, naar mate het vermogen der Maalachappg 
»op hetzelve b aangegroeid.** 

1) a De Batamasekê Ommêlandêm derhalven oitgezonderd** — zegt 
dezelfde knndige Landvoogd in voornoemd weik p. 38 ^- »alwter de 
ogenomen proef van lerritoriaalen eigendom zoo alecht ia nilgevallen , 
» leeft de Inlander op grbeel Java nog onder het Beatnnr van zgne eigen 
a Toralen en Regenten , volgena zijne alonde zeden en wetten , onder een 
» weldadig oppertoerigt van de HaaUcbippg : dit Beatnor ia gegrond op 
> het in Jsia algemeen aangenomen en hcerachend beginaal, dat de 
» Vorat ia eigenaar van den grond, en daarvan aan den landzaat aileeh 
>het gebmik toesuat op zekere voorwnude, en onder teknre Con* 
ntfibntaen." 



524 



gcBtoorde inéttTidhouiïing Mn h«t meer gemelde. Ztf#» 
#a'#MB6rtüur9 voor dea Soutdrein 'op Jimki sleedU aao 
Teie «ni dünrijk zeer groote b^mkingea 0Bderti9f% 
k[}geweiat^ soo dat dezdte id heC algemeea niet ved 
Bieer irBByidan e6ii.#^rpftoaa«fi<i^^niwA^öpdegroad* 
fliukken, melke.dooF de bewonerB vati de Z>eMa.i]i 
het. jgfomeea bezeten verdeo. Deze Yerfaoudk^ van 
den grondeigendom werd door onze, yooral in idiei, 
wat', dé huiflhoadeiijlce inrigtingen yan den Inhnder 
iMtTjof , in het algemeen zoo wel obderrigte ambte- 
naren der yjooraud%e: Oost^Jndiacbe Compagnie nooit 
uit bet' oog verloren^ . en;, wij Vinden daaroTer onder 
andeoen door den beroemden nBBZEivAaH > op bladz. 
81 van^ hetaailgriuialde werk, bet tolgende gezegd: 
»]iea. sDC^e 'het r^ van e^endcm van de Gompagaie 
» enz. op het gdieele eiland Jana zoo hoog opvijze^ 
»len als men wil, het is zeker, dat zulks door de 
» Vorsten van Ja^d** (en even min volgens onze over- 
tuiging door de Inlanders!) »niet in dien zin b^re- 
Dpen wordt, dat de Compagnie daarover als eigen 
»goed, naar willekeur, zoude kunnen beschikken; 
DOok is zulks aan het Indisch-Bestuur nimmer in 
)>de gedachten gekomen." — . Rafplss z^t dienaan* 
gaande, in Art. 61 van zijne Revenue Ituirueiiofu^ 
gedagteekend Buitenzarg den 11 Februarij 1814: 
De aard der betrekking tusscben den leenbouder en 
den landheer over het eiland is nu volkomen be- 
grepen. In het algemeen gesproken , bestaat er geen 
eigendomsr^t van den grond voor eenig tusscben- 
persoon tusschen den werk^jken bebouwer en den 
soi^vereio; terwijl die tusschenpersonen , welke ter 
eeniger t\jd de inkomsten van dorpen of diatrikten 



M5 



mogeii geMten bdl>lMn , blootdijk ab de uitroèrende 
-beambten ¥aa het GrouTeri^eihent te -beschouwen sijn, 
welke die k^omsten alleea als eene gift Tan. hunnen 
beer entviDgen, en voor bun leenbezit gebed laxi 
zijnen, iril afhankelijk waren. Ten aanzien Tan dit 
ireliLel\)k eigendomsr^t , bestaat er géeo twijfel^ 
dat betzelye. oor^roidLcdUjk alleen in d^i Souti^a^in 
berustte; maar e?en zeker is beti dat de eerste ont- 
giimèra van bet. land zieli «elven, als een billijk- loon, 
g8^egtig^ achtten tot ^ zulk eenen* wezenlijken eigen^ 
dom van. den grohd, dien zij als het ware nieuir 
geschapen bedden , dat, terwijl zij, foór het voor^ 
tegt Tan wel gen^;eerd te worden, eene billijke schat* 
ting of ^n zeker aandeel in de Toortbreng^elen aan 
de oppermagt betaalden, deze wederkeerig evenzeer 
gehouden was , om l^n of bunne erigenamen in des- 
zdfs bezit niet te bemoeijelijkai. De beschikking 
over dit aandeel van bet Gouvernement was dan ook 
het eenige, dat naar billijkheid van den wil van het 
Bestuur af hiog , en bij gevolg hebben de veelvuldige 
wegschenkingen van land, op onderscheidene tijden 
door verschillende Torsten gedaan, in geenen dede 
inbreuk gemaakt op het regt van den werkdijken 
bebouwer: — alles, wat eenig Gouvernement kon 
vervreemden , waren alleenlijk deszelfs eigene inkom- 
sten of aandeel in de voortbrengselen. Dit onder^ 
werp is in alle opzigten grondig onderzocht , en het 
bovenstaande resultaat, voor zoo ver dit eiland betreft, 
met volkomen zekerheid aangenomen geworden i). 



^) »Tfa« nature of Unded teimre tbroagkoat the idnd is now tho- 
»roiigli]jr nndffirstood. Generilly gpetking, no pio|irielai7 "S^^ >" ^ 
» toii ia tested in «ny between the actnal cnbWator and ik€ aofereJgo; 



536 



Ook de Graaf var ves bomui zegt met veel jokt- 
hdd in eene aanteekening^ , gesteld onder het alge- 
meen overzigt , door hem ontworpen en gedagted:cnd 
28 Januarij 1834 » waarvan de zakelijke Extractea 
zijn medegedeeld hij heduit van den Gouverneur- 
Generaal ad interim van den 28 Maart 1834, IV^. 1: 
»Men heeft geheel te onr^e beweerd , dat de Ja- 
» vaan geen denkbeeld bezit van het regt yan ^ge&r 
»dom op den grond; volgens zijn begrip, strekt zich 
D het r^ van den Souverein , op een bebouwd stuk 
Dland, niet v^er uit dan tot het he£Een van het 
j^aanded» dat hem volgens de Adai (gebruik) toe- 
»komt, of tot het beswaren van den bezitter met 
»eene openbare dienst, aan de yerschuldigde schat* 
» ting geë?enredigd. 

»Voor het overige gaan de gronden op de leden 



• tha intermediata duiei, wbo may at anjr time biTe ciyojcd tkc ra- 
il venaes of Tillagei or distcicts, beiog deemed merel j the execotive of- 
»ficen cf govemment, who received thoae lefenues vaVf fnm tht giA 
»of their lotd, and who depended on hii will alooe for their tcnure. 
»0f thii actoal proprietaiy n|^ht, theie can be no doubt tbat il orip- 
anally veated loleljr in the soTereign; bnt it ia cqoaJl^ ceitain, tbat the 
afint clearert of the land entitied thenueWet, as their jast rewaid, 
ato SDcb a real propcrty in the groand the}r thoa in a nianncr ciealed, 
athat wbiki a dae tribnte of a oertain share of ita prodoce for tbe 
«benefit of being weli governed was paid to the soTereigii power, that 
1 in rettfra was e^ualljr bound not to disturb them or their heirs in its 
ypomeanon. The dispoial of this govemmeat share was, thereibre, alJ 
athat conld jiistly depend on the wiJl of the mliag anthorif/, and 
aoonse^entlj the nomeroos giAs of lands, made at Tarioos peiioda 
aby the several soTereigns, bate in no waj affected the right of tba 
» actoal eolUtator: — all tbat anj gotemment conld alienate was me» 
» lely its own revenae or shaie of tbe prodnce. Tbia sobjed bas eamt 
amider fnll discnssien; and tbe abon resolt, aa legaiding tbia isUnd, 
abaa been qnite satisfaetoiily eHablasbed.*' {Zit MAniMB Büimy ^ 
Java II. Appendix Gdn.) 



687 

»der fiuniliö wa den eigenaar orer; cij verkootleii 
»<xi'Terhuren die onderling, vdgena die jfdai^ en 

_ « 

»deze gebraikén bestaan nog Oferal, vaar detelve 
Dniel door de wüldteurige bemodjenisfiien der Euro- 
Dpeanen met de huishoudelijke aangelegenheden VM 
uden Inlander, 2ijn vervalleD.'' 

Uit het hoT^nstaande blijkt derhalve , dat de beide 
lAatstgenoemde Staatsmannen het in de hoofdtaak 
omtrent het landbezit op Japa met elkander eens 
zijn , hoe yer zij * voor het overige , even als de voor- 
malige Oost-Indische Maatschappij in de toepassing 
tan het r^ des Souvereins dienaangaande verschillen 
mogen. Het zal niet ongepast zijn, dit belangrijk 
onderwerp eenigzins nader uit een te zetten. 

Onze Oost-Indische Compagnie vestigde haur Jkh 
stuur op den reeds Tan oudsher bestaandeü rege^ 
zingsvorm Tan dit volk , Tolgens welken de opgezer 
tenen Toor het gebruSc Tan landerijen, die voorna- 
melijk in r^tvelden voor hun onderhoud bestaan , 
tot het doen van heerendiensten en het leveren voor 
een geringen prijs van zekere produkten verpligt wa- 
ren. Het ten uitvoer k^gen hiervan was aan de In- 
landsche Regenten en andere volkshoofilen opgedra- 
gen, die deze leverantie, zoo wel als den verpligten 
arbeid, zonder verdere bemoeijing van het Neder- 
landsche Opperbestuur, volgens de j^dats of oude 
instellingen des krüds regelden. Kundige en in de 
dienst der Qampagnie grijs gewordene Landvoogden 
dier gewesten gingen . hierbij uit van de grondstel* 
ling, dat de Javaan moeijelijk uit eigene bew^ng 
tot eenigen arbeid te brengen, en uit zijnen aard 
ongeschikt is, om aan zich zelven te worden over- 



988 



l^diiig>«\jner eigene ASgenttabëorfleéfidea, aèa wtUie 
4^ Inkader eeoe 4Qo,gprool»;TerkleefiIIietd betooot, 
tot Tcrei^cbte :werk9;«aiiihdd : ea tot gebruik mtkax 
viw ;^y iieti Trochtbarea . bodem . kon i¥iQrden aange- 
spoord. Op deze wijs. trede de Góoipagnie yaa hare 
t^a^MiUge 'bqzitti«gen op Jcnfa Foond rigst^ kaffij, 
indigq $ i p^ft^r» kaiboeoen-^^wrena » kurkuma, houlr 
Wjsrkea, e^a:. 

. . S^ staateoAikaQeny .F^ke op bet cdnde der Tonige, 
ea iu d^n ,'aanfaD^ .d&r tc^genwbonlige eeuw b^na 
alle Staten iraa Miwopa Mt mbunae grondfiealeii 
acJ^K^teat kondom ook op den. toeataod van Jasm niet 
zonder iQvJoed blij.ven ». te meer daar zi} ook den on- 
dcs^gaog deit.Ifederlandselie.Oostrlndiacbellaatsobappij 
hidpeq. bespoedigen* : De vaarsebawendéi yermaoiii* 
gen yaji eenen tas ^iüoff^ MostiL, eniandereD, 
-«relk^ iiairen . aohteiKiitgang en k^wynenden toestand 
dOQ^gloodden , datyOBsn haav gebdel ▼erral.in tgds 
door gepaste nuddele» moait tegedgaam , hadden bier 
te land^. eioen weinig* ingang gerenden , ak de beto- 
gen van.den^ikundigea ma^ibaov , hoe oavaardeer- 
baarbet, beiit.yan Java ia deilaatste tgden voor de 
Qaa^pagnie ..was. genrordea, . en hoe de productie van 
dateitlinfl»; bi| xle bértamde inrigtingen « . dtteea meer 
dan» voldoende wie om tiaar trastaaate^Teriefccreii i). 



mè» 



I ' ' ' ' » * 

1) Zoo vindt men on^er anderen óp bladz. 72 aangeteekend : » en om 
BtMr ■ difielftr waaiib'eH «angelegetiheden te X^ntion oorM^en, nl 
»v9l4^0|i^ liJQ aUkUr mn te ^iJen, dat bat gatoegtaam alleen & 
aprodncten yan het eiland Java zijn^ welke bat. Indisch Bestanr gedn- 
a rende (fè laatste jaren 'bebbën in staat gesteld, om alle de gewone 
anitgaite» goed t» omkeu, om', da teer aanmeribeiyka en bo il a A gtwone 



6S9 
Ook z^ ,;b«tia te e>eiykef t^d net iec «ttafltaift^k 
«tfltta van éeêaih n^jb^ ek wooMpmSl, naarnu. 

bele yeraiee]49f% Y«i( lM4mgt e^ «ndtreJinilWen.tot .TWleiiiiij 
der defensie aangewend, alleen mimoenen «ebats bedragen, fiejik^, 
"goed te maken, ok de OTergeMeven tuitencömploiren vaï^ ael4 en 
wtimt Mioktti^ it/morikny mü de l^emldiiigen yan tik 'sGonU 
|)9gue« dieoana, w«Ue te Tona gp^tendieeli naar ^unpa lilfteytt t» 
worden overgemaakt, en aldfiar uil 's Compagnies ka* betaiOd , i« i«ö^ 
itrit te betalen, om aan onze Fransche bondgenootên aanzienlijke onder- 
iltlideiir t« mlMnei^ ift geW- «n. goedénm , en «tóaeKjk'om dc^t»- 
deElmdache kaa U st^yén doorf, efiiaaéëwü^gpdHfc taüdk^pwi- 
dacten, hier te lande verkochten betaaW^ dpcb Ie ^«i«a»a afgek- 
verd, — en zlilks alles, niettegenstaande de 'Qost-Indische Beritünl 
geik aedftrt bst Jrfw 1794 gera ^en allenttintten OhdèmUnA van wegens 
bet Taderiand bekiftnaa b*dd<«', n^ fai gald,,iioclt iii^daito,.il« 
in schepen, nocb in manschappen, — en zo^id^r. voor* een doit scJ^ni^ 
te maken; tciwijl de hoeveelheid der aan handen 4Jndc produkten in 
'• Ci»fi|^)ks ipalAtaben Dogtbans, bg mlfffvertrek van Matatna ib 
de maand October 17W, grooter iws y 4m^iu 4en Wn«iiig:d*» Uittib 
oorlog." 

Zie ook bladx. 200: %/apa kan zoo veel koffij en suiker ppbretk- 
gm^ oiê mm êchêpm mal kunnm enwiUen zenden ok zé af ik 
halen: deae waarheid sumnt Gp d» «JöM^fródfln, «n somde. MBH 
dan nog aan bet behoud van d« Compagnie Vfanhppeof imnyus iraiw 
heelde ik m^, dat en de omstandigheden van den al^iieenen handel 
in die beide «itikèten iir Etü^épa, 'mI telfs bet betatig'der iTVst-tó'- 
diJche Koloniën uilen toaiaten, dat de. OMC^bdisdie €wB|ttgiiié jmi!»- 
lijksch daar van ten minsten zoo veel zal aanb|[engcn, als lot het odg^ 
merk om haar tot nut van Land en Ingezetenen te doen blijven beslaan, 
•oodjg ia, hetwelk ddeb altfd oog maar eeh gtriqg gedeelte tal nif- 
naken van de algemeen^ boevtelheid 4m in frttHgMgjsQQkinHMifiwoidtt 
de omstendigheden dulden ook dien vermeerderden aaphrengr d« htMttü 
.prijzfen toonen znlks duidelijk ,• en de gebeurtenissen op 'St. Domingo 
t-röatgevaUan , en de-gevole«^ ^«Ik» aen kan voortïiijden nlè de'thtóa 
beerschende dfenkbeelden omtee^t den slavea^M (Awkbfd^en dBé 
meer strekken tot eer der menschelijkheid , dan dUt zei m^t 't bajate 
der Enropeesche Zeemogendheden schijnen over een te'brengepiézjnl-r 
moeten di«i ventoeiderlen aanbMng noodfakelijk begnastigto.'* ' ' 



640 



deohts ab fsea drukkende lastpost beschouwd, gingr 
ia deo; sti^o» der omwenteling yerloren. ffiermede 
gu^gen de Soavereimteitsregtea en de inkomsteD Yun 
oilgestrekte gewesten, met miUioenen inbooriingea 
bevolkt, op het toenmalig Staatsbewind over, zonder 
dat dit, al was het alleen door het ontwerpen van 
eene bijzondere Staatsregeling , volgens welke de bui- 
tenlandsche bezittingen zouden bestuurd worden, 
ach de moeite gaf om eenige noemenswaardige ber- 
Tormingen op Java tot stand te brengen. Dit bleef 
voor eenen man bespaard , die, zoo als niet te oat- 
kennen valt, zoo wel bij de Inlandsche bevolking, 
als bij den Europeschen kolonist, onuitwiscbbare spo- 
ren van vrees heeft achtergelaten, daar zijn Bestuur 
zich ia menig opzigt door de allerwillékeurigste en 
met de heiligste wetten der maatschappij strijdige 
maatregelen kenmerkte en allezins den stempd droeg 
Tan een in deze gewesten nog nimmer ondervonden 
sehrikbewind van vreemden. Wij zyn er ver van af, 
pm den Maarschalk daxndbls als Grouvemeur-Generaal 
over de Nederlandsche Oost-Indische bezittingen te 
willen verdedigen; maar de onpartijdigheid vordert 
desniettegenstaande, dat men de allermodjelijkste 
omstandigheden niet uit het oog verlieze , waarin hij 
zich gedurende het bekleeden dezer betrekking be- 
vond. De ingekankerde misbruiken en gebreken van 
hei bianenlandsch Bestuur, de uitgeputte toestand 
der koloniale kas , de onmagt der koloniale regering 
in de obgen der Vorsten van Java^ — - van binnen be- 
dreigd, van buiten door den vijand bestookt, en 
door de stremming der zeevaart geno^zaam van alle 
Eulpmiddelen uit het Moederland a%e8neden, dit 



641 



alles te zameo genomen torderde |uMbl%ie' en mA 
werkende maatr^g;elen« Wanneer men dit in het o6g 
hoadt bij het beoordeelen der bandeliDgen tan de- 
sen Generaal, aan welken, zoo ala bij zelf zegt, 
»hêt behoud van de aan hem toevertrouwde bezittwê^ 
»gen alê hoogete wet was opgelegd geworden ^''^ zul* 
len dezdve zich vocM^eker in een minder hatelijk 
dagbebt vertoonen ; maar dit zdfr daargdaten zijnde, 
dan nog heeft men geen regt, om al bet go^ ea 
waarbjk nuttige, waartoe hij imgdgks dea grond 
heeft gdqpd, en waar?an de gerolgen nog Op den 
huldigen dag op Java geroeid wordm, zoo als redal 
geschied is, te miskennen. Immers het was deze 
buitengewone man , die met krachtige hand op een- 
maal paal en perk stdde aan de diep ingewortelde 
misbruiken der Europesche beambten, welke men 
ateeds als onafscheidbaar van het Indisch Bestuur plagt 
te beschouwen ; die door Tereenroudiging in de ge- 
bede administratie eenen te voren ongekenden spoed 
en orde wist in te voeren , wdke nog beden ak een 
▼oorbeeld yerdiende nagevolgd te worden; die, zdf 
ijverig en onvermoeid, niets onbeproefd liet, om, 
al kon hij zijnen werkzamen geest niet op Europea- 
nen en inboorlingen zonder onderscheid van stand 
overbrengen , dan ten minste hen door zijnen invloed 
tot voorbedddoozen ijver en werkzaamheid aan te 
sporen, waardoor het alleen mogelijk was, om in 
zulk een* korten tijd zoo vde en zoo gewigtige mate- 
rieële verbeteringen op Java in te voeren , wdke nog 
tegenwoordig Truchten blijven dragen en inzonder- 
hdd tot bevestiging van bet Europeesch gezag op dat 
eiland hebben gestrekt, In ^een land, waarvan de 



642 



hwinw l «<» jiaehft i gci iJ MH a<,teijroMi J^i» oniocgaiike- 
V^Jf, vjiren, kaa:4« gcootehndw^i die %d& voor bet 
TerF96r« ^%n «waar. geachut .gesobikt is en genoegzaam 
M ;g^9^ei «flaii4 in d^ieogle doorsuijdt, toot een 
ngdotmi gedenkteekeo gdden» waaryan hy de aóbep- 
per. wa», Deise weg . Umh . was niet alleen Tan het 
grootst^ gcmrigti voor de gerfigeUe geoieenscbap, naaar 
ook .yan. ooberdtenbaai: nut: moor . de . Inlandaebe be- 
liolkèi^, zebre *)y! te oneer idaar bij van den achnk, 
dien zyn .gexag fan 4^ Regenten ,en andere foUk»- 
heof<^;inbQeaecode> gebruik maakte, om ook de 
bmeenWü^geo OTecai te ^eerfaeteren. Wig zullen bier ter 



1) ;EiA,4^ipoKfii ^ÜfcMt lif^, iVM^lBH^^ Ofiêt-Imdiêfkê JBêMÜiüigm 
hladz, 62: «Beroren* haA men in de drooge Jfonsspn mim Teeitig di- 
ngen , en in" de natte, 'drie weken noodig, om'brieTen van Batama 
»iiMdr . S^u^Unfa WBkXit- breng«D« -Zen piiiiciiKer tcirfger tmttenddr in 
«.d*> dc^9go MpoMfNi gf^pjMiilJi]^ «ene jna«iid (in de natte Mooaaon iciade 
9 men niet) Yoor dezen afstand. Na ondertasscfaen kwamen de brieren 
» in Ks i zeven dagen aan , en men kon met een postwagen , welke 
»tff^» malea- S weeks tan Sourmbéya naar Bmiavia-^n mioé vtna 
'fifcd, 'd«ie Tfja in 4^ beide Hwtfm'a in n^^ a tieA dag» afleggen; 
a particnÜcre peoonen en extra posten konden bet doen in vier a vjf 

• dagen.' 

uDex» weg. belegd -diréH «vcrdrio'lioöge beig«$,.df ^e^jusMdm, 
I4«. i ft' iiyt i y n» ét B^U^ .'t w^lk niet noodig waagcweett, aw als 
nmg naderhand bij meerdere kennis van het terrein gebleken is. Tna- 
a schen Damah en Kocdus was in de kwade Monsson de weg , door bet 
a'lagv kiid loopend* , voor toefgangers «och paanUn bnittbaar. 30,000 
•ipo^gfn laads «tonden dan onder water én droegen den naaA Tan 
»Bfimenz0êf waardoor met tamelijk groote vaartuigen gevaren werd. — 
aOm dit terrein droog te bonden , was ecne bestendige nitwateriog noo- 
9 dlgv Hiertoe c^n kanalen gegraven , Ie samen lang 96 uren , waardoor 
ade rivifrev'va^ /oëmUf Tünjoê^giêy fiamak en jSeflüsroiy veicenigd 
» zijn , en eene binnenlandsche vaart van Jodna naar Samarang ge* 
aopend is. De ttitgegraven specie heeA gediend tot bet maken van den 

• Wfgij' eii ^Bitméh^B«e is 'ih teor vnieMba^ fyst«eM«iiliencb«ip«fi.** 



MA 



plaatieiosQ^ 'OodëraMkdiiv 6f €Ut>^rooli9} wade ilideK 
iliwd;sioo. ¥ete ^mbnch^arehd heeft gdcosfy^akliiem 
door 9üiaif]^eii.wtA>]Bs^,.gdBgAi maanjleobtslfaet mA 
m hel 00^ l^dot, dat déze ügemeene .«erl^eleriii(^ 
der wËgea aan de geiU{ge .voUukksBe heeAmog^ 
htÈgtf>ai..w^bei aUeeii d^ot kaar^vm dezvate<ea 
ataafsebè ^aqgpdfeoBtnk I19 de> MBmeriBg der prbdiiil> 
tea. te befi^ara. ,; Ook.^t het^ nieti te on^enDéirv 
dat> ia4if^'hij ia e&k^Ié g^uAai^ Taü) den- Inlander 
tarbeid . i^de y ééa '- sijtel nathurlijke. geiteidJ- 
kbd Ytej ir eg m r hij daare&ntègeni Idatarfaiykelöfc 
he|^ lot vsan 'dea JaiTa£iQ\sao .veel iiiiogielijk tracUttó>te 
vértwÉeren» en! dat iqa Beataur. ia.dit^opz^' yrij 
wat heHacamar iiii^ivqdiaek^ gehad hf^» dan htt 
200 hóog>geroeÉade £ngdkébe tuaacbén**BeitiMiB, daar 
hetgeen hi} vilde. toerédifJk geschiedde^; Dofèrsdal^ 
lig:^ ep wjeUuin.afiitand zïpie bèirélen weindendiitgs» 
Taardigd. Hisschien ging hij hierbij met te groote 
hardheid en vijandigheid tegen de Inlandsche Hoof- 
den, vier gewigtigen en op aloude gebruiken steu- 
nenden in^oed hij miskende, te werk, terwijl hij, 
zonder eenige inschikk%iijkheid , dat in zijne oogen 
veel te groot gezag . beperkte , en zelfs zoo Ter ging, 
dat hij sommigen van hen uit hunnen natuurlijken 
werkkring wegrukte, en, als waren zij met gewone 
ambtenaren gelijk te stellen , naar elders verplaatste. 
Zoo hij vooral hierdoor den haat der Inlandsche Hoof- 
den op zich laadde , de toestand van den gemeenen 
man werd inderdaad veel verbeterd. De beerendiens^ 
ten werden door hem beperkt , het houden van paiH 
delingen , alsmede het verhuren vian DeêêiCê of dor- 
pen afgeschaft , en uitgaande van de stelling , dat 



544 



de jMfHum geeo begAp heeft wm hmdeigeodom 
achtte hij b^^^ in het hebuog van het CromemeDi 
fioo "wel ab ?an de befolkiog noodzakelijk, den 
lander, door het behouden van TerpUgte kultmu 
lerecantie, FoMoende middelen van hestaan te 
achafien en hem het ongestoorde genot van dezelfe 
daardoor te ▼erzdkeren, dat hem de prijs der Toor 
rekening van het Gouvernement gekimkte koffij en 
andere yoorthceDgaelen , by de afleYeriQg, zonder 
•tusschenkomst der Inlandsohe HooClen, moest vor- 
den uitbetaald. Het door hem gevolgde belasting- 
stéad was derhalve dat der Gomfuignie , slechts ge* 
^jzigd . tot nut van den daardoor cijnsbaar gemaak- 
ten inboorling , met afichaffing van een aantal het- 
zelve aanklevende misbruiken , waardoor het in den 
loop des tijds zoo wd drukkend voor deo gemeenen 
man >) » ak schadelijk voor de Inlandsche Regenten 



1) Zie aldaar hladM. 104, wiar hy legt: »liet is eene dwaling, den 
È Jawmêm , nit gehechllieid «an Tooroaderiyke leden , etoigea aflLoer «ia 

• de Terpligte leTcianticn loe te acbryreii| daar landcagendooi onder dt 
a Javanen nimmer bekend is geweest , en sy Tan aioode tijden af gewoon 
> waren , voor hniiue Regenten en Hoofden te arbeiden.** 

S) Zie B^nrDiu iU, 104. »Hqh toestand was deeniswaardig, en 
» vorderde tecbeteiing, doch dift stond in geen dadejgk verband met dt 
^verpligtê Uvertmtien^ maar wel met de wyte, waarop sy gekneveld 
» werden. De Javaan , als planter bebandeld wordende , en goede ca 
*ng*>g« betaling ontvangende, 'is, naar mgn imdeo, veel gelokkiger 
Bgewofden, dan bij, voor ais nng, als grondeigenaar of bnnider wxm, 
aknnnen zijn, en, om stellig te spreken, zoo gelnkkig, als hy in dea 
anog plaats hebbenden staat van onbescbaafdheid zyn kan. Zooder nieer- 
adere behoeften te kennen, dan tot levensonderbond noodig syn, be* 
»pi*H «ch ook doogtans biertoe al siJQe weriitaambeiiL IXt is aoo al» 
» gemeen waar, dal bet nog ver af is, van uitgemaakt te zyn, of immer 

• van de Javanen wel eene geregelde 1>elasting zon zijn in te vorderen , ler- 
» wifi het mij niet bcdeokeiyk TootlcMit , dat de vemndering d«r ver- 



545 



vas geworden »). Ook lag het in zijn karakter, om 
de eenmaal genomene maatr^en niet, gelijk Yroe- 
ger onder zijne voorgangers, tot enkele gedeelten 
van Java te bepo-ken , maar ook in de overige aan 
ons gezag onderworpene Residentien gelijkmatig door 
te zetten. Dit was ook het geval met de koffij-kul- 
tuur , in welke hij de eerste en voorname bron er- 
kende, uit welke de middelen van bestaan en de 
voordeden van Java voortvloeijen. Wij nemen hier 
aangaande dit onderwerp zijne dgene woorden op 
tlad2. 49 over : » De Inspecteur-Generaal had eene uit- 
» gebreide magt. Hij vermogt tuinen aan te leggen , 
» waar hij zulks goed vond, en het was hem aanbe^ 
Dvolen, om voor het geheele eiland ten aanzien van 
»het planten der hoornen, het onderhoud, den pluk 



»pligt0 leTennÜen in een contingent denselfden, coo niet meeideren 
» dwang TereiMhen ion, «onder den JaTaan het vooïdeel te doen «e- 

• nieten, *t welk de yerpligte leveiantien hem aanbrengen; zoodat het 
» middel de kwaal niet sou verbeteien." 

1) Zie aidaw hU, 35. aln het eeoe Regentachap werf de koffij 
» door den Inlander aan de Regenten gelererf bij Pikols van 250 en in 
» het andere van 222 pond. De Regenten leverden aan het Gonw4ement 
»by Paola Tan 160 of van 146 pond. Deze OTerwigten maakten het 

• Toofdeel der Regenten nit, benevena nog twee Rijksdaalders papieren 

• geld, welke hun voor iedere Pikol werden te goed gedaan. Ihar 

• daarentegen, werfen hnn in rekening gebragt het beigloon in de bo^ 
»Tenlandsche pakhnicen, het draagloon, het transport naar Batavia, de 
jibeioldigiDg van het ambtgeld van den Gecommitteerden tot en over de 
» zaken van den Inlander, voorts de traktementen van de Enropesche 

• Opzieners der plantagien en pakhuizen, ja tot het loon der kierken 

• toe, die de rekeningen van den Gecommitteerfen opmaakten; waarvan 

• het gevolg was, dat, hoe aanzienlgk de inkomsten der Regenten mog^ 

• ten schijnen , zij allen met schulden overladen waren , terwijl de ver- 

• pligting, om nog daarenboven geschenken aan de HoUandsche ambte- 

• naren te geven, dezelve jaarlijka deed vermeerferen.'* 

35 



546 



»en de inzamding , eene vaste en befMtiefile iMtfaode 
Dm te Toeren; van daar, dat ook op de Noard^ 
}> Ooêtkuêt dezelfiie inrigtiogen , betrekkelijk de leve* 
Dring, betaling en het rervoerea der koffij , in wer- 
Dking gebragt zijn, welke men inide Jaeeainuehê 
D en Preanger Regentschappen had daai^gesteld. De 
Dtoen nog bestaande Residenten, Commandanten, 
DEuropesche Opzieners en Inlandsche Hoofden wareo 
D tevens (mder de bevelen van den Incpecteur'-Gene- 
D raal gesteld , met vrijlating , om hunne bezvraren , 
Dna aan die bevelen voldaan te hebben, bij den Gou- 
D verneur-G^ieraal in te brengen. 

DHet gevdg dezer maatregelen is geweest, dat, 
D binnen driejaren tijds, ruim 46,700,000 koffijboo- 
Dmen zijn geplant, zoodat het geheele beloop der 
Dkoffijboomen op 72,669,860 is gebragt. De oude 
D tuinen bragten honderd twintig duizend Pikols koffij 
Dop. De nieuwe, mits zij wel onderhouden wor- 
Dden, kunnen thans, iedere boom op nog geen half 
Dpond gerekend, honderd tachtig duizend Pikols op- 
D leveren." In het algemeen komt aan hem, wien 
sommige schrijvers in der lijd alle verdienste, van 
eenige verbeteringen in het beheer en de administra^ 
tie op Java ingevoerd te hebben, ontzegd hebben, ook 
de eer toe van reeds toen den grond tot het veel la- 
ter ingevoerde stelsel van kuituur te hebben gd^^, 
in zoo verre dit hoofdzakelijk in voor den tijd ge- 
schikte wijzigingen van het oude, op gedwongene 
kuituur en leverantie berustende stelsel gek^gen is. 
Om dit aan te toonen , zullen wij slechts eenige der 
toen gemaakte bepalingen, die niet alleen op het 
papier bestonden, maar siipielyk moesten worden 



b 



647 



nagekomen, mededeelen. Zoo zal men het best o?er 
de behandelifig kunnen oordeelen , wdke de Javaan 
vroeger onder het door zijne despotieke maatregelen 
zoo beruchte Bestuur van djlbiibbls, en later ^ door 
toepassing van mildere instellingen, van de opvol* 
gende Regering ondervonden heeft Daar echter de 
koffijteelt bij hem op den voorgrond stond, zullen 
wij ons vooral tot deze bepalen. Zie hier de gezigts- 
punten, van welke hij daarbij uitging, te vinden 
in de reeds SLHng^SLelde preparc^oire Memorie 2V^ 31, 
gedagteekend fFeltevreden den 14 Haart 1808. »Tot 
» de instandhouding en bevordering zoo veel moge- 
»lijk yan deze aangelege taak van kuiture, is er geen 
» krachtiger noch zekerder middel, dan dat het be- 
llang der kultivateurs , en van de Europesche en In-* 
»landsche Opzienders en Hoofden ten naauwsten aan 
i>de vermeerdering der inzaam werde verbonden, 
» en dat de Javaansche Ingezetenen en Hoofden wer« 
» den ontheven van alle overige min voordeelige , doch 
» dikwijls veel meer drukkende, en niet zelden ge- 
» heel onregtvaardige lasten. — « Om voorts alle shnk<^ 
»sche wegen af te snijden, langs welke de voor^ 
» deden op dit product vallende, zouden knnnen 
» worden gediverteerd, zullen U Hoog*Edelheden , 
» gelijk ik niet twijfel , met mij instemmen , dat er 
»geen beter middel kan gebezigt worden, als dat 
»de Leverantie, Betaling en Administratie zoo zeer 
» werde gesimplificeerd, dat elke afwijking van de 
ï> te makene b^lingen terstond in het oog valle." 
Dien ten gevolge werd alsnu 'vastgesteld : 
1^. dat van nu af aan de koffij in de Jaccatrasche 
en Preanger R^entschappen door den gemeenen 

35* 



548 



Javaan zal ivorden gdeverd io Pikok van 226 8 , be- 
taalbaar met 4 Rdê ^) zilvergeld de PikoL 

2^, dat de geforceerde leverantien van indigo ea 
van katoenen garens voor altyd zullen a%eschaft ziJQ, 
zonder dat daarvoor eenig equivalent in geld of an- 
derzins zal worden opgel^d. 

3<*. dat buiten de verpligte leverantie der koffij 
door de ingezetenen geene andere belasting in pro- 
ducten zal worden gedragen , als alleen de tiende van 
het rijstgewas ten behoeve van het onderhoud der 
Regenten , ondergeschikte Hoofden en Priesters. 

4^ dat voortaan geene Homagien noch geschen- 
ken ^ zoo min in gelden , als in paarden of ander vee 
(welke de Regenten verpligt waren aan den Gouver- 
neur-4>eneraal en andere ambtenaren te doen) zullen 
worden ontvangen. 

6^. dat het kappen van hout om niet, mede zal 
zijn en blijven a%eschafty en dat het gewone onder- 
houd, aan w^en en bruggen, mitsgaders het trans- 
porteren of verzeilen van personen en goederen , die 
van 's Lands wege reizen of vervoerd worden, de 
eenige diensten zullen zijn, welke van de ingezetenen 
zonder betaling zuUen worden gevorderd. 

6^ dat niemand in, noch door de Bovenlanden zal 
vermogen te reizen, zonder permissie van den Gou- 
verneur-Generaal of, bij deszel& afwezigheid, van 
den Crecommitteerde tot en over de zaken van den 



1) Zoade de Schrijver soh hier ook veigiat hebben P Bet ie w»ar de 
Bdê, geldt 48 Stuivers ^ docb dit i|jn geene HolUndache oMAr Indische, 
wiarran 30 op / 1 Indiach, gelgk sUande met/ 1.20 NederUndsdL 
(Zie EAiTLEs: ffistory of Java II, Appvnd, oclx» 

D9 Redactie. 



549 



Iidander; suilende ab dan nog; gehouden zijn, voor 
draagloonen , paarden , vivres en alle genotene diens- 
ten betaling te doen , volgens een desw^ns nader te 
maken tarief. 

7^ dat het onderhoud yan militairen op patent 
marcherende, insgelijks door den Lande volgens een 
te maken tarief zal worden voldaan. 

8^ dat alle buitengewone werken, tot het aanlegen 
yan nieuwe w^en, 't bevaarbaar maken van rivieren, 
't graven van kapalen, en wat dies meer is, bij aanbe- 
steding zal geschieden, of in daghuur t^ens betaling. 

9^ dat van nu voortaan en tot dat daarin eene na- 
dere verandering zal worden gemaakt, de koffij door 
het Gouvernement van de Regenten zal worden ge- 
accepteerd in Pikob van 126 fi ieder. 

10^ dat de ongdden op den afvoer der koffij uit 
de pakhuizen te Linkongy Buizenzorg^ Tjikauw^ of 
Karang Samhong naar de Hoofdplaats, zoo mede 
de betaling van den Gecommitteerde tot en over de 
zaken van den Inlander, van de Europesche Opzien- 
ders en Commandanten, of andere dienaren, zullen 
zijn voor rekening van het Gouvernement. 

11^ dat de (Gecommitteerde tot en over de zaken 
van den Inlander, over de geheele leverantie, en ieder 
Opziender over de leverantie van zijn R^entschap, zal 
genieten 12 Siuiv. zilver geld, voor elke Pikol van 
126 fg, of zoo als het gewigt in het vervolg mogt 
worden bepaald. 

12^ dat de Reenten daarent^en niet meer met 
de voorschrevene lasten en ongelden zullen worden 
bezwaard, en buiten de betaling hunner Tjoetaks- 
Hoofden en andere onderhoorigen , eenelijk gehouden 



660 



zyn, tot het leYereo Tan de beooodjgde Koelies in de 
bovenlandache pakhuizen; zoo tot bewaring als over* 
Toer der ioBaj in de Praamoen of Pedaitieê^ waar- 
mede dezelve verder wordt a%evoerd« 

13^ dat voorts ieder R^g^t op de door hem ge- 
dane leverantie zal genieten 1 Rds^ zilveigdd per Pi- 
kol van 126 of 128 ft, indien dezelve daarop nader- 
hand mogt worden bepaald. 

14^. dat daarentegen zal cesseren de thans plaats 
hebbende betaling van 2 RJU. papieren geld per Pikol; 
en tevens alle de schulden der Regenten aan den 
Lande zullen zijn geannuUeerd. 

16"*. dat van nu af aan de Regenten in de Jaeair 
tratehe en Preanger Landen het vermogen niet zal- 
len bezitten om schulden, zoo min bij Europeesen als 
Ghineesen te contracteren, zullende de Geconunit- 
teerde tot en over de zaken van den Inlander zorg- 
vuldig letten, dat ter contrarie dezes niet worde 
gehandeld, op poene, dat bij contraventie, alle de 
zoodanige te makene schulden zullen komen ten zynea 
laste, om uit zijne eigene particuliere goedaren te 
worden voldaan, zonder dat hij daarvoor eenige con- 
tributie , betaling of andere praestatie zal mogen vor- 
deren, op poene van te incurreren de straf by het 
volgende Artikel bepaald. 

16d. alle afpersingen van geld, producten of diens- 
ten, en in het algemeen de overtreding van voren* 
staande Artikelen , zal, door welke personen oxJt ge- 
schied, met deportatie zonder conniventie gestraft 
worden; mishandelingen of andere arbitraire hande- 
lingen naar bevind van zaken, zel£s met den dood in* 
gevolge de eztenmde of nog ie makene wetten. 



551 



Voor attdere Aeskteatiai op de Noonl--Oo9lkuBl , 
viadea wy daareategea het navolgende tarief voor 
den Pikol van 128 ponden yastgestdd: 

Sdf.— >StiÜT. JMbA. 

Aan den Ja?aan ab Pknter .... 2—- 18 of ƒ 4.46. 
» » R^ent en de floofiien i) 1—00 » » 2.40. 
» » Landdroat of Resident . 0^12 » » 0.60. 

» Opziener 0»-12 x> » 0.00. 

Voor vrachtloon omtrent O — 12 » » 0.60. 



}> 



4~01 of f 9.65. 

Ook Toor die gededten van Java , in welke dese 
kulUiur nog slechts weinige vorderingen gemaakt had, 
vinden wij e?en krachtige beschermende maatregden 
genomen. Hiervan ziet men een bewijs in het Be* 
duit van den 10 Mei 1809 (zie: Organique Siukkm^ 
/aMV Noard-Ooêtkuêi No. 18. C.) , waarin wij le- 
zen : » dat daarentegen de koffij-planters van alle deze 
j» diensten >) zuilen wezen geëximeerd, en daartoe 
1^ niet zullen mogen worden in requisitie gestdd » zoo 
»min voor den PrefiBct, Regent , Opziender, of wie 
nhij zijn mag, sub poeoe dat de geenen, die van 
x> eene moedwillige overtreding dezer wet worden over» 
D tuigd y daarvoor met verlies van hunne posten ml* 
»kn worden gestraft." 

Zoo werd ook, om deze kuituur, welke in ver- 
scheidene streken der Oostkust , waar zij , om zoo te 

IJ Hieiran moest, volgens Besluit van den 24 Febraarij 1809 (zie 
Organique Stukken koffij-hultuur n®. 4) | gedeelte tot enooaragement 
VAn gemelde BegeDtcn , en J gedeelte ten faTeoio van de Inbadsche Hoofden 
oonfonn aan de inrigting in de Jaccatrasc^ en Freanger landen komen. 

)] Namelijk het transporteren van Gonvemementigoederen , ook van die 
ambtenaren, welke ex cfficio reizen, alsmede bet maken cii onderhouden 
der puUieke wegen, en ?efden faaerendienftcn« 



552 



qireken» nieuw was, grooten t^nzin verwekte, op 
Taste grondslagen te brengen , reeds den 28 Sq>tetii- 
ber 1808 (zie Organique Stukken koffij-kuliuurN^. 2) 
bepaald 9 »dat door ieder huisgezin hetwelk tot de 
» koffij-kulture op Java zal worden geëmployeerd nog 
»in dit najaar zuUen worden aangeplant twee hou* 
)>derd koffij-plantjes , terwijl voorts met deze aaa- 
» planting van twee honderd koffij^plantjes jaaHijks 
»zal worden gecontinueerd; tot zoo lang men ieder 
» huisgezin zal kunnen berekenen op 500 vruchtdra- 
Dgende hoornen, die vervolgens met afschaffing van 
»de jaarlijksche aanplanting bestending tot het volle 
» getal zullen worden gesuppleerd." Even zoo keurde 
hij , bij Besluit van den 3 Augustus 1809 N^ 6 , alle 
kortingen op den voor de koffij vastgezetten prijs van 
4 Rds. de 225 S, welke sommige Regenten den 
gemeenen man voor transportkosten in rekening 1h^- 
teo , ten eenen male af, en beval alle Prefecten en 
Onderprefecten naauwkeurig onderzoek te doen, »of 
» de leverantie der koffij door den gemeenen man op 
»den tegenwoordigen voet ook van te verre distantie 
» geschiedde en daardoor tot bezwaar van dezelve 
» strekken konde, in welk geval zij aan hem Gou- 
» verneur-Generaal het voorstel zouden doen, om de 
» noodige pakhuizen op zoodanige gelegene plaatsen , 
)>zoo wel tot gerief van den koffij-leverancier, als tot 
» gemak van het transport der koffij met Pedatties 
D voor het pakhuis van ieder Prefecture op te rigten." 
Men kan inderdaad zeggen, dat hij onvermoeid 
bedacht was, om deze gewigtige kuituur, door 
het uit den weg ruimen van alle omstandigheden, 
welke bij den Javaan eenigen tegenzin tegen de- 



653 



zelve konden opwekken, te bevorderen. Onder het 
aantal bevelen, deze aangelegenheid betreffende , is 
▼0(H*aI ook dat van den 16 van Zomermaand 1810 
{zie Organique Stukken kojffy-kuUuur iV^. 8) door 
eene zeer weldadige strekking gekenmerkt Het be* 
paalt in Art. 11: »Dat de Opzienders, gedurende 
»den afvoer van het koffij-product naar de kleine 
x>pakhuizen in zoodanige Landdrost-ambten, waar deze 
» pakhuizen tot gemak van den Inlander ingevoerd 
Dzijn moeten worden, stipt zullen moeten letten op 
»de rigtige uitbetaling aan den gemeenen Javaan 
»en vooral dat denzelve in het gewigt niet worden 
» verkort.*' 

Nadat Java den Engelschen in handen gevallen was, 
moest daarentegen het oude , veelal zeer verkeerd be« 
oordeelde en in een hatelijk daglicht geplaatste stelsel 
der Oost-Indische Clompagnie , dat , zoo als wij gezien 
hebben, onder het Bestuur van den Maarschalk dakt- 
BBLS slechts zekere wijzigingen ondergaan had, voor 
een ander, dat op eene meer vrijzinnige leest ge- 
schoeid en sedert lang in Bengalen in zwang was, 
voor het stelsel van landelijke administratie plaats 
maken. Om met den geest dezer hervorming bekend 
te worden , zal het voldoende zijn , hier alleen de drie 
eerste Artikelen van de daartoe betrekkelijke Procla- 
matie, den 16 October 1813 door den Luitenant- 
Gouverneur EAFFLBs te Batavia uitgevaardigd, aan 
te halen : 

1. De onbehoorlijke invloed en het gezag der In*^ 
landsche Hoofden zijn beperkt geworden, maar de 
R^ring zal partij trekken van hunne diensten voor 
het gew%tig departement van Inlandsche polide, 



554 



wdke op vaste b^nwdun, gewboeid op de giebnulDea 
en oorspronkelijke iostelliiigeo des volks, val ^aro- 
geld worden. Eene toereikeDde bdooning in lande- 
rijen en geld is aan zoodanige Hoofden to^gelqnd, 
Cjpi bet "wordt derhalve zoo vel hunne pUgt , als tuin 
belang» om de ny verheid aan te moedigen en de 
inwoners te beschermen. 

2* De Crouvernements-landen zullen in bet alge- 
meen aan de Dorpshoofden in pacht gegeven worden, 
dewdke verantwoordelijk zuUen zyn voor het b&- 
boorlffk gebruik van zoodanige gedeelten van he 
land, als onder hun toezigt en gezag zuUen zyn ge- 
steld. Zij zullen deze landerijen , onder zekere be- 
palingen , aan de gebruikers in achteipacht geven, 
tegen eene landtaxe , die niet ak drukkend zal be- 
schouwd worden ; en alle pachters van de Regering 
zullen bij hunne billijke r^ten worden gefaandhaafil, 
zoo lang als zy zullen voortgaan met van hunne zyde 
ook aan hunne verpligtingen getrouwelük te voldoen; 
want het is de bedoding om uitgebreide ny verheid 
en daaruit foortspruitenden vooruitgang te bevorde- 
deren, door het volk belang in den bodem te doen 
•tdlen en aan hetzdve erkende aanspraak op het be- 
zit der landeryen te geven, ten einde hen aldus 
aan te sporen, om voor hun eigen nut en voordeel 
te arbeiden. 

8. Het atdsel van leenpligtigbeid en gedwongea 
leverantien is over het eiland volstrekt a%eschaft: al« 
ken is in de Bataviasche en Preanger Regentschap- 
pen eene zoodanige wijziging van de vroegere inrig- 
tingen ten uitvoer gelegd, ab het, in de gcgeveoe 
oimfani^'ffh*^^" , mogelijk bevonden is om in te voe- 



666 



rm; ea TC^rloop^ sal bet BlandoDg-aldsd ?oor eene 
sekere uitgestreJLtbéld in de Boschdistriktea Yan de 
faimieaUi^w vordeo voortgezet. ^)« 

Li dit landelijk stelsel » waardoor de Inlandscbe Ee^ 
geilten en Hoofden meer dan ooit te voren in hunne 
rcgten en aanzien werden verkort, daar alle, hun 
YOlgeos de oude instellingen toekomende, landelijke 
opbrengsten en dienstpligtigheden hun onttrokken 
werden , en zij zich daarent^n voor hunne diens- 
ten met traktementen beloond zagen, waardoor z\j 
volstrekt afhankelijk werden van het Xoloniaal Be- 



1) il. The imclae inflaence and mthonty of the natire chiefs hare 
»l»een restricted: bat goverament wiU aTtil themieivefi of their feni- 
» ces in the important department of the native poUce, which will he 
sanraoged npou fixed pnndples, adapted to the habita and original ior 
» stitntiona of the people. A competent prorinon in landj and in monejr 
ahas been allotted to nch chiefs, and it theiefore natumlly becomtif 
».both their daty^ and their interest , to encoorage indostiy and to pnn 
»tect the inhabitants. 

ad. The gOTemment lands will be Iet generalty to the haeds of 
»villagai, who will be held respoasible for the proper management of 
» soch portioni of the coontrjr as may be placed ander their saperinten- 
adence and aathority. They will re-let these lands to the cnlliTaton, 
1 ander oeitain restrictions , at sach a rate aa shall not be foand op- 
»pieisiTe; and all tenanta onder govemment will be prolected in their 
ajoat lights, so long as thejr shall continue to perform their correspon- 
adent engagements faithfoUy; for it is iotended to promote extenaiye 
alndnslry and conse^ent improrement, bj gi^ing the people an in- 
aterest in the aoil, and bj institating amongst them an acknowledgfld 
» claim to the possession of the lands , that thej majr be thos iudnced 
» to labonr for their own profit and advantage. 

> 3 The system of vassalage and forced delireries has been abolished 
» generally thionghoat the island: bat in the Batavian and Preaogen Se- 
»genciea sach a modification of the former arrangements haa been car- 
> ried into ezecation , as it was foand practicable , ander existing circam- 
astances, to introdace; and proTisionally the Blandong system will be 
a oontinned to a ceitain extent in the ccntnl Foieit Dadrieta." 



656 



stuur , ziet meo derhalve wel eeuigermaie de erkea- 
ning van een wettig grondbezit van den Javaan 
doorblinken » de beerendiensten voor hem a%e8ehaft » 
de vrije beschikking over de voortbrengselen van den 
grond hem verzekerd, en daarentegen eene belas- 
ting, op de rangschikking der velden gegrondvest, 
of zoogenaamde landrente of landtaxe ingevoerd, 
volgens welke ^ , f of f van de geraamde opbrengst 
der velden moest betaald worden. Wij willen geloo- 
ven, dat de Engelscbe wetgever, bij de invoering 
Tan dit nieuwe stelsel , door de menschlievendste be- 
doelingen werd bezield, om het geluk en de wd- 
vaart van het Javaansche volk door emancipatie van 
zijne Regenten en andere Volkshoofden te bevorde- 
ren en aan hetzelve aldus vrijheid Tan persoon en Tan 
bebouwing zijner landerijen, zoo wel als de Trije 
beschikking OTcr de Truchten Tan zijnen arbeid te 
Terzekeren, Doch klaarblijkelijk was hij het daarom- 
trent niet eens met zich zelven , daar hij zijn nieuw 
belastingstelsel slechts op een gedeelte van Java toe- 
paste, terwijl hij in een ander gedeelte, zoo als in 
de Preanger RegefUêchappen ^ het oude stelsel der 
Oo8t«lndische Ck>mpagnie van gedwongene kuituur en 
leverantie in volle kracht liet bestaan. In deze Re- 
gentschappen was door onze voorouders de koffij- 
kultuur het eerst op Java ingevoerd , en wel op de 
volgende grondslagen. AI de koffij moet door den 
Inlander in de magazijnen der Regering worden af- 
geleverd t^n den prijs van/ 7 de 225 oude ponden, 
en/ 1.60 daarenboven voor ieder Pikel van 125 oude 
ponden , als premie voor de Regenten en mindere Hoof- 
den , om deze des te meer tot het bevorderen Tan deze 



5S7 



kiiltuur aan te sporen » aan wdke buitendien de op-» 
brengst .yan de rijstvelden » even a]s van ouds , gebed 
ia overgelaten , met dien verstande evenwel , dat zij , 
in plaats van de bun volgens de aloude Adaiê toe- 
komende schattiog van een vijMe , slechts een tiende 
van bet r\jstgewas genieten. 

O&cboon nu de Heer tait dev bosgh, in zijne reeds 
aangehaalde Extraeten uit een algemeen overzigt^ 
gedagteekend 24 Januarij 1834 N\ 1 , (zie ook vah 
n/TBif i) bladx. 173) verzekert: ï^dat het op de zoo 
» aangegevene wijze tcae , dat de koffij in de Preamger 
ï^ Regenteehappen geteeld ie en nog geteeld wordt ^^^ 
terwijl bij aan deze inrigtiog vooral de rust en wel- 
vaart der gebeele bevolking in dat gedeelte van Java 
toesebrijft , bebben wij reeds boven aangetoond , boe 
de Gouverneur-Generaal dabitdsls ook in de Prean-' 
ger Regenteehappen eene billijke verbooging van den 
prijs van dit produkt voor de opgezetenen invoerde, 
die ecbter onder de zoo zacbte Engelscbe Regering 
weder op den ouden voet werd teruggebragt , en, 
strijdig met alle billijkheid en zonder eenigzins op 
den marktprijs te letten, onder ons Bestuur zoo ge- 
bleven is. Immers, voor dezelfde hoeveelheid van 
226 oude ponden, waarvoor de gemeene man tegen- 
woordig , even als in den tijd der C!ompagnie , ƒ 7 ge- 
niet, ontving bij onder bet als voor den Inlander 
zoo tyranniek uitgekreten Bestuur van dabidbis vier 
Rifkedaaldere zilver of / 9,60 , en de Regenten en 



1) In hatr |^beel ovei^nomen in : Iets over den voorgaanden en 
iegenwoordigen ttaat van Nedertandsch-IndiS , door n. tak KKTBr, 
waarop onze aanhalingen betrekking hebben* 



668 



Hooftten, in plaats vmi ƒ 1.60 voor iedar gewoon 
Pthêl, een Rifkeduatder zilver of/ 2.40 ^). Ofe- 
rigens had de Heer tak ddt bosgh zich niet door ou- 
den wrok moeten laten teraghouden, om de ver- 
diensten Tan zijnen Tijaod in dit opzigt rondborstig 
te erkennen, of nog lieTer, om denzdfilen maat- 
regel» ten beste der Inlandsebe bevolking en tot 
grootere opbeuring van de koffijteelt in de Preang^r 
Regentechappen ^ weder in te voeren of, beter nog^ 
in billijkheid den prijs eenigzins naar den stand van 
de markt te regelen, waartoe hij, als Gommissaria- 
Generaal, de magt had. Deze erkenning zon Tan 
hem des te regtvaardiger geweest zijn , daar hij , bi} 
bet invoeren van zijn zoogenaamd nieuw eteUel mms 
kulimtr , veeltijds de voetstappen van bash dbls heeft 
gedrukt , met welke sombere kleuren hij ook 's mana 
handelwijze in zijne vroegere geschriften moge af- 
geschilderd hebben. Hij had dit nog meer moetea 
doen, omdat hij daarenboven, in hetzelfile officide 
stuk , de door dabicbbls ingevoerde aanzienlijke prija- 
verhooging van de koffij, door den Inlander gel^ 
verd» jmst met dezelfiie cijfers op eene berekening 
toepast , om te bewijzen , hoe verkeerd men in het 
algemeen dit oude stelsel had beoordeeld, en bet 
daarbij , gdied strijdig met zijne boven aangehaalde 
opgave, doet voorkomen, als of die verhoogde be- 
taling, aan deze verpligte kuituur verbonden, vaa 
oudsher, met uitsluiting van het bewind van aAxir- 
DBLs , bestaan had. Want hoe moet men het anders 
verstaan, dat aan het hoofd van dit onderdeel van 



1) Zie mnwu: Staat <Ur ffed. OaH'Tmd, Bêmiti, Umda. 36 



5B9 



lijn algeitiëen ovenigt staat: y^FêrpUgtê kuUun^^ 
ntot m met 1808/* dat is, jottt het tijdstip» wliaxóp 
de Generaal DArarDSLS het gezag over de IfederlondsclM 
Oost-Indische Bezittingen aanvaardde 7 '— Door deose 
verregaande partijdigheid opmerkzaam geworden, heb^ 
ben wij de hier te berde gebragte overwegingen van 
den Heer van der bosga over deze verpbgte kuituur, 
met hetgeen bij daarover z^t in zijne, in 1816 in het 
licht gegevene onpartijdige aanmerkingen op hei 
werk van den Generaal d AxiniKi.s , veiffdeken , welke 
nog zeer uit een loopen. Naardien dit onderwerp zoo 
innig zamenhangt met de bnisboudelijke inrigtingcsa 
van het vro^re, en t^i deele ook van bét tegeo^ 
woordige Bestuur op Java^ zullen wij de beschou- 
wingen daarover van de Heeren mbudbls en vak ves 
BOSCH beide hier io haar geheel medededeelen* 

DAERDBLS 1814. Zie: Staai der Ned. Ooei^ 
Ind. Bezin . bL 104 in de noot» 

»De verpligte leverantien der koffij vorderen van 
»de Javanen minder werkzaamheid, dan' de kreet, 
» welke daar tc^en wd eens is opgeheven, zou doen 
» vermoeden. Wanneer men stelt, dat het schooii- 
» houden der tuinen een Javaansch huisgezin, zesma- 
i>len in 't jaar, gedurende drie dagen bezig bondt; 
)>dat aan den pluk, tweemaid 's jaars, tdkens vÊ)f 
» dagen worden besteed ; dat tot het aanleggen vati 
» nieuwe tuinen en het planten vui 100 hoornen, 
» jaar door jaar , dertig dagen noodig zijn , 't geen 
ï> alles ruim genomen is , dan bedraagt dit te zamen 
» nog geen zesde van het jaar. Hier voor gettiet de 
» Javaan van acht tot twaalf RijkedaaUere , 't welk 



560 



»dook' elkander gerdcend nederkomt op acht Stuivers 
»'8 daags; en dit b het hoogste daggdid, *t welk op 
i»het eilaad Java betaald wordt. Hij bcdboudt al den 
i»AOodigeii tijd voor de bebouwipg zijner rijstTdUea 
» en andere takken van kultuur." 

TAK DKN B08GH 1815. Zie: Bvitf inhoudende 
eenige onpartijdige aanmerkingen op eene 
memorie^ enz. bl, 4. 

»Het zal noodig z\jn/» dat ik hier een oogeoUik 
DBtil sta bij de koffijteelt, ak zijnde de Tooniaamste 
»en voordeeligste ten aanzien van oos, en wd be- 
»paaldel\jk aantoone, welk een zware last dezdve 
)» voor den Inlander is. 

x> Duizend koffijboomen vorderen ongeveer een mor* 
»gen gronds. De aanl^ geschiedt meestal in bei|;- 
Dachtige met zwaar hout bewassene streken, het- 
Dwelk men niet alleen moet omhakken, maar ook 
» tot den wortel uitroeijen. Daarna volgt de berd* 
o ding van den grond , en vervolgens de planting van 
» den koffijboom met den Dadap , die denzdven tol 
vbésdierming dient t^en de verschroeijende stralen 
i>der zon. De grond moet ten minste voor eenen 
Dgeruimen tijd schoon gehouden worden van onkruid 
»en AUangHillang» wdks groei in alle tropische lan- 
i»den bijna onbegrijpelijk sterk voortgaat — Niet 
pvóór het vierde jaar heeft men den eersten oogst, 
j»en, na dezen, moet de vrucht geplukt , gedroogd, 
» ontbolsterd 9 en door den landbouwer zdven aan 
i>de pakhuizen a%deverd worden. Men weet vrij 
» algemeen, hoe ved arbdds deze kultuur reeds in 
»onze Westersche Vdk(dantingen kost, alwaar de- 



561 



»idTe, onder éénen Meester, orer een uitgestrekt 
»ea geheel en al daartoe ingerigt Etablissement ^ door 
i> slaven geoefend wordt; en hieruit kan men opma- 
»ken| hoe veel bezwaarlijker dezelve valt, wanneer 
Déén man of ëéne familie, de gehede behandeling 
Ddaaryan, alléén moet waarnemen. Voor zoo ved 
»arbeids mag de Jaraan eindelijk een half pond koffij 
A>per boom hc^n, en dos yan zijne duizend boor 
»men, vijfhonderd ponden koffij; welke aan onze 
» magazijnen betaald worden met 2 Rijksdaalders 13 
» Stuivers de pikol van 126 pond. Trouwens de ar- 
i>beid , dien de teelt van duizend koffijboomen ver* 
»eiseht, staat gelijk met dien van een haMpanijer 
» rijstveld (eene maat van duizend vierkante roe*- 
»den}, waarvan de waarde van het produkt ten 
» minste 36 Rijksdaalders bedraagt. 

» Zonderling schifnt mij dus de berekening toe, 
» voorkomende in het Statistiek van den Generaal, in 
Dde noot bladz, 104. Daar beweert men, dat de 
i^verpligte leverancrcn van den Javaan minder arbeids 
» vorderen, dan de kreet, welke daartegen wel eena 
)>opgdieven is, zou doen vermoeden; dat het schoon* 
>> houden der tuinen een Javaansch huisgezin slechts 
D zesmaal in het jaar, gedurende drie dagen bezig 
D houdt ; en tot den pluk , tweemaal 's jaars , telkens 
»vijf dagen bestek worden; terwijl tot het aanleg- 
}>gen van nieuwe tuinen en het planten van honderd 
Dboomen^ jaar door jaar, dertig ciagen noodig zijn; 
» hetgeen, alles ruiip genomen zijnde, nog niet ééo 
» zesde van het jaar bedraagt; dat eindelijk hiervoor 
Dde Javaan van 8 tot 12 Rijksdaalders geniet, het« 
» welk neer zoude komen op acht Stuivers daags , dat 

36 



5«2 



»is het hoogste dagngetd^ hetgeen <^ Java wordt he- 
rtaald. Ik moet hierop aafimerken, dat dese op» 
»gmYe zeer onnaauwkeurig i& Het hewija daarvas 
Dhgt in de zaak zelve : iranty in de eerste plaats, 
» is de aiheid aan een huisgezin Terachilleod mn dien 
»Tan eenen enkelen penoon« Op Java kaa bkb 
Dstellen» dat» in één ha^ezin, drie persoiiea am 
s»de koffij arbeiden kunnen. Wanneer mea wa^ bui* 
«ten den man, den arbeid der twee anderen alechts 
ngdi^ stelt met dien fan éénen ail)ader, dan Tor- 
»dert reeds de koffij*teeIt het dubbele der dagwer- 
Dken, als door den Heer iiAxinms berekend ^vardt 
«Bovendien is niet in rekening gebragt de arbeid, 
»die een geheel nieuwe tuin» in streken» waar die 
•teelt wordt ingen)erdy vordert» en die in de eerste 
» vier jaren geene scbadelooastelling; oplevert. '— €ie- 
»volgeli)k moet de arbeid, daaraan besteed , ten 
«laste gd)ragt worden van de vruchten» die dezdve 
»in hot vervolg oplevert. Stellen wij, hij voorbeeld, 
pdat het planten van honderd hoornen den aiheid 
«van één man» {gedurende twee maanden vordert» 
»dan zullen» tot de planting van duizend boomen» 
» twintig maanden noodig zijn; en» daar het schoon- 
D honden dier boomen» gedurende de eerste jaren 
» althans » niet minder moeijelyk vak ab de volgende, 
«zullen wij hiervoor zesendertig dagwerken in het 
«jaar stetten; en dus zal de arbeid der eerste vier 
«jaren , voor één man » ruim 24 maanden vereischen, 
«Ook, daar de aanplanttng in tien jaren vernieuwd 
« moet worden » zullen wij » zulks over deze tien ja- 
«ren verdedende» den' arbeid met npg circa twee ea 
«een hdve maand ieder jaar kannen vermeerderen. 



56S 



» vtfUMer deidfe, door dkandear genkend, smnaan* 
»den «J uitmaken. Hierroor nu geniet de Jaftan 
»iiiet meer dan negen Ryh^daMer^^ dat 19 iets incer 
» dan twee Siuivetê daagal 

j»De arbeid daareniqpen nan één man , gednrende 
jiiet maanden, u meer dan toereikende, om een 
nlialf paaUjmr rijatreld te bdH>uwen, hetgeen een 
»prodakt yan twee ijainê ^)padg (ongebolsterderget) 
»ople?ert, en waarRan de waarde, op het nutigst 
» berekend, op 60 BifkêiaakUrê gestdd kan worden. 

»De lalt, die detfop geheten wordt, bedraagt 
»één njfde voor den taodhaer, en één v^ldeToor 
pan|]loon, zoo dat den Javaan. lïa aftrric daarvan, 
»nog 86 Rij kk Ut al dêrs cvevaehieten , en dezel^ dna 
«daaraan n^gen Seinere daags verdient, dat is vier^ 
iiniad Eoo Tod, als hetgeen hij voordekoffi} ont-> 
» vangt. Ik moet u hierbij opmerkxaam maken, dat 
»door bet Crouvemement ook deobts één vijfde der 
» waarde van de koffij aan de Javanen wordt iutg9-* 
)»fcaerd, daar men ^n Pikd kofiy, dat 20 Rijken 
i^daaUêTê waerdig is, met k Bjijludaalderê 1 Siytvêr 
»betaalt, zoo dat den Inlander voorzeker in zifn be- 
llang geene aanqioring vindt, om op die voorwaarde 
nwMroDs koflGg te planten/^ 

TAV DSET BOSCH 1834. Zie: Eenige zakelijke 
Exiraeien uit een algem$en overzigt enz. 
(vAir BiiTiBr bladzp 165), 

»)In de Preanger Regentschappen zijn de Tjaija^y 



1) De TyoM, €6B6 nMl ▼«n dOO Immmp, «en boe w eg ea fc aO oade 
ponto 9 te laoMii 1400 oude pendea ^ natleferende. 

36* 



564 

i>door een gerdcend, 22 zielen, of nrim Tier tHri»* 
]» gezinnen sterk;. Zoodanig eene TJatfa was onder 
»het vorig Bestuur Tèrpligt, jaarlijks, 1,000 koffijboo- 
))men te planten, schoon te houden, en de vruchteii 
i^daanran te plukken, te droogen en afteleveren', tot 
)>al hetwelk 60 dagen arbeid in het jaar gevorderd 
» wordt. Hiervoor genoot: zij het onbezwaard ge- 
»bruik yan hare rijstvelden, na betaling alleea van 
»/5 van den oogst aan de Regenten. 

»De gemiddelde hoevedheid der rijstvelden, wdke 
)»eené Tjatja in de Preanger Begentschappen bezit, 
»kan geschat worden op een jonk of 2,000 vierkante 
))roeden, waarvan, volgens de aloude insteUtngen, 
}»de v^fdé bos jnoet. worden voldaan. Yan die be- 
)> lastingt werd de koffijplanter vrijgesteld , aeoo. dat 
»hy, alleen belast, "^as met de opbrengst .van bdt ver- 
vsdiuldigde aan de Hoofden. 

y>Jit waarde van een jonk van de evengemdde 
)»groottex>p ƒ 75 gerekend, werd, dien ten gevolge, 
«dooir de Tjatja , voor die vrijstelling ƒ 7,50 geiu>- 
»tenv terwijl boi^dien voor de koffij voordeceLre 
» a%eleverd .wordende , prekend op'2J Pikol 's jaars, 
)>als de gfiwoüe. opbrengst van. 1,000 koffijboomen, 
» door eene Tjatja onderhbuden 'wondende , . aan haar 
»2 Rykêdaalders 13 Stuivers de Pikol *), of door 



1) Men ziet hier , gelijk w\j ree^ aantoonden , den door 
den Inlander toegekenden Koogenm piijs rom de kofij tot grondalag g^ 
nomen , terwijl de Beer tan nsii bosch zelf in dit officieel itnk (lie fu 
UiiiT> blA, 173) zegt: 'vdocA geniet daarenttgtn eenê hetaHng toar 
» de, koffij f Uf aflevering in dê^greoie pakHnixen^ van fl per 225 
» pond f terwijl bovendien voor iederen Pikol/ 1,60 aan do Hegew 
Intern en mindere Bo^ifdem 'ioordt te goed gedaan,^ Ieder Tjatfo na 
op vier huisgezinnen , die vier werkiiedea , gedurende 00 dagen in bH 



565 



i».e|ka9d«r' genomen/ 12 A/14 werd aitbeUald, zoo 
»dajt Moedere Tjatjay ?oor iederen werkdag, van 4 
x>toi.,6 Simverê genoot, en zulks in een land, waar 
)»k^t arbeidsloon toen naauwelijks de helft dier som 
» bedrog, en dit dan, was de strekking yan den zoo 
Dgebaten en a&chuwelijk:a%emaalden dwangarbeid, 
D^, borendien, gegrofKl was, op de aloude volks- 
» instellingen, Yolgens welke, namelijk, de Soaterem, 
»\xtX regt. bezit de bdasting^. te vorderen in natura, 
}>eti.wcl in zoodanig prodidLt, ab voor den handel 
Ingeschikt was; met dat belang^jk onderscheid, nog- 
n.taBs , dat de Vorsten gewoon waren de produkten 
» te, ontvangen , enkel t^cn a&tand 'der hun .aai^ko- 
D mende .gcondbelastiDg, en dat het fiidlandsch Gou-^ 
» f ^(^emient^ niet. alleen deze belasting schonk , maar 
j>b£^i, bovendien, aan jden planter eene ongeveer 
» daai^an 'gelijkstaandelsdm uitbetaalde. 

»l)e,hiêiSbo9en ontwikkelde zoogenaamde dwang-- 
^lOr&eicf, ia, in de Preangar R^entschappen , bij de 
» invoering van» het stebd van landnenten iiiet a%e* 
» schaft,. tnaar. in wezen gdaten;i alda«* bestaat alzoo 
»)die. arbeid tot op den huidigea dag; en voorzeker 



JMF, tot de verzorging enx. van 1000 kofBjboomeD aAnhouden , en de 
jaarl^ksche opbrengst der boomen op 600 oude ponden gesteld zijnde, 
wwnroor de Inlander ontvangt f lff,6A|, (namelijk/ 7 per 226 %!} en 
nttg Tooc aangegevene Trijstelling der Jandrente / 7,60 , daa te mjüco 
/23,05i, zoa zoa, volgens deze berekening, het arbeidsloon nog -geen 
twee Slaivera daags bedragen , namelijk slechts 0^| Cents. Stelt men 
daarentegen de opbfreagst Tau 1090 boomen, gelijk door den Heer yiir 
pBi JMCai woirdt. aangenomen, op 2f Pikol of 3iZi oude ponden ^sjasrt, 
too zonde met inbegrip voor vrijstelling i^in landrente, eene zoodanige 
Tjatja vdbr 240 dagwerken niet meer dan / 17,22| genieten', hetwelk 
mor «sbeidalooa nog gec&e «ndeièalf Stuiven daags vonde bedrageA. 



666 



1^18 er op Java geeo tweede oord «on te w^'ten, 
i»de inwonen meer met han lot te Treden ztjn, en 
»in alle omstandigheden meer bewezen ran trouw en 
j> Terkleefdheid aan bet Gooremenient gcgeiren beb-* 
» ben 9 dan in de bedoelde Bi^gentscbappen." 

Doch keeren wij tot het door den Luitenant Gmn 
ferneur Generaal bavfui ingeroerde atdiel f»a land- 
rente terug. 

06choon dit aldbdl aan het GoüTenicment» mitt 
gerqgdd in werking gcbtfagti een gewigtig, ja het 
zekerste hulpmiddel tot voorziening in de koaten der 
koloniale administnitie aanbiedt , lijdt bet toch geaa' 
tw\jfel, dat het TOOr den landaard der Javanen , en 
in dk geval toor hunnen aeddqken toestand, minder 
passend is» dat het daavenboren, naar den letter 
der wet ten uitvoer gdixragt, voor hen oneindig divk- 
kender is, dan het oude stdsel onder de Ooat-In* 
dinbe Conqpagnie. Dit laatste toch ontbied, gelijk 
wij boven zagen » den gemeenen man althans iwn 
een aanzienlijk gedeelte der schatting , die bij anden 
aan den Souverein voor het gebniik der rijstvelden 
moest opbrengen» terwijl bet hem verpl^te diensten 
voor zekere kuituren, tegen eene matige belooning 
in geld , oplegde , diensten , welke hem des te min- 
der drukkend moesten vallen , daar de gdieele maat- 
schappelijke inrigting van den Javaan van oods <^ 
dienstbaarheid is gegrondvest, waartoe de gdiede 
volksmassa, met uitzondering van sommige Dessa's- 
bewoners, wdke door hunne geboorte van allen vdd- 
arbeid en andere publieke diensten vrij zijn , gdiOQ* 
den is. Om die reden bleven dan ook de heeren- 
diensten, door de byzondere gehechtheid van den 



S67 



hnm aan igne HoofdeD «n ToonnaderHjke gdirui-- 
keo 9 xel6 onder het stdsel det landelijke adminb* 
tratie, gcno^zaam op denzdfien yoet als Yroeger, 
bestaao, en zoo de Engclsche wetgever, naar helToor^ 
beeld van Aziatiache Deqnrten, docM^aans de helft van 
de opbrengst der landerijen, ak gewone schatting, 
ciadite, men kan daarvan verzekerd zijn , dat de in*» 
gesetenen bqUc eene onbfllijke vordering door hunne 
BetsaVinsteUng wisten te ontduiken , eene instelling, 
wdke VMr de geringe volksklasse zoo vele waaii>or- 
gen a«ibiedt, en daarom door eene wijze regering 
steeds zal warden geëerUedigd , maar die men, he> 
laas t door bet landbeheer der Europeanen op Java 
dopigaans spoedig te gronde ziet gaan. 

Biaar nu was het nog daarenboven bet stdsel Tan 
landbezit van Europeanen^ aan hetwelk do Engdache 
weigever op Ja>9a eene aanmedkelijke uitbreiding gaf, 
niettegenstaande hij genoegzaam bekend was met de 
tenrige gevolgen, wdke hetzelve in het algemeen 
voor de Inkndsehe bevolking na zich sleept. Br was 
sledits een enkele Mik noodig op de aan partikulie- 
ven in eigendom toebehoorendo Ommelanden van Ba^ 
tavia , vei^geleken met de overige deden van het ei- 
land, waar de inboorling nog, als van ouda, door 
Inkndsehe Regenten bestuurd wordt, om van zulk 
eenen gevaarlijken maatregd , die maar al te zeer het 
geluk en de wdvaart der oorspronkelijke bevolking 
ondermijnt, voor altijd eenen afschrik te krijgen. 
Wij zien vooruit, dat dit gevoden voor Europeeech 
landbezit op Java menig een tegen ons in het harnas 
zal jagen; maar wij koesteren het uit vaste overtui- 
ging, zonder eaiige bijoogmerken, en troosten ons 



568 



daarmede » dat oianoen , ab bij voorbeeld de 
dige Clommissaris^xeneraal HiDBHBmGH « reeds vroeger 
even zoo gedacht hebben. Deze zegt dienaangaande 
in zijn meermalen aangehaalde iferk op bladz. 37 
het Tolgende: » Alleenlijk in dat uitgebreid District^), 
» hetwelk tuaacfaen de Batayiascbe buitenposten en bet 
D gebergte begrepen is « bekend onder den naam Tan 
»Ba$a9iaiehe Ommelanden^ b de Indische Regering 
»in zoo yerre van bet algemeen flysthéma a%ewe&- 
» ken » dat hetzelve , bij perceelen , aan particuUeren 
»is Terkochty maar met velk gevolg? Hetzdve is 
» aan den Aziatiscben Raad overvloedig bekend , en 
phet Grouvernement is er insgelijks niet onbewust 
» van : eene breedvoerige beschrijving daarvan te ge- 
» ven zoude derhalven overbodig » en ook buiten mijn 
» tegenwoordig bestek zijn. Het zij geno^ er in het 
» algemeen van te zeggen, dat de onmogelijkheid om 
»deze schoone en vruchtbare streken, onder een 
DEuropeesch opzigt, dat aldaar de oorspronkdyke 
»Yonn van Bestuur yervangen heeft, behoorlijk te 
D regeren , en de inbaligheid der landeigenaren , met 
» de onnoemelijke kwellingen van den Inlander daar 
Duit voortvloeinde , te beteugelen, dezdve voor v^ 
i»het grootste gedeelte heeft doen ontaarden in ont* 
MYolkte wildernissen, en derzelver overgebleven be- 
D woners in roovers en moordenaars , zoo dat dit de 



1) Nog tegenwoordig , nadat de toeftand der Bataviaêehe Ommeiamdên 
door de waakaanbeid vaA liet Bestaur ea, wg erkeanen dit gaarne, 
door toedoen van tele der landbczitters zei ven aanmerkel^k ia verW- 
terd, worden kier nogtans, in eTenredigkeid , Teel meer moorden eo 
andere misdaden gepleegd, dan in de «Yerige ^len im /aoa, waar do 
Ifilai^T nog door ayne eigene Hoofden 'beheerd wordt. 



569 



»eeiiige stheek is vaa gebed /at», daar noch orde, 
I) iiQch . puMieke TcUigheid Toor. dea Jaifaan te . ▼inden 
DÏs; en deze uitgebreide en Truchtbare Districten heb* 
» ben zeker in vijfentwintig jaren tijds zoo yeel pro- 
»dttkten niet opgebragt, als bet enkele daar aan gren- 
»iende R^geotschap van Tjiandjoer^ hetwelk. door 
» een . Regent , volgens de aloude Javasche wetten en 
» gewoontens , onder bet opper toezigt der Maattcbiqppy 
)»})estuurd wordt, jaarlijks oplevert*" 
-..Sn nogtaos.kon de Engelscbe landvoogd , Sir stah* 
Fcmiir^imArviaSy. die geene gelegenheid liet voorbijgaan 
om. de voormalige Nederlandscbe Regering ia de kolo* 
i)iéa, als qi» willekeur, ea onderdrukking gevestigd, 
▼ioor. het oog' der. gdieele bescbaafile: wereld in e^i 
hatelijk daglicht te stellen , wien het geluk dep be» 
volking van Java schijnbaar zoo ter harte ging;, dat 
hij zelfs , nadat . dit eiland weder onder Nedorland- 
sche: heerschappij was teruggekeerd, bij voortduring 
die goede bevolking aan de , hooge bescherming ^es 
Konings ;Tan Engeland meende te moeten aanbeve* 
ka, — nogtans, zeggen wij, kon hij er töe be- 
sluiten » om Jaiva nog meer te verbrokkelen , door 
het tervr^mden van versdieideae . der vruchtbaarste 
landstreken en het prijs geven aan de willekeur en 
onderdrukking der Europesche landbezitters van eene 
talngke bevolking, welke tot dus verre, onder het 
Bestuur harer eigene Hoofden , tevreden en gelukkig 
wasfc Deze handelwijze van den anders zoo kundi* 
digen en schranderen man is nog sterker te laken, 
ddar hij zelf, als een,der voornaamste koopers, daarbij 
r^tstreeks . betrdcken was. , Zij verwekte dan ook 
algemeene verontwaürdiging , en zel6 het Engelscb 



&70 



Opperbeilaur in Bmtgmlm keords eea moÓÊxag laaA» 
besit Tan den landvoogd op /a«a, ab geheel stgijüg 
met de bt^nselen van het Indiidi Bestuur, ten eeaen 
BMle «£ 

Zoo werden er inderdaad drie gtbed heterogene 
fltekds, tijdens bet Eogdsche tuflKhenbertnnr , ia de 
aan het Gouvernement onderworpene landen op Jltam 
in werking gehouden, te weten: t« dat van xoqge* 
naamde gedwongene kultuor en leverantie, in de 
Pteanger RegemisehapfeH en JBiÊimnimeeke Bcmmlan 
4m^ abmede op de Ooetkuit in de houldisiriclBn; 
2. dat van territoriakn eigendom van Bmopeanen, 
enz. ; 8. dat van landelijke administratie of hefiny 
van landrente; van wdke echter bet laatste, ds 
meer algemeen in werking gdi>ragt, q[> den voer» 
grond stond. 

nu zou men met reden verwacht hebben, dat men, 
vóór het invoeren hiervan , grondig ondersoeht bad, 
of , en in hoe verre de bodem, waarin men dil 
meuwe zaad w3de uitrtrooijen, daarvoor gesdiikt, 
of althans voorbereid vras, om die gezegende vnich» 
ten voort te brengen, wcèke men zich daarvan be- 
loofde: — met andere woorden, ef de berotking, 
op wdke men voornemens was deze nieuwe mstd- 
Kngen toe te passen , reeds op dien trap van zede* 
mke besohaviog stond, als noodzakdijk vereischt 
wordt, oih baar, zoo wd als den Staat adven, 
zenlijk nut en voorded van de daarby toegestane 
ddijke vrijhdd te doen plukken. Wanneer een kndH 
tig werkend geneesmiddd, mits voor den toestand des 
kranken gepast, ter regter tijd wordt toegediend, mig 
men zidi daarvan toch de heilzaamste uitwerkselen 



571 



bclOTen: lig ferzuim of mMtiwftny daarentegen^ kan 
men daarraa dechts verergeriogp der dekte Tenracb* 
ten« Alleen grondde kennis ran het Toorwerp, dat 
men behandelt , en van deszdfii toestand kan hierhij 
eene Teilige gids vezen. Bren zoo zon het uit eene 
bedachtzame polang ran den maatadiappelijken toe* 
stand der Javanen hebben kunnen Uifken, dat de 
toepamng van zoo yrijiinn^e beg;inflelen, waardoor 
ig eensklaps en gdieel onmorberad aan den iuTfeed 
en het beheer hunner Regenten werden onttrokken » 
en hun , behalYe eenige jaarlijkaehe opbrengsten van 
den bdxMiwden grond, de meest mogdijke Tiijheid 
vm over hun persoon en arbeid , zoo wd als over de 
wijze Tan bebouwing hunner akkers ea de vruchten 
Iran dezdve te beschikken^ werd toegestaan, dat, z^ 
gen wij, hetgeen elders de heilrijkste uitkomsten 
Toor land en volk zou hd>ben, q» Jawa in werking 
gebrsgt, even weinig Toor de ware bdangen der be* 
▼oUdng, als voor die der koloniale Bcgesring berdcend 
te achten ia. 

Zulk een onderzoek, wij bekennen het gaarne, is 
voor den EuropcM^hen wetgever inderdaad uiterst moei- 
jdijk en vereisGht eene rype ondervinding, die alleen 
door langdurig verkeer met de verschillende klassen 
des Tolks kan verworven worden. Men had echter 
dechts behoeven acht te geven, in wdk eene ver- 
houding , zelfii oppervlakkig beschouwd , de naburige 
eimden van den Indischen Archipd tot Java staan. 
Tde dier eilanden , b. ▼• Sumatra , Bern» en an- 
dere, hebben even groote vruchtbaarheid van IxH 
dem, worden door hetzelfde menschenras, waartoe 
de lavaan bdioort, bewoond: hunne bewoners ver- 



572 



keerden sedert ; eenwien in yeel onafhankelijker toe- 
stand : zij bebouwen den grond naar hun yolkomen 
goeddunken en beschikken vrijelgk o?er desz€l& voort* 
brei^[selen, zoowel als over die hunner nijverheid: 
faun handd : is aan zeeit geringe , of in hét gehed 
geeüe belemmeringen onderworpen, ja 'zoo goed als 
Tiij , èn Jiiedt hun de gelegenheid aan , om de voort- 
brengsden, van hiin land, die ' voor uitfoer geschikt 
zijol, op eenen Veel voordeeliger voet aan de zeeva- 
rende natiën y welke hunne kusten ibezoeken, af te 
setten , dan de Javaan zulks vermag. Welnu , (m- 
danks al die vrijheid en aanmoe^ligiog , kan men 
onder de bewoners dier eilanden genoegzaam geene 
vorderingen in landbouw of andere takken van nij- 
verheid 'bespeuren : integendeel, alles' bij hen draagt 
de kenmerken van eenen schier on veranderlijken staat 
van verwaarloozing en verwildering , niet anders , -dan 
de' reizigers» eeuwen geleden, den toestand dier ge- 
westen hebben a%eschilderd. Wanneer men dit över- 
we^t, en daarmede den toestand des Javaans ver- 
gelijkt, ^ie boven bijna alle bver%e bewoners van 
den Indischeo; Archipiel zoo zeer in zedelijke bescha- 
ving, in ^^vaart en tevredenheid, en een hoogërèn 
trap van levetisgenot , als de vrucht van gepaste werk- 
zaamheid, uitmunt, dan komt men als van zelfiop 
het denkbedd ^ dat bij meerdere bekendheid met 
den geest der volksinrigtingen op Java grootere ze- 
kerheid verkrijgt, dat de Javaan deze voorrq^ten, 
bdialve aan den invloed van het langdurig bewind 
onzer voorvaderen, vooral aan zijne meer beperkte 
zeddijke vrijheid, die van oudsher uit zijnen rege- 
ringsvorm en huishoudeEjke instellingen voortvloeide, 



573 



te da&ken beeft. Eene veeljarige onder?mdiDg^ én 
de omgang^ met de Terschillende volksklassen heeft 
ons tot de vaste overtuiging gebragft ,' dat de grond- 
dag dier instellingen niet anders is, d^n eëné vöcir 
ons bijna ongeloofelijke,' men zon bijna zeggen, blinde 
óndergeschiktlieid aan bunhe Hciofileii ; gelijk die reeds 
door VEDEBBUKGH met levendige kleuren is afgéscjiétèt; 
}}1Jie Regeérifigsform der Javanen/' tegt hij op Uz. 41 
jkn mne Memorie , » rust , bebalven op het behaii-^ 
»deide b^n$el omtrent den eigendom aan dengfrdnd^ 
» nog op dat van een volstrekt gezag aan den eenen ', 
»en eene- volstrekte ondergeschiktheid aan dëti aü* 
IX deren kant, hetwelk van den Voik of Regent 'tot 
«•óp de minste kksse van Ingezetenen aMaalt> - en 
» zelfs- bet weezen'uitmaakt van den band, welke ée 
» huisgezinnen vereenigt. Wanneer men - den : aart 
x>dier Tolkeren na de hevige driften en hartstogten, 
» Welke in de bewoners van het noordelijk gedeelte 
x>van ^Europa worden opgemerkt, zoude willen af- 
»Kneten, was zeker het lot der geenen , die moeten 
>:J göhdOTÉamen , allerrampzaligst ; doeh het zacht en 
»g0edaai^ig 'karakter van den Javaan maakt, dat hij 
»voor eene R^eringfbrm, welke voor ons een onver^ 
)>4raaglijk despatumtu zoude zijn, óp eene zachte 
D wijze geleid wordt tot de betrachting zijner vi^- 
7>piigtingen; de gewoonte, zelfs het vooroordeel , in* 
» dien men het zoo noemen wil , werkt bij hun uit ; 
» waartoe hij andere volken gestrengheid en vrees zon^ 
»den noodig zijn; nimmer heb ik eenen Javaan doOf 
»:zijn hoofd met barsheid of hardigfaeid zien bebaiv^ 
» delen , maar nimmer heb ik hem ook iets , dat hem 
» opgelegd wierd, zien weigeren, en zoo zeer de eer* 



574 



«bied voor, ea TerUeefilheid un ouda gewoaatOM, 
Dden gemeenen man oooigevoelig doet gduMnzament 
)>verhuiderea die zelfile bewe^gredeoea , die zdfiie 
D eerbied voor 's Lands wetten en gd>nuken, den 
DYorat of Regent bunne ooderboorigen door baiten- 
Dgemerae lasten te zeer te drukken; alles Ugft bg 
»bua over en weder bij bet oude'' enz. 

Kon nu een re^ringsvorm , wdke op bgna Vgor 
icjgt t^QstriJdige bonsden berustte, wdgeTai% 
zyn aan een volk, voor betweik sgne gewoonten em. 
TOorYadertyke instellingen zoo zeer tot eene tweede 
natuur zijn geworden? *— Zoo de Eogdsche weljg^ 
Ter er op rekende, dat de Inlander zqne welwillende 
bedoeliogen naar waarde schatten en zidii ten natte 
maken zou, bedroog hij zich ted eenen male. Ge- 
noegzaam OYeral, maar vooral op Jitwa^ ziet h^ volk 
alleen door de OQgen zijner Hoofden, verwerpt hei 
wat deze afkeuren , en is bet vooral af keerjg^ieid van 
alle veranderingen in deszel& buishoudelyke inngtiiH 
gen» welke des te minder aan de Hóofilen kunnen 
behagen, wanneer zij daardoor in hunne v«n onds 
vérkrqgene vooiT«|gten «n in hun aanzien verkort 
worden. 

Onze voorouders althans , aan wier beleid en dip« 
perbeid wij het bezit van dit 4Pboone eiland te daiH 
ken bd)ben, dachten hier anders over. £y beachoaw» 
den hi^t ab geheel onstaatkundig, aan een vreeaad 
vnlk, welks zeden en gebruiken zoo zeer mn die van 
nnzen landaard afwigken, hervormingen op te dijn- 
gen, die met deszelft aloude instdlingen in stryd 
zgn. Integendeel was het altgd bet yver^ streven 
der Nederlandscbe Oost-Indisdie CSompagoie, om de 



676 



gfbnAm en toiliBlIpageo yml dejum hare beenchtppij 
onderworpeiie ToUcea te eerbiedigeB. Deeen regel taa 
Staatkuade hBMigdft lij niet aUeen m BengaUn^ op 
de kost Tao Cmmumdtl^ maar ook ia alle dedea 
Tan den grooten Indiachen Afchipel, waar cij mAk 
aederaett». flieria aag cy oek qp /oca het sek^nite 
Buddd tot kevertigiBg^ en nitèradiog barer heer** 
adiappij: hierdoor oefiande zg door de lalandache 
Hooiden, in wdke jdj de ziel van het volk erkendev 
zonder hen in hnaiie reg^ten te Yefkmten» zoader 
gewigtige veranderingen in het binnenlondMb Be- 
stuur, eouUyk met eene hetrekkeiyk ted geisi^güere 
magt als tq^ennroonlig , een Opperbestuur uit over 
niUioenen iswoners, dat in z^ne gevolgen even wd* 
dadig voor land en ?olk^ al» Toordeelig voor hare 
eigene belangen gevreest is. Kiet, gelyk nog tegen- 
woordig soounige scbrijvers beweren, door dwinge- 
landij, niet door onderdrukking en uitsuiging der 
Inlandscbe Groeten of van den geneenen man , niet 
door omverwerping van geheiligde volksgebruiken of 
fiinatiekeB bekeeringajver waren onze voorouders zoo 
spoedig in huane Aziatische bezittingen tot eene ms^ 
gestegen , weike aan het ongeloofelijke grenst. Het- 
geen ziDSKBiiaoH diengaande op bladz. 33 schrijft , 
kan door ons, die nog een deel dier bezittingen , als 
de kostbare erfenis van het voorgeslacht bezitten ukh 
gen, niet genoeg tot leering en waarschuwing wor- 
den behartigd. Het kan tevens strekken, om de 
Imteiüjke aantijgingen , waarmede men hunnen roem 
tracht te bezwalken, zegevierend te wederleggen. 
)>Ook heeft eene zoo gematigde handelwijze, wdke 
»ons dioor geene voorbeelden in volkplantingen van 



576 



» Europeërs , en althans niet dooi; dat van de Ea^^ 
Mfiohen in den Hindo^tan^ was aangewezen, doch 
»zoo zeer tot eer strekt Tan het Indisch Bestuur, die 
)>vmchten voortgebragt, welke daarvan naiuurl^ 
» moesten worden verwagt : sedert > het jaar 1 755 , 
» wanneer de Opperheerschappg der Nederlanderen op 
)) het 'eiland Jat>a gerekend moet njrorden deszeifr toI- 
»koinen^ beslag V& hebben verkregen, is de rust op het 
)>geheele eiland beveiligd gebleTên, de bevolking aan- 
)» merkelijk toegenomen , nieuwe bronneii vaa bestaan 
Den welvaart zijn geopend, van welken de Inlander, 
» zoo Wdl als de Maatschappij , sedert lang milde vrucb* 
D ten plukken , waarin deze eenen aanmerkeUjken , te 
D voren onbekenden steun voor hare schatkist heeft 
D gevonden , en , op cUe wijze b^inaden , met die 
D verbeteringen en veranderingen, wdUke de onutan- 
)>digheden kunnen vorderen , voort^gaande, meer en 
» meer vifiden kan ; en , hetgeen vooral ook opmer- 
»king verdient, hierdoor heeft zij Vorsten, R^;en« 
»ten, ja het gehede volk van Java^ aan zieh ver- 
» bonden in eenen graad, waarvan bezwaarlijk een 
» genoegzaam denkbeeld te geven is , daar mea , en , 
Dhelaas-1 niet zonder reden, zoo : algemeen gewocm is 
» de Europeërs in alle hunne Bezittingen in de beide 
» Indien ak geweldenaars en onderdrukkers , en de 
D natuurlijke bewoners derzelve ds nunpza% te he- 
D schouwen , dat de uitzondering , wdke de Holland- 
» sche natie daarvan maakt qp het eiland Java (van 
» welker huishouding aldaar tot nog toe zoo wein% 
» bekend is geweest) miet moeite geloofd zal kunnen 
» worden ; schoon iemfihd , die . de zaken onbevoor- 
D oordeeld beschouwt , niet ligt eene andere oplossing 



677 



»zal kutméa naden ?a* het treffend verschijnselr, 
» hetwelk de laatste jaren hebben opgeleverd, dat zulke 
«oitgeatrdkte fie^ittingea) die reeds in het jaar 1704 
i> geoordeeld wierden te zyn in een gebed weerloozen 
)) staat, en.oedert dat jaar geen de niinste onder- 
»steaningf Tan wat aart ook, uit bet- Moederland 
»heU)en ontvangen , die al dien tyd onder ' den in*- 
D vloed van eenen verder£dijken oorlog bdiben ge* 
»zucht>eia waarin nogtads een handvol Eoropeesen 
)» de Opperheerschappij hunner natie , over eene he^ 
}>volkiog van mfllioenen menschen ongeschonden heeft 
» bewaard 9 zonder dat. er de minste scbyn of scha* 
» duw van ongenoiegen , laat staan van ontrouw , of 
» onrustige bewegh^^eaot onder den Inlander heeft kun* 
»nen worden b^peurd." 

Behoeft het, na iA het gezegde, nog betOQg, welk 
eene nadeelige stemming de invoering van het lan- 
delgk stelsel bij bet meer prikkelbare gedeelte der 
JavAanache bevolkii^, de Inlandsche Hoofden, tewe^ 
moest brengim? — Wanneer men verder bedenkt, dat 
die invoering de teruggave van Java aan hët Neder- 
landsch gezag slechts korten t\jd votprafging, dat z^ 
bet werk was van denzelfden Engelscben Landvoogd 
aStr STAHPOAD EA^iiBs, die daarna alles aanwendde 
OOI ons in h^ rustig bezit onzer Oost-Indische Ko^ 
Umien te storen , Vorsten aan ons onderworpen of van 
ons gezag onafhankelijk tegen ons opzette, en, wan* 
neer zij , gelijk de Sultan van PaUmbang , aan zijne 
inblazingen gehoor gaven , op alle mogelijke wijzen 
ondersteunde, wanneer men dit bedei^t, zeg ik, 
zou men bijna de goede bedoeUngen van dien Staats- 
man met de invo^ing van dit stelsel mistrouwen. lm- 

37 



578 



men f wie kon Trijsinnige bepaUngen, ab deze, ge- 
past achten yoor den kinderlijken toestand ran het 
Jayaanscbe rolk ? — Wie gelooven , dat dezdve tot 
ruimere aanwending der natuurlijke hulpbronnen en 
tot bevordering der algemeene welvaart zouden atrdE- 
l^en? — Wie moest niet veeleer» bij den maatschap- 
pelijken toestand der bevolking , daarin de kiem van 
aanhoudende ontevredenheid l»j de hoogere rolk»- 
klaase, die er het meest door getroffen werd» zien 
sluimeren ? — Eindelijk wie ontwaart daarin niet de 
oorzaak van noodzakelijkheid om bij voortduring eeoe 
aanzienlijke krijgsmagt op Java te onderhouden, 
waardoor het bezit van dat eiland zoo veel kostbaar- 
der voor het Moederland geworden is ? 

Allertreurigst was dan ook de zeddijke, zoo wel 
ab de materieële gesteldheid onzer Oost-Indische be- 
zittingen I Java niet uitgezonderd , toen dezdve in 
Augustus 1816, na eene vijfjarige bezetting door de 
Engelschen, onder Nederlandseh gezag terugkeerden. 
Het noodlottigst van allen was de geest van onafhan- 
kelijkheid en tegenkanting , die zich allerwc^ tegen 
het nieuwe Bestuur openbaarde en tot eene reeks van 
onlusten en oorlogen aanleiding gaf , die, hoe roem- 
vol zij ook voor onze wapenen geëindigd zijn en tot 
bevestiging en uitbreiding van onze magt gestrekt 
hebben , echter millioenen scbats aan den lande ge- 
kost en in de verwoeste landm langdurige diende 
achtergdaten hebben i). Buitendien bevonden zich 



1) ^Jilê 09ri€gm," ieg;t ds fl o niw u flu i muenmm is igiM «ytlrtwi 
memorie f lèof ioat êr na Mweemi fjf gei^ki^ i$ voorde ComfogmU^ 
» Land om Volk , ten totalen ruïne, Fooreeret ie er niete meer te l#- 
1 dingen , maar wei ti verbeteren door dierbare toegevendkoidy om 



679 



alle openlMM v^ethm eü gébtMiDirm ki Sep iérhii 
de voornaamste bronneu van inkodlstea urarett uii^ 
gepttty mtgestrekte landaijen en eigenéommên tei^ 
vreettidy de landbouw en vcoral de kuituur van prcit^ 
dukten» voor den handel gesebikt, wcUce /ava^^ #aré 
rijkdom uitmaken , kwijlende, betge^' tuOt eené 
vermindering van welvaart -ten gevo%é hëd^'datd^ 
Inlandsohe bevolking niet eens in staatr was tot* bét 
opbrengen der landrente^ welke zij volgéiis liet' !Bf!i4 
gekebe stekel verscbuldigd was >). Ook wès dé V6r^ 
houding tosBcbeo in- en uitvoer tot nadeel van Jèmk 
gdieel verbroken» daar voor deninvderdebeboéftffdë^ 
selfde bleef, als te voren» en daarent^n 4e püd^ 
duktie van de meeste artikelen van uitvoer» onder bet 
tijdelijk Bestuur der Engekcben» of géb^el bad c^ 
gehouden» of tot erae ongdtioorde laagte gedaald 
was. En dit bad plaats in weerwil der veel miiide^ 
beperkte zedelijke vrijheid van den Javaan» die km 
naar willekeur over zijnen arbeid» éoo wel ^^övdr 
zijnen grond kon besebikken» en» na aftrek i^ijne» 
kndhuur» voor het overschot zijner produklea» zoó 
hij die niet tot eigen gebruik behoefde» zAtt ht^ 
gere prijzen kon bedingen» dtti te vmieii bij dé ter^ 
l^gte leverantie van dezelvel Men onderzoeke»' bóé 



»8lfe# ioedêr aan dên iandèomD U kr^fn^ êté naar terdo^ fb 
» dom flofê$rm,'* (Zie Hssmmwi èiadjt, a04-a08.) -- Ifogttn itq dftft 
lessen der vooroaden ter harte nemen , daar ook de laatste juen l^ew^ 
ttn bebben, dat het besit der Koloniën alleen in trede en mat Vooide^ 
lige üdLoiBsten aan het MtfedDrland kan opkrererif >.!.>// . > 

■ ^) Dien tea geTolfe werd, bij.BealQit imk CpmrowriiWIiafiiiiHÉl^ 
in 1817 alle achterstand wagens rerschnldigde landrente, ten bednae 
Tan 'meer dan twee miDloenen , aan de Javaanache beVolkirfg kwijl 
gescholden. J ï . . / 

37* 



630 



b^ tOisa f i» v<(rgi^ldqg m^ no^got » met de koffij* 
luülti]#r,g^t^.v:ii3: yrmt, die yim peper, suiker, in- 
digo t Jiatpeft» eoz. was ouder h^ nieuwe stdsd reeds 
g^beel t|ei|,gmnde g€gAaA«( De^. was altijd als de ae« 
nuiil^ der /welYaajDt ,^an Java en de ryksie bron van 
i^Jumist^ Topr dejRegeriag; beschouwd» en derfaalTe 
bsddePi m KBH^ava^q, vooral 4e Goufemeur^Ge- 
nfffatl jmgi^t, eq n«g m.e^ i^AwnofM alles ja bet werk 
gfptcjld^ om dez^hC' wX, %e ^«reiden. De Jaceatraseht 
baveo(ande& en: Pf^tf^fr RiBigeatscbi^pen waren tot 
b^'jaAr.;lBQ8 biJR« de a^qige laqdstrdkeo op/aMi, 
ii|j)l)!^e; kp4Etf . wiEsrd: . geteeld. De JboeVeettieid daar- 
sfp bedroi^'in de jaren ^ 180^ voor. bet geheole ei- 
l^d dficbV» 7^»00<) /"M^^i welke in 1808 « bi) de 
amvfi^4lg.>aii.bet fi^tuur door ]>Aa9DBu, reeds tot 
l^OjO^ J?ihü'l9f9» «[eklominen. Nu breidde deie 
Irfiqdy^Gigdft geluk wïj bpyeti «a^tdim» de kofBjteelt.ook 
M A^ Oositelüke.'deelen vao Japa uit| en to^i hij in 
*^^%X bet fieshuir ,i|édérlegde,|bf stond er genoegzame 
f€h^§tdi,'.4ai:de,geh^le.iM(«Dding spoedig 300,000 
fff^elf,.%w bek)qpen« 'w^aryan. er .100 tot 120,000 
TOM fejl^iag der Jaeoairaschit en Prtangtr landen 
n^^^^tw koman^ Toen echter de Kolonie in 1816 door 
(kyfciniJittaij^aeq-Geoeraal weid o?ei)genomeQ, was deze 
kuituur in het Oostelijk gedeelte, waar het stelsel van 
jbmdrente ingevoerd was, zoo. gped als verdwenen, 
en jn de landstreken , waar zij op deü ouden voet 
van gedwoDgene leverantie was aangehouden , tot op 
3Ö,00U Pikelê verminderd. Het moge waar zijn , dat 
eene voorname reden van dezen sehrikbarenden ach* 
tetnitgang, wat de Oostkust betrof, daarin gelegen 
was , dat deze kuituur voor den Javaan genoegzaam 



S81 



nieuw vm en hij aan de rijslkultuqr / die Ui ^ne 
eerste behoefte voorziet , ook omdat 2^ lüet mindêf 
iDoeite ea arbeid gepaard gaat , de yoork^r gaf: de 
faoofiloorzaak is vooraeker in het toenmalig koloniaal 
Bestuur zelf te zoeken , dat bij de atrèmnui% van 
Aen koophandel, wegens: mangel aan tijdeUjk de» 
biet, niet langer belang in deze kultuui^ schijnt ge- 
steld te hebben* Te roren toch .moest ook Iner al de 
koffij'y t^en eenen yastgestelden prijs, aan de Re- 
gering worden a%èleverd; maar na de: invoering der 
liandroBte,, werden wd alle koffijtai'nen het uitslai" 
tand eigendom der Z^artfa'^beWoners/dfe dezelve had- 
den aangelegd, maar moest er van dezdre, evenals 
vau de rijstvelden en andere . Inbouwde ^grosdstuk* 
ken, eene jaarlijksche grondbelastii^, niet tn ina^ 
turm^ maar in geld, aan het GonVó^nement betaald 
worden. Waarknede kon nu de Javaan dfltt schatting 
toldden , daar hij geene jooiddelen bezat om ^ne 
prodnkten te gelde te makea, en dellegering zdve 
zich van den in hare pakhuizen opgehoopten voor- 
raad van kbffij , Welke *zij uit die deelen van het ei- 
land, wdar het oude stelsel van. lévêivmüe bewaard 
wasv bleef trekkeo ^ niet ontdoen kon? Hiertoe bui* 
teU' stèat zijnde, bleef er voor den Inlandscfaea kof-* 
fijplanter, die niet alleen zelf geen voörded vaii dit 
prbdukt trok , maar ook geene verbetering van den 
prijs kon vooruitzien, niets. anders over, dan sijne 
koffijplantaadjen aan haar lot over te laten , of geheel 
-te vernietigen en den grond tot andere doeleinden 
aan te wenden. Wel is waar doet het de Luitenant- 
Gouverneur EArvtss voorkon^en, alsof het verval dezer 
kuituur op de Oostkust aan geheel andere omstan-- 



582 



di^edto tó y^iea vare. Httgoea hy daarover «gt, 
^dè» vüjj: door den. Qeer tav. mi boscb, in zijiie 
DJieer Tenodde, anpartijdiffe aanmtrkmgen op het 
teerk'^rao ^laaxma» op bladz. 67 aangehaald, vieos 
veii^dbuoig: iwij bier overnemep: »Byna alle de kol^- 
D tum^ii ia de Oostelijke Distrikten, waren aangdcgd 
D onder bet Bcatuur van den Maanchalk daktdxls, 
^dooFi noidddi ?an gedwoi^nen dienst, en xdfi de 
x> tuinen en b^aaiplaatsen der Javanen waren opge- 
^off^rd.aan deee algemeene aanplanting. — Yan het 
)> oogenUik yan den OTergang der Kolonie , waa het 
)>inoeijeU)k, het volk te dwingen om die Plantagiën 
» ini order te houden » en yde derselTai waren reeds 
»te Voren in yerral geraakt, anderen, door op onge- 
» schikte. gronden te zijn aangelegd, waren gdied 
fetnislukt , asoa dat de maatr^el om deze inr^gting te 
1^ laten. yaren, slechts iets yro^r, het natuurlgk ge- 
j»y()lg is yooruitgeloopen , dat dezelye zou. hebben 
Dmoeten worden opgegeven, in geyal die langer was 
^aangehouden i)/' 

Indien het waarheid ware , hetgeen de Heer tah 
nsir BOSQH op bladz. 85 yan zijne in 1816 uitg^geyene 
Brieven betreffende het Beetuur der Koloniën , waar 
hij nader op dit Verbaal yan aArrLss terugkomt, yer* 
haak, dat de Maarschalk BUorDsts pen» dezea^g^ 
Tf^meene aanpkmHng zetfe de begraafplaaUen der Jor 
üïwnen heeft opgeofferd ^^^ zou zulk eene banddw^ze, 



%) Zk : SUbttame •/ a Mitntiê rHfded èjf ihê JJomrahU noMi ff a«- 
KAD %kJmM Idêutm Qavfmor of Java and iU d^pmdtneUê^ «■ Uk* 
Znd (^ Fehruary 1814 on ik9 introduotiim qf on inprovêd SjfêUm tf 
èatemal menaggmeni, and ikê 6Sta6lMmeni rf a kmd rttttai in lèê 
iêiand'^ Java, Umdm t$14. 



583 



als eene iabreuk op de heiligste r^ten der Tolk^n , 
allerlaakbaarst zijn. Haar het laat zich niet veroa^ 
de^tellen» dat zoo iets met voorweten , laat staai^ 
dan op last van dien Gouyerneur-Generaal zou ge-> 
schied zijn, zoo jnin als men hem de schuld kan 
geyen , dat in deze Oostelijke deelen ?an Java geene 
goede gronden Yoor vele der aangelegde koffij tuinen 
gekozen waren. Dit toch zijn geene werkzaamhe- 
den y met welke zich , zoo veel wij weten , ooit een 
Gouyerneur-Generaal r^gtstreeks heeft bezig gehou«i 
den , maar die aan ondergeschikte Europesche en In- 
dische ambtenaren , welke onder het toezigt der re* 
spectiye Residenten en yan eenen Inspecteur-^Ckaoe- 
raal oyer de koffij-kultuur staan , blijyen ovei^gelaten. 
Dat integendeel het yeryal , ja , men kan zeegen , de 
cdtroeijing dezer kuituur in de meeste deelen yaa 
Java onder het Eogelsche tusschen-Bestuur door ge- 
heel andere oorzaken is te weeg gebragt, dan die» 
welke door baf7IiBs worden opgegeyen, zien wij op 
het oyertuigendst in de Preanger jRegentschappen 
beyestigd. Hier toch was dezehe op den meei^emd-* 
den voet, als onder het Bestuur der Oost-Indische 
Gompagme in wezen gebleyen, en nogtans yermin- 
derde ook aldaar onder het Engelsche Bestuur de 
produktie yan koffij yan jaar tot jaar. In 1807 had 
dezdye reeds 104,000 PikeU i) bedragen, zij was in 
1810, onder dabetbkls, tot 120fiOOPikeU^) gestegen, 



)) Zie: ■. D. GAVFAGin Jam litt C Staat d«r koffij-koltaur op hel el» 
land Java Tan 1802 tot 1810. 

2) Men moet hierbg in het oog honden, dat dekoffijteelt, TÓdrdeBego* 
ring Tan sabisils 1808—1811 , ach geno^niaam alleen tot de Frêtm* 



584 



en echter leverde in 1816, bij de overname yan/omr, 
de gdieele inzameling van dit produkt naauwelijks 
80,000 PikeU op. Hoe is dit anders te yerklarea , 
als dat men niet langer de hand Udd aan de be- 
staande bepalingen en alles aanwendde , om den In- 
lander eenen tegenzin tegen deze kultaur in te boe* 
zemen. Ja, dat het toenmalig B^tuur het qp de 
geheele yemietiging der koffij teelt, ook in deze ge- 
deelten yan Java , vaar zij ruim eene eeuw bng tot 
de welvaart der bevolking had bijgedragen , toelegde, 
is uit den in 1813 door de Engelscbe Reuring geno* 
menen maatregel duidelijk gebleken , toen de Inland* 
ache Reenten van den Resident i. grawtübb deo 
uitdrukkelijken last ontvingen , om alle koffijbooraen 
te laten omver hakken en den grond tot andere ein- 
den te gebruiken. Dat hieraan slechts gededtdijk 
gevolg werd gegeven , is aan het gezond verstand der 
Regenten,' en het belang, dat zij van ouds in de 
kofi^-kultuur gestdd hadden , toe te schrljyen. Zoo 
nam deze dan ook , ond^ ons Bestuur , van jaar tot 
jaar weder aanzienlijk toe , o&choon noch de Inlan- 
der, noch de Reenten meerdere betaling voor de 
koffij ontvingen , dan de eerste / 7 voor de 225 8 , 
en de Regenten en mindere Hoofden ƒ 1.60 (of slechts 
ƒ 1.40) voor de 125 tt; zoo dat dit produkt in 1822 
toor de gezamenlijke Regentschappen reeds weder 
60,000 PikeU bedroeg, en voor de jaren 1825, 1826 



ger Regenttchappen en de Bataviaêehê hovenlamden bepaalde, en 
van de {litbreidiog , door ken aan deaelve in de anngt gedeeltoi lan 
Java gegeven, eerst later eene aansienlijke ▼ermeenleriBg van opbrcMl 
kon venrackten , daar de koffijbeom niet voor in ket vierde jaar vrvdi* 
ten oplevert. 



585 



en 1827, door elkander genomen » tot liO^OOO PikeU 
i9i(0s- aangegroeid. 

Alles toonde derbal?6 aan, dat Java onder de En* 
gekcbe K^gering , noch in die landstrdcén , 'waar het 
onde stelsel van leverantie in kracht was geUcfreh, 
noch in die, vaar de op meer vrijzinnige b^n^elei» 
berustende zoogenaamde landelijke Administratie was 
ingevoerd , ia wdvaart gewonnen , maar int^f^idédl 
red verloren had. Eene buitengewone, meer en 
meer toenemende verarming en. ontevredettheid onder 
alle iLlassen der Javaansche bevolking waren de uit-' 
werksden der zoo hoog geprezene verbeteringen van 
den Luitenant^Gouverneur aafplbs. Kon men na <m-^ 
der een ander Bestuur van het verder aankleven en 
toepassen dier schoonschijnende bc^nsden wel gun- 
stiger uitkomst verwachten? — Kon mea in ernst ge- 
looven, dat de Javaan door den tegenspoed, wdke 
^arvan het gevolg was geweest, rijper voor dezelve 
geworden was? 

Zoo ved is zeker, en wij hehben o<is daarvan door 
eenen vertrouwelijken omgang overtuigd , dat de In- 
landsche Begenten en Volksboofden in het algemeen 
vurig verlangden naar den terugkeer van het Neder* 
lendsch Bestuur , in de hoop , dat met hetzelve ock 
de oude instellingen en vroegere welvaart zouden te- 
rugkeereati. In deze verwachting zagen zich dan ook 
de bewoners van de iSzifu/a^Distrikten of Prêahger 
Regentschappen^ tot welke ook de BaUiviosehe ho^ 
penlanden en een gedeelte van Krawang behooren, 
waar de geest. der bevolking altyd zeer ^gun^^ig voor 
ons gestemd was geweest , niet te leur gesteld , daar 
onder hen het stelsel van gedwongene leverantie bleef 



586 



TOortdureQ. Daarentegen achtten het oase CSonuni»- 
sarissen-Generaal , na rijp beraad , bedenkel^ky ja 
onregtvaardig, om aan bet verrew^ grootere gedeelte 
der Javaansche befolkiog de eenmaal wettig toege- 
stane sedelijke yrijheid weder te ontnemen , in wdke 
9^ tevens een' krachtjgen hefboom meenden te Tin- 
den om den Javaan , uit eigenbelang, tot meer \JTer 
en werkzaambëd op te winden. Hierby kwam npg, 
dat hunne Instructie, hier te lande door eene Staat»- 
Gommisaie ontworpen , de invoering , of op Java €Ï* 
genlijk de instandhouding van zoodanig regerings- 
atekel, ab meer in overeenstemming met den geest 
des tyds, had aanbevolen. 

Onmiskenbaar zijn de webneenende bedodiqgen, 
cp welke deze bepalingen gegrond waren. Ook sul* 
len w\j ons in geen wijdloop^ onderzoek Terdiqpen » 
in hoeverre dezelve eene groote onr^gtvaardigheid ten 
aanzien der bevolking van de «Simda-Distrikten be- 
Tatten , die aldus van de liberale instellingen , welke 
aan hunne landgenooten in de overige Residentien 
Tan Java werden toq^taan, verstoken bleef: wij al* 
thans zgn tan oordeel , dat zij daarbij niets zonde 
gewonnen hebben. Mattr w\j zyn aan ons pas her- 
boren kdnniaal Bestuur de getuigenis schuldig, dat 
het niet slechts in schijn , gelijk dit in het a^gemeoa 
met de Eogelsche tusschen-Regering het geval was, 
maar in vollen ernst en met de daad het lot der in* 
gezetenen zocht te verbeteren en, nm dit dod te 
I)ereiken, voor geene offiicrs terugdeinsde. Ja, de 
Regering yan den toenmaligen GouTemeuMSenerul 
TAS Dsa GAPZLuic spaudc inderdaad alle krachten in, 
om in den geest der Tan 's Koni^gs wcge eenmaal 



587 



Tastgestdde oi^gfanisatie der Koloniën , Jbet geluk en de 
wdyaart der Indische bevolking te bevorderen. Wie 
den edelen man toenmaals in zijnen verkkiing ge* 
kend heeft , kan zich zijner alecbti met eerbied berin* 
neren , en nog lang zal zijn naam door den Inlander 
gezoend worden. Qficboon wij geenszins tot hen 
behoorden, die alle zijne maatr^gden hemelhoog ver^ 
bie?en , meenden wij deze erkenning aan de waiuv 
beid schuldig te zgn. De zigtbare strekking Tan z^ 
Bestuur was het voorbereiden van eene betere toe- 
komst voor den Inlander door milde instettingen én 
vooral ook door eene betere en met zijne gebruiken 
overeenst^nmende rcgtsbedeeling. En waar het er 
op aankwam » om het lijden van het volk te hulp te 
komen » om algemeene rampen te leenigen , kon men 
in alle maatraden de zuiverste meDsebüevendbeid 
zien doorstralen. Zoo werd de vernidende kinder- 
ziekte, die jaarl\jka aan duizenden op Jaaa betle* 
ven kostte , door bet invoeren der F'aeeine op eenén 
voet , gdijk z\j nergens anders bestaat ^ wddra gebed 
ipeweerd. Zoo werd de jé!tiatiêche Cholera^ welke 
onze Oost-Indische bezittingen zoo vreesseiyk teis- 
terde, in baar woeden beperkt door hot kostdoós 
futdeelen van geneesmiddelen aan millioenen inwc^ 
ners en het zoo ved mogelijk verleenen van genees- 
kundigen bijstand , zonder wdken bare verwoestingen 
onberekenbaar zouden geweest z\jn. Wij zuUen hier 
niet uitwijden over den hoogen trap van blod , waar- 
toe deze verlichte Staatsman de kunsten en wetene 
schappen poogde te verbe£Een, omdat de invloed dier 
pogingen zich meer tot de Europesche bevolking, dan 
tot de inboorlingen des lands uitstrekte , ofidiocm 



568 



het niet te batkenneh vak , dat zij ook beilzaarn op 
de koloniale belangen verkten. Dit was inzonder- 
heid het gevd xnet.de wetenschappelijke na^oringen 
dcar weinig of in het geheel niet bekende voortbrei^ 
aelen, waarmede' de natuur deze gewesten zoo ruim- 
adiodts: he^ gezegéiid, of met het invoeren van andere, 
die in den vruchüiaren bodem én onder het gez^^nd 
kUmaat . van Java weelig schenen te zullen tieren en 
niéuwe bronnen Tan welvaart voor dit heerlijke ei- 
laad ' beloofden te worden. 06choon de heilrijke 
nitwer]baelen hiervan eerst onder zijne opvolgers, door 
eene gepaste uitbreiding dier nieuwe kuituren , dui- 
delijk zigtbaar werden , was echter de grond hiertoe 
tteds onder zijne R^ring ge^gd , zoo als b. t. met 
den Thee-heester uit China ^ den Kanedboom uit Cej^ 
hm en andere nuttige voortbrengselen het geval was. — 
Jhiur keeren wij tot ote onderwerp terug. 
- ' Indien onze OommissariBsm-^eneraal de onder het 
JBngdst^ Bestuur op Java ingevoerde iorigtingen be- 
lEraksfatigdén , eliuinden zij aaa den anderen kant de 
'Boodzaj&dijkhdd om h'et^ onderlinge verband van de 
kolonie en het Hoederl^nd , hetwelk in den toenma- 
ligen staat van zaken bijna geheel verbroken was, 
•weder vaster • aan te knoopen door het aansporen der 
-Javaansohe bevolking om zich weder op de kultuar 
.Tan voor den handd geschikte artikden van uitvoer 
toe te leggen , waartoe haar in de laatste jaren gdieel 
•de moed had on^rokeo. Immers indien het pro* 
•dnktieve venïiogen dezer bezittingen niet op eenen 
'béteren «loet wierd gebragt , en de koophandel met 
liet Moederland daardoor een nieuw leven kreeg, kon 
er,.b\j de bdioefte, welke de Inlandsche bevolking 



589 

hij toonduriiiig; iiao. zekere arMkelea van ÏAVoer hat&i 
aaa geeoe duursaioe muterie^le wji^vaiirt Yan^eselTe 
gedacht worden. Java kwam bier.Qatq.urlijk bfetcienst 
in aanmerking» en inzonderheid, U^k de weleer «oo 
Uoeyende kofl^teelt » om de . yooüdedto » welke sp^ 
opleverde, de aaijidacht van^ ons BfistMur^ De PvhU-r 
oatie van den 7 IVoveiQbei- 1817, N^.(<17, ix^ welke 
men duiddijk de hescbeim)eade.<habd<» ivajapmisde de 
Aegeripg dezen gewigtiglen tak Yan jandJlxHiW xjaeende 
te moeten begun^ügea , erkemiea yk^a f strekt . tevens 
ten bewijze van de ^elwiUendie gezipdbejd» wdke 
haar, voor de. ingezetenen harer^Kjoilopicp be:(iGlen,, Se 
zakeiyke inhoud dier Publipatie, dooy ConimMwariasenr 
Generaal in naam desr Kopings aan, 4^. Waaiiai^e. bor- 
Tolking uilgevaardïgd i komt bieric^ neder: . ^ f . 

»0m de Inlandscbe b^volkiqg ' ^ep a)le ^fUI^^^ut 
» te besohermenj haar lot te . verbeteren , haat het 
» genot vaniOJgendoflPk^ d^Trucbten van^harer^bw* 
»denarbeid te verzekeren, en baar, j&oowel ab alL^ 
x> andere onderdanen, des Konings, jn:de gelukkige 
» gevolgen zyner vaderlijke Regering te doea deden, 
»bebben wij onze oogen geslagea.opden.landboow, 
»en bijzonderlijk op de kofl^jteelt in .die^g^dq^Jten 
»Yaa.Javaf waar het vroegere stels^ dporju^iwece 
j»inrigtingen vervangen is. Wij keuren dalgronden 
. j» die* inrigjtingeA goed , xnaar wij. bd)be9. m^t leedr 
» wezen gezien, dat de J^vaa^ de ^ npodigei bescher- 
Dming niet heeft genoten , en; dat geene bel^Qoiiy]^ 
DZQiig is gedragen, om hem ^ de vruchten van, ^n^ 
)!>vlijt en nijverheid te verzekeren* 

» Hij is in den verkoop van (ie voortbrengsel van 
>}z\j&en gfwd, vooraji va^ii dsekoffij; aan d# mjudei- 



600 



»diagea en tan de opkoq>iogea van het gewas blool- 
Dgesteld gebleren. Het is om den Jaman tegen deie 
»nmleidingeny en het nadeel , dat hij daardoor lijdt, 
vtedrai ten aandien der koffij, te beschermen, dat 
i»wij eene nieuwe inrigting omtrent de bewerking 
Dder kóiffij tuinen hdbben ontworpen.'' — Hiorbij windt 
onder anderen bepaald : t>Dat de koffijtuinen Dessa's 
Dgewijse zullen bewerkt, en van het product dier 
» bewerking niet meer zal bdioe?en a%egeTen te wor- 
dden, dan van de Sawa^Ydden: — dat van bet 
«orerige gededte, dat niet in die a%ifte begrepen 
»kj de Inlander mjdijk kan beschikken en tegen 
i>de hoogstB prijz» verkoopen, of, des verkiezende, 
}»aan bet Gouremement t^n eenen jaarlijks te be^ 
»palen Takten prys leferen, om langs dien weg he- 
)» dri^erijen Toor te komen» 

D Dat hij Toorschotten yan Goinemementswege kan 
D erlang^i , om daardoor den wodker en de baatzucht 
»te Termijden. 

DDat hij zijn gewas aan niemand bdioeh te Ter- 
iikoopen, dan aan wien h\] wil; dat noch de Ren- 
»> denten , noch andere ambtenaren , noch Regenten , 
>>aan aUe welke zdfr uitdrukkelijk verboden wordt, 
»de kofij TOor eigen rekening te koopen of daarin 
«eenigen handd ho^enaamd te driJTien, hem kun- 
i>nen noodzaken tot den i&tand of verkoop, enz. 
' »Dat bij ook over zijne eigendommen vrydijk kan 
> beschikken. Dat bij van allen dwang in een woord 
i>bemjd, en tegen alle misleiding beveiligd is, en 
» zich altijd op de bescherming van het Ifedertandsch 
ü Gouvernement verlaten kan.** 

Ut was derhalve eene wezedQke veriiete ri ng in de 



691 



onder de Engebdhe Regering nieuw iogeyoerde inrig»* 
tingen, die zoo wd het belang der bevolking, als 
de opbeuring der kultaur beoogde, eu waarvan inen, 
naar de gewone wijze van zien , de heilrijkste uit^ 
komsten mogt yerwachten. Hierbij yerlieze men niet 
uit het oog , dat de heffing der landrente onder ons 
Bestuur meer gelijkmatig verdeeld was en naar eenen 
minder drukkenden maatstaf plaats had. Immers de 
hoogste aanslag van rijstvelden, waaronder ook de 
aan de Dtêêa^ê toebehoorende koffijtuinen begrepen 
waren, bedrog % Tan derzdver opbrengst, terwi^ 
de bevolking vrijheid had om de belasting van de 
koffijtuinen hetzij in gild^ naar den jaarlijks door 
het Crouyernement rastgestelden marktprijs, of ik 
natura te voldoen , en tevens verzekerd was , de oVe** 
^ge f, zoo niet voordeeliger, althans voor denzeifr 
den prijs aan de Regering te kunnen verkoopen. Zoo 
kat het zich b^grypen , dat onder geen vroeger Be^ 
stuur aan de Javaansche bevolking , wanneer dezelve 
zich met ijver op deze kuituur wilde todden, im- 
mer zulk eene ruime bdooning voor haren arbeid en 
zulk eene gunstige gel^enheid om ook onder de ge- 
ringere klasse meer wdvaart te versprdden was aan- 
geboden geweest. Den hoogsten prijs toch, gdijk 
wij reeds vroeger hebben aangemerkt, had de Javaan 
onder het bewind van den Maarschalk DAumBiiS ge-* 
noten, te weten / 6.46 voor het Pikel^ terwijl de 
laagste van f 3.88 voor het Pikel nog altijd Yoor de 
Preanger Regentschappen is blijven bestaan en deiw 
halve met de aan de bewoners yan andere Residen* 
tien toegestane verhooging, naar billijkhdd althans, 
in geene de minste verhouding staat. Immers de 



502 



marktptijsy welken het GouTementieQt jaarlijks » ter 
l)erekening van den aanslag der landrente taq de kof- 
fijtuiaen , aan de Indüche beTolking bdcend maakt « 
bedrog tot bet jaar 1832 van / 17 tot / 85 bet 
JPikeL De Inlander kon.derbalYe> wanneer bij bet 
produkt aan de Regering afleverde ^ drie Tijide rsa 
deae scMn., of van ƒ 10.20 tot ƒ 21 voor bet Piket 
ontvangen ; ja 1 men mogt veronderstellen ^ dat bij , 
bij de veel hoogere koffijpiijzen , liever de landrente 
in geld betalen èn zijn' gebeden oogst in de zeeplaat- 
fen, waar bet Pikel koffij een tijdlang boveü de der- 
tig Spaaneche Matten }) gcst^eo was, zoo Toorded^ 
mogdijk a&etten zou. Dit toch bragt zya e%en* 
belang mede, en zoo zou bij ons zdfi de aUeronao- 
cdate boer bandden. Wij zullen echter zoo straks 
aantooaen , hoezeer de Europesche wetgever zidi ook 
hier weder .in. den aard en de inbomt des Inland^s 
misrekend had. fiatussohen ging de koffij^kultuur 
merkbaar vooruit i gededtelyk, omdat de Inlander 
ach AU met meer 'gerustheid voor de toekomst daailop 



1) Volgens bepaling van Commissarusen-Generaal ILODT, Tur im ca- 
rULW én BCnrncu, atotdtn 44 In^iaclie GoUens gelijk met aO S^namaekB 
Maü^n of 'Piofter^y en jaa? voor 4en.lodischen Gulden of Rtpy^ ab 
standpenrting ^ de GeneraHieitsgulden ^ let waarde van 24 Stvtrers 
Holl. of 120 koperen' duiten waa aangenomen, stond de Spaantckê Êfat 
dos gelgk met f 3.64 Ned. In 1896 voerde de Comaunn»-6eaeni«l 
va 108 te CMSGRlss een andar munUteJiel tn onze Ooat-Indische benttin- 
gea in , volgens hetwelk de Spaatuche Mat op slechts 61 Stuivers 
Holl. of / 2.66 Ncd. , en de Indische Gvtden op 20 Stuivers HoU. of 
100 koperaa dmiUn, gesteld werd , 'een maatfegd , die voor de iagtta- 
UQea dea te Jiaider waa, omdat op denselfden i;oet al het papieren 6*ld 
werd ingewisseld y dat te voren tegen den gcmelden hoogeren koen ia 
drcnlatie was gebragt. Van dat tijdstip af, was derhalve elke Galden 
SO pere. mindtr waard , dan te voren. 



593 



meende te kunnen toeleggen , deels ook , dewijl hij 
daartoe aanhoudend door de Residenten en andere 
Europescfae 200 wel als Indische ambtenaren werd 
aangespoord. Zonder die aansporing toch is de ge- 
ineene man niet tot het aanleggen van koffijtuinen 
te bewegen , vocwal daar het de krachten van enkele 
paraonen te bo?en gaat. Dit geschiedt dan ook door 
de bewoners eener Dessa gemeenschappelijk , en dik- 
^j'* %Sr^ ^^ koffijtuinen op eenen vrij grooten af- 
stand Tan dezelve, naardien men tot den aanl^ vooral 
goede mulle en met vergane stofifen uit het planten- 
rijk rijkelijk doormengde gronden behoeft, zoo als 
men aan de af hellingen van het hooge gebergte aan- 
treft, waar de koffijboom het best tieren wil. De be- 
hooriijke bewerking en verzorging dier tuinen maakt 
het noodzdcelijk , dat men zich dikwijls weken lang 
van buis verwijdert; doch dit stemt weinig overeen 
met de neiging van den Javaan , die uit zijnen aard 
niet zeer werkzaam is en buitendien te weinig be- 
hoeften heeft , dan dat het vooruitzigt van een later 
te behalen voordeel, hoe aanzienlijk dan ook, voor 
hem een genoegzame prikkel tot den arbeid zou zijn. 
Maar de Javaan 4s lijdzaam : hij is dit vooral onder 
het opz%t zijner eigene Hoofden, welke hem met 
zachtheid en een onbegrijpelijk geduld tot werken 
weten aan té sporen , zoo dat zelfi de onaangename 
en bezwaarlijke arbeid, dien de koffij- en andere 
kuituren vereischen en waarvan hij anders eenen on- 
overwinnehjken afkeer zou hebben, hem op deze 
wijze dragelijk wordt. Dit neemt echter geenszins 
weg , dat deze aansporingen zelve , en nog meer de 
bemoeijingen van hooger staande Inlandschc Hoofden 

38 



594 



en Europesche ambtenaren, welke, zoo als wij op 
bladz. 518 gezegd hebben , met be?eleQ , waaraan ge- 
hoorzaamd moet worden, gelijk staan, reeds inbreuk 
maken op de zedelijke vrijheid van den Javaan en 
geenszins stroken met de beginselea van ons Bestuur, 
Yolgens welke hij niet tot den arbeid kan gedwon- 
gen worden. Wij kunnen echter over zulk eenen 
verpligten arbeid heenstappen , zoo dezdve maar niet 
overdreven en voor den Javaan dragelijk is, en de 
heilzame bedoeling der Roering , om hem voor zij- 
nen arbeid eene billijke beloom'ng te verzekeren , ten 
minste bereikt wordt. Maar ook omtrent dit punt, 
waarin Commissarissen-Generaal, bij de aangehaalde 
Proclamatie, zoo zeker meenden voorzien te hebben, 
zag de Regering zich ten eenen male te leur gesteld, 
waarbij zij aan den Inlander de vrije beschikking 
over drie vijfde deelen van de opbrengst der koffij- 
tuinen had overgelaten. Hen had hierbij den kin-> 
derlijken zin van dit volk en deszel£i driftige bc;geerte 
om te genieten, welke het, zonder om de todtomst 
te denken , op alle mogelijke wijzen zoekt te bevre- 
digen , geheel uit het oog verloren , ofschoon de Ja- 
vaan daardoor altijd de speelbal van vreemddingen , 
die hem in verstandelijke vermogens overtroflRsn, 
vooral der sluwe Arabieren en- Chinezen, en niet min- 
der der Europeanen geweest is. Het geheele pro- 
dukt werd voor eenen spotprijs op levering verkocht, 
lang voordat het ingekomen was : want wanneer de 
Inlander voor iets beden geld kan bekomen , wacht 
hij daarmede niet tot morgen, en is daarbij, even 
als een kind, verkwistend van aard. Hierbij kwa- 
men nog de praktijken der Inlandsche Hoofden , aan 



\/ 



595 



welke bij de bestaande inrigtingen wel is waar geeae 
Yoordeelen waren toegestaan, maar die zich daar- 
voor, door hun gezag, dubbel schadeloos wisten te 
stellen. Het gevolg was, dat, te gelijk met de zoo-» 
genaamde yrije koffij-kultuur, ook de schaar Tan 
rreemde opkoopers op Java meer en meer toenam , 
die hoe langer hoe ^haamtdoozer te werk gingen , 
zoo dat de Inlander, die van de Regering, gelijk 
wij boven gezegd hebben, ten minste van/ 10 tot 
ƒ 21 voor het Pihel koffij ontvangen kon, in het al* 
gemeen nog veel minder daarvoor maakte, dan de 
ingezetenen der Preanger RegenUchappen , waar «1 
de koffij voor f 3.88 het Pikel aan de Regering moet 
worden afgeleverd. Zoo wordt het duidelijk, hoe 
deze bij eene gedwongene leverantie tot geringen 
prijs nog beter Toeren , dan eerstgenoemde bij de vrije 
beschikking over zijn produkt; ofechoon het niet te 
ontkenuen is, dat die meerdere welvaart in de Prean^ 
ger Regentschappen ook bevorderd werd door bet 
bemoeijelijken van het vrije handelsverkeer der gevaar- 
lijke Chinezen en het a£schaffisn van het debiet van 
Opium , terwijl in alle andere deelen van Java deze 
beide pesten het geluk der bevolking ondermijnen. 

Hen zal ons, na al het gezegde, moeten toege- 
ven, dat het stelsel van gedwongen leverantie der 
Oost-Indische Maatschappij , vooral , zoo als het door 
den Maarschalk i^aekdëls was gewijzigd , met de ge^ 
aardheid des Javaans veel beter strookte en hem meer 
voordeel aanbragt, dan toen men hem de vr^ be- 
schikking liet over de vruchten van zijnen arbeidt. 
Onder den eenen regeringsvorm , zoo wel als onder 
den anderen, was het volstrekt noodzakdijk, den 

38* 



596 



Inlander tot de kuituur aan te sporen. Dit nu 
heette onder dakrdbls verpligU kuUttur: tegenwoor- 
dig streelt het jn^r onze ooren, het vrye kultuur 
te noemen. Hij achtte het raadzaam, de Reg^enteo 
eu andere Hoofden, ja zel& de Europesche ambte- 
naren 9 door bun zekere voordee)en van de opbrengst 
toe te staan, voor deze kultuur te winnen, om aldus 
den tegenzin der bevolking tegen de2elve des te ze- 
kerder te boven te komen en den eigenlijken planter 
des te beter voor knevelarijen te beveiligen. Het 
latere Bestuur daarent^en liet den magtigen hefboom 
van het eigenbelang der Indische Hoofden gdieel on- 
gdbruikt, niettegenstaande het zeker is, dat, indien 
men aan dezelve de toelage ontnam, welke zij nog 
volgens bet oude tarief in de Preanger Regeni^chap- 
pen genieten, de geheele koffij-kultuur aldaar spoe- 
dig zou te niet gaan, Dit zou ook overal elders het 
geval zijn , indien de Hoofden hunne schade niet op 
de bewoners der Z>tf«#a'«, aan welke de koffij tuinen 
to^ehooren, wisten te verhalen, en daarenboven, 
door geschenken en andere voorkomendheden ver- 
blind , de oogen sloten voor de oneerlijke praktijken 
der. opkoopers, daar hun toch anders niets dan moeite 
van de koffij-kultuur zou overscliieten. Alle deze 
misbruiken nu werden door de maatregelen van den 
Maarschalk da^idels voorgekomen, gedeeltelijk, om- 
dat de Hoofden zei ven , groot en klein , bij deze kul- 
tuur belang hadden, maar vooral ook omdat ernaauw- 
keurig moest worden acht g^even , dat de gemeene 
man niet door de tusschenkomst zijner Hoofden, zijne 
betaling ontving , en de verpligte leverantie van het 
geheele produkt allen woeker en knevelarij van op- 



597 



koopers onmogelijk maakte. Wel bezien, was deze 
leveraatie, in den onmondigen toestand, waarin de* 
Indische bevolking nog bij voortduring Yerkeert, al- 
lenuKxilzakediijkst en geenszins zoo strijdig met derzel- 
ver belangen, als men, bet gewoonlijk doet voorko-* 
men. Immers heeft eene langdurige ondervinding 
onder het zaohte BeetiHj^ van den Gouverneur-Grene- 
raal vau de& gavuleu e» zelfs in de laatste jaren, 
tQt het jaar 1833, yoldingend bewezen, dat men aan 
den Inlander, even min ak aan een kind, het vrije 
beheer van zijn vermogen kan toevertrouvreh. 

Bij zoodanige omstandigheden moet men zich nog 
verwonderen, dat de produktie van de koffij op /ava, 
in weerwil van het geringe voordeel , dat zij aan den 
gemeenen man opleverde, nogthansin 1826 tot om- 
trent 400,000 Pikelê gestegen was. Tot nog toe had 
bet Bestuur hoofdzakelijk alleen aan de uitbreiding 
van deze kuituur de hand gehouden, en was het, 
gelijk wij gezien hebben , in de keus van geschikte 
middelen om de Inlandsche bevolking aan te sporen 
niet zeer gelukkig geweest. Maar met de aanvaar- 
ding der Regering door den Bui^graaf du bus ds gi- 
siGRnts , als Commissaris-Generaal , brak er een nieuw 
en glansrijk tijdperk voor den landbouw op J<iva 
aan, dat zeker nog gunstiger uitkomsten zou hebben 
opgeleverd, indien hij niet, door den nadeeligen staat 
der koloniale geldmiddelen en de voortduring van den 
oorlog tegen dicpo iitbgoro , in het ondersteunen van 
dei^dijke belangrijke ondernemingen zeer beperkt 
ware geweest. Ook scheen deze achtenswaardige man , 
die zich door de uitbreiding van den landbouw in 
onze Oost-Indische bezittingen blijvende verdiensten 



598 



irerworven heeft f al te zeer op dea onderaf 
¥811 fNirtikuliereQ te rekenea , althans in de eecsle ja- 
ren Tan zijn verblijf op Java. Misschien lag het hem 
nóg yerscb in het g^eugen , welk een kracht^ hef- 
boom int opbeuring en bevordering der nijvexiieid 
deze in de. Zuidelijke Provinciën van het toeniiial% 
Komngryk. der Ofederlanden geveest was, en kon hij 
zich niet verbeelden , dat er in deze Kolonie gdieel 
andere middelen noodig waren , dan de aanmoediging 
van regeringswege , welke in zijn Vaderiand reeds 
zoo overvloedige vruchten droeg. Zoo verwachtte hij , 
bij voorbeeld y groote opbeuring voor den landboow 
van de instelling van bijzondere CommtMen mn 
landbomD onder het toezigt eener Soo/d-CommitM^ 
wier gezamenlyke leden niet bezoldigd werden , en 
wij herinneren ons, dat wij hem« o&choon vmch- 
teloios » onder het oog trachtten te brengen » dat de 
aanstelling van eenen Directeur over de kuituur met 
een . betrekkelijk gering personeel veel zekerder en 
duurzamer uitwerkselen zou opleveren: dat de suiker- 
kuituur op Java alleen door het verleenen van aan- 
zienlijke voorschotten aan de fabrikanten uit haar 
diep verval opgebeurd , en slechts door de zekerheid, 
dat men het fieibrikaat , bij eene ongewone daling van 
cie markt , t^en een' vasten prijs aan het Gouverne- 
ment kon afleveren , in stand gehouden kon worden : 
dat men , om nieuwe belangrijke kuituren aan dea 
gang te brengen , b. v. van den Chineschen Thethttê- 
ter^ den Ceylonêchen Kaneelhoom enz., waarmede 
ref^ onder het vorig Bestuur in 's lands plantentuin 
te BuUenzorg proeven waren genomen, of andere 
takken van landbouw, b. v. van de indigo ^ peper ^ 



599 



de betere soorteo yan katoen enz. , welke reeds vroe- 
ger hadden bestaan , maar in verval waren geraakt , 
weder op te beuren , vooral in den beginne niet te 
veel op de pogingen van partikuliere landeigenaars 
moest rekenen » maar dat de Regering zelve behoorde 
voor te gaan en dergelijke kuituren voor hare ei- 
gene, rdiening en onder haar onmiddellijk toezigt te 
ondernemen. 

Intuascben kan men de zorg en den ijver van de- 
zen Opper-kndvoogd niet geno^ roemen, om Java^ 
behalve de koffij » nog met andere Toortbrengselen te 
verryken » die niet zoo zeer tot bevordering der wel- 
vaart van dat eiland, als wd van de scheepvaart, 
den handel en het fabriekwezen van het Moederland 
konden strekken. Tot bereiking van dit doel droe- 
gen ook niet weinig bij de invoering , op last van on- 
zen toeumaligen Koning , van 2V(7pa/*planten met het 
echte CochenUU-insekt en herhaalde zendingen van 
zaden zoo wel van de beste huoen- , als van de meest 
gezochte to&aA-soorten. Want ook hier te lande had- 
den de lage prijzen van de koffij de overtuiging te 
weeg gebragt , dat men zich in onze Oost-Indische 
bezittingen niet tot het aankweeken van deze alleen 
bq[>alen , maar ook op andere koloniale voortbreng* 
selen todeggen moest. Onder deze kwam, behalve 
de ktUoen en tabak ^ vooral de indigo in aanmer- 
king, te meer daar Java hiervan in vroegere tijden 
niet alleen eene aanzienlijke hoeveelheid, maar ook 
de van oudsher om hare voortreffelijkheid vermaarde 
tarintje4''indigo plagt op te leveren. Het is dan ook 
onder liet Bestuur van dezen Commissaris-Generaal, 
dat de eigenl^ke grondslag van dezen allerbelang- 



600 



rijkstcn tak van uijyeriieid gel^d is, toen dezdve 
op het punt was ?an geheel te niet te g^aan. Immers 
bestonden er » toen hij het bewind aanvaardde , nog 
dechls 3 fabrieken Tan indigo ^ en in 1828 was dit 
getal reeds boven de twintig gestegen, zoo dat ét 
uitvoer in dat jaar 79»600 » in het volgende echter, 
uit hoofde van de schade door aanhoudende regens 
veroorzaakt, slechts 57,111 oude ponden bedrog, be- 
halve 128,000 a natte indigo ^ alleen in de Residentie 
Japara voor binnenlandsche consumptie gewonnen. 

De Heer du büs de gisigiobs achtte het raadzaam , 
hierbij genoegzaam op dezelfde wijs, ak de voorma- 
lige Oost-Indische Compagnie te moet^i handelen en 
de fabrieken op een' niet al te grooten voet in te 
rigten, uit hooide van de moeijelijkheid om ui^ge* 
breide /m/f^o-plantaadjen in de nabijheid der iabrie- 
ken aan te leggen of de bladeren van een' verren 
a&tand derwaarts te vervoeren. Buitendien werd niel 
alleen de kuituur, maar ook de bereiding der indig9 
aan de Inlandsche bevolking opgedragen , die daartoe 
van bet noodige voorzien werd, onder verpl^tiog 
om het produkt t(^n / 1.50 het oude pond aan het 
Gouvernement te leveren. Dit stelsel van kleine fa- 
brieken bleek zoo doelmatig te zijn , dat de Inlander 
zich weldra uit eigen beweging op deze kuituur to^ 
legAe en, niettegenstaande dezelve in v^icbeideDe 
streken van Java door de natte weersgestdidbeid van 
het jaar 1829 bijna- geheel mislukte, nogtansgedo- 
rig nieuwe fabrieken werden opgerigt. 

Onder het Bestuur van denzelfden Landvoogd wer- 
den ook de voorbereidende maatrc^len beraanrid tot 
afschaffing der ontelbare tolpoorten in de Vorsteo* 



«01 



Idnikn,^ 4ie tot onqkhoucldijke [dageiijen van den 

inlander^ aaideidiiig gavea , en tevens de middelen » 

om de onbescbaamde handelwijze der opkoopers yan 

de ko^ teg«i te gaan* Deze plaag was tot ailk 

eene hopgte gestegen/, ^dat de getneeoé man , die toot 

zijnen aübeid genoi^zaam geene, of eene niets i» 

teekenende belooAing jtrok, meer en meer ▼«n. dese 

kuituur afkeerig werd^- o&cboon dezelve nog roof 

200 groote uitbreiding op Jau» vat)>aar waa, Zjdft 

de Regering kwam «niet in het bezit van het haar 

toekomende aandeel van f voor land^ente van de vrije 

koffijtüinen, vraarvan zich dezelfde opkocqpers' éiïbt 

kuiperijen met de DêêêtCê^ en andere Hoofden voor 

een groot gedeelte wisten meester te makeut Ile 

maa'tP^gelen, welke men als noodzakdijk besdiovwdcr, 

waren echter in sommige punten zoo toet in stcyd 

met het vroeger door GomnussarisseU'^eneraal namens 

den iLoninggeprocIioneerde stelsel van landrenten en 

vrije kultuor, dat de GommisflarisrGeneraal, alvorèjis 

dezelve- in werking te brengen , deze gewigt^ aan* 

gelegenheid aan de beslusing des Konings meende te 

moeten onderwerpen. De veranderingen , welke ia 

deze door den toenmaUgen Direeiêur dér Middelen 

m- Domeinen y den Heer j. ulusbhav voorgesteld vra-» 

ren , kwamen hierq> neder : 

l^ Om voortaan op geheel Java d^ verkoop van 

^aUe uit de koffijtuinen der Deeea*e afkomstige 

koffij te verbieden en de aflevering van dezdve 

in de magazijnen der Roering te gelasten tegen 

een' jaarUjks te bepalen prijs, na aftrek van | 

van het bedrag voor verschuldi^e landrente. 

2^. Om aan de Reenten en andere InlandscheHoof* 



602 



den een zeker aandeel in de opbreQgst van óit 
produkt toe te stacm» ten einde hun meer be- 
langstelling Yoor deze kultuur in te boezemen. 
Zoo werd men eindelijk , nadat bet landdijk stebd 
reeds yijfden jaren op Java ia werking was geweert, 
meer en meer overtuigd, dat de persoooli^e Tiij- 
beid , welke het doi Inlander toekende even weinig 
paste voor zijnen maatschappdgken toestand , als de 
Trije beschikking over de vrucfatoa van zijnen arbeid 
hem voor alsnog vocMrdedig was. Men zagp in, dat 
dé invloed zijner Hoofden, zoo al niet onmisbaar» dan 
althans van het uiterste gewigt was om hem juist tot 
zulke takken van landbouw aan te sporen , wier ▼oort- 
btengselen voer den buitenlandschen handel geschikt 
waren en aan hem zelven. bijzondere vooitkelen kon- 
den; opleveren.. Sn wat de beschikking over die voort- 
brengselen betrof, welke alleen gediend had omeenige 
woekeraars te verrijken , moest men de noodzake- 
mkheid erkennen, om hem dit voorr^t weder te 
ontnemen en hem als bet ware onder curateele te 
stdlen , om hem ten minste eene redelijke belooning 
voor z\joen arbeid te doen genieten. 

De bovengemelde maatr^elen tot wering van mis> 
faruikeo » reeds onder bet bewind van den Buiggraaf 
DU BUS DS GisiGif lEs vooi^eslageu , krqgen bun besli^ 
eevst onder zijnen , (^volger , den Gommissaris-Geoe- 
faal YAV DHff BO0GB , uadat , gety k deze in zyne Zo- 
kdijke JSsirücten uU een algtmênt averzigt (zie 
YAjr BLTSK bladz. 172) heeft aangeteekend , »een om- 
>>standig in. 1832 deswege plaats gehad hebbend on- 
»derzoek had doeü zien, dat de Javaan voor zijne 
»koffij geen hoogeren prys heeft genoten dan / 6 



eoi 



» koper per Pikel» ea dai nog êieobts in- een.JOisiriki ^ 

»daar hij in Tcrre de meeste DUtrikten deobta / 2 

DTOor de Pikel, en op eenige plaatsen , zdfs. niets 

».TOor zijn produkt erlangd beeft/' -r-Dï^i^ tengevolge 

moest al de koffij ;der Trij^ koffijtuinen aan de Re* 

gering worden a%eleverd, die sedert 1888 ieder i^- 

kei aan den Inlander met / 12 , en nog / 3 daaren* 

boven Yoor kosten van vervoer naar de zeeplaatsen , 

betaalde , zoo dat haar het Pikei op ƒ 1 5 kopergdd 

te staan komt. Hoe hevig men ook tegen dezen 

maatregel uitgevaren zij , zoo ved^ is zeker , . dat> do^ 

zdve voor de Javaansehe bevolking eene bron van 

nooit gekende welvaart geopend en tevens allervoor* 

deeligsf zoo wel op handd en scheepvaart, ^Is op de 

finantien der Koloniën en van het Moederland g&* 

werkt heeft. Het is niet te jontkennen ^ dat zoo wd 

dit zoogenaamde heschermendie ^Utlsèl , al^ de terug'- 

keer tot het oude stelsel van andere verpfigte kultu- 

ren en heereodienaten , uitsluitend ten behoeve' van 

bet Gouvernement^ hetwdk te gdijker tijd, onder 

den naam van nieuw kultuureteleél ^ door den Gene» 

raal vaiv den bosgh werd ingevoerd , inbreuk maakte, 

ja eene dadelijke schending was van de individueële 

vryheid van persoon en goederen ^ welke in 1816 

door de Hooge Commissie , namens den Koüiog , aan 

de bevolking van Java was to^ezegd* Onzes erach"» 

taos, kan dit terugkeeren tot een stekel, dat met 

den maatschappelijken toestand , de begrippen en de 

levenswijze der Inlandsche bevolking beter overeen-^ 

stemde , ook alleen door de noodzakelijkheid worden 

verontschuldigd, om dezdve t^gen verder misbruik 

maken van haren arbeid te beschermen , in de vaste 



604 



merlrngtog , dat aUeea zóó » en^ niet langs den Troe- 
gef. gcioigden vegj darzelver' welvaart en teyreden- 
lieid, in ^ OTereenfitemmio^ met de belangen wan bet 
•Moederland hmx getraarboigd worden. En inderdaad 
Iiaeflb eene ondervinding, raii bijna tien jaren het 
ffbede,:eü doelmatige van deze maatregelen OTertin- 
geikd bewezen. Zij. hebben de welraart der geringe 
yolkddaase bevorderd; o6k de Iidandsche Hoofiden 
«6nden hun voordeel bij dezelve en waren er wd 
mede te> vrede; want zoo veel ia zeker, dat, indien 
dit bet geval niet geweest ware^ de rust niet zoo lang 
ja 'alle deden van Java zou bewaard zijn gebleven ; 
^adel^9 zij hebben vpor de Roering eene ruime 
bkon van inhoni0te& doen tlbeijen tot onderaclura^iing 
van den diep'geaehokten staat der gddmiddeten van 
het JHoedeUaad; Sèn' zoo ptesdijken en boven ver* 
^achting gunstigèn oimnekeer van zaken is men bui- 
ten twijfti inzondetheid aan den Generaal vak vm 
B09CB verschuldigd* Niemand kan zijne groote ver- 
dibnsten! in dat op^igt ihët eenigen schijn van regt 
ontkennen , eni w^ «voegen óns gaarne bij de bewon- 
defeÉars van dé sch^pzinnighdd , de juistheid van oor- 
deel,; èn:dè vastheid van karakter, dien Staatsman 
Ixio biJBonder, eigen. en gedurende zijn bevrind over 
onze Oost-^Indisohe bezittingen zoo menigmaal en zoo 
duidelijk gebleken. Maar zooder 's mans verdiensten 
eeaigmbs te willen veiicorten, vordert de billijkheid, 
Ife erkennen, dat die gunstige verandenng van zaken 
9i«x»al'do<Mr< het zoogenaamde beschermende sieleei 
WQt>t de vrye lu^j tuinen, waaronder de produktie 
itiel* reuzensdireden toegenomen, en tegenwoordig 
feot een miUioen Pékêk gestegen is , en door de uit- 



606 



breidiog der kleine imdigo^ïxtiéLen . té iveeg u ge« 
bragt» waardoor Java^ «Is het ware f het^plegtaoker 
▼an Nederland geworden is. Wij hebben borein^gen 
zien, dat de eerste schreden om 's .Könings toertj^** 
ining , tot de infoenng van dit beêeheirmenië êtetwêL 
Toor de koffij-knltuur te Yerkrga|en ^ reeds «oiidof den: 
Gommiasaris-Generaal du m» di sisi«irnE8>iwaiien ge* 
daan , en dat ook de hfrlefing^ der «iB^A-knUiiuri 
op eene wijze, wdké aan de lDiaiidjcbe';faetoUan|g' 
het welgeval!^ t is en daarom ook van. lieverlede de 
meeste uitbreidiog liet Terwachtea ^ het werk yan .de« 
zen schranderen Landroogd was. 

Het is Yooral met betre^iiq^: tot de«f4M%0^kul* 
tuur 9 dat het'r^eriiigsstdsel yan den Genemal ykit 
va B06GH zich vaor alle andere door dit eigenaar*^ 
dig kenmerk onderscheidde» dat het de strekking 
had, om vooral boven zijne voorgangerê uit 4é 
munten door aan het Moederland onvenoifld groeit 
en buitengewone voordeelen te bezorgen. Dit OQ^ 
m^ Terdiende zeker .^llen lof , in zoo Ter^het zon* 
der onderdrukking der Indische bevolkix^g kon üe* 
reikt worden en in derzelver toestand veeleer eene 
gunstige Terandering kon ^ te weeg brengai , helpeen 
wij veronderstellen, dat, bij voiMrbeeld, met de «na- 
derhand ingevoerde verpl^^te leverantie van dé koA^^ 
uit de vrije tuinen der Javanen afkomstig, de be^ 
doding geweest is. Wij tooh zijn van oordeel^ dat 
eene gezonde staatkunde aan het Indische Bestuur de 
verphgting opl^t, om in dien geest de Koloniën aan 
de belangen van het Moederland zoo veel mogelgk 
dienstbaar te maken; maar te duur gekocht zouden 
wij zelfs de schitterendste uitkomsten aciuen , indien 



6oe 



zij door misbruik ranons gezag, door knevdary ea 
TerdrakkiJQ^g des Inlanders Terwor?en waren. ~« Wij 
venachten te kunnen zeggen, dat dit niet het geral 
is geweest, dat bet Bestuur van den Generaal tas 
Bsir aasGH zicb ook in dit opzigt gunst% heeft on- 
derscheiden ; maar wg zouden der waarheid te kort 
doen » indien wij hem deze verdienste *— de grootste 
in'iOiize<x)gèn — ^ dat hij b^ het streven , om zijn Be* 
stuur jdoor schitterende finantieële uitkomsten te ver- 
heerlijken , nimmer bet geluk des Volks uit het oog 
verloor , boven mannen ab VAir drr CAVBLLBir en zyn' 
voorganger du bus de oiaiGRiBS wilden toekennen. 

Hoe veel er ook tegm geschreven moge zijn , het 
blijft eene stdlige waarheid, dat de Heer tak nat 
BOSCH zoo wd voor ais .na het^ aanvaarden der ko- 
loniale Regering , tot het jaar 1832 , zeer tegen de 
koffij*kultuur was vooringenomen. Hij ging daarbij, 
gelijk wij meermalen uit zijb' eigen mond gehoord 
hdi>ben, van de stelling uit, dat dezelve, bij den 
aanzienlijken «uitvoer v^an kofl^ uit de jémerikaanêeke 
volkplahtipgen, en vooral uit Brazilië^ waardoor de 
markt in dat artikel bij voortduring scheen gedrukt 
te zuilen worden, onmogelijk eenig voordeel aan onze 
Oost-Indische bezittingen kon aanbrengen en het dus 
hoqg tijd was, om dezelve door de teelt van andere 
voortbrengselen op Jaoa te doen vervangen. Behalve 
de suiker-kul tuur ^ bepaalden zijne vooruitzigten zich 
derhalve hoofdzakelijk tot die van indigo^ als welke 
het spoedigst güove winsten beloofde, en reeds in 
het eerste jaar z^ncr Ac^gering geloofde hij deze kul* 
tuur tot zulk ecne hoogte te hebben gebragt, dat 
de opbrengst, voor. de remises naar het Vaderland 



607 



in bet jaar 1881 , door hem op een miUioen pon^ 
den garaamd werd* Om het zoo ver te brengen, 
werden de ipeeds onfier dü bus bb aisioim» op^fcrigte 
kleine £ü)rieken van indigo , als g^ehéel ondoetmatigt 
a%e8chaft en. door groêté, op regéringsko^n 
gel^d^ Terrangen, terwijl den Inknder devei 
ting werd opgel^d , om zijne rijstvelden tot aaxiK 
planting van indigo af te staan en de bkideten tegeA 
een' zeer lagen prijs in de &brieken van het' Goit- 
vemement af te leveren. Boven aUe beM^vijviog 
groot, — de Heer yas dek bosgk is er meemudeii 
getuige van geweest, — was de ellende, aan wdhe 
dé Inlander, tot deze kultaur verpUgt, was^blopt* 
gestdd , prijs gegeven, aan eene behandM^ling zoo ten 
eenen maal strijdig met de welwillende bedoelingen, 
waarmede ons Bestuur sedert het jaar 1816 jegens^ de 
Inlandschè bevolking bezield was geweest;; zoo dat dan 
ook het zoogenaamde nieuwe kultuurstelsel van den Heer 
TAK DBR BOSCH zich in de toepassing, althans doorben*- 
zdven, van eene zeer gevaarlijke zijde heeft doen 
kennen. Het scheen er inderdaad op toegelegd te zijn, 
om alle die Distrikten van de Preanger Regenteekap" 
pen^ van de Residentien Cheribon^ Pekalongangy 
enz., waar de tWi^o-knltuur op dezen voet werd 
ingerigt, in fFeft-Indieehe plarUaadjen te herschep- 
pen , en eener tot nog toe vrije bevolking het harde 
davenjuk op te leeggen , waaronder de Neger daar te 
lande gebukt gaat. Ja , de Heer vax bbh bosgh ne^ 
het in zijne geschriften , en wij stemmen daarin vol- 
komen met hem overeen, — de Inlander was onder 
bet bewind van den Maarschalk daehdels op Java éan 
grove mishandelingen blootgesteld; -— maar zeker is 



608 



bet ,^ dat hij onder den ondragelijken last Tan dea 
arbeid ?oor de indiga-hxltaat , hem door deu Gene- I 
raal tan dbst bosch opg^el^gd^ nog oneindig meer leed, 
zoo dat b. V. in hei Rfi;gQit9chap Sumadmng de berol- 
kiBg nageno^ tot wanhoop oversloeg^. Maar ai te 
Maar is hetgeen dienaangaande in ▼encheidane afiEon- 
dettijke hrockures^ door. de Redaktie Tan den Oat- 
ÈerHng üi.iSSS uitgegeTen, onder anderen in de 
Mydrage ter beoordeeling van hei werk: over den 
poöTffoanden en tegentooordigen Staat van Neier^ 
iandeeh^Indie enz. op hladz. 8S wordt gezc^: 
iiZoo zien wi} dan , qp eene plaats» de bevoOdng een 
»jgehedL jaar op de Telden en in de moleas, zonder 
nbelooning werkzaam, en Tan. het gebruik hunner 
jirqstTdden Terstoken, terwijl hunne bufiieb, toot 
r»een groot gedeelte» door den zwaren arbeid, ge- 
«storren zijn. Elders, Tijfduizend menschen, met 
»drieh<mderd buffels, gedurende de Tijf eerste maan- 
uden Tan 1881 bezig, om de gronden te ontginnen 
)^TOor ééne indigo^ühnéL^ en toen hun arbeid toI- 
» tooid was , geen genoegzaam zaad Toorhanden , zoo 
»dat men later weder Tan Toren af aan beginnen 
» moest; Trouwen en kinderen werden tot den arbeid 
» gedwongen , en toen de ramp Tan de beTolking ten 
-» top was gestegen , werd aan iederen werkman ^ 
» Cent daage als bdooning toegdegd. Wij aen men- 
'»seben als lastdieren gebezigd, om suikerriet of in- 
»d]go^bladeren, op S|, 7, 8 en 10 Engelscbe mijlen 
»a[fstand, naar de fabrieken te brengen, zoüderdaar- 
f> toor belooning te onlTangen ; of genoodzaakt 40 
»i 60 Engelscbe mijlen Ter te gaan, om naar de 
» plaats Tan hunnen arbeid te gdangen/' 



609 



Ea waurm beatoodeii nu de uitkomsten van deze 
oterdriJTing Yan arbeid ic^eii onevenredig lage dag* 
loonen en ondier mishandelingen van allerlei aard, 
waarmede de ongelukkige Inlander als overstelpt 
werd? --- Waarin vond men vergoeding voor de Teiv^ 
waarlooziog der koffij-^kultuar , daardoor in vecschfsi^ 
dene gedeelten van Java vereortaaki , en voor* de 
schromelijke kosten aan den opbouw dier grootetti** 
cK^4^-£dl>rieken besteed? — ^ Wel %a8 dé {Oid)reogst 
over. de jaren 1831 en 1832 door den Generaal yas 
nsR BOSGs op twee millioenen ponden indigo geraamd 
geworden: deidve bedroeg echter tot* den laatsten 
December 1832 niet meer dan 133,380| S. EersC 
nadat men van deze grooie Goüvernement^fabrieken 
geheel a%ezien, en aan de kleinere, gelijk zij door 
den Burggraaf du bus dr gisioniis waren ingevoerd, 
meer uitbreiding gegeven had, begon ook deze kul*« 
ittiiri ruime I winsten aan, de Regering op te leveren: 
toen eerst ving zij aan dragelijk te worden voor den 
Inlander en te gelijker tijd tot vermeerdering van 
zijne welvaart bij te dragen* 

Deze gunstige ommdceer was vooral het werk van 
dèn opvolger van den Generaal tar deet bosgu , den 
Gouverneur-Generaal ad interim baud; die gedurende 
2i)nbevrind,ona^pebrokcn werkzaam was, om voor -de 
tWfgr^^JoiItiiur zoodanige wijzigin^Bn en verandering^ 
gein tot stand te brengen, waardoor de op vele plaat- 
sen ten gevolge der verpligte ku{tuur hoog geklommen 
eUendé; in 'den grond kon genezen worden. . Hiervan 
liet bij zich noch door groöte geldelijke opofiertngen, 
nooh door de vrees, dat men zijne handelwijze zou 
miskennfen, cdbohrikken-, ^oodra hij dé bevolking te- 

39 



610 



gen enige Bunpesohe CkMUracténiai in besohermiif 
mocbt i^etneÊu Hetgeen j^ Sn dit opz%t loat de 
«nc%iHkiitltnQriieeft:Tenr%fc, ia ycnoegizaam'» ons^ 
nepnnm bij' de .beiUking^van */{|imi, i^elke op vde 
^aartam dn ^aaBiuMp nafag- "was, ia zegening tedoea 
blij>VeBi;)'niAar ^daArtoe^ JbepaleB; zicb géen^am njne 
Terdjcnaten.' 4an btm: heeft het Hoederhald de b^ 
▼estiging > ^ den . béiden alle: . Yerwaekdng.- giuatig^ 
ilifykg^.ifpa het hnitiitiirstekel op /<tm!te:da]dEai« dat, 
aondër de ▼erbétering van al. het gébiekfc%e, het- 
welk hetztlYèohder zijnen voorganger/ nog;aaiBUeeNet 
zekei* ian fa)i4en düar- z^n gewieestlaiïiis en daaren- 
boren da jkieni < bevatte soo aliniet -van betteriiei 
dier heeriyke Koloniën « dan,, ten ..minste van eeoe 
langdurige verstoring dér rastim dezelw.' Hetsdweo, 
alsof d^ Generaal tak raa losoa dit zelf. Iqj de oiv- 
dingt van zijn bewind gewddfi: . ^akans adaneo de 
toelichtinjfen van dit sielsd , vrelke door hem adiler* 
gdatcn, en door den Beer BAn, hij Besluit van deo 
28 M^ailLiiaSé ». 1> Ier > kemika?, der behngbdH 
benden gebragt vrerden (zie vjjx wm: bUdz. 161) 
gdieeL andere. iM^ginselen ^ ^ab die^ wdke door bem 
zdven, en. bepuddelijk fag ide MiigmAtét, in pak* 
ti|fc ivare^ gebragt: . 

: ^Qnder. den nieuwenXandvoogd vefiungbetncgzo» 
gebrekkige/gebouw.éen geheel! ander: vosrkttD»^ Bet 
UeëK spoedig , dat hij in zijne bendc&gen gmosam 
door «be ^ei[heérd gtpUaisféi^aarzuebt vriand,bcBtuaid 
oan , ten ko8te< van da ifl|vnedeiba4; c»:de tijdaiytc 
bdangen der loIaiids^be'bei^olkiflÓPf^'zyn.bêiripdai^ 
leen door voor bet Moederland gmstige .lesulUliB 
te doen oidkliAaei. htcgendeel vest^de hal vf^ 



611 



aandaeht vooral op de^Termeerderaog van wdvdiart en 
tevredenheid onder de versehilkkidé UaaBed der Ia* 
landers, terwijl hij zich aan de dw(dïngen zijner 
Toor^ngersy hetzij door. te vei^ gedrevene edelmoe* 
digiieid, hetzij door misb^k vafik ^eza^ te weeg gj»t 
bragt, spiedde. Wjg althma i^lodven, datz^a 
Bestuur juist hierom éene. zoo üf^adjge.eB.yoor den 
toestand der Javane|L ^elrhefékftndestraUutigbadi' 
waardoor hetidich zooiignhsljg van>aUe[isrocgcfc«*flKi-^ 
derscfaeidde^ ; In bet !5tdbe^ Iv^h véririJgteriJkiiltiMir> 
hem dooi* ziinen/vobiganger achtdi^aten én l»r hftf 
volging aanbevolen ,. zag! hij de daadzaJcdi|ke <^los» 
sisg van hét moeijel^ke Trai^stuk , hoe. onze Oost* 
Indische benttingen aan hare bestemming ten opz^te 
van het Moederland naar 'eisch kunnen beantwoorden. 
En* indien wij de zienswijze . van . den sohranderen 
Staatsman uit onderaèbeklcne . i door hem genomen^ 
maatvegelen kumien opmdcen y meènan ^y . daarin de 
overtuiging 'te péa> doorblinken , dat het daartoe hfet 
genoeg was> alleen het Moederland te bevoordeeleQ , 
maar ook 'te gél^kertijd aan de onderscheidene volks* 
klassen in de Kolmuén dat rq[t te kten wedervaren^ 
waarop zij biUgk aanspraak : fanden, en aldus de 
banden van onderliog belang tusschen Moederland en 
volkplantingen Tai^ter .zamen te snoeren. Tevredeot- 
beid, vooral van de Hoofden der Indische bevol- 
king , en welvaart van den gemeenen man , als een 
gevolg van gepaste aansporing töt arbeid, zijn de 
beide -hoeksteenen van ]iet. tegenwoordig op Java be« 
staande stelsd, dat aan aüe vereischten voldoet, we- 
derkeérige voordeelenöati. Moederland en 'Kolonie be- 
zoi^t, eo tot welks ppbouw de toenmalige Gouver- 

39» 



612 



neur-Generaal ad inierim baud meer, dan iemand 
anders, heeft bijgedrag;en. 

Men rersta ons echter wd. Wij otttkenaen geens- 
zins, dat ook de (ieneraal yax dbit bosgh yoot de 
uitbreiding der koffijteelt , waarin de meeste zijoer 
voorgangers de zekerste bron van inkomsten toot 
* Java zagen, zeer teel gedaan heeft. Wel yerre vao 
' dit te beweeren , erkennen wij integendeel dat de- 
seUe by zonder zijne aandacht trok, toen er in 1832 
eene aanmerkdijke rijzing in de marktprijzen ran dit 
artikel plaats Tond. Toen . wf;^ er door hem met 
▼erdubbdden ijver zoiig . gedragen , om in de Pruut- 
ger Regentêthappen ^ waar bet oude stelsel van ge- 
dwongen koltuur en leverantie nog altijd in leteo 
wordt gehouden, de aanplanting te vermeerdereiL 
Toen werd het, door zijnen voorganger reeds ontwor- 
pen stelsel, door hem in werking gebragt, om bet 
geheele produkt der vrije koffijtuinen van de ovenge 
Résidentien op Jawi aan de Regering te doen afle- 
veren, waardoor deze hare inkomsten des te meer 
moest ^ien aangroeijen, daar deze maatregel, zoo wel 
als het landelijke stelsel door hen ook op die Rési- 
dentien werden toegqpast» welke sedert het eind^geo 
van den oorlog met nnro HBOoao aan het Keder- 
landsch gezag onderworpen w^ren geworden <}• 



1) Due tanwinst bestaat , rolgcns den Heer tah ntür (ae bladi. 164) 
uit vi^r der acHoonste Provinciën Tan Java en tele landackappen op 
Sumatra^ waardoor ofnue keerKbtppy en de berolUng onaer Ooft-ln- 
diache beiittingen net meer dan c<a derde wad Tcnneeideid. HicraU 
kan men nagaan , hoeaeer de inkomalen , al was het alleen door de bcffiif 
der landrente op Java (want , tpo veel wij weten is den op Sumatf^ 
no^ niet ingeToenl) hierdoor moesten toenemen. 



61S 



Het nieuwe steliel Tan kultuur van den Heer vAir 
nsn BOSCH ^ waarvan w\j. reeds meermalen gewaagden ^ 
uitvoerig ontwikkeld in de zakelijke erniratten uit 
een algemeen overzigt enz. , in bet aangcèaalde werk 
door VAH BLTnr op bladz* 176 ovQrgionomen ^ kwam 
op dit b^insel neder: ndai eene .De^m welke hei f 
y>van derzeher ryetvelden afzonderde voor de teelt 
nvan een gewas voor de n^rkt van Enropa geeehiki ^ 
»niet meer arbeid vorderende dan de rijet^kulture ^ 
»van het betalen der landrente zou zijn verechoomL 

» Di$t die Deeea bovendien zou genieten de meer» 
»dere voordeeten die het produkt by taxatie blyken 
ï>zou te zullen opleveren, dan het bedrag der ver^ 
» echuldigde landrenten ^ en 

■ 

ï>Dat de miegewaeeen loopen zouden voor reke» 
»ning van het Gouvernement, voor zoo ver, na^ 
v> meiijk, dezelve niet aan gebrek aan ijver en ar^ 
» beidzaamheid van de zyde dee Javaans , waren toe 
»te sehr^venJ^ 

Of nu* dit steLsel daarom nieuif kan i^enpemd wor- 
den en ak eene uitvinding van den Generaal viur dbm 
BOSCH te beschouwen is, zullen wy, daar het niets 
ter zake afdoet, in het midden laten. Wij moeten 
echter- bekennen, dat wij in hetzelve de groodtrek- 
ken van het door bajsrdbls gewijzigde stelsel der voor- 
malige Oost-Indische Compagnie duidelijk meenen 
weder te vinden. Want reeds onder deze waren de 
Dessa's in verscheidene landschappen van Javaver-- 
jfhgt , om een gedeelte harer rijstvelden pet indigo , 
suikerriet , enz. te beplanten , en het produkt tegen 
een' gezetten pr\js , door de tusschenkomst der Re- 
genten, of aan de Compagnie, of , wat het suiker- 



61*4 



riet betrof, «aaffl dé'dhmeschepjicfaters der soikermo- 
lens .^f te Jevei^eu* "Wij Vfnden hetzelfilé beginsel 
door i>AWAfe£s op.iiet Jaiktèrudhe katoen ot' zooge^ 
ikaaoide ^Sitjw»%^ <K^dèi^ -anderen bi| Aan- 

sohrijVing' vwdeii'2e Ha 1968^ {^Organigue siut- 
ken, jMa^€ Noord4)oit1mêf, N^. 18: £), gelastende, 
dat op de Oostitust Tan Java de aanplanting van de 
Kapae^ tot over ^ gedeelte der rijstvelden xoude wor» 
den geewtendeerdy traarroor aan de aankwékers de prijs 
van S Rdè. ifS^ Stiéiv. rilrer Toor de 128 S zou wor- 
den uitbetaald. Yobr ieder Jonk rijstland , wdks 
eigeoaar niet tot de koffij teelt werd gebnrikt, was 
deze tot de jaarlijkscibe levering van die boevedheid 
katoen t^en den gemelden prijs yeipligt , en daar- 
mede van alle verdere opbrengsten aan de Regering 
ontbeveü, welke anders van de rijstvelden , welke 
voor de kultunr vaü K^poê niet gescbikt waren, 2 
Spaanêthe Jiftf^rm V jaars voor elke Jonk bedroeg, 
gelijk blijkt uit Art. 76 der Oi^nisatie van Jaoe^e 
Noord*-0ostku8t én- Att. 10 der Instructie voor de Re- 
genten aldaar. - • Sëie ' 2 Spaanecke Matten stonden 
derhalve gelijk mét dé nadeiiiand ingevoerde land- 
rente , behalve dat deze belasting toenmaak mmder 
bedroeg , doch de gemeene man daarent^pen nog 
andere lasten aan zijne Regenten en Hoofden moest 
voldoen en van dezen meer afhankelijk was , dan tij- 
dens de door den Luitenant-Gouverneur mAvrus in- 
gevoerde lahdelijke administratie. 

Men zou hiertiegen kunnen inbrengen, dat dit 
nieuwe kultuurstèlsèf, ' in tegenstcfUing met het oude 
von gedwongen kuituur, op vrijwillige toetreding 
van den Inlandei' lot het leveren van zekere pródok- 



615 



tQ^ aao-bet Ctouvememéot berustte» ea iMQ.sott ia 
dese' miiiemug' igU^k tefsterkt wolden by hét leifda 
▼an.faetgeeo' de -Graaf* réSi wk> bosgv^ m het door 
ons: ové^éapme^. project fiaaldooitefeie oii»Br flebuld 
<^ de/KtM^nnien ,> gezegd heeft, jrdU.dBioi deaeJbe- 
»deeldè cohtneteni i^dden berastea :op bet beginsel 
» dètnmL (Soiuienicaie^tswcige nel de.Hodfdeaien b^ 
liToUdng ,vcn èea bepaald Distrikt worde ma^rêmgê- 
^rhnmm^ooï eene «ehere boereelfaeid süikernet» of 
»«én]gp andhr.rüw pnodukt^ vooc de .iMrkt yaa Eu- 
nropa géiohikty te teèlenbV Wij hébben deke be- 
wering reeds op bladz. 618 toq^elicbt, en moeten 
dezelve ten sterkste tegenspreken. Bij alle contrac- 
ten, zoo wd onder bet Bestuur yan den Generaal 
▼Air vm BOSCH, als later gesloten, was er nooit de 
minste vraag van overeenkomst. Hen gelast den In- 
lander om een zeker gewas ten behoeve van de eene 
of andere ftbridc aan te kweeken, zoodat eigenlijk 
'dezelfde dwang bestaat, ab in de tijden der Oost- 
Indische Gompognie of van den Maarschalk DAKirDBLs, 
alleen met dit onderscheid , dat de door den Gouver* 
neur-Greneraal ad interini baud, en ook later, in dit 
kultuurstelsel ingevoerde verbeteringen dien dwang 
zoo nün mogelijk drukkend voor den Inlander ge-t 
maakt hebben en zijn arbeid sedert veel beter beloond 
wordt , dan te voren , en zel& onder den Heer van 
BBK BOSCH , het geval was > )• Daarent^en moet men 



1) Zoo wsrdy bg TOorbeeU, do opbrengst iwk een* boaw Tan 500 Q 
Bbjolandacbo roeden net suikerriet bepUnt door den Generaal tait sur 
loecHoplS PtAe^ gesebal, eo den planter Toor elk Ptkel/2y of/SO 
net bon ykrei^te deelen toegekend. Tbans kan men de gemiddelde 
opbrengst van loodanig feld op S5 Pikêli stellen, waarvoor den planter 



616 



niet uit hel oog TerliezeD , dat de itdander in. Trocger 
tijd of getieel nïj was van belasting; zgaer rijstTeldeo, 
of daarfan^ gp^jk ooder bet Bestuar yao ^Mon^waSf 
slechts veiDig bdioeCde op te brengen, indiea meo 
bet met de landre&te yei|;elijkt, welke tqgenwoord^ 
in geld geheven, of op den pr^s der aan bet Croaver- 
•nement te leveren produkten geconipeBBeerd wordt. 
* Overigens moet mén zich varwondereo, .dat, of- 
iseboon: «de Heer yav sur bobgb de Umdrmien zoo on» 
doelmatig voor den Javaan oordeelde, dat daaidoor 
-voor hem (gdijk hij zich zelf uitdrukt) j»de waarde 



f 3.6Ó per PiM; of/ 87.60 met kan Tieren betaald woi^t. Men kaa 
verwachten, dat, door eène meer doelmatige beweiklng der landenyea 
tn eene verbderdt fiJ>rikaa4|e, de gemiddelde opbreogit ^Kiedig tet ao 
Pikelê klimmen lal, wiairoor dan de Inla^nder, naar laatatgemeUca 
maatalaf, /106, of per hoofd / 20.86, Toor ongeveer 60 werkdagen, 
d. i. nagenoeg 43 Centen daags, ontvangen tal. Gesteld trn, dxl de 
gemiddelde landreate op Jaiva ffi voor elk knisgeiin bedraagt, cb «Ibo 
dfl verpligting tot de Goavemements-knltnnr op het hoofd van ieder hni»- 
gezin mst , bw kan men aannemen , dat elk voor den aibeid gcxhikt 
man thans het drieVoodSge erlangt tan hetgeen de Generaal TAxaniOflB 
bedoeld had. Uaft aoodanig eene uitkomst , geheel in faet belang des 
lavaana, sfj^en tegenzin tegen deze knltnnr geheel overwonnen heelt, 
is even begrijpelgk , als dat daardoor het stelsel aelf van verpKgie km^ 
fmur natnnrlijk moest voomitgaan en bevestigd worden. Maar waar vindt 
men in het Moederland daae verrigtingen van latere Bestnren behoerigli 
op pr^s gesteld ? — , Eerst toen men de groote nadeclen vaa aommige 
maatKgelen van Beslonr, door den Generaal tah va wokê genomen, 
op rekening van z^nen opvolger , den Heer BiOS , irilde stellen , bleek 
het ait een onpart^dig ondenoek der artikelen , welke daMwrer aoo wd 
in de dagbladen , als }Xi afzonderl^ke geschriAen het licht zagen , dat de 
gunstige verandering in den toestand onzer Oost-Indisdie bezittingen, 
wel verre van door den Heer ta5 m whkm alleen te cijn tol rtand ge- 
bragt , ook aan anderen te danken was en de verdiensten van den Burg- 
graaf tso tvn DE cisioirnn , ja zelfs van den Heer lAtm , aan wien hei 
Vaderland de grootste verpligting heeft , maar al te leler nSskand 
ren geweest. 



61 T 



)»Yan aHe grondbeat verviel» in zpo. ^etre hij dteo 
i> grond niet met eigen handen kan bewerken»" hij 
dezelve» deaiuett^gciistaan4e» niet alleen op denzdf- 
den voet' liet bestaan, maar zel& inde viei^ot^aiigB 
cmder bet ITederiandseb gezag ingelijfide Reiidetttien 
in weitiiig bvagt. In zijn aigemeen oversigi (aie.TAir 
BLTKET bladz. 177) laat hij zich dienaangaande iddua 
uk : » Obk hierop was , onder het Bogekcb .Bestuur » 
> inbreuk gemaakt. l>e arbeid of zoogenaamde ha6- 
lyrendienst' was afgeschaft» en de. bdastingen opde 
» bdKHiwde gronden van f op | » | of i gc^nfitt'* 
»naar mate van derzehcr vrachtbaarheid » waardoor 
^alzoo de aloude volks-inrigting » het ^mttêvaéUnl^k 
i^BtêtmnTj 4e bodem was ingeslagen, aiaogcasieo de 
y^T^afJoê of geërfden » daardoor het middd verlorent 
»om eeoig noeinwa«rdig inkomen te trekken van de 
» gronden, aan Ijtunné afhangdingen afgestaan, of 
»eenige diensten van dezelve te erlangen. 

»Ih' plaats daarvan, w)erd nu, volgens den gee^ 
)>viui bet ontwerp, eene maatsdiappelijke inrigtiog 
pgev«9dgd, op gelijke regten, en eene individneele 
»wi}2e van bestaan gerond, ahans zou dit het{;en)lg 
i>van dat syslema gefwaest zijn, zoo de bevolking 
»niet deneelver oude instdüngen , grootendeels , in 
j» weerwil van het Bestuur, had weten te bewaren. 

))]len beproeve in Europa om allen groodeigen- 
»dom te vernietigen, hetwelk toch werkdi^k plaats 
» heeft , door als schatting , alles te vorderen wat de 
)» grond meer oplevert, dan de kosten der bearbeid 
»ding, en is er dan een Staat, die niet binnen 
» weinige dagen in vuur ontstoken , en waar de op- 
» stand niet zou voortwoeden, tot dat de bevolking. 



618 



»dF teil OBder gebnigt b£door ièfcÉbesraqhats veniie- 

' MiDil 9p /Ma de geFoIgea )daariFan niet zoo ?ree»* 
»>Mlijfc geweest «ijn , :is: aiiee^: .daarata: tide rte iMsbcg* 
D Ten, dat de i bey.oIk|iig 9p'dé nteëte pkatse», de 
>ymeuw6 iosteUiogen heeft weten te Mtémken , ea 
»dat zij uït hajreD aard Ujdzaaoi is.** . ' 

Ja , de Javaan is zeer lijdzaam fan 'aafd : dit aal 
de Lcteer, na onze beaohouwing Tan cgnea toestand 
onder 'eenig^ elkander opvolgende' Beatüren , gerede- 
.lij]t toentQinnieit - Wie zoca daaraan nog kutanea M!g- 
fiden» die,'ieFèn alsde Geoefaal ikaii dbn mogh > bet 
boten gescbetate toopeel van^laafiehb odAdeiidnikki^g 
en diepe, eUende ,des Inlandera» bit. la bet Ib^gent> 
mhsp ' SummtUmg y iin de JPineang^r fygêht^cA^qtpm^ 
bijide intoeringpdertni£^i^k]dtuur^'heeftibijgewoond7 
of die acht* geeft 'Op. de treurige] gevolgen., wdke de 
onder zijn Befttliur mc^'^e^iu^ BnrQpesQbe«fiil^«»-fi^ 
brik^ntén ge4(Men .oonthucten jn de Residentie Peka- 
toHffkng , zflb' ;no^ kter: .te > we^. bragten ? Zag niet 
de Ckittverneor^Creneraal nd nUérim baup zich ge- 
noodzaakt 9 om dezdve in te trddien en zoodai% te 
v^zigen, dat alsna zoo vd de Inlander, ak het 
douvèmemént er bi| yocÉtduring aanzienl^ke'voordee- 
len van trekt? 

Zie bier. de toedragt der zaak» wdke in der tyd 
40t ^ey#ti l}êvigën>t>eiilneBtnJd.^} «qg^to deiq mei de 



^ • 



t)' ifcti' neunéer «BOércB htlt^ J^^miÊéêm jkmieMii£ ca» dat !• 

▼oorko^t : » Wg willen niet door den druk aan het nanealaclit een be- 
»wtjs ^^en^'wa't dê invoering fmn ket êtèUél 'dtr indig^kMÜuair 
>den Javban lieed gekost; tiopeiide «a blddttde dat ook dm 



619 



beste ixksigteti genomene isaati^geien vaadea Heer 
BAvn aanlcidiBg heeft g^foven. Breoak^lden ^oor 
de levering van iiet rail^erriet, nutte hier op de in- 
landicfae beroUung de Terpligting om, 'tea heboeve 
der' fiibrikanten , * eene Mkere ottgestr^thcid tgrood 
wnt' indigo te .beplanten , ^en de bladeren, toor een^ 
▼iBtgefltelden prij$. aan de fabrieken te levereo. - H^ 
bleek, dat die oivereenkomsten , zoo Toor de fid>rikan« 
ten , ak voor de Inlandaehe planters nadeelig varen , 
en de {nrijs der fWt^a-bladeren veel te laag was ge- 
ateld; Bierom :«rerd de iVic{f|ji^kultuur vevwaievioasd, 
en ontvingen deftbrüutnten niet de hoeveelheïd U»- 
deren, op v^elke aj, naar evenredigheid van de ten 
hunnen behoeve beplante landerijen, meenden te 
mogen rekenen. Zij bevreerden, dat deprijs^ wnir 
ken zij daarvoor aan den inhinder betaalde^,, wl*- 
doende was, en aebneven de ongunstigeresahatedidi^ 
indigH>AaAttiur aan endere oonudceuy eniiwdr^vooraiy- 
lÊÊ^^ aan tegènwei^ng van'Eorópescbe ambtcifi^atèn 
too. 'Tot weifte tiotMrien deze :q>aimiiag> tnssohébi 
IU[)rikanten ^en pknMers aanleiding gaf , kan;|niBii faitib- 
uit opmaken, dat er van 1200 Inlandschebni^^ 
ainiien , welke aan de ffu^f^a^jEibriek van den Heer 
amiKCB verbonden waren , 461 have en goed vedüe- 
ten, ZQodat bet Bestuur van den 6onverneur<42ene- 
faal ad interim bavo er toe besluiten moest^ om de 



idaairaii nut docur oterlsTering, bij een gedeelte dec JaTuche bevolking 
»nioge leyen^ blijfen; nuuur d«t daarentegen de weldadige en doel- 
1 matige veranderingen , welke door den GonTemeur-Crenenial ad interini , 
»iiVD, daarin cgn gebragt gewonlen , en wiaidoor dia aelüle Minor 
aoen aoo milde bron ma TooEtpoed voor den Javaan ia geworden, het 
» doorgeworstelde leed , en de geleden ellende voor altoos mogen doen 
» vergeten. ** 



620 



partikuliere indiffo^abnéken in de Residentie Pékrn^ 
Umgang aan te koopeni gdijk dan ook door tiunhcn- 
komst Tan een intermediair persoon geschied is. 

Is er grooter bew^s Yoor de lijdzaamheid van den 
Ja?aan noodig, vooral wanneer men bedenkt» hoe- 
veel er te voren moet' voorgevallen zijn , om een zoo 
groot getal huisgezinnen te bewegen i zich van de 
plaats hanner geboorte los te scheuren , d# gra6teden 
hunner voorouders , waaraan de Javaan zoo gehecht 
isy te verlaten, en zich aldus door verhuizing. aan 
een juk te onttrekken, dat ondragdyk geworden 
was 7 -^ Haar men ziet hieruit tevens , dat deze lijd^ 
zaamheid toch ook hare grenzen heeft, dat wij haar, 
bij onze berekeningen , niet al te hoog aanslaan , noch 
daarop al te veel bouwen moeten , zelfs wanneer wij 
door geldelijke voordeelen het eigenbelang der Re- 
genten en verdere Hoofden aan de instandhoudii^ 
van zoodanig kultnurstelsel verbonden bd>ben. In 
dit geval kan de kreet om hulp en beBcherming van 
den onderdrukte nog bezwaariijker tot ons Bestuur 
doordringen: want van alle kanten ziet hy zich ab 
ingesloten door den onbqpaalden invloed en het vd- 
atrdcte gezag zijner Hoofden , die blinde gdioorzaam- 
beid en onderwerping vorderen, en er blijft hem, 
zoodra de maat der onderdrukking vol is , geen an- 
dere uitweg over, dan de verlossing uit zijoe dienst* 
baarheid met alles, wat hem dierbaar is, te koopen. 

Maar vinden dergelijke tooneelen misschien geen 
plaats op de landerijep van partikulieren 7 — Veeleer 
zijn zij d4&r , ofichoon op een' kleinere sclutal , een 
gewoon verschijnsel, en moeten dit wel zijn, omdat 
de huishoudelijke inrigtingen * des Inlanders neigens 



621 



zoo zeer , ak op partikuliere bezittingen , uit haar 
▼eriband gerukt en ab het ware Terbroken zijn. Wij 
altaüs zijn daarvan meer dan eens getuigen geweest. 
Wij herinneren ons gezien te hebben, hoe eene schaar 
Tan eenige honderden dier ongdnkkigen , welke door 
hoonè zachtzinnige landheeren van bijna den geh»* 
len oogst hunner rijstvelden berooftl waren, eene 
laatste toevlugt zocht by den toenmal^en Resident 
van Buitemorg , den Graaf tas hogdtdoek £n zij 
vonden die zeker? — hoor ik menigeen , door me- 
delijdea bewogen, vragen. Ja zi} vonden in den 
edelen man eenen warmen, welmeenenden voorstan* 
der hunner regten ; maar z^er zou deze het ofier 
dèr kabalen van sommige dier Europesche landeig^ 
naars, welke toen de ziel der Coterie van Batapia 
waren, geworden zijn, indien hij niet een' magti* 
gen steun in den Gouverneur-Generaal vaiv sbe ga* 
psLLBir gevonden had. Om kort te gaan, zijne wel- 
meenende pogingen leden /schipbreuk, en de arme 
Inlanders werden op nieuw aan wanhoop en vervd^ 
ging van hunne landheeren prijs gegeven. Haar 
dei^gelijke verdrukkingen*, — dus hoor ik mij tegen- 
werpen, — waren de noodwendige gevolgen van de 
al te zachtzinnige instdlingen, welke toen door ons 
Bestuur waren ingevoerd: akana, nadat Java zoo 
.gdieel en al door den Generaal tan dbit bosgs 'her*- 
vormd is geworden , vinden zij op de landerijen vaü 
Eoropeanen volstrekt niet meer plaats. — • Hartelijk 
wensehten wij dit, zoo wel voor den Inlander,. ds 
in het belang der landheeren zelven; maar wij bUjven 
dienaangaande nog een%en twijfel koesteren , al was 
het alleen , wanneer wij nagaan , wdke tooneden op 



62a 



het laadgoed Pomlok Gtdd^ door deo Graaf tah wd 
B06CH .aaa sy^ea zoon in huur a%e8lnn^ hebben 
plaats gehad. Deze toch^ ofschoon hij in de Be§s- 
dentie BuUmzorg^ waarin dat landgoed gd cge n is , 
de eerste, an^ïtsbèdieiling bekleedde., joamelijk die van 
waarnemend Hesident^ was een geruimen tijd Jaqg 
zijn leven niet zeker, en werd herhaalde maksn door 
de ojpgezetepen .van. zqn, eigen; land met moofd en 
bEandbriflven bedmigd;. i . . 

> Oeifplijke yplksferhdizingén , welke, gdijk jnas in 
ondencfaeïdcae ^perken van ons kqloniaal Beslnar 
op jTaiNi,. vbond in .de B^iavioieke Omnuianêm^ea 
in het iff «fitemjdl« , meermalen ; CDd^orronden beeft, 
evcsn ras. als eepe hesmèttelöke: ziekl» om zieh gi^ 
pen». sch\|nen bij. den ontwerjier van de geprqjeo- 
teerde överdcagt dët Nederliuidspihe schold op de Oost- 
IndisdK Kolanien. in het geheel met in aanmerkii^ 
te komen. Nogthaitt komt het voor de êoUditnt der 
bek»ihar€ tcqardê niet zoo wel .aan op de gesteld* 
beid van het te verhuren. Distrikt» als vrel vooaname- 
ü^ op. het getal der met.hetzelfe in huur a%estane 
npgeaetèneni van wèlko de handéoarbeid , dien zg 
met mogeiykheid kmmcb verroten « den grondslag 
der waarde van zulk een perced uitmaakt. Inmien 
Mfeodra éene volksveduiizing plaats vindt, verliest een 
«oodanig peroed, al bevindt zkb het getal der daar- 
toe ibehoÓDende l9)£^rtplantaadjen 'ook in nog zulk 
jeénen voopdeeligen toestand, wddm zijne gehede 
WB^réè^iiihdian .er banden te kort kenden ontbetbe- 
boifiiyii.' Ae londerboaden^vtHüeb itacbig^dtiak atdre- 
.gel,. datt een 'Wèl a^ngelcgd^ en q^derUood^.kol^* 
tuin meer 'Waarde beeft, dan venobcidene andere. 



fi28 



ten slaatwfae(riDdeq«. .Ba hoe>daai. MranoeQViiiet.XH^ 
tot pkikben en^andere verrigtingettJa dm k^jrOQgflt 
aan iumden^ oiiibDeekt?> -m lel .de! R^^rio^ 9k4i ^^ 

ée^; dan /teDigeTo]ge'?aahrericdbieidf»ft)0«dm^ h^t ^^rr 
stuw taÉi depr^ Haer xj^^m soaoK; (j^^krteii . #i#ert 

leferantie yan eene zekere hoeveelheid suikerriet of 
indigo-bladeren , welke aan de , Iidandsche bevolking 
'waa opgelegd , niet voldaan werd » en ook gedeelte- 
lijk niet worden kon , omdat d^ larbeid) ,waartoe h\i 
verpligt werd , de krachten des Inlanders verre te bo- 
ven ging 7 Waarvan het gevolg was , dat de Rege- 
ring zi<jb groote geldelijke opofiériiigen iot schade- 
loosstelling dier fabrikanten moest getroosten i). Als- 
dan toch zal het. verlies zich niet tot eenig suikerriet- 
en indigo^UaNlefien bepalen y maar tot het gemis vaa 
den jarenr- , ja ' levenslangen arbeid van alU *diê 
pandelingen^ of ht^urlingen^ (boe meo de gelukki- 
gen, welke zulk een lot verbeidt, gelieve te noemen) 
dié den huurder van het overgedragen perceel, door 
hunne verhuizing i^ar , elders , van het genot hunner 
heerendieusten zullen verstoken hebhen. Of meent 
de schrandere Staatsman, 'die dit grootseh ontwerp 
beeft uitgedacht, misschien daarin eenen zekeren waar- 
borg tegen volksverhuizing te hebben gevonden, dat 
hy den maatregel op alle koffijtedende gedeelten van 



> 1) Zoo CB^ ack 4t Aegeri^gy b|i ▼C|^b€el4 g;eaoodnakt, op in één 
jaar / 41,000» mh djrn Ikbriluat ^k^SA \fi.Sourabaya uit te keeren, 
tot sohaleloowteUin^ wegem. tf veinig onl vangen suikerriet, cLit tiero 
geleverd had moeten worden. 



624 

Jttba wil heblien toegepast , zoodat wanoeer de be* 
viAldng op het eene peroeel verloopt » zij aan het an- 
dere weder moet toevallen,? <— Waarlijk , dan zai er, 
at» 46t land volkomen in- eene Oud^paanseke of 
fFést-'IiHii^ehe Kolonie te herscheppen , spoedig niets 
anders meer ontbreken , dan een CSordon Tan blanke 
Offleieren mét de noodigfe BloedhonAfk^ wdke al die 
t^haurde Distriktien in bedwang houden >). 



^ 



. 1) De. ▼uUUngrgkheid «raii «Mnmige schnndere geesten if wiarijfk be- 
wonderensvnuLcdi^! Zoo Jiad een Eeker StaatJinan, van wiene Lande 
omtrent de aangelegenheden onzer Oost-Indische besiUisgea wf aehcaa 
4Ilijd een la)ög denJÜMeld geköèiteid liaddm, ziek in h^l koofil geve, 
d4^ de. oorl^vinet niKO HMOSO lül^eii durom too laag doordei dcwgl 
hij in de bijna ontoegankelijke kloven en schnilhoeken van het gebeigte 
z^nen voomaamslen stenn Tertd. \Bet groote ttraieffisckê ^^Uik *nn dien 
Icrggsoian ynm dêAMJnt » dat man niet «Ueen de toegangen tot hetadw 
beïetten^ niaaf Jnpa ook ^ met het edele ras der BloedkoHdêm beacheiK 
ken moest. — Het sprcett yan «We , dat dit plan bij znlk ecnen edel- 
denkenden koning, als WiLiMt |,'gecn opgang kon maken. -• HA be- 
hoeft hier wel geen betnog» <daX do atemt ▼an JKttO (iiaoto, WBaideer 
^ den oorlog. op ,de lange baai|. wist te schuiven , niet in de achnilboe- 
ken ?an het gebergte te zoeken was, welke alleen in de verbeelding 
bekenden , maar Wel in de* / sympathie van vele der ffooldra eo in de 
öntewedeaiieid dér geringere Jkhssini tegen w Beftnor. Het vedkecide 
p^Ut% van eenJigen onjcer..«PQbtenfien aanrlM^t Bof vnn Djmjokaria^ op 
verre na niet berekend voor dien post^ was ontwyfelbaar de hoofdoorzaak 
van dien heilloozeu' oorlog; maar niet minder droegen daartoe de onge- 
hoMiU vezatien by , «au . welke de bomOang deor bet enlelbanr aantal 
van ie^Morls^t ^^, ^'"^ Chinezen verpacht waren , was blootgesteld , en 
de menigvuldige verhoringen van landerijen aan Europeanen door de 
Vorsten des lands. Sedert dat de laatste zich ' weder meer in de Tn»- 
tetilandeto liebben uitgebreid y en het Blwienlandsi^ Beitenr daardoor ge- 
keel, is cnfc^ot^nd, achten w$ eene geifele ontbinding der B^ken van 
Sourakarta en ÏJjocjokarta binnen kort onvermijdelijk. Het b te ho- 
pen, dat de bevolking dier Rijken alsdan ten minste in de beveAigti^ 
hunner wehaarl onder onze Begering' eene evenredige vergoeding ml 
vinden voor bet verlies van hunnen Hegeringtvorm onder eigene Torsten, 
welke haar echter, volgens onze vaste overtuiging, nimmer bq Undbent 
van partikuliereii zal te beurt vallen. 



626 



Uziogwekkeoud is dan ook in der daad bet denk- 
beeld, dat onder eene Nederlandsche R^ring, onder 
eene R^ring , ak die van wiium I , Tan wien de 
Javaansohe bevolking zoo vele aanhoudende blijken 
van vaderlijke belangstelling mogt ondervinden, in 
wiens naam haar, onder anderen , bij de op bladz. 689 
aangehaalde Publicatie geno^zaam gelyke r^ten met 
zijne overige onderdanen waren verzekerd, op de.be- 
dric^eiyke voorstellingen eens Ministers tot maatre- 
gelen besloten werd, waardoor de schreeuwendste 
onregtvaardigheid t^^ 's Konings lodiscbe onderda- 
nen, zoo wel met betrekking tot hun eigendom, als tot 
hunne persoonlijke vrijheid , zou gepleegd zijn. Men 
leest namelijk in het leU over de Jinantieele aangele- 
genheden , bladz. 20: »dat dit ontwerp reeds met den 
» Koning was besproken. Alleen was hetzelve toen 
»nog niet tot die rijpheid gekomen, dat het, in alle 
» bijzonderheden, aan Z. M. had kunnen worden voor- 
»gdegd,'' — En in dit ontwerp vinden wij door den- 
zdfden man, die, gelijk wij op bladz. 536 aan- 
toonden , weinige jaren te voren in een Staatsstuk het 
grondbezit der Javanen als wettig erkende, zoo als 
dit reeds in 1816 door de Hooge Commissie in naam 
iles Konings gedaan was, in de veronderstelling, dat 
zijn plan van verhuring van eenige honderd Distrik* 
ten met darzelver Opgezetenen doorging, de vraag 
opgeworpen: »Wat nu anders is een Distrikt op 
nJava dan eene Plantaadje, door Ingezetenen van 
))het Rijk beleend en daarvoor verbonden? De Ko- 
»lonie Suriname is tweemaal door de Engelschen 
» genomen en altijd zijn de verbanden geëerbiedigd, 
» evenzeer als in Berbice^ Eeeequ^ho en Demerari ^ 

40 



626 
wen waarom zou zulk» op Jona minder faet geval 

Wdke andere beteekenb kan men aan deze stel- 
ling Tan den Heer vAir vm bosgh, zoo ten eenen male 
strijdig met zijne Troegei» gevodens omtrent h^ rqgt 
van landeigendom des Javaans , waarop hij zijn zoo- 
genaamd nimwe éêelêél van kuUuur gqgrond had, 
hechten, dan dat hij daartan is teniggdcomen es 
den Javaan niet den slaaf in de fFtêt-JndUchm Ko- 
loniën wil gelijk stdlen« Di&r zijn de piantaadjes 
het eigendom van partikulieren , en de bewerlun 

1) Alioo, omdat de Bn^lschen in once Wesb-Inducbc Koloiiiai W 
ju8 occmpandi et cuUivationiê eerbiedigden, behocTen w^ èh, mi^ t^ 
Java ie doen, en kunnen wg, naar willekeur, over de den Inlander 
tocb^ooitiide ïijatTelden, koffijinincn, ja ae16 oTer lyaen pamn W- 
flckikken! Wij laten het aan den Leier oret, om te bealoiten» of dü 
niet volstrekt strijdig U met de beloofde bescherming van peraoon cb ei- 
gendom, even als w§ op blad*. 634 hebben aangetoond, dat <nue vwr- 
oaden nooit de gwnflm van wgtvaardigheid in dat opaigt owiUedcn 
hebben. — : De verkoop der Suitetutorgschs ianden , van een Jk^nkt 
van Baniamy en op de Oostkust vaif bgna de geheele Reaidende Pn- 
hoHttgo en BejtoeHe door BAunuas, even als die van Sa êkm iê mM ê^ 
Oêdfongbnm^ Tja9B0m en Pamamoeiun «ider lamv ^ moet dan o«k 
als eene inbreuk op de heiligste regten der bevolking worden besdioqwd. 
Om deae reden, en dewijl de koopers nimm^ de oorspronkelgk hg dea 
verkoop gemaakte bepalingen zijn nagekomen, louden er mi«chien, toca 
GommissariJsan^aenemal in ISIS, nameaa Z. IL den Koning der Nedn- 
Unden, de Hooge Begering aanvaaiddcn, genoegnme termen hertam 
hebben, om alle, of ten minste een deel dier vervreemdingen, «la tea 
eenen male pnw«tüg , niet gesUnd te doen , en de tijdeljke beBtles 
naar hilMjkheid schadeloos te stellen, üog onder de Be^ring van d» 
G<«iivemear-G«naraal var du gapxlliii zag men de noodakeigkheid ia, 
om de onder het Engelsche Bestuur van baptus verkochte landergca ia 
de Preanger RêgetitschappM door aankoop weder aan het Gooveiae- 
ment te brengen. Alleen het land Soêkabo m m'ê, ook onder dea aasai 
Tan G^etmg Parat^t ia 1818 voor 877,000 Rifkêd. papier, (d. l 
migeveer / 146,000 BoU. in jnlver) verkocht, weid in 1889 door ds 
Regering van die aclfde eigenaaii/voor 800,000 weder «ai^ocftt. 



627 



NegerslaoeH^ terwijl de oorspronkelijke t>6WOEier9 vau 
het land, onbeduidend in aantal, geen aanspraak 
maken op landbezit , als in. zoo ¥erre zij dit Voor de 
jagt^ en dus in eenen moesten en ongebonden toe* 
stand der Maatschappy behoeTOil* Maar gebed an** 
ders is bet met Jawê gesteld. Dit gezegende eiland 
is een yan diegene, op weUoa de graanboaw of rijai* 
teelt, sedert onheugelijke tgden , bestaat en tusschea 
de 7 en 8 millioenen zielen voedt, bij welks bevolking 
het xeg^ van eigendom op den grond, althans op den 
bebonwden, geen hersenschiDpmig denkbedd is, maar 
de hodoiteen van het geheele maataobappelijke g^ 
boufw. Reeds hebt gij deo^ arm des Javaans weder 
naauwer aan uwe belangen verbonden , gij hebt hem 
tot Heerendiensten verpligt, waar?an een edelaardig 
Koning zijne Indüdie onderdanen voor altijd vrij 
verklaard had: *-^ wi) kunnen hierover heenstappen, 
omdat verschillende vcA:en niet naar dezelfie begin- 
selen, maar overeenkpmstig hunne eigene begrippen 
en maaiscbappelijken toestand dienen geregeerd te 
worden, en de AdaU (of volksinsteUingen) dar Ja van- 
nen eenen zekeren trap van dienstbaarheid weirtig«nw 
Gij hebt hem gedwongen, zijne bebouwde velden 
voor andere kuituren, welke u meer voordeel belóo« 
ven, -af te staan en millioenen koffijboomen aan te 
kweeken: -*« ook dit kunnen wij nog verontsehuldi^ 
gen; want gij hebt hem, bij voorbeeld van de koffij-. 
tuinen , nog voor \ van de opbrengst eene matige he-' 
looning voor zijnen arbeid to^legd en door dezen 
maiatregd zijne tijdelijke belangen bevorderd» Maasr 
iets anders is het^ wanneer gij de koffij tuinen, het 
wett% eigendom der Javanen, en deze bevolkiog 

40* 



628 



'Adve y yfe\ke , ev^zeer als gij , vrije onderdanen Tan 
onzen weidenkenden Koning zijn, aan p